Citation
Modus Jaargang 8 Nummer 1

Material Information

Title:
Modus Jaargang 8 Nummer 1

Subjects

Genre:
serial ( sobekcm )

Record Information

Source Institution:
Central Bureau of Statistics Curaçao
Holding Location:
Central Bureau of Statistics Curaçao
Rights Management:
All applicable rights reserved by the source institution and holding location.

Downloads

This item is only available as the following downloads:


Full Text

PAGE 3

ModusStatistisch MagazineNummer 1 iIn dit nummerRedactioneel.........................................................iii Verkeer en verkeersveiligheid in Curaao..........1 Migranten in de Nederlandse Antillen deel 2.....5 Resultaten Conjunctuurenqute 1e halfjaar 2007.............. ............... ............. ........... .......... .......12 Personal Income in Curaao ............ .......... .......18 Foreign Trade Statistics Of The Leeward Islands In 2006.............................22 De lopende rekening van de betalingsbalans, internationale vergelijking....29 Household Income Distribution in Cur aao...........................................................33

PAGE 4

ModusStatistisch MagazineJaargang 8 iiVerklaring va n de tekens0 of 0,0Minder dan de helf t van de gekozen eenheid -Nul .onbekend (blank)Een waarde kan op logisch grondslagen niet voorkomen

PAGE 5

ModusStatistisch MagazineNummer 1 iii D e economie van Bonaire draait g oed, naar de mening van de ondernemers. Alle signalen staan op groen: verbet erde concurrentiepositie en ee n hoog vertrouwen in de toekomst, om er maar twee te noemen. Ook in Curaao vinden ondernemers dat de ec onomie de goede kant op gaat. Da t mag ook wel, want jarenlang was er sprake van weinig of geen groei. Zeer voorlopige cijfers over de rele economische groei van beide eilanden in 2007 wijzen er op dat de meningen van de ondernemers met de werkelijkheid sporen. I n Europa bestaat het systeem van conjunctuurindicatoren al vele jaren. Daaruit worden s amengestelde indicatoren zoals het ondernemersvertrouwen en het consumentenvertrouwen g econstrueerd, die volop belangs telling genieten van media en van marktanalist en. Het ondernemersvertrouwen blijkt namelijk een goede voorspeller van de actuele ontwikkelingen in de economie te zijn. Meningen van ondernemers doen er dus wel degelijk toe. Voor hen, de ondernemers, is kennis van de markt een belangrijk onderdeel van de potenti e om met hun bedrijf te overleven en te g roeien. D e conjunctuurenqute probeert het gevoel voor het ondernemersklimaat door middel van kwalitatieve vraagstelling in kaart te brengen. Door toetsing van de resultaten aan de werkelijkheid van de financile uitkomsten kan ook voor de Nederlandse Antillen de relatie tussen meningen en cijfers, tussen voorspelli ngen en realisaties, onderzocht worden. De enqute loopt nu al een aantal jaren, en er is nu zicht op zekere ontwikkelingen. Zo blijkt dat in 2003, bij de start van de conjunctuurenqute, het ondernemersvertrouwen in Curaao duidelijk lager was dan in Bonaire, maar dat dit vertrouwen in de jaren daarna sneller toegenomen is in Curaao dan in Bonaire, zodat in de laatste metingen het verschil bepaald gering te noemen is. Voor wat het investeringsklimaat betreft is er op beide eilanden sprake van een trendmatig stijgende lijn in de beoordelingen van on dernemers. De groei van de economie vormt een van de pijle rs van het beleid van de overheid met betrekking tot de armoedebestrijding. Hoewel er nog geen formele armoedegrenzen bestaan voor de eilanden van de Nederlandse Antillen een multi-disciplinaire werkgroep onder voorzitterschap van het CBS hoopt binnenkort wel voorstellen daartoe te presenteren wijzen indicatoren met betrekking tot de inkomensverdeling zoals deze eerder en ook in dit nummer van Modus zijn gepresenteer d, op een grote groep huishoudens die met een laag inkomen rond moeten zien te komen. In dit nummer wordt bijvoorbeeld aangegeve n dat de 20 p rocent armste huishoudens, he t laagste quintiel, in Curaao ongeveer 3 procent van het totale inkomen verdienen, tegenove r ongeveer 50 procent dat he t hoogste quintiel verdient. Na jarenlang de verkoopprijs van M odus op een laag niveau te hebben gehouden zien wij ons genoodzaakt, vanwege interne bedrijfskosten en inflatie, om de p rijs ervan meer dan voorheen op de kostprijs te baseren. Me t ingang van deze jaargang is z owel de abonnementsprijs als de losse-verkoopprijs aangepast. D e redactie hoopt dat dit niet uw leesplezier zal benvloeden. ColofonUitgave: Centraal Bureau voor de Statistiek Redactie: Francis Vierbergen Maureen Bergwijn-Blokland Mike Jacobs Maria Duyndam Harely Martina Adres: Fort Amsterdam, Willemstad, Curaao, Nederlandse Antillen Telefoon: (599 9) 4611 031 Fax: (599 9) 4611 696 E-mail: info@cbs.an Website: www.cbs.an Auteursrechten: Het overnemen van (delen) van deze publicatie is slechts toegestaan mits voorzien van een volledige bronvermelding Abonnementen: Modus verschijnt vier maal per jaar. De abonnementsprijs bedraagt NAFL. 40,(exclusief portokosten). Losse nummers kosten NAFL. 15,Redactioneel

PAGE 6

ModusStatistisch MagazineJaargang 8 iv

PAGE 7

ModusStatistisch Magazine Nummer 1 1Verkeer en verkeersveiligheid in CuraaoEllen Maduro-JeandorWat de meer ernstige ongelukken betreft waarbij de politie assistentie verleent is sprake van een daling, terwijl het aantal verkeerson g evallen met een g eli j k p ercenta g e is toe g enomen. De ci j fers inzake het aantal g ewonden van bi j de politie geassisteerde ongevallen laten een afname zien, om vervolgens weer toe te nemen. Het aantal doden per jaar fluctueert behoorlijk. Van de 25 doden in 2006 waren er 9 gevallen van dood door schuld.n de vori g e editie van Modus werd in een artikel over het verkeer aandacht besteed aan dat g ene wat er mis kan gaan wanneer de verkeerscomponenten niet op elkaar ingesteld zijn, namelijk de verkeerson g elukken. Het g in g onder andere om het totaal aantal verkeerson g elukken, het ti j dsti p waaro p on g elukken p laatsvinden, de leefti j d van de p ersonen betrokken bi j een on g eluk en verkeerson g elukken met dodelijke afloop. In het huidi g e artikel wordt nader in g e g aan o p de verkeerssituaties, waarbi j aandacht wordt g eschonken aan de door de p olitie af g ehandelde verkeerson g elukken en bi j behorende omstandi g heden. De p olitie wordt betrokken bij de meer zware ongelukken en ong elukken waarbij slachtoffers letsel hebben opgelo p en. Curaao Road Services (CRS) is de instantie die assi stentie verleent bi j alle on g elukken (van kleine tot ernstige). Voorts worden de ci j fers van de Vereni g in g Veili g Verkeer omtrent slachtofferscha p g erelateerd aan het door de CRS g ere g istreerde on g elukken p er j aar. Tevens wordt meldin g g emaakt van de we g en in Curaao waarop de meeste ongelukken hebben plaatsgevonden.I

PAGE 8

ModusStatistisch MagazineJaargang 8 2Politie geassisteerde verkeersongevallen Tabel 1 geeft een overzicht van het aantal door de politie afgehandelde verkeersongelukken per jaar. Over een periode van 7 jaar (20002006) komt dit neer op een gemiddelde van circa 915 ernstige aanrijdingen per jaar. In die periode is het aantal verkeersongelukken waarb i j de p olitie assistentie heeft verleend gedaald met 627, of te wel 44 procent, terwijl het aantal verkeersongevallen is toegenomen met eenzelfde 44% (van 5885 in 2000 naar 8480 in 2006). Bij zo'n enorme stijging van het totale aantal verkeersongelukken zou men juist een stijging verwachten van het aantal ernstige ongelukken. Dit zou kunnen betekenen dat door bepaalde verkeersmaatregelingen het aantal ernstige ongel ukken inderdaad is afgenomen. Een duidelijke interpretatie van de data ontbreekt. Van de ernstige ongelukke n registreert de politie het aantal gewonde slachtoffers. Vergeleken met de j aren 2000 en 2001 heeft men in de p eriode 2002 t/m 2005 in verhoudin g tot het aantal af g ehandelde on g evallen veel minder g ewonden g ere g istreerd. Vol g ens een p olitiewoordvoerder zou dat te maken hebben met het feit dat inzittenden meer en meer g ebruik maken van de veiligheidsriem alsmede met een daling van het aantal aangereden voet g an g ers. In 2006 is echter weer een sti jg in g te constateren. Slechts een tweetal overtredin g en die g ere g istreerd worden bij de ernstige ongelukken, staan vermeld in de tabel, nameli j k, ri j den onder invloed van alcohol en doorrijden na een aanri j din g Van de overi g e overtredin g en is helaas geen informatie beschikbaar. Doorrijden na een aanri j din g komt vri j vaak voor. Bi j ernsti g e on g elukken g ebeurt dat g emiddeld in vier van de tien g evallen. Wellicht li g t het g emiddelde ho g er indien men alle verkeersongelukken in beschouwing neemt.

