Citation
Modus Jaargang 7 Nummer 2

Material Information

Title:
Modus Jaargang 7 Nummer 2

Subjects

Subjects / Keywords:
labour
inflation
bevolking
population
arbeidsmarkt
economy
education
onderwijs
tourism
gezondheid
health
prices
foreign trade
social affairs
housing
Genre:
serial ( sobekcm )

Record Information

Source Institution:
Central Bureau of Statistics Curaçao
Holding Location:
Central Bureau of Statistics Curaçao
Rights Management:
All applicable rights reserved by the source institution and holding location.

Downloads

This item is only available as the following downloads:


Full Text

PAGE 3

ModusStatistisch MagazineNummer 2 iIn dit nummerRedactioneel.........................................................iii Arbeidskrachtenonderzoek Curaao: werkloosheid daalt tot 14,7 procent....................1 Conjunctuurenquete: Vertrouwen in de toekomst hoog......................................................5 Annual Overview Trade Statistics 2005............11 Het aanbod en verbruik van goederen en diensten in de Nederlandse Antillen 2003-2004.......... .......................... .......... ........ ......16 Tourism Investment in Hotel Accommodation..................................................21 The Informal Sector in Curaao, Bonaire and St. Maarten.....................................24 Sociale problemen van huishoudens ...............29 Perceptie van corruptie in Sint Maarten...........34

PAGE 4

ModusStatistisch MagazineJaargang 7 iiVerklaring va n de tekens0 of 0,0Minder dan de helf t van de gekozen eenheid -Nul .onbekend (blank)Een waarde kan op logisch grondslagen niet voorkomen

PAGE 5

ModusStatistisch MagazineNummer 2 iiiZoals blijkt ui t het laatst gehouden arbeidskrachtenonderzoek is de werkgelegenheid in Curaao flink gestegen en de werkloosheid, en daarmee ook het werkloosheidsp ercentage, flink gedaald. Vooral de daling van het werkloosheidspercentage is opmerkelijk, omdat hiermee een breuk in een opga ande lijn lijkt te zijn opgetreden. Dat de ontwikkeling broos is blijkt wel uit het feit dat de groei in de werkgelegenheid vooral optrad bij kleine zelfstandigen en bij de tijd elijke dienstbetrekkingen. Het lijkt erop dat kleine zelfstandigen de kans rijp achtten om voor zichzelf te beginnen, en dat grotere ondernemers, vooruitlopend wellicht op het aantrekken van p ermanent personeel, alvast contractanten in dienst nemen. Dat doen zij natuur lijk alleen als de vraag naar hun producten aan het toenemen is. N u is het altijd prettig om dergelijke veronde rstellingen op basis van ander onderzoek bevestigd te krijge n. Dat is hier inderdaad het geva l. Hoewel nog geen informatie over het gehele j aar beschikbaar is, blijkt uit de halfjaarlijkse conjunctuurenqute dat de omzetten van bedrijven in Curaao flink gestegen zijn, met name in de bouw, de handel en de horeca. Dat zijn ook bedr ijfstakken waar j e mag verwachten dat kleine ondernemers en tijdelijk personeel ingezet zal worden om tijdelijk een verhoogde vraag op te vangen. De vraag of er sprake is van een meer duurzame opleving van de economie is nog niet te beantwoorden. Ondernemers zijn wel steeds optimistischer over de toekomst en beoordelen het investeri ngsklimaat ook steeds als beter. Dat heeft tot nu toe niet geleid tot duidelijke groeicijfers voor Curaao. Het wachten is op de resultaten van de enqutes of 2006 ook voor de economische groei een kentering met de jaren daarvoor zal betekenen. Dat is duidelijk anders in Sint Maarten, waar van jaar tot jaar economische groei is opgetreden, bij onveranderd hoog vertrouwen van de ondernemers in de economie. Misschien dat nt iets meer vertrouwen in de toekomst en nt iets meer vertrouwen in het investeringsklimaat ondernemers overhaalt om van plannen tot uitvoeren te komen. Zoals verderop in Modus wordt aangegeven staan een aantal toeristische hotelprojecten voor Curaao in de pl anning of zijn reeds in de u itvoerende fase beland. Dat moet tot ee n groot aantal nieuwe hotelkamers leiden met bijbehorende nieuwe arbeidsplaatsen. Voor een deel zullen deze nieuwe arbeidsplaatsen deel uitmaken van de formele werkgelegenheid, en voor een deel zullen dit informele banen zijn. Wat de criteria zijn voor het onderscheid tussen formele en informele werkgelegenheid? Ook daarover wordt u in deze Modus genformeerd, waarbij dan tevens word t aangegeven over hoeveel banen het precies gaat en in welke bedrijfstakken. Nieuwsgierig waar de informele banen het mees te voorkomen? Zoals te verwachten vooral in de bouw en de huishoudelijke diensten, maar ook in andere, niet zo voor de hand liggende bedrijfstakken. U leest het allemaal in deze aflevering van Modus. ColofonUitgave: Centraal Bureau voor de Statistiek Redactie: Francis Vierbergen Maureen Bergwijn-Blokland Mike Jacobs Maria Duyndam Harely Martina Adres: Fort Amsterdam, Willemstad, Curaao, Nederlandse Antillen Telefoon: (599 9) 4611 031 Fax: (599 9) 4611 696 E-mail: info@cbs.an Website: www.cbs.an Auteursrechten: Het overnemen van (delen) van deze publicatie is slechts toegestaan mits voorzien van een volledige bronvermelding Abonnementen: Modus verschijnt vier maal per jaar. De abonnementsprijs bedraagt NAFL. 25,(exclusief portokosten). Losse nummers kosten NAFL. 10,Redactioneel

PAGE 6

ModusStatistisch MagazineJaargang 7 iv

PAGE 7

ModusStatistisch MagazineNummer 2 1InleidingIn oktober 2006 he eft het Centraal Bureau voor de Statistiek een Arbe idskrachten onderzoek (AKO) in Curaao gehouden. Het AKO is een steekproef onderzoek on der huishoudens met als doel de recente ontwikke lingen op de arbeidsmarkt te meten. De belang rijkste concepten in dit onderzoek zijn het werkl oosheidspercentage, de ontwikkeling in de werkende bevolking, de ontwikkeling in de werkzo ekende bevolking en de participatiegraad. Het onderzoek wordt elk j aar in Curaao gehouden. Het AKO is een steekproefonderzoek waarbij de steekproef zodanig is ontworpen dat het werkloosheidspercentag e een onnauwkeurigheidsmarge van 1,54 procentpunten heeft met een betrouwbaarheid van 95 procent. Dit betekent dat het werk loosheidspercentage geschat wordt op 14,7 procent waarbij het werkelijke percentage met 95 procent zekerheid p lus of min 1,54 proc entpunten daarvan kan afwijken. Bij analyse van de hier gepresenteerde resultaten dient rekeni ng gehouden te worden met deze marges.ResultatenTabel 1 geeft de voorna amste resultaten voo r 2005 en 2006 weer, uitgesp litst naar geslacht. In Tabel 2 worden deze gegevens nogmaals gepresenteerd, verbijzon derd naar leeftijd. Achtereenvolgens zullen de beroepsbevolking, de participatiegraad, de werkenden, de werkzoekenden en tenslotte het werkloosheidspercentage worden behandeld, steeds met verbijzonderingen naar le eftijd en geslacht. De resultaten betreffen de vergelijki ng tussen twee meetmomenten, namelijk oktober 2005 en oktober 2006.BeroepsbevolkingDe beroepsbevolking is tussen oktober 2005 en oktober 2006 nagenoeg o ngewijzigd gebleven. Dit is het gevolg van een stijging van het aantal werkenden en een dali ng van het aantal werkzoekenden met bijna gelijke aantallen. De beroepsbevolking telt thans 63.038 personen. De mannelijke beroepsbevolking is nagenoeg gelijk gebleven. Ook hier is dit het effect van een gestegen aantal werkende n en een gedaald aantal werkzoekenden met bijna gelijke aantallen. De mannelijke beroep sbevolking telt thans 30.502 personen. Resultaten Arbeidskrach tenonderzoek 20 06 CuraaoWerkloosheid daalt tot 14,7 procentZaida LakeDe resultaten van het Arbeidsk rachtenonderzoek wijzen op een positieve ontwikkeling in de arbeidsmarkt in Curaao. Het aantal werkenden stij gt, terwijl het aantal werkzoekenden afneemt. Als gevolg van deze on twikkelingen daalt het werkloosheidspercentag e naar 14,7 procent. In de afgelopen 14 jaar was alleen in 1998 het werkloosheidspercentage nog lager

PAGE 8

ModusStatistisch MagazineJaargang 7 2De vrouwelijke beroepsbevolking is iets toegenomen (een stijgi ng van 1 procent). Het aantal werkende vrouwen is gestegen maar het aantal werkzoekende vr ouwen is gedaald. De totale vrouwelijke beroepsbevolking komt daarmee uit op 32.536 personen. In de leeftijdsgroepen 25-34 en 35-44 is de beroepsbevolking gedaal d met respectievelijk bijna 3 en bijna 2 procent. Deze leeftijdsgroepen tellen thans respectievelijk ruim 13.000 en ruim 19.000 personen. Bij de jongeren tussen 15-24 en ook in de leeftijden vanaf 55 jaar is de beroepsbevolking daarentegen gestegen en wel met respectievelijk 4 en 8 procent. Bij de eerste groep telt de omvang van de beroepsb evolking ruim 5.000 p ersonen en bij de tw eede groep heeft de beroepsbevolking een om vang van ruim 8.000 p ersonen.ParticipatiegraadDe participatiegraad is in oktober 2006 met 0,6 p unten afgenomen ten opz ichte van een jaar eerder, en bedraagt than s 45,7 procent van de bevolking. Vooral de niet-actieve bevolkingsgroep van 15 jaar en oude r is toegenomen tussen b eide meetmomenten. Daar tegenover staat dat de beroepbevolking nauwelijks veranderde. De participatiegraad van de mannen bedraagt in oktober 2006 48,4 pro cent, een procent punt lager dan in oktober 2005. Die van de vrouwen is minder snel gedaald: 0, 3 punten naar 43,4 procent. Bij de mannen is de beroepsbevolking gedaald ten opzichte va n een duidelijke toename van de economisch niet-a ctieven. Bij de vrouwen is de beroepsbevolki ng nog wel toegenomen. Bij de jongeren is de part icipatiegraad van 30,0 in oktober 2005 naar 28,8 pr ocent in oktober 2006 afgenomen. Dit kom t doordat de stijging van de totale bevolking van de jongeren, groter was dan die van de bero epsbevolking. In de leeftijdsgroep 25-34 jaar is de participatiegraad met bijna 2 procen tpunten gedaald. De oorzaak hiervan is de daling van de beroepsb evolking ten opzichte van een toename van het aantal niet -actieven. Ook in de leeftijdsgroep 35-44 jaar is de participatiegraad afgenom en. Deze daalt van 87,3 naar 86,1 procent. Ook hier daalt de beroepsbevolking en stijgt de niet-actieve bevolking. In de leeftijdsgroep 45-54 jaar is de participatiegraad met 1,6 procentpunten gedaald, va n 80,0 in 2005 naar 78,5 in 2006. Hi er stijgt de beroepsb evolking wel, maar deze toename is minder dan die van de niet-actieven. In de leeftijdsklasse van 55 jaar en ouder is een ander beeld te zien. Hier is de participatiegraad toegenomen van 25,8 proc ent in 2005 naar 26,6 procent in 2006. De to ename van het aantal werkenden is procentueel groter dan de toename van het aantal niet-actieven.WerkendenDe werkende bevolking va n Curaao is met ruim 2.400 personen ge stegen, een stijging van bijna 5 procent. Het aant al werkenden bedraagt 53.797 personen. Het aantal werkende mann en is ten opzichte van oktober 2005 met ruim 1.70 0 personen gestegen,

