Citation
Modus Jaargang 9 Nummer 4

Material Information

Title:
Modus Jaargang 9 Nummer 4

Subjects

Genre:
serial ( sobekcm )

Record Information

Source Institution:
Central Bureau of Statistics Curaçao
Holding Location:
Central Bureau of Statistics Curaçao
Rights Management:
All applicable rights reserved by the source institution and holding location.

Downloads

This item is only available as the following downloads:


Full Text

PAGE 2

Modus Statistisch Magazine Modus In dit nummer Redactioneel................................................ iii 1. Resultaten conjunctuurenqute Bonaire en Curaao jaar 2009............................ 1 2. The importance of a Tourism Satellite Account .................................................... 8 3. Foreign trade statisti cs of the Lee ward Islands in 2008 ........................................14 4. Kostenverloop tussen 2004 en 2007 in Curaao ....................................................22 5. Bevolkingsaanw as in rustiger vaarwa ter na de grote em igratiegolven................... 30 Nummer 4 i

PAGE 3

Modus Statistisch Magazine ii Jaargang 9 Verklaring van de tekens: 0 of 0,0 Minder dan de helft van de gekozen eenheid Nul Onbekend (blank) Een waarde kan op logisc he grondslagen niet voorkomen

PAGE 4

Modus Statistisch Magazine Redactioneel Geachte Lezer, Terwijl de grotere economien in de wereld zich langzaam herstellen van de internationale financile crisis, wordt het langzaam aan duidelijk, dat de Antillen niet geheel ongeschonden door de crisis heen zijn gekomen. Zeer voorlopige cijfers omtrent de ontwikkelingen van het bruto binnenlands product (BBP) geven aan dat zowel in Sint Maarten als in Curaao in 2009 sprake geweest is van een lichte achteruitgang. In Bonaire groeide de economie nog wel, maar met veel lagere cijfers dan in de jaren daarvoor. De achteruitgang was met name toerisme gerelateerd, waarbij met name de grotere afhankelijkheid van het toerisme uit Amerika ervoor zorgde dat Sint Maarten een grotere achteruitgang te zien gaf dan Curaao en Bonaire. Respectievelijk matige en lichte achteruitgang en bescheiden groei van de economie zijn de financieel-economische resultaten van de internationale crisis op onze eilanden. Daarmee zijn de effecten matig te noemen, vergeleken met de regio als geheel (-2,3%) en de Verenigde Staten (-2,5%). Ook de sociaal-economische gevolgen van de crisis zijn verschillend voor de eilanden. In Sint Maarten nam de werkloosheid toe, terwijl deze in Curaao juist daalde. Daarbij moet aangegeven worden dat de werkende bevolking in Curaao niet toenam, zodat hier meer sprake is van stagnatie. De vraag is of deze situatie weer zal leiden tot omvangrijke migratiebewegingen, zoals eerder rond de millenniumwisseling optrad. De cijfers die in deze Modus worden gepresenteerd wijzen al wel op een afnemend migratiesaldo, vooral door een toegenomen emigratie. Recentere cijfers zullen duidelijk moeten maken of deze trend zich heeft voortgezet. In de internationale statistische fora wordt druk gediscussieerd over de vraag hoe het te voorkomen is dat een financile crisis zo onaangekondigd heeft kunnen optreden. Voor veel economen kwam deze crisis geheel onverwacht. Een geldige conclusie uit de reeds vele analyses die hieruit zijn voorgekomen is, dat de oorzaak vooral lag bij ofwel te laat beschikbaar gekomen cijfers, ofwel te weinig gedetailleerd gepubliceerde gegevens. De conclusies zijn daarom ook duidelijk: statistische bureaus moeten zich veel meer dan tot nu toe inspannen om gedetailleerdere indicatoren te publiceren. Die details zijn vaak wel beschikbaar maar worden onder de vrees van geheimhoudingseisen, en misschien ook wel door kwaliteitsgebrek, niet gepubliceerd. Anderzijds zullen deze indicatoren veel vaker dan voorheen moeten worden berekend. In de internationale statistische conferenties is de hoofdaandacht daarom vooral gericht op ontwikkeling van high frequency indicators. Dit eist een actievere rol van de statistische instituten: verbetering van de kwaliteit, versnelling van de productie, een hogere frequentie van waarneming, en een herorintering op relevantie van de gebruikelijke variabelen. Dat heeft natuurlijk ook consequenties voor de inrichting van de werkprocessen en niet te vergeten de beschikbare financile en personele middelen. Het is daarom te hopen dat ook vanuit het beleid de belangrijkheid van het upgraden van het statistische product wordt erkend. Colofon Uitgave : Centraal Bureau voor de Statistiek Redactie: Francis Vierbergen Maureen Bergwijn-Blokland Maria Duyndam Harely Martina Ellen Maduro Ostrid Girigori Adres: Fort Amsterdam, Willemstad, Curaao, Nederlandse Antillen. Telefoon: (599 9) 4611031 Fax: (599 9) 4611 696 E-mail: info@cbs.an Website: www.cbs.an Auteursrechten: Het overnemen van (delen) van deze publicatie is slechts toegestaan mits voorzien van een volledige bronvermelding Abonnementen: Modus verschijnt vier maal per jaar. De abonnementsprijs bedraagt NAFl. 40,= (exclusief portokosten). Losse nummers kosten NAFl. 15,= Nummer 4 iii

PAGE 5

Modus Statistisch Magazine iv Jaargang 9

PAGE 6

Modus Statistisch Magazine Resultaten conjunctuurenqute Bonaire en Curaao jaar 2009 Ondernemersvertrouwen in Curaao hoger dan in Bonaire Chris M. Jager Inleiding In december 2009 zijn tijdens de jaarlijkse conjunctuur enqute de bedrijven benaderd op de verschillende eilanden van de Nederlandse Antillen, waaronder ook Bonaire en Curaao. Het onderzoek is uitgevoerd onder alle bedrijven met tien of meer werknemers, terwijl va n de bedrijven vanaf drie tot tien werknemers een steekproef is genomen. Dit artikel beperkt zich tot informatie over de eilanden Bonaire en Curaao. Doel van de conjunctuurenqute is om op frequente ba sis, twee maal per jaar, actuele informatie te kunnen verschaffen over bedrijfsmatige en economische parameters en ontwikkelingen. Daarna ast dient het inzicht te geven in verwachtingen en opinies van ondernemers. In dit artikel wordt nader ingegaan op de resultaten van de opinievragen van de enqute. Kwantitatieve gegevens over bijvoorbeeld omzet en exploi tatiekosten worden hier niet besproken. Een beeld wordt gegeven van de verkregen gegevens van bedrijven (NVs, BVs en eenmanszaken met een balans en winst& verliesrekening) op de eilanden Bonaire en Curaao ten aanzien van de volgende onderwerpen: 1. investeringsbelemmeringen en bevorderingen, 2. concurrentiepositie, 3. verandering van het ondernemersvertrouwen, 4. vertrouwen in de toekomst, 5. mening (perceptie) t.a.v. het investeringsklimaat, 6. bedrijfsresultaten. Nummer 4 1

PAGE 7

Modus Statistisch magazine Bonaire Investeringsbelemmeringen en bevorderingen In december 2009 is door ruim 29 procent van de respondenten aangegeven dat er sprake is geweest van n of meerdere investeringsbelemmeringen. Dit komt overeen met het resultaat van 2008. De belemmering tekort aa n financile middelen, is wederom de belangrijkste be lemmering bij het doen van investeringen (zie figuur 1). Bijna 19 pr ocent van de bedrijven, 3 procentpunten meer dan juni 2009, geeft dit aan. Opvallend is de sterke toename van het overheidsbeleid als investeringsbelemmering. Lag dit percentage de afgelopen twee perioden op 7 procent, in december geeft bijna 16 procent van de bedrijven het overheidsbeleid aan als belemmering. Andere belemmeringen zoals de werking van de markt en renteniveau, spelen een minder prominente rol; de percentages van deze belemmeringen liggen rond de 6 procent. Figuur 1: investeringsbelemmeringen Bonaire in %0 5 10 15 20T e k o r t f i n m i d d S l e c h te m a r k t v e r w R e n d e m v e r w R e n t e n i v e a u V e r k r i j g e n w e r k v e r g O v e r h b e l e i d O v e r i g% bedrijven juni '08 dec '08 juni '09 dec '09 Voor wat betreft de investeringsbevorderingen kan worden vermeld dat ook hier de factor kapitaal van groot belang is. De meeste respondenten geven aan dat de investeringen vooral positief worden benvloed door de beschikbaarheid van financile middelen: van 14 procent in juni 2009 naar 15 procent per december 2009. Daarnaast zijn goede verwachtingen t.a.v. de markt een andere belangrijke factor. Ruim 14 procent van de bedrij ven heeft aangegeven dit te beschouwen als een bevorderende factor bij het plegen van investeringen, eenzelfde percentage als de voorgaande periode (juni 2009). Concurrentiepositie Voor wat betreft de concurrentiepositie van bedr ijven op de binnenlandse markt is het beeld in december 2009 beperkt veranderd in vergelijking met vorige periodes (zie figuur 2). Meer bedrijven, 60 procent, hebben aangegeven dat deze onveranderd is (was 49% in juni 2008) en een iets lager percentage bedrijven heeft aangegeven dat deze verbeterd is: van 20 naar 19 procent. De categorie verslechterd is duidelijk in omvang afgenomen, van 22 naar 12 procent. Figuur 2: concurre ntie binnenland se markt Bonaire.0 10 20 30 40 50 60 70verbeterdonveranderdverslechterdn.v.t.% bedrijven juni '08 dec '08 juni '09 dec '09 Jaargang 9 2