PAGE 9

ModusStatistisch Magazine Nummer 1 3Als het gaat om rijden onder invloed van alcohol, zijn de percentages veel lager, gemiddeld circa 6 procent. Het gemiddelde ligt mogelijkerwijs hoger. Bij het doorrijden na een ongeluk is het immers niet mogelijk alle gevallen waarbij de personen onder invloed zijn van alcohol te achterhalen. In 2006 is door de rechter 9 maal "dood door schuld" uitgesproken. Zet men dit af tegen het aantal verkeersdoden in 2006 (25), dan komt dit neer op ruim een derde deel.Situatie van de slachtoffers zoals door de VVV geregistreerdVereniging Veilig Verkeer registreert de mate van ernst voor wat betreft de situatie van de slachtoffers. Slachtoffers zijn alle personen die met de ambulance worden vervoerd. Het aantal personen dat in het ziek enhuis is opgenomen, vormt een onderdeel hiervan. Opgemerkt dient te worden dat hier een ander concept wordt gebruikt dan door de politie bij de registratie van slachtoffers. Het aantal gewonden zoals opgenomen in tabel 1 blijkt in ieder geval een onderdeel te zijn van het aantal slachtoffers in tabel 2. Tabel 2 geeft een overzicht per jaar van het aantal slachtoffers als aand eel van het aantal geregistreerde ongelukken. Tussen 2001 en 2005 is een dalende trend te zien (van 21.8 naar 10.6 procent). In 2006 is sprake van een stijging (12.2 procent). In dat jaar is ook een stijging waar te nemen van het percentage slachtoffers dat in het ziekenhuis werd opgenomen (2,9 procent). Dit zou een indicatie kunnen zi j n van het meer ingrijpende karakter van de ongelukken. De omgeving In het vori g e artikel werd de om g evin g g enoemd als n van de com p onenten van het we g verkeer. De om g evin g heeft te maken met de aanle g de we g en, het onderhoud van het we g dek, de aanwezi g heid van verkeersborden en -lichten en andere benodi g de si g nalen, rotondes, etc. Naast onverantwoord g edra g van deelnemers aan het verkeer kunnen ook om g evin g sfactoren tot on g elukken leiden. De overheid zor g t voor de nodi g e voorzienin g en en sche p t maatre g elen teneinde het verkeers g ebeuren in g oede banen te leiden. Een voorbeeld hiervan zi j n de rotondes die o p verschillende p lekken worden aan g ele g d. Registratiegegevens over de lokatie van ongelukken g even een beeld van de mate van verkeersveili g heid van de verschillende lokaties. Helaas ontbreekt een volledi g beeld van on g elukken p er lokatie. Wel zi j n voor het j aar 2006 de we g en g ere g istreerd waar de meeste

PAGE 10

ModusStatistisch MagazineJaargang 8 4verkeersongevallen zich hebben voorgedaan. De "Top Tien" is weergegeven in tabel 3. De meeste ongevallen vinden plaats op langere wegen zodat niet onmiddelijk duidelijk is of het aantal ongevallen een relatie heeft met de onveiligheid van debetreffende weg. Zo vonden er in 2006 op de relatief korte Jan Noorduynweg 178 ongevallen plaats, terwijl er op de lange Weg naar Westpunt 307 aanrijdingen werden geregistreerd, minder dan het dubbele, terwijl de laatste weg vele malen langer is. Andere factoren zoals snelheid spelen hier ook een rolSamenvattendVerkeersstatistieken worden uit verschillende b ronnen verkre g en. De conce p ten waarover informatie wordt bijgehouden zijn voor een deel per bron verschillend. Een voorbeeld hiervan b etreft slachtofferscha p bi j verkeerson g elukken. Registratie van al dan ni et zwaar gewond zijn levert niet hetzelfde op als registratie van het al dan niet opgenomen zijn in het ziekenhuis. Wat de meer ernsti g e on g elukken betreft waarbi j de p olitie assistentie verleent is s p rake van een dalin g terwi j l het aantal verkeerson g evallen met een g eli j k p ercenta g e is toe g enomen. De ci j fers inzake het aantal g ewonden van bi j de politie geassisteerde ongevallen laten een afname zien, om vervol g ens weer toe te nemen. Deze ci j fers worden in figuur 1 grafisch weergegeven. Het aantal doden p er j aar fluctueert behoorli j k, met een g emiddelde van rond de 23 voor de j aren die in de anal y se zi j n o pg enomen. Van de 25 doden die in 2006 vielen waren er 9 dood door schuld. Het aantal g ewonde slachtoffers als aandeel van het aantal on g elukken vertoont tot en met 2005 een dalende trend, om in 2006 weer te g aan stijgen. Het aantal slachtoffers, al dan niet o pg enomen in het ziekenhuis, uit g edrukt als p ercenta g e ten o p zichte van het aantal on g elukken, toont een min of meer dalende trend.

PAGE 11

ModusStatistisch Magazine Nummer 1 5Migranten in de Nederlandse Antillen (2)Sabrina DinmohamedIn dit artikel is de p ositie van de totale g roe p mi g ranten ten aanzien van de g ebieden onderwi j s, arbeid en inkomen ver g eleken met dat van het Antilliaanse deel van de bevolkin g Er zi j n g rote sociaal-economische verschillen binnen de migrantengroepen. Migranten uit het Caribische gebied bijvoorbeeld worden gekenmerkt door een lage schoolparticipatiegraad voor jongeren (16-24jr), een laag opleidingsniveau, een hoge arbeidsparticipa tie, een hoog werkloosheidspercentage, een hoog aandeel werkenden en een laag gemiddeld inkomen. Migranten uit Europa en Noord Amerika kennen een hoge schoolparticipatiegraad, een hoog opleidingsniveau, een la g ere arbeids p artici p atie g raad, een laa g p ercenta g e werklozen, een la g er aandeel werkenden en een hoo g g emiddeld inkomen voor de werkenden. n het voor g aande nummer van Modus zi j n de demo g rafische kenmerken van mi g ranten in de Nederlandse Antillen op basis van de in 2001 gehouden Census beschreven. De volgende onderwer p en zi j n hierbi j aan bod g ekomen: aantal mi g ranten, land van herk omst, nationaliteit, g eslacht, leeftijd en burgerlijke staat. In dit nummer zal de sociaal-economische p ositie van mi g ranten in de Nederlandse Antillen beschreven worden. Dit zal gedaan worden aan de hand van de volgende onderwerpen: onderwijs, arbeidsmarktsituatie en inkomen. Hierbi j is de mi g rant g edefinieerd als een ieder die in de Nederlandse Antillen woont, maar niet g eboren is in de Nederlandse Antillen. Personen g eboren in de Nederlandse Antillen worden aangeduid als Antillianen. I

PAGE 12

ModusStatistisch MagazineJaargang 8 6Onderwijs SchoolparticipatiegraadDe schoolparticipatiegraad geeft de verhouding weer tussen het aantal deelnemers aan dagonderwijs en de totale populatie. Uit tabel 1 blijkt dat de schoolparticipatiegraad voor de totale migrantengroep 17 procent en voor Antillianen 31,4 procent is. De schoolparticipatie in de leeftijdsgroep 6-15 jaar is voor beide groepen hoog: migranten 97,6 procent versus Antillianen 99,5 procent. Verschillen in schoolparticipatie zijn met name te zien in de leeftijdsgroep 16-24 jaar. De schoolparticipatie van migrantenjongeren (33,7%) in deze leeftijdsgroep is duidelijk lager dan de schoolparticipatie van Antilliaanse j on g eren (52,3%). Men kan concluderen dat migrantenkinderen over het algemeen korter in de schoolbanken blijven dan Antilliaanse kinderen. Naar de oorzaken hiervan zal verder onderzoek gedaan moeten worden. Cijfers over de migrantengroep geven een totaalbeeld van alle migrantengroepen tezamen. In werkelijkheid bestaat de migrantensamenleving in de Nederlandse Antillen uit personen afkomstig van uiteenlopende regio's. Het is daarom belangrijk om na te gaan wat de specifieke situatie is van migranten afhankelijk van de regio of het land waar ze van afkomstig zijn. Tabel 2 g eeft informatie over de school p artici p atie van mi g ranten g es p ecificeerd naar g eboortere g io van migranten. Als men ki j kt naar de g eboortere g io's van de mi g ranten dan kan er g econcludeerd worden dat de p artici p atie g raad van mi g rantenkinderen afkomsti g uit Euro p a en Noord-Amerika in alle leefti j ds g roe p en ho g er is dan die van mi g rantenkinderen uit het Caribische g ebied en Zuid-Amerika. Migrantenjongeren uit het Caribische g ebied, Zuid Amerika en Azi sto pp en eerder met school dan die uit Europa of NoordAmerika. Tabel 3 g eeft een overzicht van de g rootste migrantengroepen voor wat betreft schoolp atrici p atie. Uit de tabel valt af te leiden dat er tussen de diverse landen van herkomst g rote verschillen in de school p artici p atie g raad van

