Citation
Modus Jaargang 8 Nummer 4

Material Information

Title:
Modus Jaargang 8 Nummer 4

Subjects

Genre:
serial ( sobekcm )

Record Information

Source Institution:
Central Bureau of Statistics Curaçao
Holding Location:
Central Bureau of Statistics Curaçao
Rights Management:
All applicable rights reserved by the source institution and holding location.

Downloads

This item is only available as the following downloads:


Full Text

PAGE 2

Modus Statistisch Magazine Modus In dit nummer Redaction eel ................................................... iii Production Activities St Maarten ................. 1 Resultaten Slachtoffe ronderzoek 2008 ......... 5 Naar een Nationaal informaties y s teem ......... 18 Foreign Trade Statist i cs Lee w ar d Islands .... 28 Economisch belang van het MKB ................. 38 Conjunctuurenqute Bonaire en Curaao .... 45 Numm er 4 i

PAGE 3

Modus Statistisch Magazine ii Jaargang 8 Verklaring van de tekens: 0 of 0,0 Minder dan de helft van de gekozen eenheid Nul Onbekend (blank) Een waarde kan op logisc he grondslagen niet voorkomen

PAGE 4

Modus Statistisch Magazine Redactioneel Geachte Lezer, De wereldeconomie bevindt zich in een recessie. Deze is vooral voelbaar in de rijkere landen, waar het binnenlands product dit jaar zal afnemen, maar ook in de landen in ontwikkeling, waar groeicijfers duidelijk lager zullen zijn dan in voorgaande jaren. Economische neergang in de rijke landen laat onmiskenbaar haar sporen achter in landen die sterke bindingen hebben met hen. Zo blijkt uit projecties van het IMF dat landen in de regio die sterk afhankelijk zijn van toerisme dit jaar een negatieve groei zullen ondervinden. Hetzelfde zou moeten gelden voor landen waar de internationale financile dienstverlening een belangrijke sector is. Omdat dit veelal overzeese gebiedsdelen zijn van het Britse Koninkrijk zijn hierover echter nog niet veel gegevens bekend. De economien van de Nederlandse Antillen kenden allen in 2008 een economische groei, zij het minder dan in het jaar daarvoor. De uitkomsten voor 2009 blijven onzeker. Uit de Conjunctuurenqute blijkt over het algemeen dat ondernemers vertrouwen in de toekomst hebben, hoewel dat voor Sint Maarten duidelijk minder is dan voor Curaao en Bonaire. Verwachtingen ten aanzien van het toerisme spelen bij dit laatste ongetwijfeld een grote rol. Al met al is de verwachting dat het binnenlands product voor de Nederlandse Antillen in 2009 uitkomt op een bescheiden groei van 1 procent. Daarbij zouden de Benedenwindse eilanden een positieve bijdrage leveren, en de Bovenwindse eilanden een dempende bijdrage. Is er dan wel sprake van een nationale recessie? Het is duidelijk dat internationaal gerichte activiteiten zoals toerisme, financile dienstverlening (pensioenfondsen) in mineurstemming zijn. Aan de andere kant blijkt het bankwezen anders dan in andere landen gezond te zijn en zijn andere belangrijke bedrijfstakken in staat de neergang te compenseren. Net als bij beleggingsfondsen geldt kennelijk dat spreiding van belangen weliswaar niet tot spectaculair hoge resultaten leidt maar ook behoedt voor al te grote verliezen. Och staan de seinen op oranje. Duidelijk is dat de verwachtingen gematigd positief zijn, maar dat dit ook afhangt van de ontwikkelingen die de rest van het jaar zullen optreden. De inflatie is op dit moment beneden de drie procent, ver onder de gemiddelden voor 2008, maar de aantrekkende olieprijzen kunnen dit beeld snel doen veranderen. Ook een verdere appreciatie van de Euro zal producten uit het Eurogebied duurder maken. In deze periode van economische stagnatie wordt het duidelijk dat er extra behoefte bestaat aan actuele data. In dat kader is het project Integratie basisregistraties, dat bedoeld is om tot een nationaal informatiesysteem te komen, van groot belang om de statistische basis stevig uit te bouwen. Met behulp van up-to-date administratieve overheidsregisters die onderling aan elkaar gekoppeld zijn, kan het CBS snel de stand van zaken distilleren en diepgaande analyses maken omtrent de sociaal-economische en financieel-economische situatie. Op deze wijze kan in Nederland al een administratieve Census worden uitgevoerd. Voorlopig zijn wij nog niet zover, maar het project om dit mogelijk te maken is reeds gestart. Colofon Uitgave : Centraal Bureau voor de Statistiek Redactie: Francis Vierbergen Maureen Bergwijn-Blokland Mike Jacobs Maria Duyndam Harely Martina Ostrid Girigori Adres: Fort Amsterdam, Willemstad, Curaao, Nederlandse Antillen. Telefoon: (599 9) 4611031 Fax: (599 9) 4611 696 E-mail: info@cbs.an Website: www.cbs.an Auteursrechten: Het overnemen van (delen) van deze publicatie is slechts toegestaan mits voorzien van een volledige bronvermelding Abonnementen: Modus verschijnt vier maal per jaar. De abonnementsprijs bedraagt NAFl. 40,= (exclusief portokosten). Losse nummers kosten NAFl. 15,= Nummer 4 iii

PAGE 5

Modus Statistisch Magazine iv Jaargang 8

PAGE 6

Modus Statistisch Magazine An Economic Overview on the Production Activities St. Maarten 2007 Glenda Varlack I. Introduction The purpose of this article is to give an overview of the economic development in the production activities of industries in St. Maarten. The methodology that is used is basicall y the equivalent of what is applied in Curaao and Bonaire. The difference is that a Partial Economic Activity Index (PEAI) is applied because there is no information of all industries available up to the present moment. This PEAI is especially produced to fulfill the lack of information on the total economy. The Partial Economic Activity Index (PEAI) is a produc tion index of selected goods and services produced within an economy during a given period of time, usually one year. It is an economic measurement that tracks the current state of the economy. It is not meant to forecast economic activity, but to provide a comprehensive measure of recent economic activity. For St. Maarten a selected amount of industries is chosen based on the availability of volume or production information. For each industry a production indicator is collected on a monthl y basis or as the information becomes available. The production data is then transformed into an index, and weighted according to the market share. This results in the PEAI. Consequently the Index should be seen as an indicator of current economic production patterns in St. Maarten. The PEAI encompasses a total of about 80 percent of the Production Activity (See table 1). The major industries within the PEAI are Trade (G; 25.9%) Transport, Storage and Communication (I; 13.7%), Public Administration (L; 10.7%) and hotels, restaurants and cafs (Horeca) (H; 10.3%). The other industries are utilities (E; 3.0%), and financial intermediation (J; 6.1%), He alth and Social Work (N; 2.1%), oth er community, social & personal service activities and Private Households w/Employed Persons (OP; 8.6%). St. Maarten is well known for its tourism. This is not only reflected in the Horeca industry but also in other tourism related industries. The data presente d refers to the 2006 2007 period. Nummer 4 1

PAGE 7

Modus Statistisch Magazine II. Analysis by Industry for 2007 Utility: Electricity and Water supply The production of kilowatts-hours of electricity and the cubic meters of water are used as indicators for the utility industry. Electricity and water production is a somewhat mixed or ambiguous indicator that usually correlates with economic activity. The data collected for electricity and water are combined to a weighted Water & Electricity Index. Estimated production of water and electricity has increased with 4.4 percent from the 2006 level which was 2 percent. Graph 1: Percentage Change in Utilities0.02.04.06.0 2007 2006 Trade: wholesale & retail Graph 2: Percentage Change in Trade0.05.010.015.020.0 2007 2006 The development in trade is measured by the import of goods. Based on this development a deflated trade index is constructed. In 2007 an increase of 16.8 percent is observed (graph 2), which more than doubled the production activities of the year before (8.3%). This means that there is an increase in imported goods in comparison to the year before. Horeca: Hotels, Restaurants & Cafs the PEAI, horeca is the fourth largest industry In that has an economic impact on the island; this is mostly due to tourism activities. A variety of indicators can be used to measure this industry. The best indicator is the total number of nights that tourists spend on the island, because it gives a better representation of what the value added contribution and domestic production is in this industry. The monthly data is collected and compared to the year before. The stay over nights have increased with 0.3 percent in 2007 in comparison to a slight decline of under 0 percent in 2006. Graph 3: Percentage Change in Horeca -0.100.000.100.200.300.40 2007 2006 Jaargang 8 2

PAGE 8

Modus Statistisch Magazine ransport, Storage and communication his industry consists of several indicators, which are d has decreased from 2.4 percent to -inancial intermediation inancial Intermediation has a significant share of this roduction activity for this industry has Public administration n regarded as including T T Graph 4: Percentage Change in Transport and Communication -15.0-10.0-5.00.05.0 2007 2006 then combined to a weighted index. The indicators are airport passengers, aircraft landings, freight and cruise passengers. These are combined into a transportation index. The transportation index combined with the communication index (local and international minutes) form the weighted index for this industry. The value adde 10.4 percent. F Graph 5: Percentage Change in Financial; Intermediation 0.03.06.09.0 2007 2006 F industrial activity, namely 6.1 percent of GDP. A financial index is the indicator used in industry. It is based on the loans given by the commercial banks deflated with the consumer price index. The p increased with 8.5 percent compared to the year before in which it was 9.1 percent. Graph 6: Percentage Change in Public Administration 0.0 5.0 10.015.0 2007 2006 Public administration is ofte also some responsibility for determining the policies and programs of governments. Specifically, it is the planning, organizing, dire cting, coordinating, and controlling of government operations. To measure this industry the indicator used is the amount of employed personnel. A raise of 2.9 percent has been registered compared to the increase of 10.3 percent of 2006. Nummer 4 3

PAGE 9

Modus Statistisch Magazine IV. Production activity overall in St. Maarten The economic development (growth) regarding the pr oduction of goods and services excluding price developments, as explained above, are based on the PE AI. The PEAI is a weighted average of production or volume indicators that are mome ntarily available for eight industri es. The major contributors to the increase in the production activity in the year 2007 are wholesale and retail trade, Financial Intermediation and Other community, social & pers onal service activities and Private Households w/Employed Persons. The contribution s of these industries are partly offset by negative contributions from transport, storage and communication. Table 1: Changes in percentage of the production activities based on PEAI ISIC Industry Branch PEAI Percentage changes in comparison to the year before Total PEAI 80.4 2006* 2007* ABC Agriculture, Fishery and Mining D Manufacturing E Utility: Electricity and Water 3.0 2.0 4.4 F Construction G Trade: Wholesale and Retail 25.9 8.3 16.8 H Hotels, Restaurants & Cafs (Horeca) 10.3 0 0.3 I Transport, Storage & Communication 13.7 2.4 -10.4 J Financial intermediation 6.1 9.1 8.5 KM Real Estate, Renting, Business activities and private education L Public Administration 10.7 10.3 2.9 N Health and Social Work 2.1 0 4.3 OP Other community, social & personal service activities and Private Households w/Employed Persons 8.6 0 11.3 Note: All values are estimated, and will be re vised when the final data becomes available. = not available Jaargang 8 4

PAGE 10

Modus Statistisch Magazine Resultaten slachtofferonderzoek 2008 Ellen Maduro Inleiding In de periode van 28 mei tot en met eind juni 2008 is in Bonaire, Curaao en Sint Ma arten een Slachtofferenqute gehouden. In 1981 en 1992 is de enqute in het kader van techni sche bijstand door het Wete nschappelijk Onderzoeken Documentatiecentrum in Nederland uitgevoerd, met gebruikm aking van de veldwerkinfras tructuur van het Centraal Bureau voor de Statistiek. In 1995 is het onderzoek door het CBS herhaald in Bonaire en Cura ao. Voor Sint Maarten is de enqute afgelast vanwege de toentertijd ondergane effecten van orkaan Louis. Voor Bonaire en Curaao worden de resultaten van 2008 vergeleken met die van 1995. Voor Sint Maarten worden de recente resultaten vergeleken met de uitkomsten van1992. Het doel van het onderzoek is het mete n van de "veel voorkomende criminalitei t" op de eilanden. Het gaat hier om misdrijven (delicten) die vaker voorkomen en waar individuele personen en huishoudens mee geconfronteerd worden. De omvang van de criminaliteit wordt gemeten aan de hand van het slachtoffersc hap van personen en huishoudens. De veel voorkomende criminaliteit (of veel voorkomende misdaad ) omvat de volgende misdrijven: autodiefstal, diefstal uit en vanaf de auto, auto vandalisme, inbraak, poging tot inbr aak, diefstal uit tuin, porch en van het erf, beroving (met geweld), diefstal van persoon lijke eigendommen, vandalisme, aanval/bedreiging doorrijden na ongeval en ander misdrijf. Tevens wordt het aangiftegedrag van de respondenten gemeten. Dit is de mate waarin respondenten een delict bij de politie melden. Er wordt gekeken naar de motieven om geen aangifte te doen, al smede de mate van tevredenheid met de afhandeling van de zaak door de politie. Een ander aspect dat in de enqute wordt gemeten zijn de angsten onrustgevoelens van de respondenten ten aanzien van criminaliteit in de gemeenschap. De vraagstelling is als volgt: 1. Wat is de omvang van de "veel voorkomende criminaliteit" in Curaao, Bonaire en Sint Maarten? 2. In hoeveel gevallen melden sl achtoffers een misdrijf bij de politie, welke motieven worden aangedragen om geen aangifte te doen en hoe tevreden tonen de slachtof fers die wel aangifte doen, zich over de inspanningen van de politie? 3. In welke mate bestaan er bij de bevolking angsten onrustgevoelens met betrekking tot criminaliteit? Nummer 4 5