PAGE 9

ModusStatistisch MagazineNummer 2 3een stijging van bijna 7 pr ocent. Er zijn ruim 27.000 mannen werkzaam. Ook bij de vrouwen is he t aantal werkenden per oktober 2006 vergeleken met oktober 2005 gestegen, en wel met 3 procent. De omvang van de werkende bevolking bi j de vrouwen bedraagt 26764 personen. De stijging van de werke nde bevolking voltrekt zich in aantallen bezien met name in de leeftijdsgroepen 45-54 en 55 plus. Doch naar verhouding, als procentuele vera ndering, is de stijging het grootst in de leeftijden tussen 15-24 jaar (bijna 16 procent). Bij de jongeren (15-24 jaar) is de werkende bevolking met bijna 450 personen gestegen, een stijging van bijna 16 procent. Het aantal werkende jongeren bedr aagt 3.335 personen. Opvallend is de bijna ongewi jzigde situatie in de leeftijdsgroep 35-44 ja ar. De instroom van werkenden moet hier bijn a evenveel zijn geweest als de uitstroom in 2006. Werkenden naar econ omische positie en geboorteplaatsTussen 2005 en 2006 is he t aantal personen met een losse job met ci rca 1.000 personen afgenomen. Tegelijkertijd is het aant al werkenden in de categorie ‘kle ine zelfstandigen’ met eenzelfde aantal toegenomen. Ook het aantal p ersonen met een tijdelij k dienstverband is in dezelfde orde van grootte toegenomen. Aanvullend onderzoek zal mo eten uitwijzen in hoeverre de groei in dit ty pe werk te maken heeft met informele ar beidsrelaties. Opmerkelijk is dat de st ijging van het aantal werkenden alleen person en geboren in Curaao betreft. Het aantal werkenden geboren op n van de overige e ilanden van de Antillen en in Aruba en in he t buitenland is afgenomen. Deze ontwikkeling kan ni et los gezien worden van de afname van het aantal werkzoekenden, waarbij de daling ook grotendeels op het konto van personen geboren in Curaao geschreven kan worden. Een jaar eerder na m juist het aantal werkzoekende Curaaoena ars toe. Toen werd aangegeven dat het naar alle waarschijnlijkheid retourmigranten betrof die zich aanboden op de arbeidsmarkt, maar toen nog geen werk konden vinden. De huidige cijfer s wijzen er op dat dit kennelijk nu we l is gelukt. Op langere termijn bekeken (zie grafiek 1), blijkt de werkgelegenheid in Curaao tot en met 1997 een duidelijk groeiende trend te hebben gehad. In de daaropvolgende jare n, tussen 1997 en 2001, is er daarentegen spra ke van een duidelijke daling in de werkgelege nheid. Daarna is er wee r sprake van een trendmat ige groei, met lichte dalingen in 2003 en 2004.

PAGE 10

ModusStatistisch MagazineJaargang 7 4Werkzoekenden en werkloosheidspercentageHet aantal werkzoekende n is in 2006 met ruim 2.100 personen afgenomen, een daling van bijna 19 procent. De omvang bedraagt thans 9.241 p ersonen. Zoals eerder vermeld be treft het voornamelijk p ersonen geboren in Curaao. Als gevolg van de da ling van het aantal werkzoekenden, maar voor al door de stijging van het aantal werke nden is in 2006 het werkloosheidspercentage met 3,5 procent punten afgenomen t.o.v. 2006. Het bedraagt thans 14,7 procent van de beroepsbevolking. Het aantal werkzoekende mannen is met ruim 1.700 personen gedaald; van 5.227 personen in oktober 2005 naar .346 9 personen in oktobe r 2006, een daling van bijna 34 procent. Het werkloosheidsperce ntage van de mannen b edraagt in okto ber 2006 11,4 procent, bijna 6 procent punten lager dan in 2005. Dit percentage is gedaald, vooral omda t het aantal werkzoekenden is gedaald. Het aantal werkzoekende vrouwen is gedaald van 6.165 naar 5.772, een daling van ruim 6 procent. Het werklooshe idspercentage van de vrouwen is met ruim 1 procent afgenomen, omdat het aantal werkende n is gestegen en het aantal werkzoekenden ge daald. Het werkloosheidspercentage bedraagt thans 17,7 procent. De werkzoekende bevolkin g is in alle leeftijdsgroepen gedaald, waarbij de grootste procentuele daling in de leeftijdsgroep 25-34 jaar heeft plaatsgehad. Het werkloos heidspercentage is in deze leeftijdsgroep me t bijna 6 procentpunten afgenomen en bedraagt thans 14,6 procent. Op langere termijn bekeken blijkt het werkloosheidspercentage in Cura ao tussen 1994 en 2005 een stijgende trend te he bben gehad (zie grafiek 2). Het percentage is te vens sinds 1994 niet mee r beneden de 13 procent gezakt.JeugdwerkloosheidHet jeugdwerkloosheidsper centage bedraagt in oktober 2006 37,6 procent, 6 procentpunten lage r dan in 2005. De ratio jeugdwerkloosheid / totale werkloosheid bedraagt 2,6. Een ratio van hoge r dan 2 wordt internationaal als hoog beschouwd.Grafiek 1 Grafiek 2

PAGE 11

ModusStatistisch MagazineNummer 2 5InleidingAfgelopen juni 2006 is de vijfde conjunctuurenqute door het Cent raal Bureau voor de Statistiek uitgevoerd. In totaal zijn daarbij bijna 830 bedrijven benaderd op de verschillende eilanden van de Nederlandse Antillen waarvan ruim 85 in Bonaire, 200 in Sint Maarten en ruim 540 in Curaao. Het onde rzoek is uitgevoerd onder alle bedrij ven met tien of meer werknemers, terwijl van de be drijven met minder dan tien werknemers een st eekproef is genomen. Doel van de conjunct uurenqute is om op frequente basis, twee maal per jaar, actuele informatie te kunnen ve rschaffen over bedrijfsmatige en economische paramete rs en ontwikkelingen. Daarnaast dient het inzich t te geven in verwachtingen en opinies van ondernemers. In dit artikel wordt nader ingegaan op de volgende onderwerpen: 1. mutaties omzetten (Bonaire en Curaao), 2. investeringsbelemmeringen en –bevorderingen (Bonaire en Curaao), 3. concurrentiepositie, 4. verandering van het ondernemersvertrouwen, 5. vertrouwen in de toekomst, 6. perceptie t.a.v. he t investeringsklimaat, 7. bedrijfsresultaten.BonaireOmzetten bedri jven eerste helft 2006In Bonaire bedraagt de toename van de omzetten volgens schatti ngen van de conjunctuurenqute 6,1 procent (zie figuur 1). De st erkste omzetstijgingen hebben zich over de eerste helft van het jaar voorgedaan bij de bedrijfstakken handel (9,2%), transport & communicatie (7,1%) en overige diensten (7%). Ook bij de horeca is met 3,9 procent sprake van een relatief hoge omzetstijging, evenals bij de gezondheidszorg (4,9%). Alleen de bedrij fstak zakelijke diensten heeft te maken met een da ling van de omzetten (-1,2%).Investeringsbelemmeringen en – bevorderingenEvenals in december 20 05 is door een derde van de respondenten (34, 5%) aangegeven dat e r sprake is geweest va n investeringsbelemmeringen. Deze zijn voor al een gevolg van een tekort aan financile midde len. Dit is het geval b ij 28 procent van de be drijven, een duidelijk hoger percentage dan de 20 procent van een hal f jaar daarvoor. Andere fact oren hebben een veel Resultaten Conjunctuurenqu te eerste helft 2006Vertrouwen in de toekomst hoogChris M. JagerDe resultaten van he t conjunctuuronderzo ek wijzen op een onveranderd hoog investerin gsklimaat in Sint Maarten. De handel is voor de Benedenwindse eilanden de motor van de economische groei. Met name in Curaao is het vertrouwen van ondernemers toegenomen. Ook is daar volgens de ondernemers het in vesteringsklimaat verbeterd.

PAGE 12

ModusStatistisch MagazineJaargang 7 6kleinere rol gespeeld, voornamelijk het overheidsbeleid (afn emend van 14 naar slechts 8%) en het renteniveau (e veneens afne mend van 11 naar 8%). Door de respondenten is aangegeven dat de investeringen vooral posi tief benvloe d zijn door de beschikbaarheid van financile middelen. Bijna 28 procent heeft dit aangegeven. Een andere belangrijke factor is de rendementsverwachting; 13 procent van de bedrijven heeft dit als reden aangegeven. ConcurrentiepositieVoor wat betreft de conc urrentiepositie op de b innenlandse markt is het beeld in vergelijking met de vorige en qute weinig veranderd (zie figuur 2). Iets meer be drijven hebben aangegeven dat deze verbeterd is (van 9 naar 13%), iets minder dat deze onveranderd is (van 59 naar 56%). Van de bedrijven heeft 20 procent aangegeven dat de conc urrentiepositie verslechterd is.Verandering van het ondernemersvertrouwenIn vergelijking met de voorgaande enqute van december 2005 hebben ie ts minder bedrijven aangegeven dat het ond ernemersvertrouwen verminderd is (van 23% naar 20%, zie ook figuur 3). Daarentegen hebben meer bedrijven aangegeven dat deze verb eterd is; van 14 procent naar 25 procent. In overeenstemming met het voorgaande is bij de mees te bedrijven (55%) het ondernemersvertrouwen gelijk gebleven.Vertrouwen in de toekomstGebleken is wederom da t meer bedrijven hebben laten weten dat he t vertrouwen in de toekomst is verbeterd: van 59 naar 63 procent (zie figuur 4). Ofschoon toenemend, zit het nog wel onder het hoge niveau van 71 procent van december 2004. Het aantal bedrijven dat bleek gn vertrouwen te hebben in de toekomst is ook iets toegenomen en wel van 12 naar bijna 17 procent. Slechts 20 procent van de be drijven geeft aan geen mening te hebben. Perceptie t.a.v. het investeringsklimaatTen opzichte va n voorgaande metingen is de perceptie van het invest eringsklimaat wederom verbeterd (zie figuur5). Ongeveer 31 procent van de bedrijven vond het i nvesteringsklimaat goed, een duidelijk hoger pe rcentage dan in voorgaande perioden. In de huidige meting wordt door de meeste genterviewden (57%) he t investeringsklimaat wederom als matig gepercipieerd.