PAGE 13

ModusStatistisch Magazine Nummer 1 7migrantenjongeren zijn. Er is voor gekozen om de grootste migrantengroepen te bespreken. Voor de leeftijdsgroep 6-15 jaar geldt voor j on g eren uit Nederland een school p articipatiegraad van 100 procent; Hati scoort voor deze leeftijdsgroep het laagst met een participatiegraad van 91,7 procent. De verschillen worden met name duidelijk bij de leeftijdsgroep 16-24 jaar. Migranten uit de VS (70,6%), Nederland (65,6 %) en Suriname (51,5%) he bben zeer hoge particpatiecijfers vergeleken met migranten uit Hati (20%) en Jamaica (14,6%). Antillianen in de leeftijdgroep 16-24 jaar nemen een tussenpositie in met een participatiegraad van 52,3 procent.OpleidingniveauEen belangrijke indicator op onderwijsgebied is de hoogst gevolgde opleiding van respondenten die momenteel niet meer schoolgaand zijn. Tabel 4 g eeft een ver g eli j kin g van het o p leidin g sniveau van migranten en Antillia nen. Binnen de migranten g roe p heeft 53,6 p rocent een laa g tot la g er middelbaar o p leidin g sniveau. Bi j Antillianen is dit 74,2 p rocent. Anderzi j ds heeft 39,6 p rocent van de mi g ranten een o p leidin g g evol g d o p ho g er middelbaar/hoo g niveau; voor Antillianen is dit 22,6 p rocent. Antillianen hebben ver g eleken met de totale mi g ranten g roe p een minder g oede opleidingssituatie. Tabel 5 g eeft een beeld van de o p leidin g ssituatie van mi g ranten p er g eboorte-re g io. Mi g ranten uit het Caribische gebied he bben het laagste opleidin g sniveau: 24,1 p rocent heeft een ho g er middelbaar/ho g e o p leidin g Mi g ranten uit Noord-Amerika hebben het hoogste opleidingsniveau: 83,7 procent heeft een hoger middelbaar/ hoge opleiding.

PAGE 14

ModusStatistisch MagazineJaargang 8 8Als er in tabel 6 gekeken wordt naar de migranten uit specifieke landen zi et men dat slechts 14 procent van migranten uit Hati een hoger middelbaar/hoog opleidingsniveau heeft. Voor wat betreft migranten afkomstig uit de Verenigde Staten heeft 86,6 procent een hoger middelbaar/ hoog opleidingsniveau.ArbeidsmarktsituatieParticipatiegraadDe arbeidsparticipatiegraad wordt gedefinieerd als het aandeel van de beroepsbevolking op de totale bevolking. De participatiegraad geeft aan hoe actief de populatie zich op de arbeidmarkt b ewee g t. De p artici p atie g raad voor mi g ranten is 59,9 procent en voor Antillianen 41,6 procent (tabel 7). Volgens tabel 8 hebben migranten uit het Caribische gebied de hoogste participatiegraad (67,3%); migranten uit de regio Noord-Amerika hebben de laagste participatiegraad (35,3%). Als men naar specifieke landen kijkt (zie tabel 9) dan b li j kt dat met name mi g ranten uit Hati (78,7%), J amaica (74,7%) en de Dominicaanse Re p ubliek (63,9%) in hoge mate deelnemen aan de arbeidsmarktWerkloosheidspercentageHet werkloosheids p ercenta g e is bi j mi g ranten la g er dan bi j Antillianen, res p ectieveli j k 12,7 en 15,5 p rocent. Onder de mi g ranten g roe p zi j n er g rote verschillen: de werkloosheid is laa g onder mi g ranten uit Azi (3.1%), Euro p a (4,2%) en Noord-Amerika (5,2%). De werkloosheid is relatief hoo g onder mi g ranten uit het Caribische Gebied (16,6%) en Zuid-Amerika (11,4%). Mi g ranten uit de vol g ende landen kennen een ho g e werkloosheid: Hati (22,8%), Dominicaanse Republiek (21,5%) en Colombia (15,8%)Percentage werkendenHet p ercenta g e werkenden drukt de verhoudin g uit tussen het aantal werkenden en de totale p o p ulatie. Het p ercenta g e werkenden onder de mi g ranten bedraa g t 52,3 p rocent; onder de Antillianen is dit 35,1 p rocent. Mi g ranten uit de re g io's Azi (59,1%), Caribische Gebied (56,1%) en Zuid Amerika (49,7%) hebben een hoog percenta g e werkenden onder zich. Mi g ranten uit

PAGE 15

ModusStatistisch Magazine Nummer 1 9 J amaica (64,3%) en Hati (60,7%) kennen de hoogste percentages werkenden.InkomenHet bruto maandinkomen van de werkende b evolkin g g eeft een indicatie va n de financile positie van de betreffende populatie. De tabellen 10,11 en 12 geven hiervoor de cijfers. De inkomensverdelin g van werkende mi g ranten en werkende Antillianen vertoont g een g rote verschillen. Van de mi g ranten zit 57,9 p rocent in de la g e inkomens g roe p van 0-2.000 g ulden; bi j de Antilliaanse bevolkin g is dit 54,2 p rocent. Ook voor de overige inkomensklassen lopen de percenta g es niet er g uiteen. Een berekenin g van het g emiddelde maandinkomen levert het vol g ende resultaat: het g emiddelde inkomen van de

PAGE 16

ModusStatistisch MagazineJaargang 8 10migrantengroep is 2.776 gulden tegenover 2.438 gulden bij Antillianen. Een benadering van de migrantengroep onderverdeeld naar regio la at het volgende zien. Een groot deel van migranten uit de regio's Caribische Gebied (70,2%), Zuid Amerika (59%) en Azi (53,4%) zit in de inkomenklasse van 02.000 gulden. Het gemiddelde maandinkomen van deze migrantengroepen bedraagt respectievelijk 1.965 gulden, 2.505 gulden en 3.029 gulden Migranten afkomstig uit Noord-Amerika en Europa hebben de hoogste gemiddelde inkomens: respectievelijk 5.304 gulden en 5.276 gulden. Migranten uit de Dominicaanse Republiek (83,2%), Hati (84,4%), Colombia (81,4%) en J amaica (81,7%) zitten vooral in de inkomensklassen 0-2.000 gulden. Mi g ranten uit de Vereni g de Staten (5.664 g ld.) en Nederland (5.829 gld.) hebben het hoogste gemiddelde maandinkomen. Daarente g en hebben mi g ranten uit Hati (1.432 g ld.), Jamaica (1.506 g ld.), Colombia (1.605 g ld.) en de Dominicaanse Re p ubliek (1.484 g ld.) het laagste gemiddelde maandinkomen.ConclusieMi g ranten zi j n in dit artikel g edefinieerd als p ersonen die woonachti g zi j n in de Nederlandse Antillen, maar niet g eboren zi j n o p een van de eilanden van de Nederlandse Antillen. In 2001 bestaat de bevolkin g van de Nederlandse Antillen (175.652) voor on g eveer een kwart uit mi g ranten (46.358). In dit artikel is de p ositie van de totale g roe p mi g ranten ten aanzien van de g ebieden onderwi j s, arbeid en inkomen ver g eleken met dat van het Antilliaanse deel van de bevolkin g Een der g eli j ke beschri j vin g g aat

PAGE 17

ModusStatistisch Magazine Nummer 1 11echter voorbij aan de gr ote sociaal-economische verschillen die er binnen de migrantengroep zijn. De sociaal-economische positie van migranten kan daarom het best gesc hetst worden door een onderscheid te maken naar regio's of specifieke landen van herkomst. Migranten uit het Caribische gebied bijvoorbeeld worden gekenmerkt door een lage schoolparticipatiegraad voor jongeren (16-24jr), een laag opleidingsniveau, een hog e arbeidsparticipatie, een hoo g werkloosheids p ercenta g e, een hoo g aandeel werkenden en een laa g g emiddeld inkomen. Mi g ranten uit Euro p a en Noord Amerika hebben de volgende kenmerken: een hoge schoolparticip atie g raad, een hoo g o p leidin g sniveau, een la g ere arbeids p artici p atie g raad, een laa g p ercenta g e werklozen, een la g er aandeel werkenden en een hoog gemiddeld inkomen voor de werkenden.