PAGE 11

Modus Statistisch Magazine Opzet Uit het adressenbestand van de eilanden is een steekproef getrokken waarbij rekening is gehouden met de geografische spreiding. Rekening houdende met de repres entativiteit van de steekproef is in de selectie van de respondent een criterium gebruikt om de geslachtsen leeftijdsverdeling overeen te laten komen met die van de bevolking. Van elk huishouden dat op een adres werd aangetroffen werd de persoon geselecteerd van 16 jaar en ouder die ge rekend vanaf de start van het onderzoek het eerste jarig was. Hiermee voorkomt men bovendien een oververtegenwoordiging van mensen w aarvan de kans groter is dat ze vaak thuis zijn, zoals huisvrouwen, gepensioneerden, werkzoekenden en scholieren. In totaal zijn in Bonaire 769 personen gen terviewd, waarvan 369 mannen en 400 vrouwen. In Curaao zijn 893 personen genterviewd, waarvan 366 mannen en 527 vrouwen. In Sint Maarten is de verdeling 294 mannen en 385 vrouwen, totaal 679 personen. Belangrijkste resultaten Bonaire Omvang van de criminaliteit In Bonaire is 71,5 procent van de re spondenten ooit het slachtoffer geword en van een delict. In 1995 is dit 57 procent. Vergeleken met het laatste meetmoment betekent dit dat meer mensen en huishoudens ooit het slachtoffer zijn geworden van n of meer delicten. In de 12 maanden voorafgaande aan het onderzoek is 27 procent van de respondenten het sl achtoffer geworden van een misdrijf Vergeleken met 1995 (36%) betekent dit een daling van het slachtoffers chap in de laatste 12 maanden vr het onderzoek (zie tabel 1). Voor een aantal delictsoorten waar in de enqute naar gevraagd is, is in vergelijking met 1995 een stijging te constateren in het slachtofferschapspercentage ooit (zie tabel 2). Dit geldt met name voor autodiefstal (een stijging met 6,3 procentpunten), diefstal uit/vana f auto (9 procentpunten), autovandalisme (8,5 procentpunten), inbraak (7,3 procentpunten), diefstal vanaf tuin, erf, porch (1,7 procentpunten), beroving/diefstal van persoonlijke eigendommen (3,6 procentpunten), vandalisme (2,2 procentpunten) en ander misdrijf (2,7 procentpunten). Voor elk delict is verder bekeken hoeveel respondenten in het jaar voorafgaand aan het onderzoek slachtoffer zijn geworden. In tabel 3 zijn de pe rcentages weergegeven. Voor Bonaire is sprake van een stijging van het slachtofferschap in de 12 maanden voorafgaande aa n de enqute voor wat betreft automisdrijven en vandalisme. Poging tot inbraak en doorrijden na een ongeval vertonen een daling. Jaargang 8 6

PAGE 12

Modus Statistisch Magazine Het aangiftegedrag 39 Procent van de slachtoffers meldt zich bij de politi e aan om een misdrijf te rapporteren. In 1995 was dat 50 procent. Dit betekent dat slachtoffers minder bereid zijn om een misdrijf bij de politie te melden (tabel 4). De volgende incidenten worden het meest gemeld; auto diefstal (93%), inbraak ( 73%), doorrijden na een ongeval (60%) en aanval en bedreiging (55%) (tabel 5). Van diefstal uit tuin, erf en porch wordt het minst aangifte gedaan (28%). Het idee dat de politie er toch niets aan zal doen wordt als belangrijkste reden opgegeven om dit misdrijf niet te melden. Twee motieven die verder vaak genoemd worden om geen aangifte te doen va n diefstal uit tuin, erf en porch zijn het feit dat de politie niks had kunnen doen/gebrek aan be wijs en de geringe ernst van de zaak. De motieven die over het algemeen het vaakst worden genoemd om geen aangifte te doen zijn: de politie zal er toch niks aan doen, politie had niks kunnen doen/gebrek aan bewijs, zaak zelf opgelost/kent de dader en niet ernstig genoeg/geen verlies/kinderwerk. Van degenen die wel aangifte hebben ge daan bij de politie geeft 33 procent blijk van tevredenheid met de reactie van de politie. In 1995 is een groter aandeel respondenten tevreden; 9 proc entpunten meer (zie tabel 6). Een hogere mate van tevredenheid wordt geconstateerd in geval van aanval en bedreiging (47%) en autodiefstal (44%). Een hoge mate va n ontevredenheid manifesteert zich voor al in geval van diefstal uit tuin, erf en porch (67%), inbraak (62% ) en autovandalisme (61%). In tabel 7 is dit weergegeven. Angsten onrustgevoelens Gesproken over criminaliteit Gedurende 2 weken voorafgaande aan de enqute heeft 31 procent van de respondenten over misdaad gesproken (tabel 8). In 1995 is dat ruim twee maal zoveel namelijk 64 procent. In Bo naire zijn de gesprekken voornamelijk gegaan over beroving/diefstal van persoonlijke eigendommen (49%) en inbraak/poging tot inbraak (18%). De gesprekken in Bonaire zijn voornamelijk aangespoord door kranten en tijdschriften (24%), verhalen van anderen (23%), eigen ervaring (19%) en iets wat in de buurt gebeurde (15,7%). Kans op en mogelijkheid van slachtofferschap 19 Procent van het totaal aantal respondenten schat de kans groot tot zeer groot in dat men slachtoffer wordt van een misdrijf en 7 procent denkt dat de kans tamelijk groot is. In 1995 is dat resp ectievelijk 37 en 4 procent. Ten opzichte van 1995 denken respondenten in mindere ma te dat de kans om slachtoffer te worden van een misdrijf is gestegen. Op de vraag of de kans om slachtoffer te worden van een misdrijf groter of kleiner is geworden, antwoordt circa 57 procent va n de respondenten dat de kans grot er is geworden. In 1995 is dit 83 procent. Vergeleken met 1995 maakt men zich minder bezorgd ov er de mogelijkheid slachtoffer te worden van een misdrijf; 18 procent in vergelijking met 36 procent in 1995 denkt regelmatig tot vaak aan de mogelijkheid van Nummer 4 7

PAGE 13

Modus Statistisch Magazine slachtofferschap. Men denkt dan met name aan bero ving/diefstal van persoonli jke eigendommen (40%), inbraak/poging tot inbraak (30%) en aanranding/verkrachting (11%). Veiligheid in de buurt Een deel van de vragen gaat over het beeld dat de respondenten hebben over de mate van veiligheid in hun buurt. Van het totale aantal respondenten geeft 16,3 procen t aan weleens bang te zijn om alleen thuis te zijn. Hiervan is 88 procent vooral 's avonds bang en 6 proc ent altijd bang. In 1995 is 27 procent weleens bang om alleen thuis te zijn. Van de ondervraagden vindt 30,8 proc ent de buurt een beetje onveilig tot zeer onveilig, heeft 17 procent bepaalde straten of plekjes gemeden en heeft 11 procent de laatste keer dat ze 's av onds in de buurt uitging uit veiligheidsoverweging iemand meegenomen. In 1995 li ggen de percentages hoger, respectievelijk 45, 23 en 15 procent. Op de vraag hoe groot men de kans inschat dat men over de twaalf komende maanden het slachtoffer kan worden van inbraak, antwoordt 23 procent dat de kans gr oot tot zeer groot is, in tegenstelling tot 52 procent in 1995. Angsten onrustgevoel algemeen Van de antwoorden op een negental vragen die elk al s indicator kan worden beschouwd voor de mate van angst en onrust is per respondent een totaal score ge maakt. Tevens is een schaal geconstrueerd waarop deze scores voor de afzonderlijke eiland en zijn afgezet. Op basis hiervan is het mogelijk tot een algemene uitspraak te komen over de gevoelens van de bevolking. Ruim een derde deel van de onderzochte bevolking (35%) geeft blijk van sterke tot zeer sterke angsten onrustgevoelens, hetgeen een opmerkelijke daling betekent ten opzichte van 1995. Toen was het aandeel respondenten met sterke angsten onrustgevoelens 62 procent. Jaargang 8 8

PAGE 14

Modus Statistisch Magazine Curaao Omvang van de criminaliteit In Curaao is 80 procent van de respondenten ooit het sl achtoffer geworden van een delict. In 1995 is dat 71 procent. Dit betekent dat meer mensen en huishoudens ooit slachtofferschap hebben ervaren. In het jaar voorafgaand aan het onderzoek is 26 procent van de bevolking het slachtoffer van een misdrijf geworden. Vergeleken met 1995 (39%) betekent dit een daling van het slachtofferschap in de 12 maanden voor de enqute (zie tabel 1). Voor Curaao is ten opzichte van 1995 met betrekking to t de automisdrijven een stijging te constateren in slachtofferschap ooit; autodiefstal (een stijging met 4 procentpunten), diefstal uit/vanaf auto (3,3 procentpunten), autovandalisme (2,8 procentpunten). Voor vandalisme is een lichte stijging te constateren van 1 procentpunt (zie tabe l 2). Er is sprake van een daling in he t geval van inbraak (6,2 procentpunten), poging tot inbraak (1,2 procentpunten), diefstal vanaf tuin, erf, porch (4,6 procen tpunten), beroving/diefstal van persoonlijke eigendommen (2 procentpunten). In tabel 3 zijn de percentages weergegeven van slachtofferschap in het jaar voorafgaand aan het onderzoek Voor Curaao is sprake van een daling van de slacht offerschap voor de meerderheid van de delicten. Anderzijds geldt dat he t slachtofferschap praktisch gelijk is gebleven. Het aangiftegedrag Wat het aangiftegedrag betreft blijkt dat gemiddeld 46 pr ocent van de slachtoffers zi ch bij de politie aanmeldt om een misdrijf te rapporteren. In 1995 is dat 45 procent. Dit betekent dat het meldingspercentage praktisch gelijk is gebleven (tabel 4). De incidenten die het meest worden gemeld zijn; auto diefstal (95%), inbraak ( 79%), beroving/diefstal van persoonlijke eigendommen (65%), aanval en bedreiging (64%) en doorrijden na een ongeval (64%). Zie tabel 5. Van diefstal uit tuin, erf en porch wordt het minst aangifte gedaan (19%). Het idee dat de politie er toch niets aan zal doen wordt als belangrijkste reden opgegeven om dit misdrijf niet te melden. Daarnaast worden ook de volgende motieven vaak genoemd: het feit dat de politie niks had kunnen doen/gebrek aan bewijs, de geringe ernst van de zaak en zaak zelf opgelost/kent de dader. Het zijn dezelfde vi er motieven die in het algemeen het vaakst worden genoemd om een misdrijf niet te melden. Van degenen die wel aangifte hebben ge daan bij de politie geeft 41 procent blijk van tevredenheid met de reactie van de politie (tabel 6). In 1995 is dat 35 procent. Een hogere mate van tevredenheid wordt geconstateerd in geval van aanval en bedreiging (73%), autodiefstal (60% ), doorrijden na ongeval (53%) en vandalisme (52%). Een hoge mate van ontevredenheid manifesteer t zich vooral in geval van diefstal uit tuin, erf en porch (56%) en inbraak (54%) (zie tabel 7). Nummer 4 9

PAGE 15

Modus Statistisch Magazine Angsten onrustgevoelens Gesproken over criminaliteit Gedurende 2 weken voorafgaande aan de enqute heeft 39 procent van de Curaaose respondenten over misdaad gesproken (tabel 8). In 1995 is het percenta ge veel hoger, 72 procen t. De gesprekken zijn voornamelijk gegaan over gewapende roofoverval (34% ), beroving/diefstal van persoonlijke eigendommen (20%), aanranding/verkrachting (14% ) en doodslag en moord (10%). Voor 38 procent van de Curaaose respondenten vormen kranten en tijdschriften de aanleiding voor deze gesprekken en voor 18 procent verhalen van anderen. Kans op en mogelijkheid van slachtofferschap 29 Procent van het totaal aantal respondenten schat de kans groot tot zeer groot dat men slachtoffer wordt van een misdrijf en 11 proc ent denkt dat de kans tamelijk groot is. In 1995 is dat respectievelijk 51 en 11 procent. Ten opzichte van 1995 denken respondenten in mindere ma te dat de kans om slachtoffer te worden van een misdrijf is gestegen. Op de vraag of de kans om slachtoffer te worden van een misdrijf groter of kleiner is geworden, antwoordt circa 65 procent va n de respondenten dat de kans grot er is geworden. In 1995 is dit 89 procent. Vergeleken met de resultaten van 1995 maakt men zich in mindere mate bezorgd over de mogelijkheid om slachtoffer te worden van een misdrijf; 30 procent (i n vergelijking met 49 procen t in 1995) denkt regelmatig tot vaak aan de mogelijkheid van slachtofferschap. Men denkt dan met name aan beroving/diefstal van persoonlijke eigendommen (27%), gewapende roofoverval (26%) en aanranding/verkrachting alsmede inbraak/poging tot inbraak (14%). Veiligheid in de buurt Een deel van de vragen ging over het beeld dat de re spondenten hebben over de mate van veiligheid in hun buurt. Van het totale aantal respondenten geeft 17 procen t aan weleens bang te zijn om alleen thuis te zijn. Hiervan is 76 procent vooral 's avonds bang en 13 proc ent altijd bang. In 1995 is 27 procent weleens bang om alleen thuis te zijn. Van de ondervraagden vindt 50 procent de buurt een beetje onveilig tot zeer onveilig, heeft 23 procent van de respondenten de laatste keer dat ze 's avonds in de buurt uitging bepaalde straten of plekjes gemeden en 17 procent de laatste keer dat men 's avonds in de buurt uitging uit veilig heidsoverweging iemand meegenomen. In 1995 is dat respectievelijk 45 procen t, ongeveer een derde deel en 15 procent. Op de vraag hoe groot men de kans inschat dat men over de twaalf komende maanden het slachtoffer kan worden van inbraak, antwoordt 29 procent dat de kans gr oot tot zeer groot is, in tegenstelling tot 61 procent in 1995. Jaargang 8 10

PAGE 16

Modus Statistisch Magazine Angsten onrustgevoel algemeen Ook voor Curaao is dezelfde werkwijze gevolgd als vo or Bonaire teneinde tot een algemene uitspraak te komen over de angsten onrustgevoelens van de bevo lking. 47 Procent van de on derzochte bevolking geeft blijk van sterke tot zeer sterke angs ten onrustgevoelens. In 1995 is het percentage veel hoger, namelijk 78 procent. Sint Maarten Omvang van de criminaliteit In Sint Maarten is 71,6 procent van de respondenten ooit het slachtoffer geworden van een delict. Uit de enqute van 1992 blijkt 46,7 procent van de respondenten ooit het slachtoffer te zijn geworden. De omvang lijkt enorm te zijn gestegen. Hierbij moet wel een kan ttekening worden geplaatst. Vergeleken met de vorige enqute in 1992 zijn er drie delic ttypen bijgekomen, namelijk autova ndalisme, poging tot inbraak en aanval/bedreiging. Deze uitbreiding is natuurlijk van invloed op het resultaat. Slachtofferschap in n jaar tijd is ten opzichte van 1992 met ruim 3 procentpunten gestegen naar 27,5 procent (zie tabel 1). Voor Sint Maarten is vergeleken met 1992 een stijging in slachtofferschap (ooit) te constateren met betrekking tot autodiefstal (11,1 procentpunten), diefstal uit/va naf auto (12,8 procentpunten), beroving/diefstal van persoonlijke eigendommen (4,1 procentpunten) en doorrijden na een ongeval (2,2 procentpunten). Slachtofferschap wegens inbraak, vandalisme en do orrijden na ongeval is afgenomen (tabel 2). Respondenten rapporteren een hogere mate van slachtoffers chap in n jaar tijd in geval van autodiefstal (4,4 procentpunten), diefstal uit/vanaf auto (4,5 pr ocentpunten), beroving/die fstal van persoonlijke eigendommen (1,5 procentpunten) en doorrijden na een ongeval (1,3 procen tpunten). Slachtofferschap in het jaar voorafgaand aan het onderzoek is afgenomen voor inbraak (2,7 procentpunten) In tabel 3 zijn deze percentages weergegeven. Het aangiftegedrag 31 Procent van de slachtoffers meldt zich aan bij de polit ie om een misdrijf te rapporteren. In 1992 is dat 41 procent. Dit betekent dat de meldin gsbereid is afgenomen (tabel 4). De volgende incidenten worden het meest gemeld; auto diefstal (90%), inbraak ( 63%), doorrijden na een ongeval (60%) en autovandalisme (50%) (tabel 5). Van diefstal uit tuin, erf en porch wordt het minst aang ifte gedaan (18%). De geringe ernst van de zaak wordt als belangrijkste reden opgegeven om dit misdrijf niet te melden. Twee motieven die verder vaak genoemd worden om geen aangifte te doen zijn het feit dat de politie er toch niks aan zal doen en dat de politie niks had kunnen doen/gebrek aan bewijs. Nummer 4 11

