Citation
Inkomens en Inkomensverdelingen in CuraÒ«ao, Census 2011

Material Information

Title:
Inkomens en Inkomensverdelingen in CuraÒ«ao, Census 2011

Subjects

Subjects / Keywords:
census
volkstelling
bevolking
population
inkomen

Record Information

Source Institution:
Central Bureau of Statistics Curaçao
Holding Location:
Central Bureau of Statistics Curaçao
Rights Management:
All applicable rights reserved by the source institution and holding location.

Downloads

This item is only available as the following downloads:


Full Text

PAGE 2

Inkomens en inkomensverdelingen in Curaao Publicatiereeks Census 2011 Drs. Francis Vierbergen

PAGE 3

Colofon Centraal Bureau voor de Statistiek Fort Amsterdam z/n Curaao Tel.: (599-9) 461-1 Fax.: (599-9) 461-1696 Email: info@cbs.cw Website: www.cbs.cw Copyright Willemstad, Centraal Bur eau voor de Statistiek Het overnemen van (delen van) deze uitgave is slechts toegestaan mits voorzien van een volledige bronvermelding. ISBN 978-99904-1-916-0

PAGE 4

3 Voorwoord Om de situatie en ontwikkelingen, die te maken hebben met de inkomensproblematiek van Curaao te kunnen kwantificeren is het onmisbaar om alle type inkomen van de bevolking te analyseren: zowel het persoonlijke inkomen als het huishoudinkomen. Tijdens de Census in 2011 werden aan de bevolki ng in Curaao vragen voorgelegd met betrekking tot hun inkomen. Er werd gevraagd naar bron van het belangrijkste inkomen, inkomen uit belangrijkste bron, bron van het tweede inkomen en inkomen uit de tweede bron. De inkomensvragen zijn gerelateerd aan een veelheid van variabelen die eveneens in het persoonsformulier zijn te vinden, aangevuld met enkele variabelen uit het woonformulier. Voor zover mogelijk zijn de resultaten van de Census 2011 vergeleken met die van 1992 en 2001. De voorliggende publicatie is de derde publicatie in de geplande publicatiereeks over Census 2011 die het CBS publiceert. Met deze publicatie wil het Ce ntraal Bureau voor de Statisti ek een bijdrage leveren aan het principe van "evidence based policy making". Het CBS spreekt dan ook de hoop uit dat de resultaten in deze publicatie daadwerkelijk ge bruikt zullen worden door de stakeholders in de publieke en private sector. Deze publicatie is geschrev en door Drs. Francis Vierbergen, ex-d irecteur van het CBS. Ondersteuning werd verleend door de heer Mike Jacobs en dh r. Leander van Kuyvenhoven, medewerkers van het CBS. Een woord van dank gaat uit naar een ieder die op di recte of indirecte wijze heeft bijgedragen aan de totstandkoming van deze publicatie. De Directeur Drs. S. de Boer

PAGE 5

4 Inhoudsopgave Inhoudsopgave...............................................................................................................................................4 Lijst van tabellen............................................................................................................. ...............................6 Lijst van figuren en mappen.................................................................................................... ......................8 Samenvatting................................................................................................................... ..............................8 Summary......................................................................................................................................................15 Inleiding.......................................................................................................................................................20 Algemeen.................................................................................................................................................20 Doelstelling................................................................................................................... ...........................20 Opzet van de publicatie............................................................................................................................20 Hoofdstuk 1. Methodologie.........................................................................................................................22 Overzicht..................................................................................................................................................22 Definities..................................................................................................................................................23 Classificaties............................................................................................................................................24 Hoofdstuk 2. Algemene resultaten en longitudinale vergelijkingen...........................................................27 Gemiddeld inkomen, mediaan i nkomen, modaal inkomen......................................................................27 Persoonlijke inkomens.............................................................................................................................27 Huishoudinkomens............................................................................................................... ....................29 Hoofdstuk 3. Persoonlijke inkomens...........................................................................................................32 Inkomens naar persoonskenmerken.........................................................................................................32 Inkomens naar geslacht......................................................................................................... 32 Inkomens naar opleidingsniveau........................................................................................... 34 Inkomens naar economische status....................................................................................... 35 Inkomen naar positie binnen huishouden.............................................................................. 37 Inkomens naar geboorteplaats............................................................................................... 39 Inkomens naar gezondheidsperceptie.................................................................................... 41 inkomens naar bron van inkomen..................................................................................... 44 Inkomens van werkenden......................................................................................................... ................48 Inkomens van werkenden naar beroepsgroep....................................................................... 48 Inkomens van werkenden naar economische positie............................................................ 51 Inkomens van werkenden naar bedrijfstakken...................................................................... 53 Inkomens van werkzoekenden..................................................................................................... ............55 Inkomens van werkzoekenden naar bron van inkomen........................................................ 55 Inkomens van werkzoekenden naar duur werkloosheid........................................................ 57 Inkomens van werkzoekenden naar ople idingsniveau en leeftijd......................................... 57 Inkomens van economisch niet-actieven.......................................................................................... .......59 Inkomens van economisch niet-actieven naar leeftijd en geslacht........................................ 59

PAGE 6

5 Inkomens van economisch niet-actieven naar bron van inkomen......................................... 60 Inkomens van economisch niet-actieven naar opleidingsniveau.......................................... 63 Hoofdstuk 4. Huishoudinkomens................................................................................................................65 Algemeen.................................................................................................................................................65 Huishoudinkomen naar inkomensklassen............................................................................. 65 Huishoudinkomen naar huishoudgrootte............................................................................... 66 Huishoudinkomen naar aantal inkomenstrekkers.................................................................. 68 Huishoudinkomens naar typen huishoudens......................................................................... 70 Huishoudinkomen naar kenmerken hoofd huishouden............................................................................72 Geslacht en leeftijd van het hoofd van het huishouden........................................................ 72 Economische status en leeftijd van het hoofd van het huishouden....................................... 74 Opleiding van het hoofd........................................................................................................ 75 Huishoudinkomen naar geboorteplaats van het hoofd.......................................................... 77 Huishoudinkomens naar inkomensbronnen.......................................................................................... ...78 Huishoudinkomens naar andere huishoudkenmerken..............................................................................81 Regionale verschillen in het huishoudinkomen..................................................................... 81 Huishoudinkomen en aantal kinderen in het huishouden...................................................... 83 Huishoudinkomen en aantal 60-plussers in het huishouden................................................. 84 Huishoudinkomen en aantal personen met een beperking in het huishouden....................... 85 Hoofdstuk 5. Inkomensverdelingen en armoede.................................................................................... .....86 Inleiding...................................................................................................................................................86 Methodologie...........................................................................................................................................86 Gehanteerde methodologie.................................................................................................... 8 6 Internationale vergelijkingen in de gebruikte methodologie................................................. 87 Berekening armoedegrens........................................................................................................................88 Huishoudinkomen................................................................................................................ 88 Inkomensverdeling.............................................................................................................. .. 90 Head Count Index en Poverty Gap Index.............................................................................. 92 Huishoudens en armoede grens................................................................................................... .............94 Huishoudens onder en boven de armoedegrens.................................................................... 94 Hoofdstuk 6. Speciale analyses.................................................................................................................101 Inkomensverschillen man en vrouw............................................................................................... .......101 Inleiding...................................................................................................................... ........... .........................................................................................................................................101 Inkomensverschillen van werkend mannen en vrouwen....................................................... 102 Nadere analyse risicofactoren di e een rol spelen bij armoede...............................................................110 Inleiding...................................................................................................................... ........... 110 Persoonlijke risicofactoren.................................................................................................... 111 Bijlage 2: De berekening van armoedegrenzen voor Curaao..................................................................149

PAGE 7

6 Samenvattend overzicht........................................................................................................ 149 Lijst van tabellen Tabel 1 Gemiddeld persoonlijk bruto maandinkomen naar leeftijd en geslacht, Curacao, Census 2011 ............32 Tabel 2 Bevolking 16 jar en ouder naar geslacht en brut o maandinkomen, relatieve verdeling Curacao, ....33 Tabel 3 Bevolking 16 jaar en ouder naar hoogst gevolgd opleidingsniveau en inkomen, Curacao ....................35 Tabel 4 Bevolking 16 jaar en ouder, naar economische status en bruto mandinkomen, relatieve verdeling Curacao ................................................................................................................................................................37 Tabel 5 Gemiddeld bruto maandinkomen naar pos itie in het huishouden en geslacht van het hoof, Curacao ................................................................................................................................................................39 Tabel 6 Bevolking 15 jaar en ouder naar relatie to t het hoofd van het huishouden en bruto maandinkomen, relatieve cijfers, Curacao Census 2011 .................................................................................................................39 Tabel 7 Bevolking 15 jaar en oude r naar geboorteplaats en bruto maandinkomen, relatieve verdeling Curacao .................................................................................................................................................................41 Tabel 8 Bevolking naar perceptie van de gezond heid en bruto maandinkomen, relatieve verdeling Curacao Census 2011...........................................................................................................................................44 Tabel 9a Bevolking 15 jaar en ouder naar belangrijk ste bron van inkomen en bruto maandinkomen uit de belangrijkste bron, relatieve verdeling Curacao, Census 2011 .............................................................................47 Tabel 10 Bevolking 15 jaar en ouder naar belangrijk iste bron van inkomen en tweede bron van inkomen, relatieve verdeling Curacao, Census 2011 ............................................................................................................48 Tabel 11 Werkende bevolking naar beroepsgroepen en bruto maandinkomen uit belangrijkste bron, relatieve verdeling Curacao 2011 .........................................................................................................................50 Tabel 12 Werkende bevolking naar economische posit ie en bruto maandinkomen uit belangrijkste bron van inkomen, relatieve verdeling, Curacao Census 2011 .....................................................................................53 Tabel 13 Werkende bevolking naar bedrijfstak en bruto maandinkomen uit belangrijkste inkomensbron, relatieve verdeling Curacao 2011 .........................................................................................................................55 Tabel 14 Gemiddeld totaal bruto maandinkomen va n de werkzoekenden bevolking naar duur van de werkloosheid en geslacht Curacao, Census 2011 .................................................................................................57 Tabel 15 Werkzoekende bevolking naar duur van de werkloosheid en belangrijkste bron van inkomen, relatieve vedeling, Curacao ,Census 2011 ............................................................................................................57 Tabel 16 Werkzoekende bevolking naar hoogst gevol gde dagopleiding en gemiddeld totaal bruto maandinkomen, Curacao 2011 .............................................................................................................................58 Tabel 17 Werkzoekende bevolking n aar leeftijd, geslacht en gemiddeld totaal bruto maandinkomen, Curacao ................................................................................................................................................................58 Tabel 18 Economisch niet-actieve bevolking naar l eeftijd en inkomen, relatieve verdeling Curacao ................60 Tabel 19 Economisch niet-actieve bevolking naar be langrijkste bron van inkomen en inkomensklassen, relatieve vedeling, Curacao, Census 2011 ............................................................................................................62 Tabel 20 Economisch niet-actieve be volking naar leeftijd en belangr ijkste bron van inkomen, relatieve verdeling Curacao ................................................................................................................................................63 Tabel 21 Economisch niet-actieve bevolking naar opleidingsniveau, geslac ht en totaal bruto maandinkomen, Curacao, Census 2011 ................................................................................................................64 Tabel 22 Economisch niet-actieve bevolking naar opleiding en inkomen, relatieve verdeling, Curacao ...........64 Tabel 23 Huishoudens naar inkomenscategorieen en aantal inkomenstrekkers, relatieve verdeling, Curacao ................................................................................................................................................................70 Tabel 24 Gemiddeld bruto huishoudinkomen n aar type huishouden, Curacao Census 2011 ..............................70 Tabel 25 Huishoudens naar inkomenscategorieen en type huishouden, relatieve verdeling Curacao ................72 Tabel 26 Huishoudens naar inkomenscategorieen en leeftijd en geslacht van het hoofd, relatieve verdeling ..................................................................................................................... .........................................73 Tabel 27 Gemiddeld bruto huishoudinkomen per maa nd naar economische status en leeftijd van het hoofd, Curacao .....................................................................................................................................................74

PAGE 8

7 Tabel 28 Huishoudens naar inkomenscategorieen en economische status van het hoofd, relatieve verdeling Curacao ................................................................................................................................................74 Tabel 29 Gemiddelde bruto huishoudinkomens naar leefijd en opleiding van het hoofd, Curacao ....................75 Tabel 30 Huishoudens naar inkomenscategorieen en opleidingsniveau van het hoofd, relatieve verdeling Curacao Census 2011...........................................................................................................................................77 Tabel 31 Gemiddeld bruto huishoudinkomen naar ge ozone en geslacht van he t hoofd van het huishouden, Curacao ................................................................................................................................................................82 Tabel 32 Gemiddeld bruto huishoudinkomen naar aan tal kinderen en geslach t van het hoofd Curacao ............84 Tabel 33 Gemiddeld bruto huishoudinkomen naar aantal 60-plussers en geslacht van het hoofd Curacao ........84 Tabel 34 Gemiddeld bruto huishoudinkomen naar aanta l personen met een fysieke beperking en geslacht van het hoofd, Curacao Census 2011 ...................................................................................................................85 Tabel 35 Inkomensaandelen van 20%-huishoudgroepen, Curacao ......................................................................90 Tabel 36 Inkomensaandelen hoogste en laagst e quintielen, internationle vergelijking .......................................92 Tabel 37 Poverty Indices Curacao ........................................................................................................................93 Tabel 38 Head Count Index, In ternationale vergelijking .....................................................................................94 Tabel 39 Percentages huishoudens onder de armoedegrens naar kenmerken van het hoofd van het huishouden, Curacao ............................................................................................................................................95 Tabel 40 Percentages huishoudens onder de amoe degrens naar enkele huishoudkenmerken, Curacao .............97 Tabel 41 Zones met de laagste en hoogste percen tages huishoudens onder de armoedegrens Curacao .............99 Tabel 42 Bruto maandinkomen uit eerste bron naar geslacht en economische status, Curacao Census 2011 ...101 Tabel 43 Bruto uurloon werkenden naar ge slacht en leeftijd Curacao Census 2011 .........................................102 Tabel 44 Gemiddelode bruto uurlonen naar geslacht en beroep, Curacao ,Census 2011...................................106 Tabel 45 Enkelvoudige risicofactoren naar cumulaties van risi cofactoren, Curacao, Census 2011 ..................114 Tabel 46 Specifieke combinaties risico factoren per enkelvoudige riscof actoren naar percentage onder de armoedegrens en relatieve belang in de groep, Curacao ....................................................................................116 Tabel 47 Bevolking 15 jaar en ouder naar leef tijd, geslacht en bruto maandinkomen Curacao, ......................119 Tabel 48 Bevolking 15 jaar en ouder naar leeftijd, ge slacht en belangrijkste bron van inkomen, Curacao, ....120 Tabel 49 Bevolking 15 jaar en ouder naar leefijd, geslacht en tweede bron van inkomen, Curacao, ...............121 Tabel 50 Bevolking 15 jaar en ouder naar bruto m aandinkomen en relatie tot het hoofd van het huishouden, Curacao, .........................................................................................................................................122 Tabel 51 Bevolking 15 jaar en ouder geboorteplaa ts, geslacht en bruto maandinkomen, Curacao, .................122 Tabel 52 Bevolking naar economische status, gesl acht en bruto maandinkomen Curacao, Census 2011 .........125 Tabel 53 Bevolking naar economische status, geslach t en belangrijkste bron van inkomen, Curacao, Census 2011 ........................................................................................................................................................125 Tabel 54 Bevolking naar economische status, ge slacht en tweede bron van inkomen, Curacao ......................126 Tabel 55 Bevolking 15 jaar en ouder naar hoogs t gevolgde dagopleiding, geslacht en bruto maandinkomen, Curacao ....................................................................................................................................127 Tabel 56 Bevolking 15 jaar en ouder naar percepte van de gezondheid, geslacht en bruto maandinkomen Curacao ...............................................................................................................................................................128 Tabel 57 Werkende bevolking naar geslacht, beroepsgroep en bruto maandinkomen, Curacao ......................129 Tabel 58 Werkende bevolking naar geslacht, econo mische positie en bruto maandinkomen, Curacao ...........130 Tabel 59 Werkende bevolking naar geslacht, bedr ijfstak en totaal bruto maandinkomen, Curacao .................131 Tabel 60 Werkende bevolking naar geslacht, opl eidingsniveau en bruto maandinkomen, Curacao ................134 Tabel 61 Werkzoekende bevolking naar geslacht, opleidingsniveau en brut o maandinkomen, Curacao, ........135 Tabel 62 Economisch niet-actieve bevolking naar geslacht, opleidingsniveau en bruto maandinkomen, Curacao ..............................................................................................................................................................136 Tabel 63 Gemiddeld bruto maandinkomen naar ge slacht, bedrijfstak en beroepsgroep, Curacao .....................137 Tabel 64 Werkende bevolking naar belangrijkste be roepen, geslacht en gemiddeld bruto maandinkomen uit belangrijkste bron, Curacao ...........................................................................................................................139 Tabel 65 Huishoudens naar huishoudinkomen huishoudgrootte, Curacao, Census 2011 ..................................143 Tabel 66 Gemiddeld bruto huishoudinkomen naar hui shoudgrootte en aantal inkomensstrekkers, Curacao, ...143 Tabel 67 Aantallen huishouden naar gemiddeld brut o huishoudinkomen, huishoudgroo tte en geslacht van het hoofd, Curacao ..............................................................................................................................................143

PAGE 9

8 Tabel 68 Huishoudens naar bruto huishoudinkomen en geslacht van het h oofd van het huishouden, Curacao ...............................................................................................................................................................144 Tabel 69 Gemiddelde bruto uurlonen naar ge slacht en beroep, Curacao, Census 2011 .....................................145 Tabel 70 Aantallen huishoudens boven en onder de armoedgrens naar zone, Curacao, Census 2011 ..............148 Lijst van figuren en mappen Figuur 1 Persoonlijke inkomens Curacao, Census 1992-2011 ....................................................................28 Figuur 2 Gemiddeld persoonlijk bruto maandinkomen, Curacao 1971-2011 .............................................29 Figuur 3 Huishoudinkomens, Curacao, Census 1922-2011 ........................................................................30 Figuur 4 Genmiddeld bruto huishoudinkomen per maand, Curacao 1971-2011 ........................................31 Figuur 5 Verschil bruto inkomen tussen mannen en vrouwen naar leeftijd, Curacao, Census 2011 ..........33 Figuur 6 Gemiddeld bruto m aandinkomen naar opleidingsniveau Curacao Census 2011 .........................34 Figuur 7 Relatieve inkomensverdeling naar opleidingsniveau, Curacao Census 2011 ...............................35 Figuur 8 Gemi ddeld en mediaan bruto maandinkomen naar economische status en geslacht, Curacao, Census 2011 .................................................................................................................................................36 Figuur 9 Gemi ddeld bruto maandinkom en naar positie in het huishouden Curacao Census 2011 .............38 Figuur 10 Gemiddeld bruto m aandinkomen naar geboorteplaats, Curacao Census 2011 ...........................40 Figuur 11 Gemiddeld persoonlijk bruto maandinkome n naar gezondheidsperceptie, Curacao Census 2011 .....................................................................................................................................................................42 Figuur 12 Gem iddeld bruto maandi nkom en naar gezondheidsperceptie en opleidingsniveau Curacao Census 2011 .................................................................................................................................................43 Figuur 13 Gem iddeld persoonlijk bruto maandinkom en, tota al en uit belangrijkste bron van inkomen naar belangrijkste bron van inkomen, Curacao, Census 2011 ............................................................................. 45 Figuur 14 Gemiddeld persoonlijk bruto maandinko men naar beroepsgroep, Curacao Census 2011 .........49 Figuur 15 Gem iddeld persoonlijk bruto maandinkome n naar economische positie, Curacao Census 2011 ..................................................................................................................................................................... 52 Figuur 16 Gemiddeld persoonlijk bruto maandinko m en naar bedrijfstak, Curacao Census 2011 ..............54 Figuur 17 Gemi ddeld bruto maandinkomen van werkzo ekenden naar belangrijkste bron van inkomen Curacao Census 2011.................................................................................................................................. 56 Figuur 18 Gemiddeld bruto maandinkom en van economisch niet-actieven naar leefijd en geslacht Curacao Census 2011..................................................................................................................................59 Figuur 19 Gemiddeld bruto inkomen van economisch-n iet actieven naar belangr ijkste bron van inkomen, Curacao Census 2011.................................................................................................................................. 61 Figuur 20 Huishoudens naar bruto huishoudi nkomen per maand Curacao Census 2011 ......................... 65 Figuur 21 Verdeling bruto huishoudinkomens voor enkele landen, jaarinkomens .....................................66 Figuur 22 Gemi ddeld bruto huishoudinkomen naar huishoudgrootte, Curacao Census 2011 ....................67 Figuur 23 Huishoudens naar inkomen scategorieen en huishoudgrootte relatieve verdeling Curacao Census 2011 .................................................................................................................................................68 Figuur 24 Gemiddeld bruto huishoudinkomen naar aantal inkom enstrekkers, Curacao Census 2011 .......69 Figuur 25 Gemi ddeld bruto huishoudinkomen naar gesl acht en leeftijd van het hoofd, Curacao Census 2011............................................................................................................................... ..............................73 Figuur 26 Bruto huishoudinkomen naar leeftijd en opleidi ngsniveau van he t hoofd Curacao Census 2011 .....................................................................................................................................................................76 Figuur 27 Gemiddeld bruto huishoudinkomen naar geboorteplaats van het hoofd Curacao Census 2011 .78 Figuur 28 Meest voorkomende combinaties van i nkomensbronnen per huishouden Curacao Census 2011 .....................................................................................................................................................................79 Figuur 29 Gemi ddeld bruto huishoudinkomen naar m eest voorkomende combinaties van inkom ensbronnen, Curacao Census 2011 ....................................................................................................80 Figuur 30 Inkomensverdeling Curacao .......................................................................................................91 Figuur 31 Percentage huishoudens beneden de armoedegens naar geboorteland hoofd, Curacao Census 2011.............................................................................................................................................................96

PAGE 10

9 Figuur 32 Pecentages huishoudens beneden de armoed egrens naar combinaties van inkomensbronnen Curacao Census 2011............................................................................................................................... ...98 Figuur 33 Bruto uurloon werkenden naar l eeftijd en geslacht Curacao, Census 2011 ..............................103 Figuur 34 Procentuele verschillen be loning man/vr ouw naar economische positie, oorspronkelijjk en gemiddeld per uur, Curacao, Census 2011 ................................................................................................ 104 Figuur 35 Gemiddeld uurloon naar beroepsg roep en geslacht Curacao, Census 2011 .............................105 Figuur 36 Gender wage Gap, OECD landen .............................................................................................108 Figuur 37 Percentage personen beneden de arm oedeg rens naar persoonlijke risicofactoren Curacao Census 2011 ...............................................................................................................................................112 Figuur 38 Percentage personen onder de armoedegrens naar aantal risico fact oren Curacao Census 2011 ...................................................................................................................................................................113 Figuur 39 Percentage onder de armo edegrens naar risicofactor en geslacht Curacao, Census 2011 ........118 Map 1 Gem iddeld huishoudinkomen per zone, Curacao .............................................................................83 Map 2 Percentages huishoudens onder de armoedgrens naar zone Curacao .............................................100

PAGE 11

10Samenvatting De onderhavige publicatie is gebaseerd op het Cens us thema inkomen. Onder dit thema vallen de onderwerpen persoonlijke inkomens, huishoudinkomen s, inkomensverdeling, armoede en speciale studies. Persoonlijke inkomens In 2011 bedroeg het gemiddelde inkomen per pers oon 3.023 gulden. Het mediane inkomen kwam uit op 1.836 gulden. De mediaan ligt dus be hoorlijk onder het gemiddelde i nkomen. Dat duidt op een scheve inkomensverdeling. In veertig jaar tijd ( 1971-2011) is het rele (gecorrigeerd voor prijsontwikkelingen) bruto inkomen van personen met 29 procent gegroeid. Tussen 1992 en 2001 groeide het persoonlijke inkomen het meest, gemiddeld met 1,4 procent per jaar. Opvallend is het grote verschil in inkomen tussen man en vrouw. Ge middeld bedraagt het verschil in 2011 bijna 50 procent. Wat opvalt, is dat het verschil tussen beide seksen oploopt naarmate de leeftijd vordert: van 21 procent voor de laagste leeftijdsklasse tot 72 procent in de leeftijdsklasse 65 jaar en ouder. Het verschil in gemiddelde inkomens tussen mannen en vrouwen is in de loop der (census) jaren wel minder geworden. De inkomens van vrouwen zijn veel sneller gestegen dat die van mannen. De relatie tussen inkomen en opleidingsniveau is duidelijk. Personen met een lage opleiding, basisonderwijs of minder, ontvangen gemiddeld 1.700 gulden bruto per maand. He t inkomen loopt op tot circa 8.500 voor de hoogst opgeleiden. Ook de relatie van het bruto inkomen met de economisc he status is evident. Een werkzoekende ontvangt net geen 1.400 gulden per maand, terwijl een werke nde bijna 3.600 gulden verdient. Economisch nietactieven zitten met een gemiddeld bruto inkomen van bijna 2.000 per maand daar tussen in. Het hoofd van een huishouden ontvangt gemiddeld 3.500 gul den bruto per maand. Het maakt veel uit of dat hoofd een man (4.200) of een vrouw (2.600) is. Personen geboren in Nederland blijken gemiddeld de hoogste inkomens te ontvangen. Het verschil met personen uit andere geboorteplaatsen is groot. Voor personen geboren in Curaao bedraagt het gemiddeld bruto maandinkomen iets minder dan 3.000 gulden, iets beneden het algemeen gemiddelde. Personen uit Suriname, Aruba en Venezuela hebben gemidde ld een hoger maandinkomen dan de personen uit Curaao. Personen uit andere Caribisc he landen en Portugal (Madeira), inclusief Bonaire en Sint Maarten, hebben gemiddeld een lager inkomen. De verschillen wo rden grotendeels verklaar d door het type werk dat men verricht en het beroep. Hoe positiever de persoon zijn of haar gezondheidssituatie beoordeel t, hoe hoger het inkomen dat deze geniet. Ouderdom speelt hierbij een grote rol. Ouderen hebben vaker gezondheidsklachten maar ook vaak een laag inkomen. Personen die hun gezondheid goed of zeer goed beoordelen zijn met name te vinden in de groepen die inkomen uit werk en in mindere mate inkomen uit pensioen al s belangrijkste bron van inkomen hebben. Het totale gemiddelde bruto maandinkomen is he t hoogst voor personen die hun inkomen voornamelijk uit vermogen genereren (bijna 7.700 gulden). Werkenden ontvangen iets meer dan 3.600 gulden en pensioentrekkers iets minder dan dat. De laagste inkomens worden ontvangen door mensen die een uitkering (onderstand) ontvangen. Van de bevolking van 15 jaar en ouder heeft ong eveer 22 procent een tweede inkomen. Een tweede inkomen komt het vaakst voor bij personen die een pensioen als belangrijkste eerste bron hebben (63 procent), meestal uit AOV De personen die als belangrijkste inkomensbron een AOV ontvangen hebben in 21 procent van de gevallen een tweede inkomen, m eestal uit pensioen en soms uit werk. Van de werkenden heeft 13 pro cent nog een neveninkomen. Er is een duidelijke relatie tu ssen beroep en inkomen. Het gemiddelde inkomen neemt geleidelijk toe naarmate de kwalificaties toenemen. De relatie met het opleidingsnive au is dan ook evident.

PAGE 12

11 Werkgevers verdienen, zoals te verwachten, het m eeste (gemiddeld bijna 5.100 gulden). Zelfstandige beroepsbeoefenaars verdienen gemiddeld circa 3. 700 gulden bruto per maand, een fractie meer dan werknemers met een vast dienstverband. Een wer knemer in vaste dienst verdient met 3.650 gulden gemiddeld 30 procent meer dan een werknemer in tijdelijke dienst. Een contract voor langere termijn levert een duidelijk hoger inkomen op dan een contract voor kortere termijn, respectievelijk 2.900 en 2.100 gulden. Een contra ctant voor langere termijn verdient zelfs meer dan een werknemer in tijdelijke dienst (2.600). Het gemiddeld bruto maandinkomen is het hoogste in de bedrijfstakken Financi le activiteiten, Vrije beroepen en wetenschappelijke en technische activiteiten en Ope nbaar bestuur. De laagste bruto inkomens zijn te vinden in de bedrijfstakken Hui shoudens als werkgever en Landbouw, bosbouw en visserij. Ongeveer een derde van de werkzoekenden met een i nkomen heeft een uitkering. Dit zijn in meerderheid vrouwen die gemiddeld 740 gulden per maand brut o ontvangen. Voor bijna 10 procent van de werkzoekenden met een inkomen is de belangrijkst e bron van inkomen AOV. Gemiddeld is het inkomen voor hen net iets meer dan 1.000 gulden bruto. De inkom ens uit andere bronnen zijn flink hoger. De hoogste bruto inkomens uit de belangrijkste bron ont vangen personen met een pensioen of een inkomen uit vermogen, respectievelijk 2.100 en 2.300. Het zijn in aantallen gemeten kleinere groepen. De meeste economisch niet-actieven hebben geen inkom en. Vooral op jongere leeftijden is dit het geval. Vrijwel alle 65-plussers geven aan een inkomen te hebben, hetgeen voor de hand ligt omdat (bijna) iedereen die 60 jaar of oude r is recht heeft op AOV. Het gemiddeld inkomen van niet-actieven verschilt veel naar gelang de bron van het inkomen. Dat inkomen is hoog te noemen indien met inkomen uit vermogen geniet (gemiddeld 8.100 gulden), gemiddeld indien men pensioen, aangevuld met AOV ontvangt (3.300 gulden), en laag wanneer de belangrijkste bron van inkomen AOV, alimentatie, uitk ering of studiefinancieri ng betreft, met inkomens van 1.000 gulden of iets hoger. Vooral na het 35e levensjaar zijn de inkomensverschillen tu ssen niet-actieve mannen en vrouwen groot. Het verschil is voor een niet onbelang rijk deel te verklare n door verschillen in opleidingsniveau en bron van inkomen. Hoger opgeleide mannen verdienen veel meer dan hoger opgeleide vrouwen. Huishoudinkomens Het gemiddelde bruto huishoudinkomen bedroeg in 2011 5.331 gulden. Het mediane huishoudinkomen ligt met 3.500 gulden ver onder het gemiddelde inkomen. Ook op huishoudniveau is er sprake van een scheve inkomensverdeling. In veertig jaar tijd (1971-2011) nam het rele huishoudinkomen met bijn a 23 procent toe. Het gemiddelde huishoudinkomen groeide vanaf 1982 steeds sterker. Di e groei is nauwelijks waarneembaar in het mediane inkomen. Dat leidt tot de conclusie dat voor al de hogere inkomens een groei in het inkomen hebben gekend. De modale inkomensklasse ligt bi j 1.001 2.000 gulden bruto per maand. Ongeveer 17 procent van alle huishoudens valt in deze klasse. M eer dan 13 procent ontvangt zelfs minder dan 1.000 gulden per maand. Er is duidelijk sprake van scheefheid in de verdeling van de huishoudinkomens van Curaao. De asymmetrie in de verdeling zorgt er voor dat het modale huishoudinkomen flink onder het gemiddelde huishoudinkomen ligt. Vergeleken met landen als Nede rland en de Verenigde Staten is de asymmetrie niet veel anders. Het gemiddelde huishoudinkomen neemt toe naarmate het huishouden in grootte toeneemt, maar dit stopt na een huishoudgrootte van 4. Het inkomen stabiliseert daarna. Het is wel zo dat de aantallen huishoudens in snel tempo afnemen naarmate het aantal person en in het huishouden toeneemt. Bestaat nog 19 procent van de huishoudens uit drie personen, de percentage s voor huishoudens met 8 en 9 of meer leden zijn beiden onder de 1.

PAGE 13

12 Het gemiddelde inkomen voor een huishouden met een enkele inkomenstrekker ligt op circa 3.300 gulden. Een tweede inkomenstrekker geeft direct een flinke boost aan het huishoudinkomen, dat hierdoor bijna verdubbelt. Elke volgende persoo n met een inkomen doet het huishoudinkomen met opvallend gelijke percentages (19 20%) toenemen. Veruit de meeste huishoudens, bijna 60 procent, vallen onder type n kerngezinhuishouden. Het gemiddelde inkomen van dit type huis houden bedraagt circa 6.100 gulden bruto. Het gemiddelde bruto huishoudinkome n per maand is voor huishoudens w aar het hoofd een man is circa 6.400 gulden. Het huishoudinkomen is voor huishoudens me t een vrouw aan het hoofd behoorlijk lager: bijna 4.000 gulden. Het verschil neemt to e met de leeftijd van het hoofd. Het gemiddeld bruto huishoudinkomen van huishoudens waar het hoofd werkend is, is met 6.100 gulden veel hoger dan van huishoudens waar het hoofd een ande re economische status heeft. Het inkomen van huishoudens met een werkzoekend hoofd is gemidde ld het laagste: 2.600 gulden. Huishoudens met een economisch niet-actief hoofd nemen een middenpositie in: 4.200 gulden. Het opleidingsniveau van het hoofd van het huishouden is in hoge mate bepalend voor de hoogte van het huishoudinkomen. Een huishouden waarvan het hoof d het hoogste opleidingsniveau heeft gevolgd (Tertiair onderwijs, tw eede niveau en Postdoctora al) heeft gemiddeld een inkomen dat circa 3,5 maal zo hoog is dan wanneer het hoofd het la agste opleidingsniveau (basisopl eiding of minder) heeft doorlopen. De verschillen in het bruto huishoudinkomen zijn gr oot als naar de geboortep laats van het hoofd wordt gekeken: van circa 2.600 gulden brut o voor huishoudens waarvan het hoof d afkomstig is uit St. Vincent & the Grenadines tot meer dan 13.500 voor huishoudens met aan het hoofd een persoon die in de Verenigde Staten van Amerika is geboren. Huishoudens met een hoofd geboren in Curaao nemen een middenpositie in: 5.200 gulden. Het huishoudinkomen wordt berekend aan de hand van de persoonlijke inkomens van alle inkomenstrekkers. Voor elke inkomenstrekker zijn de twee belangrijkste bronnen van inkomen gevraagd. Er zijn daardoor op huishoudniveau tal van combinaties mogelijk. Op huishoudniveau blijkt verreweg het vaakst n of twee inkomens uit werk voor te komen, dit betreft samen 42 procent van alle huishoudens. Relatief vaak komen ook voor n inkomen uit AOV, n inkomen uit AOV en n inkomen uit werk, n inkomen uit AOV en n inkomen uit pensioen, drie inkomens uit werk, en twee inkomens uit AOV. Gekeken naar de hoogte van het huishoudinkomen blijkt dat het hoogste huishoudinkomen wordt verkregen bij huishoudens waar vier inkomens uit werk voorkomen, gemiddeld levert dit een bruto huishoudinkomen van ruim 11.500 gulden per maa nd op. Het betreft echter een gering aantal huishoudens, minder dan 1 procent. Wa t vaker komt de combinatie 3 inkomens uit werk voor, 3 procent, die gemiddeld 9.300 gulden gene reren voor het huishouden. De hoogste huishoudinkomens komen voor in de zones St. Willibrordus, Mahaai en Spaanse Water, elk gemiddeld boven de 10.000 gulden per maand. Op redeli jke afstand volgen zones zoals Groot Piscadera en Zeelandia met een gemiddeld huishoudinkomen boven de 8.000 bruto. Scharloo is de enige zones waar het huishoudinkomen beneden de 3.000 gulden bruto ligt. De volgende zones met lage inkomens zijn Wishi, Kanga Dein, Te ra Pretu, Otrabanda, Fortuna en Flip, allen met een bruto huishoudinkomen onder de 3.500 gulden. Een huishouden zonder kinderen heeft op Curaao gemiddeld een inkomen van circa 4.900 gulden. Het gemiddelde huishoudinkomen neemt tot en met het tweed e kind toe, maar daarna daalt het inkomen weer licht. Een huishouden zonder 60-plussers h eeft een inkomen dat dicht tegen het algemeen gemiddelde aan ligt (5.600). Het huishoudinkomen van huishoudens met n 60-plusser ligt duidelijk lager: 4.300 gulden per maand. Dit betreft voor bijna de helft eenpersoonshuishoudens en hun inkomen wordt vaak bepaald door een enkele AOV uitkering. Hoe meer 60-plussers in het huishouden aanwezig zijn hoe hoger het

PAGE 14

13 huishoudinkomen wordt. Dat is ook logisch omdat (bij na) elke 60-plusser tenminste recht heeft op een AOV uitkering en daarnaast ook een flink de el een aanvullend pensioen heeft opgebouwd. Armoedeonderzoek Een maat om de inkomensongelijkheid te meten is de quitielenmethode. Ieder quintiel bevat 20 procent van alle huishoudens, gerangschikt van laagste inko mens naar hoogste inkomen. Per quintiel wordt het totaalinkomen van alle huishoudens tezamen berekend. Vervolgens wordt het aandeel van elk quintiel in het totaal van alle inkomen s over alle groepen berekend. De groep rijkste huishoudens heeft in 2011 een inkomensaandeel dat bijna tien maal (9,5) zo hoog is dan dat van de groep armste huishoudens. Vergeleken met 2001 (11,4) is deze factor wel gedaald. Vergeleken met een aantal Latijnsamerikaanse la nden en een selectie van hoge-inkomenslanden valt op dat er grote fluctuaties tussen de verschillende landen in de regio be staan, van hoge factoren voor landen als Bolivia, Hati en Honduras, tot beduidend lagere f actoren voor landen als Nicaragua, Jamaica en St. Lucia, die net als Curaao een factor beneden de 10 hebben. In landen zoals Nederland en Duitsland zijn de factoren nog veel lager. Een andere ongelijkheidmaat is de zogenaamde GINI cofficint. Deze maat heeft een waarde tussen 0 (perfect gelijkheid) en 1 (volkomen ongelijk). Hoe lager de cofficin t hoe minder ongelijk de inkomensverdeling. Voor Curaao bedraagt de GINI in 2011 0,415. Ook hier is de cofficint ten opzichte van 2001 gedaald (0,423) Ook andere armoede-indicatoren tonen een dalende trend in de armoede-inci dentie voor Curaao. De Head Count Index geeft het aan deel personen weer die beneden de armoedegrens leven. Deze index daalde tussen 2001 en 2011 van 33,7 naar 25,1 procent. De Poverty Gap Index probeert aan te geven wat het inkomenstekort is die di t deel van de bevolking verhindert om boven de armoedegrens uit te stij gen. Deze daalde van 14,8 procent in 2001 naar 8,9 procent in 2011. Van alle huishoudens heeft 25,1 pr ocent in 2011 een inkomen dat beneden de armoedegrens ligt. Huishoudens met een inkomen onder de armoedegrens hebben vaak een vrouw als hoofd van het huishouden, hebben een hoofd die werkzoekend is of een hoofd met een lage opleiding. Vooral indien het hoofd een inkomen uit uitkering of AOV heeft bevindt het huishouden zich vaak onder de armoedegrens. Andere kenmerken van het huishouden die tot hogere percentages beneden de armoedegrens leiden zijn onder andere huishoudgrootte (1-pers oonshuishoudens, of meer dan 5 pe rsonen) en huishoudens met drie en meer kinderen. De hoogste percentages huishoudens onder de armoedegrens komen voor in de zones Scharloo, Tera Pretu en Fortuna. De laagste percentages komen voor in Spaanse Water, Mahaai en Zeelandia. Inkomensverschillen man en vrouw Met behulp van de censusgegevens is geprobeerd oorzaken te vinden in het verschil in inkomen tussen man en vrouw. De analyse richt zi ch op de inkomens van werkenden. Ongecorrigeerd bedraagt het verschil in beloning tu ssen werkende mannen en vrouwen 37 procent. Het verschil daalt tot 26 procent indien gecorr igeerd wordt voor lengte van de werkweek. Teneinde een goede vergelijking te kunnen maken van inkomensverschillen worden op detailniveau verder uitsluitend beroepen vergeleken waar voldoende mannen n vrouwen in voorkomen. De resultaten zijn verder voor leeftijd sverschillen gecorrigeerd. Voor de groep vergelijkbare beroepen komt het totale verschil uit op 14,2 procent. Concluderend kan gesteld worden dat de beloni ngsverschillen tussen mannelijke en vrouwelijke werknemers voor een belangrijk deel verklaard k unnen worden door verschillen in duur van de werkweek. Verschillen in leeftijd en opleidingsni veau spelen een minder grote rol. De grootste

PAGE 15

14 verschillen in beloning komen echter door de keuze van het beroep. Indien naar vergelijkbare beroepen wordt gekeken dan blijkt het beloningsverschil gere duceerd te worden tot iets meer dan 14 procent. Feit is dat er beloningsverschillen bestaan en blijv en bestaan tussen mannen en vrouwen. Internationaal gezien lijken de verschillen wel steeds geringer te worden. Ook nemen de verschillen af naarmate de werkende jonger is. Onafhankelijk van de mogelijke oorzaken van de be loningsverschill en tussen mannen en vrouwen, de consequenties van de lagere bel oning voor vrouwen kunnen vergaand zi jn. Lagere beloning leidt to lagere pensioenen op latere leeftij d, waardoor de kans om op latere leeftijd onder de armoedegrens te vallen groter is dan bij mannen. Lagere beloning leidt ook tot lagere consumptieve uitgaven en een lagere economische groei Risicofactoren die een rol spelen bij armoede Op basis van de risicofactoren di e het Nederlandse Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) onderscheidt bij haar analyse van armoedevraagstukken zijn vanuit de census data de vo lgende risicofactoren gespecificeerd: leeftijd: 60-plussers; geslacht: vrouw; burgerlijke staat: gescheide n, weduwe/weduwnaar, ongehuwd; etniciteit: migrant uit de regio (exclusief de Nederlandse Cariben en Venezuela); zelfredzaamheid: beperkingen in het dagelijkse leven ; gezondheid: slechte gezondheidservaring; gezondheid: gehandicapt; opleiding: niet voltooide startkwalificatie, laag opleidingsniveau; arbeidsmarktpositie: langdurige werkloosheid; arbeidsmarktpositie: arbeidsongeschiktheid; arbeidsmarktpositie: laag gekwa lificeerd werk (beroepsgroep 9) Uit de analyse blijft dat langdurig werkloos en arbeidsongeschikt het grootste risico om onder de armoedegrens te vallen opleveren. He t is echter niet voldoende om naar enkelvoudige risicofactoren te kijken. Hoe meer risicofactoren betrekking hebb en op het huishouden hoe groter de kans onder de armoedegrens te vallen. Naast langdurig werkloos of arbeidsongeschikt leiden de overige risico factoren afzonderlijk niet tot hoge incidenties van armoede. Dat gebeurt pas als meerdere combinaties van factoren een rol spelen, en dan vooral als die factoren een lage opleiding, een laag gekwalificeerd beroep, alleenstaande, ongehuwd n 60-plusser zijn. Deze factoren komen steeds weer terug. Andere combinaties van risicofactoren leiden minder vaak tot hoge risicos of tot minder hoge risicos.

PAGE 16

15 Summary This publication is based on Census Theme Income. The subjects in this theme are Personal Income, Household Income, Income distribut ion, Poverty and Special Studies. Personal Income In 2011, average personal gross income amounted to 3.023 guilders. Median income was much lower: 1.836 guilders. This discrepancy signifies a skewed distribution of personal incomes in Curacao. In a period of forty years (Census years 1971-2011) re al gross personal income grew with 29 percent. Between 1992 and 2001 income growth was at its highest: on average 1, 4 percen t on a yearly basis. There is a remarkable difference between the income s of men and women. On average, the difference in 2011 is almost 50 percent. Notable is that the differences between the incomes raise as the age increases: from a 21 percent difference in the lowest age gro up to 72 percent in the age group 65 and older. The differences in incomes between men and women have diminished in the course of the Census years. Average income of women has grown at a much faster pace than income of men. There is a clear relationship between (height) of income and educational level. Persons with a low level of education, primary education or less, earn on averag e a gross income of 1.700 guilders a month. Personal gross income rises to about 8.500 guilder s a month for the highest educated (2nd level of tertiary education). The relationship between gross income and economic status is also manifest. An unemployed person receives on average less than 1.400 guilders per m onth, whereas an employed person gets almost 3.600 guilders. Economic not-active persons make an income that is in between : almost 2.000 guilders. A head of a household receives on average a gross income of 3.500 guilders per month. It makes much difference in income whether the head is a man (4.200) or a woman (2.600). Persons born in the Netherlands receive on average th e highest personal income. The difference with the incomes of persons from another place of birth is c onsiderable. Persons born in Curacao receive a little less than 3.000 guilders per month, somewhat less than the overall average pers onal income. Persons born in Surinam, Aruba and Venezuela receive on averag e a higher gross income, whereas persons born in other Caribbean countries, includi ng Bonaire and St. Maarten, and Portugal (Madeira) receive on average a lower gross income. The more positive a person perceives its health, the highe r its income is. Age plays here an important role. Seniors often have health issues and also often have lower incomes. Persons who perceive their health as good or very good are relatively often those who have an income from work or, to a lesser extent, from private pension, as their main source of income. Total gross personal income is on av erage highest for persons who genera te their income from property (almost 7.700 guilders) Employed persons receive on average a little more than 3.600 guilders and persons with a private pension a little less than this. The lowest income is received by persons having a state allowance (onderstand ). Of the population 15 years and older with an inco me, around 22 percent also have a second income. A second income mostly occurs with persons having a pr ivate pension as main source of income (two third of them), and that second income is most ofte n state pension (AOV). Thos e receiving AOV as main source of income have a second income in 21 percent of the cases, mainly from a private pension and sometimes from work. From the employed persons, 13 percent have a second income. There is a clear relationship be tween occupation and income. Average gross income rises as the professional qualifications increase. The relationship between occupa tion and educational level is evident.

PAGE 17

16 Employers earn, as is to be expected, on averag e the highest incomes (a lmost 5.100 guilders). Selfemployed professionals make on average around 3.700 guilders, slightly more that employees in permanent service (3.650). An employee in permanent service earns on average 30 percent more that an employee in temporary service (2.600). Persons on a long-term contract ha ve a higher income than those on a short-term contract, 2.900 and 2.100 guilders respectively. The average income of a pe rson on a long-term contract is even higher than that of an employee in temporary service. Average gross monthly income is highest in i ndustries Financial and Insurance Activities, Professional, Scientific and technical Activities and Public Administration and Defense. Lowest average incomes are earned in Activ ities of Households as Employers and Agriculture, Forestry and Fishing About one third of the unemployed with an income, receive a state allowance. Most of these are women, receiving on average 740 guilders a month. Those unemployed receiving AOV as main source of income, have on average an income of just over 1.000 guilders. Incomes from other source are much higher. Highest gross incomes are received by persons having a pension or property inco me as main source of income (resp. 2.100 and 2.300 guilders), bu t these groups are small in size. Most persons who are economically not -active do not have an income. This is especially true for the youngest. Almost all 65-plusser indicate to receive an income, which is obvious since (almost ) all of them have a right to a state pension. Average income of economically not active persons is mainly determined by the source of their income. Average gross income is highest when receiving inco me from property (8.100 guilders), is average when receiving private pension with an additional AOV (3.200 guilders), and lowest when the main source of income is AOV, alimony, state allowance or sc holarship (1.000 guilders or slightly more). Especially after age 35, the difference in income between not-active men and women is high. Main contributors to this divergence are differences in education and source of in come. Higher educated notactive men earn considerably more th an higher educated not-active women. Household Income In 2011, average gross household income was 5.331 guilder s. Median income was much lower than that: 3.500 guilders. As was seen at the personal income level, there is also a skewed distribution of household income. Real household income grew betw een the Census years 1971 and 2011 w ith almost 23 percent. From 1982 the growth accelerated. This acceleration is barely visible in the development of real median income. That leads to the conclusion that growth in real income mainly occurre d for the higher incomes. Modal household income class is at 1.001 2.000 guild ers a month. About 17 perc ent of all households are in this income class. Another 13 pe rcent receive less than 1.000 guilders a month. There is clearly an asymmetry in the household in come distribution of Curacao. Compared to other countries this asymmetry is not uncommon. Average household income increases when the household size increases, but th is increase stops after a household size of 4. Household income stabilizes after this point. The number of households at higher household sizes decreases rapidly: la rge households (8 persons or more) are less than 1 percent of total number of households. With one single income earner, average gross household income is around 3.300 guilders. A second earner almost doubles household income. Any additional person with an income raises average household income by a quite stable percentage (19-20%). Most households, 60 percent, are of type one-nuclear household, with an average gross monthly income of 6.100 guilders.

PAGE 18

17 When the head of the household is a man, average household income is around 6.400 guilders. Household income of a household with a woman as head is much lower: almost 4.000 guilders. Discrepancies increase with the age of the head of the household. Households with an employed head have on averag e a much higher household income (6.100 guilders) than households where the head has another economic status. Average inco me is lowest when the head of the household is unemployed ((2.600). A household with an economical not-active head generates on average an gross income of 4.200 guilders. The educational level of the head of the household largely determines the le vel of household income. A household whose head has completed the highest level of education (tertiary e ducation, second level and postdoctoral) has an average income which is approximately 3.5 times higher than when the head has the lowest educational level (primary education or less). Differences in gross household income are large when looking at the place of birth of the head: from approximately 2,600 guilders gross for a household whose head was born in St. Vincent & the Grenadines to more than 13,500 for a household headed by a person born in the United States of America. Households with a head born in Curaao take a middle position in gro ss income: 5,200 guilders. Household income is calculated as the sum of inco mes of all income earners. Each income earner was asked to report on two main sources of income. Consequently, numerous combinations of sources of income are possible on the household level. At the household level, by far the most common comb inations of sources of income are one or two income(s) from work, together 42 percent of all h ouseholds. Relatively often one income from state pension (AOV), one income from AOV and one from work, one income from AOV and one from private pension, three incomes from work, and two incomes from AOV occur. Looking at the combinations of income sources at th e household level that rend ers the highest household income, the combination of four incomes from work are on top, with an average gross household income of more than 11,500 guilders per month. However, this concerns only a small nu mber of households, less than 1 percent of total. More often occurs the combin ation of three income from work, 3 percent, with an average household inco me of 9,300 guilders. Highest average gross household incomes can be found in the geographical zones of St. Willibrord, Mahaai and Spaanse Water, each averaging over 10,000 guilders per month. At a fair distance zones such as Groot Piscadera and Zeelandia follow with an average household inco me above 8,000 gross. Scharloo is he only zone where average household income is less than 3,000 guilders a month. Next zones with low incomes are Wishi, Kanga Dein, Tera Pretu, Otrabanda, Fortuna a nd Flip, all with a gross household income below 3,500 guilders A household without children generates on average an income of around 4.900 guilders. Up to and including two children, household income rises, but with additiona l children in th e household, gross income decreases somewhat. Households without 60-plu ssers have on average an income close to general average household income (5.600). Households with one single 60-plusser have a clearly lower income (4.300) on average. Main reason for this lower income is the fact that almost half of these hous eholds are single-person households where household income often is determined by one single AOV allowance. The more persons over 60 are present in the household, the high er the household income. This is logical because (almost) every 60plusser is at least entitl ed to a state pension (AOV) and many of them have also built up a supplementary private pension. Poverty Study A method to measure income inequality is the so -called quintile method. E ach quintile contains 20 percent of all households, ranked from lowest income to highest income. Per quint ile total income of all households together is calculated. The share of each quintile in the total of all income is then calculated for all groups.