PAGE 18

ModusStatistisch MagazineJaargang 8 12Resultaten Conjunctuurenqute Bonaire en Curaao 1e halfjaar 2007.Chris M. JagerDe economie van Bonaire draait goed, te oordelen naar de meningen van de ondernemers Er worden steeds minder investeringsbelemmeringen ervaren, de concurrentiepositie is naar mening van de ondernemers verbeterd, evenals het vertrouwen in de economie en het vertrouwen in de toekomst blijft hoog. Ook in Curaao zijn de ondernemers van mening dat de ec onomie de goede kant opg aat. Het vertrouwen in de economie en nu ook weer in de toekomst is verbeterd. In Bonaire verwacht 65 procent en in Curaao 70 proc ent van de ondernemers in 2007 winst te hebben gemaakt. f g elo p en j uni 2007 is de zevende con j unctuuren q ute door het Centraal Bu reau voor de Statistiek uit g evoerd. In totaal zi j n daarbi j ruim 1100 bedri j ven benaderd o p de verschillende eilanden van de Nederlandse Antillen waarvan 96 in Bonaire, 282 in Sint Maarten en 770 in Curaao. Het onderzoek is uit g evoerd onder alle bedri j ven met tien of meer werknemers, terwi j l van de bedri j ven vanaf 3 tot tien werknemers een steek p roef is g enomen. Dit maal wordt g era pp orteerd over de resultaten voor Bonaire en Curaao. Sint Maarten komt in een volgend nummer aan de beurt. Over Saba en Sint Eustatius wordt in dit artikel g een informatie verstrekt, daar deze in be g insel alleen deelnemen aan de jaarenqute welke wordt uitgev oerd rond december van het betreffende jaar. Doel van de con j unctuuren q ute is om o p fre q uente basis, twee maal p er j aar, actuele informatie te kunnen verschaffen over bedri j fsmati g e en economische p arameters en ontwikkelin g en. Daarnaast dient het inzicht te geven in verwachtingen en opinies van ondernemers. In dit artikel wordt nader in g e g aan o p de resultaten van de o p inievra g en van de en q ute. Kwantitatieve gegevens over bijvoorbeeld omzet, exploitatiekosten en investeringen worden hier niet besproken. A

PAGE 19

ModusStatistisch Magazine Nummer 1 13Een beeld wordt gegeven van de verkregen gegevens van bedrijven (NV's en eenmanszaken met een balans en winst& verliesrekening) op de eilanden Bonaire en Cura ao ten aanzien van de volgende onderwerpen: 1 Investeringsbelemmeringen en -bevorderingen, 2 Concurrentiepositie, 3 Verandering van het ondernemersvertrouwen, 4 Vertrouwen in de toekomst, 5 Oordeel omtrent het investeringsklimaat, 6 Bedrijfsresultaten, 7 Mutaties omzetten.BonaireInvesteringsbelemmeringen en bevorderingenAfgelopen periode is door 27 procent van de respondenten aangegeven dat er sprake is geweest van investeringsbelemmeringen. Dit is het laagste percentage ooit gemeten met de conj unctuuren q ute en duideli j k minder dan af g elopen periodes toen het rond de 34% lag. Wederom is het tekort aan financile middelen de b elan g ri j kste belemmerin g bi j het doen van investeringen (zie figuur 1). Het aantal bedrijven dat deze belemmering heeft aangegeven is echter wel gehalveerd in vergelijking met de vorige meting: 16 procent, tegenover 32 procent in 2006. Een opmerkelijk verschil. Opvallend is verder ook dat het aantal bedrijven dat de overheid als b elemmerin g ('overheidsbeleid') heeft aangegeven wederom is afgenomen; van 11 naar 4 procent. Hierdoor is nu het renteniveau de 2e factor geworden als zijnde belemmering voor het plegen van investeringen. Dat het belang van de aa nwezigheid van kapitaal groot is blijkt ook uit het feit dat door de respondenten is aangegeven dat de investeringen vooral positief benvloed zijn door de beschikbaarheid van financile middelen (16%). Daarnaast is de rendementsverwachtin g een andere belan g ri j ke factor. Bi j na 9 p rocent van de bedri j ven heeft aan g e g even dit te beschouwen als een bevorderende factor bij investeringen. ConcurrentiepositieVoor wat betreft de concurrentie p ositie van bedri j ven o p de binnenlandse (Bonairiaanse) markt is het beeld in ver g eli j kin g met de vori g e en q ute licht verbeterd (zie fi g uur 2). Duideli j k meer bedri j ven, 21 p rocent, hebben aan g e g even dat deze verbeterd is (was 11%) en minder bedrijven hebben aangegeven dat deze verslechterd is (van 14 naar 11%). De cate g orie onveranderd is af g enomen van 62 naar 52 procent. Verandering van het ondernemersvertrouwenMeer bedri j ven hebben in ver g eli j kin g met voorgaande enqute van december 2006 aange-

PAGE 20

ModusStatistisch MagazineJaargang 8 14 g even dat het ondernemersvertrouwen verbeterd is; van 24 naar 28 p rocent. Bovendien hebben ook nu weer minder bedri j ven aan g e g even dat het ondernemersvertrouwen verminderd is; van 11 naar 8 p rocent. In overeenstemmin g met het voor g aande is het p ercenta g e 'onveranderd' nauwelijks veranderd (van 65 naar 64%).Vertrouwen in de toekomstDe toename van het vertrouwen in de toekomst is ook af g elo p en p eriode verder toe g enomen. Deze is sinds j uni 2005 sti jg ende en is af g elo p en p eriode verbeterd van 65 naar ruim 69 p rocent. Ofschoon toenemend, zit dit p ercenta g e no g wel onder het ho g e niveau van 71 p rocent van december 2004. Het aantal bedri j ven dat bli j k heeft g e g even g n vertrouwen te hebben in de toekomst is afgenomen van 14 naar 10 p rocent. Ook nu weer heeft 21 p rocent van de bedri j ven aan g e g even g een mening te hebben (zie grafiek no.4). Oordeel t.a.v. het investeringsklimaatTen o p zichte van voor g aande metin g en is ook het oordeel over het investerin g sklimaat in de eerste helft van 2007 verbeterd. Het p ercenta g e bedri j ven dat ze g t het klimaat g oed te vinden is toe g enomen van 47 naar 49 p rocent. Voor het eerst is het p ercenta g e g oed' nu ho g er dan 'mati g (44%). Het p ercenta g e bedri j ven dat ze g t het klimaat slecht te vinden is bli j ven staan o p 7 procent. BedrijfsresultatenUit het onderzoek is naar voren g ekomen dat voor wat betreft de belangrijke parameter bedrijfsresultaten, ruim 65 p rocent van de bedri j ven heeft aan g e g even winst te verwachten over het j aar 2007 (winst voor afdracht van belastin g en). Dit is aanmerkeli j k ho g er dan het p ercenta g e van een half j aar daarvoor (54%) en bovendien het hoo g ste p ercenta g e ooit g emeten. Als de verwachtin g uitkomt zal aldus on g eveer 2/3 van de bedri j ven winst behalen. Het p ercenta g e bedri j ven met een

PAGE 21

ModusStatistisch Magazine Nummer 1 15negatief bedrijfsresultaa t (verlies) is navenant afgenomen met 11 procentpunten en uitgekomen op 35 procent, zie ook figuur 6. Opgemerkt moet worden dat deze percentages gn inzicht geven in de omvang van de bedrijfsresultaten en evenmin in eventuele faillissementen.Mutaties omzetten bedrijvenIn Bonaire heeft de toename van de omzetten van de bedrijven in de eerste helft van 2007 in vergelijking met dezelf de periode van 2006, volgens schattingen van de conjunctuurenqute in totaal 7,9 procent bedragen. De sterkste stijging (zie grafiek 7) heeft zich voor gedaan bij de b edri j fstak bouw met maar liefst 19 p rocent. Verder zijn er vrij grote mutaties bij de gezondheidszorg (15%), handel (14%), horeca (12%) en zakelijke diensten (12%). De overige diensten heeft met 9 procent een relatief beperkte omzetstijging gemaakt. Alleen transport & communicatie (-8%) en de industrie (-3%) hebben de omzetten zien afnemen.CuraaoInvesteringsbelemmeringen en bevorderingenEvenals de afgelopen twee perioden is ook afgelopen juni door 20 procent van de respondenten aangegeven dat ze investeringsbelemmeringen hebben ondervonden in het jaar 2007. Voor zover hiervan sprake is zijn deze vooral een gevolg geweest van een tekort aan financile middelen (nu bijna 11%, zie ook figuur 8) en van het overheidsbeleid (7%). De investeringen zijn naar mening van 15 procent van de bedrijven vooral bevorderd door de b eschikbaarheid van financile middelen. Daarnaast zijn het vooral een goede werking van de markt (12% van de bedrijven) en rendementsverwachtin g en (6%) g eweest die hier een factor van belang zijn geweest.ConcurrentiepositieVoor wat betreft de concurrentie p ositie o p de binnenlandse Curaaose markt (zie fi g uur 9) is de situatie in ver g eli j kin g met december 2006 weini g veranderd. Iets meer bedrijven hebben aangeg even dat deze verbeterd is: van 18 naar 20 procent. Het aantal bedrijven dat heeft aange-