PAGE 17

Modus Statistisch Magazine De volgende vier motieven worden over het algemeen het vaakst genoem d om geen aangifte te doen: niet ernstig genoeg/geen verlies/kinderwerk, de politie zal er toch niks aan doen, politie had niks kunnen doen/gebrek aan bewijs en zaak zelf opgelost/kent de dader. Van degenen die wel aangifte hebben ge daan bij de politie geeft 38 procent blijk van tevredenheid met de reactie van de politie. In 1992 zijn de respondenten minder tevreden, namelijk 29 procent. (tabel 7). Een hogere mate van tevredenheid wordt geconstateerd in geval van vandalisme (50%). Een hoge mate van ontevredenheid man ifesteert zich vooral in geval van aanval en bedreiging (65%), autovandalisme (63%), inbraak (58%), diefstal vanaf en uit auto (55% ) en doorrijden na een auto ongeval (52%). Angsten onrustgevoelens Gesproken over criminaliteit Gedurende 2 weken voorafg aande aan de enqute heeft 65 procent va n de respondenten in Sint Maarten over misdaad gesproken. In 1992 is dat met 38 procent veel geringer (zie tabel 8). 55,5 Procent heeft gesproken over beroving/diefstal va n persoonlijke eigendommen, circa 13 procent over inbraak/poging tot inbraak en 7 procent ov er diefstal uit tuin, erf en porch. Artikelen in kranten en tijdschriften (52%) hebben in meerdere mate de aanleiding gevormd om over misdaad te praten. Daarnaast zijn gesprekken ook benvl oed door eigen ervaring van de respondent (11,7%) en een gebeurtenis in de eigen buurt (10,8%). Kans op en mogelijkheid van slachtofferschap 30 Procent van het totaal aantal respondenten schat de kans groot tot zeer groot in dat zij slachtoffer wordt van een misdrijf en 13 procent denkt dat de kans tamelijk groot is. In 1992 was dat 33 en 11 procent. Op de vraag of de kans om slachtoffer te worden van een misdrijf groter of kleiner is geworden, antwoordt circa 55 procent van de respondenten dat de kans groter is geworden. In 1992 was dat 69 procent. Vergeleken met de enqute van 1992 maakt men zich iets meer bezorgd over de mogelijkheid slachtoffer te worden van een misdrijf; ruim een kwart van de re spondenten denkt regelmatig tot vaak aan deze mogelijkheid. In 1992 was dat 23 procent. Respondent en in Sint Maarten denken voornamelijk aan beroving/diefstal van persoonlijke eigendommen (38%) en inbr aak/poging tot inbraak (11%). Veiligheid in de buurt Ten aanzien van het beeld dat de resp ondenten hebben over de mate van ve iligheid in hun buurt, blijkt dat 30 procent weleens bang is om alleen thuis te zijn. Bijna twee derde deel, 64 procent, is vooral 's avonds bang en 18 procent is altijd bang. Van de ondervraagden vindt meer dan een derde deel ( 37 %) de buurt een beetje onveilig tot zeer onveilig. Ten opzichte van 1992 is dat gevoel nu sterker. In 1992 was dat 14,3 procent. 28 Procent van de respondenten Jaargang 8 12

PAGE 18

Modus Statistisch Magazine heeft de laatste keer dat men 's avonds in de buurt is uitgegaan bepaalde straten of plekjes gemeden (in 1992 circa 34 procent) en 18 procent ( 27 procent in 1992) heeft uit veiligheidsoverwe ging iemand meegenomen. Op de vraag hoe groot men de kans inschat dat men over de twaalf komende maanden het slachtoffer kan worden van inbraak, antwoordt 44 proc ent dat de kans groot tot zeer groot is. Vergeleken met 1992 (49%) is dit percentage gedaald. Angsten onrustgevoel algemeen Voor Sint Maarten blijkt 58 procent van de onderzoc hte bevolking sterke tot zeer sterke angsten onrustgevoelens te hebben. In 1992 is dat percentage iets lager: 51 procent. Een vergelijking tussen de eilanden Omvang van de criminaliteit Voor alle drie eilanden blijkt dat gedurende de jaren meer mensen en huishoudens n of meerdere keren het slachtoffer zijn geworden van vee l voorkomende criminaliteit, zoals in de enqute gedefinieerd. Ten opzichte van de vorige meetmomenten is wat Bonaire en Curaao betreft het slachtofferschapspercentage in de 12 maanden voorafgaande aan het onderzoek afge nomen. Voor Sint Maarte n is vergeleken met 1992 sprake van een toename. Op alle eilanden valt een stijging te consta teren van het slachtofferschap inzake automisdrijven, zowel ooit als in de 12 maanden voor he t onderzoek. Voor de andere misdrijven varieert de situatie per eiland. Het aangiftegedrag De aangiftebereid in Curaao is praktisch gelijk ge bleven aan dat van 1995. De enqute registreert een verminderde aangiftebereidheid onder de respondenten van Bonaire en Sint Maarten (ten opzichte van 1992). Er is overeenstemming tussen de eilanden in di e zin dat autodiefstal het meest gemelde delict is en diefstal uit tuin erf en porch het minst. De meest genoemde motieven om diefstal uit tuin, erf en porch niet te melden (de politie zal er toch niks aan doen, politie had niks kunnen doen /gebrek aan bewijs, geri nge ernst van de zaak, en zaak zelf opgelost/kent de dader) zijn voor de eilanden gelijk, hoewel de volgorde van belangrijkheid voor Sint Maarten verschilt. Onafhankelijk van het delict worden door de respondenten dezelfde vier motieven als boven vermeld het vaakst genoemd. De mate van tevredenheid is het hoogst onder de Curaaose respondenten en de Bonairiaanse respondenten zijn het meest ontevreden. In Curaao en Sint Maarten toont een hoger percentage respondent zich tevreden met de inspanning van de politie, vergeleken met de resultaten van het laatste meetmoment. Nummer 4 13

PAGE 19

Modus Statistisch Magazine Angsten onrustgevoelens De resultaten laten zien dat onder de respondenten van Bonaire en Curaao vergeleken met 1995 in veel mindere mate angsten onrustgevoelens uiten. Veel minder respondenten spreken gedurende de dagen voorafgaande aan de enqute over mi sdaad, een behoorlijk kleiner aandeel acht de kans op slachtofferschap groot tot zeer groot, men geeft in mindere mate aan bang te zijn in de eigen buurt, het aandeel respondenten dat de kans op inbraak groot tot zeer groo t acht is behoorlijk kleiner dan in 1995. Voor Sint Maarten daarentegen is sprake van sterke re angsten onrustgevoelens ten opzichte van 1992. Terwijl de algemene score voor angsten onrustgevoelens voor Bonaire en Curaao een enorme daling vertoont, is deze voor Sint Maarten gestegen. Conclusie Geconstateerd wordt dat meer mensen in de loop der ja ren slachtofferschap van criminaliteit hebben ervaren, hoewel voor Bonaire en Curaao de ervaring, vergel eken met de vorige meetmomenten, in mindere mate van recent karakter is (12 maanden voorafgaande aan he t onderzoek). De aangiftebereidheid is gedaald of in ieder geval gelijkgebleven. De mate van tevr edenheid is verschille nd; een toegenomen tevredenheidspercentage onder de respondenten in Curaao en Sint Maarten en een verminderde tevredenheid bij de respondenten in Bonaire. Er is minder angst en onrust ten aanzien van criminaliteit in Bonaire en Curaao, terwijl in Sint Maarten sprake is van sterkere angsten onrustgevoelens bij een gestegen mate van recente slachtofferschapserv aring vergeleken met de laatste meti ng in 1992. Het lijkt erop dat hoe recenter de ervaring hoe meer angsten onrustgevoelens heersen. Jaargang 8 14

PAGE 20

Modus Statistisch Magazine Bijlage tabellen Tabel 1. Slachtoffer van een delict, ooit en in 1 jaar tijd % 1995 2008 ooit in 1 jaar tijd ooit in 1 jaar tijd Bonaire 57,0 36,0 71,5 26,9 Curaao 71,0 39,0 80,1 26,3 1992 2008 Sint Maarten 46,7 24,3 71,6 27,5 Tabel 2. Slachtoffers van een delict ooit (1981-2008) Bonaire, Curaao en Sint Maarten % Bonaire Curaao Sint Maarten 1981 1992 1995 2008 1981 1992 1995 2008 1981 1992 1995 2008 autodiefstal 3,3 1,7 0,7 7,0 3,6 3,4 7,9 11,9 2.0 13,1 diefstal uit/vanaf auto 6,7 8,7 9,4 18,3 18,4 19,5 27,2 30,5 22,7 9,0 21,8 autovandalisme 6,0 14,5 11,3 14,1 11,7 inbraak 5,2 16,0 16,8 24,1 18,3 29,0 33,5 27,3 12,5 21,0 16,6 poging tot inbraak 14,8 11,6 14,7 13,5 8,5 diefstal vanaf tuin, erf, porch 20,0 18,1 19,8 20,8 26,2 21,6 13,0 13,4 beroving/diefstal van persoonlijke eigendommen 12,3 12,3 10,7 14,3 10,2 8,7 15,5 13,5 8,7 9,9 14,0 vandalisme 2,1 1,7 6,0 8,2 8,4 7,5 7,8 8,8 1,9 5,8 4,0 aanval/bedreiging 8,1 8,2 7,1 6,5 8,2 doorrijden na ongeval 2,1 1,7 5,4 5,6 3,4 4,6 5,8 5,3 2,9 5,0 7,2 ander misdrijf 1,0 0,7 3,4 2,1 1,5 2,5 2,9 1,8 Tabel 3. Slachtoffers van een delict in 1 jaar tijd Bonaire, Curaao en Sint Maarten % Bonaire Curaao Sint Maarten 80/81 91/92 1995 07/08 80/81 91/92 1995 07/08 80/81 91/92 1995 07/08 autodiefstal 0,0 1,2 1,2 1,4 1,2 1,5 0,5 4,9 diefstal uit/vanaf auto 3,3 2,6 4,7 6,5 9,1 8,0 9,0 7,1 7,6 4.6 9,1 autovandalisme 3.4 5,3 3,9 3,7 7.2 inbraak 3,1 5,2 5,4 6.0 7,3 9,0 8,9 5.7 5,8 8,3 5,6 poging tot inbraak 10,1 2,9 5,4 4,0 3,7 diefstal vanaf tuin, erf, porch 8,7 8,1 7,6 8,8 10,0 6,7 6,6 6,8 beroving/diefstal van persoonlijke eigendommen 6,2 5.2 4,1 4,5 4,4 2,6 4,4 3,4 5,8 3,6 5,1 vandalisme 0,9 2,0 3,0 3,1 3,4 2,6 2,4 2,8 2,2 aanval/bedreiging 4,0 3,5 3,3 1,9 3,7 doorrijden na ongeval 0,9 2,8 1.7 0,8 1,0 1,9 1,6 1,6 2,9 ander misdrijf 1,0 0,7 1,3 2,1 0,6 0.4 0,9 2,9 0,5 0,9 Nummer 4 15

PAGE 21

Modus Statistisch Magazine Tabel 4. Aangiftebereidheid slachtoffers % 1995 2008 melders niet-melders melders niet-melders Bonaire 50 50 39 61 Curaao 45 55 46 54 1992 2008 Sint Maarten 41 59 31 69 Tabel 5. Aangiftebereidheid van slachtoffers per delict Bonaire, Curaao en Sint Maarten % Bonaire Curaao Sint Maarten 1995 2008 1995 2008 1992 2008 autodiefstal 100,0 92,9 94,9 94,8 81,8 90,0 diefstal uit auto 38,5 43,1 38,8 49,0 35,3 44,4 autovandalisme 37,5 38,4 29,9 47,3 50,0 inbraak 87,0 73,1 72,1 79,0 60,2 63,3 poging tot inbraak 45,0 38,6 31,1 34,5 28,6 diefstal vanaf tuin, erf, porch 40,7 27,8 13,6 18,8 13,7 17,6 beroving/diefstal van persoonlijke eigendommen 46,2 43,6 29,1 65,0 46,4 37,9 vandalisme 12,5 44,4 38,1 37,2 33,3 29,6 aanval/bedreiging 50,0 54,8 48,8 63,8 27,8 35,7 doorrijden na ongeval 75,0 59,5 64,0 63,8 35,7 59,9 ander misdrijf 100,0 57,7 52,0 71,4 50,0 64,4 Tabel 6. Mate van tevredenheid met afhandeling van aangifte door de politie % 1995 2008 Tevreden Ontevreden Tevreden Ontevreden Bonaire 42 40 33 55 Curaao 35 51 41 44 1992 2008 Sint Maarten 29 63 38 52 Jaargang 8 16

PAGE 22

Modus Statistisch Magazine Tabel 7. Mate van tevredenheid met de afhandeling van aangiften % Bonaire Curaao Sint Maarten Tevreden Ontevreden Tevreden On tevreden Tevreden Ontevreden Diefstal van auto 43,6 43,6 60,3 34,2 40,7 42,6 Diefstal vanaf en uit auto 38,3 57,4 34,4 44,8 36,4 54,5 Auto vandalisme 27,3 60,6 39,5 48,8 37,0 63,0 Inbraak 24,1 62,4 28,6 54,2 33,3 58,0 Poging tot inbraak 41,2 52,9 36,6 46,3 37,5 37,5 Diefstal uit tuin 26,2 66,7 27,8 55,6 43,8 43,8 Beroving/Diefstal van pers, eigendommen 41,7 45,8 26,8 43,9 25,0 50,0 Vandalisme 35,7 46,4 51,7 41,4 50,0 37,5 Aanval/bedreiging 47,1 32,4 73,0 16,2 35,0 65,0 Doorrijden na ongeval 40,0 52,0 53,3 26,7 44,4 51,9 Ander misdrijf 33,3 66,7 40,0 53,3 62,5 25,0 Gemiddeld 32,8 55,0 40,7 43,7 37,5 51,7 Tabel 8. Angsten onrustgevoelens 1995 en 2008 % Bonaire Curaao Sint Maarten 1995 2008 1995 2008 1992 2008 Gesproken over misdaad 64 31 72 39 38 65 Kans op slachtofferschap groot tot zeer groot 37 19 51 29 33 30 Kans op slachtofferschap tamelijk groot 4 7 11 11 11 13 Kans op slachtofferschap groter geworden 83 57 89 65 69 55 Regelmatig tot vaak denken aan de mogelijkheid 36 18 49 30 23 26 Weleens bang om alleen thuis te zijn 27 16 25 17 28 30 Vooral s'avonds bang 93 88 69 76 81 64 Altijd bang 8 6 25 13 4 18 Buurt een beetje onveilig tot zeer onveilig 45 31 45 50 19 37 Bepaalde plekjes gemeden 33 17 23 23 34 28 Uit veiligheidsoverweging iemand meegenomen 15 11 28 17 38 18 Kans op inbraak groot tot zeer groot 52 23 61 29 49 44 Algemene angsten onrustgevoelens 62 35 78 47 51 58 Nummer 4 17