PAGE 8

Modus Statistisch Magazine Verandering van het ondernemersvertrouwen in de economie December 2009 hebben minder ondernemers, 33 pr ocent, aangegeven dat het vertrouwen in de economie is verminderd in vergelijking met juni 2009 (38%, het hoogste percentage ooit gemeten). Het aantal ondernemers dat heeft aangegeven dat het vertrouwen gelijk is gebleven, is gestegen van 44 naar 48 procent. Een bescheiden deel van de bedrijven, 19 procent, heeft aangegeven dat het vertrouwen in de economie is verbeterd (was 18%). Vertrouwen in de toekomst De perceptie van bedrijven ten aanzien van het vertrouwen in de toekomst is de afgelopen periode afgenomen van 63 naar bijna 57 procent (figuur 4). Het percentage bedrijven dat gn vertrouwen heeft in de toekomst is vrijwel gelijk gebleven rond de 17 18 procent. Een hoger percentage als voorgaande periode, bijna 26 procent, heeft aangegeven geen mening te hebben over de gestelde vraag (was 20%). Figuur 3: verandering vertrouwen economie Bonaire0 10 20 30 40 50 60junidec '05 junidec '06 junidec '07 junidec '08 junidec '09% bedrijven verminderd gelijk verbeterd Figuur 4: vertrouwen toekomst Bonaire0 10 20 30 40 50 60 70 junidec '05 junidec '06 junidec '07 junidec '08 junidec '09% bedrijven ja nee geen mening Mening ten aanzien van het investeringsklimaat Ook de mening ten aanzien van het investeringsklimaat is wat minder positief geworden. Duidelijk minder bedrijven, 19 procent, hebben aangegeven dat het klimaat goed is (was 30%). Dit is het laagste percentage van de afgelopen 5 jaar. Het percentage bedrijven dat heeft aangegeven dat het investeringsklimaat slecht is, is licht afgenomen van 20 naar 17 procent. De meeste bedrijven oordelen zoals gebruikelijk het investeringsklimaat als matig: dit percentage is duidelijk toegenomen van 50 naar 64 procent, een toename van 14 procentpunten. Figuur 5: investeringsklimaat Bonaire0 10 20 30 40 50 60 70junidec '05 junidec '06 junidec '07 junidec '08 junidec '09% bedrijven goed matig slecht Nummer 4 3

PAGE 9

Modus Statistisch magazine Bedrijfsresultaten Uit het onderzoek is verder gebleken dat 69 proc ent van de bedrijven over 2009 een positief bedrijfsresultaat heeft behaald (winst voor afdrac ht van belastingen). Dit is iets hoger dan de verwachting van juni 2009 (66%). Bovendien is het 4 procentpunten meer dan in december 2008. In december 2004 ligt dit percentage nog op 58 procent. Bijna 31 procent van de bedrijven heeft aangegeven een negatief bedrijfsresultaat over 2009 te hebben behaald, zie ook figuur 6. Figuur 6: bedrijfsresultaten Bonaire 2003 200950 58 61 54 68 65 690 10 20 30 40 50 60 702003 2004 2005 2006 2007 2008 2009% bedrijven pos neg Opgemerkt moet worden dat deze percentages gn inzicht geven in de omvang van de bedrijfsresultaten en evenmin in eventuele faillissementen. Curaao Investeringsbelemmeringen en bevorderingen December 2009 is door ruim 16 procent van de respondenten aangegeven dat ze in dat jaar investeringsbelemmeringen hebben ondervonden. Dit is ruim 2 procentpunten meer dan in december 2008. Voor zover er sprake van is geweest, zijn deze investeringsbelemmeringen vooral een gevolg van een tekort aan financile middelen. Het percenta ge is in vergelijking met juni 2009 toegenomen van bijna 8 naar 9 procent, zie ook figuur 7. Naast deze belemmering spelen alleen de werkin g van de markt, rendementsverwachting en het overheidsbeleid een (bescheiden) rol van betekenis; deze belemmeringen bedragen rond de 3 procent. Het verkrijgen van werkvergunningen wordt in Cura ao, evenals het renteniveau, door ondernemers blijkbaar nauwelijks als investeringsbelemmering ge zien. Ook zijn deze factoren iets in omvang afgenomen. De investeringen zijn naar mening van 20 procent van de bedrijven bevorderd door de beschikbaarheid van financile middelen. Daarnaast heeft 13 procent van de bedrijven aangegeven dat dit door een goede verwachtingen ten aanzien van de markt gebeurt. Verder zijn ze in mindere mate bevorderd vanwege de rendementsverwachting (6%) en de beschikbaarheid van gekwalificeerd personeel (6%). Figuur 7: investeringsbelemmeringen Curaao in %0 2 4 6 8 10Te k ort fi n middelen S lech te mark t verw Rendementsverw Re nt eni veau V erkrijgen w er kv erg. O ver hei dsbeleid Overig% bedrijven dec '08 juni 09 dec '09 Jaargang 9 4

PAGE 10

Modus Statistisch Magazine Concurrentiepositie Voor wat betreft de concurrentiepositie op de bi nnenlandse Curaaose markt (zie figuur 8) is de situatie in vergelijking met voorgaande perioden weinig veranderd. Iets meer bedrijven hebben aangegeven dat de concurrentiepositie verbeterd is, van 12 naar 16 procent. Ook hebben meer bedrijven aangegeven dat deze verslechterd is, van 16 naar 18 procent. Ook in 2009 hebben, net als in voorgaande periodes, de meeste bedrijven aangegeven dat de concurrentiepositie ongewijzigd is gebleven. Dit percentage is afgenomen van 61 naar 56 procent. Figuur 8: concurrentie binnenlandse markt 0 10 20 30 40 50 60 verbeterdonveranderdverslechterdn.v.t. juni '08 dec '08 juni '09 dec '09 Verandering van het ondernemersvertrouwen in de economie Slechts 16 procent van de bedrijven heeft in dece mber 2009 aangegeven dat het vertrouwen in de economie is verminderd, een lager percentage dan afgelopen perioden en 8 procentpunten minder dan juni 2009 (zie figuur 9). Verder heeft slechts 9 procent van de bedrijven aangegeven dat het vertrouwen in de economie verbeterd is, een iets lager percentage dan de vorige periode (11%). In vergelijking met december 2008 hebben veruit de meeste en ook duidelijk meer ondernemers dan voorgaande periodes, aangegeven dat het vertrouwen gelijk is gebleven; dit stijgt van 64 naar 75 procent. Figuur 9: verandering vertrouwen economie Curaao0 10 20 30 40 50 60 70dec 05 junidec 06 junidec 07 juni'dec 08 juni'dec 09% bedrijven verminderd gelijk verbeterd Vertrouwen in de toekomst Bij de bedrijven is wederom nauwelijks sprake ge weest van een verandering van het vertrouwen in de toekomst. Dit blijkt sinds 2007 erg stabiel te zijn en is iets toegenomen van 70 naar 71 procent (zie figuur 10). Afgelopen december 2009 is in bijna 9 procent van de gevallen aangegeven dat men gn vertrouwen in de toekomst heeft (was ruim 8%). Een iets lager percentage als voorgaande periode, van 22 naar 20 procent, heeft aangegeven geen mening te hebben over de gestelde vraag. Figuur 10: vertrouwen toekomst Curaao0 10 20 30 40 50 60 70dec 05 junidec 06 junidec 07 juni'dec 08 juni'dec 09 ja nee geen mening Nummer 4 5