PAGE 19

18 In 2011, the wealthiest households have an income shar e that is almost ten times (9.5) larger than the share of the poorest households. Compared with 2001 (11.4), this factor had however decreased. Compared with several Latin American countries a nd a selection of high-income countries, it can be noted that there are large fluctuations between diff erent countries in the regi on, from high factors for countries such as Bolivia, Haiti and Honduras, to significantly lower factors for countries like Nicaragua, Jamaica and St. Lucia, who, like Curaao, have a fact or below 10. In countries such as the Netherlands and Germany, these factors are much lower. Another method to measure inequality is the so-calle d GINI coefficient. This measure rates between 0 (perfect equality) and 1 (total inequality). The lower the coefficient the better the equality. For Curacao, the GINI for 2011 is calculated at 0,415. Here, the coefficient for 2011 is also lower that the one for 2001 (0,423). Other poverty indicators also point to a decl ining trend in poverty rates in Curacao. The Head Count Index represents th e share of persons living below the poverty line. This index decreased from 33,7 in 2001 to 25,1 in 2011. The Poverty Gap Index tries to measure the shortfall in income that prevents the poor population to rise above the poverty line. This index de clined from 14,8 in 2001 to 8,9 in 2011. Of all households, 25,1 percent had an income below the poverty line in 2011. Households with incomes below the poverty line often have a woman as head of household, the head is unemployed or the head has a low education. Particularly households fall below th e poverty line when the head has an income from AOV or a state allowance (onderstand). Other household characteristics that lead to high percentages of in comes below the poverty line are household size (particularly single -person households and households of 5 or more persons), and households with three or more children. Highest percentages of households below the poverty line are in geographical zones of Scharloo, Tera Pretu and Fortuna. Lowest percentages occur in zones Spaanse Water, Mahaai and Zeelandia. Income differences between men and women The census data were used to try to find causes that explain the differences in income between men and women. The analysis focuses on the incomes of the working population. Uncorrected is the difference in pay between work ing men and women working amounts to 37 percent. The difference drops to 26 percent when ad justed for length of the working week. In order to make a meaningful analyses, comparisons of income differences were made on detailed levels of occupations, but only for those occupations wher e adequate numbers of men and women could be found. The results were further corrected for differences in age. For the group of comparable occupations, the tota l difference between incomes amounted to 14,2 percent in total. In conclusion, it can be argued that the wage gap betw een male and female workers can to a large extent be explained by differences in the duration of the working week. Differe nces in age and education play a lesser role. The biggest differences in income however can be attributed to the choice of profession. If only comparable occupations are chosen then the in come gap is reduced to just over 14 percent. Fact is that gender pay differences exist and continue to exist. L ooking at international data, gender differences in income appear to be getting smaller. Differences also decrease as the working population is younger.

PAGE 20

19 Regardless of the possible causes of the income gap between men and women, the consequences of lower pay for women can be far-reaching for society. Lower pa y leads to lower pensions later in life, so the likelihood to fall below the poverty line in later life is higher for women than for men. Lower pay also leads to lower consumer spending and lower economic growth rates. Risk factors that pl ay a role in poverty Based on the risk factors that the Dutch Social a nd Cultural Planning Office (S CP) distinguishes in its analysis of poverty, census data is used to specify the following risk factors: Age: 60-plussers; Gender: female; Marital status: divorced, widow / widower, unmarried; Ethnicity: migrants from th e region (excluding the Dutc h Caribbean and Venezuela); Self-reliance: restrictions in daily life; Health: poor health experience; Health: disabled; -Education: not completed basic qualifications, low level of education; Labor market position: long-term unemployment; Labor market position: incap acitated (unable to work); Labor market position: low-skil led jobs (occupational level 9) The analysis shows that long-term unemployed and unabl e to work yield the greatest risk of falling below the poverty line. However, it is not su fficient to look at single risk f actors. The more risk factors are related to a household the more likely this household will fall be low the poverty line. Apart from long-term unemployed or unable to work, other individual ri sk factors do not lead to high incidences of poverty. That only occurs when multiple combinations of factors are involved, and then particularly risk factors such as low educa tion, low qualified job, singl e person or unmarried and 60-plus. These factors keep coming back in the analyses. Othe r combinations of risk f actors result less often to high risks or to less high risks.

PAGE 21

20 Inleiding Algemeen In de periode van 26 maart tot en met 3 april 2011 is door het CBS van Curaao de vijfde Volksen Woningtelling, hierna te noemen Census 2011, gehouden. De Census 2011 bevat een schat aan gedetailleerde gegevens over de bevolking van Curaao, haar huisvesting en haar economische omstandigheden. Het is de taak van het CBS om vanuit deze detailgegevens relevante informatie te verstrekken aan de maatschappij. Die informatieverstrekking doet het CBS op verschille nde wijzen. In januari 2012 werden de voorlopige resultaten gepresenteerd, en in juli 2012 de publicatie Eerste Resu ltaten. Vanaf maart 2013 zijn er periodiek tabellen vervaardigd en middels de website aan het publiek beschikbaar gesteld. Daarbij zijn in korte persberichten en via sociale media (Facebook) globale conclusies gepresenteerd op basis van deze tabellen. Per 1 oktober 2013 is het basisbestand van de Ce nsus 2011 beschikbaar gekomen. Daarmee is de volgende fase van informatieverstrekking aa ngebroken: de vervaardi ging van zogenaamde basispublicaties op basis van gedentificeerde thema' s. Belangrijke thema's zijn demografie, inkomen, huishoudens, arbeidsmarkt, gezondheid en onderwijs. Ve rmeldenswaardig is ook de vervaardiging van de Thematische Geocode-atlas, welke de belangrijkste vari abelen van alle thema's geografisch presenteert en analyseert. Doelstelling De centrale doelstellingen in onze economie hebben betrekking op economische groei, werkgelegenheid en inkomensvorming, en de verdeling van het inkome n. Het inkomensbeleid van de overheid zal zich richten op de verwezenlijking van een rechtvaardige inkomensverdeling. Een inkomensbeleid kan alleen eff ectief worden geformuleerd wanneer de daarvoor benodigde inzichten in de actuele situatie omtren t inkomens beschikbaar zijn. De publicatie Inkomens en inkomensverdelingen in Curaao biedt door middel van tabellen, figuren en analyses van inkomensrelevante variabelen van de Census 2011 gedetailleerde informatie over inkomens van personen en van huishoudens, vanuit vele facette n en onderlinge verbanden, waarmee het beleid omtrent inkomensvorming en inkomensverdeling kan worden gevoed. Opzet van de publicatie De onderhavige publicatie is gebase erd op het thema inkomen. Onder dit thema vallen de onderwerpen persoonlijke inkomens, huishoudinkomens, inkomen sverdeling, armoede en speciale studies. De publicatie is als volgt ingedeeld: In hoofdstuk 1 wordt de methodologie achter de analyse van inkomens en inkomensverdelingen beschreven, alsmede de gehanteerd e definities en classificaties. In hoofdstuk 2 worden de algemene uitkomsten gepresenteerd in de vorm van algemene centrummaten: gemiddeld, mediaan en modaal inkomen. De uitkom sten worden voor zover mogelijk vergeleken met uitkomsten van voorgaande tellingen. Daarbij zijn de gegevens uit de oudere tellingen herberekend naar prijzen van 2011, middels het c onsumenten prijsindexcijfer. Hoofdstuk 3 beschrijft de bruto persoonlijke inkomens. Bij de analyse van de inkomens wordt onderscheid gemaakt naar algemene persoonskenm erken en kenmerken naar economische status: werkenden, werkzoekenden en economisch niet-actieven.

PAGE 22

21 Voor de persoonlijke kenmerken wordt gekeken n aar variabelen geslacht, leeftijd, opleiding, economische status, positie binnen het huishouden geboor teplaats, gezondheidskenmerken, bron(nen) van inkomen. Voor werkenden wordt nader ingegaan op beroep, ec onomische positie en bedrijfstak. Het inkomen van werkzoekenden wordt nader belicht naar de br on van inkomen, duur van de werkloosheid en opleidingsniveau. Economisch niet-actieven worden nader belicht door hun inkomen af te zetten tegenover leeftijd, geslacht, bron va n inkomen en opleidingsniveau. In Hoofdstuk 4 komen de bruto huishoudinkomens aan bod. Er wordt gekeken naar de verdeling van de huishoudinkomens over de inkomensklassen, inkomens naar huishoudgrootte, aant al inkomenstrekkers, typen huishouden, kenmerken van het hoofd van het huishouden (leeftijd, geslacht, economische status, opleiding, geboorteplaats) en bronnen van het huishoudi nkomen. Ook worden de regionale verschillen belicht. Tenslotte worden enkele additionele variabel en in het kort toegelicht: aantal kinderen, aantal 60plussers en aantal personen met een beperking Hoofdstuk 5 staat geheel in he t licht van de inkomensverdeli ng van Curaao op huishoudniveau en armoede. Daarbij wordt het bruto huishoudinkomen herberekend naar ge standaardiseerd netto besteedbaar huishoudinkomen. Met behulp van de o fficile door het CBS be rekende armoedegrens, geactualiseerd naar het Ce nsus tijdstip, wordt voor elke huishouden bepaald of haar besteedbaar inkomen onder of boven de armoedegrens valt. Vervolgens worden inkomensverdelingen opgestel d en wordt aan de hand van internationale verdelingsmaten (quintielenanalyse GINI cofficint en Lorenz-cur ve) de inkomensongelijkheid van Curaao beschreven en internationaal vergeleken. Me t behulp van de Head Count Index en de Poverty Gap Index wordt de mate van armoede beschreven. Deze maten worden vergeleken met voorgaande Censussen en ook met landen in de regio. Ook wordt de incidentie van armoede nader best udeerd aan de hand van kenmerken van het huishouden en de inkomensbronnen waar het huishouden over be schikt. Tenslotte wordt nader ingegaan op de regionale spreiding van de armoede. In hoofdstuk 6 worden twee speciale studies verricht. De eerste is een nadere analyse van de oorzaken van de verschillen tussen i nkomens van mannen en vrouwen ( Gender Wage Gap). Daarbij wordt specifiek gekeken naar inkomen uit we rk en worden de verschillen belicht aan de hand van leeftijd, duur van de werkweek, beroep, economische positie. Het ve rschil wordt aan de hand van deze variabelen zo veel mogelijk gecorrigeerd, en vervolgens vergeleken met andere landen. De tweede analyse betreft het nader onderzoeken van factoren die een risico vormen voor een persoon om onder de armoedegrens te vallen. De mate waarin d eze risicofactoren van invloed zijn op de mogelijkheid om onder de armoedegrens te vallen worden enkel voudig en vanuit een multivariate analyse onderzocht. In Bijlage 1 worden de achterliggende tabellen met betrekking tot de persoonlijke inkomens, de huishoudinkomens en speciale tabellen gepresenteerd. Bijlage 2 tenslotte geeft een overz icht van de door het CBS gehanteerde methode om armoedegrenzen voor Curaaose huishoudens te berekenen. De armoedegrenzen die in hoofdstuk 5 worden gepresenteerd zijn op basis van deze methodologie berekend. De presentatie is als volgt. De achtergrond van de publicatie wordt gevormd door de tabellen in Bijlage 1. Dit zijn de zogenaamde publicatietabellen die deels eerder door het CBS zijn gepubliceerd. In de tekstgedeelten wordt gebruik gemaakt van tabellen die de basis voor het verhaal vormen. Dit zijn zelfstandige tabellen of een synopsis van de hoofdtabellen. Figuuren kunnen in de plaats van tabellen worden gebruikt en zijn verder bedoeld om de analyse te verduidelijken.

PAGE 23

22 Hoofdstuk 1. Methodologie Overzicht Voor Curaao is uitsluitend gebruik gemaakt van gegevens die in de Census zijn gevraagd. Voor gegevens uit het buitenland is informatie uit verschillende bronnen ge bruikt en ter plekke gedocumenteerd. De analyse is beperkt tot partic uliere huishoudens. Collectieve huis houdens (tehuizen, gevangenis) zijn niet meegenomen. Belangrijkste reden hiervoor is dat collectieve huishouden s vanwege hun afwijkende aard en samenstelling niet representatief zijn in de gevolgde analyse van deze publicatie. Hoofdvariabelen in deze publicatie zijn de inkomensvragen. Dit be treft de vragen bron van het belangrijkste inkomen, inkomen uit belangrijkste br on bron van het tweede inkomen en inkomen uit de tweede bron uit het persoonsformulier. Respondenten konden het inkomen uit de twee bronnen opg even ofwel als bruto ofwel als netto inkomen en voor verschillende periodiciteit en (maand, week, twee-wekelijks) en valuta. Inkomens zijn opgegeven op basis van inkomenskaarten, die elk een inkomensklasse vertegenwoordigden. Uit deze opgaven werden bruto of netto maandinkomens in guldens berekend aan de hand van klassenmiddens en omzetting naar maand en even tueel met valuta conversie. Door middel van een interne procedur e zijn bruto inkomens omgezet naar netto inkomens en vice -versa. De inkomensvragen zijn gerelateerd aan een ve elheid van variabelen die eveneens in het persoonsformulier zijn te vinden, aangevuld met enkele variabelen uit het woonformulier. Naast de inkomensvragen zijn de navolgende variabelen gebruikt: Leeftijd Geslacht Geboorteland Relatie tot het hoofd van het huishouden Burgerlijke staat Gezondheidsperceptie (hoe erva art u uw gezondheid in verg elijking met anderen van uw leeftijd?) Fysieke en psychische handicap Moeilijkheden in de uitvoering van de dagelijkse activiteiten Opleiding (hoogst gevolgde opleidi ng niet schoolgaanden) Economische status (combinaties va n vragen uit de sectie werk) Duur werkloosheid (hoe lang zoekt u naar werk?) Waarom zoekt u geen werk? (a lleen de gezondheidsredenen) Beroep Bedrijfstak Economische positie Huishoudgrootte Huishoudtype

PAGE 24

23 Geozone Met deze variabelen zijn ook afgeleide vari abelen geconstrueerd en gebruikt, zoals Aantal kinderen in het huishouden Aantal 60-plussers in het huishouden Aantal inkomenstrekkers in het huishouden Risicofactoren voor armoede (per persoon) Combinaties van risicofa ctoren (per persoon) Equivalentiefactoren (om huishoudens naar standaard huishoudens te transformeren Gestandaardiseerd ne tto huishoudinkomen Huishoudens onder of boven de armoedegrens (op basis van gesta ndaardiseerd netto huishoudinkomen en de bijhorende armoedegrens Definities Persoonlijk inkomen: De som van de netto of bruto inkomens uit be langrijkste en tweede bron. In de analyse van persoonlijke inkomens is alleen n aar het bruto inkomen gekeken. Huishoudinkomen: De som van de netto of bruto persoonlijke inkomens van alle leden binnen het huishouden met een inkomen. In de analyse van huishoudinkomens is alleen gebruik gemaakt van de bruto huishoudinkomens. In de analyse van inkom ensverdeling en armoede is het netto huishoudinkomen als basis gebruikt. Gemiddeld inkomen: Is het gemiddelde van alle persoonlijke i nkomens of alle huishoudinkomens van de groep personen of huishoudens in de betreffende anal yse. Voor de berekening van alle gemiddelde inkomens zijn alle non-respons en alle 0-inkomens niet meegenomen. Bruto en netto inkomen: Het bruto inkomen is het inkomen uit arbeid, vermogen, uitkering of andere bron waar geen inhoudingen op zijn gepleegd. Het netto inkomen is gelijk aan het bruto inkomen na aftrek van loonof inkomstenbelasting en sociale premies. Non-respons (van het inkomen): Indien een respondent aangeeft wel een inkomen te hebben maar de hoogt e niet wil opgeven dan wordt de inkomensvraag als non-respons beschou wd. Dit geldt voor beid e inkomensvragen. Als gevolg hiervan is ook het persoonlijk inkomen van de persoon non-respons, zelfs als een van de twee inkomens wel is opgegeven. Indien in een huishouden een of meer person en een non-respons hebben wordt het gehele huishoudinkomen als non-respons beschouwd.

PAGE 25

24Classificaties Onderwijs De opleidingen zijn geclassificeerd conform de niveau indeling van het International Standard Classification of Education (ISCED, 1997) zoals bepaald door UNESCO. In deze publicatie is gebruik gemaakt van een compacte versie van de ISCED met de volgende niveaus: 1. Geen of ten hoogste basisonderwijs funderend onderwijs lagere school 2. Secundair onderwijs, eerste niveau : VSBO, MAVO, HAVO 1+2, VWO1+2 3. Secundair onderwijs, tweede nive au: HAVO 3-5, VWO 3-6, SBO, MBO 4. Tertiair onderwijs, eerste niveau: HBO 5. Tertiair onderwijs, tweede niveau: WO 6. Tertiair onderwijs postdoctoraal Vanwege de geringe aantallen personen in de post doctorale fase is deze in de publicatie samengevoegd met universitair onderwijs (tweede n iv eau van het tertia ir onderwijs).

PAGE 26

25 Bedrijfstakken De indeling van bedrijfstakken is volgens de International Sta ndard Industrial Classification ISIC rev. 4 van de Verenigde Naties gebeurd. In vergelijking met de voorgaande ISIC classificatie zijn door verdere uitsplitsing meer bedrijfstakken onts taan waarbij beter rekening is gehouden met nieuwe activiteiten. De vergelijking met opstellingen die no g gebruik maken van de voorgaande versies van de ISIC wordt hierdoor wel bemoeilijkt. De indeling in hoofdgroepen is als volgt: 1. Landbouw, bosbouw en visserij 2. Industrie 3. Productie en distributie van elektriciteit, gas, stoom en gekoelde lucht 4. Distributie van water; afvalen afvalwaterbeheer en sanering 5. Bouwnijverheid 6. Grooten detailhandel; reparatie van auto's en motorfietsen 7. Vervoer en opslag 8. Verschaffen van accommodatie en maaltijden 9. Informatie en communicatie 10. Financile activiteiten en verzekeringen 11. Exploitatie van en hand el in onroerend goed 12. Vrije beroepen en wetenschappelijke en technische activiteiten 13. Administratieve en ondersteunende diensten 14. Openbaar bestuur en defensie; ve rplichte sociale verzekeringen 15. Onderwijs 16. Menselijke gezondheidszorg en m aatschappelijke dienstverlening 17. Kunst, amusement en recreatie 18. Overige diensten 19. Huishoudens als werkgever; niet-gedifferentie erde productie van goede ren en diensten door huishoudens voor eigen gebruik 20. Activiteiten van extrater ritoriale organisaties Beroepen Voor de analyse van inkomens naar beroep(sgroepen) is gebruik gemaakt van de International Standard Classification of Occupations (ISCO-2008 ) van de ILO. De hoofdgroep indeling van ISCO is als volgt: 0 Strijdkrachten 1 Leidinggevenden 2 Intellectuele, wetenschappelijk e en artistieke beroepen 3 Technici en vakspecialisten 4 Administratief personeel 5 Professioneel personeel in de landbouw, bosbouw en visserij 6 Dienstverlenend personeel en verkopers 7Ambachtslieden

PAGE 27

26 8 Bedieningspersoneel van machines en installaties, assembleurs 9 Elementaire beroepen Deze hoofdgroepindeling is, met uitzondering van de spec iale analyse van de beloningsverschillen tussen mannen en vrouwen, gebruikt. Huishoudtypen Voor de samenstelling van het huishouden is in deze studie gebruik gemaakt van de kerngezinshuishoudens indeling. Een kerngezin bestaat uit twee of meer personen die bloedof aanverwanten zijn van elkaar of via adoptie of pleegouderschap een soortgelijk verwantschap hebben. 1. npersoonshuishouden: man of vrouw woont alleen. 2. Enkerngezinshuishouden: man en vrouw, gehuwd of samenwonend, al dan niet met kinderen of man of vrouw alleen, met kinderen; 3. Meerkerngezinshuishouden: meerdere kerng ezinnen binnen n huishouden, bijvoorbeeld grootvader met grootmoeder (kerngezin 1) en dochter met kind (kerngezin 2); 4. Kerngezinshuishoudens met inwonende personen, al dan niet verwant aan de /het kerngezin(nen), bijvoorbeeld inwonende vriendin, grootmoeder; 5. Geen kerngezinshuishouden: Meerde re personen die niet gehuwd zijn of met elkaar samenwonen, bijvoorbeeld vrienden, studenten, broers, zussen;

PAGE 28

27 Hoofdstuk 2. Algemene resultaten en longitudinale vergelijkingen Gemiddeld inkomen, mediaan inkomen, modaal inkomen Om een algemene indruk te krijgen van de kenmerken van een variabele wordt in de statistiek gebruik gemaakt van een aantal centrummaten. Een centrummaat, ook wel centrale tendens genoemd, beschrijft het centrum van een verdeling. Een centrummaat geeft daarmee in n getal een algemene indruk van de dataset. Bekende centrummaten zijn het (rekenkundig) gemiddelde, de mediaan en de m odus. Analyse van deze verschillende centrummaten geeft ook een indruk van de mate van spreiding van de gegevens. Bij een symmetrische verdeling ligt de modus dicht bij het gemiddelde en de me diaan, bij een scheve verdeling niet. Met het gemiddelde wordt doorgaans het rekenkundige gemiddelde van een reeks getallen bedoeld. Her gemiddeld inkomen is de som van alle waar nemingen gedeeld door het aantal waarnemingen. De mediaan is het midden van een geordende gege vensverzameling. Met midden wordt het middelste element in de verzameling bedoeld. Met ordening wordt bedoeld dat de gegevensverzameling wordt gesorteerd van laag naar hoog. In het geval van de inkomensverdeling geeft de mediaan het middenpunt aan tussen de lagere en hoger inkomens: 50 procent van de inkomens bevindt zich onder de mediaan en 50 procent daarboven. De modus is binnen een gegevensverzameling de waarde of klasse met de grootste frequentie, de waarde of klasse die het vaakst voorkomt. De modus als centrummaat is alleen zinvol wanneer de resultaten zich spreiden rond n centrale waarde. In het geval van de inkomensgegeven s uit de census blijkt dat hiervan geen sprake is. Er zijn m eerdere toppen in de freq uentieverdeling te vinden. Het modale inkomen zal daarom in dit hoofdstuk niet verder worden behandeld. In de volgende hoofdstukken, waar de inkomensverdeling zal worden gepresenteerd in de vorm van inkomensklassen, wordt de modale inkomensklasse wel beschreven. De berekeningen vinden plaats voor zowel de persoon lijke inkomens als de huishoudinkomens. Bij de berekeningen worden de personen of huishoudens di e een 0-inkomen hebben niet meegenomen. Tevens zijn de personen binnen zogenaamde collectieve huishoudens, en die huishoudens zelf, buiten de berekeningen gehouden. Persoonlijke inkomens In 2011 bedroeg het gemiddelde inkomen per pers oon 3.023 gulden. Het mediane inkomen kwam uit op 1.836 gulden. De mediaan ligt dus behoorl ijk onder het gemiddelde inkomen. In figuur 1 worden het gemiddelde en het medi ane inkomen vergeleken met de twee voorgaande tellingen. Daartoe zijn de inkomens voor deze jaren gebracht op het prijsniveau van 2011, om zinvolle ontwikkelingen te kunnen beschrijven. Het gemiddelde inkomen is in de gehele periode 1992 2011 in rele termen gestegen met ruim 21 procent. De toename was in de periode 1992 2001 groter dan in de periode 2001 2011 (13 versus 7,5%). De gemiddelde jaarmutatie bedroeg voor de gehele pe riode precies 1 procent. De gemiddelde jaarmutaties geven aan dat de rele inkomens in de eerste periode sneller toenamen (1,4% gemiddeld per jaar) dan in de tweede periode (0,7% gemiddeld per jaar).

PAGE 29

Figuur 1 Persoonlijke inkome ns Curacao, Census 1992-2011 Het mediane inkomen volgde in de eerste periode de ontwikkeling van het gemiddelde inkomen redelijk goed. De toename was tussen 1992 en 2001 12 procent, De toename was in de periode 2001 2011 duidelijk lager: 2,4 procent. Totaal kwam de groe i tussen 1992 en 2011 uit op 14,7 procent. Op jaarbasis nam de groei in beide perioden af van 1,3 naar 0,3 procent. Over de gehele periode was de stijging 0,7 procent. Vergelijking van het mediane en gemiddelde inkomen leid t tot de conclusie dat er duidelijk sprake is van een scheve inkomensverdeling, welke na 2001 grot er is geworden. Er was na 2001 voor zowel het gemiddelde als het mediane inkomen sprake van een af zwakking van de groei, maar omdat de groei van het mediane inkomen meer afzwakte zijn de lagere inkomens verder achterop geraakt.. In figuur 2 zijn de gemiddelde bruto maandinkome ns voor de laatste vijf Censussen (1971 1982 1992 2001 en 2011) getekend. Uit de figuur blijkt dat het rele persoonlijke inkomen tussen 1971 en 1982 licht daalde, om in de volge nde censusjaren toe te nemen. Een waarschuwing is evenwel op zijn plaats. De uit komsten voor de Census van 1971 en in mindere mate die van 1982 zijn onzeker omdat gebruik is gemaak t van minder gedetailleerde inkomensgegevens (de inkomens zijn in klassen met grote intervallen gecodeerd). Ook is er in de eerste periode (1971-1982) sprake geweest van (zeer) hoge inflatie (gemiddeld bijna 10% per jaar). Beid e feiten kunnen leiden tot een grotere betrouwbaarheidsm arge in de uitkomsten. Rekening houdende hiermee kan gesteld worden dat er weinig ontwikkeling plaats vond in het rele persoonlijke inkomen tussen 1971 en 1982 Tussen 1982 en 1992 nam het persoonlijke inkomen in rele termen evenwel toe, gemiddeld met 0,8 procent per ja ar, waarna, zoals hierboven al beschreven, in de volgende periode een verdere groeiversnellingplaats (1,4% per jaar) vond gevolgd door een iets mindere groeiperiode (0,7% per jaar). In veertig jaar tijd (1971-2011) is het rele bruto inkomen van personen met 29 procent gegroeid. 28

PAGE 30

Figuur 2 Gemiddeld persoonlijk br uto maandinkomen, Curacao 1971-2011 Huishoudinkomens De ontwikkeling van de bruto hui shoudinkomens in de censusjaren 1992, 2001 en 2011 zijn in figuur 3 opgenomen. Om een zinvolle vergelijking mogelijk te maken zijn de bruto maandinkomens van 1992 en 2001 herberekend naar het prijsniveau van 2011, met be hulp van de consumenten prijsindices. Zoals ook voor de persoonlijke inkomens geldt zijn voor de berekening van de gemiddelde huishoudinkomens de huishoudens die geen inkomen hadden in de vers lagperiode of geen (compleet) inkomen hebben opgegeven niet meegenomen in de berekeningen. Ook zijn de zogenaamde collectieve huishoudens niet in de cijfers opgenomen. Het gemiddelde bruto huishoudinkomen nam tu ssen 1992 en 2011 toe van 4.531 gulden naar 5.331 gulden. Dat is een toename van in totaal 17,7 procent in rele termen. De gemiddelde jaarmutatie over de gehele periode van 19 jaar bedraagt bijna 0,9 procent. De groei van het huishoudinkomen wa s niet gelijk verdeeld, de to ename was tussen de twee laatste censusjaren duidelijk hoger dan tussen 1991 en 2001. Tussen 1992 en 2001 bedroeg de toename 6,4 procent en tussen 2001 en 2011 10,6 procent. Op jaarbasis bezien, waarbij ook gecorrigeerd wordt voor de verschillen in lengte van de tu ssenliggende perioden, kwam de groei uit op respectievelijk 0,7 en 1,0 procent. De versnelling van de gr oei van het huishoudinkomen in de tw eede periode is tegengesteld aan de groei van de persoonlijke inkomens (zie figuur 1). Bij de persoonlijke inkomens was de toename juist in de eerste periode groter. Over de gehele periode 1992 2011 bezien nam het huishoudinkomen in rele termen minder snel toe (17,7%) dan het persoonlijke inkomen (21,4%). Tussen 1992 en 2001 steeg het persoonlijke inkomen veel sneller dan het huishoudi nkomen (13,1 versus 6,4%). In de periode 2001 2011 was de ontwikkeling tegengesteld: een grotere toename van het huishoudi nkomen dan van het persoonlijke inkomen (10,6 versus 7,4%). De redenen voor deze discrepanties zijn niet du idelijk. Het gemiddelde aantal inkomenstrekkers per huishouden bleef tussen 1992 en 2011 nagenoeg gelijk. ( 1,8). De redenen moeten dus elders gevonden worden. 29

PAGE 31

Figuur 3 Huishoudinkomens, Curacao, Census 1922-2011 Het mediane huishoudinkomen ligt met 3.500 gulden in 2011 ver onder het gemiddelde inkomen. Ook blijkt het mediane huishoudinkomen tussen 1992 en 2001 vrijwel niet, en tussen 2001 en 2011 in geringe mate te zijn toegenomen. Over de gehele periode onder beschouwing bedroeg de groei 3,8 procent, wat overeenkomt met een gemiddelde jaarlijkse groei van 0,2 procent. Het gevolg is dat het mediane huishoudinkomen in 2011 66 procent van het gemiddelde inkomen was. In 1992 was dat nog 74 procent. De grote discrepantie tussen het mediane en gemiddelde huishoudinkomen betekent dat de inkomensverdeling scheef is en dat de welvaartsto ename tussen 1992 en 2011 bijna geheel ten gunste van de huishoudens met hogere inkomens (boven de me diaan) is toegekomen. De huishoudens onder de mediaan zijn er in twintig jaar reel nauwelijks op vooruit gegaan. De rijken zijn in die periode wel rijker, en de armen niet armer geworden. Ook voor het huishoudinkomen geldt dat de berekeningen voor eerdere censusjaren (1971 en 1982), zoals gepresenteerd in figuur 4, met de nodige voor zichtigheid moeten worden genterpreteerd. 30

PAGE 32

Figuur 4 Genmiddeld bruto huishoudi nkomen per maand, Curacao 1971-2011 Tussen 1971 en 1982 nam het gemiddelde bruto huishoudi nkomen in rele termen gemeten nauwelijks toe. Er is sprake van een zekere gelijkloop in de betreffende periode, waar na in de daaropvolgende periode (1982-1992) meer gesproken kan worden van een echte groei, gemiddeld 0,3 procent per jaar. In de twee daarop volgende censusper ioden trekt de groei van het re le huishoudinkomen verder aan, met 0,7 en 1,0 procent gemiddeld per jaar. Men kan dus stellen dat het huishoudi nkomen vanaf 1982 in een groeiversnelling is geraakt welke in el ke volgende censusperiode accelereerde. In veertig jaar tijd is het rele huishoudinkomen daardoor met bijna 23 procent toegenomen. 31

PAGE 33

32 Hoofdstuk 3. Persoonlijke inkomens Inkomens naar persoonskenmerken Inkomens naar geslacht In tabel 1 is het gemiddelde inkomen voor 2011 uitgespl itst naar leeftijd en ge slacht. Opvallend is het grote verschil in inkomen tussen man en vrouw. Gemi ddeld bedraagt het verschil bijna 50 procent. Wat verder opvalt is dat het verschil tussen beide seksen oploopt naarmate de leeftijd vordert. In de laagste leeftijdsklasse (15 24 jaar) bedraag t het verschil 21 procent. Het per centage loopt geleidelijk op met de leeftijd, om te eindigen met 72 procent in de leeftijdsklasse 65 jaar en ouder. Figuur 5 geeft per leeftijdsklasse de procentuele verschillen tusse n het inkomen van de vrouw ten opzichte van de man aan. Het verschil in gemiddelde inkomens tussen mannen en vrouwen is wel minder geworden. Tussen 2001 en 2011 nam het rele gemiddelde inkomen van mannen to e met 5 procent, terwij l de groei voor vrouwen 16 procent bedroeg. Het verschil tussen mannen en vrouwen nam in deze periode van tien jaar af van ruim 64 naar bijna 50 procent. Ook in de voorafgaande periode was er sprake van een afname van het verschil in inkomen tussen man en vrouw. In 1992 was het verschil gemeten in rele termen 80 procent. Tussen 1992 en 2001 steeg het gemiddelde inkomen van mannen met 10 procen t, en dat van vrouwen met 21 procent. Ook internationaal gezien zijn de inkomens va n mannen over het algemeen hoger dan die van vrouwen. In hoofdstuk 6 worden de verschillen voor Curaao nader onderzocht en wordt geprobeerd om redenen voor de verschillen aan te dragen. Tabel 1 Gemiddeld persoonlik bruto maandinkomen n aar leeftijd en geslacht, Curacao, Census 2011 Tabel 1. Gemiddeld persoon lijk bruto maandinkomen naar leeftijd en geslacht, Curaao, Census 2011 leeftijdsklasse Man Vrouw Totaal guldens 15 24 1.791 1.479 1.633 25 34 3.217 2.573 2.858 35 44 4.087 3.053 3.516 45 54 4.438 2.977 3.641 55 64 4.221 2.480 3.277 65+ 2.950 1.712 2.229 Totaal 3.690 2.483 3.023

PAGE 34

Figuur 5 Verschil bruto inkomen tussen mannen en vrouwen naar leeftijd, Curacao, Census 2011 De hoogste inkomens worden in het algemeen genoten door personen in de leef tijdsklasse 45 54 jaar. Voor vrouwen is de piek minder duideli jk zichtbaar, er is weinig verschil te zien tussen de leeftijdsklassen 35 44 en 45 54 jaar. Jongeren hebben gemiddeld het laagste inkomen, gevolgd door personen van 65 jaar en ouder. Jongeren staan aan het begin van hun carrire en beginnen meestal ook onderaan de ladder. Wat ook een rol speelt is de omstandigheid dat de arbeidsp articipatie in de laag ste leeftijdsklasse laag is, omdat veel jongeren nog studeren. De jongere die werkt heeft over het algem een een lagere opleiding genoten, en de jongere die studeert heeft ofwel g een inkomen of moet rond zien te komen met een studietoelage of een bijbaantje. De 65-plussers hebben in meerderheid hun carrire beindigd en ge nieten van AOV en eventueel een aanvullend pensioen. De verschillen in inkomen tussen man en vrouw ligt niet aan de AOV, die gelijk is voor iedereen, maar heeft te maken met de aanvu llende pensioenuitkering en andere bronnen van inkomsten. Tabel 2 Bevolking 16 jaar en ouder naar geslacht en bruto maandinkomen, relatieve verdeling Cu racao, Census 2011 Tabel 2. Bevolking 15 jaar en ouder naar geslacht en br uto maandinkomen, relatieve verdeling, Curaao, Census 2011 Geslacht Inkomen Man Vrouw Totaal % Geen 16 19 18 1 1000 21 34 28 1001 2000 20 18 19 2001 3000 12 9 10 3001 4000 7 6 6 4001 5000 6 5 6 5001 7500 8 5 6 Meer dan 7500 6 3 4 Niet opgegeven 4 3 3 Totaal 100 100 100 In tabel 2 wordt de verdeling van het bruto maandi nkomen van de bevolking uitgesplitst naar geslacht. Bij vrouwen is sprake van een dui delijke piek in de klasse 1 1000 gulden. Ruim een derde van de 33

PAGE 35

vrouwen met een inkomen valt in deze klasse1. Bij de mannen is de spreidi ng groter en is het verschil tussen de genoemde inkomensklasse en de daaropvol gende klein. Ook hebben mannen relatief vaker een hoger inkomen. Bij de mannen heeft 7 op de tien een inkomen van 3.000 gulden of minder. Bij de vrouwen is dat 8 op de tien. Inkomens naar opleidingsniveau In figuur 6 worden de gemiddelde inkomens uitgespl itst naar opleidingsniveau van de personen met een inkomen. De relatie tussen inkomen en opleidingsniveau is duidelijk. Personen met een lage opleiding, basisonderwijs of minder, ontvangen gemiddeld 1.677 gulde n bruto per maand. Dat is maar net iets meer dan de helft van het algemeen gemiddelde inkom en (3.023). Personen met de hoogste opleidingen, het tweede niveau van het tertia ir onderwijs: universitair en post-doctoraal, ontvangen bijna drie maal zoveel dan het gemiddelde bruto inkomen. Ook het verschil tussen de hoogste klasse en de daarop volgende klasse, het eerste niveau van het tertiair onderwijs: HBO en vergelijkbaar, is groot te noemen. Deze laatste klasse heeft gemiddeld een inkomen dat bijn a twee maal zo hoog is dan het algemeen gemiddelde. Figuur 6 Gemiddeld bruto m aandinkomen naar opleidingsni veau Curacao, Census 2011 In tabel 3 wordt de inkomensverdeling weergegeven naar opleid ingsniveau van de bevolking. Meer dan de helft van degenen die een basisopl eiding of minder hebben gevolgd hebben een bruto inkomen van 1.000 gulden of minder. Bij alle ande re opleidingsniveaus is de spreiding over de inkomensklassen veel platter. Ook schuift de verdeling meer op naar de hogere inkomensklassen naarmate de opleiding hoger is. In de hoogste opleidingsklasse, het tweede niveau van het tertiair onderwijs universitair en postdocto raal onderwijsheeft ruim een de rde een bruto inkomen van meer dan 7.500 gulden per maand. 1 Opgemerkt dient te worden dat in de staten waarin de relatieve inkomensverdelingen worden weergegeven ook de personen zonder inkomen en degenen die geen opgave van hun inkomen hebben gedaan zijn opgenomen. Dit heeft invloed op de percentages 34

PAGE 36

Tabel 3 Bevolking 16 jaar en ouder naar hoogst gevolgd op leidingsniveau en inko men, Curacao Census 2011 Tabel 3. Bevolking 15 jaar en ouder naar hoogst gevolgd opleidingsniveau en inkomen, Curaao, Census 2011 Hoogst gevolgd opleidingsniveau Inkomen Basisopleiding of minder Secundair onderwijs, eerste niveau Secundair onderwijs, tweede niveau Tertiair onderwijs, eerste niveau Tertiair onderwijs, tweede niveau en hoger Onbekend Geen 11 14 12 8 6 22 1 1000 51 27 12 5 4 26 1001 2000 22 28 22 8 4 10 2001 3000 8 13 17 10 5 4 3001 4000 3 6 11 12 7 3 4001 5000 2 4 9 15 10 2 5001 7500 2 4 10 24 25 2 meer dan 7500 2 3 5 16 37 2 Niet opgegeven 1 1 1 1 1 30 totaal 100 100 100 100 100 100 In figuur 7 wordt de ontwikkeling van de inkomensverde ling naar opleidingsniveau verduidelijkt. In deze figuur zijn personen zonder inkomen of waarvan het opleidingsniveau niet bekend is niet meegenomen. Heel goed is te zien dat de hoogs te inkomensklasse voor meer dan 80 procent wordt bezet door personen die het tertiair onderwijs (HBO en (post)universitair) van de opleid ingsklassen hebben gevolgd. Bijna 80 procent van degenen die 1.000 gulden of minder bruto per maand aan i nkomen hebben zijn personen met een basisopleiding of minder en een opleiding op het eerste niveau van het s ecundair onderwijs (HAVO, VSBO). Figuur 7 Relatieve inkomensverdeling n aar opleidingsniveau, Curacao Census 2011 Inkomens naar economische status Figuur 8 geeft de verschillen weer in het gemidde lde en mediane inkomen naar economische status, uitgesplitst naar geslacht. 35

PAGE 37

Het gemiddelde inkomen is voor werkenden overduidelijk h oger dan personen met een andere economische status, maar vooral bij de mannen; he t inkomen voor werkende vrouwen ligt maar iets boven het algemene gemiddelde. Werkenden hebben over het algemeen een inkomen da t circa 19 procent boven het algemeen gemiddeld inkomen ligt. Het gemiddelde voor een werkzoekende is minder dan de helft van het algemeen gemiddeld inkomen. Het inkomen van economisch niet-actie ven ligt 65 procent onder het gemiddelde. Het gemiddelde maandinkomen is dus het laagste bij de werkzoekenden. Uitges plitst naar geslacht heeft een werkzoekende man evenwel een iets hoger inkomen dan een economisch niet-actieve vrouw. Een werkzoekende man verdient daar bij nog altijd bijna de helft m eer dan een werkzoekende vrouw. Procentueel gezien zijn de verschillen in inkomen s tussen mannen en vrouwen in alle groepen van een vergelijkbare orde. Figuur 8 Gemiddeld en mediaan bruto maandinkomen naar economische status en geslacht, Curacao, Census 2011 Het hebben van werk heeft een positieve relatie met een hoger inkomen. Het tegenovergestelde kan gezegd worden van werk zoekenden, voor hen is de relatie met een lager inkomen duidelijk. Daarbij geldt tevens dat de he lft van de werkloze mannen gemiddeld 650 gulden of minder ontvangen, en de helft van de werkloze vrouwen 350 gulden of minder. Het mediane inkomen van werkzoekenden is daarmee f link lager dan dat van werk enden en niet-actieven. Figuur 8 illustreert dat. Er is dui delijk sprake van een scheve inkom ensverdeling, waarbij een groot deel van de werkzoekenden lage tot zeer lage inkomen s ontvangen. In hoofdstuk 6 worden deze gegevens nader uitgewerkt. 36

PAGE 38

37 In tabel 4 wordt de inkomensverdeling naar economi sche status weergegeven. Voor werkenden is de modale klasse 1001 2000 gulden. Voor de economisch niet-actieven is dat de voorgaande, laagste, inkomensklasse. Werkzoekenden hebben in de meeste gevallen geen inkomen of een inkomen dat in de laagste klasse valt. Minder dan tien procent van de werkzoekenden heeft een inkomen boven de 1.000 gulden. Van de economisch niet-actieven heeft ruim een kwart een inkomen boven de 1.000 gulden. Ter vergelijking: meer dan 80 procent van de werkenden heeft een bruto inkomen boven de 1.000 gulden per maand. Tabel 4 Bevolking 16 jaar en ouder, naar economische status en bruto mandinkomen, relatieve verdelin g Curacao Census 2011 Tabel 4. Bevolking 15 jaar en ouder, naar economische status en bruto maandi nkomen, relatieve verdeling, Curaao, Census 2011 Economische Status Inkomen Werkend WerkzoekendEconomisch niet actief Niet opgegeven % Geen 2 63 33 49 1 1000 13 28 40 19 1001 2000 30 4 9 2 2001 3000 16 1 6 0 3001 4000 10 1 3 2 4001 5000 9 1 2 2 5001 7500 11 0 2 0 meer dan 7500 8 1 2 0 Niet opgegeven 2 1 3 27 totaal 100 100 100 100 Inkomen naar positie binnen huishouden In figuur 9 worden het gemiddelde bruto maandinkom ens uitgesplitst naar de positie van de persoon binnen het huishouden. Het hoofd van het huishouden heeft gemiddeld het hoogste inkomen, bijna 3.500 gulden. Op de tweede plaats komt het inkomen van de partner van het hoofd met een gemiddelde van bijna 2.800 gulden. Het gemiddelde inkomen van andere huishoudleden me t een inkomen ligt duidelijk beneden dat van het hoofd en zijn of haar partner. Opvallend daarbij is dat de verschillen tussen deze andere inwonenden onderling gering zijn, rond de 2.000 gul den, met uitzondering van inwonende huishoudsters en de ouders van het hoofd, partner of hun kinderen. Geringe verschillen in inkomen zijn er te zien bij inwonende kinderen, broers en zussen of andere familie van het hoofd en zijn of haar part ner, maar ook bij inwonenden die geen familierelatie hebben met de rest van het huishouden. Hun maandinkomen blijft wel ru im een derde onder het algemeen gemiddeld maandinkomen. Het gemiddelde inkomen van inwonende ouders bedraagt ruim 1.500 gulden. Uit nadere analyse blijkt dat verreweg de meeste van deze ouders (85%) 60 jaar of ouder zijn en een inkomen hebben uit AOV en pensioen, en een klein deel (10%) no g een inkomen uit werk genereert. Deze verhoudingen wijken niet veel af van die welke voor alle ouderen gelden. Dat het gemiddelde inkomen van inwonende ouders beduidend lager is dat het gemiddelde inkomen van alle ouderen heeft voor een belangrijk deel te maken met het feit dat meer dan 80 procent van de inwonende ouders vrouw zijn, van wie bijna iedereen niet gehuwd (verwe duwd, maar ook nooit gehuwd geweest en gescheiden). Uit tabel 1 bleek al dat oudere vrouwen een be langrijk minder hoog inkomen hebben dan oudere mannen. Hoewel in de Census hier geen directe vragen ove r gesteld zijn mag met deze gegevens gesteld worden dat inwonende ouders in een huishouden over het alge meen financieel kwetsbaa r zijn. Uit een verdere analyse van detailgegevens blijkt dat deze inwonende ouders fysiek vaker kwetsbaarder zijn dan hun leeftijdgenoten, maar die verschillen zijn niet echt groot Ze zijn met name vaker bewegingsbeperkt en visueel beperkt.

PAGE 39

Voor inwonende huishoudsters is het gemiddeld e maandinkom en rond het voor 2011 vastgestelde minimumloon2. Figuur 9 Gemiddeld bruto maa ndinkomen naar positie in het huishouden Curacao Census 2011 In tabel 5 zijn de gemiddelde inkomens van personen binnen een huishouden verder uitgesplitst naar geslacht van het hoofd. Er vallen uit tabel 5 een aan tal conclusies te trekken. Niet alleen is het gemiddelde inkomen van een ma nnelijk hoofd van het huishouden (veel) hoger dan dat van een vrouwelijk hoofd, ook de partner van het vrouwelijke hoofd heeft gemiddeld een hoger inkomen dan zijzelf. Daarbij moet wel opgemerkt worden dat in slechts elf procent van de huishoudens met een vrouwelijk hoofd de partner ook een inkomen heef t. In huishoudens met een mannelijk hoofd is dat percentage veel hoger: 59 procent3. 2 Voor een 45-urige werkweek 1.467,22 maar voor andere aantallen werkuren gelden andere tarieven. Het gemiddeld aantal werkuren voor deze groep is echter precies 45 uur. Huishoud elijk personeel valt uitdrukke lijk ook onder de minimumloon wetgeving. 383 Ter vergelijking: vrouwelijke hoofden van huish oudens hebben ook heel vaak geen partner, slechts in 12 procent van de gevallen is deze aanwezig. Daarbij heeft 90 procen t van hen een eigen inkomen. Mannelijke hoofden hebben in 73 procent van de gevallen e en partner. Daarvan heeft driekwart een eigen inkomen.

PAGE 40

39 Tabel 5 Gemiddeld bruto maandi nkomen naar positie in het hui shouden en geslacht van he t hoofd, Curacao Census 2011 Tabel 5. Gemiddeld bruto maandinkomen naar positie in het huishouden en geslacht van het hoofd, Curaao, Census 2011 geslacht van het hoofd van het huishouden positie binnen het huishouden manvrouw totaal hoofd van het huishouden 4.228 2.560 3.497 gehuwd/ samenwonend me t hoofd 2.7303.182 2.790 inwonende kinderen van hoofd / partner 2.268 2.125 2.186 ouders van hoofd /partner /kind 1.604 1.445 1.517 broer / zus van hoofd of partner 1.918 1.939 1.932 andere familieled en 2.0981.976 2.020 andere inwonenden, geen familie 2.221 2.037 2.138 live-in huishoudster 1.428 1.433 1.429 Op te merken valt dat het gemiddelde inkomen van de partner van een vrouwelijk hoofd hoger is dan van het hoofd zelf, en ook hoger dan het inkomen van de partner van een mannelijk hoofd. De gemiddelde inkomen van andere leden van het huishouden tonen we inig verschil tussen een huishouden met een man of met een vrouw als hoofd. tabel 6 geeft nadere details van de inkomensverdeling van gezinsle den. Vooral inwonende kinderen en andere familie (de niet-gespecificeerde familieleden) hebben geen inkomen. Inwonende ouders hebben meestal wel een inkomen, waarvan meer dan 60 procent een inkomen van 1.000 gulden of minder. Hoofden van huishoudens en hun partners hebben vaker een hoger inkomen, boven de 3.000 gulden, dan de andere huishoudleden. Tabel 6 Bevolking 15 jaar en ouder naar re latie tot het hoofd van het huishouden en bruto maandinkomen, relatieve cijfers, Cura cao Census 2011 Tabel 6. Bevolking 15 jaar en ouder naar relatie tot het hoofd van het huishouden en bruto maandinkomen, relatieve cijfers, Curaao, Census 2011 Inkomen Relatie tot hoofd van het huishouden Geen 1 100 0 1001 2000 2001 3000 3001 4000 4001 5000 5001 7500 meer dan 7500 Niet opgegeven totaal % Hoofd 4 25 21 14 8 8 10 8 1 100 Gehuwd/ samenwonend met hoofd 20 26 1810767 4 1100 Kind van hoofd of partner 41 18 18 7 4 2 2 2 5 100 Ouder van hoofd of partner 8 61 14 8 3 2 2 1 1 100 Broer, zus van partner 12 44 22 9 4 3 2 2 1 100 Andere familie 38 21 19 8 3 2 1 1 6 100 Inwonende huishoudster 2 42 51 1 1 0 0 1 1 100 Geen familie 11 51 20 7 3 2 1 2 2 100 Onbekend 41 25 8 3 1 1 2 1 19 100 Inkomens naar geboorteplaats In figuur 10 is het gemiddelde inkomen uitgesplitst naar de geboorteplaats van de persoon. Hierbij zijn alleen landen opgenomen waar voldoende waar nemingen (circa 300 en meer) konden worden meegenomen. Dit is gedaan om de invloed van ex treme waarden te verminderen. Landen zoals de Verenigde Staten en veel Caribische lande n zijn daardoor niet in de figuur opgenomen. Personen geboren in Nederland blijken gemiddeld de hoogste inkomens te ontvangen. Het verschil met personen uit andere gebo orteplaatsen is groot.

PAGE 41

Voor personen geboren in Curaao, bedraagt het gemiddeld bruto maandinkome n iets minder dan 3.000 gulden, iets beneden het algemene gemiddelde. Dit laatste is uiteraard niet ve rwonderlijk omdat meer dan driekwart van de personen met een inkomen in Curaao geboren zijn. Personen uit Suriname, Aruba en Venezuela he bben gemiddeld een hoger maandinkomen dan de personen uit Curaao. Personen uit andere Caribische la nden en Portugal (Madeira ), inclusief Bonaire en Sint Maarten, hebben gemiddeld een lager inkomen. Bij de beoordeling van de inkomensverschillen na ar geboorteplaats van de personen moet rekening gehouden worden met het soort werk en het type inkomen dat men heeft. Personen die niet in Curaao of op een van de andere eilanden van de voormalige Nederlandse Antillen zijn geboren hebben een werkvergunning nodig en worden voor een bepaalde functie binnengehaald. Figuur 10 Gemiddeld bruto maandinkomen naar geboorte plaats, Curacao Census 2011 De hoogte van het inkomen is afhankelijk van het bero ep dat men uitoefent. Zo blijken personen geboren in Nederland in meerderheid een beroep te hebbe n waar een hogere opleiding voor vereist is, zoals professionals en technici. Ook hebben personen uit Nederland vaak een management functie. Gezamenlijk heeft circa 70 procent van de personen di e geboren zijn in Nederland een beroep in de hogere regionen4. Het percentage hogere beroepen neemt geleidelijk af naarmate het inkomen naar geboorteland zoals in de figuur getoond afneemt. Er is klaar blijkelijk sprake van een soort in ternationale arbeidsverdeling. Circa 59 procent van de personen uit Suriname hebben een hoger beroep. Zij zijn vaak professionals. Voor personen uit Aruba geldt dat ongeveer 49 procent van hen een hoge r beroep hebben, vaak managers 404 Met beroepen in de hogere regionen wordt hier bedoeld de zojuist genoemde beroepsgroepen: managers, professionals en technici.

PAGE 42

41 en professionals. Bijna 37 procent van de personen die in Venezuela geboren zijn heeft een hoger beroep, vaak zijn het technici. Mensen die in Curaao gebo ren zijn, zijn in alle beroepsgroepen te vinden. Ongeveer 31 procent oefent een functie in een hogere beroepsgroep uit. Personen uit Sint Maarten en Bonaire hebben vaker een beroep in de middengroe pen, vooral in de handel. Circa 29 procent van hen heeft een beroep in de hogere klassen. Personen in Portugal geboren zijn va ak terug te vinden in de handel en de dienstverlening. Ongeveer 21 procent heeft een hoger beroep. Meer dan de helft van de Jamaicanen oefent ongeschool de beroepen uit, slechts een klein percentage van deze groep heeft een hoger beroep. Datzelfde geld t ook voor personen uit de overige geboorteplaatsen. Jamaicanen, Colombianen en Dominicanen hebben naas t ongeschoolde beroepen oo k vaak een baan in de handel en de dienstverlening. Personen geboren in Hati hebben bijna nooit een hoger beroep. Zij oefenen voor al beroepen uit waar geen opleiding voor vereist is, maar ook beroepen in de handel en in "ambacht". In tabel 7 wordt de inkomensverdeling naar geb oorteland gepresenteerd. Van de personen geboren in Portugal, Sint Maarten en Caribisch Nederland en in mindere mate Curaao heeft de grootste groep een inkomen van 1.000 gulden of minder. De grootste groep personen uit Colombia, Hati en Jamaica en in mindere mate de Dominicaanse republiek heef t een inkomen tussen de 1001 en 2000 gulden. Tabel 7 Bevolking 15 jaar en ouder naar geboorteplaats en bruto maandinkomen, relatieve verdeling Curac ao, Census 2011 Tabel 7. Bevolking 15 jaar en ouder naar geboorteplaats en bruto maandinkomen, relatieve verdeling, Curaao, Census 2011 Inkomen geboorteplaats Gee n 1 1000 1001 2000 2001 3000 3001 4000 4001 5000 5001 7500 meer dan 7500 niet opgegeven totaa l % Colombia 22 19 34 11 4 3 3 2 2 100 Dom. Republiek 23 30 32 6 2 1 1 2 2 100 Hati 16 25 40 10 3 2 1 2 1 100 Jamaica 18 26 39 8 2 1 1 3 2 100 Nederland 21 8 9 9 8 8 14 19 4 100 Curaao 18 26 19 11 7 6 7 4 2 100 Aruba 11 22 16 12 8 9 13 8 2 100 Sint Maarten 19 36 12 11 5 5 3 3 4 100 Car. Nederland 10 37 18 12 7 5 6 4 1 100 Portugal 12 42 20 10 4 4 5 3 1 100 Suriname 14 13 14 13 10 11 14 8 2 100 Venezuela 27 18 17 12 7 6 6 5 2 100 Overig / onbekend 19 19 17 10 6 6 6 7 10 100 Een derde van de personen geboren in Nederl and heeft een inkomen boven de 5.000 gulden. Voor mensen uit Aruba en Suriname is dat aandeel een v ijfde. De verdeling over de inkomensklassen is voor personen uit Suriname het meest gelijk. Voor personen geboren in Curaao is een gelijkmatig aflopend percentage per inkomensklasse te zien: van 26 procent in de laagste inkomenskla sse tot 4 procent in de hoogste klasse. Inkomens naar gezondheidsperceptie Figuur 11 toont de gemiddelde maandinkomens naar de gezondheidsperceptie van de genterviewde. Hoe positiever de persoon zijn gezondheidssituatie beoordeelt, hoe hoger het inko men dat deze geniet. Het nader bekijken van de details leert dat bij de antwoorden "slecht" en "zeer slecht" bijna de helft van de personen 65 jaar en ouder zijn.