PAGE 13

ModusStatistisch MagazineNummer 2 7Het percentage bedrijven dat zegt het klimaat slecht te vinden is met 1 procent afgenomen naar 12 procent. BedrijfsresultatenUit het recente onderzoek is naar voren gekomen dat v.w.b. n van de be langrijkste parameters van bedrijven, de bedrijfsresultaten, bijna 48 p rocent van de bedrijve n over 2006 een positief bedrijfsresultaa t verwacht (winst voor afdracht van belastingen, zie figuu r 6). Als dit percentage inderdaad uitkomt (hetgeen aan het eind van het j aar zal blijken) is dit 13 procent minde r dan over 2005. Bij ruim de helft (5 2%) van de benaderde bedrijven wordt een nega tief bedrijfsresultaat (verlies) verwacht. Opge merkt moet worden dat deze percentages gn inzicht geven in de omvang van de bedrijfsre sultaten en evenmin in eventuele faillissementen. Als deze resultaten uitkom en zullen het vooral de kleine bedrijven zijn (t ot 10 werknemers) die verliezen zullen hebben. Vooral de middelgrotemaar ook de grote be drijven (vanaf 50 werknemers) doen het dui delijk beter wat dit p unt betreft. Daar zull en naar verwachting ongeveer twee keer zo ve el bedrijven een positief resultaat behalen als dat bij de kleine bedrijven het geval is. CuraaoOmzetten bedrijven eerste helft 2006Volgens indicatieve schattingen van de conjunctuurenqute heef t de toenam e van de omzetten in totaal 12 procent bedragen. De sterkste omzetstijgingen (zie figuur 7) hebben zich voorgedaan bij de bedrijfstakken handel (15%), nutsbedrijven (1 3%) en de zakelijke dienstverlening (10%). Transport & communicatie en de industrie laten gemiddeld genomen een relatief kleine toenam e van de omzetten zien met respectievelijk 2, 0 en 2,6 procent. Investeringsbelemmeringen en – bevorderingenDoor nog geen 20 procen t van de respondenten is aangegeven dat ze investeringsbelemmeringen hebben onder vonden in de 1e helft van 2006 (was 29% in decemb er 2005). Voor zover hiervan sprake is gewees t zijn deze vooral een gevolg geweest van een tekort aan financile middelen (10%) en van het overheidsbelei d (7%).

PAGE 14

ModusStatistisch MagazineJaargang 7 8De investeringen zijn naar mening van de bedrijven vooral bevorderd door de beschikbaarheid van financile middelen (18%), een goede werking van de markt (toegenomen van 10 naar 17%) en rend ementsverwachtingen (14%).ConcurrentiepositieVoor wat betreft de c oncurrentiepositie op de binnenlandse markt (zie figuur 8) hebben in vergelijking met decemb er 2005 iets minder bedrijven aangege ven dat deze verbeterd is: 17 p rocent (was 18,5%). He t aantal be drijven dat heeft aangegeven dat deze verslechterd is, is iets toegenomen en wel van 15 naar 17 procent. Veruit de meeste bedrijv en (57%) hebben wederom aangegeven dat de concurrentiepositie ongewijzigd is gebleven. Verandering van het ondernemersvertrouwenOngeveer een zelfde aantal ondernemers in vergelijking met juni 20 05 heeft aangegeven dat het vertrouwen gelijk is gebleven (van 68 naa r 67%, zie ook figuur 9). Sl echts 16 procent van de b edrijven heeft aangegeven dat het vertrouwen in onderneming en economie is verminderd, een wederom lager percen tage dan van vorige enqutes (zie onderstaande figuur). Bijna 17 procent van de bedrijven heeft aangegeven dat het on dernemersvertrouwen verbeterd is. Dit percen tage is de afgelopen periodes telkens gestegen en is nu voor het eerst hoger dan het percentage voor verminderd ondernemersvertrouwen. Vertrouwen in de toekomstBij de bedrijven is de afgelopen periode ook sprake geweest van een toename van het aantal b edrijven dat vertrouwen heeft in de toekomst De gestelde vraag is in bijna 65 procent van de gevallen met ‘ja’ bean twoord (zie figuur 10). Een jaar geleden was dit nog geen 48 procent. In slechts 12 procent van de gevallen is de vraag met ‘nee’ beantwoord. Er kan hier dan ook zeke r van een gunstige ontwik keling worden gesproken. Bijna een kwart van de ondernemers (23%) heeft aangegeven geen mening te hebben over de gestelde vraag. Perceptie t.a.v. het investeringsklimaatOok het investeringsklim aat is naar de mening van de meeste be drijven aan het verbeter en (zie figuur 11). Meer bedrijven hebben aangegeven dat deze goed is (van 9 naar 14%) en minde r b edrijven hebben aangegeven dat zij het investeringsklimaat slec ht vinden (van 30 naa r 14%). De meeste bedrijven beoordelen het investeringsklimaat als zijnde ‘matig’: 71 procent.BedrijfsresultatenUit het onderzoek is na ar voren gekomen dat voor wat betreft de bedr ijfsresultaten, ruim 73 procent van de bedrijven over 2 006 een positie f b edrijfsresultaat verwacht (winst voor afdracht

PAGE 15

ModusStatistisch MagazineNummer 2 9van belastingen). Over 2005 was dit ruim 61 p rocent, zie ook figuur 12 Als de verwachting uitkomt betreft het hier dus een toename van 12 p rocentpunten. Bijna 27 procent van de benaderde bedrijven verwacht een negatief be drijfsresultaat (verlies), een afname van 12 procen tpunten t.o.v. het voorgaande jaar. Overigens is het wel zo dat deze p ercentages gn inzich t geven in de omvang van de bedrijfsre sultaten en evenmin in eventuele faillissementen. Sint MaartenConcurrentiepositieVoor wat betreft de c oncurrentiepositie op de binnenlandse markt (zie figu ur 13) is het beeld in vergelijking met de vorig e enqute ook in Sint Maarten weinig veranderd Een ongeveer gelijk p ercentage bedrijven heef t aangegeven dat deze verbeterd is (naar 24%), iets meer dat deze onveranderd is (van 52 naar 56%). Van de bedrijven heeft 14 proc ent aangegeven dat de concurrentiepositie verslechterd is.Verandering van het ondernemersvertrouwenDe resultaten met betre kking tot het vertrouwen van bedrijven in de ec onomie in Sint Maarten zijn, in vergelijking met vorige onderzo eken, vrij p ositief. Minder dan 4 pr ocent van de bedrijven heeft aangegeven dat hu n vertrouwen in de economie is verslechterd (zie figuur 14). De meeste bedrijven laten blijken dat hun vertrouwen in vergelijking met het laatste onderzoek onveranderd is gebleven (81%). Meer dan 15 p ercent heeft een verbetering van het vertrouwen aangegeven.Vertrouwen in de toekomstHet vertrouwen in de toe komst (zie figuur 15) is wederom erg hoog in Sint Maarten: bijna 79 p rocent van de bedrijve n heeft dit aangegeven. Dit is het hoogste percen tage sinds he t begin van de conjunctuur enqute in december 2003. Slechts 6 procent heeft aangegeven geen vertrouwen te hebben in de toekomst (was 5% in december 2005) en 15 proc ent heeft geen mening over dit onderwerp (was 24% afgelopen december). Perceptie t.a.v. het investeringsklimaatDe meeste bedrijven be schouwden het investeringsklimaat als zijnde mati g: 67 procent; dit is 7 procent punten meer in vergelijking met het vorige onderzoek (zie grafiek 16). Bijna 27

PAGE 16

ModusStatistisch MagazineJaargang 7 10procent (was 31% in de cember 2005) vindt het investeringsklim aat goed en nog geen 7 procent slecht (was bijna 10% afgelopen december). In het algemeen kan ge steld worden dat de perceptie van de bedrijven in Si nt Maarten van vertrouwen, toekomst en investeringsklimaat relatief goed is. Deze conclusie is geldt ook voo r het onderzoek van vorig jaar en ook voor de Benedenwindse Eilanden.BedrijfsresultatenEn van de be langrijkste parameters van b edrijven zijn de bedrijfsresultaten. Volgens de resultaten van de conj unctuurenqute is de prognose van verlies/ winst verbeterd in vergelijking met december 2005 (zie figuur 17). Bijna 73 procent van de bedrijven verwachte een positief resultaat voor 2006 (resultaat voo r b elastingen). Afgelopen december was dit 63 procent. Het percentage bedrijven welke een negatief resultaat (verlies ) verwacht is bijna 28 procent. Ofschoon deze informatie positief is, moet wel opgemerkt worden dat deze percentages gn inzicht geve n in de omvang van de bedrijfsresultaten en ev entuele faillissementen.

PAGE 17

ModusStatistisch MagazineNummer 2 11IntroductionIn this article an overview of the trade development of the Leewar d islands will be given for the year 2005. The fore ign trade statistics of the Leeward Islands re gister the flow of merchandise to and from the islands of Curaao and Bonaire. All moveme nts of merchandise in free circulation between Curaao and Bonaire are excluded. The islands of St.Maarten, Saba and St.Eustatius are free ports and therefore no information is available through customs except for the trade between Curaao, Bonaire and St.Maarten. The CBS uses the “Special Trade System” for p rocessing and publishing of all import and export data by commodity and by country for Curaao and Bonaire. Under this system the import statistics cover all goods cleared through customs for home use from abroad or from the national free zone. Expo rt statistics cover all goods of national origin to be dispatched to another country. The va lue of the goods equals the value of the commodity at the place and time it crosses the border. The basis for valuation is cost of insurance and freight (CIF) for imports and free on board (FOB) for exports. The trade analysis indicates the trade flow excluding the value of petroleum produc ts. In the following paragraphs the internatio nal merchandise flow o f the Leeward Islands is pr esented for th e year 2005.Total imports and exportsTotal import and export of goods (Curaao and Bonaire)In 2005 the total import of Curaao has increased with more than 79 million guilders to an estimated total of 1475 million guilders compared to the previous year. This is an increase of approximately 6 percent. The import in Bonaire has increased from 78 to 126 million in 2005 an increase of approximately 48 million guilders (table 1). Both islands of the Neth erlands Antilles show an increase in their imports in the years 2003 until 2005. As can be seen in the table 1 below the imports in Cura ao has augmen ted with 107 million guilders and Bonaire with 52 million guilders in 2005 if compar ed with the figures o f the year 2003. In 2005 Curaao has expo rted approximately 140 million guilders. In compar ison with the previous year the total export value of Curaao has increased with more than 3 million guilders in 2005. Bonaire has exported a total of 23 million guilders in the year 2005. In 2005 th e export in Annual overviewTrade Statistics 2005Roeland DreischorIn 2005, total imports of Cura cao increased with 6 percent compared to the previous year. Imports of mo tor vehicles and telecommunications equipmen t attributed la rgely to the overall increase. Total imports of Bonaire increased with more than 60 percent. Most of this increase can be attributed to the imports of highly irregular go ods such as aircraft parts.