PAGE 23

Modus Statistisch Magazine Naar een nationaal informatiesysteem Een stelsel van basisregistratie s voor het eilandgebied Curaao Sean de Boer Inleiding In het regeerprogramma spreekt de Regering van de Nederlandse Antillen zich uit inzake een nationale informatievoorziening. Hierin staat het volgende: Het beleid van de overheid inzake nationale informatievoorziening dient gericht te zijn op het ontsluit en van alle relevante databestanden bij landsoverheid, de eilandsbesturen en andere instanties, voor het maken van beleid voor burgers en ondernemers 1 In navolging hiervan heeft bestuurscollege van he t eilandgebied Curaao aangegeven te streven naar een verhoging van de kwaliteit van bestuur, een doelmatige en doeltreffende ambtelijke organisatie en verhoging van de dienstverlening De voornoemde wenselijkheden brengt met zich mee men naar een nieuwe vo rm van bedrijfsvoering moet groeien. Dit houdt in dat er gelijktijdig meer en meer het accent komt te liggen op het gehele proces van informatievoorziening. Het vereist een helder beeld van wa t concreet moet worden gedaan, waarbij het uitgangspunt duidelijk moet zijn dat informatie cruc iaal is voor alle aspecten van openbaar bestuur. Vandaar dat het dan ook zaak wordt om de aandacht te richten op de informatiearchitectuur (het samenhangende en overkoepelende beeld) van de algemene informatievoorziening. Om deze inspanningen ee n kans van slagen te geven is het van beslissend belang dat de exercitie vanuit de hoogste b estuurlijke lagen, de Raad van Mini sters en het Bestuurscollege van het eilandgebied Curaao, ten sterkste wordt ondersteund me t daadwerkelijke acties. Daar naast moet er een draagvlak zijn over de gehele linie van het (semi-)overheidsapparaat waar de veranderingen primair plaats moeten vinden. De voorgestane benadering moet de uitdrukking zijn van een nieuwe cultuur en attitude van samenwerking. Naar aanleiding van het bovengenoemde heeft het Centraal Bureau voor de Statistiek in Curaao de taak op zich genomen om in 2005 een nota te concipiren, Naar een na tionaal informatieplan. In deze nota maakt het CBS aan zowel het land Nederlandse Antillen als het eilandgebied Curaao haar ideen kenbaar omtrent een georganiseerde informatievoorziening. In dit document omschrijft het CBS de huidige informat ievoorziening om statistiek te produceren als niet gecordineerd. Zo blijkt een onderwerp, dat wordt gebaseerd op statistische cijfers, vanuit verschillende gezichtspunten te worden gepresenteerd. Heel vaak ontstaat hierdoor sp raakverwarring en soms ook tegenspraak. In het document schets het CBS voorts een gewenste situatie waarbij bruikbare statistische informatie op een gentegreerde wijze dient te worden sa mengesteld. Hiermee wordt bedoeld dat de gepresenteerde data vergelijkbaar zijn met gerelateerde informatie en dat deze passen in een systeem waarin gegevens naadloos op elkaar aansluiten. 1 Naar een Nationaal Informatie Plan, C entraal Bureau voor de Statistiek 2005, p.9 Jaargang 8 18

PAGE 24

Modus Statistisch Magazine Het CBS geeft verder in het document aan dat daarvan alleen sprake kan zijn als alle informatie binnen n systematiek wordt opgebouwd en waarin gebruik wordt gemaakt van dezelfde proc edures, classificaties en definities. De gedachtegangen rond een goed functionerende inform atievoorziening die statistische informatie moeten opleveren zijn niet nieuw. De noordelijke staten Denema rken, Finland, IJsland, Noor wegen en Zweden hebben een lange traditie in het gebruik van gente greerde administratieve gegevens in de productie van officile statistieken. In Nederland is men ook niet achtergebleven. CBS Nederl and is ook al heel lang bezig haar gegevens uit administratieve bestanden te ha len voor het produceren van officile statis tieken. De wet schrijft zelfs voor dat het CBS Nederland verplicht is om administratieve br onnen te gebruiken als deze beschikbaar zijn. Dit artikel gaat in op de ontwikkeling rondom de implem entatie van een gentegreerd datadistributie systeem c.q. stelsel van basisregistraties voor het eilandgebied Curaao. Dit systeem moet dan in de toekomst uiteindelijk ook n van de doelen van het CBS dienen; de productie van o fficile statistieken uit ad ministratieve bestanden. Best Practices Tussen 2000 en eind 2002 is in Nederland bijvoor beeld het programma Stroomlijning Basisgegevens (SBG) uitgevoerd. Dit programma vormde een on derdeel van het Actieprogramma Elektronische Overheid van de minister voor Grote Stedenbeleid en Integratie en was een samenwerkingsverband tussen de ministeries van Binnenlandse Zaken, Economische Zaken, Financin, Justitie, Sociale Zaken en Werkgelegenheid, het ministerie van Volksgezondheid, Welzijnen Sportaangelegenheden en het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer alsmede de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en de Registratiekamer (thans College Bescherming Persoonsgegevens). De algemene doelstelling van het Nederlandse programma was het structureel doorbreken van gebrekkige informatiehuishouding van de overheid d oor een impuls te geven aan de totstandkoming van een stelsel van zogenaamde authentie ke registraties voor basisgegeven s. De achterliggende filosofie is het eenmalig inwinnen van gegevens en het hergebruik van deze gegevens door de overheid, onder het motto een intelligente, geen alwetende overheid. Hiermee kan onder meer fraude worden voorkomen en kan een succesvolle opsporing van strafbare feiten worden bevorderd. Door afnemers van gegevens te verplichten gebruik te maken van de basisgegevens en ook te verplichten om onjuistheden terug te melden wordt niet alleen de efficiency maar ook de kwaliteit van overheidsgegevens bevorderd. In het kader van het programma Stroomlijning Basisg egevens heeft de Nederlandse overheid destijds besloten tot de invoering van zes basisregistraties. De eisen die in Nederland, bijvoorbeeld, aan een basi sregistratie tot de dag van vandaag worden gesteld hebben tot doel het authentieke karakter van de registratie te versterken. De eisen gaan over onderwerpen die essentieel zijn voor het functioneren van een basisregistrat ie binnen een stelsel. Ze gaan Nummer 4 19

PAGE 25

Modus Statistisch Magazine expliciet niet over zaken die met goed regi ster houderschap te maken hebben zoals het beveiligingsbeleid, back-ups, en dergelijke. De eise n zijn ook niet bedoeld al s minimumvoorwaarde. Was dat het doel geweest dan was het noodzakelijk gewees t om aan elke eis een set normen te verbinden die de mate waarin aan die eis is voldaan kan weergeve n. De eisen zijn bedoel d als bespreekpunten. De houder van de registratie en zijn gebruikers moeten over elk van deze onderwerpen in gesprek treden en per eis gezamenlijk bepalen of er al dan niet aan is vo ldaan. Op deze manier ontstaat er een contract tussen de houder en de gebruiker dat waarborgt dat er blijvend aan de eisen van een basisregistratie wordt voldaan. De 12 eisen die gesteld worden voor de optimale inrichting van basisregistraties zijn als volgt geformuleerd: 1. De registratie is bij wet geregeld; 2. De afnemers hebben een terugmeldingsplicht; 3. De basisregistratie wordt verplicht gebruikt door de hele overheid; 4. Er is duidelijkheid over de aansprakelijkheid; 5. De realisatie en exploitatie geschieden tegen re delijke kosten en er is eenduidigheid over de verdeling ervan; 6. Er Is duidelijkheid over inhoud en bereik van de registratie; 7. Er zijn sluitende afspraken en procedures tussen houder en afnemers; 8. Er zijn duidelijke procedures met betrekking to t de toegankelijkheid van de basisregistratie; 9. Er is een stringent regime van kwaliteitsborging; 10. Er is vastgelegd dat en hoe afnemers van gege vens op een niet vrijblijvende wijze betrokken worden bij de besluitvorming be treffende de basisregistratie; 11. De positie van de basisregistratie binnen het stel sel van basisregistraties is duidelijk gemaakt en de relaties met de basisregistraties zijn beschreven; 12. De zeggenschap over de basisregistratie berust bij een bestuursorgaan en er is een minister verantwoordelijk voor het realiseren respec tievelijk functioneren van de betreffende basisregistratie. Jaargang 8 20

PAGE 26

Modus Statistisch Magazine Basisregistratie systemen; unieke bronnen Het uitgangspunt is dus dat een bepaald gegeven slec hts eenmaal door de overheid wordt verzameld en geregistreerd en vervolgens waar toegestaan door andere overheidorganisaties wordt gebruikt. Deze clusters van gegevens fungeren voor de gehele overheid als unieke bron. Zo zijn in de Gemeentelijke Basisadministraties Persoonsgegevens (GBAs) in Nederland algemene persoonsgegevens verzameld. Andere overheidsinstellingen die deze gegevens nodig hebben voor hun beleid, bijvoorbeeld voor huursubsidiebeleid of onroerende zaak belasting, zijn verplicht gebruik te maken van de GBA. Per basisregistratie wordt bij wet vastgesteld wat het do el is, het werkingsgebied, de kwaliteitseisen, de autorisatie voor het gebruik, de kwal iteitsborging en de financiering. Voor iedere basisregistratie is een minister verantwoordelijk. Voor het besturen van Nederland zijn basisreg istraties echter van zon vitaal belang, dat zij in een samenhangend stelsel (een nationaal systeem) zijn ondergebracht. Voor het eilandgebied Curaao wordt een stelsel va n 5 authentieke basisregistraties ingericht, doch beperkt dit stelsel zich niet tot deze 5 registraties (In de toekomst kunnen meer basisregistraties worden gedentificeerd en worden toegevoegd): Basisregistratie Persoonsgegevens (PIVANOBO /BP) Basisregistratie Rechtspersonen en Ondernemingen (BO) Basisregistratie Vastgoed (BV) Basisregistratie Adressen (BA) Basisregistratie Topografie (BT) Deze basisregistraties moeten elk op hun beurt op basis van gestandaardiseerde codes, afspraken en vastgestelde protocollen vervolge ns aan elkaar worden gekoppeld tot een stelsel (of kunnen de afzonderlijke registraties een gentegreerd sy steem voeden met authentieke informatie). Nummer 4 21

PAGE 27

Modus Statistisch Magazine Basisregistratie Bedrijven (BB ) Niet Natuurlijke personen V estigiginge n Basistegistratie Vastgoed (BV) Gebouwen voor bewoningsd li d Zakelijke panden (gebouwen) Objecten Basiregist r atie Geografische Informatie Systeem (GIS) A dressen Kadastrale percelen Natuu r lijke personen Basisregistratie Adressen (B A ) Basisregistratie Persoonsgegevens Zi j n ei g enaar van Gevestigd i n Hebben Hebben zakelijke rechten op Leveren begrenzingen vanLeveren be g renzin g en van Bevinden zich o p Leveren be g renzin g en van Dient als onder g rond voor Richten bedri j ven o p Zijn eig e na ar v a n Figuur 1: voorgestelde stelsel van basisregistraties voor Curaao Het stelsel van basisregistraties in Curaao beoogt evenals in Nederland de dienstverlening van de overheid te verbeteren, evenals de kwaliteit van ge gevens te doen toenemen. De uitwisselbaarheid van gegevens moet de efficintie en effectiviteit bij beleidsontwikkeling, uitvoering en handhaving door overheden doen toenemen. Jaargang 8 22

PAGE 28

Modus Statistisch Magazine Betrokken instanties bij de inrichting van basisregistraties en het stelsel Het is verstandig om al in een beginfase na te gaan welke basisregistraties vrij snel tot het stelsel kunnen worden toegevoegd. Voor de inrichting van het stelsel van basisregistraties wordt uitgegaan van de participatie van: De dienst Burgelijke Stand, Bevolkingsregister en Verkiezingen (BSBV) inzake basisregistratie persoonsgegevens; Dienst Ruimtelijke Ontwikkeling en Volkshuisvesting (DROV) voor het ontwerp, de implementatie en beheer van de basisregistratie adressen; Dienst Openbare Werken (DOW) voor het ontw erp, de implementatie en beheer van de basisregistratie Topografie; Kamer van Koophandel (KvK) voor de basisreg istratie rechtspersonen en ondernemingen; Het Kadaster voor de basisregistratie vastgoed (gebouwen en percelen); Het Domeinbeheer voor het verstrekken van informatie omtrent overheidspercelen (erfpachten huurgegevens) en andere informatie voor de totstandkoming van deze registraties. Het Centraal Bureau voor de Statistiek is bij de inrichting vooral betrokken als adviseur en projectbegeleider in het proces van standaardisatie en definiring van de te gebruiken velden, daar het CBS de zorg als afnemer van gegeve ns later draagt voor het bedrijven van statistiek en statistische analyses. De voornoemde instanties worden aan he t eind van het project vertegenwoordigd in het hoogste beraad betreffende het beheer van het stelsel va n basisregistraties: de Autoriteit Basisregistraties (ABR). Anderzijds worden een aantal grote afnemers van datastromen onderkend: Het Centraal Bureau voor de Statistiek welke de aangewezen instantie is voor het produceren van officile statistieken; Nutsbedrijf Aqualectra voor de toelevering van stroom en water aan burgers en bedrijven; Nutsbedrijf United Telecom Services voor de levering van telecommunicatie faciliteiten aan burgers en bedrijven; Sociale Verzekering Bank (SVB) voor het verzor gen van werknemers en volksverzekeringen; Bureau Rijbewijzen voor de aflevering van rijbewijzen; Inspectie der Belastingen voor de fiscale aangelegenheden zoals belasting inning, e.d. Voor dit project is het belangrijk dat met name de grootgebruikers ook zijn vertegenwoordigd in de stuurgroep in verband met afspraken betreffende terugmeldingsplicht van persoonen objecten informatie. De afspraken worden dan wettelijk geregeld. Nummer 4 23