PAGE 43

Omdat het om een beperkt aantal personen gaat worden in de verdere analyse de groepen "slecht" en "zeer slecht" gecombineerd. Figuur 11 Gemiddeld persoonlijk bruto maandinkome n naar gezondheidspercepti e, Curacao Census 2011 De hoogste percentages personen die hun gezondheid als (zeer) slecht beoo rdelen zijn te vinden bij de groepen die een uitkering (onderstand) of AOV als belangrijkste bron van inkomen hebben. Dat verklaart waarom hun gemiddelde inkomen (circa 1.750 gulden) he t laagste is: hun (lage) uitkeringen wegen sterk door. Omgekeerd kunnen de personen die hun gezondheid goed of zeer goed beoordelen met name gevonden worden in de groepen die inkomen uit werk en in mindere mate inkomen uit pensioen als belangrijkste bron van inkomen hebben. Dit zijn de bronnen met de hoogste inkomens. Vooral bij de werkenden is het percentage dat zich goed en zeer goed voelt hoog: meer dan 90 procent. De hoogste percentages personen di e vinden dat hun gezondheid redelijk genoemd mag worden zijn eveneens bij de AOV'ers en de uitkeringstrekkers te vinden, met op de derde plaats personen met een pensioen. Dat relatief veel mensen met een onderstandsuitkering een slechte gezondheid ervaren staat in nauwe relatie met het feit dat circa 40 procent van hen aangeeft vanwege gezondhei dsproblemen of door een fysieke of mentale beperking niet naar werk te kunnen zoeken. Onders tand is voor deze kwetsbare groep een mogelijkheid om een inkomen te verkrijgen. M aar onderstand alleen helpt niet om personen en huishoudens uit de armoede te halen5. Voor personen met een AOV als belangrijkste inkomensbron geldt dat uit de Census duidelijk naar voren komt dat de ouderdom met gebreken komt6. Bij het bekijken van de inkomensontwikkelingen n aar perceptie van de ge zondheid valt op dat het gemiddelde inkomen bij alle opleidin gsniveaus afneemt naarmate de pe rceptie slechter is Figuur 12 geeft hiervan inzicht. Het verloop van de inkomensafname is evenwel minder steil naarmate de opleiding hoger is. Bij personen met een universitaire opleiding is het gemiddelde inkomen van degenen met een (zeer) slechte gezondheidsperceptie minder dan tien procent lager dan bij personen met een zeer goede perceptie. 5 Zie hoofdstuk 5. 426 Omdat gezondheid als thema in een aparte Census publicatie wordt beschreven wordt hier verder niet op ingegaan, maar wordt verwezen naar deze andere publicatie.

PAGE 44

Dit percentage wordt geleidelijk aan hoger naarmate het opleidingsniveau lager wordt. Personen die geen opleiding hebben of het basisonderwijs niet hebben afgerond en aangeven een (zeer) slechte gezondheid te hebben, hebben een inkomen dat 50 procent lage r is dan de genen die een zeer goede gezondheid ervaren. De incidentie van een slechte gezondheid neemt to e naarmate de opleiding lager is: van 1 procent of minder voor de hoogopgeleiden (VWO en hoger) to t 5 6 procent voor de laagopgeleiden (basisonderwijs of minder). Een laag inkomen, een groter inkom ensverval, een hogere incidentie van slechte gezondheid geven aan dat een lage opleiding risico's voor het welzijn oplevert. Het verband tussen gezondheid en lage sociaaleconomische status en inkomen is al vaak onderzocht7. Mensen met een lager inkomen roken vaker, bewegen minder en hebben een minder goede to egang tot medische zorgve rlening. Educatie helpt bij het maken van de juiste beslissingen als het op gezondheid aankomt. Daarnaast zouden hoger opgeleiden ook beter in staat zijn om om te gaan met stress. Figuur 12 Gemiddeld bruto maandinko men naar gezondheidsperceptie en ople idingsniveau Curacao Census 2011 Tabel 8 toont dat meer dan de helft en bijna de he lft van de personen die aange ven een (zeer) slechte of redelijke gezondheid te hebben heeft een inkomen va n 1.000 gulden of minder. De percentages zijn voor degenen die zich goed tot zeer goed voelen veel lage r. Deze laatsten hebben wat vaker een inkomen boven de 3.000 gulden. 7 O.a.: Socioeconomic status, whether assessed by income, education, or occupation, is linked to a wide range of health problems, including low birthweight, cardiovascular disease, hypertension, arthritis, diabetes, and cancer. E. Pamuk et al., Socioeconomic Status and Health Chartbook: Health, United States, 1998 (Hyattsville, Md.: National Center for Health Statistics, 1998). 43

PAGE 45

44 Tabel 8 Bevolking naar percep tie van de gezondheid en bruto maandinkome n, relatieve verdeling Curacao Census 2011 Tabel 8. Bevolking naar perceptie van de gezondheid en bruto maandinkomen, relatieve verdeling, Curaao, Census 2011 Perceptie van de gezondheid Inkomen zeer goed goed redelijk slecht zeer slecht niet opgegeven totaal % Geen 21 18 12 13 15 13 18 1 1000 18 24 45 54 53 7 25 1001 2000 19 21 18 14 12 3 20 2001 3000 12 11 9 7 6 1 11 3001 4000 7 7 4 3 4 1 6 4001 5000 6 6 4 2 3 1 6 5001 7500 8 7 4 3 2 1 7 meer dan 7500 6 5 3 2 3 1 5 Niet opgegeven 3 2 1 1 3 73 3 totaal 100 100 100 100 100 100 100 Inkomens naar bron van inkomen In figuur 13 worden de gemiddelde maandinkomens uitgesplitst naar voornaamste bron van inkomen, waarbij een onderscheid wordt gemaakt naar het inkomen uit de belangrijkste br on en het totale inkomen. Het verschil wordt gemaakt doordat een deel van de inkomenstrekkers ook een aanvullend inkomen uit andere bronnen ontvangt. Zoals uit de figuur duidelijk naar voren komt, is het totale gemiddelde bruto maandinkomen het hoogst voor personen die hun inkomen voornamelijk uit verm ogen genereren. Het inkomen uit de belangrijkste bron is iets lager. Het verschil tussen de twee is gering omdat het mere ndeel geen tweede inkomen heeft, en degenen die dat wel hebben voornamelijk een inkomen uit AOV krijgen. Het totale gemiddelde inkomen komt voor de groep uit op bijna 7.700 gulden.

PAGE 46

Figuur 13 Gemiddeld persoonlijk bruto maandinkomen, totaal en uit belangrijkste bron van inkomen, naar belangrijkste bron van inkomen, Curacao, Census 2011 De volgende hoge inkomens komen uit de inkomens uit werk en uit pensioen. Werkenden ontvangen iets meer dan 3.600 gulden en pensioentr ekkers iets minder dan dat. Pensioenontvangers bereiken dit inkomensniveau we l vaker door een aanvullend inkomen. Dit komt vaak door een AOV uitkering en iets minder vaak door inkomen uit werk. Merkwaardig genoeg geeft een grote groep, meer dan een derde, aan geen tweede inkomen te ontvangen, terwijl zij, als zi j 60 jaar en ouder zijn wel recht op AOV zouden hebben. Maar ook indien gecorrig eerd wordt voor leeftijd (60 jaar en ouder) en geboorteplaats (Curaao), geeft ru im 30 procent aan geen tweede inkom en te hebben. Dat geldt zelfs voor degenen die nog nooit in het buitenland gewoond hebben. Verreweg de meeste personen die hun inkomen vooral uit werken ontvangen (88%) geven aan geen aanvullend inkomen te ontvangen. Zij die dat wel kr ijgen, ontvangen dat uit AOV, pensioen of een bijbaantje. Personen die hun inkomen voornamelijk in de vo rm van AOV ontvangen hebben soms nog een klein aanvullend pensioen of inkomen uit een bijbaantje of uit een andere, niet gesp ecificeerde bron. Driekwart heeft echter alleen AOV, z odat het verschil tussen inkomen uit eerste bron en totaalinkomen beperkt 45

PAGE 47

46 blijft. Het totaalinkomen blijft daardoor onder de 1.300 gulden pe r maand. Uit AOV alleen bedraagt het gemiddelde inkomen iets meer dan 1.100 gulden8. Personen die voornamelijk moeten rondkomen met een inkomen uit alimentatie en/of kindertoelage hebben gemiddeld een totaalinkomen van net geen 1.500 gulden tot hun beschikk ing. In een beperkt aantal gevallen heeft de pe rsoon ook een tweede inkomen. Personen met een studiefinanciering hebben soms ook een extra inkomen uit een b ijbaantje of een ander tweede inkomen. Hun inkomen komt daardoor gemiddeld uit op ruim 1.300 gulden. De laagste inkomens worden ontvangen door mensen die een uitkering (onderstand) ontvangen. Omdat alleen degenen die geen enkel andere inkomen hebben een uitkering kunnen ontvangen zou er geen verschil tussen het totale inkomen en dat uit de voornaamste bron mogen zijn. Toch geeft een aantal uitkeringsgerechtigden aan een extra inkomen te ontva ngen. Dit moeten echter zeer kleine bedragen zijn uit kleine jobs en andere bron omdat het verschil erg klein is. Tabel 9a geeft de verdeling van het inkomen uit de be langrijkste bron uitgesplitst naar belangrijkste bron van inkomen. Tabel 9b geeft aanvullend daarop de verd eling van het inkomen uit de tweede bron van inkomen naar de tweede bron van inkomen. Wat meteen opvalt in tabel 9a zijn de zeer hoge freque nties in de laagste inko mensklasse, 1 1000 gulden bruto per maand wanneer het belangr ijkste inkomen uit AOV, uitkering, studiefinanciering, alimentatie en in iets mindere mate uit andere, niet gespecificeerde br on bestaat. Weinig tot zeer weinig personen met deze bronnen van inkomen hebben een inkomen uit de ze bron, dat hoger is dan 1.000 gulden per maand. Daarentegen is de verdeling over de inkomensklassen veel gelijkma tiger voor personen voor wie de belangrijkste bron van inkomen werk, pensioen of inkomen uit vermogen is. De laatste groep is verreweg de kleinste van de drie hier genoemde maar bij de inkomens uit vermogen is er sprake van een tweetoppige verdeling: rond de laagste en rond de hoogste inkomensklassen. De meeste personen voor wie het inkomen uit werk de belangrijkste bron is hebben een inkomen uit die bron tussen de 1.000 en 2.000 gulden. De verdeling ove r de andere inkomensklassen is redelijk gelijkmatig te noemen. Voor degenen met een pens ioen als eerste bron van inkomen ligt de hoogste frequentie in de klasse 1 1.000 gulden, maar het verschil met de daarop volgende klasse is klein. Tabel 9b geeft de hoogte van het tweede inkomen aan naar de bron van dat tweede inkomen. Dat tweede inkomen concentreert zich voornameli jk in de laagste inkomensklasse n, zeker als dat tweede inkomen AOV of een uitkering is, maar ook studief inanciering, alimentatie, en ander. 8 Dat dit gemiddelde boven het officile AOV bedrag van NAf. 818,uitkomt kan te maken hebben met personen die een vergelijkbare uitkering uit Nederland of andere landen va n herkomst hebben. Uit een uitsplitsing van de inkomens uit AOV naar geboorteplaats blijkt dat degenen die niet in Cur aao geboren zijn een hogere uitkering opgeven. Maar het gemiddelde van degenen die wel in Curaao geboren zijn is dan nog steeds te hoog. Het blijkt dat sommige respondenten geen onderscheid (kunnen) maken tussen pensioen en AOV.

PAGE 48

47 Tabel 9a Bevolking 15 jaar en ouder naar belangrijkste bron van inkomen en bruto maandinkome n uit de belangrijkste bron, relatieve verdeling Curacao, Census 2011 Tabel 9a. Bevolking 15 jaar en ouder naar belangrijkste bron van inkomen en bruto maandinkomen uit de belangrijkste bron, relatieve verdeling, Curaao, Census 2011 Bruto persoonlijk inkomen uit belangrijkste bron Belangrijkste bron van inkomen Geen inkomen 1-1000 10012000 20013000 30014000 40015000 50017500 Meer dan 7500 Niet opgegeven Totaal % Werk 0 14 32 16 10 9 11 7 1 100 AOV 0 90 3 2 1 1 1 1 1 100 Pensioen 0 24 23 19 11 10 7 4 2 100 Uitkering 0 94 2 0 0 1 0 2 1 100 Inkomen uit vermogen 0 19 14 13 6 6 14 19 10 100 Studiefinanciering 0 82 8 1 1 0 1 5 2 100 Alimentatie / kindertoelage 0 73 11 42213 5 100 Ander 0 55 19 8 3 2 2 5 6 100 Geen inkomen 100 0 0 0 0 0 0 0 0 100 Niet opgegeven 0 5 4 2 1 1 1 1 85 100 Totaal 18 28 19 10 6 6 6 4 3 100 Tabel 9b. Bevolking 15 jaar en ouder naar tweede bron van inkomen en bruto maandinkomen uit de tweede bron, relatieve verdeling, Curaao, Census 2011 Bruto persoonlijk inkom en uit tweede bron Tweede bron van inkomen Geen inkomen 1-1000 10012000 20013000 30014000 40015000 50017500 Meer dan 7500 Niet opgegeven Totaal % Werk 0 49 21 7 3 3 3 1 11 100 AOV 0 91 3 1 1 1 1 0 2 100 Pensioen 0 55 19 10 5 4 4 1 3 100 Uitkering 0 91 1 1 0 0 1 1 6 100 Inkomen uit vermogen 0 38 26 124444 7 100 Studiefinanciering 0 84 10 2 1 1 0 1 2 100 Alimentatie / kindertoelage 0 78 11 3 1 1 1 0 4 100 Ander 0 61 18 7 3 2 2 1 6 100 Geen inkomen 100 0 0 0 0 0 0 0 0 100 Niet opgegeven 0 2 1 0 0 0 0 0 96 100 Totaal 81 12 2 1 0 0 0 0 4 100 Een tweede inkomen uit werk of pensioen is voor ongeveer de helft van de gevallen 1.000 gulden of minder per maand9, en voor de inkomens uit vermogen minder dan 40 procent. Voor deze drie groepen zijn de twee daaropvolgende inkomensklassen redelijk gevuld. Voor alle klassen geldt dat de percentages kl ein zijn voor de inkomensklassen boven de 3.000 gulden. In voorgaande staten zijn de inkomens uit de belangr ijkste en de tweede bron onafhankelijk van elkaar beschreven. Het is ook interessant om te bekijken welk tweede inkomen samenvalt met welk eerste inkomen. In tabel 10 zijn de twee bronnen van inkomen tegenove r elkaar gezet. Van de bevolking van 15 jaar en ouder heeft ongeveer 22 procent een tweede inkomen. Dit percentage fluctueert naar de bron van het eerste inkomen. Een tweede inkomen komt het vaakst voor bij persone n die een pensioen als be langrijkste eerste bron hebben: 63 procent van hen heeft een tweede inkomen. In verreweg de meeste gevallen bestaat dat tweede inkomen uit de AOV uitkering, gevolgd door een tw eede pensioen of een bijbaan. Degenen die hun 9 Hierbij is niet gecorrigeerd voor niet opgegeven inkomens.

PAGE 49

48 voornaamste inkomen uit vermogen ontvangen hebben in 40 procent van de gevallen een tweede inkomen, met name door een AOV uitkering en in mindere mate inkomen uit werk. Tabel 10 Bevolking 15 jaar en ouder naar belangrijkiste bron van inkomen en tweed e bron van inkomen, relatieve verdeling Curacao, Census 2011 Tabel 10. Bevolking 15 jaar en ouder naar belangrijkste bron van inkomen en tweede bron van inkomen, relatieve verdeling, Curaao, Census 2011 Belangrijkste bron van inkomen Tweede bron van inkomen We rk AO V Pensi oen Uitker ing Inkomen uit vermogen Studiefinanci ering Alimentatie / kindertoelage And er Niet opgegeven Tota al % Werk 2 3 4 2 7 6 3 2 0 2 AOV 3 1 52 0 20 0 2 4 1 7 Pensioen 1 9 2 0 3 0 0 1 0 3 Uitkering 0 0 0 1 0 0 1 1 0 0 Inkomen uit vermogen 0 0 1 0 2 0 1 0 0 0 Studiefinanciering 0 0 0 0 0 0 1 0 0 0 Wachtgeld 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Alimentatie / kindertoelage 1 0 0 1 0 2 2 1 0 1 Ander 2 3 2 3 3 5 4 3 0 3 Geen inkomen 87 79 37 89 60 82 78 81 13 78 Niet opgegeven 3 5 2 4 4 5 8 8 86 6 Totaal 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 De personen die als belangrijkste inkomensbron een AOV ontvangen hebben in 21 procent van de gevallen een tweede inkome n, meestal uit pensioen en soms uit werk. Van de werkenden die ook het hoogste inkomen uit werk ontvangen heeft 13 procent nog een neveninkomen. Dit be treft dan inkomen uit een tweede baan of een AOV uitkering. AOV is ook een belangrijke tweede br on bij mensen die een andere eerste bron van inkomen hebben, zoals uit alimentatie of een andere niet gespecificeerde bron. Achttien procent van de studenten die vooral stud iefinanciering ontvangen hebben een tweede inkomen, meestal uit werk. Inkomens van werkenden Inkomens van werkenden naar beroepsgroep Figuur 14 toont de gemiddelde bruto maandinkomens n aar beroepsgroepen volge ns de International Standard Classification of Occupations (ISCO-08) zoals uitgegeven door de ILO10. De relatie tussen ISCO en opleidingsniveau is evident. In de figuur zijn de gemiddelden van zowel het tota le bruto inkomen als van het bruto inkomen uit de belangrijkste bron van inkomen opgenomen. Zoals te zien is zijn de versch illen nihil tot klein te noemen. Onder de veronderstelling dat het be langrijkste inkomen uit het huidige beroep wordt ontvangen heeft de onderstaande beschrijving betrekking op het inkomen uit de belangrijkste bron. Personen die een beroep hebben waar geen opleiding voor verreist is (element aire beroepen) hebben gemiddeld de laagste inkomens. Onder deze beroepsgro ep vallen functies zoals huishoudelijk personeel, schoonmaakpersoneel, bodes, straatverkopers, vuilnisoph alers en losse en ongeschoolde arbeidskrachten. Het gemiddeld bruto inkomen voor deze groep komt uit 1.765 gulden per maand. Onder de beroepsgroep "Bedieningspersoneel van machin es en installaties vall en personen die machines bedienen in de industrie, voor de assemblage en ook chauffeurs van auto's, bussen, vrachtwagens en heftrucks. Het gemiddelde inkomen voor d eze beroepsgroep komt uit op 2.713 gulden. 10 International Labor Organization. Voor de Nederlandse om schrijving van de beroepsgroepen is gebruik gemaakt van de aanbevelingen van de Europese Commissie, en geadopteerd door de statistische bureaus van Nederland en Belgi.

PAGE 50

Een vergelijkbaar gemiddeld inkomen wordt verd iend door ambachtslieden: 2.628 gu lden. Deze groep bevat een gevarieerd aantal beroepen, zoals bouwva kkers, lassers, monteurs, elektriciens, bakkers, slagers, kleermakers en houtbewerkers. De groep geschoolde landbouwers omvat een beperkt aantal personen. Het gemiddelde inkomen van deze groep (2.147 gulden) kan daardoor be nvloed zijn door uitschieters. Het gemiddelde inkomen voor personeel in de di enstverlening en de verkoop bedraagt 2.249 gulden. In deze beroepsgroep vallen functies zoals koks, barpersoneel, kappers, huishoudsters, verkopers, kinderverzorgers, ziekenverzorgers, politiepersoneel brandweerlieden en a nder veiligheidspersoneel. Het gemiddelde inkomen in deze beroepsgroep ligt beneden het niveau van de voorgaande beroepsgroepen. Een reden daarvoor is dat deze groep een combinatie is van dienstverlenende beroepen, waar een hogere kwalificatie aan toe te kennen valt, en verkooppersone el, waar lagere kwalificaties voor nodig zijn. Figuur 14 Gemiddeld persoonlijk bruto maandinkomen naar beroepsgroep, Curacao Census 2011 Het gemiddeld inkomen neemt geleidelijk to e naarmate de kwalificaties toenemen. In de beroepsgroep "administra tief personeel" vallen beroepen zo als secretaressen en typisten, kasbedienden, telefonisten, receptionisten, boekhoudkundige medewerkers, voorraadbeheerders, 49

PAGE 51

50 postbodes en archiefmedewerkers. Het gemiddelde inkomen voor deze groep bedraagt 2.916 gulden per maand. Voor technische en vakspecialis tische beroepen bedraagt het gemiddelde inkomen 4.497 gulden, en voor intellectuele wetenschappe lijke en artistieke beroepen 5.727 gulden. De eerste beroepsgroep reflecteert beroepen waarvoor een opleiding op HBO niveau ge wenst is, en de laatste beroepsgroep bevat professionals die een universita ire opleiding hebben genoten. De beroepsgroep "managers" omvat de leidinggevende beroepen. Hieronder vallen naast de reguliere leidinggevende functies in het bedrijfsleven en de ove rheid ook de leden van de wetgevende lichamen en beleidsvoerende functies. Hun gemiddelde maandinkomen bedraagt 7.217 gulden. Het hoogste gemiddelde inkomen wordt verdiend in de beroepsgroep van de strijdkrachten: 9.048 gulden bruto per maand. Rekening moet hierbij gehouden worden met het feit dat het hier vaak om Nederlandse beroepsmilitairen gaat die een salaris ontvangen dat verg elijkbaar is met de Europese norm plus toelagen in verband met de uitzending. In tabel 11 zijn de beroepsgroepen uitgesplitst naar inkomensklassen. Tabel 11 Werkende bevolking naar beroepsgroepen en bruto maandinkomen uit belangrijkste bron, relatieve verdeling Curacao 2011 Tabel 11. Werkende bevolking naar beroepsgroepen en bruto maandinkomen uit be langrijkste bron, relatieve verdeling, Curaao, 2011 Inkomen Beroepsgroep Ge en 1 1000 1001 2000 2001 3000 3001 4000 4001 5000 5001 7500 meer dan 7500 Niet opgegeven tota al % Strijdkrachten 1 4 8 8 5 4 16 50 3 100 Leidinggevenden 0 3 7 8 9 13 27 29 3 100 Intellectuele, wetenschappelijke en artistieke beroepen 0 4 69141929 16 2100 Technici en vakspecialisten 0 5 11 17 16 18 22 8 1 100 Administratief personeel 0 8 30 26 15 11 7 2 1 100 Dienstverlenend personeel en verkopers 1 20 4614744 2 1100 Geschoolde landbouwers, bosbouwers en vissers 3 28 4310433 2 3100 Ambachtslieden 1 17 39 23 7 5 3 3 1 100 Bedieningspersoneel van machines en installaties 1 12 4222875 3 1100 Elementaire beroepen 1 39 47 6 1 1 1 3 1 100 Niet opgegeven 6 12 17 6 2 1 1 2 53 100 Totaal 1 15 30 15 9 9 11 7 3 100 Bij zes van de tien gespecificeerde beroepsgroep en ligt het modale gemi ddelde inkomen in de inkomensklasse 1001 2000. Bij de elementaire beroepen gaat het om bijna de helft van het aantal werkenden. De piek in minder hoog bij de groepen bedieningspersoneel, ambachtslieden, geschoolde landbouwers en dienstverlenend person eel. Bij administratief personeel is de spreiding vooral naar de hogere inkomensklassen toe groter. De helft van de personen binnen de strijdkrachten heeft een inkomen in de hoogste klasse: meer dan 7500. Ook in de groep leidinggevenden valt de piek in deze klasse, maar in een beduidend lagere frequentie. Dat zijn de enige beroepsgroepen waar de modus in de hoogste klasse valt. De beroepsgroepen Intellectuele be roepen en Technici hebben een piek in de inkomensklasse 5001 7500, waarbij de spreiding van de eerste wat meer naar de bovenligge nde, en van de tweede meer naar de lagergelegen inkomensklassen is.

PAGE 52

51 Inkomens van werkenden na ar economische positie Figuur 15 toont het gemiddelde bruto maandinkomen s naar economische positie van de werkende bevolking, met onderscheid naar totaal inkomen en i nkomen uit de belangrijkste bron van inkomen. De beschrijving heeft betrekking op he t inkomen uit belangrijkste bron. Opvallend is dat het gemiddelde inkomen van personen die een losse job hebben, weinig verschilt van het inkomen van personen die werken onder een kortlope nd contract en mensen die aangeven een onbetaalde job binnen het familiebedrijf te hebben. Hun inkome ns liggen net iets onder de 2.000 gulden per maand. Het opvallende hieraan is da t los werk geen werkzekerheid levert, te rwijl dat werk onder contract en het (onbetaalde) werk in het familiebedrijf dat wel doet. Toch zijn alle drie in staat een weliswaar laag vergelijkbaar inkomen te genereren. Bij de personen die onbetaald werk in het familiebedrijf verrichten komt het inkomen dan kennelijk uit andere bronnen dan het familiebedrijf zelf11. Degenen die wel een inkomen hebben verkrijgen dat uit een tweede inkomen uit werk of uit AOV en/of een pensioen12. Een contract voor langere termijn levert een duidelijk hoger inkomen op dan een contract voor kortere termijn, respectievelijk 2.890 en 2.140 gulden. Een cont ractant voor langere termijn verdient meer dan een werknemer in tijdelijke dienst (2.620). Een werknemer in vaste dienst verdient met 3.650 gulden gemiddeld 30 procent meer dan een werknemer in tijdelijke dienst. In de traditionele kijk op de arbeidsverhoudingen is een tijdelijk dienstverband een opmaat naar een vaste aanstelling en is het inkomensverschil te verkla ren uit de verschillen in ancinniteit of loopbaanontwikkeling. In de discussie omtrent de (noodzakelijkheid van) flexibilisering van de arbeidsmarkt is het verschil tussen een vaste en een tijdelijke aanstelling ook een mogelijke manier voor een bedrijf om te besparen op de arbeidskosten. Gezien de leeftijdsverdeling van de werkenden in tijdelijke dienst, met een mediane leeftijd van 39 jaar, wo rdt het duidelijk dat het niet alleen om startende werkenden op de arbeidsmarkt gaat. Een tijdelijk dien stverband komt het vaakst voor bij dienstverleners en verkooppersoneel, maar ook vaak bij administra tief personeel en beroepen voor hoger opgeleiden. Vergeleken met de vaste aanstellingen zijn de vers chillen niet groot te noe men, hoewel tijdelijke banen iets vaker voorkomen bij de dienstverleners en ver kopers, ambachtslieden en de elementaire beroepen en minder bij de beroepen met hogere kwalificaties. Zelfstandige beroepsbeoefenaars verdienen gemiddeld circa 3.700 gulde n bruto per maand, een fractie meer dan werknemers met een vast dienstverband. Zelf standigen zijn in alle be roepsgroepen te vinden, zowel in de professionele en tech nische beroepen, als in de ambach t en de dienstverlening en verkoop. Een grote groep is ook manager van een bedrijf (zonde r rechtspersoonlijkheid). Het gemiddelde inkomen van deze beroepsgroep laat niet onverlet dat er aanzienlijke inkomensversch illen bestaan tussen de beroepsgroepen binnen de zelfstandigen. Het valt we l op dat zelfstandigen per beroepsgroep een flink hoger inkomen genereren dan hun beroepsgenoten, be halve in de groep managers, waar hun inkomen beduidend lager is. 11 Een derde van de familiewerkers geeft aan geen inkomen te ontvangen. Deze zijn ook niet in de cijfers meegenomen! 12 20 procent van hen zijn 60 jaar en ouder.

PAGE 53

Figuur 15 Gemiddeld persoonlijk bruto maandinkomen naar economisch e positie, Curacao Census 2011 Werkgevers verdienen, zoals te verwachten, het meeste. Gemiddeld komt hun inkomen uit op bijna 5.100 gulden. Voor bijna de helft betreft het directeuren van N.V.'s. of B.V.'s, en voor 40 procent uit eigenaars van bedrijven zonder rechtspersoonli jkheid. Er is wel een groot vers chil in inkomen tussen directeuren van N.V.'s. of B.V.'s (circa 8.300) en eigenaars va n bedrijven zonder rechtspe rsoonlijkheid (circa 4.700), hetgeen invloed heeft op het gemiddelde. In tabel 12 wordt de verdeling van het inkomen uit belangrijkste bron over inkomensklassen weergegeven. Voor werkgevers is er sprake van een tweetoppige ve rdeling: pieken in de klassen 1001 2000 en meer dan 7500. De zojuist genoemde verschillen tuss en directeuren van bedrijven zonder en met rechtspersoonlijkheid wordt hiermee verduidelijkt. Wat opvalt, is dat de spreiding van de inkomensverdeling bij werkgevers veel pl atter dan bij de andere posities. De piek in de verdeling bevindt zich in de la agste klasse, 1-1000, bij de losse jobbers, onbetaalde familiewerkers en stagiairs. Voor alle andere economische pos ities is de modus te vinden in de inkomensklasse 1001 2000. Voor werknemers in vaste dienst en in mindere mate de zelfstandigen is de spreiding over de navolgende inkomensklassen redelijk egaal. 52

PAGE 54

53 Tabel 12 Werkende bevolking naar economische positie en bruto maandinkomen uit belangrijkste bron van inkomen, relatieve verdeling, Curacao Census 2011 Tabel 12. Werkende bevolking naar economische positie en bruto maandinkomen uit belangrijkste bron van inkomen, relatieve verdeling, Curaao, Census 2011 inkomen Economische positie Geen 1 1000 1001 2000 2001 3000 3001 4000 4001 5000 5001 7500 meer dan 7500 Niet opgegeventotaal % Werkgever 0 11 18 15 11 12 14 16 3 100 Zelfstandige 1 19 24 18 9 9 10 8 2 100 Werknemer in vaste dienst 0 8 30 17 11 11 13 7 1 100 Werknemer in tijdelijke dienst 124 3814756 4 2100 Losse job 4 49 28 8 2 2 2 3 2 100 Onbetaalde familiewerker 27 25 19 7 4 2 2 2 12 100 Contract voor minder dan 6 maanden 116 5714423 3 1100 Contract voor 6 maanden en langer 011 4516976 5 1100 Stagiair 15 51 25 5 2 1 0 1 1 100 Overig en onbekend 5 32 27 11 6 4 4 5 5 100 Niet opgegeven 4 7 11 5 3 2 3 2 63 100 Totaal 1 15 30 15 9 9 11 7 3 100 Inkomens van werkende n naar bedrijfstakken In Figuur 16 worden de gemiddelde maandinkomens naar bedrijfstak weergegeven. De indeling is conform de International Standard Industrial Classification (ISIC rev. 4) van de Verenigde Naties. In vergelijking met de voorgaande ISIC classificatie zijn door verdere uitsplitsing meer bedrijfstakken ontstaan die beter rekening houden met nieuwe activ iteiten. Vergelijkingen met voorgaande censussen wordt daardoor wel bemoeilijkt. De uitkomsten z ijn daarentegen wel homoge ner, zoals blijkt uit de bedrijfstakken exploitatie van en handel in onroerend goed, vrije beroepen en wetenschappelijke en technische activiteiten, en administratieve en ondersteunende diensten, die voorheen onder n bedrijfstak zakelijke diensten, vielen. Niet opgenomen in de tabel en figuur is de bedrijfstak activiteiten van extrater ritoriale organisaties. Voor deze bedrijfstak zijn er te weinig waarnemingen om als representatief te kunnen worden beschouwd. Het gemiddeld bruto maandinkomen komt boven de 5.000 gulden uit in de bedrijfstakken financile activiteiten (5.350 gulden), vrije beroepen13 (5.390) en openbaar bestuur14 (5.065). Tussen de 4.000 en 5.00 gulden komt het gemiddelde uit bij de bedrijfstakken productie van elektriciteit (4.700), distribut ie van water (4.640) informatie en communicatie (4.395), en onderwijs (4.225) De laagste bruto inkomens zijn te vinden in de bedrijfstakken huishoudens als werkgever en landbouw, bosbouw en visserij. Bij de huishoudens als werkgever bedraagt het gemiddelde inkomen circa 1.400 gulden, en bij landbouw, bosbouw en visserij 1.880 gulden. Niet ver daarboven komt het gemiddelde inkomen voor verschaffen van accommodatie en maaltijden, gemiddeld 2.265 gulden en administratieve en ondersteunende dienst en, 2.390 gulden. Ook nog beneden de 3.000 gulden zijn het gemiddelde inkomen in kunst, amusement en recreatie (2.500) en grooten detailhandel (2.590). 13 In de bedrijfstak vrije beroepen vall en bedrijven zoals architec tenbureaus, accountanc ies, advocatenkant oren, (financile) adviesbureaus en administratiekantoren. 14 Ter wille van de leesbaarheid zijn de bedrijfstakomschrijvingen in de tekst afgekor t. In de staten en tabellen worden wel de volledige omschrijvingen gehanteerd.

PAGE 55

De middenposities qua inkomensgem iddelde worden ingenomen door de bedrijfstakken mijnbouw (3.430), bouw (3.155), vervoer (3.510), ex ploitatie van onroerend goed (3.990), en gezondheidszorg (3.225). Figuur 16 Gemiddeld persoonlijk bruto maandinko men naar bedrijfstak, Curacao Census 2011 In tabel 13 wordt de inkomensverdeling weergegeven voor alle bedrijfstakken. De verschillen tussen de bedrijfstakken onderling zijn groot te noemen. Er is een soort tweedeling waar te nemen tussen bedrijfstakken waar de hoogste frequenties in de lagere inkomensklassen voorkomen en die waar de hoogste frequenties in de hoogste inkomensklassen voorkomen. De bedrijfstak met de piek in de hoogste inkomensklasse n is allereerst de vrije beroepen met een top in de inkomensklasse meer dan 7500. Daaropvolgend komen de bedrijfstakken productie van elektriciteit, ga s en stoom. distributie van water en afvalbeheer, informatie en communicatie, financile activiteiten, openbaar bestuur en onderwijs, allen met de m odus in de klasse 5001 7500. 54

PAGE 56

55 Voor distributie van water en i nformatie en communicatie geldt dat er sprake is van een twee-toppige verdeling, er is ook een piek in de klasse 2001 3 000. In de bedrijfstak informatie en communicatie komen veel vakspecialisten op hoog niveau (ingenieurs, ICT de skundigen) voor maar ook veel administratief personeel (klantenservice, callcenter me dewerkers, telefonistes). Voor distributie van water zijn de hogere beroepen vooral de leidinggeve nden, en in de lagere beroepen zijn dat onder meer monteurs, machinisten, chauffeurs en vuilnisophalers. Alle overige bedrijfstakken hebben een piek in de inkomensklassen 1001 2000 of 2001 3000, met uitzondering van huishoudens als we rkgever, die vooral gevuld wordt door de huishoudsters, en waar meer dan de helft van de werkenden een inkomen van 1.000 gulden of minder hebben. Tabel 13 Werkende bevolking naar bedrijfstak en bruto maa ndinkomen uit belangrijkste inkomensbron, relatieve verdeling Curacao 2011 Tabel 13. Werkende bevolking naar bedrijfstak en brut o maandinkomen uit belangrijkste inkomensbron, relatieve verdeling, Curaao, 2011 Inkomen Bedrijfstak Gee n 1 100 0 1001 2000 2001 3000 3001 4000 4001 5000 5001 7500 meer dan 7500 Niet opgegeven tota al % Landbouw, bosbouw, visserij 4 28 43 12 5 3 2 2 2 100 Mijnbouw 0 11 21 38 11 13 2 4 0 100 Industrie 0 10 32 18 9 10 12 8 1 100 Productie en distributie van elek triciteit, gas, stoom en ge koelde lucht 03121415 16 27 92100 Distributie van water; afvalen afvalw aterbeheer en sanering 03162112 13 23 112100 Bouwnijverheid 1 13 36 24 8 7 4 6 1 100 Grooten detailhandel; reparatie van au to's en motorfietsen 11448157 5 5 41100 Vervoer en opslag 0 8 29 24 11 10 9 7 1 100 Verschaffen van accommodatie en maaltijden 1 20 51 12 5 4 3 3 2 100 Informatie en communicatie 1 7 19 20 12 11 18 11 1 100 Financile activiteiten en ve rzekeringen 04121714 14 22 161100 Exploitatie van en handel in onroerend goed 1 10 26 17 11 11 15 8 2 100 Vrije beroepen en wetenschappelijke en technische activiteiten 07141614 13 17 172100 Administratieve en ondersteunende diensten 0 21 49 13 4 4 3 4 1 100 Openbaar bestuur en defensie; verplichte sociale verzekeringen 0 4 10 12 15 16 27 14 2 100 Onderwijs 0 8 8 12 17 20 28 5 1 100 Menselijke gezondheidszorg en maatschappelijke dienstverlening 0 15 26 22 14 11 7 5 1 100 Kunst, amusement en recreatie 1 32 34 13 6 5 4 4 1 100 Overige diensten 1 25 38 16 6 4 5 2 2 100 Huishoudens als werkgever; producti e van goederen en diensten voor eigen gebruik 1642820 0 1 21100 Niet opgegeven 0 3 21 20 6 6 17 27 1 100 Totaal 1 15 30 15 9 9 11 7 3 100 Inkomens van werkzoekenden Inkomens van werkzoekenden naar bron van inkomen Van de werkzoekenden heeft bijna tweederde (63%) geen inkomen. Da t betekent dat er voor zon 2.600 personen informatie omtrent hun inkomen is. Dit ge ringe aantal maakt het ma ken van gedetailleerde analyses niet goed mogelijk. In Figuur 17 zijn de gemiddelde bruto maandinkomens uitgesplitst naar belangrijkste bron van inkomen en worden de gemiddelden weergegeven voor zowel het inkomen uit de belangrijkste bron als het gemiddelde van het totale bruto inkomen. Ongeveer een derde van de werkzoekenden met een i nkomen heeft een uitkering. Dit zijn in meerderheid vrouwen die gemiddeld 740 gulden per maand brut o ontvangen. Een tweede inkomen krikt dit gemiddelde met enkele tientjes op. Het gemiddelde inkomen van deze groep werkzoekenden is het laagst van alle groepen. Voor bijna 10 procent van de werk zoekenden met een inkomen is de belangrijkste bron van inkomen AOV. Gemiddeld is het inkomen hieruit 1.015 gulden bruto. De inkomens uit andere br onnen zijn flink hoger.

PAGE 57

Een grote groep, meer dan 20 procent, geeft aan een inkomen uit een ander, niet gespecificeerde bron te ontvangen. Gemi ddeld ontvangen zij 1.975 gulden. Figuur 17 Gemiddeld bruto m aandinkomen van werkzoekenden naar belangrijkste bron van inkomen Curacao Census 2011 De hoogste bruto inkomens uit de belangrijkste br on ontvangen personen met een pensioen of een inkomen uit vermogen, respectievelijk 2.150 en 2.310 gulde n. Het zijn in aantal kleinere groepen, voor wie het inkomen kennelijk niet genoeg is en op zoek zijn naar een baan voor extra inkomen15. Opvallend is dan ook dat degenen die pensioen ontvangen het totale inkomen met een aantal honderden guldens kunnen opkrikken door een tweede inkomen Het krijgen van extra inkomen lijkt ook op te ga an bij werkzoekenden die een inkomen uit studiefinanciering ontvangen. Dit zijn studenten die een bijbaantje zoeken om hun gemiddelde inkomen van 1.535 gulden aan te vullen16. Werkzoekenden met een inkomen uit werk genereren gemiddeld 1.535 gulden bruto per maand uit dat werk17. Een iets hoger inkomen (1.570) hebben werkzoek enden die een inkomen uit alimentatie en/of kindertoelage ontvangt. Dit zi jn bijna allemaal vrouwen. 15 Het zou interessant zijn om te onderzoeken of werkzoekenden met een inkomen inderdaad extra inkomen willen genereren, of dat het zoeken naar werk ook een sociale functie heeft. De Census vraagt echter wel aan dege nen die geen werk zo eken waarom zij gee n werk zoeken, maar niet aan werkzoekenden waarom zij werk zoeken. 16 En dat werk nog niet gevonden hebben. Er is bij de werkenden ook een vrij grote groep studenten aangetroffen bij wie dat wel gelukt is. 5617 Een werkzoekende kan nog inkomen hebben uit een vorige baan

PAGE 58

57Inkomens van werkzoekenden naar duur werkloosheid In tabel 14 wordt het gemiddeld bruto inkomen van de werkzoekenden verbijzonderd naar geslacht en duur van de werkloosheid. Werkzoekenden die minder dan een maand werkloos zijn hebben een beduidend hoger gemiddeld inkomen dan degenen di e langer werk zoeken. Daarbij moet opgemerkt worden dat slechts een derde van hen een inkom en heeft. Zie hiervoor ook tabel 15 verderop. Tabel 14 Gemiddeld totaal bruto maandinkomen van de werkzoeke nden bevolking naar duur van de werkloosheid en geslacht Curacao, Census 2011 Tabel 14. Gemiddeld totaal bruto maandinkomen van de werkzoekende bevolking naar duur van de werkloosheid en geslacht, Curaao, Census 2011 Geslacht Man Vrouw Totaal Minder dan een maand 3.585 2.111 2.585 Een tot zes maanden 1.750 1.371 1.499 Zeven tot twaalf maanden 1.242 932 1.033 Meer dan een jaar 1.233 946 1.025 Niet opgegeven 1.959 1.336 1.581 Totaal 1.726 1.215 1.375 Een korte duur van de werklooshe id kan betekenen dat de persoon in kwestie nog maar net tot de arbeidsmarkt is toegetreden, of nog maar net werk loos is geworden. Uit verdere antwoorden van de respondenten blijkt dat de helft van degenen die minder dan een maand werkzoekend zijn in de voorgaande twaalf maanden niet gewerkt hebben. Deze kunnen we als nieuwkomers beschouwen. De andere helft heeft in de v oorgaande periode dus wel gewerkt. Het gaat in beide gevallen om relatief kleine groepen, die beiden een minderheid aan personen met een inkomen omvatten. De snelle daling van het gemiddelde inkomen naarmate de duur van de werklooshe id vordert is deels te verklaren door de afnemende invloe d van bronnen van (hoger) inkomen als werk en toenemende invloed van bronnen van (lager) inkomen zoals AOV en uitker ingen. tabel 15 maakt dat duidelijk. Meer dan de helft van de werkzoekenden die lang er dan een jaar werkloos zijn en een inkomen hebben ontvangt een uitkering als belangrijkste bron van inkomen. Het valt op dat vrij vaak inkomen uit andere dan de gespecificeerde bronnen worden genoemd. Hieronder zou kunnen vallen opgenomen spaargeld, leningen, financile steun van familie en dergelijke. Tabel 15 Werkzoekende bevolking naar duur van de werkloosheid en belangrijkste bron van inkomen, relatieve verdeling, Curacao ,Census 2011 Tabel 15. Werkzoekende bevolking naar duur van de werkloosheid en belangrijkste bron van inkomen, relatieve verdeling, Curaao, Census 2011 Belangrijkste bron van inkomen Hoe lang werkzoekend Werk AOVPensioen Uitkering Inkomen uit vermogen Studiefinancierin g Alimentatie / kindertoelage Ander Geen inkomen Niet opgegeven Totaal % Minder dan een maand 5 3 1 6 1 4 3 9 68 0 100 Een tot zes maanden 3 3 1 7 0 3 3 9 69 0 100 Zeven tot twaalf maanden 3 23 150238 63 0100 Meer dan een jaar 3 4 2 25 0 1 2 7 56 0 100 Niet opgegeven 8 6 5 11 3 0 4 12 49 2 100 Totaal 3 3 2 14 0 2 3 8 63 0 100 Inkomens van werkzoekenden naar opleidingsniveau en leeftijd In tabel 16 wordt het gemiddelde bruto maandinkomen van werkzoekenden uitgesplitst naar geslacht en hoogst gevolgd opleidingsniveau. Vanwege de geringe aantallen zijn de niveaus van het tertiair onderwijs samengevoegd.

PAGE 59

58Tabel 16 Werkzoekende bevolking naar hoogst gevolgde dagopleiding en gemiddeld totaal bruto maandinkomen, Curacao 2011 Tabel 16. Werkzoekende bevolking naar hoogst gevolgde dagopleiding en gemiddeld totaal bruto maandinkomen, Curaao, 2011 Geslacht Hoogst gevolgde dagopleiding ManVrouw Totaal Basisonderwijs of minder 1.5321.023 1.191 Secundair onderwijs, niveau 1 1.601 1.154 1.291 Secundair onderwijs, niveau 2 2.172 1.070 1.396 Tertiair onderwijs 3.115 2.340 2.688 Onbekend 1.1531.745 1.579 Dat de laagste inkomens worden verkregen door werk zoekenden met de laagst e opleidingsniveaus komt doordat in deze groepen bijna de helft van de pers onen met een inkomen deze vooral uit een uitkering krijgen. Vanaf de tweede fase van het middelbaar onderwijs worden ui tkeringen minder belangrijk als bron van inkomen en pensioen, werk maar vooral ook ander als voornaam ste bron belangrijker. Tabel 17 Werkzoekende bevolking naar le eftijd, geslacht en gemiddeld totaal bruto maandinkomen, Curacao Census 2011 Tabel 17. Werkzoekende bevolking naar leeftijd, geslacht en gemiddeld totaal bruto maandinkomen, Curaao, Census 2011 Geslacht Leeftijdsklassen ManVrouw Totaal 15 24 1.356 1.857 1.679 25 34 1.623 1.059 1.223 35 44 1.772 1.038 1.246 45 54 1.618 1.100 1.241 55 64 2.137 1.260 1.581 65+ 2.015 933 1.395 Het totale bruto maandinkomen is gemiddeld hoger voor de jongste werkzoekende vrouwen dan voor de werkzoekende mannen in deze leefti jdsklasse (15-24 jaar, zie tabel 17 Error! Reference source not found. ). Bij de jongeren is de stud iefinanciering de vaakst voorkom ende primaire bron van inkomen. Voor deze groep zijn verder belangrijke inkomen uit ander, de niet-gespecificeerde bronnen, en alimentatie/kindertoelage. Voor alle andere leeftijdsklassen is het inkomen hoger voor de mannen dan voor de vrouwen. Naarmate de leeftijd vordert wordt een u itkering steeds vaker belangrijk als voornaamste bron van inkomen, tot de leeftijdsklassen van 55 jaar en ouder, waar AOV en pensioen belangrijk zijn. Tot 55 jaar is ook inkomen uit werk een noemensw aardige bron, daarna speelt deze nog nauwelijks een rol. Er zijn veel meer werkzoekende vrouwen dan manne n die opgeven een inkomen te hebben. Al eerder was duidelijk geworden dat veel meer vrouwen een uitkering ontvangen dan mannen. Dat drukt het gemiddelde inkomen van vrouwen. Doordat ook meer vrouwen dan mannen opgeven een AOV te ontvangen wordt ook het gemiddelde voor de vrouwen in de leeftijden van 55 jaar en ouder gedrukt.

PAGE 60

Inkomens van economisch niet-actieven Inkomens van economisch niet-actie ven naar leeftijd en geslacht In figuur 18 zijn het gemiddelde br uto maandinkomens van de economisch niet-actieven uitgesplitst naar leeftijd en geslacht opgenomen. Figuur 18 Gemiddeld bruto m aandinkomen van economisch niet-actieven naar leefijd en geslacht Curacao Census 2011 De gemiddelden verschillen in de jonge re leeftijdsklassen weinig. Na het 35e levensjaar gaan beide lijnen behoorlijk divergeren, voornamelijk doordat het gemi ddelde inkomen voor vrouwen op hetzelfde niveau blijft hangen terwijl dat voor de mannen in elk geval tot aan het 65e jaar blijft doorgroeien. Zoals blijkt uit de verder e analyse is het verschil voor een niet onbelangrijk deel te verklaren door verschillen in opleidingsniveau en br on van inkomen tussen mannen en vrouwen. De verdeling van de inkomens voor de diverse leef tijdsklassen wordt in tabel 18 weergegeven. In deze tabel zijn ook de niet-actieven opgenomen die geen inkomen hebben. He t percentage niet-actieven zonder inkomen is zeer hoog in de jongste leeftijdsklasse (15-24 jaar) en loopt geleidelijk aan terug naarmate de leeftijd vordert. In de oudste leeftijdsklasse heeft bijna iedereen een inkomen. Voor de niet-actieven die wel een inkomen hebben is de piek van de inkomensverdeling voor alle leeftijdsklassen in de laagste inkomensklasse (11000). De verdeling wordt wel platter naarmate de leeftijd toeneemt. 59

PAGE 61

60Tabel 18 Economisch niet-actieve bevolking naar leeftijd en inkomen, relatieve ve rdeling Curacao Census 2011 Tabel 18. Economisch niet-actieve bevolking naar leeftijd en inkomen, relatieve verd eling, Curaao, Census 2011 Totaal bruto persoonlijk inkomen Leeftijdsklassen Geen inkomen 11000 10012000 20013000 30014000 40015000 50017500 Meer dan 7500 Niet opgegeven Totaal % 15 24 83 10 1 0 0 0 0 0 4 100 25 34 63 21 5 2 1 0 0 1 7 100 35 44 57 26 5 2 1 1 1 1 7 100 45 54 48 35 5 3 1 1 1 2 5 100 55 64 15 51 10 7 5 4 4 3 2 100 65+ 1 58 14 10 5 4 4 3 1 100 Iets meer dan een derde van de economisch niet-act ieve bevolking geeft aan geen inkomen te ontvangen. Binnen de niet-actieve groep vers chilt het percentage pe rsonen zonder inkomen enorm. Meer dan 80 procent van de jongeren (15-24 ja ar) heeft geen inkomen. Hoe oude r de bevolking hoe kleiner het percentage personen zonder inkomen. In de groep 65+ heeft bijna iedereen (99%) een inkomen. Inkomens van economisch niet-act ieven naar bron van inkomen In figuur 19 worden het gemiddelde bruto inkomen s van de economisch niet-actieve bevolking naar belangrijkste bron van het inkomen weergegeven, waarb ij zowel het totale bruto inkomen als het inkomen uit de belangrijkste bron zijn opgenomen. Het hoogste gemiddelde inkomen wordt genoten door de groep personen die een inkomen uit vermogen als belangrijkste bron van inkomen aangeven, totaal 8.110 gulden (inclu sief eventuele inkomens uit een tweede bron). Het betreft evenwel een kleine groep personen. Het in grootte volgende gemiddelde inkomen wordt ontvangen door personen die aangeven inkomen uit werk als belangrijkste bron te hebben. Hun gemiddeld inkomen ligt op 3.625 gulden bruto per maand. Ook deze groep personen is klein te noemen. Het feit dat zij als economisch niet-actief worden beschouwd en toch een inkomen uit werk hebben heef t deels te maken met de omstandigheid dat zij onregelmatige jobs hebben of net gepensioneerd zijn.