PAGE 18

ModusStatistisch MagazineJaargang 7 12Bonaire declines with about 6 million guilders compared to the previous year, which represents a decline of 20 percent. It should be noted that the overall exports from Curaao and Bonaire include goods, which ha ve been previously imported. This may caus e significant fluctuations if the export figu res are comp ared to p revious years. Imports and exports of goodsCuraao, import an d export of goods (excluding oil products)The import of general merchandise in 2005 has increased in almost all of the SITC sections. The import of “crude material s” increased the most with 41 percent from 13 million to 18 million in imports compared to the previous year of 2004. The product catego ries that have contributed to an increase is the impor t of “wood, in rough” with an estimated 6 mi llion guilders, and the p roduct category “wood, si mply worked” with 5 million guilders. The import of “commoditi es and transactions not classified” has augmented with 2 million compared to the previous year. This increase is about 11 percent in comm odities not classified according to kind. The import of “machinery and transport equipment” has risen with more than 8 percent. The increase in the “machinery and transport equipment” section is at tributed to the product category “motor cars and motor vehicles” with a value of more than 91 million, followed by the product category “telec ommunications equipment” with about 37 million. The import of “food and live animals” has increased with more than 8 percent. The produc t categories under this sect ion that have accredite d to an increase are: “other meat and edible mea t offal” with 37 milli on, and “other edible products and pr eparations” with 26 million guilders. As shown in table 2, some other imports such as “beverage and tobacc o”, “chemicals”, an d “miscellaneous manufactured articles” have augmented with respecti vely 8, 7 and 6 percen t in 2005. The import of “alcoholic beverages” has the highest import value of almost 30 million guilders in the section of “beverages an d tobacco”. The “chemical products ” have a total impor t value of more than 192 million guilders of which the highest product cate gory is attributed to “medicaments” with a value of 69 million guilders. In the section “miscellaneous manufactured articles” the product category with a high import value is “art icles of plastic”, which accumulates to almost 28 million guilders. In the year 2005, two prod uct categories indicate a decrease of 7 and 5 percent, which are “manufactured goods classified by material” an d “animal oils and fats”. The import value o f “manufactured goods cla ssified by material” dropped with about 14 million guild ers. The highest import value reported is the produc t category “paper and pape rboard” with 22 million guilders. The import of “animal oils and fats” decreased with 398 t housand guild ers. The product category which domin ates in this section with an import va lue of almost 5 million guilders is “fixed vegetable fats and oils”. The export from Curaao sh ows a rise and fall in some of the sections in 2005. The export o f “chemical products” is the highest, with an increase of approximatel y double the amount o f imports in 2004. The ex ports have incremente d from roughly 7 million to 13 million guilders in 2005. The product categories that indicate a high export value within the “chemical products” section are: “soap pr oducts” with almost 6

PAGE 19

ModusStatistisch MagazineNummer 2 13million guilders, and “perfumery and cosmetic p roducts” with 3 million guilders. Other exports that also have increased a lot are “miscellaneous manufactured articles”, which goes from appr oximately 21 million to 26 million guilders. This is mainly attributed to the p roduct categories of “jewellery, and other p recious or semiprecious articles” with an export value of 13 million guild ers, followed by the “printed materials” cate gory with more than 2 million. The export of “machi nery and transport equipment” has dropped more with almost 15 million guilders in 2005 (30%). The export of “crude materials”, has increased from 5 million to 3 mill ion guilders. The product category within this section with a high export value of almost 2 mil lion guilders is “stone, sand, and gravel”. Other export s which have decreased are the export of “anima l and vegetable oils” and “manufactured good” both with 24 percent. The export of “beverages and tobacco remained almost unchanged compared to 2004. Bonaire, import an d export of goods (excluding oil products)In Bonaire the import of goods has shown an increase in five secti ons. In 2005 the highest p ercent increase is no ticed in the section “commodities and transa ction not classified”. The import of these co mmodities has increased from 527 thousand to almo st 3 million guilders in 2005. The import of “machi nery and transport equipment” has a remark able increase of 45 million guilders in the year 2005, more than twice the amount co mpared to the previous year. The product category that ha s contributed to this development is related to the import of “aircraft and other parts” with an import value of 34 million guilders. It shou ld be noted that the import of capital goods doe s affect the trade flow overview of Bona ire compared to the previous year. The import of “beverages and tobacco” shows a raise from 3 million guilde rs to almost 4 million guilders in 2005, wh ich is equal to an increase of more than 27 percent. The type of products which attributed to than increase of imports in this section is “alcoholi c beverages” with an import value of approximately 3 million guilders. The import of “manufactured goods”, has increased from 12 million to 15 million guilders, an increment of 26 percent. The produc t categories that contribute d to the increase are: “manufactures of base metal” and “tubes, pipes and other related goods of iron or steel”, both with a value of more than 2 million guilders. The import of “animal an d vegetable oils” has dropped the highest with 21 percent, which is a decline of 77 thousa nd guilders in 2005. The next section that shows a significan t decrease of imports is “c rude materials” (19%). The imports have decreased from almost 2 million to 1 million guilders (Table 3). The import of “misce llaneous manufacture d articles” has declined with 7 percent. In 2005 almost all export categories for Bonaire have decreased, while the exports of “machinery and transport equipmen t”, “chemicals”, an d “commodities no t classified” have increased. The export of “mach inery and transpor t equipment” has increase d from 2 million to 3 million guilders, which is an augmentation of 53 percent. The product category with the highes t value within this sectio n is “telecommunications equipment” with 648 thous and guilders in 2005. The two sections with a high export decline are: “foods and live animals” with 90 percent, an d “miscellaneous manufactu red articles” with 77 percent. The export of “crude material” shows a decline of more than 3 million guilders in 2005. The salt export, which ha s a major share in the

PAGE 20

ModusStatistisch MagazineJaargang 7 14total export of crude materials, is estimated to be 18 million guilders in the 2005. Imports and exports by main country and general merchandiseCuraao, imports by or igin (excluding oil products) In 2005 the impo rt of goods fr om the United States of America has re ached 34 percent of the total island imports excl uding oil products (Table 4). The total import from this country amounts to an approximate value of 500 million guilders. The main products of import from the United States of America ar e the “machinery and transport equipment” products. This is estimated to be approximately 175 mi llion guilders in 2005. Besides the product im ports of previously mentioned section other important products such as: “food and live animal ” with a value of 103 million guilders, an d “miscellaneous manufactured goods” with a value of 89 million guilders are imported from the USA (Table 5). TCuraao has imported 3 26 million guilders in products from the Netherlands in 2005. The import from the Netherland s is 22 percent of the total imports. The main import products from the Netherlands are: “mac hinery and transpor t equipment” with a value of about 71 million guilders, and “food and live animals” merchandise with a value of 68 millio n guilders. Another important import commodity from the Netherlands is the “man ufactured goods”, which amounts to 59 million. In 2005, a total value of 101 million guilders has b een imported from Venezuela, which represents almost 7 percent of the to tal imports of Curaao. Most products imported from afore mentione d neighbor country are “food and live animal” products with a value of more than 32 million guilders. Curaao impo rts about 76 million guilders from the Caribbe an island of Puerto Rico, which consists main ly of products from the section “miscellaneous manufactured articles” with a value of roughl y 24 million guilders. Curaao, exports b y destination (excludin g oil products)Most exports from Curaao are to the Netherlands, which consists of 34 percent of the total exports in 2005. Th e main export products to the Netherlands are re lated to “food and live animal” products which amount to about 29 million guilders (Table 7). Other products tha t Curaao has exported to the Netherlands are related to “machinery and transport equipment” with a total value of ab out 5 million guilders. The neighbor island of Aruba is the secon d important export destinat ion for Curaao in 2005. The exports to Aruba are estimated to 27 million guilders. Most of the ex port products to Aruba are “miscellaneous manufa ctured articles” with a total value of 11 million guilders. As shown in table 6, the United States of America also forms an important export market for the island o f

PAGE 21

ModusStatistisch MagazineNummer 2 15Curaao. In 2005, Cu raao has exported 18 million guilders to the USA. The majority of exports to the USA are related to “machinery and transport equipment” with a value of more than 9 million guilders. Th e Windward islands, namely St.Maarten, has an export market share of 6 percent. Most produ cts that are exported from Curacao to the Windward islands are “miscellaneous manufactured articles”, which have a value of more than 3 million guilders.Bonaire, imports by origin (excluding oil products) Bonaire has imported mo re than 53 million guilders in products from the Netherlands in 2005. The Netherlands is th e main import partner of Bonaire with 42 percent of the total imports. The major import products from the Netherlands p ertain to the “machinery and transport equipment” products th at amount to approximately 33 millio n guilders. In the second place are the imports of “food and live anim als” goods with 6 million guilders followed by “manufactured goods” with an import value of about 5 million guilders. From table 8 can be de duced that the United States of Americ a also has a high ranking as one of the import part ners of Bonaire. A total amount of approximately 29 million has been imported from the USA in 2005. The imports consist mostly of “machinery a nd transport equipment” p roducts which amount to 10 million guilders, followed by “miscellaneous manufactured articles” with 7 million guilders. Another main p roduct section that B onaire imports from the USA is “food and live an imals” with a value of about 5 million guilders. The European country of France has a market share of 8 percent of the total import in 2005. The imports from France are es timated to 10 million guilders. Most imported products pertain to the “machinery and transpor t equipment” section (Table 9). Bonaire has im ported a total of about 8 million guilders from Ve nezuela. Most imports from Venezuela are also related to pr oducts from the “machinery and tr ansport e quipment” section. Bonaire, exports b y destination (excludin g oil products)The exports from Bonaire to the USA amount to about 8 million guilders in 2005, which is 33 percent of the total exports. The main expor t product section to the USA is “crude material” (Table 11). The “crude material” section mainly represents the salt pr oduction export from Bonaire. Bonaire has exported a value of more than 3 million guilders to Mexi co, with a market share of almost 15 percent of the total export. The export products to Mexico are also related to the “crude material” secti on. The export value to Belgium has an estimated value of 2 million guilders. This represents a share of 9 percent o f the total export from Bonaire. In 2005, the main products of expor t to Uruguay are also attribute d to the “crude materials” section. Bonaire has exported about 9 percent of the total export value to the South American country of Uruguay.

PAGE 22

ModusStatistisch MagazineJaargang 7 16Inleiding en doelstellingHet Bruto Binnenlands Pr oduct van een land kan op verschillende manier en worden berekend. En van deze methoden is door middel van de aanboden verbruiktabel. Op basis hiervan kan een totaal overzicht wo rden verkregen van de structuur van en inte rrelaties binnen de economie. Zo kan worden afgeleid hoe groot het intermediair verbruik is bij een bepaalde hoeveelheid productie. Volgens de economische evenwichtstheorie moeten de vraag (of verb ruik) naar en het aanbod van goederen en diensten aan elkaar gelijk zijn. Alle goederen en dienst en die op de markt worden aangeboden worden op de n of andere manier verbruikt hetzij al s intermediair verbruik hetzij als finaal verbru ik. Tegen deze achtergrond worden de versch illen tussen vraag en aanbod op basis van onderz oek aangepast totdat ze aan elkaar gelijk zijn. Dit proces wordt balanceren of i npassing genoemd. Vanwege het feit dat dit i npassingproces nog niet is afgerond, wordt in di t artikel volstaan met een beknopte aanbod– en verb ruiktabel per eiland, sector en bedrijfstak, d.w.z. zonder specificatie naar producten. In de aanbodtabel wo rden 2 componenten onderscheiden, te weten goederen en diensten aangeboden door ingezetenen (de binnenlandse productie) en goederen en diensten aangeboden door buitenlandse bedr ijven (de importen). Het totaal verbruik1geeft de aanwending aan van het aanbod en is als vo lgt te verdelen naa r componenten: het intermediair verbruik dat bestaat ui t niet-duurzame goederen en diensten (dus goederen en diensten met een verwachte levensduur van korter dan 1 jaar), die in het productieproces worden getransformeerd of o pgebruikt en die aan het eind van het proces geheel in de nieuwe producten zijn opgegaan. Voorb eelden van goederen die worden getransformeerd in het productieproces zijn grondstoffen (b.v graan in meel en meel weer in brood ). Voorbeelden van intermediair verbruik die worden opgeb ruikt zijn elektriciteit, water en de meeste andere diensten; de consumptie. Hi erbij wordt onderscheid gemaakt in de consumptie van huishoudens (inclusief instellingen zonder winstoogmerk in dienst van de Het aanbod en verbruik van goederen en diensten in de Nederlandse Antillen, 2003-2004Lorette Ford 1In dit artikel zijn de belastingen, subsidies, en rentemarges buiten beschouwing gelaten