PAGE 29

Modus Statistisch Magazine Problemen die aangepakt dienen te worden voor de inrichting van het datadistributie systeem Dat informatie fragmentarisch en dubbel opgeslagen ligt binnen de diverse overhe idsinstanties en private ondernemingenin Curaao, is een feit. Een voorbeel d hiervan is de sector Ruimtelijk Ontwikkeling, Volkshuisvesting en Openbare Voorzieningen (ROVOV). Vanuit eigen informatiebehoefte verzamelen de diensten binnen deze sector diverse gegevens in zowe l digitale als analoge vorm voor het realiseren van eigen afzonderlijke doelstellingen. Het betreft hoofdzakelijk informatie ov er vastgoed waarbij topografische en thematische gegevens niet altijd goed op elkaar zijn af gestemd. Hierdoor wordt de uitwisseling van informatie bemoeilijkt met het gevolg dat de uitvoeringsprocess en en besluitvormingsprocessen worden vertraagd 2 Dienst Openbare Werken heeft sind s 1993 een digitale Grootschalige Basiskaart Curaao in beheer welke bij diverse instanties en nutsbedrijven bijvoorbeeld beperkt wordt gebruikt als onderlegger voor eigen thematische behoeften. Concreet zorgt dit karige gebr uik van de basiskaart en afzonderlijk gebruik van gegevens (c.q. ontkoppelde gegevens) volgens Dienst Openbare Werken onder andere voor de volgende problemen: Geen nduidige beschrijving van de verschille nde objecten, waardoor er geen integratie mogelijk is; Geen standaardisatie vooral bij adressen, bi nnen de verschillende gegevensverzamelingen, waardoor geen integrale benadering van deze gegevensverzamelingen; Beheer van de openbare ruimte (wegen, riolering, lichtmasten) vindt niet optimaal plaats door het ontbreken van de juiste ruimtelijke informatie; Er is te weinig beleidsinformatie, door het on tbreken van actuele, nauwkeurige en complete en consistente informatie en vooral door ontbreke n van de mogelijkheid voor het combineren van de registratieve gegevens bijvoorbeeld bevolkingsgegevens met de geografische ligging van de woonadressen. Een ander voorbeeld betreft het adressering systeem op Curaao. De situatie van adressen op Curaao is problematisch. Bij de Burgerlijke Stand, Bevolkingsregister en Verkiezingen staan een groot aantal burgers geregistreerd onder verkeerde adressen in de basisregistratie persoonsgegevens PIVA (bijvoorbeeld adressen die conform besluit van het bestuurscollege van Curaao zijn gewijzigd maar niet in het register, niet gepdate adreswijzigingen di e door burgers zijn doorgegeven, onjuiste adres nummers in het bestand etc). Dat het register niet up to date is en gebruikt maakt van zowel officile als niet officile geregistreerde adressen is gr otendeels het gevolg van onjuiste adressering. 2 Concept Financieringsverzoek Optimalis ering Geografische Informatievoorzi ening Eilandgebied Curaao, Dienst Openbare Werken, 2003 en Projectvoorstel Upgrading Ba sisregistratie Topografie, DOW 2007. Jaargang 8 24

PAGE 30

Modus Statistisch Magazine Voorts worden door de Dienst Ruimtelijke Ontwikkeling en Volkshuisvesting 3 de volgende problemen onderscheiden die de opbouw van een solide adressenbestand bemoeilijken: Veel gebouwen hebben geen (officile) huisnummer; Veel straten hebben geen straatnaam; Er bestaan verschillende officile systemen om gebouwen te adresseren (bijvoorbeeld straatnaam + huisnummer, plaatsnaam + huisnummer), die soms door elkaar heen lopen; De huidige adressering van gebouwen wordt verv uild door niet officile adresseringsystemen (bijvoorbeeld plaatsnaam + kavelnummer, de niet erkende marktnaam van een wijk + kavelnummer/huisnummer); Waar huisnummers beschikbaar zijn, ontbr eekt soms een degelijke rangschikking; Er wordt geen controle gepleegd op de zichtb aarheid en/of goede staat van huisnummerplaten en straatnaamborden. De factoren die aan de basis van de adressenproblematiek staan zijn de volgende: Illegale bouwactiviteiten; Het feit dat burgers hun huisnummerplaten niet ophalen; Het feit dat een wettelijke verplichting voor de huisnummering conform de huidige regelgeving alleen voor het stadsdistrict geldt; Het feit dat de productie van straatnamen traag verloopt; Het bestaand gebruik om straatnamen pas te geve n wanneer een significant deel van een wijk of de hele wijk is gebouwd; Het feit dat er geen standaarden worden gehanteerd voor het opbouwen van adressen; Het feit dat er geen solide methode bestaat voor de rangschikking van huisnummers; Het feit dat huisnummers en straatnaamborden niet altijd (zichtbaar) aanwezig zijn. Verbonden met de adressenproblematiek is het feit dat een aantal gebouwen in het veld of bijvoorbeeld in de basiskaart van DOW niet snel kunnen worden ge lokaliseerd. Verder geldt dat een gebouw niet over een officieel adres beschikt, dat burgers en bedrijven niet in de registraties die daarvoor zijn opgezet (Het PIVANOBO systeem en het KvK Rechtspersonen en ondernemingen register) met hun juiste adres zijn opgenomen. Voor wat betreft de registratie van rechtspersonen en ondernemingen is de Kamer van Koophandel officieel belast met deze doch houden de Belastingsdien st en de SVB ieder in hun registraties informatie over rechtspersonen en ondernemingen bij. De informatie van KvK inzake rechtspersonen en ondernemingen verschilt van die van de belastingdienst en de SVB waardoor veel discrepantie onstaat in de gegevens van bijvoorbeeld een persoon of bedrijf. Dit buiten de adressenproblematiek om als extra aandachtpunt. 3 Project Optimalisering Adressensituat ie Curacao, Dienst Ruimtelijke Ontw ikkeling en Volkshuisvesting, augustus 2007. Nummer 4 25

PAGE 31

Modus Statistisch Magazine Het Kadaster kent vijf verschillende kadastrale syst emen naast elkaar, te weten plantages, rooibrieven, meetbrieven, oud kadastrale gebieden en nieuw kadastrale gebieden, met elk een eigen procedure van bijhouding. Deze systemen sluiten niet nauw op elkaar en kennen een aantal gebreken. Ter bevordering van de rechtzekerheid en een betere ontsluiting van da ta dienen deze vijf kadastrale systemen te worden gentegreerd tot een uniform kadastraal systeem. Voor de publieke sector betekenen deze constateringen dat de onmisbar e relaties die dienen te bestaan tussen de overheid, burgers en bedrijven momenteel niet effectief verlopen. Dit treft het functioneren van de publieke sector, of het nou gaat om de uitvoering van bestuursrechtelijke ta ken (zoals de inning van belasting, het geven van vergunningen, het oplegge n van boetes, het aanschrijven van burgers en dergelijke), de publieke dienstverlening (door brandweer, ambulance, politie) of de aanbieding van collectieve goederen/diensten (voorzieningen van openbaar nut zoals water, elektriciteit, telefoon, postbezorging). Projectdoelen Voor de inrichting van het stelsel van basisregistraties moeten de volgende doelen binnen dit project worden bereikt: Bij wet vaststellen van een Autoriteit Basisregistraties (ABR); Verbetering en integratie basisregistratie Persoonsgegevens Verbetering basisregistratie vastgoed (de inrichti ng ervan neemt het Kadaster al grotendeels voor eigen rekening); Optimaliseren basisregistratie Adressen met extra authentieke velden en uitwerken van het beheertraject voor de basisregistratie adressen; Verbetering basisregistratie Rechtspersonen en Ondernemingen; Integratie basisregistratie Topografie (de in richting hiervan vindt plaats binnen project upgrading Basisregistratie Topografie); Inrichting Geintegreerd systeem van datadistributie en databeheer (Het CBS is de trekker hiervan). Jaargang 8 26

PAGE 32

Modus Statistisch Magazine Figuur 2: een voor beeld van een raadpleeg systeem, aangesloten op het stelsel Waar staan wij nu? Bij het schrijven van dit artikel is het plan van aanpa k voor het project ter bespreking voorgelegd aan de stuurgroep. Het projectdossier stelsel van basisregistraties, da t door het Centraal Bureau voor de Statistiek is geschreven, is geaccordeerd door het financieri ngsfonds USONA en het Bestuurscollege van het Eilandgebied. Referenties Fuld, M & M. Rietdijk, Met zijn allen rechtop het doel af, strategie voor de implementatie voor adressen en gebouwen, Ministerie van VROM, april 2004. Ministerie van VROM, Stappen zetten met de basisregistraties adressen en gebouwen, December 2005. UNECE, Register-based statistics in the Nordic Countries Review of best practices with focus on population and social statistics, New York and Geneva, 2007. Nummer 4 27

PAGE 33

Modus Statistisch Magazine Foreign trade statistics of the Leeward Islands in 2007 Roeland Dreischor Introduction In this article an overview of the trade development of the Leeward islands will be gi ven for the year 2007. The foreign trade statistics of the Leeward islands register th e flow of merchandise to and from the islands of Curaao and Bonaire. All movements of merchandise between Cura ao and Bonaire are excluded. The islands of St.Maarten, Saba and St.Eustatius are free ports and therefore no inform ation is available through customs except for the trade between Curaao, Bonaire and St.Maarten. The CBS uses the Special Trade System for processing and pu blishing of all import and export data by commodity and by country for Curaao and Bonaire. Under this system the import statistics cover all goods cleared through customs for home use from abroad or from the national free zone. Export statistics cover all goods of national origin to be dispatched to another country. The value of the goods equals the value of the commodity at the place and time it crosses the border. The basis for valuation is cost of insurance and freight (cif) 4 for imports and free on board (fob) 5 for exports. The trade analysis indicates the trade flow ex cluding the value of petroleum products. In the following paragraphs the international merchandise flow of th e Leeward islands is presented for the year 2007. Total imports and exports Total import and export of goods (Curaao and Bonaire) In 2007 the total import of Curaao has increased with more than 195 million guilders to an estimated total of 1909 million guilders compared to the previous year (table 1). This is an increase of more than 11 percent. The import in Bonaire has increased from 108 to 153 million in 2007, an increment of approximately 42 percent. Both islands show a different trade flow fluctuation during the years 2003 until 2007. As can be seen in table 1 the imports in Curaao have augmented with 541 million guilders and Bonaire with 79 million guilders in 2007 compar ed with the figures of the year 2003. 4 The CIF-type values include the transaction value of the goods, the value of services performed to deliver goods to the border of the exporting country and the value of the services performed to deliver the goods from the border of the exporting country to the border of the importing country 5 The FOB-type values include the transaction value of the goods and the value of the services performed to deliver goods to the border of the exporting country. Jaargang 8 28

PAGE 34

Modus Statistisch Magazine Table 1 Total import and export of the Leeward Islands (Excluding oil products) 2003 2004 2005 2006 2007 Curaao Import 1367751 1395271 1475077 1713450 1908528 Export 154981 136394 139807 212232 188576 Bonaire Import 73812 77613 126154 107786 153263 Export 23489 28862 22976 19217 19297 All values in estimated 1000 of Ang. Curaao has exported merchandise with a value of approximately 189 million guilders in 2007. In comparison with the previous year the total export value of Curaao has decreased with almost 24 million guilders in 2007. This is a drop of 11 percent in 2007. Bonaire has exported a total of 19 million guilders in the year 2007. The export in Bonaire has re mained almost equal to the year 2006. It should be noted that the overall exports from Curaao and Bo naire include goods, which have been previously imported. This may cause significant fluctuations if th e export figures are compared to previous years. Imports and exports of goods (excluding oil products) Curaao, import of goods The import of general merchandise in 2007 has increased in almost all of the SITC 6 sections (table 2). The imports of chemical and related products have incr eased the most with 20 percent. These imports have gone up from 197 million to 236 million guilders compared to 2006. The products that have contributed to an increase within the chemical and related prod ucts section in 2007 are: medicaments with an estimated value of 84 million guilders, and per fumery & cosmetics with 35 million guilders. The import of manufactured goods has increased with 30 million guilders, which is an increment of 12 percent in 2007. The products with a high value with in this section are: manufactures of base metal with a value of 28 million guilders, paper and paperboard with 26 million guilders, and structures of iron or steel with 23 million guilders. In 2007 the import of food and live animal produc ts has augmented from 324 to 361 million guilders. This is an increase of 11 percent in 2007. The three pr oduct categories with the highest values in the food and live animal section pertain to: meat and edible meat offal products with 41 million guilders, edible products with 36 million guilders, and vegetab les products with a value of 24 million guilders. 6 United Nations commodity classification system: SITC, Standard International Trade Classification, Revised 3. Nummer 4 29

PAGE 35

Modus Statistisch Magazine Another SITC section which shows an increase of 11 percent in imports of goods is the machinery and transport equipment. The import of goods in this section has increased with 58 million guilders. As shown in table 2, the only decline in import of goods is registered in the commodities not classified section. The products of the commodities not classi fied section have decreased with almost 22 percent in 2007. Curaao, export of goods The export from Curaao shows a rise of commodities in three SITC sections in 2007. The export of animal and vegetable oil products has the highest percentage increase of almost 64 percent compared to 2006. The product category fixed vegetable oils an d fats within this section indicates a high export value of 140 thousand guilders. The product exports of the beverages and tobacco sect ion has also increased in 2007. This section shows an increment of 54 percent. The product category that indicates a high export value within the beverage and tobacco section is the tobacco manufacture with a value of approximately 3 million guilders. The export of food and live animal products has augmen ted from 39 to 55 million guilders in 2007. This augmentation is almost 44 percent. The main export product categories within the food and live animal section are: sugar and molasses products with a value of 19 million guilders, and chocolate products with 18 million guilders. Table 2 Curaao, General merchandise (excluding oil products) Import Export SITC Descriptions 2006 2007 2006 2007 0 Food and live animals 324068 361078 38632 55466 1 Beverages and tobacco 60222 65495 2944 4530 2 Crude materials, inedible, except fuels 22859 25032 3316 1133 4 Animal and vegetable oils, fats and waxes 7871 8547 108 177 5 Chemicals and related products, n.e.s. 197232 235861 13913 13944 6 Manufactured goods classified chiefly by material 238719 268436 20091 14247 7 Machinery and transport equipment 511218 569107 52262 35562 8 Miscellaneous manufactured articles 318159 349104 62154 47503 9 Commodities and transactions not classified 33102 25868 18812 16014 Total 1713450 1908528 212232 188576 All values in estimated 1000 of Ang. ** A zero value may indicate a rounding effect or no transactions registered for a particular section The export of crude materials has dropped with 66 percent in 2007. This is a decrease of 2 million guilders. The product category with the highest valu e within the crude materials section is stone, sand, and gravel with 412 thousand guilders. Jaargang 8 30