PAGE 62

Figuur 19 Gemiddeld bruto inkome n van economisch-niet actieven naar belangrijkste bron va n inkomen, Curacao Census 2011 Een kwart van de economisch niet actieve bevolking me t een inkomen geeft aan dat de belangrijkste bron van inkomen pensioen is. Gemiddeld bedraagt het totale bruto inkomen voor deze groep 3.315 gulden. Doordat ongeveer de helft aangeeft ook een AOV uitk ering te ontvangen is dit totaal ruim vierhonderd gulden hoger dan het gemiddelde pensioenbedrag. De laatste groep waarvan het bruto maandinkomen gemiddeld boven de 2.000 gulden uitkomt, is die waar de belangrijkste bron van inkomen Ander is. Uit de ze bron en met eventuele aanvulling uit een tweede bron bedraagt het gemiddelde inkomen 2.655 gulden. Het gemiddelde inkomen van degenen die hun belangrijk ste inkomen uit de resterende bronnen verkrijgen ligt ruim beneden de 2.000 gulden. Uit alimentatie/kindert oelage bedraagt het gemiddelde inkomen 1.370 gulden en uit studiefinanciering 1.175 gulden. Bij deze twee groepen is er nauw elijks sprake van een inkomen uit een tweede bron. Een inkomen uit een tweede bron is in beperkte mate wel aanwezig bij de groep personen die voornamelijk met een AOV uitkering rond moeten zien te komen. Dit is verre weg de grootste groep (52%) van alle economisch niet-a ctieven die een inkomen hebben. Ge middeld wordt een maandinkomen van 1.125 gulden verdiend. Het totale gemiddelde maandinkomen bedraagt 905 gulden bruto voor mensen die van een uitkering moeten leven. Doordat bijna niemand van hen een tweede inkomen heeft ligt het gemiddelde van het inkomen uit AOV nauwelijks lager dan het totaal gemiddelde. 61

PAGE 63

62 In tabel 19 wordt de verdeling van het totale brut o maandinkomen van niet-act ieven naar belangrijkste bron van inkomen nader uitgewerkt. Tabel 19 Economisch niet-actieve bevolking na ar belangrijkste bron van inkomen en inko mensklassen, relatieve verdeling, Curacao, Census 2011 Tabel 19. Economisch niet-actieve bevolking naar bela ngrijkste bron van inkomen en inkomensklassen, relatieve verdeling, Curaao, Census 2011 Bruto persoonlijk maandinkomen Belangrijkste bron van inkomen Geen inkomen 11000 10012000 20013000 30014000 40015000 50017500 Meer dan 7500 Niet opgegeven Totaal % Werk 2 31 30 13 6 4 6 6 2 100 AOV 0 81 10 3 2 1 1 1 0 100 Pensioen 0 16 21 22 13 11 11 5 1 100 Uitkering 0 94 2 0 0 1 0 2 0 100 Inkomen uit vermogen 4 15 16 10 9 6 12 22 4 100 Studiefinanciering 1 81 9 2 0 0 0 5 1 100 Alimentatie / kindertoelage 1 72 12 4 2 2 2 2 4 100 Ander 2 51 16 9 4 3 3 6 5 100 Geen inkomen 100 100 Niet opgegeven 1 6 1 0 1 0 0 0 90 100 Totaal 33 40 9 6 3 2 2 2 3 100 Opvallend is de platte inkomensverdeling van de gr oep personen die een pensioen als belangrijkste bron van inkomen ontvangen. Dat geldt in grote lijnen ev eneens voor wanneer het i nkomen uit vermogen de belangrijkste bron is, hoewel bij deze groep een vr ij groot percentage meer dan 7.500 gulden gemiddeld per maand verdient. Als werk de belangrijkste bron van inkomen is ligt de nadruk van de verdeling wel op de lagere inkomensklassen, maar deze is redelijk verdeeld over de laagste en de daaropvolgende klasse (1-1000 en 1001-2000). Voor alle andere bronnen van inkom en ligt de piek in de laagste i nkomensklasse (1-1000) om vervolgens snel naar lagere fr equenties te dalen. In tabel 20 worden de belangrijkste bronnen van inkom en afgezet tegen de leeftijd van de personen. Zoals te verwachten komen inkomens uit AOV en pens ioen bijna uitsluitend voor bij de ouderen. Dat ook een kleine groep op jongere leeftijd een AOV uitkering ontvangen kan w ijzen op de mogelijkheid die de AOV regeling biedt om onder bepaalde voorwaarden aan partners van gepensioneerden die nog niet de pensioenleeftijd bereikt hebben een uitkering te verstrekken.

PAGE 64

63 Tabel 20 Economisch niet-actieve bevolking na ar leeftijd en belangrijkste bron van inkomen, relatieve verdeling Curacao Census 2011 Tabel 20. Economisch niet-actieve bevolking naar leeftijd en belangrijkste bron van inkomen, relatieve verdeling, Curaao, Census 2011 Leeftijdsklassen Belangrijkste bron van inkomen 15 2425 3435 4445 5455 64 65+Totaal % Werk 1 5642 0 2 AOV 0 0 0 1 42 66 33 Pensioen 0 0 1 3 26 31 17 Uitkering 1 10 19 28 9 0 6 Inkomen uit vermogen 0 0111 0 0 Studiefinanciering 7 8000 0 2 Alimentatie / kindertoelage 1 2210 0 1 Ander 3 6894 1 3 Geen inkomen 83 62 56 47 14 1 33 Niet opgegeven 4 6642 1 3 Totaal 100 100 100 100 100 100 100 Ook geen verrassing is de constatering dat studie financiering voor jongeren de belangrijkste bron van inkomen kan zijn. Een uitkering als belangrijkste br on komt met name voor in de leeftijdsklassen 35-44 en vooral 45-54 jaar. Inkomen uit vermogen speelt een rol vanaf de middelste leeftijdsklassen, maar omdat deze groep erg klein is zijn de (afgeronde) percen tages in de tabel niet hoger dan 1. De andere bronnen van inkomen, werk, alimentatie /kindertoelage en ande r zij niet duidelijk leeftijdsgebonden. Inkomens van economisch nietactieven naar opleidingsniveau Het gemiddelde bruto inkomen neemt toe naarmate de opleiding hoger is, maar dit effect is bij mannen beter zichtbaar dan b ij vrouwen. Tabel 21 maakt dat duidelijk. Met name bij het hoogste opleidingsniveau is het ve rschil het grootst. Uit na der onderzoek blijkt dat economisch niet-actieven die een academische opleidi ng gevolgd hebben veel vaker man zijn en ook veel vaker een pensioen ontvangen. Deze hoger opgeleid en zijn dus voornamelijk gepensioneerden. Op HBO niveau (tertiair onderwijs niveau 1) is de verhouding tussen mannen en vrouwen veel gelijkmatiger en zijn er ten opzichte van de hoogst opgeleide niet-actieven veel meer vrouwen die een pensioen als belangrijkste bron ontvangen. Ook op de lagere opleidingsniveaus zijn de discrepanties tussen aanta l mannen en vrouwen geringer dan bij het hoogste opleidingsniveau, met uitzondering van he t laagste niveau, basisonderwijs of minder. Er zijn twee maal zoveel vrouwen met een lage opleiding dan mannen18. Maar voor alle opleidingsniveaus tot het tertiair onderwijs hebben vr ouwen relatief beduidende vaker een AOV als belangrijkste bron van inkomen dan mannen. 18 Het gaat hier om personen met een inkomen en niet om al le economisch niet-actieven.

PAGE 65

64 Tabel 21 Economisch niet-actieve bevolking naar opleidingsniveau, geslacht en totaal bruto maandinkomen, Curacao, Census 2011 Tabel 21. Economisch niet-actieve bevolking naar ople idingsniveau, geslacht en totaal bruto maandinkomen, Curaao, Census 2011 Geslacht Hoogst gevolgde dagopleiding Man Vrouw Totaal Basisonderwijs of minder 1.497 1.222 1.314 Secundair onderwijs, niveau 1 2.268 1.588 1.854 Secundair onderwijs niveau 2 3.273 2.419 2.863 Tertiair onderwijs niveau 1 5.491 4.194 4.860 Tertiair onderwijs niveau 2 + postdoctoraal 8.524 3.132 7.049 Onbekend 1.422 1.235 1.305 Opgemerkt moet worden dat het opleidingsnive au dat studenten volgen niet als hoogst gevolgde opleidingsniveau is geclassifi ceerd. Zij zijn teru g te vinden in de klasse onbekend. In tabel 22 wordt de verdeling van het totale bruto inkomen naar hoogst gevolgde opleidingsniveau gepresenteerd. De relatie tussen de hoogte van het inkomen en de hoogte van het opleidingsniveau is evident, ook al hebben veel hoogopgeleiden een lager inkomen, bijvoorbeeld uit AOV. Het zorgt in ieder geval voor een betere spreiding van de inkomens over de onderscheiden klassen. Bij de lagere opleidingen ligt de piek in de laagste inkomensklasse (1-1000). Tabel 22 Economisch niet-actieve bevol king naar opleiding en inkomen, re latieve verdeling, Curacao Census 2011 Tabel 22. Economisch niet-actieve bevolking naar opleiding en inkomen, relatieve verdeling, Curaao, Census 2011 Totaal bruto persoonlijk inkomen Hoogst gevolgde dagopleiding Geen inkomen 11000 10012000 20013000 30014000 40015000 50017500 Meer dan 7500 Niet opgegeven Totaal Basisonderwijs of minder 12 66 11 5 2 1 1 1 1 100 Secundair onderwijs, niveau 1 23 46 1184332 1100 Secundair onderwijs, niveau 2 33 23 11117563 1100 Tertiair onderwijs niveau 1 23 11 8 10 11 13 14 9 2 100 Tertiair onderwijs niveau 2 en postdoct. 22 10 676101818 2100 Onbekend 75 13 1 0 0 0 0 1 9 100 Totaal 33 40 9 6 3 2 2 2 3 100

PAGE 66

Hoofdstuk 4. Huishoudinkomens Algemeen Huishoudinkomen naar inkomensklassen In figuur 20 is de verdeling van het bruto m aandinkomen van huishouden met een inkomen over de verschillende inkomenscategorien getekend. Meer dan 13 procent van de Curaaose huishoudens heeft een inkomen dat 1.000 gulden of lager is. De modus van de verdeling zoals hier gepresenteerd ligt in de inkomensklasse 1001-2000. 17 Procent van de huishoudens heeft een bruto inkomen da t in deze klasse ligt. De aantall en nemen in de daarop volgende klassen snel af. Ruim 5 procent van alle huishoudens heef t een bruto inkomen van 15.000 gulden of meer per maand, De hoogste inkomensklassen in de figuur zijn ter wille van de leesbaarheid breder gedefinieerd dan de overige groepen. De figuur toont duidelijk de scheefheid van de verdeling van de huishoudinkomens van Curaao. De asymmetrie in de verdeling zorgt er voor dat het modale huishoudinkomen flink onder het gemiddelde huishoudinkomen ligt. Figuur 20 Huishoudens naar bruto huishou dinkomen per maand Curacao Census 2011 Ongeveer 5 procent van de huis houdens heeft een inkomen van meer dan 15.000 gulden per maand (de laatste twee klassen in de figuur). In figuur 21 wordt de inkomensverdeling van huishoude ns in Curaao vergeleken met die van Nederland en de Verenigde Staten. Daarbij zijn de beschikb are gegevens herberekend naar gelijke inkomensklassen en op jaarbasis gebracht19. 6519 Waar nodig zijn grote inkomensklassen door interpolatie naar gelijke klassen van 10.000 gebrach t. De maandcijfers voor Curaa o zijn opgehoogd naar jaarbasis door vermenigvul diging met 13. De inkomenskla ssen zijn uitgedrukt in de nationale valuta (guldens euros en dollars). Bronnen: U.S. Census Bureau, Family Income Distribution 2009, en CBS Nederland, Statline, Bruto huishoudinkomens 2011

PAGE 67

Uit de figuur komt naar voren dat de scheefheid van de inkomensverdeli ng niet alleen voor Curaao geldt. Wel ligt de modus voor Nederland en de USA een klasse hog er dan voor Curaao. In de figuur zijn de huishoudens met een jaarinkomen boven de 100.000 niet opgenomen, om de vergelijkbaarheid van de overige inko mens te vergroten. Voor de Verenigde Staten gaat het om een kwart van de huishoudens, voor Nederland 13 procent, en voor Curaao 20 procent. Figuur 21 Verdeling bruto huishoudinkom ens voor enkele lande n, jaarinkomens Huishoudinkomen naar huishoudgrootte In figuur 22 is het gemiddelde bruto huishoudinkomen naar huishoudgrootte gete kend. Wat opvalt is dat, met uitzondering van de twee kleinste (1 en 2 persoons huishoudens) en de grootste huishoudens (10 en 66

PAGE 68

meer personen), het gemiddelde inkomen weinig varieert. Het gem iddelde inkomen voor deze huishoudens (3 tot 8 personen) bedraagt tussen de 6.200 en 7.200 gulden per maand. Figuur 22 Gemiddeld bruto hui shoudinkomen naar huishoudgrootte, Curacao Census 2011 Het is duidelijk dat een groter huishouden meer moeite zal hebben om rond te komen met een zelfde inkomen dan een huishouden met minder leden. De hui shoudgrootte is dan ook een van de risicofactoren die een rol spelen bij het probleem van de armoede onder huishoudens20. Het is wel zo dat de aantallen huishoudens in snel tempo afnemen naarmate het aantal personen in het huishouden toeneemt. Bestaat nog 19 procent van de hui shoudens uit drie personen, de percentages voor huishoudens met 8 en 9 of meer le den zijn beiden onder de 1. De twee grootste groepen huishoudens zijn de 1en 2-persoons huishoudens. Meer dan de helft van alle huishoudens bevinden zich in deze twee grootten, met re spectievelijk 26 en 29 procent van het totaal aantal huishoudens. Het gemiddelde inkomen van de all eenstaanden is flink lager dan dat van de overige huishoudens. Dat houdt direct verband met het feit dat het huishoudinkomen tevens het persoonlijk inkomen weerspiegelt. Bij andere huishoudens kunnen m eer inkomenstrekkers zijn. Daarnaast betreft het 1-persoonshuishoudens vaak een ouder persoon die afhankelijk is van een AOV of pensioen en in de meeste gevallen geen tweede inkomen heeft De verdeling van het huishoudinkomen naar huishoudgroo tte wordt in tabel 23 na der uitgesplitst naar inkomenscategorien. Vanaf een huis houdgrootte van drie pers onen blijft de piek van de verdelingen hangen rond de inkomensklasse 2001-3000. Ook de spre iding voor deze groepen l aat geen verrassingen 6720 Deze en andere risicofactoren worden verder besproken in hoofdstukken 9 en 10

PAGE 69

68 zien, behalve dat bij de grootste huishoudens een aanzienlijk deel geen inkomen heeft opgegeven of waarvan het huishoudinkomen niet kon worden berekend. Bij de 1-persoons huishoudens ligt de modus in de klasse 1-1000, ver beneden het gemiddelde (ruim 3.000 gulden), dat ook nog eens het laagst e is van alle huishoudgrootten. Voor alle huishoudgrootten geldt ov erigens dat de modale inkomens klassen fors onder het gemiddelde inkomen van het huishouden ligt. Figuur 23 Huishoudens naar inkomens categorieen en huishoudgrootte, relat ieve verdeling Cu racao Census 2011 Tabel 23. Huishoudens naar inkomenscategorien en huis houdgrootte, relatieve verdeling, Curaao, Census 2011 aantal personen in huishouden Bruto huishoudinkomen categorien 1 234567 8 en meer totaal % Geen 4 11 1111 0 2 1-1000 31 8 6 4554 5 13 1001-2000 22 20 13 9 11 9 9 10 16 2001-3000 14 15 14 13 12 11 12 10 14 3001-4000 8 11 12 11 10 12 11 11 10 4001-5000 7 9 10 10 11 8 11 9 9 5001-6000 5 7 8 7997 7 7 6001-7000 2 5 7 7666 7 5 7001-8000 2 4 5 5566 5 4 8001-9000 1 3 4 5444 5 3 9001-10000 1 2 3 4433 3 2 Meer dan 10000 2 11 12 15 14 14 14 16 10 Niet opgegeven 1 3 6 8 9 11 11 12 5 Totaal 100 100 100 100 100 100 100 100 100 Huishoudinkomen naar aantal inkomenstrekkers Figuur 23 toont het gemiddelde huishoudinkomen naar het aantal inkomenstrekke rs in het huishouden.. Het gemiddelde inkomen voor een huishouden met een enkele inkomenstrekker ligt op circa 3.350 gulden. Een tweede inkomenstrekker geeft direct een flinke boost aan het huishoudinkomen, dat hierdoor bijna verdubbelt.

PAGE 70

Figuur 24 Gemiddeld bruto hui shoudinkomen naar aantal inkome nstrekkers, Curacao Census 2011 Elke volgende persoon met een inkomen doet het huishoudinkomen met opvallend gelijke percentages (19 20%) toenemen. De ratio achter deze si tuatie is dat de persoon me t het hoogste inkomen in het algemeen het hoofd van het huishouden is. Het tweede inkomen wordt dan mees tal door de partner ingebracht. Daarop volgende inkomenstrekkers in het huishouden zijn dan met name inwonende kinderen en andere familieleden. Een detailonderzoek21 toont aan dat het hoofd van het huishouden bijna altijd het hoogste inkomen ontvangt, met name uit werk, AOV of pensioen. De tweede inkomenstrekker is in de meeste gevallen de partner van het hoofd, maar soms ook een inwonend kind. Hun inkomsten realiseren zij voornam elijk uit werk en uit AOV. De volgende inkomenstrekkers zijn bijna altijd kinderen van het hoofd en de partner. Zij genereren inkomen uit een baan, en het gemiddelde inkomen ligt redelijk constant tussen de 1.800 en 1.900 gulden22. In tabel 24 zijn de inkomens van huishoudens naar inkomenscategorien en naar aantal inkomenstrekkers verdeeld. Zoal te verwachten is schuift de top van de verdeling omhoog naarmate er meer inkomenstrekkers in het huishouden aanwezig zijn. Zo als hierboven al omschreven maakt het gemiddelde huishoudinkomen vooral een sprong omhoog door toevoeging van een tweede inkomen, en is de toename door volgende inkomens beperkter. Dit beeld is ook min of meer zi chtbaar in tabel 24. Ook is duidelijk te zien dat de percentages huishoude ns met de hoogste inkomens toenemen naarmate het aantal inkomenstrekkers stijgt. 21 Niet alle huishoudens zijn onderzocht, met name grote huishoudens zijn buiten be schouwing gelaten, vanwege hun geringe aantallen. Ook is alleen naar de be langrijkste bron van inkomen gekeken. 6922 Het is heel goed mogelijk dat inwonende kinderen met een inkomen nog thuis wonen omdat ze nog geen woonruimte hebben gevonden. Volgens het Woningbehoefte Onderzoek Curaao 2008 van he t CBS zijn 40% van degenen die een woning zoeken inwonenden die een eigen woonruimte zoeken. Bijna de helft van hen is jonger dan 40 jaar.

PAGE 71

Tabel 23 Huishoudens naar inkomenscate gorieen en aantal inkomens trekkers, relatieve verde ling, Curacao Census 2011 Tabel 24. Huishoudens naar inkomenscategorien en aantal inkomenstrekkers, relatieve verdeling, Curaao, Census 2011 Aantal inkomenstrekkers Bruto huishoudinkomen categorien 1 2345 6 en meer totaal % 1-1000 27 2 0 0 0 0 13 1001-2000 23 15 4 2 1 0 17 2001-3000 14 16 12 6 2 2 14 3001-4000 8 12 15 10 5 5 11 4001-5000 7 9 13 14 10 7 9 5001-6000 5 8 10 11 11 11 7 6001-7000 3 7 9 9 9 7 5 7001-8000 2 5 6 9 11 9 4 8001-9000 1 5 5 7 8 7 3 9001-10000 1 3 4 6 5 5 3 Meer dan 10000 4 1318213245 10 Niet opgegeven 4 4 4 4 5 3 4 totaal 100 100 100 100 100 100 100 Huishoudinkomens naar typen huishoudens In de Census zijn de huishoudens geclassificeerd naar typen23. Het type huishouden wordt bepaald door de samenstelling en de onderlinge relaties tussen de huishoudleden. In figuur 24 is het gemiddelde huishoudinkomen weergegeven voor de huishoudtypen die het meeste voorkomen in Curaao. Tabel 24 Gemiddeld bruto huish oudinkomen naar type huish ouden, Curacao Census 2011 Veruit de meeste huishoudens, bijna 60 procent, vallen onder type n kerngezin. Het gemiddelde inkomen van dit type huishouden bedraagt circa 6.100 gulden bruto. Vermeldenswaardig is dat een kerngezin gemiddeld 1,9 inkomenstrekkers heeft. 7023 Zie hoofdstuk 5.2 voor een uitleg van de huishoudtypologie

PAGE 72

71 Een kerngezin met inwonende(n) heeft gemiddeld 2,5 inkomenstrekkers. Het ge middelde maandinkomen van een kerngezin met inwonende(n) is hoger ( 6.400 guleden) dan dat va n een kerngezin zonder inwonende, maar het verschil blijft beperkt doordat het extra inkomen van de inwonende vaak een AOV uitkering is, en relatief minder pe rsonen een inkomen uit werk hebbe n (40% van alle inkomenstrekkers versus 65% voor het kerngezin alleen). Ook als het huishouden bestaat uit twee kerngezi nnen al dan niet met inwonende(n) neemt het gemiddelde aantal inkomenstrekkers toe (2,9) m aar ook hier blijkt een toename van het aantal inkomenstrekkers niet tot een s ubstantile toename van het huis houdinkomen (6.400 gulden te leiden. Evenals bij het n kerngezin me t inwonende(n) wordt deze geringe toename vooral veroorzaakt doordat de extra inkomenstrekkers vaak een AOV binnen bre ngen en procentueel minder inkomenstrekkers een inkomen uit werk hebben (41%). Het type drie kerngezinnen al dan niet met in wonende(n) komt weinig v oor. Het gemiddelde aantal inkomenstrekkers is bij dit huishoudtype he t grootst: 3,4 personen met een inkomen. Het huishoudinkomen is daardoor het hoogste van a lle onderscheiden huishoudtypen: 7.400 gulden. Alleenstaanden vormen ongeveer een kwart van alle huishoudens. In de hu ishoudtypologie wordt een onderscheid gemaakt tussen alleenstaande vrouwen en alleenstaande mannen, waarbij alleenstaande vrouwen wat vaker voorkomen dan alleenstaande mannen. Het gemiddeld e inkomen van beiden verschilt behoorlijk: afgerond 2.700 voor vrouwen en 3.500 voor mannen. Nader onderzoek leert dat het belangrijkste inkomen van alleenstaanden uit werk komt, maar dat vrouwen daaruit een minder hoog salaris ontvangen dan mannen naarmate de leeftijd vordert. Belangrijke ande re bronnen van inkomen voor alleenstaanden is AOV en pensioen, waar de hoogt e van het inkomen tussen man en vrouw niet veel verschilt maar waar wel veel meer vrouwen een AOV ontvangen. Dat drukt het gemiddelde inkomen van de alleenstaande vrouwen. Leden van het huishoudtype geen kerngezin (nie mand familie van elkaar) hebben een gemiddeld huishoudinkomen van 4.700 gulden bruto per maa nd. Gemiddeld hebben 2,1 personen binnen deze huishoudens een inkomen, in de meeste gevallen uit werk en AOV en minder vaak pensioen. Gezien de huishoudgrootte (2,2 personen gemiddeld) betekent dit dat binnen deze huishoudens bijna iedereen een inkomen heeft. In tabel 25 is de inkomensverdeling van huis houdtypen naar inkomensklassen weergegeven. Zoals ook in andere verdeli ngstabellen is geconstateerd zijn de vers chillen vooral duidel ijk in de lagere inkomensklassen. De hoogste frequentie ligt bij zowel de alleenstaande vrouwen al s bij de alleenstaande mannen in de laagste inkomensklasse (1-1000), waarbij de piek bij de vrouw duidelijker zichtbaar is. Bij de huishoudtypen n kerngezin en geen kerngezin ligt de modus in de volgende inkomensklasse (1001-2000), en bij de overige huis houdtypen in de klasse 2001-3000. Opvallend is dat naarmate het huishoudtype gecompli ceerder wordt (tweeen drie kerngezinnen al dan niet met inwonenden) het huishoudinkomen vaker onbeke nd is. Dit kan te maken hebben met het feit dat hoe meer inkomenstrekkers in het huishouden zijn hoe lastiger het wo rdt om alle inkomens te kunnen administreren.

PAGE 73

72 Tabel 25 Huishoudens naar inkomensca tegorieen en type huishouden, relat ieve verdeling Curacao Census 2011 Tabel 25. Huishoudens naar inkomenscat egorien en type huishoude n, relatieve verdeling, Curaao, Census 2011 samenstelling huishouden Bruto huishoudinkomen categorien Geen Kerngezin Alleenstaande Man Alleenstaande Vrouw Een kerngezin Een kerngezin met inwonende Twee kerngezinnen al dan niet met inwonende Drie kerngezinnen al dan niet met inwonende Niet opgegeven totaal % Geen 1 5 3 2 0 0 0 1 2 1-1000 9 24 37 6 6 5 4 9 13 1001-2000 22 23 21 15 11 12 7 10 16 2001-3000 18 16 11 14 16 12 12 11 14 3001-4000 11 8 8 11 12 12 11 12 10 4001-5000 9 7 7 9 11 10 10 4 9 5001-6000 7 5 5 8 7 9 9 8 7 6001-7000 4 2 2 6 6 7 5 4 5 7001-8000 3 2 2 5 5 6 6 5 4 8001-9000 3 1 1 4 4 4 5 6 3 9001-10000 2 1 1 3 3 3 3 1 2 Meer dan 10000 8 4 212131115 1010 niet opgegeven 4 1 1 6 7 8 12 18 5 totaal 100 100 100 100 100 100 100 100 100 Huishoudinkomen naar kenme rken hoofd huishouden Geslacht en leeftijd van he t hoofd van het huishouden Het gemiddelde bruto huishoudinkome n per maand is voor huishoudens w aar het hoofd een man is circa 6.400 gulden. Het huishoudinkomen is voor huishoudens me t een vrouw aan het hoofd behoorlijk lager: bijna 4.000 gulden. Gemiddeld over alle leeftijden berekend is het ve rschil tussen het huishoudinkomen van mannelijke hoofden en dat van vrouwelijke hoofden ongeveer 60 procent. In figuur 25 is goed te zien dat het hogere huish oudinkomen voor huishoudens waar een man het hoofd is geldt voor alle leeftijdsklassen van het hoofd. Het verschil is het kleinst voor de jongste leeftijdskla sse (15-24). In deze leeftijdsklasse zijn overigens weinig personen hoofd van een huishouden. Het verschil is het grootst in de leeftijdsklasse 55 -64 (66%). Voor de hoogste leeftijdsklasse neemt het verschil weer wat af (49%). Voor zowel mannelijke als vrouwelijke hoofden is inkom en uit werk en in mindere mate pensioen en AOV de belangrijkste bron, waarbij de man gemidde ld een hoger inkomen genereert uit werk en pensioen. Het verschil in huishoudinkomen wordt daarnaast mede bepaald doordat er gemiddeld meer personen met een inkomen voorkomen bij de huishoudens met een mannelijk hoofd dan bij die met een vrouwelijk hoofd, 1,9 versus 1,6.

PAGE 74

Figuur 25 Gemkiddeld bruto huishoudinkomen naar geslac ht en leeftijd van het hoofd, Curacao Census 2011 Tabel 26 geeft de relatieve verdeling van het hui shoudinkomen over de verschillende inkomensklassen naar leeftijd en geslacht van het hoofd van het huishouden. Tabel 26 Huishoudens naar inkomenscategorieen en leeftijd en geslacht van het hoofd, relatieve verdelin g Curacao Census 2011 Tabel 26 Huishoudens naar inkome nscategorien en leeftijd en geslacht va n het hoofd, relatiev e verdeling, Curaao, Census 2011 leeftijd hoofd 15-24 25-34 35-44 45-54 55-64 65+ Totaal Bruto huishoudinkomen categorien M V M VMVMVM V M VMV % Geen 10 8 2 4 3 3 3 3 2 1 0 0 2 2 1-1000 10 24 4 13 4 13 5 15 8 22 11 27 7 19 1001-2000 22 28 14 24 12 23 12 19 13 18 17 19 14 20 2001-3000 18 15 16 17 15 15 12 13 12 14 14 15 13 14 3001-4000 12 8 14 12 11 10 10 10 10 10 12 10 11 10 4001-5000 10 4 11 9 9 9 9 9 8 8 9 8 9 8 5001-6000 6 4 8 6 8 6 8 7 8 6 7 5 7 6 6001-7000 2 0 7 4 6 3 6 4 6 5 6 4 6 4 7001-8000 2 2 5 3 5 2 6 3 5 3 4 2 5 3 8001-9000 0 0 4 2 4 2 4 2 5 2 4 2 4 2 9001-10000 0 1 2 1 4 1 3 2 4 2 2 1 3 1 Meer dan 10000 5 2 9 3 16 5 15 6 15 7 9 4 14 6 Niet opgegeven 2 4 3 3 4 6 7 6 5 3 4 4 5 4 Totaal 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 De modale inkomensklasse ligt in het algemeen bij huishoudens me t zowel een man als vrouw als hoofd in de klasse 1001-2000, maar de spreiding van het i nkomen ligt bij huishoudens met vrouwelijke hoofden nadrukkelijker naar de lagere inkomensklassen toe dan bij huishoudens met de mannelijke hoofden. 73

PAGE 75

74 Naar leeftijdsklasse bekeke n verandert dit algemene beeld niet subs tantieel. Wel is voor de jongste en de twee oudste leeftijdsklassen het modale inkomen voor de huishoudens met vrouwelijke hoofden in de laagste inkomensklasse gesitueer d, terwijl dat voor huishoudens me t mannelijke hoofden voor geen enkele leeftijdsklasse geldt. Economische status en leeftijd van het hoofd van het huishouden Het gemiddeld bruto huishoudinkomen van huishoudens waar het hoofd werkend is, is met 6.147 gulden (tabel 27) veel hoger dan van huishoudens waar het hoofd een andere economische status heeft. Het inkomen van huishoudens met een werkzoekend hoofd is gemiddeld het laagste: 2.622 gulden. Huishoudens met een economisch niet-actief hoofd nemen een middenpos itie in: 4.187 gulden. Tabel 27 Gemiddeld bruto huishoudi nkomen per maand naar economische status en leeftijd van het hoofd, Curacao Census 2011 Tabel 27 Gemiddeld bruto huis houdinkomen per maand naar economische status en leeftijd van het hoofd, Curaao, Census 2011 Economische Status Leeftijd hoofd Werkend WerkzoekendEconom isch niet-actiefTotaal 15-24 3.790 3.505 2.116 3.549 25-34 5.010 2.520 2.845 4.840 35-44 5.927 2.636 3.464 5.688 45-54 6.301 2.109 3.922 5.893 55-64 6.830 3.325 4.456 5.760 65+ 6.709 2.504 4.160 4.415 Totaal 6.147 2.622 4.187 5.332 Bij huishoudens met een werkende hoofd neemt he t huishoudinkomen gestaag toe naarmate het hoofd ouder is, hoewel een zekere stab ilisatie optreedt na het 65e levensjaar van het hoofd. Op deze leeftijd zijn relatief weinig hoofden nog economisch actief. Werkzoekende hoofden van huishoudens komen weinig voor in de jongere leeftijdsklassen, de meeste van hen zijn 45 54 jaar oud. Het huishoudinkome n van huishoudens met een werkzoekend hoofd verloopt daarom meer erratisch. V ooral bij jongere werkzoekende hoofden (tot 35 jaar) bestaat het huishoudinkomen alleen uit een enkel persoonlijk inkome n. Het vaakst is dat inkom en uit een uitkering of een onbekende, niet genoemde bron. Tabel 28 Huishoudens naar inkome nscategorieen en economische st atus van het hoofd, relatiev e verdeling Curacao Census 2011 Tabel 28. Huishoudens n aar inkomenscategorien en econom ische status van het hoofd, re latieve verdeling, Curaao, Census 2011 Economische Status Hoofd Bruto huishoudinkomen categorien WerkendWerkzoekend Economisch niet-actief Totaal % Geen 1 20 2 2 1-1000 5 32 22 13 1001-2000 15 18 18 16 2001-3000 14 9 13 14 3001-4000 11 5 10 10 4001-5000 10 3 8 9 5001-6000 8 2 5 7 6001-7000 6 1 4 5 7001-8000 5 1 3 4 8001-9000 4 1 2 3 9001-10000 3 0 2 2 Meer dan 10000 12 3 6 10 Niet opgegeven 5 4 5 5 Totaal 100 100 100 100 Economisch niet-actieve hoofden van huishoudens komen, niet verrassend, in meerderheid voor in de hoogste leeftijdsklasse. Gemiddeld hebben huishoudens met een niet-actief hoofd het hoogste aantal inkomenstrekkers: 1,9. Dat verklaart voor een deel de hoogte van het hu ishoudinkomen. Daarnaast genieten de 60-plussers, en hun pa rtners, van een AOV uitkering, in niet onbelangrijke mate aangevuld met een pensioen.

PAGE 76

75 Tabel 28 toont dat het gemiddelde bruto huishoudinkom en ook qua verloop van de inkomensverdeling verschilt met de economische status van het hoofd van het huishouden. Opvallend is het hoge percentage huishoudens waar van het hoofd werkzoeke nd is dat opgeeft geen inkomen te hebben gehad in de waarnemingsperiode: 20 procent. Van alle huishoudens met een werkzoekend hoofd heeft 70 pr ocent geen of een inkom en tot 2.000 gulden per maand. Ter vergelijking: dat percentage is 21 voor huish oudens met een werkend hoofd en 42 voor huishoudens waar het hoofd economisch niet-actief is. De modale inkomensklasse is voor huishoudens met een werkend hoofd 1001-2000, terwijl die voor huishoudens met zowel werkzoekende hoofden als econom isch niet-actieve hoofden de klasse 1-1000 is. Bij huishoudens met een niet-actief hoofd is de spreiding van het inkomen over de klassen wel gelijkmatiger dan bij huishoudens met een werkzoekend hoofd. Opleiding van het hoofd Het opleidingsniveau van het hoofd van het huishouden is in hoge mate bepalend voor de hoogte van het huishoudinkomen. Tabel 29 maakt dat duidelijk. Een huishouden waarvan het hoofd het hoogste opleidingsniveau heeft gevolgd (Tertiair onderwijs tweede niveau en postdoctora al) heeft gemiddeld een inkomen dat circa 3,5 maal zo hoog is dan wa nneer het hoofd het laagste opleidingsniveau (basisopleiding of minder) heeft doorlopen. Tot aan de eerste fase va n het tertiair onderw ijs (HBO) is de toename naar het volgende opleidingsniveau progressief Tussen de eerste en de tweede niveau van het tertiair onderwijs is de toename in gulden gemeten we l, maar in procenten gemeten niet het grootst. Er zijn weinig huishoudens met een jongere (15-24 jaar) aan het hoofd. De gemiddelde huishoudinkomens voor deze groep hoeven daarom niet representatief te zijn. De opleidingsniveaus met de minste waarnemingen zijn om die reden weggelaten. Wanneer het hoofd van een huishouden een lage opleiding, basis opleiding of minder, heeft genoten, is de progressie van het huishoudinkomen naarmate het hoofd ouder is gering. Het hoogste gemiddelde wordt bereikt in de leeftijdsklass e 45-54 (3.517), waarna dit gemiddelde weer gaat dalen. Tabel 29 Gemiddelde bruto hui shoudinkomens naar leefijd en opleid ing van het hoofd, Curacao Census 2011 Tabel 29. Gemiddelde bruto huishoudinkomens naar leeft ijd en opleiding van het hoofd, Curaao, Census 2011 Hoogst gevolgd opleidingsniveau Leeftijd hoofd Basisopleiding of minder Secundair onderwijs, niveau 1 Secundair onderwijs, niveau 2 Tertiair onderwijs, niveau 1 Tertiair onderwijs niveau 2 + OnbekendTotaal 15-24 4.030 3.354 3.771 25-34 3.248 3.454 4.533 7.116 9.264 3.265 4.857 35-44 3.256 3.951 5.740 8.893 12.350 5.368 5.693 45-54 3.517 4.433 6.562 9.925 13.229 5.312 5.884 55-64 3.473 4.829 6.879 9.671 12.542 5.379 5.761 65+ 3.307 4.388 5.820 7.809 11.320 4.099 4.414 Totaal 3.371 4.380 5. 982 8.897 12.246 4.683 5.336 Met een opleiding op het niveau van het eerste niveau van het secundair onderwijs (HAVO, VSBO) van het hoofd heeft het huishoudeninkomen iets meer ontwikkeling naarmate het hoofd ouder is. De progressie in het huishoudinkomen is voor huishoudens waar het hoofd in de volgende opleidingsniveaus is opgeleid aanzienlijk groter. Wel is het zo dat de hoogste gemiddelde inkomens bij de opleidingen op de niveaus van het te rtiair onderwijs voor de huishoudens al worden bereikt als het hoofd zich in de leeftijdsklasse 45-54 jaar bevindt. Figuur 26 maakt de ontwikkelingen van het huishoudinkom en naar leeftijd en opleiding van het hoofd van het huishouden duidelijk. Vanwege de lage cel vullingen voor de jongste leeftijdsklasse is deze weggelaten.

PAGE 77

Figuur 26 Bruto huishoudinko men naar leeftijd en op leidingsniveau van het hoofd Curacao Census 2011 De progressie in het huishoudinkomen naarmate de leeftijd van het hoofd vordert is voornamelijk verklaarbaar doordat het hoofd van he t huishouden (als hoofdkostwinner) zijn of haar carrire doorloopt. Daarnaast neemt het aantal inkomenst rekkers in het huishouden geleid elijk toe naarmate het hoofd van het huishouden ouder is: van gemiddeld 1,4 voor de la agste leeftijdsklasse tot 1,9 in de hoogste klasse. Eerder werd er al op gewezen dat naarmate het hoofd ouder wordt vaker kinderen in het huishouden een inkomen gaan genieten, en na het 60e levensjaar gaat hij of zij en ook de partner een AOV uitkering krijgen. De verdeling van het huishoudinkomen naar oplei dingsniveau van het hoofd wordt in tabel 30 beschreven. Heel duidelijk blijkt dat de verdeling van het inkomen steeds meer naar het midden opschuift naarmate de opleiding van het hoofd hoger is. De platheid van de verdeling va n het huishoudinkomen bij het hoogste opleidingsniveau van het hoofd wordt vooral veroorzaakt doordat circa 15 procent van deze huishoudens een maandinkomen boven de 15.000 gulden heeft24. 7624 Dit feit vermindert de validiteit van de verdeling voor dit opleidingsniveau, m aar doordat de betreffende huishoudens gemiddeld circa 30.000 gulden per maand ontvangen maakt uitbreiding van de inkomensklassen de interpreteerbaarheid voor de gehele tabel moeilijk.

PAGE 78

77 Tabel 30 Huishoudens naar inkome nscategorieen en opleid ingsniveau van het hoofd, relati eve verdeling Curacao Census 2011 Tabel 30. Huishoudens n aar inkomenscategorien en op leidingsniveau van het hoofd, relatieve verdeling, Curaao, Census 2011 Hoogst gevolgde opleiding Hoofd van het huishouden Bruto huishoudinkomen categorien Basisopleidi ng of minder Secundair onderwijs, niveau 1 Secundair onderwijs, niveau 2 Tertiair onderwijs, niveau 1 Tertiair onderwijs, niveau 2 + Onbeken d Totaa l Geen 2 2 2 2 2 4 2 1-1000 24 13 6 2 2 14 13 1001-2000 24 19 12 4 2 11 16 2001-3000 16 16 13 7 3 9 14 3001-4000 10 12 12 8 5 6 10 4001-5000 6 9 11 10 6 4 9 5001-6000 4 6 9 10 7 4 7 6001-7000 3 4 7 9 7 3 5 7001-8000 2 3 5 8 9 3 4 8001-9000 1 2 4 7 7 1 3 9001-10000 1 2 3 6 6 1 2 Meer dan 10000 3 7 11 23 39 5 10 Niet opgegeven 4 4 4 5 5 35 5 Totaal 100 100 100 100 100 100 100 Huishoudinkomen naar geb oorteplaats van het hoofd In figuur 27 wordt het gemiddelde huishoudinkomen w eergegeven naar geboorteplaats van het hoofd. Alleen de meest voorkomende ge boorteplaatsen zijn opgenomen. De verschillen zijn groot: van circa 2.600 gulden br uto voor huishoudens waarva n het hoofd afkomstig is uit St. Vincent & the Grenadines tot meer da n 13.500 voor huishoudens met aan het hoofd een persoon die in de Verenigde Staten van Amerika is geboren. Er is een sterke relatie tussen de hoogte van he t gemiddelde huishoudinkomen en het opleidingsniveau van het hoofd. Het percentage hoog opge leide hoofden (tertiai r onderwijs) is het hoogst bij huishoudens waar het huishoudinkomen het hoogst is: 63 procent bij hoofden afkomstig uit de Verenigde Staten van Amerika, 56 procent hoofden die in Nederland geboren zijn, 46 procent voor hoofden uit Suriname en 43 procent voor hoofden uit India. V oor alle huishoudens is het pe rcentage hoog opgeleide hoofden 17 procent. Omgekeerd komen de laagste percentages hoog opgele iden uit landen als Hati (2%), St. Vincent & the Grenadines (5%), Jamaica (4%) en de Dominicaanse Republiek (5%). Ook andere factoren zijn van invloed op het hui shoudinkomen. Zo zijn bij huishoudens met een hoofd afkomstig uit Caribisch Nederla nd, Portugal, China en India vaker dan gemiddeld personen met een inkomen aanwezig, gemiddeld meer dan 1,8. In huis houdens met een hoofd geboren in Jamaica, de Dominicaanse Republiek en de Verenigde Staten is het gemiddelde aantal inkomenstrekkers duidelijk lager, gemiddeld 1,5. Voor hoofden van huishoudens uit Caribisch Nederla nd, Portugal, Sint Maarte n en St. Vincent & the Grenadines is de gemiddelde leef tijd van het hoofd hoger dan 60 jaar25. Beduidend jonger zijn de hoofden van huishoudens die geboren zijn in Jamaica, Hati, I ndia en Guyana, zij zijn gemiddeld niet ouder dan 45 jaar. De relatie leeftijd van he t hoofd van het huishouden en het huis houdinkomen is al in voorgaande paragrafen belicht. 25 Voor alle huishoudens is de gemiddelde le eftijd van het hoofd 55 jaar. Het betreft hi er alleen die huishoudens die specifiek in deze analyse zijn opgenomen (huishoude ns met een inkomen). Het algemeen gemiddelde kan hiervan afwijken.

PAGE 79

Figuur 27 Gemiddeld bruto huishou dinkomen naar geboorteplaats van het hoofd Curacao Census 2011 Huishoudinkomens naar inkomensbronnen Gemiddeld zijn er per huishouden in Curaao in de Census van 2011 1,8 inkomenstrekkers gemeten. Elk van deze inkomenstrekkers kan een inkomen uit n of twee bronnen hebben. Het huishoudinkomen wordt berekend aan de hand van de persoonlijke inkomens van alle inkomenstrekkers. Tevens is gevraagd uit welke bron het belangrijkste en het tweede inkomen afkomstig is. Op huishoudniveau levert dat talrijke combinatie s van aantallen inkomens en inkomensbronnen op. In totaal zijn er 655 combinaties gemeten in de Cens us. Daarbij zijn alle inko mens, uit de belangrijkste bron en uit de tweede bron, meege nomen. Verreweg de meeste van die combinaties komen weinig of zeer weinig voor. In figuur 28 zijn de 33 meest voorko mende combinaties van aantallen inkomens naar inkomensbron weergegeven. 78

PAGE 80

Figuur 28 Meest voorkomende comb inaties van inkomensbronnen p er huishouden Curacao Census 2011 Verreweg de meeste combinaties, samen 42 procent van het totaal, zijn die met 1 of 2 inkomens uit werk. Veel minder vaak komen de combinaties inkome n uit AOV (6%), inkomen uit werk en 1 uit AOV (4%), inkomen uit AOV en 1 uit pensioen (4%) en inkomens uit werk (3%) voor. De frequenties lopen daarna snel terug. Bijna 2 procent van de huis houdens geeft aan geen inkomen te hebben ontvangen in de verslagperiode van de Census. Eenzelfde percentage huishoudens moet rond zien te komen met n uitkering. In figuur 29 zijn dezelfde combina ties van inkomensbronnen weergegeven, gesorteerd naar de hoogte van het huishoudinkomen. Het hoogste huishoudinkomen wordt verkregen bij huishoudens waar vier inkomens uit werk voorkomen, gemiddeld levert d it een bruto huishoudinkomen van ruim 11.500 gulden per maand op. Het betreft echter, zoals uit de vor ige figuur al bleek, een gering aantal huishoudens, 79

PAGE 81

minder dan 1 procent. Wat vaker komt de combinat ie inkom ens uit werk voor, 3 procent, die gemiddeld 9.300 gulden genere ren voor het huishouden. Figuur 29 Gemiddeld bruto huish oudinkomen naar meest voorkomende combinatie s van inkomensbronnen, Curacao Census 2011 Het gemiddelde huishoudinkomen van de drie daarop volgende combinaties van inkomensbronnen ontlopen elkaar niet veel, allen gemiddeld boven de 9.000 gulden bruto per maand. Hoewel inkomen uit werk, en vooral meerdere bronne n per huishouden, een determinant lijkt te zijn voor een hoog huishoudinkomen, komen bij de lagere hui shoudinkomens ook inkomenscombinaties voor waar werk als bron deel van uitmaakt. Zo levert de si tuatie van inkomen uit werk gemiddeld 3.800 gulden aan huishoudinkomen op, ongeveer even veel als de co mbinaties uit werk en 1 uit AOV en uit werk en 1 uit uitkering. Beroep en opleidingsniveau van de werkende n spelen uiteraard een rol bij het bepalen van het inkomen uit werk. Duidelijk is wel dat meerdere inkomens uit werk, aangevuld met inkomens uit pensioen en AOV, het huishoudinkomen over het algemeen boven het al gemeen gemiddeld huishoudinkomen (5.332 gulden bruto per maand) tillen. 80

PAGE 82

81 Vanaf de combinatie uit werk en 1 uit ande re bron is het gemiddelde huishoudinkomen onder het algemeen gemiddelde voor alle huishouden. Het laagste huishoudinkomen komen voor waar de huishoudens rond mo eten zien te komen met n inkomen uit uitkering, n inkomen uit AOV of een combinatie van beiden. Huishoudinkomens naar andere huishoudkenmerken Regionale verschillen in het huishoudinkomen In Tabel 31 is het gemiddelde bruto huishoudinkomen uitgesplitst naar geozone en geslacht van het hoofd van het huishouden. Lege zones en zones waar te weinig huishoudens voorkomen zijn uit de tabel weggelaten. De hoogste huishoudinkomens komen voor in de zones St. Willibrordus, Mahaai en Spaanse Water, elk gemiddeld boven de 10.000 gulden per maand. Daarbij moet vermeld worden dat St. Willibrordus qua aantallen huishoudens een vrij kleine zone is. Op redelijke afstand volgen zones zoals Groot Piscadera en Zeelandia met een gemiddeld huishoudinkomen boven de 8.000 bruto. Scharloo is de enige zones waar het huishoudinkomen beneden de 3.000 gulden bruto ligt. De volgende zones met lage inkomens zijn Wishi, Kanga Dein, Te ra Pretu, Otrabanda, Fortuna en Flip, allen met een bruto huishoudinkomen onder de 3.500 gulden. Zones zoals Bonam, Pannekoek, Mahuma en Stenen Koraal hebben een gemiddeld huishoudinkomen dat rond het algemeen gemiddelde van Curaao ligt. Als gekeken wordt naar de verschillen in inkomen s tussen huishoudens met een man dan wel een vrouw als hoofd, dan valt op dat deze variren tussen de zones. De verschillen in inkomen zijn het kleinst in zone s als Westpunt, Tera Pretu en Seru Grandi, minder dan 10 procent, waarbij in Westpunt zelfs geldt dan het gemiddelde huishoudinkomen van huishoudens met een vrouw aan het hoofd hoger is dan die met een man aan het hoofd. De grootste verschillen komen voor in de zones St. Willibrordus, Groot Piscadera, Zeelandia en Puna, waar de verschillen 100 procent of hoger zijn. St. W illibrordus was net al genoemd als een van de zones met de hoogste huishoudinkomens, en deze hoge inkomens komen vooral voor bij huishoudens met een mannelijk hoofd. Deze laatste huishoudens hebben gemiddeld het hoogste inkomen van Curaao. Toch blijkt ook het gemiddelde inkomen van huis houdens met een vrouwelijk hoofd in zone St. Willibrordus tot een van de hoogste van alle huishoudens met een vrouw aan het hoofd te behoren, alleen vooraf gegaan door de zones Mahaai en Spaanse Water. In de zone Spaanse Water hebben de huishoudens me t een vrouw aan het hoofd het hoogste en die met een man als hoofd net niet het hoogste gemiddelde inkomen van Curaao.

PAGE 83

82 Tabel 31 Gemiddeld bruto huish oudinkomen naar geozone en geslacht van het hoofd van het huishouden, Curacao 2011 Tabel 31. Gemiddeld bruto huishoudinkomen naar geozone en geslacht van het hoofd van het huishouden, Curaao, 2011 Geslacht vanhet hoofd Geozone Man Vrouw Totaal Westpunt 4.161 4.284 4.213 Lagun 4.095 3.061 3.690 Flip 3.874 2.685 3.435 Tera Pretu 3.426 3.145 3.329 Lelienberg 4.546 3.667 4.156 Soto 4.629 3.288 4.024 Pannekoek 6.245 3.520 5.322 Wacao 5.678 3.187 4.695 Barber 5.097 3.281 4.358 St. Willibrordus 12.860 6.210 10.180 Tera Cora 7.110 4.638 6.204 Souax 4.237 3.552 3.971 St. Michiel 6.888 4.449 5.829 Piscadera Baai 4.795 3.110 3.991 Fortuna 4.791 2.653 3.433 Rancho 8.499 5.736 7.476 Ronde Klip 4.499 3.278 4.015 Brievengat 5.734 3.782 4.715 Maria Maai 5.630 3.439 4.588 Muizenberg 5.619 3.236 4.331 Stenen Koraal 6.144 3.926 5.269 Mahuma 6.130 4.000 5.303 Groot Piscadera 9.901 5.059 8.116 Paradijs 4.013 3.044 3.609 Wanapa 5.418 3.478 4.526 Buena Vista 4.306 3.446 3.907 Kanga/Dein 3.850 2.419 3.235 Suffisant 4.593 3.684 4.188 Mon Repos 7.332 4.424 6.081 Bonam 6.402 4.047 5.392 Rosendaal 3.918 3.118 3.513 Groot Kwartier 7.705 4.189 6.335 Mahaai 12.109 6.477 10.194 Sta. Rosa 6.303 4.129 5.257 Kwarchi 5.714 4.052 5.093 Montaa Abou 5.741 3.872 4.818 Labadera 7.992 4.911 6.842 Seru Lora 8.069 5.233 7.090 Zeelandia 11.554 5.062 8.319 Wishi 3.640 2.678 3.131 Habaai 5.344 4.077 4.693 Mundo Nobo 6.698 4.188 5.551 Domi 4.875 3.356 4.045 Otrobanda 4.082 2.925 3.373 Punda 6.818 3.575 5.582 Scharloo 3.333 2.061 2.658 Parera 6.319 5.143 5.700 Berg Altena 4.783 3.064 3.864 Salia 7.972 4.768 6.705 Dominguito 7.553 4.886 6.514 Rooi Santu 7.193 4.871 6.280 Koraal Specht 5.404 2.971 3.976 Steenrijk 4.957 3.806 4.338 Koraal Partier 7.455 4.791 6.510 Montaa Rey 5.915 3.784 5.009 Seru Grandi 4.205 3.954 4.096 SpaanseWater 12.139 7.693 10.661 Oostpunt 5.797 3.932 5.086 Uit Map 1 wordt duidelijk dat de zones met lagere inkomens (beneden het gemiddelde huishoudinkomen van Curaao) voornamelijk geconcentreerd zijn rond We stpunt en omliggende zones, de binnenstad en de zones westelijk rond het Schottegat (r egio Uitbreiding Stad West). De zones met hogere huishoudinkomens liggen vooral op de oostelijke helft van Curaao en het centrale gedeelte.