PAGE 23

ModusStatistisch MagazineNummer 2 17huishoudens) en cons umptie van de overheid; de investeringen in vaste activa; de exporten van goederen en diensten.De ontwikkelingen in het aanbodHet totale aanb od per componentZoals eerder is aangeh aald bestaat het totale aanbod uit de binnenlan dse productie en de importen. Grafiek 1 toon t het aandeel van deze componenten van het aa nbod. De importen hebben een aandeel van 34 procent in het totale aanbod, terwijl het aandeel van de binnenlandse p roductie 66 procen t bedraagt. (Zie ook tabel 1).Aanbod per eiland, sector en bedrijfstakHet totale aanbod op de Nederlandse Antillen is met 4,5 procent gestegen van 13,9 miljard in 2003 naar 14,5 miljard in 2004. Uit tabel 1 valt af te lezen dat deze st ijging voornamelijk wordt veroorzaakt door een to ename in de importen met 11 procent. De tabel toont verder dat de stijging van het aanbod waar te nemen is in zowel Bonaire, Curaao als op de Bovenwindse eilanden. Dit valt het meeste op bij de Bovenwindse eilanden met een stijging van 10,3 p rocent in het to tale aanbod en een stijging van de importen met 16,3 procent. Terwijl de importen in zowel Bonair e, Curaao als op de Bovenwindse eilanden zi jn gestegen, is de binnenlandse produc tie op de eerste 2 eilanden gedaald met respectievelijk 1,7 procent en 0,1 p rocent (nominaal).Binnenlandse productie per sector en bedrijfstakDe binnenlandse productie is een component van het totale aanbod, zoals eerder is aangegeven. Hier wordt in het volgende nade r op ingegaan. Uit grafiek 2 valt af te lezen dat de sector nietfinancile bedrij ven het grootste aandeel heeft in de binnenlandse productie Deze sector vertegenwoordigt een nominale w aarde van 6,4 miljard gulden. De sector met het kleinste aandeel is de sector Huishoudens2met een productiewaarde van 0,8 miljard gulden. Tabel 2 geeft de ontwi kkeling weer van de sectoren met betrekking tot de binnenlandse productie.2Waar in de tekst de sector Huishoudens wordt aangehaald, moet worden gelezen: inclusief instellingen zonder winstoogmerk in dienst van de huishoudens

PAGE 24

ModusStatistisch MagazineJaargang 7 18De binnenlandse productie stijgt in 2004 met 1,4 p rocent van 9,4 miljard in 2003 naar 9,5 miljard gulden in 2004. Per sector kan worden g ezegd dat de financile sector relatief het mees t stijgt namelijk 12,5 p rocent, gevolgd door de sector Huishoudens met 5,4 procent. In tegens telling tot de stijging in de 2 eerdergenoemde sect oren vertonen de sector overheid en sector niet-fi nancile bedrijven een daling van respectievelijk 1,4 en 0,4 procent. De totale binnenlands e productie kan ook worden ingedeeld naar de verschillende bedrijfstakken. Tabel 3 geeft deze indeling weer zowel in absolute als in relatiev e zin. De bedrijfstakken met de grootste aandelen zijn de Financile dienstverlening (13,1%) en de Zakelijke dienstverlening (13,0%) gevolg d door Handel (12,2%) en “Vervoer, opslag en communicatie” (11,9 %). De bedrijfstakken met de kleinste aandelen zijn de Particuliere huishou dens (0,2%), “Landbouw, veeteelt, visserij, mij nbouw” (1,3%), en Onderwijs (2,8 %). Tabel 4 geeft de ontwi kkeling weer van de b innenlandse productie per bedrijfstak over de periode 2003-2004. De grootste stijgingen he bben plaats gevonden in de bedrijfstakken “La ndbouw, veetee lt, visserij en mijnbouw” (20,4 %), de Particuliere huishoudens (15,7 %) en de Financile dienstverlening (12,5 %). Behalve deze be drijfstakken is de productie ook in ande re bedrijfstakk en zoals Horeca en “Vervoer, opslag en communicatie” gestegen. Bedrijfstakken die in vergelijking met 2003 minder hebben geproducee rd in 2004 zijn de Industrie (-24,0%), Bouw nijverheid (-2,3%), Overige diensten (-4,8% ), Gezondheidszorg en sociaal werk (-0,5%) en Onderwijs (-0,1%).De importen De totale importen bedr agen 4,9 miljard gulden in 2004 en bestaan voor bijna 71 procent uit goederen. In vergelij king met 2003 zijn de importen gestegen met 11 procent; in 2003 b edroeg de impor t namelijk 4,4 miljard gulden. Deze stijging wordt te weeggebracht door een toename van 17 procen t van de import van goederen, tegenover een daling van 1,3 procent in de import van di ensten (tabel 5).De ontwikkelingen van het verbruikHet verbruik per eiland en componentZoals in de inleiding is aangehaald bestaat het verbruik uit het intermediair verbruik, de consumptie, investeringen en de exporten. Grafiek 3 toont deze componenten met hun aandeel in percentages. De grootste bijdrage komt van de exporten, terwijl de kleinste

PAGE 25

ModusStatistisch MagazineNummer 2 19bijdrage afkomstig is va n de investeringen. Dit beeld is ook waar te nemen op de afzonderlijke eilanden, exclusief Curaa o waar de consumptie de grootste bijdrage heeft. Zie ook tabel 6. Het totale verbruik op de Nederlandse Antillen is met 4,5 procent gesteg en, van 14,3 miljard gulden in 2003 naar 14,9 miljard gulden in 2004. Uit tabel 6 valt op te maken dat alle componenten gestegen zijn maar dat de stijging voornamelijk wordt veroor zaakt door de toename van zowel de exporten met ruim 9 procent als de investeringen met ruim 8 procent. De grootste stijging van de exporten valt voornamelijk waar te nemen op de Bovenwindse eilanden (20,5 %) en in Bonaire (10,3 %), terwijl de stijging van de invester ingen het grootste is in Curaao (10,4%). Hoewel eerder ge zegd is dat in de Nederlandse Antillen alle componenten van het totaal verbruik gestegen zijn is dit niet het geval op de afzonderlijke eila nden. In zowel Bonaire als in Curaao is het intermediair verbruik gedaald, terwijl de Bovenwinds e eilanden een daling hebben in de consumptie.Het intermediair verbruikTabel 7 toont aan dat de totale binnenlandse p roductie in 2004 in de Nederlandse Antillen gelijk is aan 9, 6 miljard gulden. Het intermediair verbruik ad 4,4 miljard gulden vertegenwoordigt dus een aandeel van 46,1 procent op de totale p roductie. Bij analyse van het aandee l per bedrijfstak valt op dat binnen de bedrijfs tak “landbouw veeteelt, visserij en mijnbouw” relatief meer wordt uitgegeven aan het interm ediair verbruik dan in andere bedrijfstakken. He t intermediare verbruik in deze bedrijfstak ve rtegenwoordigt een p ercentage van 72,3 op de binnenlandse productie. Hierna volgen de bedrij fstakken Bouwnijverheid en Horeca, met een gelijk e aandeel van ongeveer 66 procent. Industrie, “Elektriciteit, gas en water” en “Vervoer, op slag en communicatie” hebben een even groot aa ndeel van ruim de helft van het totaal. De klei nste aandelen worden vertegenwoordigd door de bedrijfstakken Overheid en “Gezondheidzorg en sociaal werk” en met een vierde deel.De consumptieDe nationale consumptie van bijna 4,2 miljard gulden in 2004 bestaat voor meer dan 70 procent uit consumptie van huis houdens en voor minder dan 30 procent uit overheidsconsumptie. Uitgaande van een waarde van 4,1 miljard in 2003 kan worden geconclu deerd dat de nationale consumptie in 2004 is ge stegen met 2,5 procent. Deze stijging wordt enerzijds teweeggebracht door een toename in de consumptie van de

PAGE 26

ModusStatistisch MagazineJaargang 7 20huishoudens met 4 procent en anderzijds door een daling in de consumpt ie van de overheid met bijna 2 procent. (zie tabel 8).De investeringen in vaste activaDe investeringen in vast e activa bedragen bijna 1,6 miljard gulden in 2004. Dit is een stijging van b ijna 3 procent in vergel ijking met 2003 in welk jaar een waarde van 1, 5 miljard gulden werd gemeten. Deze toename is het meest toe te schrijven aan de financile sector met een percentage van 9,6 procent. Er is een lichte stijging waar te nemen in de investeringen in vaste activa van de overige sectoren (minder dan 2 %), m.u.v. de sector overheid waarin de investeringen in vaste activa dalen (-3,4 %).De exportenOok de exporten vormen, zoals eerder is aangehaald, een onde rdeel van het totale verbruik. In 2004 bedragen de totale exporten 4,6 miljard gulden; hierva n bestaat ongeveer 70 procent uit diensten. In vergelijking met 2003 is de totale export gestegen, namelijk met 9,6 procent. Zowel de export van goederen als de export van diensten is gestegen, maar zoals ta bel 10 aangeeft is de export van goederen het meest gestegen (18,7%).

PAGE 27

ModusStatistisch MagazineNummer 2 21Introduction From 2006 and beyond a pr ospect of about 3,000 hotel rooms will be build which means it will j ust about double the amount of rooms that are already on the island. Th ese investments have already produced significa nt growth and many p ositive indicators arising out of these initiatives over the current a nd impending years.Hotel room development and occupancyAs of 2004, Curaao has a total of 3,557 hotel rooms of which 3,049 rooms pertain to the larger hotels, the smaller hote ls have 107 rooms, apartments 380 rooms, an d guesthouses have a total of 21 room s (figure 1). These rooms are registered rooms that are available and can be occupied by tourists. The hotel average occupa ncies figures for 20022005 show a positi ve trend since 2002 with 57.39 percent, 2003 with 62. 25 percent, 2004 with 69.30 percent a nd 2005 with 75.05 percent (see figure 2). It is ex pected that this positive trend is continued during 2006. The visitors are spending more nights in Curaao; the average amount o f nights they spend is about 8 to 9 nights. Role in the economyTourism currently plays an increasing role in the economy of the Nether lands Antilles. The average value added share for the HORECA (hotel, restaurant & caf) industry in Curaao is equal to more than 2 percent of the Gross Domestic Product. The United Nations World Tourism Investment in Hotel AccommodationGlenda VarlackFor a sustained growth in the tourism sector, an adequate level of investment into th e sector is an imperative. Attraction of investment funds depends, among other factors, on the rate of return earned, in vestment incentives, and facilitating in vestment funds. This report presents a review of investment in the Curaao tourism sector in which th e focus is primarily on accommodations. The investment s incentives will also be highlighted.