PAGE 22

ModusStatistisch MagazineJaargang 8 16geven dat deze verslechterd is, is met 13 procent gelijk gebleven. De meeste bedrijven (nu 51%) hebben zoals gebruikelijk aangegeven dat de concurrentiepositie ongewijzigd is gebleven. Verandering van het ondernemersvertrouwenIn vergelijking met december 2006 hebben minder ondernemers aangegeven dat het vertrouwen gelijk is gebleven (van 64 naar 59%). Nog geen 14 procent van de bedrijven heeft aangegeven dat het vertrouwen in de economie is verminderd, een la g er p ercenta g e dan van de vori g e en q ute (19%, zie fi g uur 10). Tevens is dit het laa g ste p ercenta g e g emeten sinds de start van de con j unctuuren q ute in 2004. Verder heeft maar liefst 28 p rocent van de bedri j ven aan g e g even dat het vertrouwen verbeterd is, het hoo g ste p ercenta g e ooit g emeten. Vertrouwen in de toekomstBij de bedrijven is, in tegenstelling tot de voorg aande p eriode, s p rake g eweest van een toename van het vertrouwen in de toekomst. Dit is toe g enomen van 63 naar 67 p rocent. In slechts 11 p rocent van de g evallen is aan g e g even dat men g n vertrouwen in de toekomst heeft (was 17%). Er kan hier in ver g eli j kin g met voor g aande p erioden, van een g unsti g e ontwikkelin g worden gesproken. Zo'n 22 p rocent van de ondernemers heeft aan g e g even g een menin g te hebben over de gestelde vraag. Oordeel t.a.v. het investeringsklimaatOok bij de mening ten aanzien van het investeringsklimaat heeft zich een positieve ontwikkelin g voor g edaan. Duideli j k meer bedri j ven hebben aan g e g even dat deze g oed is (van 16 naar 25%) en minder bedri j ven hebben aan g e g even dat deze verslechterd is: van 19 naar 12%. De meeste bedrijven oordelen zoals gewoonlijk het investerin g sklimaat als zi j nde 'mati g ': 63 p rocent (was 65%).BedrijfsresultatenUit het onderzoek is naar voren g ekomen dat voor wat betreft de bedri j fsresultaten, ruim 70 p rocent van de bedrijven over 2007 een positief bedrijfsresultaat verwacht (winst voor afdracht van belastin g en), een toename van 2 p rocent p unten ten opzichte van 2006. Bi j na 30 p rocent van de benaderde bedri j ven heeft een ne g atief bedri j fsresultaat (verlies) verwacht,

PAGE 23

ModusStatistisch Magazine Nummer 1 17een afname van 2 procentpunten t.o.v. het voorgaande jaar. Overigens is het wel zo dat deze percentages gn inzicht geven in de omvang van de bedrijfsresultaten en evenmin in eventuele faillissementen. Mutaties omzetten bedrijvenVolgens schattingen van de conjunctuurenqute heeft de toename van de omzetten in vergelijking met dezelfde periode van 2006 in totaal 9,1 procent bedragen. De sterkste stijgingen hebben zich over de eerste helft van het jaar 2007 voorgedaan bij de bedrijfstakken bouw (21%), transport & communicatie (15%) en de horeca (13%), zie figuur 14. De zakelijke dienstverlening heeft een omzetstijging weten te behalen van bijna 10 procent. Hierbij vergeleken hebben de b edri j fstakken overi g e diensten (7%), industrie (9%), handel (8%) en de gezondheidszorg (eveneens 8%) een relatief bescheiden toename van de omzetten laten zien. Van een afname van de omzetten is bij geen enkele bedrijfstak sprake. ConjunctuurindicatorenIn de hiernaast gelegen grafieken zijn voor twee conjunctuurindicatoren, het ondernemersvertrouwen en de beoordeling van het investeringsklimaat, de resultaten va n Bonaire en Curaao ter vergelijking naast elkaar gezet, waarbij voor elke indicator een saldo van positieve en negatieve antwoorden is weergegeven voor de periode december 2003-juni 2007. Door aldus te vergelijken wordt duidelijk dat het vertrouwen in de economie van de Bonaireaanse ondernemers aanvankelijk veel positiever was dan van hun Curaaosche co llegaÂ’s. In de latere periode is dit verschil min of meer verdwenen. Voor wat het investeringsklimaat betreft blijven Bonaireaanse ondernemers positiever, terwijl de oordelen van ondernemers op beide eilanden steeds gunstiger worden.

PAGE 24

ModusStatistisch MagazineJaargang 8 18Personal Income in CuraaoMartha VictoriaPersonal income distribution in Curaao is ver y skew. The mode of the distributi on is in the lowest income cate g or y : 1 to 1000 guilders. Forty-four percent of all income earners have an income that falls into this category. The skew-ness of the income distribution differs between g ender and between a g e cate g ories. Almost two-third of the elderly has a gross monthly income of 1,000 guilders or less, compared to ci rca one-third for the other age groups. More than half of all women with an income earn 1,00 0 guilders or less per month, versus less than one-third of men, showing the gender gap in income positions.his article p resents data on g ross p ersonal incomes of p ersons in Curaao for the calendar y ears 2003, 2004 and 2005. These data are com p iled from information collected in the LFS (Labor Force Survey) 2003, 2004 and 2005 conducted by the Central Bureau of Statistics. The reader should be cautious inter p retin g the data, as results from the LFS surve y ma y be influenced b y sampling errors. This article discusses p ersonal income and distribution of p ersonal income, cross-tabulated b y a g e and sex. The notion of income that is used in this article includes income before-tax received p er p erson ad j usted for inflation. Personal income is the income of individuals and consists of income from all t yp es of sources such as labor, remittances, pensions transfers and property income. Personal income is analyzed by median income and mean income. Median income divides the distribution into two e q ual p arts: one half of the cases fallin g below the median income and the other half above the median. It is p erha p s the best measure of what the t yp ical p erson in Curaao earns. Furthermore, it is resistant. That is, it is chan g ed ver y little (or not at all) b y wild chan g es in a few observations. For exam p le, if the to p few incomes were to increase dramaticall y nothin g would happen to the median.T

PAGE 25

ModusStatistisch Magazine Nummer 1 19The mean income is the average value of a set of numbers. The mean is the only central measure that takes into account the total of all the observations. This figure is obtained by counting up every guilder equally (lowest to the highest). It gives the total income, yet it is not as good a measure of typical income as the median, because it can be inflated by a few ver y lar g e incomes. IPersonal incomeThe mean income has grown slightly between 2003 and 2005, from ANG 1,981 to ANG 2,076 per month, a five percent increase over the entire three year period, but with a small decline in 2004. Median income on the other hand, has stayed virtually unchanged during this period. The mean income is higher than the median income in Curaao. When mean income has risen while median income remained unchanged, the increase of income has occurred in the higher income group.Personal Income DistributionThe p ersonal income distribution has chan g ed little between the different income cate g ories durin g the three y ears under consideration (table 2). In 2005, 44 p ercent of all p ersons earned a monthl y income of ANG 1,000 or less. Second lar g est g rou p are p ersons earnin g between ANG 1000 and 2000 p er month: 24 p ercent. Shares decline q uickl y in the subse q uent income brackets. In the hi g hest income cate g or y more than ANG 5,000, the p ercenta g e rises to 8 p ercent of all persons with an income. Fifteen p ercent of all p ersons with an income h q ve an income of ANG 500 or less in 2005. Income Distribution by GenderAccordin g to the results of the surve y men tend to have hi g her incomes than women. As shown in table 3 and g ra p h 1, more than half of all women with an income, 53 p ercent, earn ANG 1,000 or

PAGE 26

ModusStatistisch MagazineJaargang 8 20less in 2005. For men, less than one third, 31 percent have an income that falls into this bracket. Consequently, men's shares in all other income b rackets are hi g her than those of females. The difference is the largest in the highest income group, more than ANG 5,000 per month: 12 versus 5 percent respectively.Income Distribution by Age GroupsThe largest age group in the income categories b elow ANG 1,000 is the a g e g rou p of the elderl y 60 years and over; 63 percent in all years under consideration. This high share is mainly explained by the hei g ht of the old a g e allowances and the number of elderly who are dependant on it as main source of income. The second largest is the youngest age group, 15-39 years of age. Of those, 38 percent have incomes b elow ANG 1,000 in 2005, with sli g htl y hi g her percentages in 2003 and 2004. The mode, the hi g hest fre q uenc y occurs for all a g e g rou p s in the 1 to 1000 income bracket, as shown in g ra p h 2. As can be observed, the elderl y are clearl y over-re p resented in the lowest income g rou p whereas the y oun g est are over-re p resented in both the lowest and the second-lowest income g rou p s. Middle-income earners have a much less skewed distribution o f their income and are over-re p resented in all higher income groups. Twelve p ercent of the middle-a g ed earn a g ross income of above ANG 5000 p er month in 2005, whereas the shares in both the y oun g est and oldest g rou p s are j ust 5 and 4 p ercent respectively in this income bracket.