PAGE 84

Map 1 Gemiddeld huishoudinkomen per zone, Curacao De witte gebieden op de kaart zijn zones waar geen huishoudens voorkomen of waar te weinig huishoudens voorkomen. Huishoudinkomen en aantal kinderen in het huishouden In tabel 32 wordt het gemiddeld br uto huishoudinkomen uitgesplitst n aar geslacht van het hoofd van het huishouden en aantal kinderen (jonger dan 18 jaar) binnen het huishouden. Een huishouden zonder kinderen heeft op Curaao gemiddeld een inkomen van circa 4.900 gulden. De zorg voor kinderen brengt extra kosten voor het huishouden met zich mee. Het huishoudinkomen neemt in overeenstemming met deze stelrege l tot en met het tweede kind toe, maar daarna daalt het inkomen weer licht. In hoofdstuk 5 zal duidelijk worden dat een huish ouden met veel kinderen een hogere kans heeft om onder de armoedegrens te vallen. Ta bel 32 toont aan dat het huishoudinkome n bij drie of meer kinderen al niet meer groeit of zelfs afneemt. Indien gekeken wordt naar het aantal inkomenstrekke rs en het aantal kinderen in het huishouden dan blijkt dat het gemiddelde aantal inkomenstrekkers geleidelijk aan toeneemt naarmate het aantal kinderen stijgt: van 1,7 voor huishoudens zonder kinderen naar 2,5 voor huishoudens met 5 of meer kinderen. Dat betekent dus dat het inkomen van huishoudens met 3 of meer kinderen daa lt terwijl het aantal inkomenstrekkers juist toeneemt. 83

PAGE 85

84 Tabel 32 Gemiddeld bruto hui shoudinkomen naar aantal kinderen en gesl acht van het hoofd Curacao Census 2011 Tabel 32. Gemiddeld bruto huishoudinkomen naar aantal kinderen en geslacht van het hoofd, Curaao, Census 2011 Geslacht van het hoofd Aantal kinderen in het huishouden ManVrouw Totaal Geen 5.7713.774 4.884 1 7.1964.349 5.876 2 7.6474.486 6.480 3 7.5134.165 6.115 4 6.9733.437 5.256 5 en meer 7.0064.243 5.337 Een verklaring hiervoor kan gegeven worden met het fe it dat de arbeidsparticipa tie van het hoofd van het huishouden vanaf het derde kind afneemt en met name de afhankelijkheid van een uitkering toeneemt. Het patroon van eerst toenemende en dan afnemende huishoudinkomens naarmate het kindertal stijgt is zowel bij huishoudens met een mannelijk als die met een vrouwelijk hoofd zichtbaar. Wel is de toeen afname bij huishoudens met vrouwelijke hoofden minder sterk dan bij de huishoudens met een mannelijk hoofd en zijn de gemiddelde inkom ens zoals altijd flink lager. De toename van het inkomen bij vijf of meer kinderen bij huishoudens met een vrouwelijk hoofd kan veroorzaakt zijn door toevallige uitschieters, omdat het hier geri nge aantallen huishou dens betreft. Huishoudinkomen en aantal 60-plussers in het huishouden Een huishouden zonder 60-plussers h eeft een inkomen dat dicht tegen het algemeen gemiddelde aan ligt (5.603 versus 5.332) zo blijkt uit Tabel 33. Het huishoudinkomen van huishoudens met n 60-pl usser ligt duidelijk lager: 4.328 gulden per maand. Dit betreft voor bijna de helft eenpersoonshuishoudens en hun inkomen wordt vaak bepaald door een enkele AOV uitkering. Hoe meer 60-plussers in het hui shouden aanwezig zijn hoe hoger he t huishoudinkomen wordt. Dat is ook logisch omdat elke 60-plusser tenminste recht heeft op een AOV uitkering en daarnaast ook een flink deel een aanvullend pensioen heeft opgeb ouwd. Ook blijkt het gemiddelde aantal inkomenstrekkers toe te nemen naarmate het aantal 60-plussers toeneemt, va n 1,7 bij n 60-plusser naar 2,5 bij twee en 3,6 bij drie 60-plussers. Het verschil, en daarmee ook de hoogte van het huishoudinkomen, wordt echter in belangrijke mate gemaakt doordat meer 60-plussers vaker een tweede inkomen hebben uit pensioen of werk. Tabel 33 Gemiddeld bruto huish oudinkomen naar aantal 60-plussers en ge slacht van het hoofd Curacao Census 2011 Tabel 33. Gemiddeld bruto huishoudinkomen naar aantal 60-plussers en geslacht van het hoofd, Curaao, Census 2011 Geslacht van het hoofd Aantal 60-plussers in het huishouden ManVrouwTotaal geen 6.712 4.045 5.603 1 5.285 3.678 4.323 2 6.458 5.258 6.243 3 7.641 6.212 6.912 4 en meer 8.838 7.491 8.002 Opmerkelijk is dat andere inkomensbronnen bij deze hui shoudens nauwelijks een rol spelen. In meer dan 90 procent van de huishoudens met 60-plussers word t het huishoudinkomen uitslu itend bepaald door elke combinatie van de bronnen AOV, pensioen en werk.

PAGE 86

85 Omdat meer mannen dan vrouwen aa nvullend pensioen ontvangen is het verschil tussen het inkomen van huishoudens met een man en die met een vrouw aan het hoofd voor een groot deel verklaarbaar. Dit verschil is reeds bij de behandeling van de persoonlijke inkomens behandeld. Huishoudinkomen en aantal personen met een bepe rking in het huishouden Ter afsluiting van dit hoof dstuk is de relatie tussen het huisho udinkomen en het voorkomen van leden van het huishouden met een beperking onderzocht. Tabel 34 g eeft de resultaten, uitgesplitst naar geslacht van het hoofd van het huishouden en aantallen personen met een fysieke beperking weer. In de Census zijn aan personen vragen gesteld omtr ent fysieke beperkingen, waarbij specifiek gevraagd is of men een van de volgende beperk ingen heeft: blind, slechtziend, doof, slechthorend, stom, kan een of beide benen of armen niet behoorlijk bewegen of anders. Uit de antwoorden blijkt dat bli ndheid, doofheid en stomheid in geringe aantallen voorkomen bij particuliere huishoudens26. Slecht zien of horen en bewegingsbepe rkingen komen daarentegen vaak voor. Ouderdom komt met gebreken, en he t is daarom niet verwonderlijk da t het voorkomen van personen met de genoemde beperkingen een duidelijk relati e heeft met de leeftijd van de persoon. Tabel 34 Gemiddeld bruto huishoudinkomen naar aantal personen met een fysieke beperking en geslacht van het hoofd, Curacao Census 2011 Tabel 34. Gemiddeld bruto huishoudinkomen naar aantal personen met een fysieke beperking en geslacht van het hoofd, Curaao, Census 2011 Geslacht van het hoofd aantal personen met fysieke beperking ManVrouwTotaal Geen 6.555 4.082 5.507 1 5.699 3.516 4.601 2 6.386 4.496 5.653 3 en meer 7.516 5.349 6.705 In huishoudens met een of meer ouderen komt d aarom ook vaker personen met een lichamelijke beperking voor27. Dat Tabel 34 veel weg heeft van Tabe l 33 is daarom niet verwonderlijk. Er zijn zodanig weinig personen die opgegeven hebben een psychische handicap te hebben dat detailanalyse niet zinvol is. Indien er al personen met een psyc hische beperking in een huishouden voorkomen, dan betreft het bijna altijd een enke le persoon. Het gemiddelde inkomen van huishoudens met of zonder personen met een psychische handicap wijkt ook niet veel van el kaar af: resp ectievelijk 5.140 en 5.337 gulden bruto per maand. 26 Hierbij is alleen gekeken naar personen die op tenminste n van deze vragen ja heeft geantwoord. Er is geen onderscheid gemaakt naar enkelvoudige of meervoudige beperkingen. 27 Ongeveer driekwart van de verschillen worden door leeftijd verklaard (R2=0,88)

PAGE 87

86 Hoofdstuk 5. Inkomensverdelingen en armoede Inleiding Gemeten aan het per capita nationa al inkomen behoort Curaao samen met een aantal andere Caribische eilanden tot de midden-inkomensgroep van landen in de wereld28. Een redelijk hoog nationaal inkomen is evenwel nog geen garantie dat alle huishoudens en personen binnen die huishoudens over voldoende middelen beschikken om een gezond en welvarend leven te kunnen leiden. Aanvullende analyse over de verdeling van he t nationale inkomen over de verschillende bevolkingsgroepen en het toepassen van de armoedegre ns zijn nodig om inzicht te verkrijgen in de inkomenssituatie van het land. In voorgaande publicaties van het CBS (voornamelijk artikelen in Modus) is vaker ingegaan op de inkomensverdeling en armoede in Curaao. De gege vens die toen werden gebruikt waren vooral afkomstig uit arbeidskrachtenonderz oeken, budgetonderzoeken en volkste llingen. Een groot gebrek was altijd dat er geen algemeen geaccepteerde armoed egrens bestond. Het belang van een armoedegrens is gelegen in het feit dat daardoor do elgroepen scherp in beeld kunnen wo rden gebracht, zodat het beleid zich efficint kan richten op die doelgroepen, en dat da ardoor de ernst van de situatie ook kwantitatief kan worden vastgesteld. In 2008 publiceerde het CBS de resu ltaten van het onderzoek naar de berekening van de armoedegrens voor Curaao. De gebruikte methode werd gekozen in samenspraak met nationale en internationale experts en sluit goed aan bij de internationale praktijk. Met het beschikbaar komen van inkomensgegevens uit de Census van 2011 kan de analyse met betrekking tot de inkomensverdeling worden geactualis eerd. Dit artikel zal daarom ook met name in het teken staan van de inkomensverdeling en de anal yse van de armoede met gebruik van de officile armoedegrens. Waar mogelijk zal een vergelijking gemaakt worden met de voorgaande volkstellingen en met andere landen. Methodologie Gehanteerde methodologie Om in staat te zijn om armoede gericht te bestrijden is het noodzakelijk om een werkbare definitie van het begrip armoede te hanteren. Daarbij is het tevens van belang dat die definitie door alle instanties die beleidsmatig met het bestrijden van armoede te maken hebben wordt gehanteerd, zodat eenduidigheid in het beleid gegarandeerd wordt. In dat kader is het gewenst dat door alle sociale partne rs een armoedegrens wordt vastgesteld en geaccepteerd. In vele landen is reeds een officile poverty line vastgesteld. Nederland kent een voor de politieke besluitvorming gehanteerd begrip beleidsmatig minimum. Het belang van een dergelijke poverty line is, zoals re eds naar voren gebracht, gelegen in het feit dat daardoor de doelgroepen scherp in beeld kunnen worden gebracht, zoda t het beleid zich efficint kan richten op die doelgroepen, en dat daardoor de er nst van de situatie ook kwantitatief kan worden vastgesteld. Het begrip armoede wordt in dit artikel gedefinieerd in termen van materile deprivatie. De armoedegrens zoals in 2008 vastgesteld gaat ook van deze dimensie uit. 28 Curaao: US$ 19.700 (2009), Bahamas US$: 20.600 (2012), Barbados: US$ 15.000 (2012) en Trinidad & Tobago: US$ 14.700. Bron: CBS Curaao en World Bank.

PAGE 88

87 Het uitgangspunt daarbij is het va ststellen van een aan de lokale behoeften aangepaste absolute (monetaire) armoedegrens. De armoedegrens is hier bij gedefinieerd als het inkomensniveau waarbij een huishouden nog net voldoende middel en kan aanschaffen om een gezond leven te kunnen leiden. Internationale vergelijkingen in de gebruikte methodologie Er zijn andere dimensies van het begrip armoede gedefinieerd, zoals "socia le uitsluiting" door het Nederlandse Sociaal en Cultureel Planbureau en de Wereldbank. Regeringen in de hele wereld definiren en mete n armoede op een manier die hun eigen omstandigheden en ambities zo goed mogelijk weerspiegelen. Dat is ook logisch omdat landen zelf verantwoordelijk zijn voor het ontwikkelen van beleid voor armoedebestrij ding en daarvoor data nodi g hebben die de eigen situatie het beste beschrijft. Armoedemeting gebaseerd op inkomen wordt globaal gezi en het vaakst gebruikt, ondanks dat de meeste onderzoekers het erover eens zijn dat met geld niet alle relevante aspe cten van armoede te meten zijn. Desondanks zijn de discussies over alleen al de juiste methode om armoede volgens het inkomensprincipe te meten omvangrijk. In een enqute van de Verenigde Naties onder statistische bureaus blijkt dat deze een breed scala van methoden hebben geadopteerd. De keuze van de gebruikte methode kan echter grote invloed hebben op de uitkomsten, en de gebruiker va n de gegevens is zich vaak niet bewust wat de onderliggende keuzes zijn geweest en hoe deze de uitkomsten hebben benvloed. De verscheidenheid van methodolog ische keuzes maakt het een uitdag ing om relevante en betrouwbare vergelijkingen te maken tussen landen. Internationale organisaties zoal s de Wereldbank en de Verenigde Naties hebben daarom de grootste moeite om vergelijkbare cijfers te construe ren. Dat is niet alleen relevant voor de organisaties zelf, maar ook voor i ndividuele landen om hun armoedevraagstuk te kunnen vergelijken met anderen. Uit de enqute van de Verenigde Naties blijkt da t de meeste ontwikkelingsl anden de basisbehoefte benadering (Basic Needs) hebben gekozen. De basisbehoeften worden over het algemeen ingedeeld in voeding en overig, waarva n vervolgens de kosten van beide groepen worden bepaald. De evaluatie toonde echter een breed scala van prak tijken Zo gebruiken de meeste landen, ongeveer twee derde van de ondervraagden, een absoluut begr ip van armoede, de genormeerde kosten van de basisbehoeften. Een deel van deze landen hanteren zowe l een absolute als een relatieve variant van het armoedebegrip. Ongeveer een derde van de landen ha nteren uitsluitend een re latief armoede begrip. Hierbij wordt de armoedegrens gesteld op percentage van een standaardinkomen, bijvoorbeeld het modale inkomen. Aanvullingen op de methode van de basisbehoeften zijn de zogenaamde minimale basisbehoeften ( MBN ) of onvervulde basisbehoeften ( UBN ). In de la atste methode worden ook niet-monetaire indicatoren opgenomen om de dimensies van armoede te meten. Sommige landen verzamelen ook gegevens over onvervulde basisbehoeften ." Het Sociaal-Cultureel Planbureau definieert armoede in al haar dime nsies als sociale uitsluiting. Kenmerkend voor sociale uitsluiting (als toestand) is dat er sprake is van achterstand op zowel een sociaal-culturele als een econom isch-structurele dimensie. De eerstgenoemde dimensie wordt uiteengelegd in de subdimensies sociale participatie en normatieve integratie De tweede hoofddimensie heeft betrekking op verdelingsaspecten en valt uiteen in materile deprivatie en toegang tot voorzieningen waar iedere burger recht op heeft ( social rights ). Sociale participatie heeft betrek king op deelname aan formele en informele sociale netwerken, ook met betrekking tot vrijetijdsbesteding, sociale ondersteuning, sociaal isolement

PAGE 89

88 Culturele/normatieve integratie heeft te maken met het naleven van centrale waarden en normen die horen bij een actief sociaal burgerschap, de arbeidsethos, de opleidingsbereidheid, het stemgedrag, gebruik/misbruik van sociale voorzieningen, delinquent gedrag. Materile deprivatie heeft te maken met een tekor t aan elementaire levens behoeften, schuldenpositie, betalingsachterstanden (hypotheek, kredie t, energierekening, huurrekening) Social rights heeft te maken met drempels b ij de toegang tot (semi)overheidsvoorzieningen met betrekking tot gezondheidszorg, huisvesting, arbe idsbemiddeling, rechtsbi jstand, en ook zakelijke diensten zoals banken en verzekeringsinstellingen. Actoren in het geval van armoede en armoedebestrijd ing zijn in deze visie dus zowel de personen binnen het huishouden als de (semi)overh eidsinstellingen. Hun beider rol moet daarom worden onderzocht. Het SCP noemt verder een aantal risicofact oren die een rol spelen bij armoede: Achtergrondkenmerken (niet of nauwelijks door het beleid te benvloeden): leeftijd (ouderdom); geslacht (vrouwen; ge nderongelijkheid)); burgerlijke staat (alleenstaande); familieen gezinssamenstelling (geen/weinig familie, kinderen, alleenstaande ouder); sociale af komst (laag opleidingsniveau ouders); etniciteit (westers/nie t-westers allochtoon). Risicofactoren die wel in bepaalde mate door het beleid kunnen worden benvloed: zelfredzaamheid: lichamelijke/psychische be lemmeringen voor zelfstandig functioneren, onvoldoende ICT-vaardigheden, analfabetisme onvoldoende competenties voor sociaal burgerschap (waaronder onvoldoende bureaucratische vaardigheden) gezondheid: slechte gezondheid, chronisch ziek/gehandicapt, psycho-sociale / psychische problematiek, verslaving; opleiding: niet voltooid, laag opleidingsniveau, geringe arbeidsmarktgerichtheid; arbeidsmarktpositie: langdurige we rkloosheid, arbeidsongeschikthei d, laag gekwalificeerde arbeid; inkomen: laag huishoudinkomen, inkomen (l angdurig) onder armoedegrens, schulden; fysieke en sociale leefomgeving: dakloosheid, huis uitzetting, slechte kwalit eit huisvesting, verblijf in (zorg-)instelling, geen/weini g voorzieningen in woonbuurt (buurth uis, speelterrein e.d.), weinig sociale cohesie, onveiligheid, achterstandswijk, huiselijk geweld; Het belang van de tweedeling in risicofactoren ligt in het type beleid dat moet worden gevoerd om de het huishouden en de personen binnen dit huishouden uit de armoede te heffen. B ij niet benvloedbare achtergrondfactoren zal de nadruk moeten liggen op passieve (financile) interventies, bij de wel benvloedbare factoren zal er meer sprake zijn van actieve (stimulerende) interventies. Berekening armoedegrens Huishoudinkomen Armoede treft mensen, maar armoede kan vaak alleen gemeten worden op het niveau van de huishoudens waarvan deze mensen deel uit maken. Het is tenslotte het huishoudinkomen dat wordt aangewend voor de consumptieve uitgaven van alle huishoudleden. He t huishoudinkomen bepaalt daarmee het (materile) welvaartsniveau van de personen di e in het huishouden aanwezig zijn. Uitgangspunt van de analyse vormt daarom het huishoudinkomen.

PAGE 90

89 Gebruik makend van de inkomensgegevens die personen tijdens de Census hebben opgegeven moeten er een aantal bewerkingen worden uitgevoerd om huis houdens goed met elkaar te kunnen vergelijken. Van personen werd gevraagd om het bruto of netto inko men over de voorgaande maand op te geven uit de twee belangrijkste bronnen waaruit i nkomen is ontvangen. Niet iedereen was bereid of in staat zijn of haar inkomen op te geven. Deze personen werden da n als non-respons aangemerkt voor wat betreft de inkomensvragen. Voor de analyse zijn collectieve huishoudens (te huizen, gevangenis etc.) niet meegenomen. Genoemde aantallen zullen daarom niet optell en tot de totale bevolkingsomvang. Van bruto inkomen naar netto inkomen Gezien de definitie van armoede die eerder neer komt op bestedingen van huishoudens dan op inkomen, moet getracht worden het bruto huishoudinkomen te vertalen naar het netto (besteedbaar) inkomen29. Daarom worden de bruto persoonlijke inkomens herleid naar netto inkomens door vermindering met de premies sociale verzekering (AOV en AVBZ), voor zover toepasbaar, en het gelden de tarief voor de loonen inkomstenbelasting. Bij de personen die reed s het netto inkomen hadden opgegeven hoefde deze bewerking niet meer plaats te vinden want in de Census van 2011 werd de mogelijkheid geboden om bruto of netto inkomens op te geven. In de voorgaande tellingen werd alleen het bruto inkomen gevraagd. Deze methodiek is natuurlijk slech ts een benadering van de werkelij kheid omdat hierbij geen rekening gehouden kan worden met extra aftrekpos ten die de inkomstenbelasting kent. Van persoonlijk inkomen naar huishoudinkomen Na berekening om tot netto inkomens te komen zijn de persoonlijke inkomens van alle huishoudleden met een inkomen opgeteld tot het totale huishoudinkomen. Indien een of meer personen geen inkomen ha dden opgegeven (maar wel inkomen hadden), werd het gehele huishouden als non-respons beschouwd. Ook huishoudens met een huishoudinkomen van 0 zijn uit de berekeningen weggelaten. Hoewel het mogelijk is dat huishoudens in een bepaalde maand geen inkomen kunnen hebben ontvangen is het weglaten van deze huishoudens uit de berekeningen consistent met de gedachte dat de bestedingen aan de grond van de armoedeberekeningen liggen. Deze bestedingen worden niet geacht 0 te kunnen zijn. Standaardisering van het netto huishoudinkomen Niet alle huishouden zijn gelijk van samenstelling. Zo zijn er alleenstaanden, gehuwden of samenwonenden met of zonder kinderen, m eergezinshuishoudingen, elk met meerdere samenstellingsvormen. Daarom wordt het netto huis houdinkomen gestandaardiseerd naar n type huishouden: het eenpersoonshuishouden. Dat gebe urt door middel van het door de OECD ( Organization for Economical Cooperation and Development ) ontwikkelde equivalentiefactor. Deze methode wordt ook door EUROSTAT, het statistische bureau van de Eu ropese Gemeenschap toegepast om internationale vergelijkingen te maken. Ieder huishouden krijgt volgens deze methode een schaalfactor die afhankelijk is van het aantal personen in het huishouden. De schaalwaarde wordt bepaald door aan de eerste volwassene in het huishouden de factor 1 toe te kennen, aan iedere volgende persoon va n 14 jaar en ouder een fact or 0,5 en tenslotte aan elk kind beneden de 14 jaar een factor van 0,3. De som van alle individuele factoren bepaalt de huishoudfactor. Het huishoudinkomen wordt tens lotte gedeeld door deze factor om het gestandaardiseerde huish oudinkomen te verkrijgen. 29 Het besteedbare inkomen behoeft niet geheel geconsumeerd te worden, een huishouden kan ook een deel sparen. Verondersteld wordt dat huishoudens met een laag inkomen weinig of niet kunnen sparen, zodat het besteedbare inkomen ook consumptief aangewend wordt.

PAGE 91

90Inkomensverdeling Door alle huishoudens in volgorde van laag naar hoog inkomen te rangschikken kunnen vijf groepen van gelijke aantallen huishou dens worden gemaakt, de zogenaamde quintielengroepen. Ieder quintiel bevat 20 procent van alle huishoudens, gera ngschikt van laagste inkomens n aar hoogste inkomen. Per quintiel wordt het totaalinkomen van alle huishoudens tezame n berekend. Vervolgens wordt het aandeel van elk quintiel in het totaal van alle inkomens over alle groepen berekend. Tabel 35 geeft de uitkomsten van deze rekenmethode. De uitkomsten voor 2011 zijn vergeleken met de twee voorgaande tellingen. Bij een perfecte verdeling van de inkomens zou iedere 20 procentg roep ook twintig procent van het totaalinkomen ter beschikking hebben. In werkelijkheid beschikt de armste groep in 2011 slechts over 5 procent van het totaalinkomen, en de rijk ste groep over iets minder dan de helft. Tabel 35 Inkomensaandelen van 20%-huishoudgroepen, Curacao Tabel 35. Inkomensaa ndelen van 20%-huis houdgroepen, Curaao 1992 2001 2011 % 1e (laagste) 20% groep 4 4 5 2e 20% groep 10 9 10 3e 20% groep 16 15 14 4e 20% groep 24 24 23 5e (hoogste) 20% groep 46 47 48 Totaal 100 100 100 verhouding inkomensaandeel hoogste groe p t.o.v. laagste groep10,611,4 9,5 GINI 0,412 0,423 0,415 Bron: CBS; gestandaardiseerd netto huishoudinkomen Een maat om de inkomensongelijkheid te meten is de verhouding van het inkomensaandeel van de rijkste groep huishoudens ten opzichte van dat van de ar mste huishoudens. Deze factor komt uit op 9,5 in 201130. De groep rijkste huishoudens heeft een inkomensaandeel dat bijna tien maal zo hoog is dan dat van de groep armste huishoudens. De ongelijkheid is vergeleken met 2001 wel verminderd, toen de factor nog 11,4 was. Een andere ongelijkheidmaat is de zogenaamde GINI cofficint31. Deze maat heeft een waarde tussen 0 (perfect gelijkheid) en 1 (volkomen ongelijk). Hoe lager de cofficin t hoe minder ongelijk de inkomensverdeling. De GINI meet de ongelijkheid voor alle i nkomensgroepen en is daarom nauwkeuriger dan de gehanteerde maat in de vorige paragraaf. De inkomensongelijkheden zijn volgens de GINI methode in 2011 ook af genomen in vergelijking met 2001. Aan de ene kant is het inkomensaandeel van de armste groepen en de rijkste groepen toegenomen, maar aan de andere kant is die van de middengroep afgenomen. Hierdoor is de afname niet zo groot. De resultaten van de Census van 1992 tonen aan dat bovenstaande ontwikkeli ng al langer aanhoudt: een dalend aandeel van de middengroep en een to enemend aandeel van de rijkste groep. 30 Het verschil is berekend op onafgeronde cijfers. 31 Naar de Italiaanse Statisticus Co rrado Gini die deze methode van meting va n inkomensongelijkhei d heeft ontwikkeld. De GINI meet het oppervlakte tussen de Lorenzcurve en de rechte lijn van de perfecte inkomensverdeling en deelt deze door de totale oppervlakte bij perfecte inkomensverdeling.

PAGE 92

Figuur 30 Inkomensverdeling Curacao In figuur 30 is voor Curaao de zogenaamde Lorenz-c urve weergegeven. Deze is de kromme lijn in het onderste deel van de figuur die (cumulatief) aangeeft welk deel van de huishoudens welk deel van het totaalinkomen tot hun beschikking heeft. De rechte lijn geeft de situatie weer indien er sprake zou zijn van een perfecte inkomensverdeling. De GINI cofficint is de ver houding tussen de oppervlakte van het gebied dat zich bevindt tussen de Lorenz-curve en de rechte lijn en het oppervlakte van de onderste driehoek in haar geheel. In tabel 36 wordt de factor inkomensaandeel 20% hoogste groep ten opzichte van het inkomensaandeel van de 20% laagste groep vergeleken voor een aantal Latijnsamerikaanse landen en een selectie van hogeinkomenslanden. Opvallend zijn de grote fluctuaties tu ssen de verschillende lande n in de regio, van hoge factoren voor landen als Bolivia, Hati en Honduras, tot beduidend la gere factoren voor landen als Nicaragua, Jamaica en St. Lucia, die net al s Curaao een factor beneden de 10 hebben. Deze factoren zijn vergelijkbaar met hoge-inkomen la nden als de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk, maar zijn minder laag dan in landen zoals Nederland en Duitsland. 91

PAGE 93

Tabel 36 Inkomensaandelen hoogste en laagste quintielen, internat ionle vergelijking Tabel 36. Inkomensaandelen hoogste en laagste quintielen, internationale vergelijking jaar van waarneming Laagste 20%Hoogste 20%verhouding hoogste / laagste Latijns-Amerika en Cariben Argentini 2010 4,4 49,4 11,2 Bolivia 2008 2,1 59,3 28,2 Brazili 2009 2,9 58,6 20,2 Chili 2009 4,3 57,7 13,4 Colombia 2010 3 60,2 20,1 Costa Rica 2009 3,9 55,9 14,3 Curaao 2011 5 47,6 9,5 Dom. Republiek 2010 4,7 52,8 11,2 Ecuador 2010 4,3 53,8 12,5 El Salvador 2009 3,7 53,1 14,4 Guatemala 2006 3,1 60,3 19,5 Hati 2001 2,4 63,4 26,4 Honduras 2009 2 59,9 30 Jamaica 2004 5,4 51,6 9,6 Mexico 2010 4,9 52,8 10,8 Nicaragua 2005 6,2 47,2 7,6 Panama 2010 3,3 56,4 17,1 Paraguay 2010 3,3 56,4 17,1 Peru 2010 3,9 52,6 13,5 St. Lucia 1995 5,2 48,3 9,3 Suriname 1999 3,2 56,9 17,8 Uruguay 2010 4,9 50,9 10,4 Venezuela 2006 4,3 49,4 11,5 Hoog-inkomen landen Nederland 1999 7,6 38,7 5,1 Verenigd Koninkrijk 1999 6,1 44 7,2 Verenigde Staten 2000 5,4 45,8 8,5 Duitsland 2000 8,5 36,9 4,3 Bron: CBS Curaao en World Bank Head Count Index en Poverty Gap Index De Wereldbank en ook de Verenigde Naties hanteren een aantal armoedeindica toren die de mate van armoede in een land weergeven. Een tweetal indicatoren zijn in dit verband de zogenaamde Head Count Index en de Poverty Gap Index. De Head Count Index geeft he t aandeel personen weer die bene den de armoedegrens leven. De Poverty Gap Index probeert daarna ast aan te geven wat het inkomenst ekort is die dit deel van de bevolking verhindert om boven de armoedegrens uit te stijgen. Daartoe wordt het gezamenlijke inkomenstekort van alle arme personen gedeeld door de totale bevolking. Als percentage berekend geeft de index aan welk percentage iedereen van zijn inkomen zou moeten overdragen om het inkomenstekort van de armen op te heffen. De algemene formule voor beide Poverty indices is als volgt: q i iy n P11 1 )( waarbij q de omvang van de bevolking onder de armoedegrens is, n de totale bevolking, y het inkomen van de persoon onder de armoedegrens, de armoedegrens en de parameter die het type index bepaalt. Indien gelijk aan 0 is, dan is de formule ge lijk aan de Head Count Index. Is gelijk aan 1 dan wordt de formule de Poverty Gap Index. Een bijzondere vorm van de Poverty Gap Index wordt verkregen door gelijk aan 2 te maken. Daarbij wordt het verschil tussen het inkomen en de armoedegrens gekwadrateerd. Deze zogenaamde Foster-Greer-Thorbecke (FGT2) index heeft als extra eigenschap dat aan de armste van de armen extra weging wordt gegeven, want hoe ve rder verwijderd van de armoedegrens hoe meer weging aan het 92

PAGE 94

93 inkomenstekort van die persoon wordt gegeven. De FGT2 index geeft daardoor beter inzicht in de diepte van de armoede. Teneinde deze indices te kunnen berekenen is het noodzakelijk te berekenen welke huishoudens onder de armoedegrens vallen. Daarvoor wordt gebruik gemaakt van de officile armoedegrens zoals door het CBS in 2008 gepubliceerd. Daarvoor moet de uitkomst eerst worden aangepast met de prijsontwikkelingen die zich tussen augustus 2008 en maart 2011 (de rapportagemaand zoals geha nteerd bij de inkomensvragen in de Census) hebben afgespeeld. De armoedegrens van 2008 werd voor een eenpe rsoonshuishouden berekend op een maandbedrag van NAF. 1.045, -. Indexering hiervan met de prijson twikkelingen tussen augustus 2008 en maart 2011op basis van het consumenten prijsinde xcijfer levert een armoedegrens op van NAF. 1080,voor de Census van 2011. Terugrekenen naar de Census van 2001 le vert een armoedegrens op van NAF. 830,-. Voor de Census van 1992 komt de armoedegrens uit op NAF. 647,Vermeld moet worden dat het indexeren van de armoedegrens over een langere tijdsperiode niet aanbevelenswaardig is. Consumptiepatronen veranderen in de loop van de tijd hetgeen tot aanpassingen in de componenten en onderlinge wegingen van he t rekensysteem zal leiden. De hierna volgende gegevens voor de oudere censusjaren dienen daarom met de nodige voorzichtighe id bekeken te worden. In tabel 37 worden de resulterende armoede indicatoren voor de drie censusjaren vermeld. In 2011 bevindt zich een kwart va n de huishoudens beneden de armoedegrens. Ten opzichte van de vorige tellingen is dit een behoorlijke afname. Een mogelijke verklaring hiervoor kan zijn dat de gemiddelde huishoudgrootte in de lagere inkomensklassen is afgenomen. Tussen 2001 en 2011 is gedaald de gemiddelde huishoudgrootte van de groep huishoudens met het laagste inkomen van 3,2 naar 2,6. Ook in de daarop volgende groep neemt de huishoudgrootte in vergelijkbare mate af. Tegelijkert ijd blijft het aantal inkomenstrekkers per huishouden in dezelfde periode ongeveer gelijk. Een huishouden kan daardoor eerder boven de armoedegrens uitkomen. Tabel 37 Poverty Indices Curacao Tabel 37. Poverty Indices Curaao Headcount Poverty Gap FGT2 Index Index Index 2011 25,1 8,9 4,2 2001 33,7 14,8 8,3 1992 36,8 16 9,2 Bron: CBS Curaao Uit tabel 37 valt op te maken da t het inkomenstekort van arme huishoudens tussen 1992 en 2011 aanzienlijk is geslonken. Ook de diepte van het i nkomenstekort is flink afgenomen. Arme huishoudens bevinden zich in 2011 minder ver onder de armo edegrens dan in de voorgaande censusjaren. Niettegenstaande de afname in het percentage hui shoudens beneden de armoedegrens is het aandeel nog steeds hoog te noemen. Het probleem van de ar moede blijft in Curaao aan de orde. In tabel 38 wordt een vergelijking met andere landen in de regio gemaakt. Curaao neemt daarin een middenpositie in, samen met landen als Panama, Peru en Venezuela. Veel lagere indices zijn te vinden voor Bahamas, Chili en Uruguay. Meer dan de helft va n de huishoudens van Bolivia, Hati, Honduras en Mexico bevindt zich onder de armoedelijn. Bedacht moet evenwel worden dat de hier gepres enteerde indices berekend zijn met behulp van de nationale armoedegrenzen. Deze grenzen kunnen voor ieder land verschillend zijn naar gelang de methode van vaststelling van de armoedegrens. De Ve renigde Naties en de Wereldbank hanteren daarom geharmoniseerde armoedegrenzen in de vorm van koopkracht gecorrigeerde pari teiten ("PPP: Purchasing Power Parities"). Het nadeel van deze methode is echter dat voor alle la nden een uniforme grens

PAGE 95

94 getrokken wordt van bijvoorbeeld PPP$ 2,per persoon per dag. Voor landen met hogere inkomens is dit niet realistisch32. Tabel 38 Head Count Index, Internationale vergelijking Tabel 38. Head Count Index, internationale vergelijking index jaar van waarneming Bahamas 9,3 2001 Bolivia 51,3 2009 Brazili 21,4 2009 Chili 14,4 2011 Colombia 32,7 2012 Costa Rica 20,3 2012 Curaao 25,1 2011 Dom. Republiek 40,9 2012 Ecuador 27,3 2012 El Salvador 34,5 2011 Guatemala 53,7 2011 Hati 77,0 2001 Honduras 60,0 2010 Jamaica 17,6 2010 Mexico 52,3 2010 Nicaragua 42,5 2009 Panama 27,6 2011 Paraguay 32,4 2011 Peru 25,8 2012 Uruguay 8,4 2012 Venezuela 25,4 2012 Bron: CBS Curaao en World Bank: nationale armoedegrenzen Huishoudens en armoede grens Een aantal kenmerken van huishoudens zullen hieronder beschreven worden in het licht van hun relatie met de armoedegrens.. Huishoudens onder en bo ven de armoedegrens Armoedegrens en kenmerken van het hoofd van huishouden Tabel 39 geeft voor een aantal kenm erken van het hoofd van het huishou den de percentages huishoudens die een inkomen hebben dat onder e armoedegrens valt. Huishoudens waar een vrouw het hoofd is, hebben een dubbel grote kans (35% t.o.v. 17%) om arm te zijn dan wanneer het hoofd een man is. Deze omstandigheid heeft er alles mee te maken dat bij een gehuwd echtpaar de man traditioneel als hoofd wordt aangemerkt. Indien een vrouw het hoofd is, is er vaak sprake van een ongehuwde vrouw die naast de zorg voor het inkomen ook de zorg voor de kinderen heeft. Vooral huishoudens met een hoofd dat werkzoekend is lopen gevaar in armoede terecht te komen. Tweederde van deze huishoudens bevinden zich benede n de armoedegrens. Dat is dubbel zo vaak als wanneer het hoofd economisch niet actief is. In deze la atste groep zijn veel ouderen. De kans op armoede is net 16 procent voor huishoudens w aar het hoofd een baan heeft. 32 Voor Curaao zijn nog geen koopkrachtpariteiten beschikb aar. Maar gebruik makend van de reguliere wisselkoersen komt de armoedegrens van NAF. 1.080,per capita uit op bijna $ 8,-. Ook al is dit bedrag dus geen koopkrachtpariteit, de hoogte geeft wel aan dat PPP$ 2,erg laag is.

PAGE 96

95 Tabel 39 Percentages huishoudens onder de ar moedegrens naar kenmerken van het hoof d van het huishouden, Curacao Census 2011 Tabel 39. Percentages huishoudens onder de armoedegrens naar kenmerken van het hoofd van het huishouden, Curaao, Census 2011 Geslacht hoofd % beneden de armoedegrens Economische status hoofd % beneden de armoedegrens burgerlijke staat hoofd % beneden de armoedegrens man 17,5 werkend 16,4 ongehuwd 31,8 vrouw 34,8 werkzoekend 67,4 gehuwd 16,4 Niet actief 36,3 weduwe/weduwna ar 31,0 gescheiden 18,8 Eerste bron van inkomen hoofd % beneden de armoedegrens Opleidingsniveau hoofd % beneden de armoedegrens Leeftijd van het hoofd % beneden de armoedegrens werk 16,0 primair of minder 41,9 15-24 31% AOV 46,6 secundair, eerste 29,2 25-34 23% pensioen 9,7 secundair, tweede 14,3 35-44 23% Uitkering 82,3 tertiair, eerste 4,3 45-54 23% tertiair, tweede 3,0 55-64 24% 65+ 30% In de groep huishoudens waar het hoofd een baan heeft is het percentage arme huishoudens weliswaar laag, maar omdat deze groep verreweg het grootst is, is het aantal arme huishoudens vergelijkbaar met het aantal huishoudens met een niet actief hoofd. Beleid smatig moet de groep werkende hoofden van huishoudens daarom ook niet veronachtzaamd worden33. Het percentage huishoudens onder de armoedegrens is hoger bij ongehuwde en verweduwde hoofden van die huishoudens, meer dan 30 procent, terwijl bij gehuwde en gescheiden hoofden de percentages veel minder zijn: 16 en 19 procent. Als de belangrijkste bron van inkomen van het hoof d van het huishouden een inkomen uit werk is, heeft circa 16 procent van die huishoudens een huishoudinkomen beneden de armoedegrens. Dat is een veel lager percentage dan wanneer de AOV of een uitkering als belangrijkst bron wordt opgegeven (resp. 47 en 82%). Toch is die 16 procent niet het laagste percentage, want bij huishoudens waar het hoofd een pensioen als eerste inkomen heeft, is nog geen tien procent arm. Interessant is om ook het tweede inkomen van het hoofd in beschouwing te nemen. Bij de huishoudens die onder de armoedegrens vallen blijkt da t het hoofd vrijwel nooit een tweede inkomen heeft. Bij huishoudens die boven de armoedegrens uitkomen, blijkt dat van de hoofden die inkomen uit werk als eerste bron aangeven, circa 80 pro cent geen aanvullend inkomen hebben. De rest, 20 procent, kan dit eerste inkomen aanvullen met ee n pensioenuitkering, AOV of een tweede baan. Indien AOV het primaire inkomen is heeft 40 pr ocent van de hoofden een aanvullend inkomen uit pensioen of een bijbaan. Bij hoofden van huishoudens die als belangrijk ste bron van inkomen pensioen ontvangen, ontvangt bijna 60 procent ook AOV. Opvallend is dat circa 30 procent aangeeft geen tweede inkomen te ontvangen. Hoe hoger de opleiding van het hoofd van het huishoude n, hoe kleiner de kans dat het huishouden in armoede geraakt. Als het hoofd slechts primair onderw ijs of minder heeft gevolgd, is de kans op armoede meer dan 40 procent. Met een hoge opleiding is de ka ns gering: 3 procent bij een universitaire studie. 33 De ILO (International Labour Organi zation) omschrijft deze situatie als de "working poor" en be nadrukt in de meer recente jaren dat ook aan deze groep de nodige aandacht geschonken moet worden.

PAGE 97

Als naar de leeftijd van het hoofd van het huishoude n wordt ge keken dan valt op dat vooral huishoudens met een jong (15-24 jaar) en met een oud hoofd (65+ ) vaker dan gemiddeld onder de armoedegrens vallen. De verschillen zijn evenwel niet zo gr oot als bij andere kenmerken van het hoofd, zoals opleidingsniveau. Bij de oudere hoofden wordt het pe rcentage vooral benvloe d door een groot aantal alleenstaanden die een e nkele AOV uitkering hebben. De meeste jongere hoofden hebben een inkomen uit werk, maar dit inkomen, eventueel aangevuld met een tweede inkomen, meestal ook uit we rk, is duidelijk niet altijd genoeg om boven de armoedegrens uit te komen. Het percentage huishoudens dat onde r de armoedegrens valt varieert flink bij analysering van de uitkomsten uitgesplitst naar geboorteplaats van het hoofd. Figuur 31 geeft dat duidelijk aan. Regionaal bekeken valt op dat de pe rcentages voor Curaao, Sint Maar ten en Caribisch Nederland allen rond het algemeen gemiddelde fluctueren, maar die voor huishoudens waar het hoofd uit Aruba of Suriname afkomstig is aanzienlijk lager zijn, voo r huishoudens met een Surinaams hoofd zelfs beneden de tien procent. Voor de overige landen in de regi o varieert het percentage huishoudens beneden de armoedegrens tussen iets meer dan 20 procent (Venezolaanse hoofden, rond het algemeen gemiddelde (Colombiaanse hoofden), naar 50 procent (Saint Vincent & The Grenadines) Bij de overige geboortelanden van het hoofd van he t huishouden zijn de percentages huishoudens beneden de armoedegrens het laagst e bij de landen Nederland, de Ve renigde Staten en India, 5 6 procent. Figuur 31 Percentage huishoudens beneden de armoedegens naar geb oorteland hoofd, Curacao Census 2011 96

PAGE 98

97 Voor de overige in de figuur opgenomen geboorte landen van het hoofd van het huishouden zijn de percentages weer aanzienlijk hoger, tussen de 30 en 40% van de huishoudens met een hoofd afkomstig uit Portugal, Libanon en China leven beneden de armoedegrens. Armoedegrens en kenmerken van huishouden Tabel 40 geeft een selectie van al gemene huishoudkenmerken weer en de bijbehorende percentages van de huishoudens met die kenmerken die een inkomen beneden de armoedegrens hebben. Er is een duidelijke relatie tussen huishoudgrootte en huishoudinkom en. Alleenstaanden en grotere huishoudens, vanaf vijf personen en meer, hebben een gr otere kans om onder de armoedegrens te vallen. Ook het kindertal binnen het huishouden doet de kans om onder de armoedegrens te komen toenemen. Vanaf drie kinderen neemt het percentagehuishoudens onder de armoedegrens snel toe. Bij vier of meer kinderen zijn al meer dan de helft va n het aantal huishoudens onder de grens. Opvallende uitkomsten zijn er ook wanneer gekeken wordt naar het aan tal 60-plussers in het huishouden. Daar waar er slechts n persoon va n 60 jaar en ouder aanwezig is, is het percentage huishoudens onder de armoedegrens hoog: 52 procent. De voornaamste oorzaak hiervan is dat deze huishoudens voor de helft bestaan uit all eenstaande personen die rond moeten zien te komen met een enkele AOV uitkering. Zodra meerdere 60-plussers in het huishouden aanwezi g zijn daalt het percentage drastisch. Dat komt doordat iedereen die de leeftijd van 60 jaar heeft bereikt recht heeft op AOV en veel van hen daarnaast nog een aanvullende pensioen ontvangen en/of nog extra inkomen uit een job. Tabel 40 Percentages huishoudens onder de amoedegren s naar enkele hui shoudkenmerken, Curacao Census 2011 Tabel 40. Percentages huishoudens onder de armoedegrens naar enkele huishoudkenmerken, Curaao, Census 2011 Huishoudgrootte % beneden de armoedegrens Aantal kinderen % beneden de armoedegrens Aantal 60plussers % beneden de armoedegrens huishoud samenstelling % beneden de armoedegrens 1 32,2 0 23,1 geen 31% geen kerngez. 23% 2 20,2 1 25,2 1 52% 1 Kerngez. plus 26% 3 20,9 2 26,4 2 16% 2 kerngez. + 30% 4 21,5 3 39 3+ 12% 3 kerngez. + 31% 5 29,3 4 56,5 1 kerngez. 21% 6+ 39,2 5 66,3 man alleen 25% 6+ 69 vrouw alleen 38% Als gekeken wordt naar de samenstelling van het huishouden dan valt vooral op dat alleenstaande vrouwen vaker onder de armoedegrens vallen dan a lleenstaande mannen. Een huishouden bestaande uit n kerngezin heeft het laagste perc entage, gevolgd door geen kerngezin (niemand heeft een relatie met elkaar). Grotere huishoudens, bestaande uit meerde re kerngezinnen, al dan niet met inwonenden, hebben een wat hogere kans om onder de armoedegrens te vallen. In figuur 32 worden voor de meest voorkomende co mbinaties van inkomensbronnen de percentages huishoudens gegeven die onder de armoedegrens vallen34. Meerder inkomens uit werk en pensioen, aangevuld met andere bronnen van inkomens leveren de laagste percentages arme huishoudens op. Zolang lagere inkomsten uit AOV aangevuld kunnen worden met additionele inkomsten, blijven de percentage s huishoudens onder de armoedegrens laag. De percentages worden snel hoger naarmate het huishouden het met minder inkomensbronnen moet doen, vooral wanneer de eerste bron AOV of een uitkering betreft. De hoogste percentages huishoudens onder de armoedegrens zijn te vinden bij huishoudens die rond moeten komen met een enkele uitkering, een enkele AOV, of een combinatie van n AOV en n uitkering. 34 Huishoudens zonder inkomen zijn hier niet in opgenomen.

PAGE 99

Figuur 32 Pecentages huishoudens beneden de armoedegrens naar combinat ies van inkomensbronne n Curacao Census 2011 98

PAGE 100

99Armoedegrens en geografische spreiding Voor de Census van 2011 is de spreiding van de armoede over zones nader bekeken. Per geografische eenheid is het percentage huishoudens dat een inko men heeft beneden de in dit artikel gehanteerde armoedegrens berekend. In Tabel 41 worden de zones met de laagste en hoogste percentages huishoudens beneden de armoedegrens weergegeven35. In Curaao komen de hoogste percentages huishoudens met een inkomen beneden de armoedegrens voor in de zones Fortuna en Tera Pret u. Meer dan de helft van de huishoudens in deze zones leven beneden de armoedegrens. De situatie is niet veel beter in zones als Flip, Otrabanda, Scharloo en Tera Pretu. De minste arme huishoudens zijn te vinden in Spaanse Water en Mahaai en Zeelandia. Tabel 41 Zones met de laagste en hoogste percentages huishoudens onder de armoedegrens Curacao Census 2011 Tabel 41. Zones met de laagste en hoogste percentages huishoudens onder de armoed egrens, Curaao, Census 2011 Laagste Spaanse Water 5,1% Mahaai 7,9% Zeelandia 8,7% Rancho 11,9% Seru Lora 14,3% Koraal Partier 14,4% Labadera 14,6% Salia 15,5% Groot Piscadera 16,4% Groot Kwartier 16,8% Hoogste Koraal Specht 37,0% Wishi 37,9% Rosendaal 38,3% Berg Altena 39,2% Kanga/Dein 39,7% Flip 42,6% Otrobanda 42,9% Scharloo 46,0% Tera Pretu 50,6% Fortuna 52,4% De uitkomsten zijn niet verrassend te noemen, d oordat ook alle voorgaande volkstellingen eenzelfde beeld schetsten. Armoede is erg wijkgebonden en komt in bepaalde regios in Curaao het vaakst voor. Zoals uit Map2 blijkt concentreren de zones met hoge re tot zeer hoge percentages huishoudens onder de armoedegrens zich met name oostelijk en zuidelijk van het Schottegat, en verder in het zuidelijk deel van Banda Abou en Westpunt en omgeving. 35 Zones met zeer weinig inwoners zijn niet meegenomen. Voor een compleet overzicht van alle zones wordt verwezen naar de tabel 70 in Bijlage 1 van deze publicatie..

PAGE 101

Map 2 Percentages huishoudens onder de armoedgrens naa zone Curacao 100

PAGE 102

101 Hoofdstuk 6. Speciale analyses Inkomensverschillen man en vrouw Inleiding In hoofdstuk 3 werd reeds melding gemaakt van de verschillen in inkomen tussen mannen en vrouwen. Dat betrof daar verschillen in bruto maandinkomens gemiddeld voor alle vrouwen en mannen met een inkomen, gemeten in de Census 2011. Gemiddeld is het verschil aldus gemeten bijna 50 procent, maar de discrepantie loopt op naarmate de leeftijd vordert. Voor jongeren (15-24 jaar) bedraagt het verschil 21 procent, om geleidelijk op te lopen naar 72 procen t in de hoogste leeftijdskla sse (65 jaar en ouder). In de voorgaande Census (2001) was het verschil 64 procent. Er is dus duidelijk ontwikkeling gaande die de verschillen tussen de geslachten vermindert. Dit proces is internat ionaal aanwezig. Als oorzaken daarvoor wordt gewezen op het verbeterde opleidingsniveau van vrouwen, de hogere arbeidsp articipatie en daarmee samenhangend het verder verdwijnen van de traditionele ro l die de vrouw speelt als huisvrouw. In tabel 42 worden de verschillen in bruto maandi nkomen uit de belangrijkste bron van inkomen tussen man en vrouw naar economische status uitgesplitst. Voor de werkenden is het beloningsverschil 37 procent. De verschillen zijn groter voor werkzoekenden en economisch niet-actieven, respectievelijk 43 en 50 procent. Tabel 42 Bruto maandinklomen uit eerste bron naar geslacht en economische status, Curacao Census 2011 Tabel 42. Bruto maandinkomen uit eerste bron naar geslacht en economische status, Curaao, Census 2011 Inkomen Economische status ManVrouwTotaal % verschil man/vrouw Werkend 3.988 2.913 3.433 37% Werkzoekend 1.665 1.162 1.320 43% Economisch niet -actief 2.1261.4181.69550% Uit de analyses in hoofdstuk 3 zijn de verschillen voor de werkzoekenden grot endeels verklaard doordat blijkt dat werkzoekende vrouwen veel vaker rond moet en zien te komen met een uitkering (Onderstand), en mannen vaker een (hoger) inkomen uit een job of andere bronnen hebben. Bij economisch niet-actieven is het verschil goed ve rklaarbaar doordat deze groep, waar zij een inkomen hebben, vooral bestaat uit 60-plussers. Hier is er een groot verschil te zi en bij het aantal mannen dat naast een AOV ook een aanvullend pensioen heeft, dat veel groter is dan het aantal vrouwen. Een belangrijke oorzaak hiervoor ligt in de lagere arbe idsparticipatie van vrouwen vroeger. De Census biedt voor diepere analyse van de i nkomensverschillen van werkzoekenden en economisch niet-actieven weinig verdere details. Voor de werkende bevolking zijn meer variabelen beschikbaar die een analyse voor de verschillen in inkomen tussen man en vrouw kunnen toelichten. In het navolgende zal daarom uitsluitend naar de inkomensverschillen tu ssen mannen en vrouwen worden gekeken voor de werkende bevolking.