PAGE 28

ModusStatistisch MagazineJaargang 7 22Tourism Organization (UNWTO) has estimated in 2006 an above average growth in international tourist arrivals of around 4.5 percent (see figure 3) around the world. Increases in tourist arrivals can attribute to more jobs directly and indirectly to the industry. Tourist travel to Curaao has increased with NAf 427. 7 million in 2005 from N Af 397.9 million in 2004. Tourism is also one of the growing earners of foreign exchange in the Netherlands Antilles. Th e prospective growth o f the tourism industry can contribute si gnificantly to national income and its foreign exchange earnings.InvestmentsThe investments that are considered in this segment are related to hotel investments. The greater part of these in vestment projects are planned to take place in 2006 and beyond. Next to these investment pr ojects there are othe r projects that have been scheduled to be completed in 2006 from previous investments made in prior years. Th e investments in these projects are divided in three categories:I. Investment projects that are in developmentThese are projects that ar e in the primary stage o f development; most of these projects have a memorandum of understanding stating among others that the govern ment is willing to cooperate in working towa rds realization of this project. Others are priv ately funded projects. In the preparation phase (see table 2) there are nine projects pending with a projected investment value of 527 million guilde rs and a total of 1,905 rooms.II. Investment projects that are in constructionThese are projects that are in that stage where they are ready to star t or are building the infrastructure, edifice and components of the hotel. In table 3 a total of seven projects that are in construction can be viewed, of which the investment value is a pproximately 206 million guilders with a total of 874 rooms. III. Investment projects that are expandingThese are existing projects which are already in operation and are at the stage of expanding thei r current amount of room accommodations. A total of 443 rooms (see ta ble 4) are expected to b e built to accommodate the growing tourist ingress to Curaao. The in vestment value of this operation is estimated to be around 80.7 million guilders.Overall hotel investmentsIn summary (see table 5) over a total of 814 million guilders will be invested in 2006 and the upcoming years. This mean s that there will be

PAGE 29

ModusStatistisch MagazineNummer 2 23more employment opp ortunities on the employment market. And th ese investments will automatically trickle down to other business industries, like for ex ample the construction industry.IncentivesThe primary aim of incentiv es is to significantly contribute to the gr owth, development and competitiveness of specif ic industry sectors by p roviding industrial inve stment allo wances, in the form of tax relief, to qualifying industrial p rojects. In Curaao several incentives are given of which a brief de scription follows:Ground rent incentiveFor the parcels that are zoned for hotel development, favo rable terms can be applied in granting long lease rights on these parcels. These terms are subject to en dorsement by the Island Council of the territor y of Curaao and are evaluated on a case -by-case basis.Building permit incentiveIt is possible for the in vestor to apply for an incentive on the building permit levies in dealing with tourism projects. Normally a tourism p roject is subjected to le vies when ac quiring the building permit. This amounts to a percentage of the estimated building value. Tax HolidaySpecial tax facilities are available for newly incorporated companies for the operation of hotels and or other esta blishments providing accommodation and recreation aiming to p romote visit of tourists. The aim of these incentiv es is to attract and maintain investments. A gr eat part of these hotel investments also receive, upon negotiations with the government, an agreement regarding safeguarding their investment funds.ConclusionEconomic conditions ar e changing which also requires a change in met hods to genera te investo r interest. An aggressive investment promotion program will realize an increase in annual economic growth inside the tourism sector. Table 5 shows that a large amount o f capital is estimated to be invested in developing more rooms; this ultima tely will lead to an increase in economic acti vities. The key players are the investors and the tourists who will occupy these future accommodations.

PAGE 30

ModusStatistisch MagazineJaargang 7 24IntroductionThe Central Bureau of Statistics of the N etherlands Antilles c onducted a pilot study on the informal sector in 2004 and 2005, based on the method acce pted by the 17th ICLS1 on measuring this sector The new definition embraces expanding the c oncept of the informal sector from persons employed in informal enterprises (according to the old definition) to p ersons employed in formal (registered) enterprises, but who work on an informal basis. Persons who work on an informal basis work outside of the bou ndaries of existing labour laws. So the new defini tion of the informal sector has the aim to quantify the total number of persons employed in the informal sector, whether employed in informal se ctor enterprises or employed informally in formal enterprises. This last group quantifies the degree of informalisation of labour. Reasons for informalisation of labour in Curaao, Bonaire and St.Maarten, can among other reasons be attribut ed to the rise of new forms of employment rela tionships on the labour market, such as sub-contracting, short term contracts, free lancing, etc. In such employment relationships wh ere in the labour agreements, national labour laws are not abided by neither the employer and, in some cases, also not by the employee, the employment relationship becomes an informal one. A worldwide expanding phenomenon assumed to contribute substantia lly to the rise of “nonstandard employmen t relationships” is globalisation. Globalisation has triggered the need fo r different work relationships in order to serve the rapid expansion of production2. However, the existence of “non-standard employment relationships” co uld not be attributed only to globalisation. Al so local factors play a role such as legislations that change over time, thereby producing fertile ground for the rise o f new forms of employment relationships, perhaps to evade new labour and tax legislations or fo r other reasons. The results of Labour Force Surveys in Curaao, Bonaire and St.Maarten show that the greatest sh are of employed persons that work informally are actually employed in formal enterprises.The informal sector in Curaao, Bonaire and St.MaartenZaida LakeA new definition on informal sector expands the concept from persons employed in in formal enterprises to also include persons employed in fo rmal (registered) enterprises, but who work on an informal basis. The new definition quantifies the total number of persons employed in the informal sector, whether empl oyed in informal sector enterprises or employed informal ly in formal enterprises. This article presents a description of the results of the measurement of the informal sector thro ugh the Labor Force Surveys.1 ILO paper, "Defining and measuring informal employment"; by Dr. Ralf Hussmanns2 ILO publication "Globalization and Total employment"

PAGE 31

ModusStatistisch MagazineNummer 2 25It is a challenge for, am ong others, po licy makers to get a clear pictur e of the degree of informalisation of labou r also in their own country. This knowledge, we re it present, could serve perhaps as information about the imbalance between econom ic development on the one hand and employme nt relationships on the other. To help shed light on the subject and thereby contribute to this discussion in the Netherlands Antilles, the CBS, by means of a pilot, applied the guidelines of the ne w definition of the informal sector in the Labour Force Surveys of 2004 and 2005. The resu lts would hopefully serve particularly to fu rther promote good labour p olicies. This present article presen ts a description of the results of the measurement of the informal sector in the Labour Force Surveys for the three largest islands in the Netherlands Antilles for the years 2004 and 2005.Definitions Informal sector workers : All persons employed in informal sector ente rprises and persons who work informally in formal enterprises. Informal sector enterprises : Enterprises that are not registered at the Ch amber of Commerce, or who do not have a vendor permit and do not have some form of book keeping. Formal enterprises : Enterprises that are registered at the Cham ber of Commerce and or have vendor permit and who keep some form of bookkeeping. Informalisation of labour : The concept that describes the process at which labour agreements between employers a nd employees do not comply to existing national labour laws.SummaryThe persons wo rking in the informal sector in Curaao, Bonaire and St .Maarten are mainly women. In St.Maarten there are slightly more men in the informal sector than in the other island. The age distribution is such that the informal sector is made up partic ularly of persons older than 35 years. However it is worth mentioning that within the youth employed population, a comparatively larger share work informal than within the older age groups. Most persons in the informal sector work 40 hours or longer per week and say that they are in permanent service. The share that earns less than 1000 guilders per month dominates in Cu raao, however in Bonaire and St.Maarten there exists a tendency for informality to mani fest itself among the mid to higher income groups (2000 guilders and more per month). It is mainly in the Wh olesale and Re tail trade industry that one woul d find persons employed in the informal sector. In Bonaire there is also a high tendency for pers ons to be informally employed in the Public sector. Informal work manifests itself particularly among unskilled workers and craft and related workers, though it appe ars to also manifest itself also among clerks and service workers.Results According to th e new ILO defini tion of the informal sector, the tota l number of informally working persons is s ubdivided into those employed in informal sector enterprises and those employed informally in formal enterprises. For practical reasons the following paragraphs describe in the text only the total informal sector (so both persons employed in informal enterprises and persons working informally in formal enterprises). To compare the islands with each other the tex t describes the structure of the total informal sector for all three island separately and not the percentages withineach category. These last percentages are presented in the rows in the tables so that each island can compare the differences between the different categories. Fo r policy purposes this manor of presenting the results seems the most appropriate. Howeve r where the differences between the different categories reveal remarkable results, some remarks of this developmen t will be made in the text beside the descri ption of the column percentages3.

PAGE 32

ModusStatistisch MagazineJaargang 7 26The results of Curaao and St.Maarten refer to the year 2005 and the resu lts of Bonaire to the year 2004, since in 2005 no Labour Force Survey was held in Bonaire. Table 1 shows that the share of the employed population that works info rmally is different fo r each island. The highest share can be found in St.Maarten with approx imately 34 percent. Fo r Curaao and Bonaire th e percentages are, respectively 21 and 23 percent. There are more women empl oyed in the informal sector than men. This applies particularly to Curaao and Bonaire. Ne arly 60 percent of the informal sector in Curaao consists of women (6362/10843). In Bonaire this is 56 percent (611/ 1082) and in St.Maarten 50 percent (3012/6068). When observing the row percentages the table shows that in Curaao on e quart of the employed women work in the informal sector, in Bonaire the percentage is 26 and in St.Maarten the percentage is higher namely 36. It is striking that the difference in the percentages between males and females in St.Maarten (31 versus 36 percent) is smaller than the same in the other islands. The results in table 2 show that more than three quart of the informal sector in Curaao is 35 years and older, in Bonair e this is 67 percent and in St.Maarten the share is 65 percent. At this point it is inte resting to look at the development within the groups. When looking a t these percentages it appears that within the youth employed population a rela tively large share ( a share almost equal to the shares of the other age groups) of young people wo rk in the informal sector. In St.Maarten th e percentage actually surpasses that of the ot her age groups by 10 points.3 The tables in chapter 2 all apply to the Total Informal Sector. Each of the tables describes the frequency distribution of a variable (column percentages) and it's relationship to the total employed population (row percentages). One should keep in mind that the frequency distributions in the columns are largely the logical effect of the total employed population havin g the same distribution. The perc entages in the text only desc ribe the column percentages. The table also gives a breakdown of the total informal sector into on the one hand the number of persons working in informa l enterprises on the other hand the number of persons employed informally in formal enterprises and the addition of the two, which is the total informal se ctor. However, for practical reasons, the text only describes the total informal sector. The Labour Force Survey is a sample surv ey. The results are therefore prone to be influenced by sampling errors. The very small percentages in the tables (smaller than 5 per cent) should therefore be interpreted with caution.