PAGE 27

ModusStatistisch Magazine Nummer 1 21ConclusionIn summary it is observed that the mean income has risen during the period 2003-2005, while median income has stayed equal. Personal income distribu tion has changed little during the three years under consideration. In 2005, 44 percent of all persons with an income earned a monthly income of ANG 1,000 or less. This makes the income class of ANG 1,000 or less the class with the highest frequency. The skew-ness of the income distribution differs b etween the sexes and between a g es. More than half of all women earned ANG 1,000 or less in 2005. For men, less than one-third have an income that falls into this income bracket. Of the elderl y almost two-third have an income of ANG 1,000 or less. This share is much lower for the y oun g est a g e g rou p (39%) and lowest for the middle-aged persons (33%). Middle-a g ed p ersons have more often a hi g h income (more than ANG 5,000), 12 p ercent, than younger (5%) and older (4%) persons.

PAGE 28

ModusStatistisch MagazineJaargang 8 22n this article an overview of the trade develo p ment of the Leeward islands will be g iven for the y ear 2006. The forei g n trade statistics of the Leeward islands re g ister the flow of me rchandise to and from the islands of Curaao and Bonaire. All movements of merchandise in free circulation between Curaao and Bonaire are excluded. The islands of St .Maarten, Saba and St.Eustatius are free p orts and therefore no information is available through customs except for the trade between Curaao, Bonaire and St.Maarten. The CBS uses the "S p ecial Trade S y stem" for p rocessin g and p ublishin g of all im p ort and ex p ort data b y commodit y and b y countr y for Curaao and Bonaire. Under this s y stem the im p ort statistics cover all g oods cleared throu g h customs for home use from abroad or from the national free zone. Ex p ort statistics cover all g oods of national ori g in to be dis p atched to another countr y The value of the g oods e q uals the value of the commodit y at the p lace and time it crosses the border. The basis for valuation is cost o f insurance and frei g ht (cif) for im p orts and free on board (fob) for ex p orts. The trade anal y sis indicates the trade flow excludin g the value of p etroleum p roducts. In the followin g p ara g ra p hs the international merchandise flow of the Leeward islands is presented for the year 2006.Foreign Trade Statistics Of The Leeward Islands In 2006Roeland DreischorIn 2006 the total im p ort of Curaao has increased with more than 238 million g uilders, 16 p ercent. Product sections that have contributed most to the increase in the impo rts of Curaao are "miscellaneous manufactured articles" (jewellery), "crude materials" (wood) and "mac hinery and transport equipment" (motor cars and telecommunications equipment).. The import in Bonaire decreased from 126 to 108 million in 2006, a drop of approximately 15 percent. The highest increase is noticed in the import of "crude materials" (wood), The import of "machinery and transport equipment" has dropped about 35 percent in 2006. I

PAGE 29

ModusStatistisch Magazine Nummer 1 23Total imports and exportsTotal import and export of goods (Curaao and Bonaire)In 2006 the total import of Curaao has increased with more than 238 million guilders to an estimated total of 1713 million guilders compared to the previous year. This is an increase of approximately 16 percent. The import in Bonaire has decreased from 126 to 108 million in 2006, a drop of approximately 15 percent (Table 1). Both islands show a different trade flow fluctuation during the years 2003 until 2006. As can be seen in table 1 the imports in Curaao have augmented with 345 million guilders and Bonaire with 34 million guilders in 2006 compared with the figures of the year 2003. Curaao has exported for approximately 212 million guilders in 2006. In comparison with the previous year the total export value of Curaao has increased with more than 72 million guilders in 2006. Bonaire has export ed a total of 19 million guilders in the year 2006. The export in Bonaire has declined with about 4 million g uilders in 2006, which re p resents a decline of 16 p ercent. It should be noted that the overall ex p orts from Curaao and Bonaire include g oods, which have been p reviousl y im p orted. This ma y cause si g nificant fluctuations if the ex p ort fi g ures are com p ared to previous years. Imports and exports of goodsCuraao, import an d export of goods (excluding oil products)The im p ort of g eneral merchandise in 2006 has increased in all of the SITC sections (table 2). The im p orts of "commodities not classified" have increased the most with 41 p ercent. These im p orts have g one u p from 23 million to 33 million in imports compared to 2005. The next two SITC sections which show the hi g hest increase are Miscellaneous manufactured articles and Crude materials, inedible, exce p t fuels. The im p orts of these cate g ories have increased with almost 25 p ercent. The p roduct

PAGE 30

ModusStatistisch MagazineJaargang 8 24categories that have contributed to an increase in the imports of "miscell aneous manufactured articles" are: "jewellery" with an estimated value of 61 million guilders, and "articles of plastic" with 30 million guilders. The product categories within the "crude materials" with the highest value of almost 6 million are related to "wood, simply worked" and "wood in chips or particles". The imports of "manufactured goods" have augmented with 44 million compared to the previous year. This percentage increase is about 23. The import of goods pe rtaining to the section "beverages and tobacco" has risen with almost 22 percent. The increase in the import of "beverages and tobacco" is attributed to "alcoholic beverages" with a value of more than 38 million, followed by "non-alcoholic beverages" with about 17 million guilders. The import of "machinery and transport equipment" has also increased, with more than 17 percent. This increase is accredited to : "motor cars" with 107 million, and "telecommunications equipment" with 45 million guilders. As shown in table 2, the import of "animal and vegetable oils", "food and live animals", and "chemicals" have augmented with respectively 10, 8 and 3 percent in 2006. The import of "fixed vegetable fats and oils" is the highest (almost 5 million guilders) in the section "animal and vegetable oils". Within th e section "food and live animals" the product category with a high import value is "meat and edible meat offal", which accumulates to 34 million guilders. The import of "chemical products" has a value of more than 197 million guilders of wh ich the highest product category is attributed to "medicaments" with a value of 73 million guilders in 2006. The export from Curaao shows a rise in almost all SITC sections in 2006. The export of "manufactured goods" shows the highest increase. These exports section have incremented from roughly 6 million to 20 million guilders in 2006. The p roduct cate g ories that indicate a hi g h ex p ort value within the "manufactured g oods" section are: "manufactures of base metal" with almost 7 million guilders, and "pearls and precious/semip recious stones" with 5 million g uilders. The ex p ort of "miscellaneous ma nufactured articles", has also increased a lot from a pp roximatel y 26 million to 62 million guilders. This is mainl y attributed to the p roduct cate g ories of j eweller y and other p recious or semi p recious articles" with the hi g hest ex p ort value of 46 million guilders. The ex p ort of "bevera g es and tobacco" has dro pp ed with more than 18 p ercent in 2006. This is a decrease of 656 thousand g uilders. The p roduct cate g or y with the hi g hest value within the "bevera g es and tobacco" section is "alcoholic bevera g es" with 2 million g uilders. Another SITC section which has shown a decrease in ex p orts is "food and live animals", which went from 43 million to 39 million g uilders. The p roduct cate g or y within this section with the hi g hest ex p ort value of 16 million g uilders is "su g ar and molasses". Bonaire, import and export of goods (excluding oil products)In 2006 the im p ort of g oods has shown an increase in seven sections in Bonaire (table 3). The hi g hest increase is noticed in the im p ort of "crude materials", which has incr eased from 1 million to almost 3 million g uilders in 2006. The p roducts which have contributed to a hi g her im p ort value are "wood sim p l y worked" and "wood in rou g h" both with an import value of 1 million guilders. The im p orts of "bevera g e and tobacco" have au g mented with more than 1 million g uilders com p ared to the p revious y ear. This increase is about 35 p ercent. The hi g hest im p ort value within the section "bevera g es and tobacco" p ertains to the p roduct cate g or y of "alcoholic bevera g es" with 4 million guilders.

PAGE 31

ModusStatistisch Magazine Nummer 1 25The imports of "chemical products" have increased with 22 percent compared to the previous year. The product category that has contributed to a higher import value is related to "paints and varnishes" with a value of more than 1 million guilders. The import of "machinery and transport equipment" has dropped fr om 72 million guilders to 46 million guilders in 2006. This decrease is about 35 percent. The type of products with the highest import value within the section "machinery and transport equipment" is the product category of "aircraft and related equipment" with a value of 12 million guilders. Another decrease is noted in the import of "animal and vegetable oils" with 5 percent in 2006. The import value in this section has dropped from 293 to 278 thousa nd guilders. All sections show an increase in exports of goods from Bonaire in 2006, with the exception of crude materials. The export of "machinery and transport equipment" has increased the most from 3 million to almost 8 million guilders. Within this section the product category with a high value is "aircraft and related equipment" with 4 million guilders. The next section with a high percentage increase of about 66 percent is the export of "food and live animals". The export of "manufactured goods" has increased with 32 percent. The ex p ort of "crude materials" has decreased from 18 million to onl y 9 million g uilders in 2006, which is a drop of 49 percent. Imports and exports by main country and general merchandiseCuraao, imports by or igin (excluding oil products) In 2006 the im p ort of g oods from the United States of America has reached 32 p ercent of the total island im p orts excludin g oil p roducts (table 4). The total im p ort from this countr y amounts to an a pp roximate value of 550 million g uilders. The main p roducts of im p ort from the United States o f America are the "machiner y and trans p ort e q ui p ment" p roducts. This is estimated to be a pp roximatel y 189 million g uilders in 2006. Other main im p orts from the USA are: "food and live