PAGE 103

102Inkomensverschillen van werk end mannen en vrouwen Het genoemde verschil in beloning tussen werkende ma nnen en vrouwen van 37 procent is een algemeen gemiddelde waar geen rekening is gehouden met verschil len in leeftijd, opleidi ng, beroep of duur van de werkweek. In Tabel 43 zijn de gemiddelde inkomens van de werkende mannen en vrouwen herberekend naar gemiddeld uurloon. Ook is een onderscheid gemaakt na ar leeftijd van de persoon. Het bruto uurloon is berekend aan de hand van het belangrijkste inkomen van de persoon met als inkomensbron werk. Dit voorkomt dat inkomen dat niet uit werk afkomstig is wordt meegenomen in de cijfers36. Tabel 43 Bruto uurloon werkenden naar geslacht en leeftijd Curacao Census 2011 Tabel 43. Bruto uurloon werkenden naar geslacht en leeftijd, Curaao, Census 2011 Eerste bron van inkomen = Werk bruto uurloon werkende Leeftijd ManVrouwTotaal verschil man/vrouw 15 24 17,1 13,2 15,3 30% 25 34 21,0 18,9 19,8 11% 35 44 25,3 21,4 23,2 18% 45 54 29,4 21,8 25,4 35% 55 64 31,8 23,9 28,0 33% 65+ 32,3 29,2 31,2 11% Totaal 26,3 20,9 23,5 26% Het verschil tussen inkomens van werkende mannen en vrouwen daalt tot 26 procent indien gecorrigeerd wordt voor lengte van de werkweek. Opvallend is dat he t verschil in de jongste leeftijdsgroep (15-24 jaar) hoger is dan het gemiddelde: 30 procent. Opmerkelijk ook is dat de verschillen veel kleiner zijn in de daarop volgende leeftijdsklassen, met als hoogtepunt de klasse 45-54 jaar, waar het verschil 35 procent is. Daarna daalt het verschil weer. In de leeftijdsklasse 65+ bedraagt het verschil nog maar 11 procent. Dit lijkt in st rijd met het beeld van afnemende verschillen zoals in de inleiding van dit hoofdstuk vermeld. Het gaat wel om relatief weinig 65-plussers die als belangrijkst e inkomensbron werk opgeven. In figuur 33 worden de gemiddelde uurlonen van mannen en vrouwen naar leefti jd ter verduidelijking getekend. De uurlonen stijgen voor zowel mannen als vrouwen met de leeftijd, maar de groei bij de vrouwen blijft in de leeftijden na 45 jaar achter. Zoals reeds opgemerk t wordt het versch il in de hoogste leeftijdsklasse weer af. 36 Een persoon die volgens de definities werkende is kan immers een inkomen uit andere bron dan werk opgeven als belangrijkste inkomen. Dit geldt voor bijna 1.000 gevallen.

PAGE 104

Figuur 33 Bruto uurloon werkenden naar leeftijd en ge slacht Curacao, Census 2011 Nu bekend is dat de duur van de werkweek een belangrijke verklarende variabele is om het beloningsverschil tussen mannen en vrouwen te verklaren, kunnen ook andere variabelen in het onderzoek betrokken worden. Figuur 34 toont de procentuele beloni ngsverschillen naar economische pos itie, waarbij de oorspronkelijke verschillen in het bruto maandinkomen en die in het uurloon naast elkaar worden gezet. Bij werkgevers en zelfstandigen is het verschil tusse n beloning van man en vrouw veel groter wanneer in maandinkomen wordt gemeten dan wanneer in uurl oon wordt gemeten. Dat betekent dat voor deze economische posities het beloningsverschil in aanzie nlijke mate bepaald wordt door het aantal uren dat men werkt, waarbij mannen er een lange re werkweek op nahouden dan vrouwen. Hetzelfde geldt ook voor personen die losse jobs uitvoeren. De verschillen tussen de twee meetmethoden zijn aanme rkelijk kleiner bij werke nden in loondienst of op contract. Dit lijkt ook logisch omdat werknemers en contractanten meestal gebonden zijn aan een vaste werkweek. Blijkbaar hebben vrouwen wat vaker een par ttime job, en dan vooral als zij in tijdelijke dienst zijn of een kort contract uitdienen. 103

PAGE 105

Figuur 34 Procentuele verschillen beloning man/vrouw naar economische positie, oorspr onkelijjk en gemiddeld per uur, Curacao, Census 2011 Indien gekeken wordt naar de leef tijdsverdeling van de werkende manne n en vrouwen dan blijkt dat er geen grote verschillen bestaan. Vrouwen zijn over het al gemeen iets jonger maar het verschil is niet groot: gemiddeld 42,3 versus 42,9 jaar. Corrigeren voor leeftijdsverschillen leidt dan ook tot voor dit doel ve rwaarloosbare veranderingen in de beloningsverschillen. Het algemeen verschil blijf t staan op 26 procent. Va nwege verschillen in detailreeksen wordt de leeftijdscorrectie37 wel verder toegepast. In figuur 35 zijn de gemiddelde uurlone n uitgesplitst naar beroepsgroep en geslacht. In de figuur zijn de beroepsgroepen Beroepen bij de Strijdkrachten en Geschoolde landbouwers, bosbouwers en vissers vanwege de geringe aan tallen niet opgenomen. De grootste verschillen (in percen tages uitgedrukt) tussen man en vrouw komen voor bij ambachtslieden en bij dienstverlenend personeel en verkopers. De kleinste versch illen komen voor bij administratief personeel. 10437 De correctie bestaat een herweging van de werkende man en vrouw per leeftijdsklasse naar het gewicht van die leeftijdsklasse voor alle personen in die klasse. Leeftijdsverschillen kunnen een rol spelen doordat in de loop van een carrir e bevorderingen, promoties en voorzieningen op basis van ancinniteit plaats vinden.

PAGE 106

Figuur 35 Gemiddeld uurloon naar beroepsgroep en gesl acht Curacao, Census 2011 De verschillen worden echter versluierd doordat bi nnen een beroepsgroep beroepen voorkomen die als typisch mannelijk of typisch vrouwelijk worden beschouw d. Zo zijn er in de technische beroepen veel meer mannen, en in de verzorgende en dienstverl enende beroepen veel meer vrouwen werkzaam. De beroepsgroep Ambachtslieden bijvoorbeeld omva t 10 maal zo veel mannen dan vrouwen. Ook binnen de beroepsgroepen kunnen grote verschillen voorkom en. Verpleegkundigen en onde rwijzers zijn in grote meerderheid van het vrouwelijk geslacht. Dat lijkt veel op appels met peren vergelijken. Een goede vergelijking vergt dus een verd ere verfijning in de vergelijkingen. Teneinde die goede vergelijking te kunnen maken wo rden uitsluitend beroepen in de vergelijking opgenomen waar voldoende mannen en vrouwen in voorkomen. De keuze is wel zodanig dat de representativiteit van het totaal niet in gevaar is gekomen. Dat betekent dat niet allen beroepen zijn gekozen waar mannen en vrouwen gebalanceerd in voorkomen, maar ook die beroepen waar de mannen of de vrouwen wel in de minderheid zijn, maar toch voldoende in aantallen om een betrouwbaar gemiddeld uurloon voor te berekenen. Tabel 44 bevat de uitkomsten van deze verdere verfijni ng. De tabel bevat de resultaten voor de hoofden subgroepen waarvoor zinvolle verge lijkingen gemaakt konden worden. Een uitgebreide tabel is in de tabellensectie opgenomen. 105

PAGE 107

106 Bij de interpretatie van de result aten moet rekening worden gehouden met het feit dat een beroep, hoe gedetailleerd ook, niet alle specificaties die bij het type werk en werkverba nd horen kunnen duiden. Voor veel beroepen, zoals bij de overheid en in de me dische sector, zijn de beloningen voor mannen en vrouwen gelijkgeschakeld op functie. Maar binnen een beroep kunnen verschillende functies op verschillende niveaus bestaan. Correctie voor leef tijdsverschillen, als een poging om loopbaanverschillen te ondervangen, kan deze verschillen niet volledig wegwerken. Daarnaast is het aannemelijk te veronderstellen dat personen (lees vrouwen) die op la tere leeftijd begonnen zijn te werken of zijn heringetreden na het verzorgen va n de kinderen, en parttimers mi nder in een carrirelijn zitten. Als gevolg van de selectie van beroepen komt de hoofdgr oep (7) Ambachtslieden in haar geheel niet meer voor, en zijn er beperkte selecties in de groepen (8) Bedieners va n machines en installaties, assembleurs en (9) Elementaire beroepen. De groepen (6) Geschoolde landbouwers, bosbouw ers en vissers en (0) Beroepen bij de Strijdkrachten waren al eerder uit de ve rgelijkingen gehaald. Tabel 44 Gemiddelde bruto uurlonen naar geslaht en beroep, Curacao ,Census 2011 Tabel 44. Gemiddelde bruto uurlonen naar geslacht en beroep, Curaao, Census 2011 Leeftijd gecorrigeerd, ex clusief beroepen met klei ne aantallen of te weinig mannen of vrouwen. aantal mannen aantal vrouwen aantal Totaaluurloon manuurloon vrouw Verschil (%) 1 leidinggevenden 1964 1333 3297 49,9 41,2 21,1% 2 Intellectuele, wetenscha ppelijke 1701 3051476243,137,2 15,9% 21 Technische wetenschapp ers 396 11150744,443,9 1,1% 22 Professionals gezondheidszo rg 224 46869242,634,0 21,6% 23 Professionals onderwijs 471 1581 2052 37,5 32,3 16,9% 24 Bedrijfsbeheer en adminis tratie 444 51595954,242,3 27,8% 26 Juristen, sociale wetenschappers 166 376 542 43,8 44,5 -3,0% 3 Technici en vakspecialisten 2558 2938 5496 31,8 26,8 18,5% 31 Wetenschap en techniek 543 25279529,531,5 -6,1% 32 Gezondheidszorg 82 532 614 30,6 20,9 48,1% 33 Bedrijfsbeheer en adminis tratie 1096 1593268934,728,7 22,6% 34/5 overig 619 552 1171 28,1 26,7 4,6% 4 Administratief personeel 1788 5867 7655 21,6 18,8 14,9% 41 Administratief medewe rkers 384 2553293720,918,5 13,2% 42 Klantbedienend personeel 314 1197 1511 18,6 16,6 14,8% 43/4 Financieel en overig pe rsoneel 1090 2117320723,820,2 17,2% 5 Dienstverlenend pers. en verkopers 4084 7869 11953 16,1 14,9 8,0% 51 Persoonlijke dienstverl eners 917 1995291216,818,3 5,9% 52 Verkopers 1380 4090 5470 15,4 13,1 19,9% 53 Verzorgend personeel 70 1467 1537 14,2 14,8 -3,2% 54 Personeel beveiliging openba re orde 1717 317203418,415,0 27,9% 8/9 Chauffeurs en Elementaire 1579 2971 4550 14,4 14,1 1,8% 83 Chauffeurs 622 226 848 14,3 17,2 -15,7% 9 Elementaire beroepen 957 2745 3702 14,4 13,4 8,0% Gemiddeld 13674 24029 37703 25,7 22,5 14,2% Gemiddeld over de onderzochte beroepen, ongeveer 62 procent van alle werkenden met een inkomen Het eindresultaat is gebaseerd op ongeveer 62 procent van het totaal aantal werkenden die een inkomen hebben opgegeven. Het totale gemiddelde uurloon van mannen en vrouwen is berekend door de (ongewogen) gemiddelden per subgroep en hoofdgroep te wegen met het totaal aantal werkenden in die (sub)groep om tot het totaal gemiddelde te komen. De opgegeven aantallen werkenden zijn in de tabel opgenomen om de relatieve grootten van de beroepsgroepen aan te geven. Na correctie voor lengte van de werkweek en leef tijdsverschillen blijken, als voor beide geslachten representatieve beroepen met elk aar worden vergeleken, werkende mannen over het algemeen circa 14 procent meer inkomen te ontvangen dan werkende vrouwen.

PAGE 108

107 De verschillen zijn ongelijk verdeeld over de bero epsgroepen. Leidinggevende mannen verdienen ruim 21 procent meer dan hun vrouwelijke collegas. De versch illen zijn ook hoger dan gemiddeld bij de Technici en vakspecialisten. De discrepanties zijn geringer in de groepen Intellectuele, wetenschappe lijke en artistieke beroepen en Administratief personeel. Onder het gemiddelde zijn de beloningsverschille n bij de groepen Dienstverlenend personeel en verkopers en de geselecteerde be roepen in de groepen Bedieners van machines en installaties, assembleurs (alleen de subgroep Chau ffeurs) en Elementaire beroepen. Concluderend kan gesteld worden dat de beloni ngsverschillen tussen mannelijke en vrouwelijke werknemers voor een belangrijk deel verklaard k unnen worden door verschillen in duur van de werkweek. Verschillen in leef tijd en opleidingsniveau spelen een minder grote rol. De grootste verschillen in beloni ng komen echter door de keuze van het beroep. Indien vergelijkbare beroepen worden gekozen dan blijkt het beloningsverschil gereduceerd te worden tot ruim 14 procent. De gepresenteerde vergelijkingen zijn gemaakt op basis van gegevens die uit de Census van 2011 zijn gehaald. Nauwkeurigere resultaten zi jn te berekenen op basis van data die rechtstreeks van werkgevers afkomstig zijn. De analyse hier is evenwel vooral bedoeld om een algemeen inzicht te geven in achterliggende oorzaken van de belonings verschillen tussen mannen en vrouwen. Feit is dat er beloningsverschillen bestaan en blijven bestaan tussen mannen en vrouwen. Internationaal gezien lijken de verschillen wel steeds geringer te worden. Ook nemen de verschillen af naarmate de werkende jonger is38. Onafhankelijk van de mogelijke oorzaken van de be loningsverschill en tussen mannen en vrouwen, de consequenties van de lagere bel oning voor vrouwen kunnen vergaand zi jn. Lagere beloning leidt to lagere pensioenen op latere leeftij d, waardoor de kans om op latere leeftijd onder de armoedegrens te vallen groter is dan bij mannen. Lagere beloning leidt ook tot lagere consumptieve uitgaven en een lagere economische groei39. In figuur 36 wordt de PwC Gender Wage Gaps voor OECD landen gepresenteerd40. De gegevens hebben betrekking op 2011 of 2012. 38 Het CBS Nederland registreert voor 2012 een verschil van bijna 18 procent. Vrouwen in de leeftijd 30-35 jaar verdienen zelfs iets meer dan mannen (CBS Webmagazine, vrijdag 7 maart 2014). 39 De American Association of University Women concludeert in een door haar uitgevoerde studie dat opheffen van het beloningsverschil de Amerikaanse economie met 3 4 procent extra zou laten groeien. AAUW, The Simple Truth about the Gender Pay Gap, jaarlijke update. 40 Bron: Gender Wage Gaps, Women in Work Index 2014, PricewaterhouseCooper LLC UK. Data gebaseerd op gegevens van OECD en Eurostat.

PAGE 109

Figuur 36 Gender wage Gap, OECD landen Uit de figuur blijkt dat de wage gap behoorl ijk kan verschillen tussen de OECD landen. Beloningsverschillen tussen mannen en vrouwen wordt dus niet zozeer bepaald door de ontwikkelingsfase waarin landen zich bevinden, het zijn immers allen on twikkelde landen. Het verschil is het kleinst in landen als Ierland, Noorwegen, Nieuw Zeeland, Belgi, Polen en Denemarken, waar de gap minder dan 10 procent is. Veel grotere versch illen komen voor in de landen in Zuidoost Azi, Japan en Korea. Curaao zou met de berekende 14 pr ocent in de buurt van Aust rali komen te liggen, een duidelijke middenpositie. 108

PAGE 110

109 Uit gegevens van het World Economic Forum blijken de verschillen in andere landen ook hoog te zijn41. Een finale noot ten aanzien van de gebruikte met hodologie: Een vergelijking va n beloningsverschillen op beroepsniveau impliceert een zekere mate van verg elijking op opleidingsniveau, vanwege de sterke binding tussen beiden. Toch is de relatie niet n op n. Een herweging van de resultaten om verschillen in opleiding te corriger en levert op totaalniv eau een vermindering van de verschillen in uurloon tussen man en vrouw op van 26 procent naar 24 procent. Een deel van dit effect is reeds in de bovenstaande exercitie met vergelijkbare beroepen opgenomen, vanwege de binding tussen beroep en opleiding. Een verdere uitwerking va n opleidingsgecorrigeerde berekeni ngen zal daarom slechts tot kleine verschillen in de ge presenteerde cijfers leiden 41 O.a. Turkije: 58%, Indonesie: 49%, Pakistan: 78%, Nigeria: 37%; allen voor zogenaamd equal work vergelijkingen.

PAGE 111

110 Nadere analyse risicofactoren die een rol spelen bij armoede. Inleiding In de beschrijving van de bestaa nde methodologieen voor de armoedebep aling (hoofdstuk 5) is ingegaan op de risicofactoren die het Nede rlandse Sociaal Cultureel Planbur eau (SCP) onderscheidt bij haar analyse van armoedevraagstukken. In deze paragraaf wordt nader ingeg aan op de genoemde risicofactoren en wordt onderzocht in hoeverre deze aan de hand van de Census gegevens op releva ntie voor de Curaaose situatie kunnen worden aangemerkt. De volgende risicofactoren zijn genoemd: Achtergrondkenmerken (niet of nauwelijks door het beleid te benvloeden): leeftijd (ouderdom); geslacht (vrouwen; ge nderongelijkheid)); burgerlijke staat (alleenstaande); familieen gezinssamenstelling (geen/weinig familie, kinderen, alleenstaande ouder); sociale af komst (laag opleidingsniveau ouders); etniciteit (westers/nie t-westers allochtoon). Risicofactoren die wel in bepaalde mate door het beleid kunnen worden benvloed: zelfredzaamheid: lichamelijke/psychische be lemmeringen voor zelfstandig functioneren, onvoldoende ICT-vaardigheden, analfabetisme onvoldoende competenties voor sociaal burgerschap (waaronder onvoldoende bureaucratische vaardigheden) gezondheid: slechte gezondheid, chronisch ziek/gehandicapt, psycho-sociale / psychische problematiek, verslaving; opleiding: niet voltooid, laag opleidingsniveau, geringe arbeidsmarktgerichtheid; arbeidsmarktpositie: langdurige we rkloosheid, arbeidsongeschikthei d, laag gekwalificeerde arbeid; inkomen: laag huishoudinkomen, inkomen (l angdurig) onder armoedegrens, schulden; fysieke en sociale leefomgeving: dakloosheid, huis uitzetting, slechte kwalit eit huisvesting, verblijf in (zorg-)instelling, geen/weini g voorzieningen in woonbuurt (buurth uis, speelterrein e.d.), weinig sociale cohesie, onveiligheid, achterstandswijk, huiselijk geweld; Met behulp van het bovenstaande schema zijn de volgende Census variabelen gekozen: Variabelen op persoonlijk niveau: leeftijd: 60-plussers; geslacht: vrouw; burgerlijke staat: gescheide n, weduwe/weduwnaar, ongehuwd; etniciteit: migrant uit de regio (exclusief de Nederlandse Cariben en Venezuela); zelfredzaamheid: beperkingen in het dagelijkse leven ; gezondheid: slechte gezondheidservaring; gezondheid: gehandicapt; opleiding: niet voltooide startkwalificatie, laag opleid ingsniveau; arbeidsmarktpositie: langdurige werkloosheid; arbeidsmarktpositie: arbeidsongeschiktheid; arbeidsmarktpositie: laag gekwa lificeerd werk (beroepsgroep 9) Variabelen op huishoudniveau:

PAGE 112

111 familieen gezinssamenstelling: alleenstaande (huishoudgrootte=1); familieen gezinssamenstelling: alleenstaande ouder ; familieen gezinssamenstelling: huis houdens met meer dan drie kinderen; fysieke en sociale leefomgeving: slechte kwaliteit huisvesting; fysieke en sociale woonomgeving: ervaring woonomgeving (overlast) Deze variabelen zullen afgezet worden tegen de armoede-indicator: inkomen: huishoudinkomen beneden de armoedegrens In deze publicatie zullen alleen de persoonlijke variabelen en individueel en in onderling verband worden getoetst op relevantie met betre kking tot het risico om als persoon of huishouden onder de armoedegrens te vallen. Bij de analyse zijn alleen personen van 15 jaar en ouder betrokken. Persoonlijke risicofactoren In figuur 37 zijn de persoonlijke risicofactoren o pgenomen met de berekende kansen dat de persoon (i.c. het huishouden waar de persoon toe behoort) onder de armoedegrens va lt indien deze factor op de persoon betrekking heeft. Het gemiddelde percentage voor Curaao is 25 procent. Dit geldt zowel voor het percentage huishoudens als voor het percentage personen binnen die huis houdens. Het percentage voor vrouwen (26) komt slechts in geringe mate boven het algemeen gemiddeld e uit. Dit duidt er al op dat als gesproken wordt over genderongelijkheid verder gekeke n moet worden naar factoren die het functioneren van de vrouw in de maatschappij belemmeren en haar verhinderen een welvarend (niet in armoede levend) bestaan op te bouwen. Als enkelvoudige risicofactor wordt daar om niet verder op deze factor ingegaan. Ook voor ouderen en niet-gehuwden42 is het niet gehuwd of ouder zijn geen directe aanleiding tot een vergroot risico om arm te zijn. Dat geldt wel voor een aantal gezondheidsindicatoren. Personen die een (zeer) slechte perceptie van hun gezondheid hebben, hebben een duidelijk verhoogde kans om onder de armoedegrens te vallen: 40 procent. Verhoogde per centages zijn tevens berekend voor personen met een psychische handicap (38%) en z ij die beperkingen ervaren in de dagelijkse gang van zaken43 (36%). Voor personen met een fysieke handicap44 is het risico lager: 28 procent. Ook als alleen naar de ernstigste handicaps gekeken wordt (blind, doof, stom) bl ijft het percentage op hetzelfde niveau. Verschillende uitkomsten zijn er ook bij de so ciaaleconomische risicofact oren. Een lage opleiding45 of een laag gekwalificeerd beroep46 doen de risicos wel toenemen (resp. 36 en 31%), maar die zijn lang niet zo hoog dan voor personen die langdurig werkloos47 (60%) zijn of arbeidsongeschikt48 (51%). 42 Gescheiden, verweduwd of nooit getrouwd geweest 43 Personen die aangegeven hebben veel problemen te hebben met horen, zien, lopen, onthoude n, huishouden doen, communiceren, of dit helemaal niet kunnen 44 Blind, doof, stom, slechtziend, slechthorend, kan een of beide armen of benen niet bewegen 45 Personen zonder startkwalificatie-1: basi sopleiding of minder of niet-afgeronde opleiding op secundair niveau eerste stage. 46 Elementaire beroepen (ISCO groep 9) 47 Langer dan 6 maanden 48 Economisch nietactieven die opgeven niet op zoek te zijn naar werk vanwege gezondheidsredenen of handicap

PAGE 113

Figuur 37 Percentage person en beneden de armoedegrens naar persoon lijke risicofactoren Curacao Census 2011 Ook migranten49 uit de regio hebben een ver hoogd risico op armoede (35%). Een alleenstaande (eigenlijk een huishoudkenmerk: 1persoons huishouden) heeft een risico dat zeven procentpunten boven het algemeen gemiddelde ligt: 32 procent. Zoals al bleek bij de risicofactor vrouw is het voor het analyseren van armoede niet voldoende om naar afzonderlijke factoren te kijken. Multidimensionaliteit sp eelt een rol doordat m eerdere factoren in combinatie met elkaar een cumulerend eff ect op de kans op armoede kunnen hebben. Uit figuur 38 blijkt duidelijk dat het risico om onder de armoedegrens te vallen stijgt naarmate het aantal risicofactoren voor de persoon toeneemt50. Hierbij is nog niet duidelijk welke combinaties van factoren van toepassing zijn, zodat in het algemeen geconcl udeerd mag worden dat een toevoeging van factoren het risico doet toenemen. 49 Uit landen in de regio exclusief de Nederla nds sprekende Caribische landen en Venezuela. 50 Risicofactor vrouw is hier niet meegenomen 112

PAGE 114

Figuur 38 Percentage pers onen onder de armoedgrens naar aanta l risicofactoren Curacao Census 2011 Het hoogste percentage van de bevolki ng dat onder de armoedegrens valt is te vinden bij degenen die 6 of meer risicofactoren bezitten: 54 procent. Hierbij moet wel opgemerkt wo rden dat zes of meer risicofactoren slechts vo orkomt bij n procent van de onderzochte populatie. Het vaakst komt n risicofactor voor: 38 procent van de populatie. Met n risicofactor valt gemiddeld 20 procent van de personen onder de armoedegrens. B ijna een kwart van de bevolking heeft 2 factoren, waarmee het percentage dat onder de armo edegrens valt toeneemt tot 25 procent. Het percentage personen dat geen enkel van de hier ge bruikte risicofactoren heef t is kleiner: 17 procent van de populatie. Ook zonder risicofactoren blijkt nog 12 procent van hen onder de armoedegrens te vallen. Dat geeft aan dat naast de in de analyse gebruikte risicofactoren ook andere een rol spelen. Dat kunnen de gedentificeerde factor en op huishoudniveau zijn, maar ook andere niet onderzochte variabelen. In Tabel 45 wordt per enkelvoudige ri sicofactor (als primaire factor) aangegeven welke cumulaties van factoren voorkomen. Voor een 60-plusser geldt dat voor 21 procent van hen geen andere risicofactoren aanwezig zijn. Bij ongeveer een kwart is het aantal factoren 2 (de eigen risicofactor plus nog een), of drie. De percentages nemen daarna snel af. Andere factoren tonen een verschil lend beeld. Ongehuwd zijn is voor 43 procent van hen die dat zijn de enige risicofactor. Een kwart van hen heeft nog een tweede factor, maar daarna nemen de percentages snel af. Heel anders verloopt het bij de gezondheidsindicatoren gezondheidsperceptie, beperkingen in het dagelijkse leven en psychische hand icap. Bij deze factoren nemen de percentages in het algemeen toe met het aantal risicofactoren die op de betreffende persoon betrekking hebben. Bij deze zijn het blijkbaar vaak combinaties van risicofactoren die de percentage s personen beneden de armoedegrens doen toenemen. 113

PAGE 115

114 Tabel 45 Enkelvoudige risicofact oren naar cumulaties van risi cofactoren, Curacao, Census 2011 Tabel 45. Enkelvoudige risicofactoren naar cumulaties van risicofactoren, Curaao, Census 2011 aantal risicofactoren primaire factor 12345 6 en meer Totaal 60-plusser 21% 26% 25% 17% 8% 4% 100% ongehuwd 43% 27% 15% 9% 4% 2% 100% gezondheidsperceptie 3% 11% 16% 22% 22% 26% 100% beperkingen in dagelijkse leven 1% 5% 15% 25% 30% 25% 100% fysieke handicap 13% 30% 22% 18% 11% 5% 100% psychische handicap 1% 7% 17% 26% 21% 28% 100% lage opleiding 7% 26% 29% 22% 11% 5% 100% langdurig werkloos 10% 55% 23% 8% 2% 1% 100% laag beroep 10% 38% 28% 15% 6% 2% 100% arbeidsongeschikt 4% 17% 24% 24% 17% 15% 100% migrant uit regio 12% 32% 25% 15% 13% 3% 100% alleenstaande 2% 31% 29% 22% 11% 5% 100% Bij de risicofactoren die betrekki ng hebben op de arbeidsmarkt is het in ieder geval duidelijk dat een enkelvoudige factor er nauwelijks toe doet. Het zij vaak 2 tot 4 factoren die voor de groepen gelden. Meer dan de helft van de langdurig werk lozen heeft een tweede risicofactor. Bij de andere factoren is de spreiding wat groter, zeker in he t geval van arbeidsongeschikten. Voor migranten geldt dat een tw eede risicofactor het vaakst voor komt, gevolgd door drie factoren. In tabel 46.a en 46.b worden pe r afzonderlijke risicofactor de meest voorkomende combinaties met andere factoren gepresenteerd. Da arbij wordt voor elke combinatie de bijbehorende percentages van personen onder de armoedegrens gepresenteerd, alsmed e het relatieve belang van elke combinatie in de groep. Indien de percentages laag zijn betekent dit dat er (zeer ) veel combinaties gevonden zijn die slechts op (zeer) weinig personen betrekking hebben51. De combinaties zijn gerangschikt naar enkelvoudig e risicofactor en vervolgens naar oplopende percentages onder de armoedegrens voor de getoonde combinaties. Per enkelvoudige risicofactor kunnen uiteraard combinaties voorkomen die ook bij de ander factoren voorkomen: 60-plusser met een fysieke handicap versus fysiek gehandicapt persoon die 60-plusser is. Wat opvalt is, dat hoewel eerder bleek dat in algeme ne termen gesproken het risico om onder de armoedegrens te vallen toeneemt naarmate het aantal risicofactoren toeneemt, d it in individuele gevallen niet altijd zo is. Zo blijkt een persoon die een fy sieke handicap heeft een kans van 12 procent te hebben om arm te zijn. Maar indien hij of zij ook 60-plusser is daalt die kans tot 9 procent. Dat lijkt ook logisch omdat een 60-plusser in de meeste gevallen gepensioneerd is en zijn i nkomen niet meer afhankelijk is van de plicht tot werken. Een nog extremer geval is te zien bij de factor ps ychische handicap: het percen tage daalt van 28 procent bij geen additionele factoren naar 18 procent b ij 2 additionele factoren en naar 21 procent bij 5 additionele factoren. Inzoomend op de hogere percentages onder de armo edegrens valt op dat bepaalde factoren steeds terugkomen: lage opleiding, laag gekwalificeerd beroep, alleenstaand, ong ehuwd en 60-plusser, en dan in combinaties met elkaar. Migranten worden, behalve in hun eigen groep en daar leiden de meest voorkomende combinaties van risicofactoren niet tot hoge percen tages onder de armoedegrens eigenlijke alleen nog maar genoemd bij de laag gekwalificeerde beroepen. 51 In principe zijn er met twaalf factoren elk in de waarden Ja (1) en Nee (0) 4095 co mbinaties mogelijk. In de praktijk is er geen enkele persoon in het analysebestand gevonden die alle twaalf of elf van de twaalf factoren bezat. Wel was er n persoon aanwe zig met 10 factoren.

PAGE 116

115 Langdurig werkloos zijn leidt alleen al tot een hoog percentage onder de armoedegrens. Indien deze ook ongehuwd zijn en alleenstaand zijn loopt het percentage flink op. Hoew el de groep op zich klein van omvang is duidt dit wel aan dat lang durige werkloosheid in veel gevalle n tot armoede leidt en de nodige statistische en beleidsmatige aandacht verdient. Voor 60-plussers geldt een comfor tabel laag percentage onder de armoedegrens indien geen andere risicofactoren aanwezig zijn. Zoals eerder gezegd le idt een fysieke handicap voor deze groep niet tot verslechtering van het armoederisic o. De percentages beginnen echt te stijgen als een lage opleiding gecombineerd wordt met alleenstaand zijn. Een lage oplei ding leidt er toe dat minder of geen pensioen is opgebouwd. Een alleenstaande moet dan vaak met een enkele AOV uitkering rond zien te komen. Het verhaal is voor niet-gehuwden ve rgelijkbaar met dat van de 60-plussers. Bij de hoogste percentages komt dan hier nog het 60-plusser zijn erbij. In de risicofactor (zeer) slechte gezondheidsperceptie komt een klei ne groep personen voor. Daarnaast vormen de meest voorkomende combinaties van factoren slechts een derde van de gehele groep. Dat betekent dat het moeilijk is heldere uitspreken te doen over de meest risicovolle set van factoren. Een lage opleiding geeft op zich g een hoog risico op armoede, maar we l als die gecombineerd wordt met 60-plusser, alleenstaand en ongehuw d zijn. Een fysieke handicap ve rergert de situatie nog eens. Een laaggekwalificeerd beroep is eveneens niet zonder meer een basis voor een verhoogd ri sico. Een lage opleiding (als reden voor dat laag ge kwalificeerd beroep) en alleenstaa nd doet dat risico wel flink stijgen, maar minder dan bij voorgaande combinat ies vanuit een andere risicofactor. Het arbeidsongeschikt zijn is op zich al een zorgwekkend risico, maar als de persoon een 60-plusser is veranderd dat in positieve zin. O ok hier geldt dat een ouder persoon ge en inkomen uit werk hoeft te realiseren maar in ieder ge val een inkomen uit AOV of zelfs pensioen mag verwachten. Hetzelfde geldt ook bij de factor be perkingen ervaren in het dagelijkse leven. Ook daar wordt het risico kleiner als de persoon ouder is. Dat geldt echter niet als die persoon alleenstaa nde en lager opgeleid is. Dat een alleenstaande goed in staat om een goed inkom en te genereren blijkt we l, uit het feit dat zonder aanvullende factoren het percentage dat onder de armoedegrens valt laag is: 9 procent. Ook hier is te zien dat een lage opleiding en / of een laag gekwalificeerd beroep de ka nsen om arm te zijn flink doet toenemen, zeker voor een ongehuwde 60-plusser.

PAGE 117

116 Tabel 46 Specifieke combinaties risicofactoren per enkelvoudige riscofactoren naar percentage onder de armoedegrens en relatiev e belang in de groep, Curacao, Census 2011 Tabel 46.a Specifieke combinat ies risicofactoren per enkelvoudige ri sicofactor naar pe rcentage onder de armoedegrens en relatieve belang in de groep, Curaao, Census 2011 combinatie risicofactoren %onder de armoedegrens % in de groep combinatie risicofactoren %onder de armoedegrens % in de groep 60plusser 8% 21% fysieke handicap 12% 13% + fysieke handicap 9% 6% + 60-plusser 9% 8% + ongehuwd 16% 9% + ongehuwd + alleenstaand 16% 3% + ongehuwd + fysieke handicap 16%3%+ 60-plusser + ongehuwd 16%4% + lage opleiding 20% 9% + 60-pl usser + lage opleiding 22% 4% + fysieke handicap + lage opleiding 22%4%+ ongehuwd 23%18% + ongehuwd + fysieke handicap + lage opleiding 28%4%+ 60-plusser + ongehuw d + lage opleiding 28%5% + ongehuwd + lage opleiding 29%7%+ lage opleiding 29%1% + ongehuwd + alleenstaande 29% 7% + 60-plusser + fysieke handicap + lage opleiding + beperkingen 30% 2% + ongehuwd + fysieke handicap + lage opleiding + beperkingen 30% 1% + ongehuwd + laag beroep 33% 1% + ongehuwd + fysiek + alleenstaand 35% 2% + 60-plusser + ongehuwd + alleenstaande 35% 3% + ongehuwd + lage opleiding + alleenst aand 61%4%+ ongehuwd + lage opleiding 39%2% + ongehuwd + fysiek handicap + lage opleiding + alleenstaand 68%2% + 60-plusser + ongehuwd + lage opleiding + alleenstaande 68%3% niet gehuwd 22% 43% psychische handicap 28% 1% + alleenstaand 10% 6% + ongehuwd + fysieke handicap 18% 4% + 60plusser 16% 4% + 60-plusser + ongehuwd + fysieke handicap + lage opleiding + beperkingen 21% 3% + fysieke handicap + alleenstaand 16% 1% + ongehuw d + arbeidsongeschikt + beperkingen 24% 2% + 60-plusser + fysieke handicap 16% 1% + ongehuwd + arbeidsongeschikt 26% 3% + fysieke handicap 23% 6% + ongehuwd 37% 4% + 60-plusser + fysieke handicap + lage opleiding 28% 2% + ongehuwd + lage opleiding + arbeidsongeschikt + beperkingen 37% 2% + 60-plusser + lage opleiding 29% 3% + ongehuwd + fysieke handicap + lage opleiding + arbeidsongeschi kt + beperkingen 45% 2% + 60-plusser + alleenstaand 29% 3% + ongehuwd + lage opleiding + arbeidsongeschikt 50% 5% + laag beroep 31% 3% lage opleiding 28% 7% + migrant 34% 2% + 60-plusser 20% 11% + 60-plusser + fysieke handicap + alleenstaa nd 35%1%+60-plusser + fysieke handicap 22%5% + lage opleiding + laag beroep 36% 1% + 60plusser + ongehuwd + fysieke handicap 28% 5% + lage opleiding 37% 3% + 60-plusser + ongehuwd 29% 9% + langdurig werkloos 61% 2% + 60-plusser + ongehuwd + fysieke handicap + beperking 30% 2% + 60-plusser + lage opleiding + alleenstaand 61% 2% + ongehuwd + arbeidsongeschikt + migrant 30% 2% + 60-plusser + fysieke handicap + lage opleiding + alleenstaande 68%1%+ ongehuwd + migrant 35%2% gezondheidsperceptie 19% 3% + ongehuwd + laag beroep 36% 3% + 60-plusser 10% 2% + migrant 37% 2% + 60-plusser + fysieke handicap + lage opleiding 18% 3% + ongehuwd 37% 9% + fysieke handicap 18% 2% + ongehuwd + fysieke handicap 39% 2% + 60-plusser + fysieke handicap + beperkingen 19%2%+ 60-plusser + ongehuwd + alleenstaand 61%5% + 60-plusser + fysieke handicap + Lage opleiding + beperkingen 23% 4% + 60-plusser + ongehuwd + fysieke handicap + alleenstaand 68% 3% + ongehuwd 29% 4% + ongehuwd + fysieke handicap 31% 2% + 60-plusser + ongehuwd + lage opleiding 32% 2% + 60-plusser + ongehuwd + fysieke handicap + lage opleiding + beperkingen 34%4% + 60-plusser + ongehuwd + fysieke handicap + lage opleiding 40% 3% + ongehuwd + arbeidsongeschikt 60% 2% + 60-plusser + ongehuwd + fysieke handicap + lage opleiding + beperkingen + alleenstaand 77% 2%

PAGE 118

117 Tabel 46.b Specifieke combinaties risicofactoren per enkelvoudige risicofactor naar percentage onder de armoedegrens en relatieve belang, Curaao, Census 2011 combinatie risicofactoren %onder de armoedegrens % in de groep combinatie risicofactoren %onder de armoedegrens % in de groep langdurig werkloos 50% 10% beperk ingen in dagelijks leven 24% 1% + migrant 49% 2% + 60-plusser + fysieke handicap 11% 5% + fysieke handicap 50% 3% + 60-plusser + ongehuwd + lage opleiding 20% 2% + ongehuwd + migrant 54% 2% + 60-plusser + fysieke handicap + lage opleiding 21% 5% + ongehuwd 61% 48% + fysieke handicap 21% 2% + ongehuwd + fysieke handicap 64% 7% + 60-plusser + gezondheidsperceptie + fysieke handicap + lage opleiding 23% 2% + ongehuwd + alleen staande 75% 2% + 60-pl usser + ongehuwd + fysieke handicap 24% 4% + ongehuwd + lage opleiding 78% 8% + ongehuwd + fysieke handicap 29% 4% laaggekwalificeerd beroep 24% 10% + 60-plusser + ongehuwd + fysieke handicap + lage opleiding 30% 10% + fysiek handicap 26% 2% + 60-plusser + ongehuwd + gezondheidperceptie + fysieke handicap + lage opleiding 34% 3% + ongehuwd + alleenstaande 27% 3% + 60-plusser + ongehuwd + fysieke handicap + alleenstaande 43% 4% + lage opleiding + migrant 28% 3% + ongehuwd + lage opleiding + laag beroep 52% 2% + ongehuwd + lage opleiding + migrant 30% 5% + 60-plusser + ongehuwd + fysieke handicap + lage opleiding + alleenstaande 69% 3% + ongehuwd 31% 28% migrant uit de regio 31% 13% + ongehuwd + migrant 31% 6% + ongehuwd + alleenstaand 18% 3% + migrant 32% 4% + lage opleiding + laag beroep 28% 3% + ongehuwd + fysieke handicap 33% 4% + 60-plusser + lage opleiding 28% 1% + ongehuwd + migrant + alleenstaande 34% 2% + fysieke handicap 30% 2% + lage opleiding 34% 3% + ongehuwd + la ge opleiding + laag beroep 30% 4% + ongehuwd + lage opleiding 36% 7% + ongehuwd + laag beroep 31% 5% + ongehuwd + fysieke handicap + lage opleiding 40% 2% + laag beroep 32% 4% + ongehuwd + lage opleiding + migrant + alleenstaande 44% 2%+ ongehuwd + fysieke handicap 34%2% arbeidsongeschikt 40% 4% + ongehuwd + Laag beroep 34% 2% + 60-plusser 19% 2% + ongehuwd 34% 19% + 60-plusser en fysieke handicap 23% 1% + ongehuwd + lage opleiding 35% 6% + 60-plusser + ongehuwd + fysieke handicap 29% 1%+ lage opleiding 37%6% + 60-plusser + ongehuwd + lage opleiding 35% 2% + ongehuwd + lage opleiding + laag beroep + alleenstaand 44% 2% + 60-plusser + ongehuwd + fysieke handicap + lage opleiding 38% 1% alleenstaande 9%2% + 60-plusser + ongehuwd + fysieke handicap + lage opleidi ng 42% 2%+ ongehuwd 10%28% + fysieke handicap 48% 2% + ongehuwd + fysieke handicap 16% 5% + ongehuwd + fysieke handicap 49% 5% + ongehuwd + migrant 18% 2% + ongehuwd + psychische handicap + lage opleiding 50% 2% + 60-plusser 22% 1% + ongehuwd + fysieke handicap + laag beroep 52% 2% + ongehuwd + arbeidsongeschikt 27% 2% + ongehuwd + fysieke handicap + lage opleiding 56% 3%+ 60-plusser + ongehuwd 29%14% + ongehuwd + gezondheidsperceptie 60% 1% + ongehuwd + laag beroep + migrant 34% 1% + ongehuwd 62% 10% + ongehuwd + lage opleiding 34% 2% + ongehuwd + lage opleiding 64% 5% + 60-pl usser + ongehuwd + fysieke handicap 35% 5% + ongehuwd + alleenstaande 85% 2% + ongehuwd + la ge opleiding + laag beroep + migrant 44% 1% + 60-plusser + ongehuwd + lage opleiding 61% 9% + 60-plusser + ongehuwd + fysieke handicap + lage opleiding 68% 5% Figuur 39 tenslotte keert nog een keer terug naar de risicofactor vrouw Een nadere uitsplitsing van de overige factoren naar geslacht toont aan dat vrouw zijn voor alle fact oren een verhoogd risico op armoede oplevert. De figuur geeft daardoor meer inzicht in de mate waarin de positie van de vrouw doorwerkt in de andere risicofactoren. De grootste verschillen met de mannen komen voor b ij de risicofactoren laag gekwalificeerd beroep, migrant en alleenstaande. De uitkomsten worden be nvloed door het feit da t meer vrouwen dan mannen alleenstaande ouderen zijn met een laag inkomen. In aantallen gemeten behoren meer tot veel meer vrouwen tot de groepen alleenstaa nd, 60-plusser, migrant, lage oplei ding dan mannen. Afgeleid daarvan,

PAGE 119

en dan vooral de leeftijd, komen ook vake r gezondheidsproblemen aan de orde. Figuur 39 Percentage onder de ar moedegrens naar risicofactor en geslacht Curacao, Census 2011 Samenvattend kan gesteld worden dat naast langdurig werkloos of arbeidsongeschikt zijn de afzonderlijke risicofactoren niet tot hoge incide nties van armoede leiden. Dat gebeur t pas als meerdere combinaties van factoren een rol spelen, en dan vooral als die factoren een lage opleiding, een laag gekwalificeerd beroep, alleenstaande, ongehuwd n 60-plusse r zijn. Deze factoren komen steed s weer terug. Andere combinaties van risicofactoren leiden minder vaak of tot minder hoge risicos. 118

PAGE 120

119 Bijlage 1: Tabellen Tabel 47 Bevolking 15 jaar en ouder naar leeftijd, geslacht en brut o maandinkomen Curacao, Census 2011 Tabel 47. Bevolking 15 jaar en ouder naar leeftijd, geslacht en bruto maandinkomen, Curaao, Census 2011 Leeftijd Totaal bruto maandinkomen 1524 2534 3544 4554 5564 65+ Totaal Man Geen 5.624 1.057 883 971 443 64 9.042 1 500 761 280 386 715 489 119 2.750 501 1000 584 390 434 687 1.438 3.262 6.795 1001 1500 699 900 872 935 665 614 4.685 1501 2000 568 1.201 1.391 1.392 836 840 6.228 2001 2500 157 624 820 827 575 586 3.589 2501 3000 118 539 649 746 588 653 3.293 3001 3500 90 532 774 810 601 528 3.335 3501 4000 10 36 51 44 115 121 377 4001 4500 45 422 767 884 632 465 3.215 4501 5000 4 25 42 51 56 80 258 5001 7500 37 382 1.081 1.339 1.050 697 4.586 meer dan 7500 81 329 849 1.202 1.034 520 4.015 niet opgegeven 871 100 163 185 132 98 1.549 Totaal 9.649 6.817 9.162 10.788 8.654 8.647 53.717 Vrouw Geen 5.743 1.654 1.806 2.341 1.274 151 12.969 1 500 1.049 604 843 1.442 1.046 320 5.304 501 1000 757 846 1.220 1.685 3.163 7.473 15.144 1001 1500 588 1.198 1.589 1.694 964 910 6.943 1501 2000 375 1.116 1.439 1.411 827 824 5.992 2001 2500 135 640 667 644 479 425 2.990 2501 3000 79 693 721 714 521 485 3.213 3001 3500 64 781 937 881 599 375 3.637 3501 4000 7 40 42 54 101 105 349 4001 4500 38 530 862 928 543 318 3.219 4501 5000 8 24 53 53 72 38 248 5001 7500 29 429 1.003 1.238 725 314 3.738 meer dan 7500 86 199 566 666 441 243 2.201 niet opgegeven 875 122 152 168 87 100 1.504 Totaal 9.833 8.876 11.900 13.919 10.842 12.081 67.451 Totaal Geen 11.367 2.711 2.689 3.312 1.717 215 22.011 1 500 1.810 884 1.229 2.157 1.535 439 8.054 501 1000 1.341 1.236 1.654 2.372 4.601 10.735 21.939 1001 1500 1.287 2.098 2.461 2.629 1.629 1.524 11.628 1501 2000 943 2.317 2.830 2.803 1.663 1.664 12.220 2001 2500 292 1.264 1.487 1.471 1.054 1.011 6.579 2501 3000 197 1.232 1.370 1.460 1.109 1.138 6.506 3001 3500 154 1.313 1.711 1.691 1.200 903 6.972 3501 4000 17 76 93 98 216 226 726 4001 4500 83 952 1.629 1.812 1.175 783 6.434 4501 5000 12 49 95 104 128 118 506 5001 7500 66 811 2.084 2.577 1.775 1.011 8.324 meer dan 7500 167 528 1.415 1.868 1.475 763 6.216 niet opgegeven 1.746 222 315 353 219 198 3.053 Totaal 19.482 15.693 21.062 24.707 19.496 20.728 121.168

PAGE 121

120 Tabel 48 Bevolking 15 jaar en ouder naar leeftijd, geslacht en belangrijkste bron van inkomen, Curacao, Census 2011 Tabel 48. Bevolking 15 jaar en ouder naar leeftijd, geslacht en belangrijkste bron van inkomen, Curaao, Census 2011 Leeftijdsklassen Belangrijkste bron vaninkomen 15 24 25 34 35 44 45 54 55 64 65+ Totaal Man Arbeid 2.312 5.342 7.696 8.723 4.588 730 29.391 AOV 1 3 4 16 1.446 4.274 5.744 Pensioen 13 2 8 66 1.483 3.442 5.014 Uitkering 43 108 233 588 383 10 1.365 Inkomen uit beleggingen 1 13 29 46 38 39 166 Studiefinanciering 359 56 0 1 0 0 416 Wachtgeld 0 3 3 10 32 2 50 Alimentatie / kindertoelage 70 2 0 2 1 1 76 Ander 401 188 254 331 217 61 1.452 Geen inkomen 5.588 1.000 781 856 358 34 8.617 Niet opgegeven 861 100 154 149 108 54 1.426 Totaal 9.649 6.817 9.162 10.788 8.654 8.647 53.717 Vrouw Arbeid 1.952 6.355 8.978 9.550 4.168 442 31.445 AOV 3 3 13 64 2.946 8.638 11.667 Pensioen 18 8 30 138 1.266 2.634 4.094 Uitkering 76 307 607 1.162 676 12 2.840 Inkomen uit beleggingen 4 9 21 41 44 46 165 Studiefinanciering 749 166 6 1 0 0 922 Wachtgeld 3 1 4 9 20 1 38 Alimentatie / kindertoelage 139 91 107 84 49 14 484 Ander 309 216 274 459 370 97 1.725 Geen inkomen 5.719 1.585 1.724 2.250 1.211 109 12.598 Niet opgegeven 861 135 136 161 92 88 1.473 Totaal 9.833 8.876 11.900 13.919 10.842 12.081 67.451 Totaal Arbeid 4.264 11.697 16.674 18.273 8.756 1.172 60.836 AOV 4 6 17 80 4.392 12.912 17.411 Pensioen 31 10 38 204 2.749 6.076 9.108 Uitkering 119 415 840 1.750 1.059 22 4.205 Inkomen uit beleggingen 5 22 50 87 82 85 331 Studiefinanciering 1.108 222 6 2 0 0 1.338 Wachtgeld 3 4 7 19 52 3 88 Alimentatie / kindertoelage 209 93 107 86 50 15 560 Ander 710 404 528 790 587 158 3.177 Geen inkomen 11.307 2.585 2.505 3.106 1.569 143 21.215 Niet opgegeven 1.722 235 290 310 200 142 2.899 Totaal 19.482 15.693 21.062 24.707 19.496 20.728 121.168

PAGE 122

121 Tabel 49 Bevolking 15 jaar en ouder naar le efijd, geslacht en tweede bron van inkomen, Curacao, Census 2011 Tabel 49. Bevolking 15 jaar en ouder naar leeftijd, geslacht en tweede bron van inkomen, Curaao, Census 2011 Leeftijdsklasse Tweede bron vaninkomen 15 24 25 34 35 44 45 54 55 64 65+ Totaal Man Werk 63 116 151 182 271 235 1.018 AOV 0 1 1 2 1.344 2.672 4.020 Pensioen 1 2 4 26 415 759 1.207 Uitkering 4 5 8 27 10 5 59 Inkomen uit vermogen 2 23 40 76 64 58 263 Studiefinanciering 39 7 0 0 0 0 46 Wachtgeld 0 0 0 2 8 2 12 Alimentatie / kindertoelage 11 0 3 2 1 1 18 Ander 84 124 228 234 230 207 1.107 Geen inkomen 2.870 5.285 7.574 8.951 5.627 4.352 34.659 Niet opgegeven 6.575 1.254 1.153 1.286 684 356 11.308 Totaal 9.649 6.817 9.162 10.788 8.654 8.647 53.717 Vrouw Werk 71 143 201 241 293 144 1.093 AOV 0 1 4 27 1.050 1.947 3.029 Pensioen 7 3 19 67 410 814 1.320 Uitkering 4 9 27 56 28 4 128 Inkomen uit vermogen 1 11 29 57 40 49 187 Studiefinanciering 93 37 2 0 0 0 132 Wachtgeld 0 0 1 2 4 2 9 Alimentatie / kindertoelage 43 116 238 179 33 22 631 Ander 104 128 228 323 319 320 1.422 Geen inkomen 2.806 6.521 8.987 10.251 7.090 8.129 43.784 Niet opgegeven 6.704 1.907 2.164 2.716 1.575 650 15.716 Totaal 9.833 8.876 11.900 13.919 10.842 12.081 67.451 Totaal Werk 134 259 352 423 564 379 2.111 AOV 0 2 5 29 2.394 4.619 7.049 Pensioen 8 5 23 93 825 1.573 2.527 Uitkering 8 14 35 83 38 9 187 Inkomen uit vermogen 3 34 69 133 104 107 450 Studiefinanciering 132 44 2 0 0 0 178 Wachtgeld 0 0 1 4 12 4 21 Alimentatie / kindertoelage 54 116 241 181 34 23 649 Ander 188 252 456 557 549 527 2.529 Geen inkomen 5.676 11.806 16.561 19.202 12.717 12.481 78.443 Niet opgegeven 13.279 3.161 3.317 4.002 2.259 1.006 27.024 Totaal 19.482 15.693 21.062 24.707 19.496 20.728 121.168