PAGE 11

Modus Statistisch magazine Mening ten aanzien van het investeringsklimaat Het oordeel ten aanzien van het investeringsklimaa t is de afgelopen periode ietwat positiever geworden (zie figuur 11). Meer bedrijven hebben aangegeven dat deze goed is: van 20 naar 27 procent. Daarmee is aan de trend van een afname van een gunstige perceptie vanaf juni 2008 een einde gekomen. Het percentage bedrijven welke heeft aangegeven dat deze slecht is, is afgenomen van 13 naar 11 procent. De meeste bedrijven oordelen zoals gebruikelijk het investeringsklimaat als matig: 62 procent (was 67% in juni 2009). Bedrijfsresultaten Figuur 11: perceptie investeringsklimaat Curaao 0 10 20 30 40 50 60 70dec 05 junidec 06 junidec 07 juni'dec 08 juni'dec 09% bedrijven goed matig slecht Uit het onderzoek is naar voren gekomen dat de bedrijfsresultaten niet zijn veranderd ten opzichte van 2008. Ook in 2009 heeft 72 procent van de bedrijven een positief resultaat behaald (winst voor afdracht van belastingen), het hoogst gemeten percentage. Van een stijging is aldus geen sprake meer (zie figuur 12). Figuur 12: Bedrijfsresultaten Curaao 2003 t/m 2009.48 59 61 68 71 72 720 10 20 30 40 50 60 70 802003 2004 2005 2006 2007 2008 2009% bedrijven pos neg In overeenstemming met het voorgaande heeft 28 procent van de benaderde bedrijven een negatief bedrijfsresultaat (verlies) behaald. Overigens is het zo dat deze percentages gn inzicht geven in de omvang van de bedrijfsresultaten en evenmin in eventuele faillissementen. Jaargang 9 6

PAGE 12

Modus Statistisch Magazine Samenvatting Over Bonaire kan worden opgemerkt dat bij de investeringsbelemmeringen (waar financile middelen weer de belangrijkste belemmering vormen ) een sterke toename heeft plaatsgevonden van het overheidsbeleid als investeringsbelemmering; van 7 naar 16 procent. Bij de concurrentiepositie op de binnenlandse markt is nauwelijks sprake van veranderingen en de meeste bedrijven geven, zoals gebruikelijk, aan dat deze niet veranderd is. Het ve rtrouwen in de toekomst is wat afgenomen en ook de perceptie van het investeringsklimaat is minder positief geworden. Op de bedrijfsresultaten hebben deze minder optimistische me ningen in ieder geval vooralsnog weinig effect: 69 procent van de bedrijven heeft in 2009 winst beh aald, iets meer dan over 2008. Curaao laat over het jaar 2009 een iets ander beeld zien dan Bonaire: in tegenstelling tot de perceptie op het zustereiland wordt het ov erheidsbeleid nauwelijks als investeringsbelemmering gezien. Wel vormen ook hier de financile middelen weer de belangrijkste belemmering. Het vertrouwen in de toekomst is stabiel en hoog; 71 procent van de ondernemers geeft aan vertrouwen te hebben in de toekomst. Daarnaast is de mening over het investeringsklimaat wat positiever geworden; meer bedrijven hebben aangegev en dat deze goed is. De concurrentiepositie op de binnenlandse markt is eveneens, net als in Bonaire, nauwelijks veranderd. En ook het vertrouwen in de economie is verminderd. De positieve trend bij de bedrijfsresultaten is vooralsnog tot stilstand gekomen en is uitgekomen op hetzelfde percentage als 2008, te weten 72 procent van de bedrijven. Nummer 4 7

PAGE 13

Modus Statistisch magazine The importance of a Tourism Satellite Account Glenda Varlack Overview The Central Bureau of Statistics (CBS ) is in its initial phase of developing a Tourism Satellite Account (TSA) for Curaao. For this reason a description will be given of the tourism statistical system along with a brief depiction of how it is used by the World Travel & Tourism Council (WTTC). The TSA is a statistical system that describes the econom ic impacts of tourism in a versatile and comprehensive manner. It is an international standard for measuring the contribution of tourism to an economy. It was developed in extensive international co-operation, as a result of which the UN, WTO (World Tourism Organization), OECD and EU approved a recommendat ion on tourism satellite account in 2000. Tourism Satellite Account is also referr ed to as tourism account. The Importance of TSA Statistical reasons: Unlike output defined industries, such as agriculture or manufacturing, the primarily demanddefined tourism industry is not measured as a sector in its own right in National Accounts. Most of the statistical information provided on the specific s and developments of tourism is primarily based on arrivals and overnight stay statistics as well as balance of payments information. Tourism is one of the most important generators of jobs, wages, economic growth and tax revenue. Furthermore it has influence in every industry of the economy. The tourism industry cannot simply be measured in standard economic accounting system s. Industry is a supply-side concept (the focus is on what is being produced) and tourism is a demand-side concept (the focus is on who is buying products). By using a TSA it enables policymakers to benchmark tourism with other economic sectors based on comparable concepts like employment, GDP and wages. The TSA is also consistent with the System of National Accounts (SNA93) approach for measuring an economic sector. It is called Satellite Account because it resides outside of the core national accounts. It has a distinct value because the TSA is credible, comprehensive and comparable. Jaargang 9 8

PAGE 14

Modus Statistisch Magazine Nummer 4 9 Implementation benefit, drawbacks and procedures for a TSA The advantage of satellite accounting approach is that it uses existing economic data and sets tourism in an accepted system of accounts. The drawback is that the information necessary to extract tourism activity from national economic accounts is often not complete or co nsistently gathered. Also, satellite methods are much more difficult to apply below the national level or for subcategories of tourism activity. National accounts are organized around a set of industries or commodities. The problem is that tourism is more a type of customer than either an industry or a type of commodity. Restaurants serve both tourists and local residents and the system of accounts has no easy way to distinguish one from the other. The basic procedure in satellite accounting is to claim a "share" of sales of each commodity or industry to tourism. These shares however can va ry widely for different sectors. Information to estimate them generally comes from various source s including surveys of households or tourists. Many of these surveys are not carried out on a co nsistent basis and are subject to a variety of sampling and measurement errors. Tourist shares also depend considerably on how tourism is defined. The primary TSA tables1 A short description of the ten tables that are needed for a TSA will be given. The tables 1 through 4 consider tourism consumption, table 5 regards the production, and table 6 is a compilation of the tourism consumption and supply side. The tables 7 through 10 show data that are not directly involved in the GDP computation. In tables 1 throug h 6 the left hand column of the table contains the categories of products used in a TSA. Tables 1-4 The calculations in the first four tables and all of the commodities should be taken from the Central Product Classification (CPC) and assigned to the various industries according to the International Standard Industrial Classification of All Economic Activities (ISIC) Rev. 3. Table 1 distributes inbound tourism consumption among th e products that the visitors purchase. In the case of Curaao, there is no breakdown of spen ding data for day visitors, so the table will show only spending by overnight visitors. These figures will be based on the Visitor Profile Survey data and the figure from the Exit Survey as is reported by the tourism office. Table 2 provides the same data for residents spending in the Curaao economy. These expenditures are for domestic travel as well as in preparation for trips abroad and consist of airline tickets and spending with travel agents on foreign hotel stays and such. This means that these figures are Domestic Consumption from priv ate resident business travel. 1 Source: World Tourism Organization, United Nations, Commission of the European Communities, Organization for Economic Co-operation and Development (2001) Tourism Satellite Account: Recommended Methodological Framework