PAGE 36

Modus Statistisch Magazine Another SITC section which has shown a decrease in exports is machinery and transport equipment with 32 percent. This is a drop from 52 million to 36 million guilders. The product category within this section with the highest export value of al most 6 million guilders is motorcycles. The export of products within the manufactured go ods section has dropped with 29 percent compared to the previous year. This is a drop of almost 6 million guilders. Bonaire, import of goods In 2007 the import of goods has shown an increase in almost all sections in Bonaire (table 3). The highest percentage increase is noted in the import of crude materials, which has increased from 3 million to 4 million guilders in 2007. The product category which has contributed to a higher import value is wood in rough with 3 million guilders in 2007. The import of manufactured goods has augmen ted with 9 million guilders compared to the previous year. This increase is about 51 percen t. The highest import value within the section manufactured goods pertains to the product category lime, cement, and fabricated construction materials with 4 million guilders. The import of goods of the machinery and transpor t equipment section has increased with 49 percent in 2007. The product category that has contributed to a higher import value is related to aircraft and parts with a value of about 15 million guilders. In 2007 the import of beverage and tobacco goods has dropped with 214 thousand guilders. This decrease is about 4 percent. The type of products with the highest import value within the section beverage and tobacco is the product category of alcoholic beverages with a value of 4 million guilders. Table 3 Bonaire, General merchandise (excluding oil products) Import Export SIT C Descriptions 2006 2007 2006 2007 0 Food and live animals 13142 16789 537 125 1 Beverages and tobacco 5240 5026 15 0 2 Crude materials, inedible, except fuels 2536 4212 9366 13555 4 Animal and vegetable oils, fats and waxes 278 386 0 0 5 Chemicals and related products, n.e.s. 5678 7405 27 9 6 Manufactured goods classified chiefly by material 16866 25392 144 735 7 Machinery and transport equipment 46484 69328 7828 4041 8 Miscellaneous manufactured articles 14757 21873 403 216 9 Commodities and transactions not classified 2805 2852 897 616 Total 107786 153263 19217 19297 All values in estimated 1000 of Ang. ** A zero value may indicate a rounding effect or no transactions registered for a particular section Nummer 4 31

PAGE 37

Modus Statistisch Magazine Bonaire, export of goods The highest increase in export is noted in the expo rt of manufactured goods, which has increased from 144 to 735 thousand guilders in 2007. Another SITC section which shows an increase in exports of goods from Bonaire in 2007 is the export of crude materials with an increase of 45 percent to a value of about 14 million guilders. Within this section the product category with a high value is salt with 13 million guilders. Most sections indicate a decline in exports of goods from Bonaire in 2007. The products which have most decreased in exports are: food and live animals with 77 percent, chemicals and related materials with 67 percent, and machinery and transport equipment with 48 percent. Curaao, imports by origin In 2007 the import of goods from th e United States of America has 32 pe rcent of the total island imports excluding oil products (table 4). The total import from this country amounts to an approximate value of 611 million guilders. The main products of import from the United States of America are the machinery and transport equipment products. This is estimated to be approximately 199 million guilders in 2007. Other main imports from the USA are: miscellaneous manufactured articles with a value of 115 million guilders, and food and live animals with a value of 120 million guilders (table 5). Table 4 Curaao, Import by main country in 2007 Country Value % USA 610770 32.0 Netherlands 449600 23.6 Venezuela 102148 5.4 Puerto Rico 95350 5.0 Panama 70563 3.7 Japan 55512 2.9 Colombia 49104 2.6 Aruba 45536 2.4 China 36580 1.9 Rest of the world 393365 20.6 Total 1908528 100.0 All values in estimated 1000 of Ang. Curaao has imported 450 million guilders in products from the Netherlands in 2007. The import from the Netherlands is about 24 percent of the total imports. The main import products from the Neth erlands are: machinery and transport equipment with a value of about 97 million guilders, and manufactured goods with a value of 88 million guilders. Another important import commodity from the Netherlands is the food and live animal, which amounts to 85 million in 2007. Jaargang 8 32

PAGE 38

Modus Statistisch Magazine A total value of 102 million guilders has been imported from Venezuela, which represents 5 percent of the total imports of Curaao in 2007. Most products imported from afore mentioned neighbor country are machinery and transport equipment products with a value of approximately 33 million guilders. Curaao imports about 95 million guilders from Puerto Rico, which consists mainly of products from the section miscellaneous manufactured articles with a value of roughly 34 million guilders. Table 5 Curaao, Import by main country and SITC section in 2007 SITC Descriptions USA Netherlands Venezuela Puerto Rico 0 Food and live animals 119770 84693 25574 3548 1 Beverages and tobacco 7722 18060 16853 1406 2 Crude materials, inedible, except fuels 12554 4218 488 142 4 Animal and vegetable oils, fats and waxes 4522 844 140 15 5 Chemicals and related products, n.e.s. 73032 65268 7869 21500 6 Manufactured goods classified chiefly by material 77168 88015 8894 5209 7 Machinery and transport equipment 198965 97319 32948 29455 8 Miscellaneous manufactured articles 114649 72063 8151 33800 9 Commodities and transactions not classified 2388 19120 1231 275 Total 610770 449600 102148 95350 All values in estimated 1000 of Ang. ** A zero value may indicate a rounding effect or no transactions registered for a particular section Curaao, exports by destination In 2007 most exports of goods from Curaao are to the Netherlands, which consists of 34 percent of the total exports (table 6). The main export products to the Netherlands are related to food and live animal products which amount to about 41 million guilders (table 7). Other products that Curaao has exported to the Netherlands are related to commodities not classified with a total value of about 9 million guilders. Aruba is the second important export destination for Curaao in 2007. The export of goods to Aruba is estimated to 36 million guilders. Most of the export products to Aruba pertain to the section miscellaneous manufactured articles with a total value of 12 million guilders. Table 6 Curaao, Export by main country in 2007 Country Value % Netherlands 64468 34.2 Aruba 35753 19.0 USA 27930 14.8 St.Maarten 13928 7.4 Belgium 4959 2.6 Dominican Rep. 4864 2.6 Venezuela 4508 2.4 Italy 4156 2.2 Barbados 1220 0.6 Rest of the world 26790 14.2 Total 188576 100.0 All values in estimated 1000 of Ang. Nummer 4 33

PAGE 39

Modus Statistisch Magazine As shown in table 6, the United States of America also forms an important export market for the island of Curaao. In 2007, Curaao has exported about 28 million guilders to th e USA. The majority of exports to the USA are related to machinery and transport eq uipment with a value of 13 million guilders. The island of St.Maarten has an expo rt market share of 7 percent of th e total export from Curaao. Most products that are exported from Curacao to St.Maart en are miscellaneous manufactured articles with a value of approximately 9 million guilders. Table 7 Curaao, Export by main country and SITC section in 2007 SITC Descriptions Netherlands Aruba USA St.Maarten 0 Food and live animals 41030 1614 55 153 1 Beverages and tobacco 752 2996 71 158 2 Crude materials, inedible, except fuels 116 253 9 0 4 Animal and vegetable oils, fats and waxes 1 84 0 27 5 Chemicals and related products, n.e.s. 295 4719 2470 2272 6 Manufactured goods classified chiefly by material 6017 4229 1339 491 7 Machinery and transport equipment 5226 8836 13116 1568 8 Miscellaneous manufactured articles 2522 12404 10052 9056 9 Commodities and transactions not classified 8509 618 818 203 Total 64468 35753 27930 13928 All values in estimated 1000 of Ang. ** A zero value may indicate a rounding effect or no transactions registered for a particular section Bonaire, imports by origin The Netherlands is the main import partner of Bonaire with 34 percent of the total imports (table 8). Bonaire has imported approximately 52 million guilders in products from the Netherlands in 2007. The main import products from the Netherlands pertain to the machinery and transport equipment products that amount to about 19 million guilders. In the second place are the imports of products within the section food and live animals with a value of 8 million guilders (table 9). From table 8 can be deduced that the United States of America also has a high ranking as one of the import partners of Bonaire. A total amount of approximately 44 million has been imported from the USA in 2007. The imports consist mostly of machinery and transport equipment products which amount to 17 million guilders, followed by miscellaneous manufactured articles with 9 million guilders. Table 8 Bonaire, Import by main country in 2007 Country Value % Netherlands 51580 33.7 USA 43813 28.6 Germany 14473 9.4 Venezuela 6404 4.2 Japan 4203 2.7 Rest of the world 32790 21.4 Total 153263 100.0 All values in estimated 1000 of Ang. Jaargang 8 34

PAGE 40

Modus Statistisch Magazine Another main product section that Bonaire imports from the USA is manufactured goods with a value of about 7 million guilders. Germany has a market share of 9 percent of the to tal import in 2007. The imports from Germany are estimated to 14 million guilders. Most imported products pertain to the machinery and transport equipment section (table 9). Bonaire has imported a total of about 6 million guilders from Venezuela. Most imports from Venezuela are related to products from the machinery and transport equipment and food and live animals sections with a value of 2 million guilders for both. Table 9 Bonaire, Import by main country and SITC section in 2007 SITC Descriptions Netherlands USA Germany Venezuela 0 Food and live animals 8449 5723 196 1641 1 Beverages and tobacco 3020 872 0 818 2 Crude materials, inedible, except fuels 428 1655 35 140 4 Animal and vegetable oils, fats and waxes 167 216 0 1 5 Chemicals and related products, n.e.s. 2980 1997 17 338 6 Manufactured goods classified chiefly by material 7530 7292 165 1341 7 Machinery and transport equipment 19227 16535 13834 1773 8 Miscellaneous manufactured articles 7418 9309 145 351 9 Commodities and transactions not classified 2361 214 81 1 Total 51580 43813 14473 6404 All values in estimated 1000 of Ang. ** A zero value may indicate a rounding effect or no transactions registered for a particular section Nummer 4 35

PAGE 41

Modus Statistisch Magazine Bonaire, exports by destination The exports from Bonaire to the United States of America amount to about 7 million guilders in 2007, which is 35 percent of the total exports. The main export product section to the USA is crude materials with a value of 6 million guilders (table 11). The crude material section mainly represents the salt production export from Bonaire. Table 10 Bonaire, Export by main country in 2007 Country Value % USA 6735 34.9 Netherlands 3164 16.4 Colombia 1725 8.9 Belgium 1503 7.8 Namibia 998 5.2 Rest of the world 5172 26.8 Total 19297 100.0 All values in estimated 1000 of Ang. Bonaire has exported a value of 3 million guilders to the Netherlands in 2007. This is a market share of more than 16 percent of the total export. The export products to the Netherlands are related to the machinery and transport equipment section. In 2007 Bonaire has exported for a total of roughl y 2 million guilders to Colombia. Colombia has an export market share of 9 percent. Most products which have been exported from Bonaire to Colombia are from the crude materials section. Belgium has a market share of 8 percent of the tota l export from Bonaire in 2007. The main export products from Bonaire to Belgium pertain also to the crude materials section which amount to about 2 million guilders. Table 11 Bonaire, Export by main country and SITC section in 2007 SITC Descriptions USA Netherlands Colombia Belgium 0 Food and live animals 2 3 0 0 2 Crude materials, inedible, except fuels 6485 22 1689 1503 5 Chemicals and related products, n.e.s. 1 8 0 0 6 Manufactured goods classified chiefly by material 2 9 0 0 7 Machinery and transport equipment 90 2775 35 0 8 Miscellaneous manufactured articles 36 24 0 0 9 Commodities and transactions not classified 119 323 1 0 Total 6735 3164 1725 1503 All values in estimated 1000 of Ang. ** A zero value may indicate a rounding effect or no transactions registered for a particular section Jaargang 8 36

PAGE 42

Modus Statistisch Magazine Summary In Curacao the highest increase has been noted in the import of chemical and related products with almost 20 percent in 2007. Most imported products in Curacao have come from the USA with an estimated value of 611 million guilders. The major export of crude material pr oducts from Curacao has shown an increase of about 64 percent in 2007. From Curacao a value of about 64 million guilders has been exported to the Netherlands, which is an important export partner in 2007. Bonaire has imported a value of about 4 million guilders in crude material products in 2007. This an increase of 66 percent compared to the previous year. The major partner of Bonaire is the Netherlands with about 52 million guilders in product imports. The most increased export of goods from Bonaire is registered in the manufactured goods in 2007. The USA is an important export partner of Bonaire with a value of about 7 million guilders. Nummer 4 37

PAGE 43

Modus Statistisch Magazine Economisch belang van het MKB benadert dat van het grootbedrijf Ontwikkeling van het aandeel van het middenen kleinbedrijf in de economie van Curaao van 2001 tot en met 2006 Ria Duyndam Inleiding In een eerder artikel is de ontwikkeling van het aantal bedrijven en de werkgelegenheid in het middenen kleinbedrijf (MKB) beschreven 7 Het aandeel bedrijven in het MKB bedraagt gemiddeld bijna 97 procent van het totaal aantal bedrijven. De werkgelegenheid in het MKB is bijna 56 procent van de totale werkgelegenheid in Curaao. In dit artikel zal de ontwikkeling van het aandeel van het MKB in de economie van Curaao worden behandeld voor de jaren 2001 tot en met 2006. Indien er sprake is van opvallende ontwikkelingen tussen 2005 en 2006 zal dit apart worden behandeld. Wereldwijd wordt het belang van het MKB voor de economie en werkgelegenheid onderkend en worden verschillende maatregelen genomen om de middenen kleine bedrijven in hu n ontwikkeling te stimuleren. Ook in Curaao zijn verschillende in stanties bezig om kleine ondernemers te help en met het verkrijgen van financiering en het opzetten van een deugdelijke administratie. In he t kader van de armoedebestrijding wordt het middenen kleinbedrijf als een niet te verwaarlozen factor gezien. Naast de ontwikkeling van het aandeel in de totale econom ie wordt ook gekeken naar het aandeel van het middenen kleinbedrijf in vergelijking tot het to taal aantal bedrijven per bedrijfstak. Methodologie Om het aandeel van het MKB aan het Bruto Binnenlands Product (BBP) vast te stellen wordt de Bruto Toegevoegde Waarde (BTW) van de bedrijven gebruikt. Deze BTW komt uit de Nationale Rekeningen enqute, welke elk jaar wordt gehouden onder de bedrijven op de Nederlandse Antillen. Deze enqute verschaft o.a. inzicht in inkomsten, uitgaven en expl oitatieresultaat van de be drijven. De gegevens uit deze enqute worden gebruikt om de Nationale Re keningen van de eilanden van de Nederlandse Antillen op te stellen. Naast enqutegegevens worden hiervoor o.a. ook cijfers van de overheid, importen exportcijfers en de Sociale Verzekeringsbank gebruikt. 7 Modus jaargang 8, nr. 2 Jaargang 8 38