PAGE 123

122Tabel 50 Bevolking 15 jaar en ouder naar bruto maandinkomen en relatie tot het hoofd van het hui shouden, Curacao, Census 2011 Tabel 50. Bevolking 15 jaar en ouder naar bruto maandinkomen en relatietot het hoofd van het huishouden, Curaao, Census 2011 Relatie tot hoofd Hoofd van het huishouden Gehuwd met hoofd Samen wonend met hoofd Kind van 1,2 of 3 Vader of moeder van1,2 of 3 Broer of zus van 1,2 of 3 (achter)kleinkind van1,2 of 3 Andere familie Inwonende huishoudster Geen familie Niet opgegeven Totaal Bruto maand inkomen (1) (2) (3) (4) (5) (6) (7) (8) (9) (10) (11) (12) Geen 2.130 4.124 961 11.717 85 271 1.187 476 5 228 827 22.011 1 500 2.756 765 368 2.839 65 337 230 171 10 187 326 8.054 501 1000 11.167 4.618 897 2.355 578 630 148 385 108 882 171 21.939 1001 1500 5.361 1.530 828 2.717 77 262 175 278 87 219 94 11.628 1501 2000 6.365 1.529 734 2.578 72 223 124 280 55 199 61 12.220 2001 2500 3.775 832 362 1.177 38 102 47 129 2 88 27 6.579 2501 3000 3.808 962 382 971 46 87 41 117 2 63 27 6.506 3001 3500 4.040 1.176 404 1.035 25 85 40 82 2 61 22 6.972 3501 4000 497 107 19 57 9 8 2 12 0 8 7 726 4001 4500 4.026 1.170 358 656 22 57 18 81 0 30 16 6.434 4501 5000 349 72 18 37 0 12 1 6 0 10 1 506 5001 7500 5.758 1.400 393 573 19 54 15 51 0 28 33 8.324 meer dan7500 4.558 800 220 454 13 41 18 44 4 42 22 6.216 Niet opgegeven 507 206 61 1.557 13 30 191 63 3 37 385 3.053 Totaal 55.097 19.291 6.005 28.723 1.062 2.199 2.237 2.175 278 2.082 2.019 121.168 Tabel 51 Bevolking 15 jaar en ouder geboorteplaats, geslachten en bruto maandinko men, Curacao, Census 2011 Tabel 51. Bevolking 15 jaar en ouder naar geboorteplaats, geslacht en bruto maandinkomen, Curaao, Census 2011 Geboorteplaats Inkom en Chi na Colo mbia Cu ba Domi ni caans e Repu bliek Guy ana Hai ti In di a Indon esie Jam aica Liba non Neder land Cura ao Aru ba Sint Maa rten (Ned er land s deel) Caribi sch Neder land Port ugal Sai nt Kit ts an d Ne vis Saint Vincen t and the Grena dines Surin ame Veren igde State n van Ameri ka Venez uela Overi g en o nbe kend Tota al Man Gee n 40 205 7 247 17 88 13 5 58 8 525 7.33 8 55 42 86 17 1 1 62 11 95 121 9.04 2 1 500 9 40 4 60 5 30 6 0 7 5 79 2.36 4 21 7 27 16 2 3 15 0 24 26 2.75 0 501 1000 37 77 8 94 17 83 16 6 23 21 86 5.67 2 64 30 207 129 12 9 60 6 66 72 6.79 5 100 1 1500 60 161 7 196 18 21 3 16 2 51 23 94 3.50 5 41 14 59 49 4 4 55 3 39 71 4.68 5 150 1 2000 51 302 14 226 22 29 5 33 4 85 14 121 4.63 2 49 9 95 49 4 6 63 2 67 85 6.22 8 200 1 2500 12 155 12 95 33 10 7 20 4 41 12 81 2.71 1 38 15 75 28 3 5 48 3 45 46 3.58 9 250 1 3000 23 115 3 58 12 62 27 4 13 15 142 2.50 2 27 9 56 33 1 8 57 5 52 69 3.29 3 300 1 3500 9 94 7 44 12 36 68 6 11 14 211 2.52 2 39 15 56 15 5 1 61 6 51 52 3.33 5 350 1 4000 1 8 1 5 2 5 1 4 3 1 23 276 6 1 10 6 0 1 10 0 5 8 377 400 1 4500 9 50 11 25 11 19 55 7 8 21 223 2.46 8 44 10 39 26 2 4 61 9 46 67 3.21 5 450 1 5000 1 8 1 7 1 6 0 5 0 0 34 172 3 0 4 1 0 0 6 1 3 5 258 500 1 7500 7 54 11 24 4 10 49 9 4 10 534 3.40 9 90 9 66 25 3 1 101 20 55 91 4.58 6 me er dan 7500 6 43 15 26 8 21 47 26 8 6 905 2.45 9 70 6 54 21 1 1 75 48 51 118 4.01 5 Nie t opgeg even 6 39 1 33 3 9 5 1 5 3 139 950 11 8 9 3 1 0 26 3 13 281 1.54 9

PAGE 124

123 tot aal 27 1 1.351 10 2 1.140 165 98 4 35 6 83 317 153 3.197 40.9 80 55 8 175 843 418 39 44 700 117 612 1.112 53.7 17 Vrou w Gee n 11 0 697 34 928 83 20 4 99 13 144 45 833 8.57 9 11 9 37 114 87 10 18 171 42 302 300 12.9 69 1 500 13 158 4 419 15 85 5 5 59 3 126 4.10 1 51 18 56 25 7 11 29 3 57 54 5.30 4 501 1000 45 525 16 968 49 24 4 14 20 212 12 216 11.1 46 19 6 94 496 189 74 133 117 9 116 253 15.1 44 100 1 1500 34 592 8 828 37 14 5 20 7 189 4 141 4.41 7 85 13 134 41 12 25 45 6 61 99 6.94 3 150 1 2000 33 367 9 407 22 69 15 9 115 2 188 4.26 8 68 15 100 31 14 16 67 7 93 77 5.99 2 200 1 2500 6 109 5 94 10 8 11 6 27 1 140 2.29 9 48 13 60 17 4 7 34 3 44 44 2.99 0 250 1 3000 10 67 3 62 4 5 13 1 12 3 183 2.52 1 76 10 62 8 3 8 81 6 32 43 3.21 3 300 1 3500 5 71 6 42 2 6 6 3 6 1 255 2.91 5 63 5 63 13 0 3 80 5 41 46 3.63 7 350 1 4000 0 9 2 5 0 0 1 1 0 0 26 261 11 1 12 1 1 2 9 0 3 4 349 400 1 4500 5 43 7 31 5 8 9 5 9 1 243 2.50 6 78 10 50 10 1 2 100 3 38 55 3.21 9 450 1 5000 1 7 1 6 0 2 0 1 0 0 28 170 7 0 2 0 0 0 10 1 4 8 248 500 1 7500 4 52 7 43 4 7 10 10 6 0 348 2.82 7 10 1 5 62 14 0 1 133 12 38 54 3.73 8 me er dan 7500 2 42 4 80 2 16 6 7 27 0 268 1.51 2 45 8 33 7 6 4 50 12 30 40 2.20 1 Nie t opgeg even 4 50 3 63 1 5 8 0 14 5 137 924 16 8 16 2 1 0 12 2 20 213 1.50 4 tot aal 27 2 2.789 10 9 3.976 234 80 4 21 7 88 820 77 3.132 48.4 46 96 4 237 1.260 445 13 3 230 938 111 879 1.290 67.4 51 Totaal Gee n 15 0 902 41 1.175 100 29 2 11 2 18 202 53 1.358 15.9 17 17 4 79 200 104 11 19 233 53 397 421 22.0 11 1 500 22 198 8 479 20 11 5 11 5 66 8 205 6.46 5 72 25 83 41 9 14 44 3 81 80 8.05 4 501 1000 82 602 24 1.062 66 32 7 30 26 235 33 302 16.8 18 26 0 124 703 318 86 142 177 15 182 325 21.9 39 100 1 1500 94 753 15 1.024 55 35 8 36 9 240 27 235 7.92 2 12 6 27 193 90 16 29 100 9 100 170 11.6 28 150 1 2000 84 669 23 633 44 36 4 48 13 200 16 309 8.90 0 11 7 24 195 80 18 22 130 9 160 162 12.2 20 200 1 2500 18 264 17 189 43 11 5 31 10 68 13 221 5.01 0 86 28 135 45 7 12 82 6 89 90 6.57 9 250 1 3000 33 182 6 120 16 67 40 5 25 18 325 5.02 3 10 3 19 118 41 4 16 138 11 84 112 6.50 6 300 1 3500 14 165 13 86 14 42 74 9 17 15 466 5.43 7 10 2 20 119 28 5 4 141 11 92 98 6.97 2 350 1 4000 1 17 3 10 2 5 2 5 3 1 49 537 17 2 22 7 1 3 19 0 8 12 726 400 1 4500 14 93 18 56 16 27 64 12 17 22 466 4.97 4 12 2 20 89 36 3 6 161 12 84 122 6.43 4 450 1 5000 2 15 2 13 1 8 0 6 0 0 62 342 10 0 6 1 0 0 16 2 7 13 506 500 1 7500 11 106 18 67 8 17 59 19 10 10 882 6.23 6 19 1 14 128 39 3 2 234 32 93 145 8.32 4 me er dan 7500 8 85 19 106 10 37 53 33 35 6 1.173 3.97 1 11 5 14 87 28 7 5 125 60 81 158 6.21 6 Nie t opgeg 10 89 4 96 4 14 13 1 19 8 276 1.87 4 27 16 25 5 2 0 38 5 33 494 3.05 3

PAGE 125

124 even tot aal 54 3 4.140 21 1 5.116 399 1.7 88 57 3 171 1.13 7 230 6.329 89.4 26 1.5 22 412 2.103 863 17 2 274 1.638 228 1.491 2.402 121. 168

PAGE 126

125 Tabel 52 Bevolking naar economische status, gesl acht en bruto maandinkomen Curacao, Census 2011 Tabel 52. Bevolking naar economische status, geslacht en bruto maandinkomen, Curaao, Census 2011. werkend werkzoekend economisch niet actief niet opgegeven totaal Inkomen man vrouw totaal man vrou w totaa l man vrouw totaal ma n vrou w totaa l man vrouw totaal Geen 625 479 1.104 1.83 6 2.651 4.487 6.556 9.835 16.39 1 25 4 29 9.042 12.96 9 22.011 1500 890 1.351 2.241 317 1.001 1.318 1.535 2.951 4.486 8 1 9 2.750 5.304 8.054 5011000 2.058 4.221 6.279 214 457 671 4.523 10.46 4 14.98 7 0 2 2 6.795 15.14 4 21.939 10011500 3.752 5.658 9.410 87 94 181 846 1.191 2.037 0 0 0 4.685 6.943 11.628 15012000 5.139 4.813 9.952 67 61 128 1.021 1.118 2.139 1 0 1 6.228 5.992 12.220 20012500 2.888 2.383 5.271 27 29 56 674 578 1.252 0 0 0 3.589 2.990 6.579 25013000 2.502 2.506 5.008 17 16 33 774 691 1.465 0 0 0 3.293 3.213 6.506 30013500 2.658 3.052 5.710 15 19 34 661 566 1.227 1 0 1 3.335 3.637 6.972 35014000 238 219 457 5 1 6 134 129 263 0 0 0 377 349 726 40014500 2.600 2.728 5.328 15 29 44 599 462 1.061 1 0 1 3.215 3.219 6.434 45015000 184 176 360 2 5 7 72 67 139 0 0 0 258 248 506 50017500 3.749 3.333 7.082 15 10 25 822 395 1.217 0 0 0 4.586 3.738 8.324 Meer dan 7500 3.436 1.719 5.155 27 50 77 552 432 984 0 0 0 4.015 2.201 6.216 Niet opgegeven 796 761 1.557 22 34 56 721 703 1.424 10 6 16 1.549 1.504 3.053 Totaal 31.51 5 33.39 9 64.91 4 2.66 6 4.457 7.123 19.49 0 29.58 2 49.07 2 46 13 59 53.71 7 67.45 1 121.16 8 Tabel 53 Bevolking naar economische status, geslacht en belangrijkste bron van inkomen, Curacao, Census 2011 Tabel 53. Bevolking naar economische status, geslacht en belangrijkste bronvan inkomen, Curaao, Census 2011. werkend werkzoekend economisch niet actief niet opgegeven totaal Belangrijkste bron van inkomen man vrou w totaal man vrou w tota al man vrou w totaal ma n vrou w tota al man vrou w totaal Werk 28.81 9 31.02 0 59.83 9 148 84 232 422 341 763 2 0 2 29.39 1 31.44 5 60.836 AOV 383 421 804 72 167 239 5.288 11.07 7 16.36 5 1 2 3 5.744 11.66 7 17.411 Pensioen 441 223 664 62 75 137 4.511 3.796 8.307 0 0 0 5.014 4.094 9.108 Uitkering 116 143 259 206 817 1.02 3 1.038 1.880 2.918 5 0 5 1.365 2.840 4.205 Vermogen 64 29 93 16 19 35 86 117 203 0 0 0 166 165 331 Studiefinanciering 62 106 168 29 132 161 325 684 1.009 0 0 0 416 922 1.338 Wachtgeld 9 3 12 4 9 13 37 26 63 0 0 0 50 38 88 Alimentatie / kindertoelage 12 30 42 16 181 197 48 273 321 0 0 0 76 484 560 Ander 549 360 909 275 324 599 625 1.040 1.665 3 1 4 1.452 1.725 3.177 Geen inkomen 283 244 527 1.83 0 2.63 5 4.46 5 6.479 9.715 16.19 4 25 4 29 8.617 12.59 8 21.215 Niet opgegeven 777 820 1.597 8 14 22 631 633 1.264 10 6 16 1.426 1.473 2.899 Totaal 31.51 5 33.39 9 64.91 4 2.66 6 4.45 7 7.12 3 19.49 0 29.58 2 49.07 2 46 13 59 53.71 7 67.45 1 121.16 8

PAGE 127

126 Tabel 54 Bevolking naar economische status, geslacht en tweede bron van inkomen, Curacao Census 2011 Tabel 54. Bevolking naar economische status, geslacht en tweede bronvan inkomen, Curaao, Census 2011. werkend werkzoekend economisch niet actief niet opgegeven totaal Tweede bron van inkomen man vrou w totaal man vrou w tota al man vrou w totaal ma n vrou w tota al man vrou w totaal Werk 955 1.032 1.987 3 11 14 60 50 110 0 0 0 1.018 1.093 2.111 AOV 1.143 845 1.988 30 13 43 2.847 2.171 5.018 0 0 0 4.020 3.029 7.049 Pensioen 391 371 762 6 19 25 809 930 1.739 1 0 1 1.207 1.320 2.527 Uitkering 41 103 144 2 7 9 16 18 34 0 0 0 59 128 187 Vermogen 184 111 295 5 5 10 74 71 145 0 0 0 263 187 450 Studiefinanciering 44 112 156 0 1 1 2 19 21 0 0 0 46 132 178 Wachtgeld 9 5 14 0 1 1 3 3 6 0 0 0 12 9 21 Alimentatie / kindertoelage 9 512 521 3 35 38 6 84 90 0 0 0 18 631 649 Ander 830 867 1.697 21 63 84 255 492 747 1 0 1 1.107 1.422 2.529 Geen inkomen 26.11 4 27.62 2 53.73 6 711 1.56 5 2.27 6 7.826 14.59 5 22.42 1 8 2 10 34.65 9 43.78 4 78.443 Niet opgegeven 1.795 1.819 3.614 1.88 5 2.73 7 4.62 2 7.592 11.14 9 18.74 1 36 11 47 11.30 8 15.71 6 27.024 Totaal 31.51 5 33.39 9 64.91 4 2.66 6 4.45 7 7.12 3 19.49 0 29.58 2 49.07 2 46 13 59 53.71 7 67.45 1 121.16 8

PAGE 128

127 Tabel 55 Bevolking 15 jaar en ouder nar hoogst gevolgde dagopl eiding, geslacht en bruto maa ndinkomen, Curacao, Census 2011 Tabel 55. Bevolking 15jaar en ouder naar hoogst gevolgde dagopleiding, geslacht en bruto maandinkomen, Curaao, Census 2011 Totaal bruto maandinkomen (categorien) Hoogst gevolgde dagopleiding Geen 1 500 501 1000 1001 1500 1501 2000 200 1 250 0 250 1 300 0 300 1 350 0 350 1 400 0 400 1 450 0 450 1 500 0 500 1 750 0 mee r dan 750 0 niet opgegev en Totaal Man Basisonderwijs of minder 951 774 2.854 1.115 1.285 657 501 319 57 247 34 212 249 75 9.330 Tweede niveau, fase 1 2.240 1.00 8 2.637 2.360 3.298 1.76 5 1.45 5 1.31 7 171 1.00 4 86 977 673 133 19.124 Tweede niveau, fase 2 827 253 657 842 1.232 850 931 1.05 8 81 1.04 8 55 1.42 4 849 79 10.186 Derde niveau, fase 1 253 87 193 154 256 214 313 502 46 755 54 1.55 2 1.42 2 60 5.861 Derde niveau, fase 2 67 16 27 27 35 31 45 93 15 124 27 357 710 26 1.600 Derde niveau post academisch 6 1 4 0 2 2 0 1 3 1 0 14 37 1 72 Onbekend 4.698 611 423 187 120 70 48 45 4 36 2 50 75 1.175 7.544 Totaal 9.042 2.75 0 6.795 4.685 6.228 3.58 9 3.29 3 3.33 5 377 3.21 5 258 4.58 6 4.01 5 1.549 53.717 Vrouw Basisonderwijs of minder 1.598 1.45 2 7.109 1.682 1.122 359 299 214 33 169 9 188 220 98 14.552 Tweede niveau, fase 1 3.497 2.20 2 5.491 3.252 2.736 1.21 6 1.11 8 1.03 1 129 717 63 634 479 131 22.696 Tweede niveau, fase 2 2.000 579 1.379 1.451 1.523 986 1.18 7 1.30 0 88 998 76 870 401 81 12.919 Derde niveau, fase 1 762 118 305 279 397 320 487 907 84 1.11 6 88 1.58 1 642 52 7.138 Derde niveau, fase 2 119 20 51 33 34 28 48 96 5 155 7 384 350 13 1.343 Derde niveau post academisch 5 0 1 0 1 0 0 1 0 0 0 6 15 1 30 Onbekend 4.988 933 808 246 179 81 74 88 10 64 5 75 94 1.128 8.773 Totaal 12.96 9 5.30 4 15.14 4 6.943 5.992 2.99 0 3.21 3 3.63 7 349 3.21 9 248 3.73 8 2.20 1 1.504 67.451 Totaal Basisonderwijs of minder 2.549 2.22 6 9.963 2.797 2.407 1.01 6 800 533 90 416 43 400 469 173 23.882 Tweede niveau, fase 1 5.737 3.21 0 8.128 5.612 6.034 2.98 1 2.57 3 2.34 8 300 1.72 1 149 1.61 1 1.15 2 264 41.820 Tweede niveau, fase 2 2.827 832 2.036 2.293 2.755 1.83 6 2.11 8 2.35 8 169 2.04 6 131 2.29 4 1.25 0 160 23.105 Derde niveau, fase 1 1.015 205 498 433 653 534 800 1.40 9 130 1.87 1 142 3.13 3 2.06 4 112 12.999 Derde niveau, fase 2 186 36 78 60 69 59 93 189 20 279 34 741 1.06 0 39 2.943 Derde niveau post academisch 11 1 5 0 3 2 0 2 3 1 0 20 52 2 102 Onbekend 9.686 1.54 4 1.231 433 299 151 122 133 14 100 7 125 169 2.303 16.317 Totaal 22.01 1 8.05 4 21.93 9 11.62 8 12.22 0 6.57 9 6.50 6 6.97 2 726 6.43 4 506 8.32 4 6.21 6 3.053 121.16 8

PAGE 129

128 Tabel 56 Bevolking 15 jaar en ouder naar percepte van de gezondhei, geslacht en bruto maandinkomen Curacao, Census 2011 Tabel 56. Bevolking 15jaar en ouder naar perceptie van de gezondheid, geslacht en bruto maandinkomen, Curaao, Census 2011 Perceptie van de gezondheid Inkomen zeer goed goed redelijk slecht zeer slecht niet opgegeven totaal Man Geen 3.741 4.461 599 163 29 49 9.042 1500 806 1.295 446 165 36 2 2.750 5011000 1.820 3.235 1.317 346 61 16 6.795 10011500 1.638 2.508 439 83 15 2 4.685 15012000 2.288 3.271 559 89 14 7 6.228 20012500 1.335 1.863 323 51 12 5 3.589 25013000 1.309 1.650 278 49 5 2 3.293 30013500 1.319 1.709 258 38 9 2 3.335 35014000 149 183 38 7 0 0 377 40014500 1.269 1.661 236 34 8 7 3.215 45015000 87 143 23 5 0 0 258 50017500 1.813 2.417 300 46 4 6 4.586 meer dan 7500 1.656 2.072 241 36 3 7 4.015 Niet opgegeven 568 572 57 14 9 329 1.549 totaal 19.798 27.040 5.114 1.126 205 434 53.717 Vrouw Geen 5.152 6.505 1.051 178 32 51 12.969 1500 1.377 2.608 1.031 237 41 10 5.304 5011000 3.682 7.336 3.389 630 81 26 15.144 10011500 2.229 3.775 812 107 10 10 6.943 15012000 1.996 3.282 618 80 11 5 5.992 20012500 1.063 1.591 294 34 8 0 2.990 25013000 1.164 1.704 299 42 1 3 3.213 30013500 1.405 1.934 268 26 2 2 3.637 35014000 112 178 43 7 7 2 349 40014500 1.250 1.723 218 24 4 0 3.219 45015000 93 127 28 0 0 0 248 50017500 1.452 2.015 241 24 3 3 3.738 meer dan 7500 818 1.175 177 22 8 1 2.201 Niet opgegeven 602 555 84 11 3 249 1.504 totaal 22.395 34.508 8.553 1.422 211 362 67.451 Totaal Geen 8.893 10.966 1.650 341 61 100 22.011 1500 2.183 3.903 1.477 402 77 12 8.054 5011000 5.502 10.571 4.706 976 142 42 21.939 10011500 3.867 6.283 1.251 190 25 12 11.628 15012000 4.284 6.553 1.177 169 25 12 12.220 20012500 2.398 3.454 617 85 20 5 6.579 25013000 2.473 3.354 577 91 6 5 6.506 30013500 2.724 3.643 526 64 11 4 6.972 35014000 261 361 81 14 7 2 726 40014500 2.519 3.384 454 58 12 7 6.434 45015000 180 270 51 5 0 0 506 50017500 3.265 4.432 541 70 7 9 8.324 meer dan 7500 2.474 3.247 418 58 11 8 6.216 Niet opgegeven 1.170 1.127 141 25 12 578 3.053 totaal 42.193 61.548 13.667 2.548 416 796 121.168

PAGE 130

129 Tabel 57 Werkende bevolking naar geslacht, beroepsgroep en bruto maandinkomen, Curacao Census 2011 Tabel 57. Werkende bevolking naar geslacht, beroepsgroep en bruto maandinkomen, Curaao, Census 2011 Totaal bruto maandinkomen(categorien) Beroepsgroep Gee n 1 500 501 100 0 100 1 150 0 150 1 200 0 200 1 250 0 250 1 300 0 300 1 350 0 350 1 400 0 400 1 450 0 450 1 500 0 500 1 750 0 mee r dan 750 0 niet opgegev en Totaa l Man Strijdkrachten 8 0 9 11 7 8 12 9 1 8 2 36 126 2 239 managers 61 25 46 64 93 99 129 226 10 330 14 705 1.16 7 42 3.011 intellectuele, wetenschappelijke en artistieke beroepen 40 24 54 40 89 67 112 234 18 333 30 806 827 27 2.701 technici en vakspecialisten 71 52 110 167 242 232 393 573 29 758 37 1.14 1 579 22 4.406 administratief personeel 24 48 92 289 413 215 240 234 19 225 9 214 89 8 2.119 dienstverlenend personeel, verkopers 68 137 349 812 1.03 2 510 475 511 45 351 20 376 201 22 4.909 Geschoold personeel in landbouw, visserij 7 23 34 42 45 13 12 9 2 6 0 8 5 2 208 Ambachtslieden 158 270 711 977 1.64 1 1.07 6 643 517 64 321 50 269 235 43 6.975 bedieners vanmachines en installaties 24 37 152 389 577 328 272 228 15 184 11 137 87 18 2.459 elementaire beroepen 65 213 390 807 809 257 154 86 25 58 10 39 87 12 3.012 niet opgegeven 99 61 111 154 191 83 60 31 10 26 1 18 33 598 1.476 Totaal 625 890 2.05 8 3.75 2 5.13 9 2.88 8 2.50 2 2.65 8 238 2.60 0 184 3.74 9 3.43 6 796 31.51 5 Vrouw Strijdkrachten 1 0 1 0 2 1 0 1 4 0 0 6 4 0 20 managers 45 25 54 56 113 67 107 155 10 245 8 597 442 25 1.949 intellectuele, wetenschappelijke en artistieke beroepen 37 41 125 110 144 146 261 620 43 805 60 1.17 4 531 19 4.116 technici en vakspecialisten 46 56 134 188 308 308 489 756 30 669 34 777 231 11 4.037 administratief personeel 70 105 355 746 1.20 6 938 1.02 2 1.05 6 73 740 43 520 156 27 7.057 dienstverlenend personeel, verkopers 132 461 1.57 5 2.54 9 1.91 5 685 516 386 43 206 22 187 188 33 8.898 Geschoold personeel in landbouw, visserij 3 0 7 7 4 1 0 1 0 0 0 1 2 0 26 Ambachtslieden 11 50 117 200 129 34 13 17 2 13 2 13 15 6 622 bedieners vanmachines en installaties 9 13 71 121 128 37 29 15 2 17 0 6 8 2 458 elementaire beroepen 49 564 1.73 4 1.64 3 839 161 61 36 8 26 5 46 129 11 5.312 niet opgegeven 76 36 48 38 25 5 8 9 4 7 2 6 13 627 904 Totaal 479 1.35 1 4.22 1 5.65 8 4.81 3 2.38 3 2.50 6 3.05 2 219 2.72 8 176 3.33 3 1.71 9 761 33.39 9 Totaal Strijdkrachten 9 0 10 11 9 9 12 10 5 8 2 42 130 2 259 managers 106 50 100 120 206 166 236 381 20 575 22 1.30 2 1.60 9 67 4.960 intellectuele, wetenschappelijke en artistieke beroepen 77 65 179 150 233 213 373 854 61 1.13 8 90 1.98 0 1.35 8 46 6.817 technici en vakspecialisten 117 108 244 355 550 540 882 1.32 9 59 1.42 7 71 1.91 8 810 33 8.443 administratief personeel 94 153 447 1.03 5 1.61 9 1.15 3 1.26 2 1.29 0 92 965 52 734 245 35 9.176 dienstverlenend personeel, verkopers 200 598 1.92 4 3.36 1 2.94 7 1.19 5 991 897 88 557 42 563 389 55 13.80 7 Geschoold personeel in landbouw, visserij 10 23 41 49 49 14 12 10 2 6 0 9 7 2 234 Ambachtslieden 169 320 828 1.17 7 1.77 0 1.11 0 656 534 66 334 52 282 250 49 7.597 bedieners vanmachines en installaties 33 50 223 510 705 365 301 243 17 201 11 143 95 20 2.917 elementaire beroepen 114 777 2.12 4 2.45 0 1.64 8 418 215 122 33 84 15 85 216 23 8.324 niet opgegeven 175 97 159 192 216 88 68 40 14 33 3 24 46 1.225 2.380 Totaal 1.10 4 2.24 1 6.27 9 9.41 0 9.95 2 5.27 1 5.00 8 5.71 0 457 5.32 8 360 7.08 2 5.15 5 1.557 64.91 4

PAGE 131

130 Tabel 58 Werkende bevolking naar ge slacht, economische positie en brut o maandinkomen, Curacao Census 2011 Tabel 58. Werkende bevolking naar geslacht, economisch e positie en bruto maandinkomen, Curaao, Census 2011 Totaal bruto maandinkomen (categorien) Economische positie Geen 1 500 501 1000 1001 1500 1501 2000 2001 2500 2501 3000 3001 3500 3501 4000 4001 4500 4501 5000 5001 7500 meer dan 7500 niet opgegeven Totaal Man Werkgever 66 57 118 204 275 196 250 296 31 337 33 483 681 41 3.068 Zelfstandige 33 46 114 139 230 138 148 131 21 144 16 182 200 11 1.553 Werkgever in vaste dienst 168 175 560 1.857 2.943 1.730 1.619 1.787 117 1.783 83 2.687 2.026 96 17.631 Werkgever in tijdelijke dienst 71 125 376 632 737 354 234 233 30 188 25 224 239 31 3.499 Losse job 185 432 743 608 625 297 128 93 28 60 14 74 128 29 3.444 Onbetaalde familiewerker 19 5 16 11 11 7 4 3 1 2 0 2 6 9 96 Contract minder dan 6 mnd. 4 4 18 40 34 16 9 6 1 5 0 2 9 0 148 Contract 6 mnd. en langer 8 5 44 166 181 98 60 73 4 55 5 52 99 6 856 Stagiair 7 12 17 12 4 1 2 1 0 0 0 0 1 0 57 Overig en onbekend 24 14 29 43 39 26 18 14 5 10 7 17 25 6277 Niet opgegeven 40 15 23 40 60 25 30 21 0 16 1 26 22 567886 Totaal 625 890 2.058 3.752 5.139 2.888 2.502 2.658 238 2.600 184 3.749 3.436 796 31.515 Vrouw Werkgever 44 55 164 156 183 90 123 140 11 155 13 180 152 18 1.484 Zelfstandige 25 62 157 90 152 62 70 57 9 66 4 74 57 12897 Werkgever in vaste dienst 152 340 1.852 3.565 3.248 1.724 1.890 2.407 145 2.188 124 2.704 1.189 78 21.606 Werkgever in tijdelijke dienst 53 286 938 1.012 667 305 256 281 34 181 25 239 175 28 4.480 Losse job 75 513 780 350 212 48 55 33 8 38 3 35 63 17 2.230 Onbetaalde familiewerker 49 8 24 15 6 2 5 7 1 3 0 1 1 13 135 Contract minder dan 6 mnd. 2 4 19 70 38 15 8 6 1 4 0 5 5 0 177 Contract 6 mnd. en langer 8 23 131 281 225 92 70 79 8 63 6 56 47 0 1.089 Stagiair 8 11 8 5 6 4 0 1 0 1 0 0 0 145 Overig en onbekend 21 27 87 58 29 12 12 13 1 10 0 9 16 6301 Niet opgegeven 42 22 61 56 47 29 17 28 1 19 1 30 14 588955 Totaal 479 1.351 4.221 5.658 4.813 2.383 2.506 3.052 219 2.728 176 3.333 1.719 761 33.399 Totaal Werkgever 110 112 282 360 458 286 373 436 42 492 46 663 833 59 4.552 Zelfstandige 58 108 271 229 382 200 218 188 30 210 20 256 257 23 2.450 Werkgever in vaste dienst 320 515 2.412 5.422 6.191 3.454 3.509 4.194 262 3.971 207 5.391 3.215 174 39.237 Werkgever in tijdelijke dienst 124 411 1.314 1.644 1.404 659 490 514 64 369 50 463 414 59 7.979 Losse job 260 945 1.523 958 837 345 183 126 36 98 17 109 191 46 5.674 Onbetaalde familiewerker 68 13 40 26 17 9 9 10 2 5 0 3 7 22 231 Contract minder dan 6 mnd. 6 8 37 110 72 31 17 12 2 9 0 7 14 0 325 Contract 6 mnd. en langer 16 28 175 447 406 190 130 152 12 118 11 108 146 6 1.945 Stagiair 15 23 25 17 10 5 2 2 0 1 0 0 1 1 102 Overig en onbekend 45 41 116 101 68 38 30 27 6 20 7 26 41 12578 Niet opgegeven 82 37 84 96 107 54 47 49 1 35 2 56 36 1.1551.841 Totaal 1.104 2.241 6.279 9.410 9.952 5.271 5.008 5.710 457 5.328 360 7.082 5.155 1.557 64.914

PAGE 132

131 Tabel 59 Werkende bevolking naar ge slacht, bedrijfstak en totaal brut o maandinkomen, Curacao, Census 2011 Tabel 59. Werkende bevolking naar geslacht, bedrijfstak en totaal bruto maandinkomen, Curaao, Census 2011 Totaal bruto maandinkomen(kategorieen) Bedrijfstak Geen 1 500 501 1000 1001 1500 1501 2000 2001 2500 2501 3000 3001 3500 3501 4000 4001 4500 4501 5000 5001 7500 meer dan 7500 niet opgegeven Totaal Man Landbouw,bosbouw, visserij 4 20 16 31 35 8 12 7 140 3 5 1147 Mijnbouw 0 1 4 4 5 7 11 2 140 1 2 042 Industrie 25 49 153 323 504 298 278 293 2632618 424 273 173.007 Productie en distributie van elektriciteit, gas, stoom en gekoelde lucht 5 7 9 16 30 25 33 49 2510 105 35 1368 Distributie vanwater; afval en afvalwaterbeheer en sanering 5 4 11 22 58 46 55 55 2561 103 60 4482 Bouwnijverheid 55 100 302 487 840 597 309 242 4421136 179 229 173.648 Groot en detailhandel; reparatie vanauto's en motorfietsen 66 141 296 845 993 450 403 385 2630815 377 327 204.652 Vervoer en opslag 16 20 81 178 303 191 198 183 1218410 172 161 121.721 Verschaffenvan accommodatie en maaltijden 33 48 193 377 457 189 135 129 16936 82 85 181.861 Informatie en communicatie 18 11 39 82 101 96 93 120 11208 228 178 41.099 Financile activiteiten en verzekeringen 20 15 17 42 97 69 93 123 11766 308 391 111.369 Exploitatie vanen handel in onroerend goed 10 13 15 38 65 42 35 53 3474 64 67 3459 Vrije beroepen en wetenschappelijke en technische activiteiten 15 14 25 30 67 50 71 98 912710 229 333 141.092 Administratieve en ondersteunende diensten 27 59 137 472 505 194 139 91 18786 105 103 121.946 Openbaar bestuur en defensie; verplichte sociale verzekeringen 45 19 52 75 138 120 172 354 103579 662 525 192.557 Onderwijs 5 14 35 25 53 42 77 128 1314423 337 173 41.073 Menselijke gezondheidszorg en maatschappelijke dienstverlening 14 32 56 74 100 71 94 103 161065 122 168 5966 Kunst, amusement en recreatie 11 18 63 67 87 46 60 41 0472 43 49 2536 Overige diensten 7 26 41 80 76 45 42 24 5232 34 25 0430 Huishoudens als werkgever; productie van goederen en diensten voor eigengebruik 8 24 29 31 26 13 5 5 201 2 5 0151 Activiteiten van extraterritoriale organisaties 0 0 2 4 13 5 6 1 162 11 25 076 Niet opgegeven 236 255 482 449 586 284 181 172 2913220 158 217 6323.833 Totaal 625 890 2.058 3.752 5.139 2.888 2.502 2.658 238 2.600 184 3.749 3.436 796 31.515 Vrouw Landbouw,bosbouw, visserij 4 3 9 10 10 4 2 3 020 1 0 048 Mijnbouw 0 0 0 1 0 0 0 2 0 2 0 0 0 0 5 Industrie 9 35 103 207 165 79 57 52 6504 65 49 1882 Productie en distributie van elektriciteit, gas, stoom en gekoelde lucht 3 0 1 7 11 2 12 22 0301 30 20 0139 Distributie vanwater; 1 1 2 2 12 9 12 17 1170 31 9 0114

PAGE 133

132 afval en afvalwaterbeheer en sanering Bouwnijverheid 7 20 50 48 64 29 38 32 4270 17 14 3353 Groot en detailhandel; reparatie vanauto's en motorfietsen 82 212 607 1.741 1.150 413 344 292 29 198 11 213 153 25 5.470 Vervoer en opslag 7 15 60 85 177 113 141 99 9821 77 38 1905 Verschaffenvan accommodatie en maaltijden 45 161 533 1.005 836 228 156 109 168214 82 94 203.381 Informatie en communicatie 9 18 44 68 99 85 102 106 9783 127 56 4808 Financile activiteiten en verzekeringen 20 26 77 137 229 236 297 403 2241223 615 312 132.822 Exploitatie vanen handel in onroerend goed 9 12 33 61 55 27 31 41 2373 58 22 3394 Vrije beroepen en wetenschappelijke en technische activiteiten 24 30 68 100 127 110 136 204 151689 191 137 51.324 Administratieve en ondersteunende diensten 15 87 321 399 271 119 75 69 4493 46 51 31.512 Openbaar bestuur en defensie; verplichte sociale verzekeringen 20 22 55 76 143 96 138 313 1631613 501 207 51.921 Onderwijs 15 42 174 115 128 133 211 470 2452346 794 214 72.896 Menselijke gezondheidszorg en maatschappelijke dienstverlening 36 120 464 548 618 461 523 580 3645826 257 158 144.299 Kunst, amusement en recreatie 10 68 290 223 185 69 48 51 8326 36 29 21.057 Overige diensten 28 50 152 150 152 52 73 47 4212 25 22 1779 Huishoudens als werkgever; productie van goederen en diensten voor eigengebruik 20 240 733 392 151 20 15 7 180 11 39 41.641 Activiteiten van extraterritoriale organisaties 0 0 1 2 2 8 1 3 100 7 4 130 Niet opgegeven 115 189 444 281 228 90 94 130 1213611 149 91 6492.619 Totaal 479 1.351 4.221 5.658 4.813 2.383 2.506 3.052 219 2.728 176 3.333 1.719 761 33.399 Totaal Landbouw,bosbouw, visserij 8 23 25 41 45 12 14 10 1 6 0 4 5 1 195 Mijnbouw 0 1 4 5 5 7 11 4 1 6 0 1 2 0 47 Industrie 34 84 256 530 669 377 335 345 32 376 22 489 322 18 3.889 Productie en distributie van elektriciteit, gas, stoom en gekoelde lucht 8 7 10 23 41 27 45 71 2 81 1 135 55 1 507 Distributie vanwater; afval en afvalwaterbeheer en sanering 6 5 13 24 70 55 67 72 3 73 1 134 69 4 596 Bouwnijverheid 62 120 352 535 904 626 347 274 48 238 36 196 243 20 4.001 Groot en detailhandel; reparatie vanauto's en motorfietsen 148 353 903 2.586 2.143 863 747 677 55 506 26 590 480 45 10.122 Vervoer en opslag 23 35 141 263 480 304 339 282 21 266 11 249 199 13 2.626 Verschaffenvan accommodatie en maaltijden 78 209 726 1.382 1.293 417 291 238 32 175 20 164 179 38 5.242 Informatie en communicatie 27 29 83 150 200 181 195 226 10 198 11 355 234 8 1.907 Financile activiteiten en verzekeringen 40 41 94 179 326 305 390 526 23 588 29 923 703 24 4.191 Exploitatie vanen handel in onroerend goed 19 25 48 99 120 69 66 94 5 84 7 122 89 6 853 Vrije beroepen en 39 44 93 130 194 160 207 302 24 295 19 420 470 19 2.416

PAGE 134

133 wetenschappelijke en technische activiteiten Administratieve en ondersteunende diensten 42 146 458 871 776 313 214 160 22 127 9 151 154 15 3.458 Openbaar bestuur en defensie; verplichte sociale verzekeringen 65 41 107 151 281 216 310 667 26 673 22 1.163 732 24 4.478 Onderwijs 20 56 209 140 181 175 288 598 37 667 69 1.131 387 11 3.969 Menselijke gezondheidszorg en maatschappelijke dienstverlening 50 152 520 622 718 532 617 683 52 564 31 379 326 19 5.265 Kunst, amusement en recreatie 21 86 353 290 272 115 108 92 8 79 8 79 78 4 1.593 Overige diensten 35 76 193 230 228 97 115 71 9 44 4 59 47 1 1.209 Huishoudens als werkgever; productie van goederen en diensten voor eigengebruik 28 264 762 423 177 33 20 12 3 8 1 13 44 4 1.792 Activiteiten van extraterritoriale organisaties 0 0 3 6 15 13 7 4 2 6 2 18 29 1 106 Niet opgegeven 351 444 926 730 814 374 275 302 41 268 31 307 308 1.281 6.452 Totaal 1.104 2.241 6.279 9.410 9.952 5.271 5.008 5.710 457 5.328 360 7.082 5.155 1.557 64.914

PAGE 135

134 Tabel 60 Werkende bevolking naar ge slacht, opleidingsniveau en bruto maandinkomen, Curacao, Census 2011 Tabel 60. Werkende bevolking naar geslacht, opleidingsniveau en bruto maandinkomen, Curaao, Census 2011 Totaal bruto maandinkomen (categorien) Hoogst gevolgde dagopleiding Geen 1 500 501 1000 1001 1500 1501 2000 2001 2500 2501 3000 3001 3500 3501 4000 4001 4500 4501 5000 5001 7500 meer dan 7500 niet opgegeven Totaal Man Basisonderwijs of minder 100 185 451 754 9014023142073816925 151 157 243.878 Tweede niveau, fase 1 199 341 984 2.005 2.8581.5111.1101.02311179469 735 549 7212.361 Tweede niveau, fase 2 114 115 317 725 1.0507097629024991340 1.221 759 507.726 Derde niveau, fase 1 79 43 91 123 200 184 241 404 24 601 34 1.307 1.264 43 4.638 Derde niveau, fase 2 30 12 16 17 30 24 34 82 12 94 14 283 637 21 1.306 Derde niveau post academisch 6 1 2 0 2001210 12 32 160 Onbekend 97 193 197 128 98 58 41 39 2 28 2 40 38 585 1.546 Totaal 625 890 2.058 3.752 5.139 2.888 2.502 2.658 238 2.600 184 3.749 3.436 796 31.515 Vrouw Basisonderwijs of minder 74 291 995 1.130 6671941311278963 105 92 263.939 Tweede niveau, fase 1 119 522 1.866 2.795 2.2909438108238454641 510 315 4911.713 Tweede niveau, fase 2 115 232 837 1.311 1.3748971.0691.1756290162 805 341 399.220 Derde niveau, fase 1 76 68 163 218 319 259 394 764 55 983 61 1.471 576 26 5.433 Derde niveau, fase 2 13 9 27 26 26 23 38 84 4 147 7 376 341 10 1.131 Derde niveau post academisch 0 0 1 0 1001000 5 14 123 Onbekend 82 229 332 178 136 67 64 78 6 55 2 61 40 610 1.940 Totaal 479 1.351 4.221 5.658 4.813 2.383 2.506 3.052 219 2.728 176 3.333 1.719 761 33.399 Totaal Basisonderwijs of minder 174 476 1.446 1.884 1.5685964453344626528 256 249 507.817 Tweede niveau, fase 1 318 863 2.850 4.800 5.1482.4541.9201.8461951.340110 1.245 864 12124.074 Tweede niveau, fase 2 229 347 1.154 2.036 2.4241.6061.8312.0771111.814102 2.026 1.100 8916.946 Derde niveau, fase 1 155 111 254 341 519 443 635 1.168 79 1.584 95 2.778 1.840 69 10.071 Derde niveau, fase 2 43 21 43 43 56 47 72 166 16 241 21 659 978 31 2.437 Derde niveau post academisch 6 1 3 0 3002210 17 46 283 Onbekend 179 422 529 306 234 125 105 117 8 83 4 101 78 1.195 3.486 Totaal 1.104 2.241 6.279 9.410 9.952 5.271 5.008 5.710 457 5.328 360 7.082 5.155 1.557 64.914

PAGE 136

135 Tabel 61 Werkzoekende bevolking naar geslacht, opleidin gsniveau en bruto maandinkomen, Curacao, Census 2011 Tabel 61. Werkzoekende bevolking naar geslacht, opleidingsniveau en bruto maandinkomen, Curaao, Census 2011 Totaal bruto maandinkomen(categorien) Hoogst gevolgde dagopleiding Geen 1 500 501 1000 1001 1500 1501 2000 2001 2500 2501 3000 3001 3500 3501 4000 4001 4500 4501 5000 5001 7500 meer dan 7500 niet opgegeven Totaal Man Basisonderwijsof minder 243 66 51 13 21 8 0 2 0 1 0 1 6 4 416 Tweede niveau, fase 1 963 158 113 46 27 12 8 7 3 6 1 3 10 8 1.365 Tweede niveau, fase 2 351 34 25 19 14 6 5 6 2 4 1 5 5 4 481 Derde niveau, fase 1 92 12 9 5 3 0 1 0 0 4 0 3 2 0 131 Derde niveau, fase 2 15 0 2 0 1 1 2 0 0 0 0 2 1 0 24 Derde niveau post academisch 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Onbekend 172 47 14 4 1 0 1 0 0 0 0 1 3 6 249 Totaal 1.836 317 214 87 67 27 17 15 5 15 2 15 27 22 2.666 Vrouw Basisonderwijsof minder 344 179 109 16 16 7 1 2 0 4 0 2 5 6 691 Tweede niveau, fase 1 1.102 532 229 44 14 10 8 7 1 11 4 3 25 11 2.001 Tweede niveau, fase 2 714 156 75 20 18 10 4 6 0 5 0 2 5 8 1.023 Derde niveau, fase 1 168 12 10 2 9 1 3 3 0 6 1 2 1 1 219 Derde niveau, fase 2 28 1 1 0 1 1 0 0 0 3 0 0 2 0 37 Derde niveau post academisch 2 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 2 Onbekend 293 121 33 12 3 0 0 1 0 0 0 1 12 8 484 Totaal 2.651 1.001 457 94 61 29 16 19 1 29 5 10 50 34 4.457 Totaal Basisonderwijsof minder 587 245 160 29 37 15 1 4 0 5 0 3 11 10 1.107 Tweede niveau, fase 1 2.065 690 342 90 41 22 16 14 4 17 5 6 35 19 3.366 Tweede niveau, fase 2 1.065 190 100 39 32 16 9 12 2 9 1 7 10 12 1.504 Derde niveau, fase 1 260 24 19 7 12 1 4 3 0 10 1 5 3 1 350 Derde niveau, fase 2 43 1 3 0 2 2 2 0 0 3 0 2 3 0 61 Derde niveau post academisch 2 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 2 Onbekend 465 168 47 16 4 0 1 1 0 0 0 2 15 14 733 Totaal 4.487 1.318 671 181 128 56 33 34 6 44 7 25 77 56 7.123

PAGE 137

136 Tabel 62 Economisch niet-actieve bevolki ng naar geslacht, opleidingsniveau en bruto maandinkomen, Curacao Census 2011 Tabel 62. Economisch niet-actieve bevolking naar geslacht, opleidingsniveau en bruto maandinkomen, Curaao, Census 2011 Totaal bruto maandinkomen(categorien) Hoogst gevolgde dagopleiding Geen 1 500 501 1000 1001 1500 1501 2000 2001 2500 2501 3000 3001 3500 3501 4000 4001 4500 4501 5000 5001 7500 meer dan 7500 niet opgegeven Totaal Man Basisonderwijsof minder 601 523 2.352 348 362 247 187 110 19 77 9 60 86 47 5.028 Tweede niveau, fase 1 1.065 502 1.540 309 413 242 337 286 57 204 16 239 114 53 5.377 Tweede niveau, fase 2 358 104 315 98 168 135 164 150 30 131 14 198 85 25 1.975 Derde niveau, fase 1 82 32 93 26 53 30 71 98 22 150 20 242 156 17 1.092 Derde niveau, fase 2 22 4 9 10 4 6 9 11 3 30 13 72 72 5 270 Derde niveau post academisch 0 0 2 0 0 2 0 0 1 0 0 2 5 0 12 Onbekend 4.428 370 212 55 21 12 6 6 2 7 0 9 34 574 5.736 Totaal 6.556 1.535 4.523 846 1.021 674 774 661 134 599 72 822 552 721 19.490 Vrouw Basisonderwijsof minder 1.179 982 6.005 536 439 158 167 85 25 69 6 81 123 66 9.921 Tweede niveau, fase 1 2.274 1.147 3.396 413 432 263 300 201 44 160 18 121 139 71 8.979 Tweede niveau, fase 2 1.171 191 467 120 131 79 114 119 26 92 14 63 55 34 2.676 Derde niveau, fase 1 517 38 132 59 69 60 90 140 29 127 26 108 65 25 1.485 Derde niveau, fase 2 78 10 23 7 7 4 10 12 1 5 0 8 7 3 175 Derde niveau post academisch 3 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 1 1 0 5 Onbekend 4.613 583 441 56 40 14 10 9 4 9 3 13 42 504 6.341 Totaal 9.835 2.951 10.464 1.191 1.118 578 691 566 129 462 67 395 432 703 29.582 Totaal Basisonderwijsof minder 1.780 1.505 8.357 884 801 405 354 195 44 146 15 141 209 113 14.949 Tweede niveau, fase 1 3.339 1.649 4.936 722 845 505 637 487 101 364 34 360 253 124 14.356 Tweede niveau, fase 2 1.529 295 782 218 299 214 278 269 56 223 28 261 140 59 4.651 Derde niveau, fase 1 599 70 225 85 122 90 161 238 51 277 46 350 221 42 2.577 Derde niveau, fase 2 100 14 32 17 11 10 19 23 4 35 13 80 79 8 445 Derde niveau post academisch 3 0 2 0 0 2 0 0 1 0 0 3 6 0 17 Onbekend 9.041 953 653 111 61 26 16 15 6 16 3 22 76 1.078 12.077 Totaal 16.391 4.486 14.987 2.037 2.139 1.252 1.465 1.227 263 1.061 139 1.217 984 1.424 49.072

PAGE 138

137 Tabel 63 Gemiddeld bruto maandinkomen naar geslacht, bedrijfstak en beroepsgroep, Curacao, Census 2011 Tabel 63. Gemiddeld bruto maandinkomen naar geslacht, bedrijfstak en beroepsg roep, Curaao, Census 2011 Bedrijfstak Bedrijfstak Landbouw, bosbouw, visserij Mijnbouw Industrie Productie en distributie van elektriciteit, gas, stoom en gekoelde lucht Distributie van water; afval en afvalwaterbeheer en sanering Bouwnijverheid Groot en detailhandel; reparatie van auto's en motorfietsen Vervoer en opslag Verschaffen van accommodatie en maaltijden Informatie en communicatie Financile activiteiten en verzekeringen Exploitatie van en handel in on roerend goed Vrije b e roepen en wetenschappelijke en technische activiteiten Administratieve en ondersteunende diensten Openbaar bestuur en defensie; verplichte sociale verzekeringen Onderwijs Menselijke gezondheidszorg en maatschappelijke dienstverlening Kunst, amusement en recreatie Overige diensten Huishoudens als werkgever; productie van goederen en diensten voor eigen gebruik Activiteiten van extraterritoriale organisaties Man Strijdkrachten 10.3 43 Leidinggevenden 10.0 00 10.2 43 12.5 60 7.2 81 7.72 0 10.0 84 8.0 01 10.1 81 14.3 09 7.1 01 10.9 43 8.7 30 11.3 68 10.0 93 8.7 38 8.68 6 7.9 56 22.1 31 Intellectuele, wetenschappelijke en artistieke ber. 9.11 1 6.45 2 8.04 2 6.5 45 7.01 7 14.2 22 7.1 18 7.38 0 10.2 61 8.0 44 11.0 51 6.3 46 7.66 8 6.07 9 9.4 60 4.30 0 7.5 42 Technici en vakspecialisten 5.42 3 6.08 8 6.34 7 6.2 01 4.12 2 6.08 6 3.9 27 4.73 1 6.38 3 7.5 52 6.31 5 3.6 42 6.01 1 3.28 6 5.2 29 3.02 0 3.5 79 Administratief personeel 4.16 4 3.59 6 3.92 5 5.6 56 2.43 1 2.82 7 4.3 82 2.85 3 5.15 4 5.0 43 4.68 8 2.9 58 4.37 9 2.80 7 2.8 33 3.22 0 2.3 00 Dienstverlenend personeel en verkopers 1.3 34 3.90 2 3.96 8 3.79 9 6.3 88 3.12 4 4.32 1 3.1 48 4.75 9 3.86 3 3.6 06 3.41 4 2.4 66 4.89 2 4.21 4 3.2 33 2.44 7 2.5 76 1.6 11 5.98 1 Geschoolde landbouwers, bosbouwers en vissers 1.3 73 2.1 69 5.2 22 Ambachtslieden 3.50 4 3.64 6 5.12 7 3.3 46 2.78 6 5.81 7 3.2 48 2.89 8 4.44 1 3.6 52 5.09 6 2.8 18 4.45 8 2.7 62 3.23 7 2.2 91 5.2 24 Bedieningspersoneel van machines en installaties 3.7 88 4.00 4 3.65 2 6.12 2 3.1 12 3.26 4 3.04 2 1.9 48 2.98 6 8.0 35 3.8 79 6.48 8 2.2 24 1.8 55 Elementaire beroepen 2.2 49 1.80 1 3.00 4 2.52 5 3.4 71 2.80 4 2.70 3 1.9 77 1.91 0 2.00 1 1.7 92 2.97 0 3.5 00 1.82 3 1.4 55 4.84 2 1.5 04 3.5 67 Niet opgegeven 8.83 5 2.2 78 4.51 8 2.46 3 2.7 27 3.08 8 4.1 91 3.59 0 5.4 36 6.67 5 4.1 13 10.8 73 1.3 40 Totaal 2.7 79 3.4 33 4.57 6 4.97 4 5.51 7 3.7 99 3.78 9 4.57 7 3.7 23 5.50 0 8.04 8 5.5 49 8.61 2 3.5 29 6.56 3 5.84 5 5.7 63 4.04 8 3.0 92 3.1 30 9.83 8 Vrouw Strijdkrachten 5.97 7 Leidinggevenden 5.36 7 4.6 77 6.64 6 6.49 7 6.4 85 9.97 0 9.91 0 5.9 49 6.33 8 6.6 53 7.19 3 6.43 0 5.7 78 5.25 0 9.9 35 Intellectuele, wetenschappelijke en artistieke ber. 6.76 8 7.62 7 6.17 2 5.32 7 8.23 9 4.6 48 4.29 4 7.48 4 5.8 30 7.49 1 5.7 24 5.67 9 5.07 7 4.7 15 3.79 6 4.8 03 Technici en vakspecialisten 5.42 2 6.01 9 5.40 2 3.6 22 3.79 3 4.21 6 3.9 82 5.37 3 4.96 0 5.0 14 4.52 0 3.1 19 5.00 3 3.24 9 3.5 23 2.47 0 3.4 77 Administratief personeel 2.62 2 3.74 0 3.90 1 3.6 16 2.52 7 3.26 5 3.3 07 3.38 5 3.72 8 3.1 51 3.01 3 2.8 32 3.91 5 2.98 0 3.2 45 2.37 6 2.1 90 3.72 8 Dienstverlenend personeel en verkopers 1.8 89 3.01 3 2.6 76 2.11 0 2.28 2 2.3 51 2.39 9 4.49 4 4.0 47 1.90 2 2.2 35 3.51 0 2.13 9 2.4 44 2.10 5 1.9 34 2.5 87 Geschoolde landbouwers, bosbouwers en vissers Ambachtslieden 2.11 6 5.6 95 2.59 6 1.8 39 1.94 5 3.5 27 97 5 1.5 07 Bedieningspersoneel van machines en installaties 1.87 3 8.28 3 3.07 1 2.15 2 2.6 00 1.5 17 Elementaire beroepen 1.3 68 1.18 3 1.92 3 2.4 55 1.80 4 1.64 6 1.9 65 1.75 2 2.80 3 1.3 14 3.47 3 1.6 70 2.00 8 1.74 7 1.7 03 1.70 0 2.2 22 1.4 74 Niet opgegeven 29.8 75 9.6 15 3.7 58 77 7 Totaal 1.7 07 3.01 8 4.97 9 4.60 2 3.6 64 2.68 9 3.38 9 2.7 04 4.21 9 5.00 5 4.1 48 4.59 8 2.4 00 4.86 8 4.67 7 3.2 98 2.33 9 2.3 50 1.6 11 9.65 3 Totaal Strijdkrachten 10.0 12 Leidinggevenden 9.33 8 10.0 06 12.1 67 7.0 21 7.38 6 8.80 7 7.3 20 10.1 05 12.1 71 6.7 04 9.37 6 8.1 12 9.27 2 7.48 7 6.5 43 7.31 9 8.7 64 22.8 35 Intellectuele, wetenschappelijke en artistieke ber. 8.30 9 6.94 6 7.10 7 6.4 17 6.17 2 12.1 20 5.7 38 6.34 8 8.71 3 7.0 32 9.57 1 6.0 90 6.32 4 5.33 9 5.9 98 4.09 5 5.8 72 14.3 53