PAGE 33

ModusStatistisch MagazineNummer 2 27The results in table 3 show that the majority of the informal sector is co mprised of persons with a secondary educati on (MAVO/LBO/VSBO). (The logical reason for this being that this group is also the largest in the total employed p opulation). The percentage is 43 percent in Curaao, 39 percent in Bonaire and in St.Maarten the share is 41 percent. Besides secondary level first stage, a relatively large p ercentage in Curaao ( 25 percent) has higher secondary edu cation so, HAVO/VWO/MBO, in Bonaire this is 32 percen t and in St.M aarten 25 p ercent. Wholesale and retail trade makes up the largest share of the informal sector in Curaao followed by Construction, and Private Households. In Bonaire, on the other hand, it is Public administration, with Education added to that category that comprises the larg est percentage (16 percent), followed by Health and social work (15 p ercent). In St.Maarten the informal sector is made up of p redominately persons employed in the Wholesale and Retail Trade industry (20 percent), followed by the Hotel and Restaurants industry and the Financial/Business services both with 13 p ercent of the employed population in the informal sector. Since economic activity is such an important economical factor, for poli cy purposes it might be interesting to compare also the row percentages besides the column percentages. In Private households in Curaao approximately 85 percent of the total employed population works informally. In Bonaire the sh are is 59 percent and in St.Maarten 60 percent. These results show that Private Households as employers employ p ersons mostly on an informal basis. The informal sector in Curaao consists for 41 p ercent of persons who reply that they are in p ermanent service, followed by casual workers (20 percent) having the second largest share. One should bear in mind though that in the survey; the categories that make up the status in economy unfortunately are not alwa ys mutually exclusive and are prone to multiple forms of interpretation. For example a respondent who according to the Central Bureau of Statis tics’ (CBS) definition should be classified as a ‘casual worker’, in the perception of the re spondent, he/she may consider himself to be ‘s elf-employed’. So in the perception of the respon dent it is a thin line between doing casual work and being selfemployed. In such cases the CBS classifies the

PAGE 34

ModusStatistisch MagazineJaargang 7 28respondent as ‘self-empl oyed’ according to his response, for lack of a better measurement tool. The same conclusions dr awn for the distribution in Curaao can also be applied to the distributions in Bonaire and in St.Maarten. Note that the percentage of informal employers/ self-employed (10 perc ent in Curaao and St.Maarten and 5 percent in Bonaire) in fact reflects the number of informal enterprises. The biggest share of th e informal sector is comprised of unskilled workers followed by trade and craft workers in Curaao and service providers in Bonaire. In St.Maarten and Bonaire on the other hand, servi ce providers have the largest share, followed by unskilled workers. It is striking that on all the islands most persons in the informal sector work 40 hours per week, followed by between 4 and 25 hours per week (almost 30 percent in Cu raao, 19 percent in Bonaire and 16 percen t in St.Maarten). However, as a pe rcentage of the total population, the category ‘ between 4 and 25 hours’ has the largest relative numbers of informal workers, with the excepti on of Bonaire. The percentages are almost 47 percent in Curaao, 56 percent in St.Maarten and 35 pe rcent in Bonaire. In Curaao informality manifests itself mainly among the employed who earn comparatively little per month (0 -1000 guilders). More than 40 percent has an income not higher than 1000 guilders. In Bonaire the largest share (47%) of persons working in the informal sector have an income between 1001 and 2000 guilders per month. In St.Maarten there are two income groups with the same large share (39%) of informally employed persons namely the income category 1001-2000, and 200 0plus guilders.

PAGE 35

ModusStatistisch MagazineNummer 2 29InleidingHet budgetannex armoedeonderzoek is van start gegaan in augustu s 2004 en geindigd in augustus 2005. De meting is verricht op alle eilanden van de Nederl andse Antillen. De resultaten van dit artikel zijn hoofdzakelijk gebaseerd op gegevens verk regen uit de armoedemeting. Informatie ov er het inkomen is verkregen uit het budgetonderzoek. De armoedemeting heef t ten doel: (1) een kwantitatieve bijdrage te leveren ter identificering van de leefsituatie (2) een kader te schepp en ten behoeve van monito ring en evaluatie van de leefsituatie en van het beleid gericht op het bestrijden van armoede. In de armoedemeting is een algemene vraag gesteld over bepaalde symptomen in het dagelijkse leven die door de res pondent of het huishouden als probleem wo rden ervaren, zoals huisvestingen buurt pr oblemen, sociaal-culturele problemen, onderw ijsen werkgelegenheidsproblemen, problemen met de gezondheid, relatie problemen met partner, kinderen, ouders en andere familieleden etc. Het betreft de subjectieve bele ving van situatie s die zich kunnen voordoen. Voor dit ar tikel is een selectie gemaakt van vijf vers chillende problemen, namelijk: 1) armoede/financile problemen 2) voedselen water problemen 3) woningen buurt problemen 4) problemen met het werk en 5) werkgelegenh eidsproblemen Per soort probleem is gekeken in welke mate respondenten met een ho og, midden of laag inkomen de betreffende problemen ervaren. Tevens is nagegaan in hoeverre de bovengenoemde situaties voor komen bij huishoudens waarvan de leden wel of geen lid zijn van een maatschappelijke orga nisatie of groep. Naast bovengenoemd aspect omvat het onderhavige artikel tevens een weerga ve van de kenmerken van hoofde n van huishoudens. Gezien de beperkte om vang van de steekproe f zijn de resultaten ui teraard beperkt tot de steekproef. Dit artikel beschrijft re sultaten voor Bonaire, Curaao en Sint Maarten.Enkele resultaten va n de ArmoedemetingSociale problemen van huishoudensEllen Maduro en Martha VictoriaIn de armoedemeting is een algemene vraa g gesteld over bepaalde problemen die huis houdens in het dagelijkse leven ondervinden, zoals bijvoo rbeeld huisvesting, de buurt, onderwijs, werk, gezo ndheid en relaties. In dit artikel worden enkele van deze problemen onder de loupe genomen en gerelateerd aan bepaalde huishoudkenmerken.

PAGE 36

ModusStatistisch MagazineJaargang 7 30ResultatenBonaireIn het kader van de ar moedemeting zijn op Bonaire 316 huishoudens bezocht bestaande uit 970 leden. Zestig procent van de personen aan het hoofd van een huishouden is ma n en 40 procent vrouw. Ruim 50 procent is in de middelbare leeftijdsgroep (40-59 jaar). Ee n kwart van de hoofden van huishoudens is 60 jaar of ouder. Van alle hoofden he eft 31 procent een opleidingsniveau op havo-ni veau en hoger. Circa een kwart (23%) heeft een inkomen boven de 3000 gulden. De mannelijke hoof den van huishoudens hebben doorgaan s hogere inkomens dan de vrouwen; 25 procen t van de mannelijke hoofden heeft een inkomen van 1000 gulden en minder, terwijl bij de vrouwelijke hoofden 38 p rocent in deze in komenscategorie zit. Van de vijf geselecteerde problemen wordt het armoede/financieel probleem het meest als p robleem ervaren. Van de overige problemen zegt een merendeel van de huishoudens in alle inkomenscategorien geen probleem te hebben. Toch is het opmerkelijk dat bijna een derde deel (31%) van de huishoudens met hoge inkomens met enige armoede/financile problemen wordt geconfronteerd. Van de huishoudens met een middelhoog inkomen heeft 62 procent enige tot veel financile probleme n. Slechts 14 procent van de huishoudens met een laag inkomen geeft aan geen armoede/fina ncile problemen te hebben (tabel 1). Voedselen waterprobl emen komen voor bij een relatief hoge percentage van de huishoudens met een laag en middelhoog inkomen; respectievelijk 45 en 35 procent geeft aan enige tot veel problemen hieromtren t te ondervinden. Hoewel het aandeel huishoudens dat met woningen buurtproblem en wordt geconfronteerd voor de lage en middelhoge inkomenshuishoudens praktisch gelijk is (ruim een vierde deel), is de situatie voor de laagste inkomensgroep nijpender in de zin dat 9 procent veel problemen ondervindt, terw ijl dat bij de huishoudens met middelhoge inkomens 3 procent is. 36 Procent van de huis houdens met een laag inkomen heeft enige (9%) of veel (27%) problemen met de werksituatie. Voor de middelhoge inkomenshui shoudens is dat ruim een vijfde deel. Hoewel de meeste huisho udens in de verschillende inkomenscategorie n zeggen geen prob lemen te ervaren met he t vinden van werk, geeft toch wel 45 procent in de laagste inkomensgroep aan enige/veel prob lemen te ervaren. Meer dan de helft (56% )van de huishoudens waarvan geen enkel lid is aangesloten bij een organisatie of groep, geeft aan enige of veel armoede/ financile prob lemen te ervaren. Voo r de overige huishoudens va rieert dit percentage tussen 49 en 43 procent (tabel 2). Tussen 16 en 32 procen t van de huishoudens heeft te maken met voeds elen waterproblemen,

PAGE 37

ModusStatistisch MagazineNummer 2 31waarvan het hoogste perc entage de huishoudens zonder lidmaatschappen betreft. De huishoudens met 5 of meer lidmaatschappen hebben het minst te make n met woning-, buurten werksituatie problem en. Huishoudens met 3-4 lidmaatschappen c onfronteren in meerdere mate dan de rest probleme n met het werk. Huishoudens zonder, of die me t 3-4 lidmaatschappen, hebben het vaak st problemen aangaande werkloosheid (respectievelijk 24 en 22%) (tabel 2).Curaao Op Curaao zijn 47 1 huishoudens bezocht bestaande uit in totaal 1433 leden. Van de steekproef is 54 procent van de personen aan het hoofd van een huishouden man en 46 p rocent vrouw. Circa 50 procent maakt de el uit van de middelbare leeftijdsgroep. Ruim een derde deel van de hoofden van huishoudens (37%) is 60 jaar of ouder. Van alle hoofden heeft ru im een kwart (27%) een opleidingsniveau op havo-niveau en hoger. Circa een kwart (23%) h eeft een inko men boven de 3000 gulden. De ma nnelijke hoofden van huishoudens hebben door gaans hogere inkomens dan de vrouwen; 24 proc ent heeft een inkomen van 1000 gulden en minder terwijl bij de vrouwelijke hoofden 60 procent in deze inkomenscategorie zit. Bij ruim twee derde deel van de lage inkomenshuishoudens komt mate rile armoede voor (69%). Tevens valt het op dat bijna de helft van de huishoudens met ee n middelhoog inkomen hetzelfde probleem ondervindt (49%). Voedselen waterpr oblemen komen voornamelijk voor bij de hui shoudens met een laag inkomen; namelijk 57 procent. Woningen buurtproblem en worden het minst ervaren. Ook wat dit pr obleem betreft is het aandeel huishoudens met de laagste inkomens het hoogst (25%). Huishoudens met lage inkomens hebben het vaker dan de overige hui shoudens moeilijk als het gaat om de werksitu atie (34%) en werkgelegenheidsproblemen (47%). Bij de huishoudens met middelhoge en hoge inkomens, is het percentage problemen relati ef laag (tabel 3). De huishoudens met meer materile problemen zijn ook de huishouden s met minder dan 5 o f helemaal geen lidmaatsch appen. Circa de helft (49%)van de huishouden s waarvan geen enkel lid is aangesloten bij een organi satie of groep geeft aan enige of veel armoede/financile problemen te ervaren. Voor de overige huishoudens varieert di t percentage tussen 35 en 18 procent, waarbij huis houdens met 5 of mee r lidmaatschappen het laagste percentage hebben (tabel 4). De overige problemen doen zich bij alle huishoudens in mindere ma te voor. Toch is het opmerkelijk dat van de huishoudens waarvan geen enkel lid aangeslo ten is bij een groep o f organisatie bijna een derd e deel enige tot veel voedselen waterpro blemen ondervindt.