PAGE 15

Modus Statistisch magazine Table 3 contains data on spending by residents on foreign travel, namely the Outbound Consumption. This comprises the consumption of resident visitors outside the economic territory (Curaao). Table 4 combines the data in Tables 1 and 2 to arrive at internal tourism consumption. The importance of this concept is that it is this co nsumption that impacts the Curaao economy. Table 4 also includes, under other components, the govern ment subsidies to tourism consumption, such as museum and park subsidies. Table 5 Table 5 shows the supply side of the TSA. In this table data is presented for the production of the products contained in Tables 1-4. Similar to the clas sification of products in Table 5, the industries that produce the products are classified into to urism industries and tourism connected industries. Table 5 shows the total sales for each related in dustry, whether or not generated by tourism. Table 6 Table 6 is the heart of the process. The data entered in the columns is from Table 4. These data include only tourism consumption. By each entry a percen tage of total production of the product by the industry that is accounted for by tourism is shown. The percentages are calculated from the output of the production data in Table 5. The data at the bottom of Table 6, which represen t total value added and GDP by each industry, are used to estimate value added and GDP, as well as intermediate consumption and the components of value added, for tourism. This allocation assumes that tourism generates these components in the same proportion as the total industry. This completes the calculation of tourism GDP, often referred as direct tourism GDP as distinct from the GDP that results from the intermediate purchases, which is referred to as indirect GDP. Tables 7-10 These tables contain other data not dire ctly involved in the GDP computation. Table 7 contains an accounting of direct tourism employment. Table 8 and 9 include estimates of gross fixed capital formation (investment spending) and collective consumption (government spending that ca nnot be associated with individual components of tourism consumption). Together with tourism consumption, these comprise tourism final demand. In the SNA, final demand leads to GDP, in the TSA only consumption does. Table 10 encloses non-monetary indicato rs that are normally used in tourism analysis but do not have direct economic content. Because the number s of visitors, tourism, trips, overnights, hotel establishments, hotel rooms, and sim ilar numerical data are such an integral part of the data collected by tourism agencies, these data ar e presented in the TSA as well. Jaargang 9 10

PAGE 16

Modus Statistisch Magazine International comparisons using TSA The data presented is a worldwide compilation which focuses on personal consumption, business spending, capital investment, government expenditure, gross domestic product (GDP) and employment. It is an example how TSA is used as an analytical tool. Tourism Satellite Accounting is one of the most important developments of World Travel & Tourism Council (WTTC) in the quest to assess Travel & Tourisms economic contribution and future potential. Both chart 1 and 2 are produced by WTTC in collaboration with strate gic TSA partner Accenture and research partner, Oxford Economics. Chart 1: Worldwide compilation of TSA results. 2008 2009 2018 WORLDWIDE US$ bn % of Total Growth* US$ bn % of Total Growth** Personal Travel & Tourism 3,212 9.2 3.0 5,460 9.4 3.5 Business Travel 843 1.4 3.0 1,443 1.4 3.5 Government Expenditures 381 3.8 2.2 616 4.0 3.0 Capital Investment 1,354 9.4 3.7 3,146 9.8 5.6 Visitor Exports 1,118 5.8 3.1 2,189 5.4 5.3 Other Exports 985 5.1 5.1 1,984 4.9 6.0 T&T Demand 7,892 10.1 3.3 14,838 10.3 4.4 Direct Industry GDP 2,008 3.4 2.7 3,362 3.2 3.3 T&T Economy GDP 5,890 9.9 3.0 10,855 10.5 4.0 Direct Industry Employment*** 80,749 2.8 2.0 97,983 3.1 2.0 T&T Economy Employment*** 238,277 8.4 2.4 296,252 9.2 2.2 Notes: 2008 real growth adjusted for inflation (%); ** 2009-18 annualized real growth adjusted for inflation (%); *** x000 jobs, (bn= billion) The TSA results for 2008 suggest that the current global economic downturn will only have a moderate impact on Travel & Tourism Demand, with the annual growth rate experiencing a slight slowdown to 3.0%, as against 3.9% in 2007. Looking past this present cyclical downturn; the long-term forecasts point to a mature but steady phase of growth for world travel & tourism (T&T ) between 2009 and 2018, with growth averaging 4.4% per year over the period, supporting approximately 296 million jobs and 10.5% of global GDP by 2018. There will undoubtedly be challenges due to the US slowdown e.g. the weak US dollar, the stock markets volatility, higher fuel costs and conc erns about climate change, the continued strong expansion in emerging countries, both as tourism destinations and as an increasing source of international visitors. Despite these factors the global tourism industrys growth prospects remain bright into the medium term. Nummer 4 11

PAGE 17

Modus Statistisch magazine The regional performance of Africa, Asia Pacific and the Middle East are experiencing higher growth rates than the world average; in terms of total Travel & Tourism Demand, at 5.9%, 5.7% and 5.2% respectively. The mature markets on the other ha nd most notably the Americas and Europe are falling below the world average with growth of 2.1% and 2.3% respectively. Tourism Satellite Accounting, the standardized United Nations tourism measurement tool, provides WTTC with the framework required to measure Travel & Tourisms economic impact on 176 countries, regions and the world overall. In the following chart a view is given on the expected development in each segment using a TSA. Chart 2: A scale of absolute, employment and relative data regarding expectancy of tourism development in respective countries. ON AN ABSOLUTE SCALE ON AN EMPLOYMENT SCALE ON A RELATIVE SCALE Countries expected to generate the largest volume of Travel & Tourism Demand in 2008: Countries expected to generate the largest amount (in absolute terms) of Travel & Tourism Economy Employment: Countries expected to grow their Travel & Tourism Demand most rapidly between 2008 and 2018: T&T Demand, 2008 (US$ bn) T&T Economy Employment, 2008 ( jobs) T&T Demand, 2008-18 (% annualized real growth) USA 1,747.5 China 74,498 India 9.4 China 592.0 India 30,491 China 8.9 Japan 514.3 USA 14,933 Libya 8.1 Germany 505.7 Japan 6,833 Vietnam 8.1 France 418.8 Mexico 6,633 Montenegro 7.4 UK 403.7 Indonesia 5,936 Romania 7.1 Spain 338.2 Brazil 5,500 Macau 7.1 Italy 302.9 Vietnam 4,891 Namibia 6.9 Canada 231.4 Russia 4,126 Croatia 6.9 Mexico 157.6 Thailand 3,911 Czech Republic 6.8 In 2008 the country with the highest expectancy in volume of travel & to urism demand was the USA who expected to generate 1.7 billion dollars with an employment amount of 6,833.The lowest expectancy was Mexico with 157 million dollars, and it expected an employment generation of 6,633. Neither of these countries, USA nor Mexico, is expecting a rapid growth in their tourism operation amid 2008 -2018. On the other hand China shows a high expectancy in 2008 with a volume of T&T demand of 592 million dollars; 74,498 jobs, and a rapid T&T demand growth of 8.9 percent in the course of 2008 -2018. Jaargang 9 12

PAGE 18

Modus Statistisch Magazine TSA as a tool The Tourism Satellite Account is proven to be a useful tool in measuring the demand and supply side of tourism in different countries. It has to be adjust ed to the statis tical needs of the policy makers, decision takers and other st akeholders on the isla nd. The TSA is heavily dependent on the data possibilities offered, the mo re extensive the data the more possibilities. The initial phase of implementing the TSA name ly the orientation, is very challenging, but gradually the CBS is expecting to apply all the tables of the tourism account. To conclude the TSA is a useful tool to measure the economic im pacts of tourism, and that will surely benefit Curaao as tourism is becoming a more important economic player. Nummer 4 13

PAGE 19

Modus Statistisch magazine Jaargang 9 14 Foreign trade statistics of the Leeward Islands in 2008 Significant rise in transport and communications equipments imports Roeland Dreischor Introduction In this article an overview of the trade development of the Leeward islands will be given for the year 2008. The foreign trade statistics of the Leeward islands regist er the flow of merchandise to and from the islands of Curaao and Bonaire. All movements of merchandise betw een Curaao and Bonaire are excluded. The islands of St.Maarten, Saba and St.Eustatius are free ports and therefore no information is available through customs except for the trade between Cura ao, Bonaire and St.Maarten. The CBS uses the Special Trade System for processing and publishing of all import and export data by commodity and by country for Curaao and Bonaire. Und er this system the import statistics cover all goods cleared through customs for home use from abroad or fr om the national free zone. Export statistics cover all goods of national origin to be dispatched to another country. The value of the goods equals the value of the commodity at the place and time it crosses the border. Th e basis for valuation is cost of insurance and freight (cif)2 for imports and free on board (fob)3 for exports. The trade analysis in dicates the trade flow excluding the value of petroleum products. In the following paragrap hs the international merchandise flow of the Leeward islands is presented for the year 2008. 2 The CIF-type values include the tran saction value of the goods, the value of services performed to deliver goods to the border of the exporting country and the value of the services performed to deliver the goods from the border of the exporting country to the border of the importing country 3 The FOB-type values include the tr ansaction value of the goods and the value of the services performed to deliver goods to the border of the exporting country.