PAGE 139

138 Technici en vakspecialisten 5.42 3 6.07 6 6.20 0 5.8 63 3.94 4 5.60 5 3.9 52 4.90 0 5.41 2 6.4 91 5.35 9 3.4 05 5.59 0 3.26 1 3.7 92 2.76 7 3.5 25 9.95 3 Administratief personeel 3.20 5 3.70 0 3.90 8 4.0 20 2.49 1 3.11 0 3.5 34 3.29 4 3.98 9 3.3 59 3.26 1 2.8 57 4.01 2 2.96 3 3.2 03 2.51 9 2.2 12 7.67 9 Dienstverlenend personeel en verkopers 1.6 44 3.47 6 3.91 1 3.59 6 5.3 27 2.40 4 3.34 2 2.6 00 3.34 7 4.15 8 3.7 92 2.32 4 2.4 06 4.52 0 2.77 2 2.5 25 2.16 8 2.1 13 2.5 16 5.98 1 Geschoolde landbouwers, bosbouwers en vissers 1.3 81 3.55 8 2.0 37 5.1 18 1.5 75 Ambachtslieden 3.29 5 3.64 1 5.02 3 3.3 85 2.75 3 5.81 7 3.0 35 2.87 0 4.25 8 5.1 94 4.54 0 2.8 86 5.42 6 2.2 14 3.00 7 2.1 64 4.9 56 Bedieningspersoneel van machines en installaties 3.7 88 3.80 1 3.65 2 5.95 7 3.1 05 3.71 9 3.04 7 1.8 33 2.84 5 8.0 35 3.7 18 5.04 2 2.3 35 1.6 11 1.6 57 Elementaire beroepen 2.0 82 1.55 9 3.28 5 2.46 1 3.3 57 2.22 9 2.42 3 1.9 68 1.80 1 2.57 0 1.5 10 3.30 5 2.3 42 1.95 5 1.81 3 1.6 65 2.83 8 1.9 87 1.5 62 Niet opgegeven 8.27 2 2.2 55 8.03 3 2.34 8 3.5 07 2.73 6 4.1 21 3.59 0 5.1 40 6.22 3 3.9 84 9.87 1 1.0 99 Totaal 2.5 27 3.4 30 4.22 3 4.97 5 5.34 0 3.7 87 3.19 6 4.16 8 3.0 65 4.95 7 5.99 6 4.9 02 6.41 4 3.0 34 5.68 0 4.98 1 3.7 47 2.90 9 2.6 18 1.7 34 9.78 6 Opmerking: "." is geen of minder dan 10 waarnemingen

PAGE 140

139 Tabel 64 Werkende bevolking naar belangrijkste beroepen, geslacht en gemiddeld bruto maandinkomen uit belangrijkste bron, Curacao, Census 2011 Tabel 64. Werkende bevolking naar belangrijkste beroepen1, geslacht en gemiddeld bruto maandinkomen uit belangrijkste bron, Curaao, Census 2011 Geslacht Beroep Man Vrouw Totaal Naf. Andere rangenstrijdkrachten 8.325 8.082 Hogere kaderleden vanhet openbaar bestuur 12.383 8.265 10.845 Directeurs vangrote ondernemingen 8.721 6.435 8.199 Eigenarenvansnacks 3.139 Winkeleigenaren 4.951 3.880 4.550 Andere directeuren, eigenaren, niet elders genoemd 7.287 4.773 6.579 Managers op financieel gebied 9.714 7.958 8.791 Managers op het gebied vanhuman resources 7.007 7.577 Managers op het gebied vanbeleid en planning 11.919 9.918 Managers op het gebied vanzakelijke dienstverlening en op administratief gebied, niet elders geclassificeerd 8.833 6.725 7.789 Managers op het gebied vanverkoop en marketing 6.813 5.797 6.310 Managers in de industrie 9.964 9.449 Managers in de bouwnijverheid 6.708 6.641 Managers op het gebied vanlogistiek en aanverwante diensten 6.753 6.625 Managers op het gebied vaninformatie en communicatietechnologie (ICT) 8.498 8.281 Managers op het gebied vanmenselijke gezondheidszorg 6.415 Managers op het gebied vanonderwijs 7.501 6.143 6.525 Filiaalhouders op het gebied vanfinancile dienstverlening en verzekeringen 9.632 7.606 8.487 Managers op het gebied vanprofessionele diensten, niet elders geclassificeerd 8.087 7.302 Hotelmanagers 6.099 Restaurantmanagers 4.134 2.814 3.398 Managers in de detail en groothandel 4.939 4.013 4.652 Managers op het gebied vandiensten, niet elders geclassificeerd 7.054 5.567 6.501 Ingenieurs, niet elders geclassificeerd 7.339 Bouwkundig architecten 6.545 6.172 Grafisch en multimediadesigners 4.275 4.031 Huisartsen 9.039 8.604 Specialisten op het gebied vande gespecialiseerde geneeskunde 13.897 12.459 Verpleegkundig kaderpersoneel 4.024 3.703 3.753 Kinesisten en fysiotherapeuten 5.451 Professoren en andere docenten in het hoger onderwijs 5.653 Leraren in beroepsgerichte vakken in het secundair onderwijs 5.008 4.611 4.758 Leraren in algemene vakken in het secundair onderwijs 5.872 5.181 5.413 Onderwijzers in het lager onderwijs 5.542 4.154 4.282 Onderwijzers in het kleuteronderwijs 1.408 1.408 Leraren in het buitengewoon onderwijs 4.690 4.675 Andere taalleraren (buiten het schoolsysteem) 4.496 4.704 Onderwijsdeskundigen niet elders geclassificeerd 5.358 4.340 4.650 Accountantsen boekhoudkundig kaderpersoneel 10.401 6.726 8.293 Financieel en beleggingsadviseurs 10.125 7.304 8.669 Financieel analisten 8.538 Bedrijfs en organisatieanalisten 7.833 7.851 Beleidsadviseurs 7.734 6.494 7.136 Specialisten op het gebied vanpersoneels en loopbaanontwikkeling 5.982 Specialisten op het gebied vanreclameen marketing 4.751 5.047 Applicatieprogrammeurs 5.081 Systeembeheerders 5.514 5.310 Netwerkspecialisten 6.750 6.444 Advocaten 10.524 7.974 9.310 Juristen, niet elders geclassificeerd 10.712 8.217 9.043 Psychologen 5.143 Maatschappelijk werkers 4.043 4.019 Journalisten 4.068 Technici op het gebied vancivieltechnischewerken 5.586 Technici op het gebied vanelektriciteit 4.951 4.976 Technici op het gebied vanelektronica 3.370 3.384 Technisch tekenaars 4.325 4.209 Technici op het gebied vannatuur en technische wetenschappen, niet elders geclassificeerd 6.421 6.223 Toezichthoudend personeel in de industrie 5.652 5.553 Toezichthoudend personeel in de bouwnijverheid 4.398 4.349 Toezichthoudend personeel in de zakelijke diensten 4.514 4.261 4.401 Technici voor het beheer en de controlevanindustrile processen, niet elders geclassificeerd 5.121 5.154 Dekofficieren en loodsen 5.426 5.426 Pilotenen dergelijke 8.257 8.115 Luchtverkeersleiders 5.542

PAGE 141

140 Tabel 64. Werkende bevolking naar belangrijkste beroepen1, geslacht en gemiddeld bruto maandinkomen uit belangrijkste bron, Curaao, Census 2011 Geslacht Beroep Man Vrouw Totaal Laboratoriumtechnici (geneeskunde en pathologie) 3.707 Farmaceutisch technischassistenten en apothekersassistenten 2.944 2.949 Verpleegkundigen 3.059 3.292 Tandartsassistenten en mondhyginisten 2.586 3.067 Technici op het gebied vanmedische registratie en gezondheidsinformatie 3.565 3.660 Technici en assistentenop het gebied vanfysiotherapie 2.218 2.166 Medisch assistenten 2.850 2.885 Milieu inspecteurs, inspecteurs arbeidshygine, inspecteurs voedselhygine en veiligheid en dergelijke 4.308 Ondersteunendpersoneel op het gebied vande gezondheidszorg, niet elders geclassificeerd 3.583 4.179 Effecten en valutahandelaars en makelaars 6.089 Adviseurs kredieten en leningen 5.390 5.463 Boekhouders 5.867 4.694 5.063 Taxateurs en schade experts 4.733 Verzekeringsagenten 3.122 3.694 Handelsvertegenwoordigers 3.538 3.785 Inkopers 3.471 4.146 Inklaringsagentenen expediteurs 4.971 Organisatorenvan conferenties en evenementen 2.821 Makelaars en beheerders vanonroerend goed 5.946 4.808 Zakelijke dienstverleners, niet elders geclassificeerd 5.390 4.121 4.738 Bureauchefs 5.606 4.536 4.844 Bureausecretaressen en directieassistenten 4.226 4.236 Douane inspecteurs en grensbewakers 5.531 3.874 4.969 Ambtenaren: belastingenen accijnzen 6.363 6.505 6.437 Ambtenaren: sociale uitkeringen 4.622 Politie inspecteurs en speurders 6.001 5.949 Ambtenaren die instaanvoor de toepassing vande wet, niet elders geclassificeerd 4.824 4.545 4.700 Ondersteunendpersoneel op juridisch gebied en dergelijke 8.129 5.406 5.998 Ondersteunendpersoneel op het gebied vanmaatschappelijk werk 2.880 3.065 Sporttrainers en instructeurs,scheidsrechters en sportofficials 3.834 3.277 Fitness en recreatie instructeurs 2.057 2.039 Fotografen 2.612 Chef koks 3.433 3.412 Andere vakspecialistenop artistiek en cultureel gebied 2.497 Technici op het gebied vaninformatie en communicatietechnologie: operatoren 4.611 4.780 Technici op het gebied vaninformatie en communicatietechnologie: gebruikersondersteuning 4.567 4.518 4.556 Netwerk en systeemtechnici 5.077 5.191 Telecommunicatietechnici 4.424 4.536 Administratief medewerkers, algemeen 3.097 2.683 2.738 Secretariaatsmedewerkers,algemeen 3.077 3.055 Loketbedienden en dergelijke 2.564 2.596 Bookmakers,croupiers en dergelijke 3.138 2.018 2.317 Incasseerders en dergelijke 3.319 3.599 Andere bankbedienden, geldophalers en dergelijke, niet elders genoemd 2.099 2.344 Reisconsulenten en reisbureaumedewerkers 3.392 4.441 Callcentermedewerkers: informatieverstrekking 2.255 Telefonisten 2.536 2.506 Hotelreceptionisten 2.016 1.950 Informatieverstrekkers 3.331 3.349 Receptionisten, algemeen 2.420 2.434 Klanteninformatieverstrekkers, niet elders geclassificeerd 3.168 3.249 3.228 Administratief personeel: boekhouding 4.069 3.146 3.313 Administratief personeel: statistiek, financin en verzekeringen 4.967 3.736 3.984 Administratief personeel: loonadministratie 3.162 3.315 Magazijniers 2.224 2.040 2.204 Logistiek medewerkers: productie 2.557 Postboden en postsorteerders 2.170 2.122 Archief en kopieermedewerkers 2.727 2.680 Medewerkers personeelsadministratie 3.909 3.990 Administratief personeel, niet elders geclassificeerd 3.652 3.030 3.184 Reisbegeleiders en stewards 2.729 2.180 2.380 Reisleiders en gidsen 3.015 Koks 2.321 2.176 2.229 Kelners 1.637 1.516 1.545 Barmannen 1.975 2.414 2.181 Kappers 2.351 1.974 2.099 Schoonheidsspecialisten en dergelijke 1.742 1.755 Toezichthouders van huishoudelijk en schoonmaakpersoneel in kantoren, hotels en dergelijke accomodatie 3.589 2.682 3.046 Concirges 3.372 3.202 Verleners vanpersoonlijke diensten, niet elders geclassificeerd 2.234 Verkopers in kramenen op markten 1.131 1.197

PAGE 142

141 Tabel 64. Werkende bevolking naar belangrijkste beroepen1, geslacht en gemiddeld bruto maandinkomen uit belangrijkste bron, Curaao, Census 2011 Geslacht Beroep Man Vrouw Totaal Verkoop vansnacks aan huis 1.283 Winkeliers 3.721 2.663 3.296 Toezichthoudend personeel in winkels 3.193 2.793 3.027 Verkopers en verkoopsassistenten 2.332 1.568 1.721 Kassiers en ticketverkopers 1.724 1.735 Huis aan huisverkopers 2.862 2.368 2.661 Verkopers in cafetaria's,fastfoodrestaurants,snackbars en dergelijke eetgelegenheden 1.441 1.508 Verkopers in loterijhuizen 1.521 1.550 Verkopers, niet elders geclassificeerd 2.938 2.234 2.496 Verzorgend personeel in kinderdagverblijven, crches en dergelijke en onthaalmoeders 1.443 1.444 Onderwijsassistenten 2.701 2.797 Verzorgendenin ziekenhuizen, verpleeginstellingenen dergelijke instellingen 2.798 2.771 Verzorgendenthuiszorg 1.685 1.674 Verzorgend personeel in de gezondheidszorg, niet elders geclassificeerd 2.143 2.254 Brandweerlui 4.730 4.732 Politie agenten 5.076 4.423 4.953 Cipiers 3.419 3.421 3.420 Veiligheidspersoneel 2.318 1.728 2.244 Personeel op het gebied vande openbare orde en de veiligheid, niet elders geclassificeerd 5.160 4.695 Tuiniersen kwekers vanbomen, struiken,bloemen, zaden, kasgroenten en dergelijke 2.059 2.020 Polyvalente bouwvakkers (inclusief bouwaannemers die meewerken op de werf) 4.458 4.631 Metselaars en dergelijke 2.620 2.616 Timmerlui en schrijnwerkers 2.289 2.288 Bouwarbeidersruwbouw, niet elders geclassificeerd 3.299 3.298 Vloerleggers en tegelzetters 2.218 2.218 Loodgieters 2.316 2.333 Installateursvantoestellenvoor klimaatregeling en koeltechniek 2.478 2.473 Schilders en behangers 2.890 2.870 Verf en lakspuiters 2.096 2.124 Reinigers vanbouwwerken 1.813 1.781 Metaalgieters en kernmakers 2.194 2.181 Lassers en snijders 2.965 2.948 Constructiewerkers 2.612 2.657 Monteurs en reparateurs van motorvoertuigen 2.423 2.422 Monteurs en reparateurs vanindustrile en landbouwmachines 2.948 2.952 Ambachtslieden, niet elders geclassificeerd 1.870 Drukkers 2.613 2.586 Elektriciens (in gebouwen en dergelijke) 3.169 3.107 Installateursvanelektrischeapparatuur 2.707 2.671 Installateursen reparateurs van elektriciteitsleidingen (civieltechnische werken) 2.936 2.990 Installateursen onderhoudsmonteursop het gebied van elektronica 3.100 3.073 Installateursen onderhoudsmonteursop het gebied van informatie en communicatietechnologie 2.970 2.868 Slagers, vishandelarenen dergelijke 1.885 1.864 1.874 Bakkers, banketbakkers en chocolatiers 2.750 1.354 2.114 Meubelmakers en dergelijke 2.646 2.700 Naaisters, borduursters en dergelijke 1.407 1.499 Bedieners van machines en installaties voor de vervaardiging vanchemischeproducten 3.706 3.662 Bedieners van wasserijmachines 1.678 1.603 Bedieners van verpakkings bottel en etiketteermachines 1.651 Bedieners van vaste machines en installaties,niet elders geclassificeerd 3.706 3.693 Chauffeursvanauto's, taxi's en bestelwagens 1.905 1.877 Buschauffeurs en trambestuurders 2.315 2.397 2.346 Vrachtwagenchauffeurs 3.206 3.181 Taxichauffeurs 2.353 2.338 Bedieners vangrondverzetmachines en dergelijke 3.110 3.088 Kraandrijvers en bedieners vantakels en dergelijke 3.030 3.039 Heftruckbestuurders 2.183 2.183 Dekpersoneel op schepen en dergelijke 3.282 3.238 Huishoudelijke hulpen en schoonmakers in particuliere huishoudens 1.263 1.261 Schoonmakers in hotels, kantoren en dergelijke accomodatie 1.709 1.580 1.593 Inwonende huishoudsters 1.358 1.361 Personeel voor het wassen en strijken met de hand 1.815 Autowassers 2.112 2.011 Andere handarbeiders voor het reinigen vantapijten, zwembaden, koeltorens, graffiti en dergelijke 1.772 1.568 Ongeschoolde arbeiders in de tuinbouw 2.444 2.393 Ongeschoolde arbeiders in de weg en waterbouwen andere civieltechnische werken 2.018 2.010 Ongeschoolde arbeiders in de burgerlijke en utiliteitsbouw 2.550 2.561 Inpakkers 2.627 1.280 1.933 Ongeschoolde arbeiders in de industrie, niet elders geclassificeerd 1.792 Laders en lossers 2.388 2.353

PAGE 143

142 Tabel 64. Werkende bevolking naar belangrijkste beroepen1, geslacht en gemiddeld bruto maandinkomen uit belangrijkste bron, Curaao, Census 2011 Geslacht Beroep Man Vrouw Totaal Vakkenvullers 2.189 1.438 1.628 Bereiders vanfastfood (broodjes, hamburgers, pizza's en dergelijke) 1.783 1.735 1.754 Keukenhulpen 1.785 1.708 1.721 Vuilnisophalers en ophalers vanafval bestemd voor recyclage 2.408 2.397 Boden,kruiers, krantenbezorgers en dergelijke 1.918 1.763 1.886 Elementaire beroepen, niet elders geclassificeerd 3.184 1.446 2.828 1Alleen beroepen waar 50 of meer personen (man en/of vrouwof totaal) een inkomen hebben opgegeven zijnin de tabel opgenomen

PAGE 144

143 Tabel 65 Huishoudens naar huishoudinkomen huishoudgrootte, Curacao, Census 2011 Tabel 65. Huishoudens naar huishoudinkomen en huishoudgrootte, Curaao, Census 2011 Huishoudgrootte Bruto huishoud inkomen 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10+ Totaal NAFl. 01000 4.806 1.436 740 428 211 88 32 17 3 6 7.767 1001 2000 3.038 2.974 1.309 760 402 133 56 31 13 12 8.728 2001 3000 1.871 2.312 1.450 1.030 444 162 73 28 16 9 7.395 3001 4000 1.083 1.667 1.245 917 386 171 62 34 11 14 5.590 4001 5000 956 1.357 999 773 413 108 67 28 13 8 4.722 5001 6000 639 1.045 833 599 324 127 44 17 9 14 3.651 6001 7000 328 825 696 575 210 86 35 22 9 7 2.793 7001 8000 294 625 506 435 188 85 33 17 5 6 2.194 8001 9000 128 508 432 374 155 62 23 12 10 7 1.711 9001 10000 128 359 303 303 139 42 16 12 3 3 1.308 Meer dan 10000 545 1.813 1.592 1.514 676 244 107 51 19 33 6.594 Onbekend 114 484 629 642 330 155 64 30 18 17 2.483 Totaal 13.930 15.405 10.734 8.350 3.878 1.463 612 299 129 136 54.936 Tabel 66 Gemiddeld bruto huish oudinkomen naar huishoudgrootte en aantal inkomen sstrekkers, Curacao, Census 2011 Tabel 66. Gemiddeld bruto huishoudinkomen naar huishou dgrootte en aantal inkomenstrekkers, Curaao, Census 2011 Aantal inkomenstrekkers per huishouden Aantal personen in het huishouden 1 2 3 4 5 6 7en meer totaal NAFl. 1 3.040 3.040 2 3.798 6.030 5.349 3 3.694 6.544 7.804 6.157 4 4.221 7.324 7.589 9.268 6.930 5 3.888 6.585 7.675 9.273 11.687 6.964 6 2.656 5.517 7.841 8.937 10.974 11.651 6.975 7 2.453 4.302 5.736 8.646 10.016 13.535 11.925 6.813 8 4.257 3.150 7.046 7.502 9.928 13.571 8.351 7.272 9 1.342 4.221 4.626 7.259 9.037 9.872 12.781 6.639 10of meer 1.163 4.806 4.448 7.960 12.021 15.154 14.685 9.681 Totaal 3.359 6.397 7.636 9.047 10.841 12.977 13.116 5.332 Tabel 67 Aantallen huishouden naar gemiddeld bruto huishoudinkomen, huishoudgrootte en geslacht van het hoofd, Curacao, Census 2011 Tabel 67. Aantallen huishoudens naar gemiddeld bruto huishoudinkomen, huishoudgrootte en geslacht van het hoofd, Curaao, Census 2011 Mannelijk hoofd van het huishouden Vrouwelijk hoofd van het huishouden Alle huishoudens Aantal personen in het huishouden Aantal huishoudens Gemiddeld inkomen Aantal huishoudens Gemiddeld inkomen Aantal huishoudens Gemiddeld inkomen NAFl. NAFl. NAFl. 1 5.807 3.483 7.486 2.696 13.293 3.040 2 8.322 6.352 6.385 4.042 14.707 5.349 3 5.833 7.173 4.129 4.721 9.962 6.157 4 5.311 7.699 2.287 5.144 7.598 6.930 5 2.290 7.852 1.222 5.300 3.512 6.964 6 760 7.895 536 5.669 1.296 6.975 7 300 8.717 242 5.569 542 6.813 8 119 9.718 150 5.332 269 7.272 9 50 8.040 60 5.472 110 6.639 10of meer 55 10.670 64 8.832 119 9.681 Totaal 28.847 6.389 22.561 3.981 51.408 5.332

PAGE 145

144 Tabel 68 Huishoudens naar bruto huishoudi nkomen en geslacht van het hoofd van het huishouden, Cu racao, Census 2011 Tabel 68. Huishoudens naar bruto huishoudinkomen en geslacht van het hoofd van het huishoude n, Curaao, Census 2011 Geslacht van het hoofd Bruto huishoudinkomen Man Vrouw Totaal 01000 2.659 5.108 7.767 1001 2000 4.028 4.700 8.728 2001 3000 3.984 3.411 7.395 3001 4000 3.214 2.376 5.590 4001 5000 2.721 2.001 4.722 5001 6000 2.239 1.412 3.651 6001 7000 1.840 953 2.793 7001 8000 1.506 688 2.194 8001 9000 1.247 464 1.711 9001 10000 970 338 1.308 Meer dan 10000 5.013 1.581 6.594 Onbekend 1.431 1.052 2.483 Totaal 30.852 24.084 54.936

PAGE 146

145 Tabel 69 Gemiddelde bruto uurlonen naar ge slacht en beroep, Curacao, Census 2011 Tabel 69. Gemiddelde bruto uurlonen naar geslacht en beroep, Curaao, Census 2011 exclusiefberoepen met lage aantallen werkenden of lageaantallen mannen dan wel vrouwen en gecorrigeerd voor leeftijd aantal manne n aantal vrouwe n aantal Totaal uurloo n man uurloo n vrouw Verschi l (%) 1 Managers 1.964 1.333 3.297 49,9 41,2 21,1% 1112 Senior government officials 137 84 221 73,6 53,3 38,2% 1120Managing directors and chief executives 726 222 948 50,1 44,0 13,7% 1124 Other directors/proprietors,not elsewhere classified 283 115 398 42,4 29,4 44,3% 1211 Finance managers 170 193 363 56,1 51,3 9,5% 1212 Human resource managers 40 118 158 54,5 44,2 23,2% 1219 Business servicesandadministrationmanagers not elsewhere classified 109 110 219 61,5 45,6 34,8% 1221 Salesandmarketing managers 97 96 193 41,2 36,9 11,5% 1345 Education managers (directors, acting directors, section directors, school leaders, branch) 62 164 226 42,9 37,8 13,6% 1346 Financial andinsurance services branch managers 68 91 159 54,5 45,7 19,2% 1420 Retail andwholesale trade managers 134 59 193 27,5 23,8 15,6% 1439 Services managers not elsewhere classified 138 81 219 45,0 34,4 30,9% 2 Professionals 1.701 3.051 4.752 43,1 37,2 15,9% 21Technische wetenschappers 396 111 507 44,4 43,9 1,1% 22 medische professionals 224 468 692 42,6 34,0 21,6% 2211 Generalist medical practitioners 56 46 102 53,6 49,6 8,1% 2212 Specialist medical practitioners 67 28 95 98,6 61,4 60,5% 2221 Nursing professionals 67 355 422 28,2 23,7 19,3% 2264Physiotherapists 34 39 73 37,7 36,4 3,5% 23 onderwijzers 471 1.581 2.052 37,5 32,3 16,9% 2320 Vocational education teachers(including VSBO andSBO) 162 291 453 36,2 33,9 6,8% 2330 Secondary educationteachers(including HAVO andVWO) 56 116 172 48,0 40,4 18,7% 2341Primary school teachers 65 674 739 35,9 28,6 25,6% 2353Language teachers 21 83 104 40,4 41,1 1,7% 2359Teaching professionals not elsewhere classified 167 417 584 36,9 31,7 16,6% 24 Financieel zakelijke professionals 444 515 959 54,2 42,3 27,8% 2411 Accountants 186 250 436 62,1 42,8 45,1% 2412 Financial andinvestment advisers 70 78 148 61,9 43,7 41,6% 2421Management andorganization analysts 61 34 95 43,8 52,3 16,3% 2422Policy administration professionals 85 77 162 49,6 42,0 18,2% 2431 Advertising and marketing professionals 42 76 118 29,7 31,0 4,1% 26 Juridische professionals 166 376 542 43,8 44,5 3,0% 2611Lawyers 74 67 141 59,4 59,9 0,9% 2619Legal professionalsnot elsewhere classified 55 110 165 57,2 56,4 1,3% 2635 Social work and counseling professionals(higher education) 37 199 236 25,0 26,9 7,2% 3 associate professionals 2.558 2.938 5.496 31,8 26,8 18,5% 31supervisors 543 252 795 29,5 31,5 6,1% 3122Manufacturing supervisors 266 27 293 34,1 30,7 11,2% 3124 Business servicessupervisors 277 225 502 26,8 32,0 16,2% 32Medical 82 532 614 30,6 20,9 48,1% 3213Pharmaceutical techniciansandassistants 25 137 162 19,1 20,4 6,3% 3221 Nursing associate professionals 36 304 340 38,1 20,1 89,4% 3252Medical records andhealth informationtechnicians 21 91 112 24,4 24,0 1,7% 33 Zakelijke en overhead 1.096 1.593 2.689 34,7 28,7 22,6% 3313 Accounting associate professionals 146 328 474 40,9 30,3 34,9% 3321Insurance representatives 46 117 163 28,6 20,8 37,4% 3322 Commercial sales representatives 50 66 116 25,6 22,4 14,5% 3323 Buyers 44 57 101 27,0 22,0 22,9% 3334 Real estate agents andproperty managers 47 45 92 36,6 27,2 34,7% 3339 Business servicesagents not elsewhere classified 61 73 134 35,6 28,5 25,1% 3341 Office supervisors 149 377 526 35,8 29,4 21,6% 3343 Administrative andexecutive secretaries 10 202 212 29,6 26,9 10,1% 3351 Customs and border inspectors 195 99 294 33,7 23,6 42,3% 3352 Government taxandexcise officials 63 68 131 39,0 41,3 5,4% 3353 Government social benefits officials 43 50 93 32,6 27,2 19,9% 3355Police inspectors anddetectives 134 23 157 41,3 37,9 8,7% 3359 Regulatory government associate professionalsnot elsewhere 108 88 196 30,1 31,5 4,4%

PAGE 147

146 Tabel 69. Gemiddelde bruto uurlonen naar geslacht en beroep, Curaao, Census 2011 exclusiefberoepen met lage aantallen werkenden of lageaantallen mannen dan wel vrouwen en gecorrigeerd voor leeftijd aantal manne n aantal vrouwe n aantal Totaal uurloo n man uurloo n vrouw Verschi l (%) 34/5 overig 619 552 1.171 28,1 26,7 4,6% 3411Legal andrelated associate professionals 48 185 233 42,6 37,1 14,8% 3412 Social work associate professionals(lower education) 39 168 207 21,6 19,3 11,6% 3422 Sports coaches, instructors and officials 78 45 123 25,8 23,3 10,9% 3423 Fitnessandrecreation instructors andprogram leaders 62 46 108 16,1 19,8 18,5% 3434 Chefs 65 23 88 19,3 18,1 6,5% 3511Information andcommunicationstechnology operationstechnicians 135 25 160 28,4 32,2 12,0% 3512Information andcommunicationstechnology user support technicians 192 60 252 29,0 27,3 6,1% 4 administratief 1.788 5.867 7.655 21,6 18,8 14,9% 41General office clerks 384 2.553 2.937 20,9 18,5 13,2% 42 bank en overig klantenservice 314 1.197 1.511 18,6 16,6 14,8% 4211 Bank tellers andrelated clerks 40 222 262 17,9 15,7 14,0% 4212 Bookmakers, croupiersand related gaming workers 64 176 240 17,5 11,5 51,9% 4214Debt collectors and related workers 41 62 103 25,0 27,2 8,1% 4219 Other tellers, money collectors andrelated clerks, not elsewhere classified 28 143 171 17,0 15,1 12,4% 4221Travel consultants andclerks 28 52 80 36,2 17,7 104,3% 4224 Hotel receptionists 31 97 128 10,4 12,3 15,4% 4226 Receptionists (general) 18 259 277 15,6 15,8 1,4% 4229 Client informationworkersnot elsewhere classified 64 186 250 20,7 21,6 4,0% 43/4 financiele en overig 1.090 2.117 3.207 23,8 20,2 17,2% 4311 Accounting andbookkeeping clerks 151 743 894 25,4 21,9 16,2% 4312 Statistical, finance andinsurance clerks 126 516 642 30,5 23,6 29,3% 4313Payroll clerks 23 159 182 26,8 20,2 32,8% 4321 Stock clerks 595 76 671 14,4 12,7 13,6% 4415 Filing andcopying clerks 41 52 93 15,8 19,9 20,4% 4416Personnel clerks 23 178 201 26,3 25,6 2,7% 4419 Clerical support workers not elsewhere classified 131 393 524 24,1 20,9 15,5% 5 dienstverleners 4.084 7.869 11.95 3 16,1 14,9 8,0% 51 dienstverleners? 917 1.995 2.912 16,8 18,3 5,9% 5111Travel attendants andtravel stewards 60 109 169 19,1 13,8 37,8% 5120 Cooks(not chef cooks) 294 515 809 14,4 15,3 5,6% 5131 Waiters 164 560 724 17,0 11,9 42,7% 5132 Bartenders 87 80 167 16,1 47,9 66,5% 5141 Hairdressers 140 292 432 15,0 26,6 43,6% 5142 Beauticiansand related workers 3 180 183 13,8 19,3 28,5% 5151 Cleaning andhousekeeping supervisorsin offices, hotels andother establishments 169 259 428 23,6 16,2 46,1% 52 verkopers 1.380 4.090 5.470 15,4 13,1 19,9% 5221 Shop keepers (sells in own shop) 202 133 335 20,3 20,1 0,6% 5222 Shop supervisors 288 201 489 18,5 16,4 12,6% 5223 Shop sales assistants 425 1.744 2.169 15,1 11,3 34,4% 5230 Cashiers and ticket clerks 45 994 1.039 11,8 11,0 7,5% 5243Door to door salespersons 222 150 372 19,1 17,2 11,2% 5246 Food service counter attendants 46 293 339 13,1 9,9 33,0% 5247 Salespersons in lottery shops 34 370 404 17,0 16,7 2,2% 5249 Salesworkersnot elsewhere classified 118 205 323 16,2 14,3 12,8% 53 medische dienstverleners 70 1.467 1.537 14,2 14,8 3,2% 5311 Child careworkers 13 511 524 10,7 12,4 13,7% 5321 Health careassistants 18 359 377 15,0 19,1 21,1% 5322 Home based personal careworkers 8 276 284 13,1 12,9 1,2% 5329Personal care workers in healthservices not elsewhere classified 31 321 352 19,4 15,1 28,1% 54 beveiliging 1.717 317 2.034 18,4 15,0 27,9% 5412Police officers 337 77 414 30,5 27,4 11,3% 5413Prison guards 146 59 205 21,2 20,5 3,2% 5414 Security guards 1.234 181 1.415 14,4 10,6 36,3% 8/9 chauffeursen elementair 1.579 2.971 4.550 14,4 14,1 1,8% 83 chauffeurs 622 226 848 14,3 17,2 15,7% 8322 Car, taxiandvandrivers 335 44 379 13,1 14,2 8,1% 8331 Bus andtram drivers 287 182 469 15,3 19,6 21,9%

PAGE 148

147 Tabel 69. Gemiddelde bruto uurlonen naar geslacht en beroep, Curaao, Census 2011 exclusiefberoepen met lage aantallen werkenden of lageaantallen mannen dan wel vrouwen en gecorrigeerd voor leeftijd aantal manne n aantal vrouwe n aantal Totaal uurloo n man uurloo n vrouw Verschi l (%) 9 elementaire beroepen 957 2.745 3.702 14,4 13,4 8,0% 9112 Cleaners and helpersin offices, hotels andother establishments 219 1.950 2.169 12,3 13,4 8,3% 9334 Shelf fillers 79 232 311 13,1 9,0 45,5% 9411 Fast food preparers 51 76 127 12,4 16,0 22,6% 9412 Kitchenhelpers 74 351 425 12,2 11,7 4,0% 9621Messengers, package deliverersandluggage porters 348 92 440 15,4 17,1 10,3% 9629 Elementary workers not elsewhere classified 186 44 230 39,2 14,5 170,3% Gemiddeld 13.674 24.029 37.70 3 25,7 22,5 14,2% Gemiddeld over de onderzochte beroepen,ongeveer 63procent vanalle werkenden met een inkomen

PAGE 149

148Tabel 70 Aantallen huishoudens boven en onder de armoedgrens naar zone, Curacao, Census 2011 Tabel 70. Aantallen huishoudens boven en onder de armoedegrens naar zone, Curaao, Census 2011 inkomen bovenof onder povertyline Zone Onder de povertyline Boven de povertyline Totaal % onder de armoedegrens Westpunt 72 179 251 28,7% Lagun 21 81 102 20,6% Flip 75 101 176 42,6% Tera Pretu 41 40 81 50,6% Lelienberg 110 239 349 31,5% Soto 220 427 647 34,0% Pannekoek 37 87 124 29,8% Barber 212 538 750 28,3% St. Willibrordus 38 163 201 18,9% Tera Cora 277 1.144 1.421 19,5% Souax 523 1.104 1.627 32,1% St. Michiel 373 1.539 1.912 19,5% Piscadera Baai 92 170 262 35,1% Fortuna 526 477 1.003 52,4% Rancho 130 966 1.096 11,9% Ronde Klip 70 162 232 30,2% Brievengat 462 1.190 1.652 28,0% Maria Maai 96 352 448 21,4% Muizenberg 324 603 927 35,0% Stenen Koraal 327 1.101 1.428 22,9% Mahuma 436 1.675 2.111 20,7% Groot Piscadera 143 728 871 16,4% Paradijs 218 547 765 28,5% Wanapa 413 1.127 1.540 26,8% Buena Vista 543 1.161 1.704 31,9% Kanga/Dein 335 508 843 39,7% Suffisant 322 980 1.302 24,7% Mon Repos 198 976 1.174 16,9% Bonam 678 2.077 2.755 24,6% Rosendaal 243 391 634 38,3% Groot Kwartier 132 656 788 16,8% Mahaai 80 929 1.009 7,9% Sta. Rosa 417 1.299 1.716 24,3% Kwarchi 181 622 803 22,5% Montaa Abou 397 1.095 1.492 26,6% Labadera 135 792 927 14,6% Seru Lora 146 874 1.020 14,3% Zeelandia 27 284 311 8,7% Wishi 288 471 759 37,9% Habaai 97 261 358 27,1% Mundo Nobo 240 738 978 24,5% Domi 148 317 465 31,8% Otrobanda 217 289 506 42,9% Punda 13 29 42 31,0% Scharloo 97 114 211 46,0% Parera 22 73 95 23,2% Berg Altena 410 636 1.046 39,2% Salia 150 819 969 15,5% Dominguito 190 924 1.114 17,1% Rooi Santu 216 773 989 21,8% Koraal Specht 311 529 840 37,0% Steenrijk 443 950 1.393 31,8% Koraal Partier 192 1.138 1.330 14,4% Montaa Rey 439 1.302 1.741 25,2% Seru Grandi 252 485 737 34,2% SpaanseWater 58 1.074 1.132 5,1% Oostpunt 54 127 181 29,8% Totaal1 12.920 38.482 51.402 25,1% 1Inclusief zonesmet te weinigwaarnemingen

PAGE 150

149 Bijlage 2: De berekening van armoedegrenzen voor Curaao Samenvattend overzicht Noot: het onderstaande is een door het voormalig Centraal Bureau voor de Statistiek van de Nederlandse Antillen opgesteld verslag uit 2008 van het project Bepaling Armoedegrenzen voor de Eilanden van de Nederlandse Antillen. Hoewel de ontwikkelde methodologie toepasbaar zou zijn voor alle eilanden, is evenwel alleen voor Curaao een berekening gemaakt. Inleiding Op verzoek van de Minister van Economische en Arbeid szaken heeft het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) het project Bepaling Armoedegrenzen voor de Eilanden van de Nederlandse Antillen opgezet en uitgevoerd. In februari 2007 werd door het CBS in samenwerking met de United Nations Population Fund een driedaagse workshop Poverty Assessment georganiseerd, waaraan ve rtegenwoordigers van overheidsdiensten en NGOs deelnamen. De workshop werd verzorgd door de heer Ra lph Hakkert van het Institute for Applied Economic Research (IPEA). Tijdens een vervolgvergadering in juni 2007 werd door de aanwezige ve rtegenwoordigers besloten een werkgroep in te stellen die verdere vorm zou gaan geve n aan de (technische) uitvoe ring van het project. Naast de werkgroep werd eveneens een stuurgroep gevormd, w aarin alle eerdere diensten en instellingen aanwezig konden zijn om de werkgroep van advies te dienen. De werkgroep had de volgende taken: a. het onderzoeken en vaststellen van de methodologie b. het construeren van concept armoedegrenzen per eiland c. het opstellen van eilandelijke concept armoedeprofielen d. het tussentijds rapporteren naar de stuurgroep De stuurgroep had de volgende taken: a. het aansturen van de werkgroep b. het vaststellen van een concept voorstel armoedegre nzen ter voorlegging aan de Eilandgebieden en de Regering van de Nederlandse Antillen c. het opstellen en publiceren van eilandelijke armoedeprofielen De werkgroep bestaat uit vertegenw oordigers van de volgende diensten: Centraal Bureau voor de Statistiek Geneeskundige en Gezondheidsdienst Dienst Ruimtelijke Ontwikkeling en Volkshuisvesting Directie Arbeid en Sociale Zaken Sociaal Kennis Centrum Vertegenwoordiger van he t eilandgebied Bonaire Vertegenwoordiger van het eilandgebied Sint Maarten De vertegenwoordiger van de Geneeskundige en Gezondheidsdienst heeft zi ch tussentijds teruggetrokken uit de werkgroep vanwege capaciteitsprobleme n. De vertegenwoordiger van het Eila ndgebied Bonaire heeft niet actief geparticipeerd in de werkgroep.

PAGE 151

150 In januari 2008 hebben twee experts ver bonden aan het International Poverty Ce nter (IPC) uit Brasilia, Brazili, op Curaao samen met de werkgroep de verschillende methodes bestudeerd die gebruikt kunnen worden voor de berekening van de armoedegrenzen voor de Nederlandse Antillen. De bedoeling was om voor ieder eiland specifiek een armoedegrens te bepalen, omdat ieder ei land een eigen sociaal-econom ische situatie heeft. Aan de experts werd een discussienotitie die door de werkgroep was sa mengesteld gepresenteerd. In samenspraak met internationale experts is uiteindelijk besloten een met hode te kiezen die goed aansluit bij de internationale praktijk, maar die duidelijk rekening houdt met de lokale omstandigheden. Deze methode is vervolgens aan de stuurgroep gepresenteerd. Sedertdien heeft de werkgroep zich bezig gehouden met het verfijnen va n de methodologische uitgangspunten en het verzamelen en construeren va n de benodigde data en datamodellen. Niet alle benodigde data bleken even wel snel toegankelijk te zijn of te kunnen worden gemaakt. Met name voor Saba en Sint Eustatius, maar ook voor de andere eilanden, kost het de no dige moeite om de benodigde gegevens te verkrijgen. Gelet daarop, en door de wens tot snelle afronding van het project voor de vaststelling van de armoedegrenzen die met name door het Eilandgebied Curaao is geuit, is besloten om de werkzaamheden per eiland af te ronden en aan Curaao voorrang te verlenen. De nu gebruikt e methodologie zal ook als uitgangspunt dienen voor de berekeningen voor de andere eilanden. Na afronding van Curaao zal worden doorgewerkt met de berekening van de armoed egrens voor Sint Maarten. Voor de eilanden Bonaire, Saba en Sint Eustatius zal eerst worden gepolst of er vanuit de Eilandgebieden nog behoefte bestaat aan de in zet van de projectgroep. Het produceren van armoedeprofielen voor alle eilanden zal door dit alles pas in een later stadium plaats vinden. De noodzaak tot het vervaardigen van beleidsm atige analyses van de armoedeproblematiek blijft evenwel onveranderlijk bestaan. Gebruikte methodologie Uitgangspunt is het berekenen van een aan de lokale behoeften aangepaste absolute (monetaire) armoedegrens, gedefinieerd als het inkomensniveau waarbij een huishouden nog net voldoende middelen kan aanschaffen om een gezond leven te kunnen leiden. Deze absolute grens ligt lager dan een sociale armoedegrens, waar naast de fysieke levensbehoeften ook rekening gehouden wordt met de noodzaak om een sociaal leven te leiden, aansluitend aan het begrip sociale insluiting. Door de werkgroep werd wel de wens geuit om in een latere fase ook een sociaal minimum te berekenen. In samenspraak met de experts van het IPC is gekozen voor de in de regio mees t gebruikte methodologie ter bepaling van de armoedegrenzen. Uitgangspunt is een normatieve vaststelling van de primaire levensbenodigdheden, waarna door middel van een ophoging voor noodzakelijke ov erige uitgaven een totaalbedrag wordt bepaald. Gebruikelijk is om alleen de zogenaamde voedingscom ponent te normeren en vervolgens met behulp van een zogenaamde Engel cofficint methode de overige uitgaven bij te schatten. Gezien de bijzondere omstandigheden die de Antilli aanse eilanden ondervinden op het gebied van kosten van huisvesting en energiekosten is beslot en om niet alleen de voeding maar ook de uitgaven aan huisvesting (huur) en water en elektriciteit te normeren. Tevens is besloten om de berekening van de armoedegrens uit te voeren voor een standaard huishouden, in plaats van een variteit aan armoedeg renzen voor bepaalde typen van huis houdens. Dit heeft vo oral praktische redenen omdat niet voor alle huishoudtypen grenzen be rekend kunnen worden, en omdat meerdere grenzen tot verwarring aanleiding kan geven. Om rekening te houden met verschillen in huishoudens zal gebruik gemaakt worden van de zogenaamde OECD equivalentiemethode, waarbij door midde l van schaalfactoren de algemene armoedegrens kan worden herleid naar specifieke huishoudtypen. Deze m et hode wordt in veel landen gebruikt.

PAGE 152

151 De schaalfactoren zijn als volgt: De eerste volwassene in het hui shouden krijgt een factor 1 Alle volgende volwassenen (personen van 18 ja ar en ouder) krijgen elk een factor 0,5 Alle kinderen (personen jonger dan 18 jaar) krijgen een factor 0,3 Het standaard huishouden (2 volwassenen en 2 kinderen) heeft een schaalw aarde van 2,1 (1+0,5+0,3+0,3). Elk huishouden kan op deze wijze een schaalwaarde toeg ewezen krijgen. Door deze sc haalwaarde ten opzichte van de standaardwaarde als vermen igvuldigingfactor te gebruiken kan de armoedegrens voor elk type huishouden worden vastgesteld. Vermeld dient te worden dat de berekeningen uitgevoe rd zijn op basis van totale uitgaven, waarbij geen rekening gehouden wordt met subsidies, kortingen, gratis verstrekkingen en dergelijke die bepaalde armere huishoudens thans kunnen genieten. De armoedegrens behoort immers aan te kunnen geven welke huishoudens op basis van hun inkomen of inkomenstekort in aanmer king komen voor dergelijke regelingen. Dat betekent wel dat bepaalde toerekeningen (imputaties) nod ig waren om het plaatje compleet te krijgen. Uitkomsten De armoedegrens voor een standaard huishouden (twee volwassenen en tw ee kinderen) bedraagt per 1 juli 2008 Naf. 2195,per maand. Dit betreft het totaalbedrag aan bestedingen, inclusie f de omzetbelasting, die nodig zijn om de noodzakelijke middelen aan te schaffen. De facto wordt hier dus het besteedbaar inkomen (na af trek van loonbelasting en sociale premies (AOV, AVBZ), maar in clusief de netto bijdrage aan de ziektekostenpremie, beschreven. Met gebruikmaking van de hierboven genoemde equivalentiefactoren kan voor andere huishoudens de relevante armoedegrens worden berekend. Enkele voorbeelden zijn: Alleenstaande (1-persoonshuishouden): ..............................................Naf. 1.045,Twee volwassenen................................................................................Naf. 1.568,Een volwassene met een kind...............................................................Naf. 1.359,Een volwassene met twee kinderen......................................................Naf. 1.672,Twee volwassenen met een kind..........................................................Naf. 1.881,Drie volwassenen..................................................................................Naf. 2.090,De opbouw van de algemene armoedegrens is als volgt: Voeding................................................................................................Naf. 997,42 Wonen (huur)..........................................................................................344,62 Elektriciteit.............................................................................................138,41 Water......................................................................................................80,54 Overige uitgaven....................................................................................633,76 Opgemerkt dient te worden dat in de overige uitgaven de kosten van openbaar vervoer, ziektekosten(verzekering) en studiekosten een belangrijk e rol spelen. Andere kosten die ook een rol spelen zijn onder meer persoonlijke hygine, kleding en huishoude lijke uitgaven. Sommige van deze kosten zijn gemputeerd om tot werkelijke uitgaven te kunnen komen. Aanpassingen Geadviseerd wordt om de armoedegrens jaarlijks aan te passen op grond van de gestegen kosten van levensonderhoud, zoals deze blijkt uit de ontwikkeling in het Consumenten prijsindexcijfer zoals dit door het CBS wordt berekend. Daarbij wordt geadviseerd om daarvoor gebruik te ma ken van de methodologie van het gemiddelde van de prijsstijgingen over een periode van twaalf maanden vergeleken me t de overeenkomstige gemiddelde prijsstijgingen van de daaraan voorafgaande periode van twaalf maanden, het zogenaamde 12maandsgemiddelde. Deze methode geniet boven de enkelvoudige maandmethode, bijvoorbeeld augustus ten

PAGE 153

152 opzichte van augustus van het voorafgaande jaar, het voor deel dat zij alle ontwikke lingen die zich in een periode van een jaar hebben voorgedaan meeneemt, en veel minder gevoelig is voor toevallige uitschieters. De 12-maandsmethode wordt door het CBS als meest nauwkeurige methode van indexeren aangemerkt. Aanbeveling geniet het om binnen een consistent overhei dsbeleid deze methode van indexeren algemeen toe te passen, zowel inzake het arbeidsmarktbeleid (lonen en minimumlonen), als bij het sociale beleid (onderstand, pensioenen en andere uitkeri ngen en nu de armoedegrens). Geadviseerd wordt tevens om periodiek de methodiek van de berekening van de ar moedegrens per component te evalueren. Dit kan het beste gedaan worden na afloop van een nieuw Budgetonderzoek, dat voor dit doel wordt uitgebreid en aangepast aan de eisen van het armoedeonderzoek. Dit zal de nodige extra onderzoekskosten met zich meebrengen. Geadviseerd wo rdt toekomstig Budgetonderz oek inclusief eventueel aanvullend armoedeonderzoek, en dus de herijking van de armoedegens voor Curaao, uit te voeren met een periodiciteit van tenminste vijf jaar en ten hoogste tien jaar. Informatiebronnen Het CBS zal alle relevante werkdoc umenten, notas en publicaties op haar website plaatsen zodat deze toegankelijk worden voor iedereen. Behoefte aan actuele analysedata Ten behoeve van de vaststel ling en monitoring van een effectief armoed ebestrijdingsbeleid bestaat er behoefte aan actuele gedetailleerde sociaal-economische, demogr afische en geografische ge gevens met betrekking tot personen en huishoudens. Traditioneel wordt die data aan geleverd door de Algemene Volksen Woningtelling (Census), welke elke tien jaar word t uitgevoerd. De laatste Census date ert uit 2001 en actualis ering daarvan is daarom gewenst. De komende Census is door het CBS gepland in 2010, om aansluiting te zoeken bij andere landen in de regio. Omdat dit grootschalig onderzoek de nodige voorbereidingstijd vergt is op zeer korte termijn een beslissing tot het beschikbaar stellen van onderzoekfondsen gewenst zodat de voorbereidingen van start kunnen gaan. De Regering van de Nederlandse Antillen en de Be stuurscolleges van de Eilandgebieden worden daarom dringend verzocht hierover op korte termijn een besluit te nemen.