PAGE 32

ModusStatistisch MagazineJaargang 8 26animals" with a value of 107 million guilders, and "miscellaneous manufactured goods" with a value of 99 million guilders (table 5). Curaao has imported 412 million guilders in products from the Netherlands in 2006. The import from the Netherlands is 24 percent of the total imports. The main import products from the Netherlands are: "misce llaneous manufactured articles" with a value of about 92 million guilders, and "machinery and transport equipment" merchandise with a value of 79 million guilders. Another important import commodity from the Netherlands is the "man ufactured goods", which amounts to 77 million in 2006. A total value of 104 million guilders has been imported from Venezuela, which represents 6 percent of the total imports of Curaao in 2006. Most products imported from afore mentioned neighbor country are "food and live animal" products with a value of more than 38 million guilders. Curaao imports about 90 million guilders from the Caribbean island of Puerto Rico, which consists mainly of products from the section "miscellaneous manufactured articles" with a value of roughly 30 million guilders. Curaao, exports by destination (excluding oil products)Most exports from Curaao are to the United States of America, which consists of 34 percent of the total exports in 2006. The main export p roducts to the United States of America are related to "miscellaneous manufactured" p roducts which amount to about 44 million g uilders (Table 7). Other p roducts that Curaao has ex p orted to the United States of America are related to "machiner y and trans p ort e q ui p ment" with a total value of 17 million guilders. The Netherlands is the second im p ortant ex p ort destination for Curaao in 2006. The ex p orts to the Netherlands are estimated to 49 million g uilders. Most of the ex p ort p roducts to the Netherlands p ertain to the section "food and live animals" with a total value of 25 million guilders. As shown in table 6, the nei g hbor island of Aruba also forms an im p ortant ex p ort market for the island of Curaao. In 2006, Curaao has ex p orted about 24 million g uilders to Aruba. The ma j orit y of ex p orts to Aruba are rela ted to "miscellaneous manufactured articles" with a value of 6 million guilders.

PAGE 33

ModusStatistisch Magazine Nummer 1 27The South American country of Venezuela has an export market share of 7 percent of the total export from Curacao. Most products that are exported from Curacao to Venezuela are "food and live animal" products with a value of approximately 7 million guilders.Bonaire, imports by origin (excluding oil products) Bonaire has imported more than 40 million guilders in products from the Netherlands in 2006. The Netherlands is the main import partner of Bonaire with 37 percent of the total imports (table 8). The main import products from the Netherlands pertain to the "machinery and transport equipment" products that amount to approximately 16 million guilders. In the second place are the imports of products within the section "manufactured goods" and "food and live animals" with a value of 6 million guilders both (table 9). From table 8 can be deduced that the United States of America also has a hi g h rankin g as one of the im p ort p artners of Bonaire. A total amount o f a pp roximatel y 36 million has been im p orted from the USA in 2006. The im p orts consist mostl y o f "machiner y and trans p ort e q ui p ment" p roducts which amount to 14 million g uilders, followed b y "miscellaneous manufactured articles" with 7 million g uilders. Another main p roduct section that Bonaire im p orts from the USA is "food and live animals" with a value of about 5 million guilders. Venezuela has a market share of 5 p ercent of the total im p ort in 2006. The im p orts from Venezuela are estimated to 5 million g uilders. Most im p orted p roducts p ertain to the "manufactured g oods" section (Table 9). Bonaire has im p orted a total o f about 4 million guilders from Japan. Most im p orts from Ja p an are related to p roducts from the "machiner y and trans p ort e q ui p ment" section. Bonaire, exports by destination (excluding oil products)The ex p orts from Bonaire to the Netherlands amount to about 5 million g uilders in 2006, which is 24 p ercent of the total ex p orts. The main ex p ort p roduct section to the Netherlands is "machiner y and trans p ort e q ui p ment" with a value of 4 million (table 11).

PAGE 34

ModusStatistisch MagazineJaargang 8 28Bonaire has exported a valu e of 4 million guilders to the USA in 2006. This is a market share of almost 21 percent of the total export. The export p roducts to the USA are related to the "crude material" section. The "crude material" section mainl y re p resents the salt p roduction ex p ort from Bonaire. In 2006 Bonaire has ex p orted for a total o f 2 million g uilders to the island of St.Maarten. St.Maarten has an ex p ort market share of 11 p ercent. Most p roducts which have been ex p orted from Bonaire to St.Maarten are from the "machiner y and trans p ort e q ui p ment" section. The Euro p ean countr y of Bel g ium has a market share of 6 p ercent of the total ex p ort from Bonaire in 2006. The main ex p ort p roducts from Bonaire to Bel g ium p ertain to the "crude materials" section which amount to 1 million guilders.

PAGE 35

ModusStatistisch Magazine Nummer 1 29De lopende rekening van de betalingsbalansInternationale vergelijking 2003-2004Lorette FordHet saldo op de lopende rekening, waarvan de precieze beschrijving verderop wordt gegeven, is de eindafrekening van het zaken doen van een land met de buitenlandse partners. Een p ositief saldo g eeft aan dat er netto g eld is verdiend met de transacties met het buitenland, en een ne g atief saldo dat er netto geld is besteed. Dat heeft zi jn invloeden op de reservepositie van he t land en is daarom een belangrijke monetaire indicator. In dit artikel wordt voor de jaren 2003 en 2004 de si tuatie beschreven voor twee groepen landen: de rijkere, zogenaamde ontwikkelde landen en de armere landen in ontwikkeling. Ter vergelijking worden daarnaast ook de saldi van de lopende rekening van de Nederlandse Antillen gepresenteerd.it artikel beschri j ft de ontwikkelin g van de lo p ende rekenin g van de betalin g sbalans in de p eriode 2003-2004. Dit wordt gedaan voor drie groepen van landen, te weten: 1 De ontwikkelde landen, bestaande uit de Vereni g de Staten van Amerika, Euro p ese Unie, Ja p an, Verenigd Koninkrijk, Canada 2 Landen in ontwikkelin g deze g roe p bestaat uit Afrika, Centraal en Midden Euro p a, Vereni g de Onafhankeli j ke Staten, China, India, Asean4 (Indonesi, Maleisi, de Fili pp i j nen en Thailand), Midden Oosten, Latijns Amerika en het Caribisc he Gebied (exclusief Nederlandse Antillen). 3 De Nederlandse Antillen. De lo p ende rekenin g van de betalin g sbalans is o pg ebouwd uit een aantal deelrekenin g en en g eeft een overzicht van alle transacties met het buitenland in een j aar. Het saldo van de lo p ende rekenin g is opgebouwd uit:D

PAGE 36

ModusStatistisch MagazineJaargang 8 301 Het uitvoeroverschot; dit is het bedrag waarmee de uitvoer van goederen en diensten de invoer overtreft 2 Het saldo van uit het buitenland ontvangen primaire inkomens. Dit omvat ontvangen minus betaal de belastingen op productie en invoer, subsidies, beloning van werknemers en inkomen uit vermogen, zoals rente en dividend. 3 Het saldo van uit het buitenland ontvangen inkomensoverdrachten. Dit omvat ontvangen minu s betaalde dividendbelasting, uitkeringen sociale verzekering en overige inkomensoverdracht en. In de eerste paragraaf wordt het saldo van de lopende rekening uitgedrukt als percentage van het Bruto Binnenlands Product (BBP) en worden de uitkomsten voor de drie groepen landen met elkaar vergeleken. In de tweede paragraaf wordt het saldo per groep van landen geanalyseerd, met al haar componenten. In zowel de ontwikkelde als de landen in ontwikkeling zijn de bedragen in miljarden US dollar uitgedrukt, en is de mutatie in percentages uitgedrukt. Voor de Nederlandse Antillen zijn bedragen in miljoenen guldens uitgedrukt. Vanwege de kleine b edra g en worden de veranderin g in absolute b edra g en g e p resenteerd.De lopende rekening als percentage van het Bruto Binnenlands ProductTabel 1 laat voor beide j aren een ne g atief saldo o p de lo p ende rekenin g zien voor de ontwikkelde landen. Als p ercenta g e van het Bruto Binnenlands Product (BBP) uit g edrukt is dit saldo constant gebleven. In zowel de landen in ontwikkelin g als in de Nederlandse Antillen is het beeld anders. In de eerstg enoemde g roe p landen toont het saldo van de lopende rekenin g een toename van 0,8 p rocent p unten naar 3,0 procent van het BBP. In de Nederlandse Antillen daarente g en slaat het net no g p ositieve saldo om in een ne g atief saldo. In 2004 is nameli j k een p ercenta g e van -3,6 p rocent waar g enomen te g enover een p ercenta g e van 0,1 procent in 2003. Analyse van de lopende rekening per landengroepDe lopende rekening in de ontwikkelde landenZoals reeds g eze g d toont de lo p ende rekenin g van de ontwikkelde landen in beide j aren een ne g atie f saldo. In beide jaren wordt een negatief uitvoersaldo van 50,6 p rocent g econstateerd, vanwe g e