PAGE 44

Modus Statistisch Magazine De BTW wordt bepaald door de intermediaire kosten (kostprijs en overige operationele kosten) van de brutoproductie af te trekken. Het Bruto Binnenlands Product (BBP) wordt gebruikt als indicator voor de economische ontwikkeling van een land. Al naar gelang het BBP gedurende een periode stijgt of daalt kan men stellen dat de economie aan het groeien, respectievelijk aan het krimpen is. De BTW van de middenen kleinbedrijven is bij elkaar opgeteld en vergeleken met de totale BBP van Curaao. Dit is gedaan voor de jaren 2001 tot en met 2006 om de ontwikkeli ng van het aandeel in de economie te bepalen. Om na te gaan wat de bijdrage van het MKB is in elke bedrijfstak, is de BTW van het middenen kleinbedrijf per bedrijfstak bij elkaar opgeteld en vergeleken met de totale BTW in diezelfde bedrijfstak. Dit is gedaan voor de jaren 2001 tot en met 2006 om de relatieve ontwikkeling te laten zien. Deze vergelijking kan niet worden gedaan op het niveau van het BBP, aangezien dit niet per bedrijfstak beschikbaar is, maar alleen voor de totale economie. Definities Kleinbedrijf : dit zijn bedrijven met minder dan 10 personen in loondienst n een omzet van minder dan een half miljoen NAf. Het microbedrijf vormt een onderdeel van het kleinbedrijf. Middenbedrijf : dit zijn bedrijven met tussen de 10 en 50 personen in loondienst f een omzet van tussen de half miljoen en 5 miljoen gulden. Bruto Toegevoegde Waarde (BTW) : de brutoproductie minus het intermediaire verbruik. Brutoproductie : de omzet plus veranderingen in voorraden. Voor de handel: omzet minus kostprijs (handelsmarge) Intermediaire verbruik: de operationele kosten van een bedrijf, exclusief afschrijvingen, lonen en sociale lasten. Inbegrepen zijn o.a. de kostprijs, utiliteitskosten, transportkosten e.d. Bruto Binnenlands Product (BBP) : de totale productie van goederen en diensten binnen een land. Om het BBP te berekenen wordt de Bruto Toegevoegde waarde van de verschillende sectoren van de economie bij elkaar opgeteld. Deze sectoren omvatten de financile en niet-financile instellingen, de huishoudens, de non-profit instellingen en de overheid. Van deze Bruto Toegevoegde waarde worden vervolgens de belastingen minus subsidies op goederen en diensten en de rentemarge afgetrokken om tot het BBP te komen. Nummer 4 39

PAGE 45

Modus Statistisch Magazine Nationale Rekeningen : geven de economische transacties weer tuss en de sectoren, die in een bepaald jaar in de nationale economie hebben plaatsgevo nden. De Nationale Rekeningen worden in boekhoudkundige vorm weergegeven. Ontwikkeling van de Bruto Toegevoegde Waarde (BTW) van het MKB in verhouding tot het Bruto Binnenlands Product (BBP) Het aandeel van het middenen kleinbedrijf in de totale economie van Curaao is vanaf 2001 tot en met 2005 in een stijgende lijn, zowel nominaal als relatief, met een lichte relatieve terugval in 2003 (tabel 1). De nominale waarde van de BTW is in 2003 echter wel gestegen, n.l. met 11 miljoen gulden. In 2006 is er sprake van een daling ten opzichte van 2005, zowel relatief (2,5 procentpunt), als absoluut (41 miljoen gulden). Over de jaren in beschouwing is het aandeel in de economie van Curaao in 2006 toegenomen met bi jna 10 procentpunten in vergelijking met 2001, nominaal komt dit neer op bijna 560 miljoen gulden. Tabel 1 Aandeel MKB in de economie Bruto toegevoegde waarde MKB GDP Aandeel van het MKB mln. NAf % 2001 903 3.837 23,5 2002 1.134 3.868 29,3 2003 1.145 3.942 29,0 2004 1.299 4.004 32,4 2005 1.503 4.200 35,8 2006 1.462 4.390 33,3 Ontwikkeling van het relatieve aand eel van de BTW van het MKB per bedrijfstak Om het belang van het MKB in de verschillende bedrij fstakken te analyseren is het relatieve aandeel van de BTW van het micro-, klein en middenbedrijf op de totale BTW van alle bedrijven samen bepaald, exclusief primaire banken. (tabel 2). Zoals is aangegev en bij de methodologie ka n deze vergelijking niet worden gedaan op het niveau van het BBP, aangezien dit niet per bedrijfstak beschikbaar is, maar alleen voor de totale economie. Gekeken naar de relatieve ontwikkeling van de Br uto Toegevoegde Waarde van het MKB, als aandeel van de BTW van alle bedrijven bij elkaar (exclusief pr imaire banken), is te zien dat het MKB vanaf 2004 meer dan de helft van de BTW voor zijn rekening neem t. Het relatieve aandeel is in 2006 flink gestegen tot bijna 55 procent, een stijging van ruim 13 procen tpunten ten opzichte van 2001. Nominaal gaat het om een bedrag van bijna 560 miljoen gulden dat het middenen kleinbedrijf extra aan de economie heeft bijgedragen. Ten opzichte van 2005 is de re latieve bijdrage in 2006 echter met 3 procentpunt gedaald. In 2006 laten de meeste bedrijfstakken een relatieve groei zien ten opzichte van 2001 met uitzondering van zakelijke dienstverlening en onderwijs en medis cheen sociale dienstverlening. Als 2006 echter vergeleken wordt met 2005 vertonen de meeste bedrij fstakken een achteruitgang. Alleen industrie, Jaargang 8 40

PAGE 46

Modus Statistisch Magazine financile dienstverlening en overig e dienstverlening laten in 2006 een vooruitgang zien van het relatieve aandeel. Tabel 2 Relatieve ontwikkeling aandeel BTW van het MKB in de totale BTW per bedrijfstak 2001 2002 2003 2004 2005 2006 Bedrijfstak % % % % % % Landbouw, veeteelt, visserij 100.0 100.0 100.0 100.0 100.0 100.0 Industrie en nutsbedrijven 52.9 52.3 58.1 53.6 59.2 58.9 Bouwnijverheid 49.4 45.5 58.1 58.7 65.1 53.7 Grooten kleinhandel 58.1 67.2 62.1 62.2 64.7 63.3 Horeca 38.4 50.3 42.2 51.7 48.7 41.7 Transport en communicatie* 24.9 27.2 30.1 34.3 40.3 30.6 Financile dienstverlening** 30.8 57.6 56.0 71.2 79.1 91.2 Zakelijke dienstverlening en onderwijs 64.4 63.2 58.5 58.1 66.0 63.6 Medische en sociale dienstverlening 32.5 34.8 33.3 34.4 26.2 24.5 Overige dienstverlening*** 42.0 46.5 41.5 44.3 43.6 51.4 Totaal 41.4 48.6 47.9 53.0 57.6 56.0 exclusief taxis en buschauffeurs ** exclusief primaire banken *** exclusief huishoudelijke hulpen De financile dienstverlening (exclusief primaire banken) laat in 2006 de grootste relatieve toename zien van het aandeel van de BTW vanaf 2001, ruim 60 proc entpunten. Nadere analyse toont aan dat vooral de verzekeringsmaatschappijen zorgen voor een flinke groei van deze bedrijfstak. Nominaal is de BTW van het MKB met 356 miljoen gulden gestegen ten opzichte va n 2001 (bijlage 1). In vergelijking met 2005 is er in 2006 sprake van een nominale daling van de BTW met 78 miljoen, maar het aandeel van de MKB in de totale BTW is gestegen met ruim 12 procentpunten tot ruim 91 procent. De offshore maatschappijen (alln die met personeel in loondienst) he bben een mindere bijdrage aan de groei gehad. Opmerkelijk is dat binnen deze branche in de financile dienstverlening het MKB de grote bedrijven (exclusief primaire banken) voorbij is gestr eefd wat BTW betreft. Er is tussen 2001 en 2006 een groei van de BTW met bijna 26,5 miljoen gulden bij de middenen kleinbedrijven in de offshore. In 2001 is de BTW van de offshore-MKB bedrijven 34 miljoen NAf lager dan die van de grote bedrijven en in 2006 is het verschil bijna 13 miljoen NAf hoger. In de overige dienstverlening is in 2006 een stijging waar te ne men van ruim 9 procentpunten van het aandeel in de BTW in vergelijking met 2001. Tot en met 2005 is het aandeel vrij constant tussen 41 en 46 procent. Maar in 2006 is het aandeel flink gest egen tot ruim 51 procent, een stijging van 7,5 procentpunten in vergelijking met 2005. Deze stijging is voor het grootste deel toe te schrijven aan het middenbedrijf, en enkele microbedrijfjes, op recreatief gebied (televisie en entertainment). Het relatieve aandeel van industrie laat een stijging zien van 6 procentpunten in 2006 ten opzichte van 2001. Nominaal is er echter wel een achteruitgang tussen beide jaren, zowel van het MKB (bijna 11 Nummer 4 41

PAGE 47

Modus Statistisch Magazine miljoen gulden) als van de totale bedrijfstak (bijlage 1 en 2). Ondanks een lichte relatieve achteruitgang van het aandeel van 2006 in vergel ijking met 2005, is er nominaal wel weer vooruitgang te zien. In een eerder Modus artikel 8 is te zien dat het relatieve aandeel bedrijven in het MKB en werkgelegenheid in de grooten kleinhandel in 2006 aan het afnemen is. Analoog hieraan is er in 2006 een daling van het aandeel in de totale BTW te zien van bijna 1,5 procentpunten ten opzichte van 2005. Er is in 2006 wel sprake van een stijging van het relatieve aandeel in de BTW van iets meer dan 5 procentpunten in vergelijking met 2001. In 2002 is het hoogste aandeel gemeten (ruim 67%), een verschil van 9 procentpunten met 2001. Nominaal gezien is de BTW het hoogst in 2006, ruim 300 miljoen gulden (bijlage 1). Ook de horeca laat een ontwikkeling zien die overeenko mt met de relatieve daling van het aantal bedrijven en de werkgelegenheid hierin. Het rela tieve aandeel van de BTW is in 2006 met ruim 8 procentpunten gestegen ten opzichte van 2001, maar in vergelijking met 2005 is er sprake van een daling met ruim 7 procentpunt. Transport en communicatie laat een geleidelijke stijging zien tot en met 2005, maar in 2006 zakt het relatieve aandeel van het middenen kleinbedrijf. Toch is er nog steeds sprake van een stijging ten opzichte van 2001 met bijna 6 procentpunten. De daling ten opzichte van 2005 met bijna 6,5 procen tpunten wordt vooral veroorzaakt door een sterkere toename van de BTW bij de grote bedrijven, waardoor het aandeel van het MKB relatief minder wordt. Nominaal daalt de BTW met bijna 11 miljoen gulden in 2006 (bijlage 1). Ondanks een sterke toename van het aantal bedrijven en van de werkgelegenheid in de zakelijke dienstverlening en onderwijs 9 is het relatieve aandeel van de BTW in 2006 op ongeveer hetzelfde niveau als 2001 blijven staan. Er is een lichte daling van bijna 1 procentpunt in 2006 in vergelijking met 2001. Dit is waarschijnlijk te verklaren door het feit dat de groei van het aantal bedrijven voornamelijk de microbedrijven betreft, die minder bijdragen aan de BTW. Tevens heeft een middenbedrijf in het particulier onderwijs meer personeelsleden gekregen, waardoor het nu een groot bedrijf is geworden en dus niet langer bijdraagt aan de BTW van het MKB. Medischeen sociale dienstverlening is in 2006 het sterkst achteruitgegaan in vergelijking met 2001, n.l. 8 procent. De BTW van de grote bedrijven in deze bedrijfstak is sterker toegenomen dan die van het middenen kleinbedrijf, waardoor het relatieve aand eel van het MKB minder is geworden. Ook heeft er een verschuiving plaatsgevonden va n middennaar grote bedrijven, wat mede heeft bijgedragen tot een afname van het aandeel van het MKB. Deze afname is zowel nominaal als relatief zichtbaar. 8 Modus jaargang 8, nr. 2 9 Modus jaargang 8, nr. 2 Jaargang 8 42

PAGE 48

Modus Statistisch Magazine In tegenstelling tot de ontwikkeling bij de middenbedrijven blijven de microen kleine bedrijven gedurende de jaren 2001 tot en met 2006 op ongeveer hetzelfde niveau voor wat hun aandeel in de totale BTW betreft. Het aandeel van de BTW van de bouwnijverheid staat in 2006 ruim 4 procentpunten hoger als in 2001. Maar vergelijking met de tussenliggende jaren laat zien dat vooral in 2005 het aandeel aanmerkelijk hoger is geweest. In 2006 ligt het aandeel van de BTW bijna 11,5 procentpunten lager dan in 2005. De middenen kleinbedrijven hebben klaarblijkelijk niet mee kunn en profiteren van de toename aan nieuwe projecten in 2006, want bij de grote bedrijven is er in dit jaar wel groei te zien De BTW vertoont ook nominaal een daling ten opzichte van 2005, zie bijlage 1. Landbouw, veeteelt en visserij bevindt zich voor 100% in het MKB. Deze bedrijfstak laat in 2006 een nominale groei zien van ruim 2 miljoen gulden ten opzichte van 2001 (bijlage 1). Met uitzondering van 2002 is deze groei constant toegenomen over de periode in beschouwing. Samenvatting Het gemiddelde aandeel van het middenen kleinbedrijf in het BBP bedraagt 30,5 procent in de periode 2001 tot en met 2006. Na een geleidelijke stijging van het relatieve aandeel vanaf 2001 tot en met 2005 (met een geringe terugval in 2003) is er in 2006 een daling van 2,5 procent te zien. Nominaal gezien is er ook een stijging van de BTW van het MKB tot 2005, en een daling in 2006. Voor het totale bedrijfsleven bedraagt de bijdrage van het MKB in 2006 meer dan 50 procent van de BTW, waarbij wel rekening moet worden gehouden met het feit dat de primaire banken hierbij niet zijn meegenomen. Deze bijdrage is vanaf 2001 met bijna 15 procent gestegen, maar is ten opzichte van 2005 wel licht gedaald. Analyse van het relatieve aandeel van het middenen kl einbedrijf in de totale BTW per bedrijfstak laat zien dat dit het hoogste is in de financile dien stverlening, overige dienstverlening, zakelijke dienstverlening en onderwijs, grooten kleinhande l en industrie. Het aandeel van de financile dienstverlening is het sterkst gestegen vanaf 2001. Nummer 4 43