PAGE 38

ModusStatistisch MagazineJaargang 7 32Woningen buurtproblem en komen het vaakst voor bij huishoudens z onder lidmaatschappen (17%) en het zijn dezelf de huishoudens die het vaakst problemen ervaren met het werk (20%) en met werkloosheid (25%) (zie tabel 4). Sint Maarten In het kader van de armo edemeting zijn op Sint Maarten 368 huishoudens bezocht bestaande uit 1088 leden. Van het aantal hoofden van huishoudens is 64 p rocent man en 36 procent vrouw. Meer dan de helft (58%) is in de middelbare leeftijdgroep (40-59 jaar). Bijna een kwart van de hoofden van huishoudens is tussen 15-39 jaar. Van alle hoofden heeft 17% een opleidingsniveau op havo-niveau en hoger. Circ a een kwart (23%) heeft een inkomen boven de 3 000 gulden. Bijna de helft is in de inkomenscategorie van 1001-3000. De mannelijke hoofden van huishoudens hebben doorgaans hogere inkom ens dan de vrouwen; 21 procent van de mannelijke hoofden heeft een inkomen van 1 000 gulden en minder, terwijl bij de vr ouwelijke hoofde n 43 procent in deze inkomenscategorie zit. Zoals bij Bonaire en Cu raao komt het armoedep robleem het vaakst voor. Bijna 60 procent van de lage inkomenshuish oudens ondervindt dit p robleem. Het is tevens opmerkelijk dat van de huishoudens met middelhoge en hoge inkomens, respectievelijk 46 en 32 procent enige of veel armoede/financile problemen ondervindt. Huishoudens ondervinden in meer of minder gelijke mate problemen met het werk. Wat de werkgelegenheid betreft geeft een kwart van de lage inkomenshuishoude ns aan problemen te ervaren. De huishoudens met 5 of meer lidmaatschappen ervaren in iets meerdere mate (45%) materile problemen dan de overig e huishoudens. Voor de overige huishoudens vari eert dit percentage tussen 39 en 41 procent. Ook hier doen de overige problemen zich in mindere mate voor. Wat de voedselen waterproblemen betreft blijkt in het geval van huishoudens met 5 of meer lidmaatschappen dit probleem vaker voo r te komen dan bij de andere huishoudens. Woningen buurtproblem en komt het minst voo r b ij huishoudens wa ar geen enkel persoon lid is van een organisatie. Bij de overige huishoudens doen deze problemen de categorien enige en veel samengenomen zich min of meer gelijke mate voor. De huishoudens die het minst problemen ervaren met het werk zijn die zonder lidmaatschappen. Tevens ondervinden deze huishoudens alsmede die met 3-4 lidmaatsch appen het mi nst problemen aangaande werkgelegenheid. Tot slotHet zijn voornamelijk de huishoudens met lage inkomens die enige tot veel problemen ervaren met betrekking tot de ge selecteerde problemen. Armoede en financ ile problemen zijn de meest voorkomende problemen in het dagelijkse leven van de huishoudens die in de steekproef zijn gevallen. Hoewel voorna melijk de lage inkomenshuishoudens armoede/ financile problemen ondervinden, zijn de pe rcentages voor de huis-

PAGE 39

ModusStatistisch MagazineNummer 2 33houdens in de overige inkomenscat egorien relatief hoog. Door de respondenten in Bonaire wordt hieromtrent een nega tiever beeld geschetst dan die op de overige eilanden. Het tweede meest voorkomend probleem heeft betrekking op vo edsel en water. Het aandeel huishoudens met een laag inkomen dat voedselen waterproblemen confronteert is in Sint Maarten veel kleiner da n het percentage in Bonaire en Curaao. Tabel 7 laat tevens zien dat vergeleken met de twee andere eilanden, de p roblemen met betrekking tot woning en buurt, het werk en vinden van werk, voor bijna alle inkomenscategorien, zich minder tot veel minder bij huishoudens in Sint Maarten voordoen. Uit tabel 8 blijkt voor Bonaire en Curaao dat hoe lager het pe rcentage huishoudens met financile problemen, hoe meer lidmaatschappen pe r huishoudens. Opmerkelijk is dat in Si nt Maarten juist het grootste aandee l huishoudens met enige of veel financ ile problemen vijf of mee r lidmaatschappen heeft. Voor de overige problemen tonen de resultaten van Sint Maarten en Bonaire geen bijzonde r patroon. Voor Cu raao echter blijkt telkens dat het aandeel huishoudens zonder lidmaatschappen het grootst is als he t gaat om huishoudens met enige tot veel problemen.

PAGE 40

ModusStatistisch MagazineJaargang 7 34Resultaten C orruptiemeting 2005Perceptie van corruptie in Sint MaartenEllen MaduroDe "Transparency Internat ional Global Corruption Barometer" is in 64 landen uitgevoe rd. Een dergelijke grootschalige exercitie geeft in zicht in de wi jze waarop men wereldwijd tegen c orruptie aankijkt. Respondenten in de meeste la nden zijn van mening dat de p olitieke partijen he t levensterrein is wa ar corruptie zich het vaakst voordoet Hoe zit dat in Sint Maarten?InleidingIn vorige edities van de Modus zijn de resultaten van de corruptiemeting in Bonaire, Curaao en Sint Maarten gepubliceerd met betrekking tot de volgende vraagstelling: 1. Hoe ernstig is volgens u de invloed van corruptie op dit eiland op uw pers oonlijk en gezinsleven, het bedrijfs leven, de politiek, de normen en waarden in de maatschappij? 2. Denkt u dat de ma te van corruptie de komende drie jaar zal veranderen? 3. Indien u met een toverstok corruptie zou kunnen verwijderen uit instituten, welke zou dan uw eerste keuze zijn? Voor Bonaire en Curaao zijn de resultaten internationaal bekeken. Te vens zijn de resultaten van drie eilanden met elkaar vergeleken. In deze editie worden de resultaten van het eiland Sint Maarten in intern ationaal en regionaal p erspectief geplaatst.Perceptie corruptie Sint Maarten in internationaal perspectiefIn 2003 is door Transpar ency International (TI) voor het eerst in 48 landen een corruptie p erceptie meting verric ht. In 2004 is wederom over de hele wereld de “Transparency International Global Corrup tion Barometer” uitgevoerd, nu in 64 landen. Volgens TI geeft een dergelijke grootsc halige exercitie inzicht in de wijze waarop men wereld wijd tegen corruptie aankijkt. Respondenten in de mees te landen zijn van mening dat de politieke pa rtijen het levensterrein is waar corruptie zich het vaakst voordoet. De politieke partijen worden ook het vaakst genoemd als eerste keuz e voor eliminering van corruptie. In de meting van 2003 worden de politieke partijen als instituut gevolgd doo r gerecht en politie als inst ituties waar men in de eerste plaats corruptie gelimineerd wilt zien. In 2004 komt het parlement op de tweede plaats en delen politie en gere cht de derde plaats. In Sint Maarten wilt ruim een derde deel van de respondenten in de eers te plaats politieke corruptie gelimineerd zien. Immigratie en het onderwijssysteem komen op de tweede en derde plaats, gevolgd door de politie met respectievelijk 12, 11 en 10 procent.Perceptie van de verschillende groepenIn de Transparency International Global Corruption Barometer va n 2004 blijkt dat

PAGE 41

ModusStatistisch MagazineNummer 2 35 j ongeren en lage inkomensgroepen een negatievere perceptie hebben te n aanzien van corruptie. Voor Sint Maarten gaat d it niet helemaal op. Wat betreft perceptie van corruptie op de vier levensterreinenen blijkt dat de variabele “leeftijd” geen rol speelt als het om persoonlijk en gezinsleven en normen en waarden gaat. Ten aanzien van het bedrijfsleven is het aandeel ouderen met een negatiev e kijk hoger dan dat van de jongere leeftijdsg roepen. Wat de politieke p artijen betreft zijn de jongere leeftijdsgroepen (15-39, 40-59) in gelijke mate ietwat negatiever in hun perceptie dan de 60-plussers. Ten aanzien van met name het persoonlijk en -gezinsleven menen respon denten met een lager inkomen vaker de invl oed van corruptie als ernstig/zeer erns tig te ervaren. Ten aanzien van de verwachting over verandering in het corruptienive au zijn de uitkomsten niet helemaal overeenkomst ig de internationale bevindingen. De jonger e respondenten drukken zich negatiever uit over de toekomstverwachting. Anderzijds schijnt het inkomen geen rol te spelen bij de toekomstverwachting. Veertig procent van de j ongeren in Sint Maarten vindt dat eliminering van politieke corruptie de hoogste priorite it heeft. Voor de overig e leeftijdsgroepen is dat percentage lager. Verder is geen samenh ang te zien tussen het inkomen en de priorite itskeuze van de respondenten voor de elim inering van corruptie.Vergelijking Carabisch gebied en internationaalMening ten aanzien va n de invloed van corruptie op vier levensterreinenOnderling zijn er grote verschillen tussen landen ten aanzien van de mening over de mate waarin corruptie invloed heeft op de vier verschillende levensterreinen. Respond enten uit de Carabische landen menen vake r dan gemiddeld dat ze in hun priv sfeer ernstig tot zeer ernstig getroffen worden door corruptie.

PAGE 42

ModusStatistisch MagazineJaargang 7 36 Voor de drie eilanden van de Nederlandse Antillen is voor alle le vensterreinen de respons negatiever vergeleken met het internationale gemiddelde. De Dominicaanse Republiek verschilt in deze van de drie eilanden; wat betreft de p olitieke partijen en norm en en waarden liggen de percentages lager da n het internationale gemiddelde. Vergeleken met Bonaire en Curaao zijn de resultaten van Sint Maar ten het minst negatief. De antwoorden van respondenten in de Dominicaanse Republiek zijn evenwel het minst negatief.Verwachting voor de nabije toekomst Volgens het internationa le gemiddeld e verwacht ruim twee op de vijf respondenten (iets en veel samengenomen is 42%) dat corruptie op korte termijn zal toenemen. De metingsresultaten va n Bonaire en Curaao liggen tegen het gemiddelde aan, terwij l voor de Dominicaanse Republiek het percentage (46%) vier procentpunt en hoger ligt. Een kleiner aandeel van de respondenten in Sint Maarten heeft negatieve verwachtingen. De uitkomst van de steekproef is circa 30 procent. Eliminering van corruptie Respondenten wereldwijd willen voor namelijk dat binnen de politieke pa rtijen corruptie gelimineerd wordt. Het algeme ne gemiddelde is 30 procent. Vervolgens vindt circa 14 procent dat in de eerste plaats corrup tie binnen het gerecht gelimineerd dient te wo rden en besc houwt bijna 12 procent het als hoogste prioriteit dat men corruptie binnen het politie apparaat oplost. In Bonaire en Curaao wil maar liefst de helft corruptie binnen de polit ieke partijen gelimineerd zien. De respons va n de respondenten in Sint Maarten en de Domi nicaanse Republiek ligt wat dichter bij het inte rnationale gemiddelde. Wat het gerecht als prioriteit betreft, valt het op dat maar amper 3 procent van de respondenten in Sint Maarten corruptie bi nnen dit instituut als een ernstig probleem ziet. Vergeleken met het inte rnationale gemiddelde valt het op dat responde nten in Bonaire en Curaao het corruptieprobl eem bij de politie als nijpender ervaren. Relati ef twee maal zoveel respondenten vinden in de eerste plaats dat corruptie binnen dit appa raat hoog nodig moet worden opgelost. De re spons van Sint Maarten ligt dichter bij het inte rnationale gemiddelde, terwijl het het resultaa t voor de Dominicaanse Republiek ongeveer 7 pr ocentpunten lager is.