PAGE 37

ModusStatistisch Magazine Nummer 1 31het feit dat de exporten kleiner zijn dan de importen. Vergeleken met 2003 is het negatieve uitvoersaldo in 2004 groter geworden, omdat de importen sterker zijn gestegen dan de exporten. De import is namelijk toegenomen van ruim 6.900 miljard dollar naar ruim 8.200 miljard US dollar, een stijging van 19,1 procent. De exporten zijn gestegen van ruim 6.800 naar meer dan 8.000 miljard dollar, een toename van 18,6 procent. Het inkomenssaldo uit het buitenland is met 74 procent gestegen van bijna 70 miljard US dollar in 2003 naar bijna 122 miljard US dollar in 2004. Deze forse toename staat tegenover een daling van 16,4 procent van het saldo van de inkomensoverdrachten. Als g evol g van deze ontwikkelin g en is het ne g atieve saldo van de lo p ende rekenin g voor de ontwikkelde landen toe g enomen van 221,0 miljard naar 255,1 miljard US dollar.De lopende re kening van de landen in ontwikkelingIn de g roe p van landen in ontwikkelin g laat de lo p ende rekenin g in beide j aren een p ositief saldo zien. Tabel 3 toont voor beide j aren een p ositie f uitvoersaldo zien; dit is veroorzaakt omdat de ex p orten relatief meer zi j n toe g enomen dan de importen. In ver g eli j kin g met 2003 zi j n de waarden van zowel de ex p ort als de im p ort g este g en, en wel (In miljarden US$) (In miljarden US$)

PAGE 38

ModusStatistisch MagazineJaargang 8 32met respectievelijk 28,7 en 27,6 procent. Hierdoor is ook het uitvoersaldo gestegen van bijna 180 miljard US dollar naar bijna 260 miljard US dollar. Het negatieve inkomenssa ldo uit het buitenland is met 20,7 procent toegenomen, terwijl het positieve saldo van de inkomensoverdrachten met 16 procent zijn gestegen. Door al deze ontwikkelingen is het saldo op de lopende rekening met 44 procent toegenomen van 147,50 miljard US dollar naar ruim 212 miljard US dollar.De lopende rekening van de Nederlandse AntillenIn beide jaren is voor de Nederlandse Antillen een stijging waar te nemen in zowel de waarde van de exporten als de waarde van de importen. Uit tabel 4 valt af te leiden dat de waarde van de exporten is gestegen van 4,2 miljard gulden naar 4,6 miljard gulden in 2004. De waarde van de importen zijn met 490 miljoen gulden gestegen van ruim 4,4 miljard gulden in 2003 naar meer dan 4,9 miljard gulden in 2004. Doordat de im p orten meer in waarde zi j n g este g en dan de ex p orten heeft dit tot g evol g g ehad dat het uitvoersaldo met 87,9 miljoen gulden is gedaald. Zowel het inkomenssaldo als het saldo van de inkomensoverdrachten zi j n in 2004 ver g eleken met 2003 g edaald, res p ectieveli j k met 5,8 mil j oen gulden en 111,0 miljoen gulden. Het saldo van de inkomensoverdrachten is voor beide j aren p ositief, terwi j l het inkomenssaldo uit het buitenland negatief is voor beide jaren. Als g evol g van boven g enoemde ontwikkelin g en is het saldo o p de lo p ende rekenin g met 204,7 mil j oen g ulden verslechterd, nameli j k van een p ositie f saldo van 1,9 mil j oen g ulden in 2003 naar een negatief saldo van 202.8 miljoen gulden in 2004. (Geraadpeegde bronnen: IMF World Economic Outlook, April 2007, Nati onal Accounts Netherlands Antilles 1997-2004, Centraal Bureau voor de Statistiek.)

PAGE 39

ModusStatistisch Magazine Nummer 1 33Household Income Distribution in CuraaoMartha VictoriaBetween 2003 and 2006, the averag e household income in Curaa o has increased from 3,495 to 3,557 guilders, a rise of approx imately 2 percent. Ma le headed households had an increase in mean income of 5 percent while fe male headed households had a de crease of less than 1 percent. The 20 percent group of the households with the highest income receives about half of total income of all househol ds. The difference between richest and poorest households slightly decreased between 2003 and 2006. The hi g hest income g rou p earned around 16 times more than the lowest 20 percent group in 2003, and 15 times more in 2006.his article p resents data on income and income distri bution of households in Curaao, for the y ears 2003 and 2006. Data on household income is obtained from the LFS (Labor Force Surve y ) 2003 and 2006, a y earl y sam p le survey conducted by the Central Bureau of Statistics. Interpreting the analysis presented in the article, the reader should take the following into account: Income data g athered from the LFS are ex p ressed in g ross terms. No allowance is made for direct taxes and social contributions to arrive at net dis p osable income, which is a better indicator for income distribution analyses. As with all sam p le surve y s, results from the LFS surve y ma y be influenced b y sam p lin g errors. A more reliable source of household income data would be the p o p ulation census, but since the last census was conducted in 2001, more recent data from the LFS was chosen to assure actuality. The income of households includes the income of the head of household and all other individuals 15 y ears old and over in the household.T

PAGE 40

ModusStatistisch MagazineJaargang 8 34For the purpose of analysis the incomes are equivalised. The equivalent income is defined as the household income adjusted for differences in household size. The assu mption underlying an equivalent income measure is that larger households need more income than one-person households to reach a given level of economic well-being. Furthermore, income data have been corrected for price changes between the two years in order to reveal real developments. This article begins with a section discussing growth in income, followed by a section on differences in income distribution of household income and ends with a section of income inequality.Growth in income between 2003 and 2006Mean income (average) is the amount obtained by dividing the total aggregate income of a group by the number of units in that group. According to table 1, between 2003 and 2006, the average household income has increased from ANG 3,495 to ANG 3,557, a rise of approximately 2 percent. Male headed households have an increase in mean income of 5 percent while female headed households have a decrease of less than 1 percent. The median household in come divides households into two equal segments with the first half of households earning le ss than the median household income and the other half earning more. Between 2003 and 2006, the median household income is u p b y around 8 p ercent. In addition, the median household income headed b y male and female households has increased b y 12 and 10 percent respectively. Differences in income distributionIncome distribution refers to how evenl y the total amount of income in an econom y is divided between all households. The g rou p of households earnin g below 1,000 g uilders and those earnin g between 1001-2000 g uilders has fallen b y 2 p ercenta g e p oint in 2006. Also the income cate g or y 3001-4000 has a decline of 1 p ercent in 2006. The 2001-3000 and 4001-5000 income cate g ories have had an increase of one p ercenta g e p oint, while the income cate g or y 5001 and u p has an increase of 3 p ercenta g e p oints. This income cate g or y has the hi g hest share, namely 25 percent in 2006.

PAGE 41

ModusStatistisch Magazine Nummer 1 35Altogether the income distribution has changed slightly between 2003 and 2006, as seen in table 2 and the corresponding graph. Income inequality The income quintiles are a commonly used measure for income distribution. Quintile is one of the values that divide a frequency distribution into five parts, each c ontaining a fifth of the sample population. The lowest 20 percent group has in 2003 and 2006 over 3 percent of the total income. Households in the bottom 40 percent of the income distribution own only over 11 percent in 2006 and below 11 percent in 2003, and those in the bottom 80 percent own around 50 percent. The rest pertains to the highest 20 percent group. It can be concluded that there has been an increase in all 20 percent groups, with the exception of the highest 20 percent group. These observations can b e ex p lained with the hel p of table 3, which shows the percentages of the equivalent household income received by equal percentiles of households ranked by their income levels. The highest 20 percent group of the households receives around 16 times more than the lowest 20 p ercent q uintile in 2003, and 15 times more in 2006. This means that the ine q ualit y in the income distribution has declined somewhat between 2003 and 2006. The Gini coefficient is a measure of the income ine q ualit y in a societ y It measures the de g ree to which two fre q uenc y ( p ercenta g e) distributions corres p ond. The Gini coefficient is a number between 0 and 1, where 0 means p erfect e q ualit y (exact corres p ondence, e. g ever y one has the same income) and 1 means p erfect ine q ualit y (one p erson has all the income, ever y one else earns nothing). This means that the hi g her the Gini coefficient, the more une q ual the income distribution. The latest Gini coefficient readin g s for Curaao p oints to an incidence of ine q ualit y (see table 3). In com p arison to 2003, the Gini coefficient has decreased from 0.487 to 0.465 in 2006, which means that income distribution has become less unequal in 2006.ConclusionBoth mean and median household income have increased in 2006, com p ared to 2003. Households headed b y women have had a lower mean and median household income than male headed households. The lar g er g rou p of households earn above ANG 5,000. The second lar g er g rou p s are those earnin g between the income cate g ories below ANG 1,000 and 1,0012,000. Com p ared to 2003, the income ine q ualit y has declined in 2006 (from 16.8 to 15 times the amount of the poorest households).