PAGE 20

Modus Statistisch Magazine Nummer 4 15 Total imports and exports Total import and export of goods (Curaao and Bonaire) The total import of Curaao has increased with more than 515 million guilders to an estimated total of 2424 million guilders in 2008 (table 1). This is an increase of 27 percent. The import in Bonaire has increased from 153 to 174 million in 2008, an incr ement of approximately 13 percent. Both Leeward Islands show a different trade flow fluctuation duri ng the years 2004 until 2008. As can be seen in table 1 the imports in Curaao have augmented with 1029 million guilders and in Bonaire with 96 million guilders in 2008 compared with the figures of the year 2004. Table 1 Total import and export of the Leeward Islands (Excluding oil products) 2004 2005 2006 2007 2008 Curaao Import 1395271 1475077 1713450 1908529 2423788 Export 136394 139807 212232 188576 245155 Bonaire Import 77613 126154 107786 153263 173829 Export 28862 22976 19217 19297 16593 All values in estimated 1000 of Ang. Curaao has exported merchandise with a value of approximately 245 million guilders in 2008. In comparison with the previous year the total expo rt value of Curaao has augmented with almost 57 million guilders, which is an increase of 30 percent in 2008. Bonaire has exported a total of almost 17 million guilders in the year 2008. The export in Bonaire has dropped with 14 percent in 2008 compared to the previous year. It should be note d that the overall exports from Curaao and Bonaire include goods, which have been previously imported. This may cause significant fluctuations if the export figures are compared to previous years. Imports and exports of goods (excluding oil products) Curaao, import of goods The import of general merchandise in 2008 has increased in all of the SITC4 sections (table 2). The most increased imports are related to animal and vegetable oils products. These imports have gone up from 9 to 12 million guilders compared to 2007 (43%). The products that have contributed to an increase within the animal and vegetable oils section in 2008 are: fixed vegetable fats with an estimated value of 9 million guilders, and animal oils and fats with 2 million guilders. The import of machinery and transport equipment has increased with 196 million guilders, which is an increment of 34 percent in 2008. The products with a high value within this section are: motor vehicles with a value of 130 million guilders, telecommunications equi pment with 61 million guilders, and automatic data processing machines with 49 million guilders. 4 United Nations commodity classification system: SITC, Standard International Trade Classification, Revised 3.

PAGE 21

Modus Statistisch magazine In 2008 the import of miscellaneous manufactured articles products has augmented from 349 to 456 million guilders. This is an increase of 31 percent in 2008. The three product categories with the highest values in the miscellaneous manufactured articles section pertain to: furniture and parts thereof with 48 million guilders, jewelry and other related precious/semi-precious articles with 47 million guilders, and articles of plastic with a value of 37 million guilders. Another SITC section which shows an increase in imports of goods is the manufactured goods, which has augmented with 30 percent. The import of goods in this section has increased with 80 million guilders. Curaao, export of goods The export from Curaao shows a rise of commodities in most of the SITC sections in 2008. The export of machinery and transport equipment products ha s increased more than double compared to 2008. This augmentation is 48 million guilders in 2008. The product category aircraft and parts within this section indicates a high export value of 34 million guilders. Another export product that has increased more than twice is the export of crude materials products. This section shows an increment of 1 milli on guilders in 2008. The product category that indicates a high export value within the crude materials section is the non-ferrous base metal waste and scrap with a value of approximately 1 million guilders. The export of chemical products has augmented from 14 to 18 million guilders in 2008. This augmentation is almost 26 percent. The main export product categories within the chemical section are: soap and cleansing products with a value of 6 million guilders, and perfumery products with 3 million guilders. Table 2 Curaao, General merchandise (excluding oil products) Import Export SITC Descriptions 2007 2008 2007 2008 0 Food and live animals 361078 418728 55466 67116 1 Beverages and tobacco 65495 76567 4530 4564 2 Crude materials, inedible, except fuels 25032 29558 1133 2567 4 Animal and vegetable oils, fats and waxes 8547 12238 177 158 5 Chemicals and related products, n.e.s. 235861 291654 13944 17549 6 Manufactured goods classified chiefly by material 268436 348454 14247 15886 7 Machinery and transport equipment 569108 764905 35562 83926 8 Miscellaneous manufactured articles 349104 455739 47503 39868 9 Commodities and transactions not classified 25868 25945 16014 13521 Total 1908529 2423788 188576 245155 All values in estimated 1000 of Ang. ** A zero value may indicate a rounding effect or no transactions registered for a particular section The export of miscellaneous manufactured articles has dropped with 16 percent in 2008. This is a decrease of 8 million guilders. The product category with the highest value within the miscellaneous manufactured articles section is jewelry and other related precious/semi-precious articles with 19 million guilders. Another SITC section which also has shown a decrease in exports is commoditi es not classified. The export of goods within this section has dropped with 16 percent. Jaargang 9 16

PAGE 22

Modus Statistisch Magazine Bonaire, import of goods In 2008 the import of goods has shown an increase in almost all sections in Bonaire (table 3). The highest percentage increase is noted in the impo rt of commodities not classified, which has increased from 3 million to 5 million guilders in 2008. The import of manufactured goods has augmen ted with 7 million guilders compared to the previous year. This increase is about 25 percent. The highest import values within the section manufactured goods pertain to the product categories of lime, cement, and fabricated construction materials with 6 million guilders, and manufactures of base metal with a value of 4 million guilders. The import of goods of the food and live animal section has increased with almost 17 percent in 2008. The product category that has contributed to a higher import value is related to vegetables with a value of 3 million guilders. In 2008 the import of beverage and tobacco goods has augmented with 789 thousand guilders. This increase is about 16 percent. The type of products with the highest import value within the section beverage and tobacco is the product category of alcoholic beverages with a value of 4 million guilders. The only import decline in products is noted in the crude materials section. This section has dropped with almost 9 percent in 2008. Table 3 Bonaire, General merchandise (excluding oil products) Import Export SITC Descriptions 2007 2008 2007 2008 0 Food and live animals 16789 19561 125 182 1 Beverages and tobacco 5026 5815 0 0 2 Crude materials, inedible, except fuels 4212 3855 13555 10932 4 Animal and vegetable oils, fats and waxes 386 420 0 0 5 Chemicals and related products, n.e.s. 7405 8468 9 8 6 Manufactured goods classified chiefly by material 25392 31688 735 219 7 Machinery and transport equipment 69328 75128 4041 3721 8 Miscellaneous manufactured articles 21873 24228 216 784 9 Commodities and transactions not classified 2852 4666 616 747 Total 153263 173829 19297 16593 All values in estimated 1000 of Ang. ** A zero value may indicate a rounding effect or no transactions registered for a particular section Bonaire, export of goods Most sections indicate a decline in exports of goods from Bonaire in 2008. The products which have most decreased in exports are: manufactured goods with 70 percent, crude materials with 19 percent, and chemicals and related materials with 11 percent. The highest increase in export is noted in the expo rt of miscellaneous manufactured articles, which has increased from 216 to 784 thousand guilders in 2008. Another SITC section which shows an increase in exports of goods from Bonaire in 2008 is the export of food and live animal with an increase of about 46 percent to a value of 182 thousand guilders. Nummer 4 17

PAGE 23

Modus Statistisch magazine Imports and exports by main co untry and general merchandise (excluding oil products) Curaao, imports by origin In 2008 the import of goods from the United States of Amer ica is 35 percent of the total island imports excluding oil products (table 4). The total import from this country amounts to an approximate value of 844 million guilders. The main products of import from the United States of America are the machinery and transport equipment products. This is estimated to be 284 million guilders in 2008. Other main imports from the USA are: miscellaneous manufactured articles with a value of 165 million guilders, and food and live animals with a value of 149 million guilders (table 5). Curaao has imported 544 million guilders in products from the Netherlands in 2008. The import from the Netherlands is about 22 percent of the to tal imports. The main import products from the Netherlands are: machinery and transport equipment with a value of about 140 million guilders, and manufactured goods with a value of 111 million guilders. Another important import commodity from the Netherlands is food and live animal, which amounts to 99 million in 2008. A total value of 127 million guilders has been import ed from Puerto Rico, which represents 5 percent of the total imports of Curaao in 2008. The most imported products from afore mentioned island are miscellaneous manufactured articles products with a value of approximately 46 million guilders. Curaao imports about 91 million guilders from Panama, which is about 4 percent of the total imports. The imports from Venezuela are 87 million guilders in 2008 (4%). Table 5 Curaao, Import by main country and SITC section in 2008 SITC Descriptions USA Netherlands Puerto Rico 0 Food and live animals 149199 99341 6428 1 Beverages and tobacco 9601 20855 1745 2 Crude materials, inedible, except fuels 15655 4847 75 4 Animal and vegetable oils, fats and waxes 6761 1046 8 5 Chemicals and related products, n.e.s. 105028 69522 24472 6 Manufactured goods classified chiefly by material 107940 111249 6773 7 Machinery and transport equipment 284043 139912 41796 8 Miscellaneous manufactured articles 165104 76215 45532 9 Commodities and transactions not classified 1020 21013 25 Total 844271 544001 126854 All values in estimated 1000 of Ang. ** A zero value may indicate a rounding effect or no transactions registered for a particular section Table 4 Curaao, Import by main country in 2008 Country Value % USA 844271 34.8 Netherlands 544001 22.4 Puerto Rico 126854 5.2 Panama 90779 3.7 Venezuela 86735 3.6 Colombia 65728 2.7 Japan 65279 2.7 Aruba 54892 2.3 Brazil 53395 2.2 Rest of the world 491854 20.3 Total 2423788 100.0 All values in estimated 1000 of Ang. Jaargang 9 18