PAGE 49

Modus Statistisch Magazine Bijlagen Bijlage 1 BTW van het middenen kleinbedrijf per bedrijfstak 2001 2006 2001 2002 2003 2004 2005 2006 Bedrijfstak miljoen NAf Landbouw, veeteelt, visserij 9.6 7.0 7.5 9.6 10.0 10.5 Industrie 90.2 84.9 86.3 88.4 68.1 79.0 Bouwnijverheid 61.9 75.0 87.3 95.8 120.2 109.1 Grooten kleinhandel 248.2 275.1 239.8 259.4 269.3 300.9 Horeca 33.5 40.1 37.9 52.4 53.1 51.5 Transport en communicatie* 70.5 89.5 100.4 95.4 109.3 98.6 Financile dienstverlening** 121.9 282.7 316.8 416.0 556.5 478.3 Zakelijke dienstverlening en onderwijs 178.6 174.8 176.2 168.1 205.6 206.0 Medische en sociale dienstverlening 48.8 54.4 50.1 56.3 44.6 43.9 Overige dienstverlening*** 40.0 50.2 42.6 57.3 67.9 82.4 Totaal 903.1 1133.6 1144.9 1298.7 1504.7 1460.2 exclusief taxis en buschauffeurs ** exclusief primaire banken *** exclusief huishoudelijke hulpen Bijlage 2 Totale BTW per bedrijfstak 2001 2006 2001 2002 2003 2004 2005 2006 Bedrijfstak miljoen NAf Landbouw, veeteelt, visserij 9.6 7.0 7.5 9.6 10.0 10.5 Industrie 170.5 162.2 148.4 165.0 115.1 134.1 Bouwnijverheid 125.2 165.0 150.2 163.3 184.7 203.3 Grooten kleinhandel 427.3 409.4 386.4 417.1 416.5 475.1 Horeca 87.1 79.6 89.7 101.3 10 9.0 123.6 Transport en communicatie* 283.5 328.8 333.8 278.6 271.1 322.3 Financile dienstverlening** 396.1 490.9 565.3 584.1 703.2 524.4 Zakelijke dienstverlening en onderwijs 277.2 276.6 301.2 289.6 311.4 323.7 Medische en sociale dienstverlening 150.4 156.2 150.6 163.7 170.5 179.3 Overige dienstverlening*** 95.3 107.9 102.6 129.4 155.6 160.2 Totaal 2183.4 2331.8 2389.0 2451.4 2611.8 2608.2 exclusief taxis en buschauffeurs ** exclusief primaire banken *** exclusief huishoudelijke hulpen Jaargang 8 44

PAGE 50

Modus Statistisch Magazine Resultaten conjunctuurenqute Bonaire en Curaao 1 e halfjaar 2008. Chris M. Jager. Inleiding Afgelopen juni 2008 is de negende conjunctuurenqute door het Centraal Bureau voor de Statistiek van de Nederlandse Antillen uitgevoerd In totaal zijn daarbij bijna 1160 bedrijven benaderd op de verschillende eilanden van de Nederlandse Antillen waarvan 95 in Bonaire, 278 in Sint Maarten, 39 in Saba en 746 in Curaao. Het onderzoek is uitgevoerd onder alle bedrijven met tien of meer werknemers, terwijl van de bedrijven vanaf drie tot tien werknemers een steekproef is genomen. Dit artikel beperkt zich tot informatie over de eilanden Bonaire en Curaao. De resultaten betreffende het onderzoek in Saba en Sint Maarten zullen in een separaat artikel in het Engels worden behandeld. In Sint Eustatius wordt sinds enige tijd, vanwege een gebrek aan respons, geen conjunctuurenqute meer uitgevoerd. Doel van de conjunctuurenqute is om op frequente basi s, twee maal per jaar, actuele informatie te kunnen verschaffen over bedrijfsmatige en econom ische parameters en ontwikkelingen. Daarnaast dient het inzicht te geven in verwachtingen en opinies van ondernemers. In dit artikel wordt nader ingegaan op de resultaten van de opinievragen van de enqute. Kwantitatieve gegevens over bijvoorbeeld omzet en exploitatiekosten worden hier niet besproken. Een beeld wordt gegeven van de verkregen gegeve ns van bedrijven (NVs en eenmanszaken met een balans en winst& verliesrekening) op de eiland en Bonaire en Curaao ten aanzien van de volgende onderwerpen: 1. investeringsbelemmeringen en bevorderingen, 2. concurrentiepositie, 3. verandering van het ondernemersvertrouwen, 4. vertrouwen in de toekomst, 5. perceptie t.a.v. het investeringsklimaat, 6. bedrijfsresultaten. Nummer 4 45

PAGE 51

Modus Statistisch Magazine Bonaire Investeringsbelemmeringen en bevorderingen Afgelopen juni 2008 is door 18 proc ent van de respondenten aangegeven dat er sprake is geweest van n of meerdere investeringsbelemmeringen. Dit is het laagste percentage dat ooit gemeten is met de conjunctuurenqute sinds de start in 2004. De belemmering tekort aan financi le middelen, tot nu toe de belang rijkste belemmering bij het doen van investeringen (zie figuur 1), is afgeno men van 18 naar 11 procent. Belangrijkste investeringsbelemmering is nu geworden het verkrijgen van werkvergunningen. Speelde dit de vorige periode (jaarenqute december 2007) met 3 procent geen rol van betekenis, afgelopen juni geeft 12 procent van de ondernemers dit item aan als belemmering. Dit is een opvallende stijging. Het aantal bedrijven dat de overheid als belemmering heeft aangegeven (overheidsbeleid) is duidelijk afgenomen en wel van 8 naar slechts 1 procent. De andere mogelijke factoren spelen allen een kleine rol als belemmering voor investeringen. Voor wat betreft de investeringsbevorderingen kan worden vermeld dat ook hier de factor kapitaal van groot belang is. Dit blijkt uit het feit ringen vooral positief worden benvloed door de beschikbaarheid van financile middelen (17%, was eind 2007 21%). Daarnaast zijn goede verwachtingen t.a.v. de markt een andere belangrijke factor. Precies 11 procent (was eind 2007 20%) van de bedrijven heeft aangegeven dit te beschouwen als een bevorderende factor bij het plegen van investeringen. dat door de meeste respondenten is aangegeven dat de investe Concurrentiepositie Voor wat betreft de concurrentiepositie van bedrijven op de binnenlandse markt is het beeld in juni 2008 beperkt veranderd in vergelijking met vorige periodes (zie figuur 2). Wat minder bedrijven, 12 procent (w as december 2007 17%), hebben aangegeven dat deze verbeterd is en iets meer bedrijven hebben aangegeven dat deze verslechterd is (van 13 naar 14%). De categorie onveranderd is duidelijk in omvang toegenomen: deze neemt toe van 52 naar 67 procent. Figuur 1: investeringsbelemmeringen Bonaire in %0 5 10 15 20 25 30T e k o r t f i n a n c i l e m i d d e l e n S l e c h t e m a r k t v e r w a c h t i n g R e n d e m e n t s v e r w a c h t i n g R e n t e n i v e a u V e r k r i j g e n w e r k v e r g u n n O v e r h e i d s b e l e i d O v e r i g% bedrijven dec '06 juni '07 dec '07 juni '08 Figuur 2: concurrentie binnenlandse markt.0 10 20 30 40 50 60 70verbeterdonveranderdverslechterdn.v.t.% bedrijven dec '06 juni '07 dec '07 juni '08 Jaargang 8 46

PAGE 52

Modus Statistisch Magazine Verand ering van het ndernemersvertrouwen gelijking met r 2007 st De perceptie van bed zien van de t.a.v. het vesteringsklimaat metingen is de klimaat in de tage wa rocent toegenomen naar ruim 44 procent. Het percenta ge bedrijven dat zegt het klimaat slecht te vinden o Minder bedrijven hebben in ver de voorgaande enqute van decembe aangegeven dat het ondernemersvertrouwen verbeterd is; dit percentage is van 36 procent afgenomen naar 24 procent (zie figuur 3). Daar komt nog eens bij dat meer bedrijven hebben aangegeven dat het ondernemersvertrouwen verminderd is; van 15 naar 20 procent. In overeenstemming met het voorgaande is het percentage gelijk toegenomen van 50 naar 56 procent. Vertrouwen in de toekom Figuur 3: verandering vertrouwen economie. 0 10 20 30 40 50 60dec 04 junidec '05 junidec '06 junidec '07 juni '08% bedrijven verminderd gelijk verbeterd r ijven ten aan Figuur 4: vertrouwen toekomst 0 10 20 30 40 50 60 70dec 04 junidec '05 junidec '06 junidec '07 juni '08% bedrijven ja nee geen mening het vertrouwen in de toekomst is afgelopen periode, in tegenstelling tot voorgaande periode, weer toegenomen. En wel met een stijging van 12 procentpunten van 59 naar 71 procent, waarmee het vertrouwen net uitkomt boven het niveau van juni 2007. Het aantal bedrijven dat heeft aangegeven gn vertrouwen te hebben in de toekomst is afgenomen van 16 naar 10 procent. Bijna 20 procent van de bedrijven heeft aangegeven geen mening te hebben (zie figuur no.4). Perceptie Figuur 5: investeringsklimaat Bonaire 0 10 20 30 40 50 60 70 dec 04 junidec '05 junidec '06 junidec '07 juni '08% bedrijven goed matig in slecht Ten opzichte van voorgaande perceptie van het investerings eerste helft van 2008 weinig veranderd. Het percentage bedrijven dat zegt het klimaat goed te vinden is iets verminderd van 49 naar 47 procent (zie figuur 5). Het percen t matig aangeeft is nagenoeg ongewijzigd en met 0,2 p is met nog geen twee procentpunten toegenomen naar bijna 9 procent. Nummer 4 47

PAGE 53

Modus Statistisch Magazine V erwachting omtrent bedrijfsresultaten it het onderzoek is naar voren gekomen dat de verwachting is dat de bedrijfsresultaten iets zullen angegeven winst te verwachten over het jaar U verslechteren t.o.v. 2007. Van de bedrijven heeft 64 procent a 2008 (winst voor afdracht van belastingen). Deze winstverwachting is vier procentpunten minder uitgekomen dan een jaar daarvoor, 2007. Toen lag dit op het hoogste niveau ooit gemeten (68%). Het percentage bedrijven met een negatief bedrijfsresultaat (verlies) is navenant toegenomen met 4 procentpunten en uitgekomen op 36 procent, zie ook figuur 6. Opgemerkt moet worden dat deze percentages gn inzicht geven in Figuur 6: bedrijfsresultaten Bonaire 2003 2008 0 10 20 30 40 50 60 702003 2004 2005 2006 2007 verw. 2008% bedrijven pos neg de omvang van de bedrijfsresultaten en evenmin in eventuele faillissementen. Jaargang 8 48

PAGE 54

Modus Statistisch Magazine Curaao Investeringsbelemmeringen en bevorderingen Afgelopen juni is door slechts 14 procen t van de respondenten aangegeven dat ze investeringsbelemmeringen hebben ondervonden in he t jaar 2007. Dit is bijna 4 procentpunten minder dan in december 2007 en het laagste percentage ooit gemeten. Voor zover er sprake van is zijn deze investeringsbelemmeringen vooral een gevolg geweest van een tekort aan financile middelen. Het percentage is echter sterk afgenomen, van 9 naar 3 procent, zie ook figuur 7. Daarnaast speelt alleen nog het overheidsbeleid een bescheiden rol van betekenis; deze belemmering is afgenomen van 3 naar 2 procent. Het verkrijgen van werkvergunningen wordt in Curaao door ondernemers nauwelijks als investeringsbelemmering aangemerkt. De investeringen zijn naar mening van 14 procent va n de bedrijven bevorderd door de beschikbaarheid van financile middelen en een goede werking van de markt (17% van de bedrijven). Verder zijn ze in mindere mate bevorderd vanwege de rendementsverwachting (9%) en het renteniveau (5%). Figuur 7: investeringsbelemmeringen Curaao in %0 3 6 9 12Tekort financile middelen Slechte marktverwachting Rendementsverw a chtin g Renteniveau V er krij gen w er kve r g u nni ngen O ver h e idsbele i d O ver ig% bedrijven dec '06 juni 07 dec '07 juni 08 Figuur 8: concurrentiepositie binnenlandse markt 0 10 20 30 40 50 60verbeterdonveranderdverslechterdn.v.t.% bedrijven dec '06 juni '07 dec '07 juni '08 Concurrentiepositie Voor wat betreft de concurrentiepositie op de binnenlandse Curaaose markt (zie figuur 8) is de situatie in vergelijking met voorgaande perioden weinig veranderd. Iets meer bedrijven hebben aangegeven dat deze verbeterd is, van 17 naar 20 procent. Eveneens meer bedrijven hebben aangegeven dat deze verslechterd is, van 13 naar 16 procent. De meeste bedrijven (dit keer 56%) hebben zoals gebruikelijk aangegeven dat de concurrentiepositie ongewijzigd is gebleven. Nummer 4 49

PAGE 55

Modus Statistisch Magazine Verandering van het ondernemersvertrouwen Precies 17 procent van de bedrijven heeft aangegeven dat het vertrouwen in de economie is verminderd, een hoger percentage dan in 2007 (10%, zie figuur 9). Verder heeft bijna 25 procent van de bedrijven aangegeven dat het vertrouwen in de economie verbeterd is, een duidelijk lager percentage dan de vorige periode (34%). In vergelijking met december 2007 hebben iets meer ondernemers aangegeven dat het vertrouwen gelijk is gebleven; dit stijgt van 56 naar 59 procent. V ertrouwen in de toekomst een aarvoor. er een vergelijkbaar is met orige perioden. at heeft zich nauwelijks gewijzigd (zie figuur 11). Figuur 9: verandering vertrouwen economie0 10 20 30 40 50 60 70dec 04junidec 05junidec 06junidec 07juni '08% bedrijven verminderd gelijk verbeterd Figuur 10: vertrouwen toekomst0 10 20 30 40 50 60 70dec 04 junidec 05 junidec 06 junidec 07 juni '08% bedrijven ja nee geen mening Figuur 11: investeringsklimaat0 10 20 30 40 50 60 70dec 04 junidec 05 junidec 06 junidec 07 juni '08% bedrijven goed matig slecht Bij de bedrijven is sprake geweest van afname van het vertrouwen in de toekomst. Dit vertrouwen is gedaald van 73 naar 68 procent. Daarmee is een eind gekomen aan de stijgende trend van de afgelopen perioden. In juni 2008 is in 11 procent van de gevallen aangegeven dat men gn vertrouwen in de toekomst heeft (was 8%). Daarmee is dit op een zelfde niveau gekomen als n jaar d Ongeveer 21 procent van de ondernemers heeft aangegeven geen mening te hebben ov de gestelde vraag, hetg v Perceptie t.a.v. het investeringsklimaat De mening ten aanzien van het investeringsklima Vrijwel een zelfde aantal bedrijven heeft aangegeven dat deze goed is: van 39 naar 40 procent. Daarmee is aan de trend van groei van een gunstige perceptie blijkbaar een einde gekomen. Ook het percentage bedrijven welke heeft aangegeven dat deze slecht is, is heel licht toegenomen: van 9 naar 10 procent. De meeste bedrijven oordelen nog steeds het investeringsklimaat als matig: 50 procent (was 52%). Het beeld in vergelijking met december 2004 is ingrijpend gewijzigd: van matig en slecht naar matig en goed. Jaargang 8 50