PAGE 24

Modus Statistisch Magazine Curaao, exports by destination In 2008 most exports of goods from Curaao are to the Netherlands, which consists of 36 percent of the total exports (table 6). The main export products to the Netherlands are related to food and live animal products which amount to about 58 million guilders (table 7). Other products that Curaao has exported to the Netherlands are related to machinery and transport equipment with a total value of about 12 million guilders. Table 6 Curaao, Export by main country in 2008 Country Value % Netherlands 88354 36.0 USA 53066 21.6 Aruba 25887 10.6 St.Maarten 18978 7.7 Germany 7049 2.9 Venezuela 5397 2.2 Antigua 3736 1.5 Canada 2996 1.2 Jamaica 2464 1.0 Rest of the world 37228 15.2 Total 245155 100.0 All values in estimated 1000 of Ang. The United States of America is the second impo rtant export destination for Curaao in 2008. The export of goods to the USA is estimated to 53 million guilders. Most of the export products to the USA pertain to the section machinery and transport equipment with a total value of 37 million guilders. As shown in table 6, Aruba also forms an important export market for Curaao. In 2008, Curaao has exported about 26 million guilders to Aruba. Th e majority of exports to Aruba are related to machinery and transport equipment with a value of 9 million guilders. St.Maarten has an export market share of 8 percent, which is followed by Germany with an export market share of 3 percent of the total export from Curaao. Table 7 Curaao, Export by main country and SITC section in 2008 SITC Descriptions Netherlands USA Aruba 0 Food and live animals 57679 136 2975 1 Beverages and tobacco 692 1 3200 2 Crude materials, inedible, except fuels 1527 25 203 4 Animal and vegetable oils, fats and waxes 6 0 143 5 Chemicals and related products, n.e.s. 1729 3609 4624 6 Manufactured goods classified chiefly by material 4462 4106 2773 7 Machinery and transport equipment 11597 37043 8604 8 Miscellaneous manufactured articles 3375 7641 3083 9 Commodities and transactions not classified 7287 505 281 Total 88354 53066 25887 All values in estimated 1000 of Ang. ** A zero value may indicate a rounding effect or no transactions registered for a particular section Nummer 4 19

PAGE 25

Modus Statistisch magazine Bonaire, imports by origin The Netherlands is the main import partner of Bonaire with 36 percent of the total imports (table 8). Bonaire has imported approximately 63 million guilders in products from the Netherlands in 2008. The main import products from the Netherlands are machinery and transport equipment products that amount to 22 million guilders. In the second place are the imports of products within the section manufactured goods with a value of 12 million guilders (table 9). Table 8 Bonaire, Import by main country in 2008 Country Value % Netherlands 62904 36.2 USA 49020 28.2 Aruba 6279 3.6 Venezuela 6056 3.5 Japan 5599 3.2 Rest of the world 43971 25.3 Total 173829 100.0 All values in estimated 1000 of Ang. From table 8 can be deduced that the United States of America also has a high ranking as one of the import partners of Bonaire. A to tal amount of approximately 49 million has been imported from the USA in 2008. The imports consist mostly of machinery and transport equipment products which amount to 20 million guilders, followed by miscellaneous manufactured articles with 10 million guilders. Another main product section that Bonaire imports from the USA is food and live animals with a value of about 7 million guilders. Aruba has a market share of 4 percent of the total import in 2008. The imports from Aruba are estimated to 6 million guilders. Most imported pr oducts from Aruba pertain to the machinery and transport equipment section with a value of 5 million guilders (table 9). Bonaire has imported a total of about 6 million guilders from Venezuela. The import market share is also 4 percent from the total imports. The imports from Japan are about 6 million, which is 3 percent of the total imports. Table 9 Bonaire, Import by main country and SITC section in 2008 SITC Descriptions Netherlands USA Aruba 0 Food and live animals 9238 7409 19 1 Beverages and tobacco 3411 1399 93 2 Crude materials, inedible, except fuels 710 973 2 4 Animal and vegetable oils, fats and waxes 194 214 0 5 Chemicals and related products, n.e.s. 3662 2363 18 6 Manufactured goods classified chiefly by material 11581 6629 191 7 Machinery and transport equipment 22096 19849 5345 8 Miscellaneous manufactured articles 8271 9895 270 9 Commodities and transactions not classified 3740 288 340 Total 62904 49020 6279 All values in estimated 1000 of Ang. ** A zero value may indicate a rounding effect or no transactions registered for a particular section Jaargang 9 20

PAGE 26

Modus Statistisch Magazine Bonaire, exports by destination The exports from Bonaire to the United States of America amount to 6 million guilders in 2008, which is 38 percent of the total exports. The main export product to the USA is crude materials with a value of 5 million guilders (table 11). The crude material section mainly represents the salt production export from Bonaire. Bonaire has exported a value of 2 million guilders to Belgium in 2008. This is a market share of more than 14 percent of the total export. The main export products to Belgium are related to the crude materials section (salt). In 2008 Bonaire has exported for a total of more than 1 million guilders to Venezuela. Venezuela has an export market share of 8 percent. Most products which have been exported from Bonaire to Venezuela are from the machinery and transport equipment section with a value of 1 million. Table 10 Bonaire, Export by main country in 2008 Country Value % USA 6313 38.0 Belgium 2348 14.2 Venezuela 1298 7.8 Colombia 1208 7.3 Netherlands 1013 6.1 Rest of the world 4413 26.6 Total 16593 100.0 All values in estimated 1000 of Ang. Colombia has a market share of 7 percent, followed by the Netherlands with a share of 6 percent of the total export from Bonaire in 2008. Table 11 Bonaire, Export by main country and SITC section in 2008 SITC Descriptions USA Belgium Venezuela 0 Food and live animals 2 0 173 2 Crude materials, inedible, except fuels 5347 2348 0 5 Chemicals and related products, n.e.s. 1 0 0 6 Manufactured goods classified chiefly by material 59 0 0 7 Machinery and transport equipment 777 0 1124 8 Miscellaneous manufactured articles 56 0 0 9 Commodities and transactions not classified 70 0 0 Total 6313 2348 1298 All values in estimated 1000 of Ang. ** A zero value may indicate a rounding effect or no transactions registered for a particular section Summary The highest increase in Curaao has been noted in the import of animal and vegetable oil with 43 percent in 2008. Most imported products in Cura cao have come from the USA with an estimated value of 844 million guilders. The major export of machinery and transport equipment products from Curacao has shown an increase of about 48 mi llion guilders in 2008. From Curacao a value of about 88 million guilders has been exported to the Netherlands, which is the main export partner in 2008. About 5 million guilders in commodities not classified has been imported in Bonaire. This is an increase of almost 64 percent in 2008. Another important import item is the manufactured goods, which has increased to 32 million guilders (25%). The major import partner of Bonaire is the Netherlands with about 63 million guilders in product imports. The most increased export of goods from Bonaire is registered in the miscellaneous manufactured articles in 2008. The USA is an important export partner of Bonaire with a value of 6 million guilders. Nummer 4 21

PAGE 27

Modus Statistisch magazine Jaargang 9 22 Kostenverloop tussen 2004 en 2007 in Curaao. Grote verschillen in kostensoorten per bedrijfstak. Ria Duyndam Inleiding Elke 5 jaar wordt een enqute Intermediair Verbruik ge houden op de verschillende eilanden van de Nederlandse Antillen. In deze enqute wordt een uitgebreide specificatie van de operationele kosten van de bedrijven gevraagd. Sinds enkele jaren wordt hiernaast in de jaarlijkse Nation ale Rekeningen enqute een beperkte uitsplitsing van de operationele kosten gevraagd. Het gaat hier om utilitei ts-, communicatie-, transporten marketingkosten en kosten voor professionele diensten. Deze uitsplitsing is aan de enqute toegevoegd voor analysedoeleinden. De operationele kosten zijn exclusief kostprijs, afschrijvingen en personeelskosten In dit artikel zal het kostenverloop van de genoemde operationele kosten worden behandeld voor Curaao. Methodologie De Nationale Rekeningen enqute verschaft onde r andere inzicht in inkomsten, uitgaven en exploitatieresultaat van de bedrijven. En van de vragen in deze enqute gaat over de overige operationele kosten, met een onderverdeling naar utiliteits-, communicatie-, transporten marketingkosten, kosten voor professionele dienst en en overige kosten. De overige operationele kosten zijn exclusief afschrijvingen, lonen en salarissen, sociale lasten en kostprijs. Belangrijke kostenposten in de overige, niet gespec ificeerde, kosten zijn o.a. huur van gebouwen en machines, onderhoudskosten, voedingsproducten (in geval van de horeca), verzekeringen e.d.5. De verschillende kostenposten zijn voor elke bedrijfs tak bij elkaar opgeteld voor de jaren 2004 tot en met 2007 en daarna gemiddeld. Omdat respons van jaar op jaar kan verschillen is bij de analyse uitgegaan van de gemiddelde ontw ikkeling van kosten en brutoproductie. Als in de tekst bedragen worden vermeld zijn dit gemiddelde bedragen over de jaren 2004 tot en met 2007. Er is geen rekening gehouden met jaarlijkse prijsstijgingen of -dalingen. Het gemiddelde verloop van de genoemde kosten wordt geanalyseerd in vergelijking met de gemiddelde ontwikkeling van de brutoproductie. 5 De structuur van de intermediaire kosten van bedrijven 2002

PAGE 28

Modus Statistisch Magazine Definities Nationale Rekeningen enqute : een verplichte jaarlijkse enqute waarbij financile gegevens van bedrijven worden gevraagd. De informatie hieruit wordt o.a. gebruikt om de Nationale Rekeningen mee op te stellen. Nationale Rekeningen : geven de economische transacties weer tussen de sectoren, die in een bepaald jaar in de nationale economie hebben plaats gevonden. De Nationale Rekeningen worden in boekhoudkundige vorm weergegeven. Intermediair verbruik : de operationele kosten van een bedrijf, exclusief afschrijvingen, lonen en salarissen, en sociale lasten. Inbegrepen zijn o.a. de kostprijs (grondstoffen, materialen of ingekochte goederen), utiliteitskosten, transportkosten e.d. Kostenverloop in relatie tot de brutoproductie per bedrijfstak Utiliteitskosten Tabel 1 laat zien dat horeca gemiddeld de hoogste utiliteitskosten heeft over de jaren 2004 tot en met 2007 (ruim 26 miljoen gulden). Het zijn voornamelijk de hotels die veel stroom en water verbruiken. Het verbruik per hotel is gemiddeld 800 duizend gulden per jaar, met bedragen die variren tussen 100 duizend en 2,5 miljoen gulden. Restaurants hebben een gemiddeld verbruik van bijna 200 duizend per jaar, waarbij fastfood rest aurants de hoogste kosten hebben. De bedrijfstakken transport en communicatie industrie en nut en grooten kleinhandel verbruiken ieder ruim 23 miljoen gulden per jaar. Bij industrie en nut komen deze kosten voor een groot deel voor rekening van de scheepsreparatie. Gemiddeld 7 procent van de handelsbedrijven verbruikt meer dan 500 duizend gulden per jaar, met als hoogste waarde 4 miljoen in 2007. 26 Procent verbruikt tussen de 100 en 500 duizend gulden per jaar. Het gemiddelde verbruik ligt op 150 duizend gulden per jaar per bedrijf. Na bovengenoemde bedrijfstakken volgt de overige dienstverlening met ruim 11 miljoen gulden per jaar aan utiliteitskosten. Nadere analyse laat zien dat ongeveer 38 procent van de bedrijven in deze bedrijfstak verantwoordelijk zijn voor zon 63 procent van deze kosten. Het gaat hierbij uitsluitend om bedrijven met 10 of meer werknemers, en de jaarlijkse bedragen variren tussen de 100 en 800 duizend gulden per jaar. Het zijn vooral radioen televisiestations, casinos en wasserijen die veel water en stroom verbruiken. Gemiddeld geven de bedrijven in deze bedrijfstak ruim 150 duizend gulden per jaar uit aan stroom en water. Tabel 1 Gemiddelde utiliteitskosten 2004 2007 per bedrijfstak Bedrijfstak 1 mln Naf Landen mijnbouw 1.6 Industrie en nut 23.7 Bouwnijverheid 4.9 Grooten kleinhandel 23.4 Horeca 26.3 Transport en communicatie* 23.4 Financile dienstverlening** 9.8 Zakelijke dienstverlening en onderwijs 10.8 Medischeen sociale dienstverlening 8.7 Overige dienstverlening*** 11.3 exclusief taxis en buschauffeurs ** exclusief primaire banken *** exclusief huishoudelijke hulpen Nummer 4 23

PAGE 29

Modus Statistisch magazine Zakelijke dienstverlening en onderwijs heeft een verbruik van bijna 11 miljoen gulden. In deze bedrijfstak is het vooral de verhuur van onroerend goed en de grote professionele dienstverleners (advocaten, accountants e.d.) die hoge kosten hebben, waarschijnlijk door de grootte van de gebouwen. Gemiddeld 52 procent van de bedrijven in deze bedrijfstak verbruiken tussen de 100 en 600 duizend gulden per jaar, en nemen hiermee meer dan de helft (52%) van de utiliteitskosten voor hun rekening. Het gemiddelde verbruik in zakelijke dienstverlen ing bedraagt 68 duizend gulden per jaar, voor onderwijsinstellingen is dit bijna 75 duizend gulden per jaar. De overige bedrijfstakken verbruiken minder dan 10 miljoen gulden per jaar, waarbij landen mijnbouw de laagste ut iliteitskosten heeft. Grafiek 1. Gemiddelde ontwikkeling utiliteitskosten en brutoproductie per bedrijfstak 2004-2007-5 -3 -1 1 3 5 7 9 11 13 15L a n d e n m i j n b o u w I n d u s t r i e e n n u t B o u w n i j v e r h e i d G r o o t e n k l e i n h a n d e l H o r e c a T r a n s p o r t e n c o m m u n i c a t i e F i n a n c i l e d i e n s t v e r l e n i n g Z a k e l i j k e d i e n s t v e r l e n i n g e n o n d e r w i j s M e d i s c h e e n s o c i a l e d i e n s t v e r l e n i n g O v e r i g e d i e n s t v e r l e n i n g% Utiliteitskosten Brutoproductie In grafiek 1 is de gemiddelde relatieve stijging of dali ng van de utiliteitskosten te zien over de 4 jaren, afgezet tegen de ontwikkeling van de brutoproductie. Landen mijnbouw stijgt gemiddeld met bijna 10 procentpunten en is de enige bedrijfstak met een dalende brutoproductie (-1%). Het zijn voornamelijk de kleine land bouwbedrijven die een achteruitgang laten zien bij een stijging van de kosten. Financile dienstverlening heeft een gemiddelde stijging van de kosten voor water en elektriciteit van ruim 12 procentpunten, terwijl de brutoproduct ie met iets meer dan 3 procentpunten stijgt. Een zelfde beeld is te zien bij transport en communicatie en zakelijke dienstverlening en onderwijs namelijk een hogere stijging van de utiliteitskosten (bijna 7%) dan die van de brutoproductie (bijna 4%). De overige bedrijfstakken kennen een grotere stijgi ng van de brutoproductie ten opzichte van de utiliteitskosten, en soms zelfs een dalend wateren stroomverbruik. Jaargang 9 24

PAGE 30

Modus Statistisch Magazine Hierbij vallen vooral de bedrijfstakken op met de hoogste utiliteitskosten (met uitzondering van transport en communi catie), namelijk horeca groot en kleinhandel en industrie en nut Communicatiekosten Naast utiliteitskosten zijn de communicatiekoste n (telefoon, internet, fax) ook een belangrijke kostenpost voor een bedrijf. In tabel 2 is te zi en dat dit vooral bij grooten kleinhandel en de financile dienstverlening het geval is, gemiddeld wordt er respectievelijk 14 en 13,6 miljoen gulden aan communicatie besteed. Gemiddeld 90 procent van de handelsbedrijven met 10 of meer personeelsleden in dienst, besteedt minder dan 100 duizend gulden aa n communicatiekosten per jaar, dit komt neer op ongeveer 35 duizend per jaar per bedrijf. De overige 10 procent van de grotere handelsbedri jven besteden gemiddeld 200 duizend gulden per jaar aan communicatie, met bedragen varirend tussen 100 en 500 duizend gulden. De kleinere handelsbedrijven geven gemiddeld 4,5 duizend gulden hieraan uit. Deze bedragen variren nauwelijks in de jaren 2004 tot en met 2007. In de financile dienstverlening zijn het vooral de offshore be drijven die hoge communicatiekosten hebben, de bedragen hiervan variren tussen 100 duizend en 2 miljoen gulden per jaar, met een uitschieter van 4 miljoen in 2007. De gemiddelde communicatiekosten in deze bedrijfstak bedragen bijna 260 duizend gulden per jaar. De bedrijven in zakelijke dienstverlening en onderwijs besteden ruim 8 miljoen gulden aan communicatiekosten. 16 Proc ent van de bedrijven, met 10 of meer werknemers in deze bedrijfstak, nemen meer dan de helft van de communicatiekost en van deze bedrijven voor hun rekening. De kosten liggen voor deze bedrijven tussen de 100 en 400 duizend per jaar. Het gaat hierbij voornamelijk om administratiekantoren en de professionele dienstverlening zoals b.v. advocatenkantoren. De overige bedrijven in deze grootteklasse geven gemiddeld 40 duizend gulden per jaar uit aan communicatiekosten. De kleinere bedrijven in de zakelijke dienstverlening besteden gemiddeld 9 duizend gulden per jaar aan communicatie. Particulier onderwijs geeft gemiddeld 20 duizend gulden hieraan uit. Tabel 2 Gemiddelde communicatiekosten 2004 2007 per bedrijfstak Bedrijfstak 1 mln Naf Landen mijnbouw 0.6 Industrie en nut 5.1 Bouwnijverheid 4.4 Grooten kleinhandel 14.0 Horeca 2.8 Transport en communicatie* 7.3 Financile dienstverlening** 13.6 Zakelijke dienstverlening en onderwijs 8.1 Medischeen sociale dienstverlening 2.9 Overige dienstverlening*** 3.6 exclusief taxis en buschauffeurs ** exclusief primaire banken *** exclusief huishoudelijke hulpen In transport en communicatie zijn slechts een paar grote bedrijven met relatief hoge communicatiekosten van 2 3 miljoen gulden. De overige bedrijven besteden gemiddeld 67 duizend gulden per jaar. De overige bedrijfstakken geven gemiddeld minder dan 5 miljoen aan communicatiekosten uit per jaar, met uitzondering van industrie en nut die iets meer dan 5 miljoen gulden hieraan uitgeeft. Nummer 4 25

PAGE 31

Modus Statistisch magazine Net als bij de utiliteitskosten blijft in financile dienstverlening de gemiddelde stijging van de brutoproductie achter bij die van de communicatiekosten (respectievelijk ruim 3% en 15,5%, grafiek 2). Dit is ook weer het geval bij transport en communicatie waar de brutoproductie gemiddeld met bijna 4 procent stijgt en de communicati ekosten met ruim 10 procentpunten. Zakelijke dienstverlening en onderwijs daarentegen laat een daling zien van de communicatiekosten (5%) bij een stijging van de br utoproductie (bijna 4%) tussen 2004 en 2007. De relatieve stijging van de brutoproductie in g rooten kleinhandel (met de hoogste communicatiekosten) blijft iets onder die van de communicatiekosten (1% verschil). Naast eerdergenoemde ontwikkeling bij zakelijke di enstverlening en onderwijs zijn er nog enkele bedrijfstakken die dezelfde ontwikkeling laten zien, namelijk dalende communicatiekosten bij een stijging van de brutoproductie. Vooral overige dienstverlening valt hierbij op met een relatieve daling van de communicatiekosten met bijna 7 procentpunte n en een stijging van de brutoproductie met 7 procentpunten Landen mijnbouw is ook hier weer de enige bedrijfstak met een dalende brutoproductie en stijgende kosten. Grafiek 2. Gemiddelde ontwikkeling communicatiekosten en brutoproductie per bedrijfstak 2004-2007-10 -5 0 5 10 15Landen mi j nbouw Indust r ie en nut Bouwnijver h eid Gr oot en kl e i nhandel Horeca Trans por t en c ommunicatie Fi na n c i l e di enst v er l eni ng Zak el ijke dienst v erleni n g en onder w ijs M edi s cheen s oci al e di enst v er l eni n g O v erige d i enstver l ening% Communicatiekosten Brutoproductie Jaargang 9 26

PAGE 32

Modus Statistisch Magazine Transportkosten Bij deze kostenpost gaat het om verbruik van brandstoffen, lease-autos, onderhoud van het wagenpark en dergelijke. Vervoerskosten die moeten worden betaald voor het importeren van goederen en dergelijke naar Curaao zijn in de kostprijs inbegrepen. Grooten kleinhandel heeft de hoogste transportkosten, namelijk bijna 22 miljoen gulden (tabel 3). Het zijn vooral de groothandelsbedrijven in brandstoffen, voedingsmiddelen, auto-onderdelen en textiel (met name in de Freezone), supermarkten en handel in bouwmaterialen die hoge transportkosten hebben. Deze kosten variren van 100 duizend tot ruim 3 miljoen gulden per jaar. In totaal gaat het hier om 12 procent van de bedrijven in grooten kleinhand el die gezamenlijk 50 procent va n de transportkosten voor hun rekening nemen. De overige 88 procent van de handelsbedrijven geeft gemiddeld 62,5 duizend gulden per jaar uit aan transportkosten. Tabel 3 Gemiddelde transportkosten 2004 2007 per bedrijfstak Bedrijfstak 1 mln Naf Landen mijnbouw 0.9 Industrie en nut 10.2 Bouwnijverheid 9.3 Grooten kleinhandel 21.9 Horeca 1.7 Transport en communicatie* 10.0 Financile dienstverlening** 2.6 Zakelijke dienstverlening en onderwijs 6.9 Medischeen sociale dienstverlening 2.5 Overige dienstverlening*** 7.1 exclusief taxis en buschauffeurs ** exclusief primaire banken *** exclusief huishoudelijke hulpen Industrie en nut geeft gemiddeld 10 miljoen gulden per ja ar uit aan transport. Nut neemt hiervan ongeveer 40 procent voor zijn rekening. Van de industrile bedrijven geeft 20 procent tussen de 100 duizend en 1 miljoen gulden aan transport uit per jaar. Gezamenlijk is deze 20 procent verantwoordelijk voor een derde deel van de transpor tkosten in deze bedrijfstak. Het gaat hierbij met name om metaalproductie, productie van dranken, zuivel en overige voedingsmiddelen, chemische producten, blokken voor de bouw, en drukkerijen en uitgeverijen. De gemiddelde uitgaven aan transportkosten van de industrile bedrijven bedragen 88 duizend gulden per bedrijf per jaar. Ook transport en communicatie besteedt gemiddeld 10 miljoen gulden per jaar aan transportkosten. De transportbedrijven dragen bijna 65 procent van deze kosten met een gemiddelde van 150 duizend gulden per jaar per bedrijf. Co mmunicatiebedrijven besteden jaarlijks bijna 100 duizend gulden meer aan transport, gemiddeld ruim 240 duizend gulden. De overige bedrijfstakken geven per jaar mind er dan 10 miljoen guld en uit aan transport. In grafiek 3 is te zien dat de bedrijfsta k met de hoogste gemiddelde transportkosten ( grooten kleinhandel ) een sterkere relatieve toename van deze ko sten heeft in vergelijking met die van de brutoproductie (respectievelijke ruim 8% tegenover bijna 4%). Transport en communicatie en financile dienstverlening hebben een vergelijkbare ontwikkeling, bouwnijverheid in iets mindere mate (5,5% toename kosten tegenover ruim 2,5% toename brutoproductie). Horeca vertoont een verschil in toename van bijna 2 procentpunten. Nummer 4 27

PAGE 33

Modus Statistisch magazine Jaargang 9 28 Behalve landen mijnbouw blijven de overige bedrijfstakken met de toename van de transportkosten onder die van de brutoproductie. Industrie en nut met op n na de hoogste transportkosten blijft met de relatieve ontwikkeli ng hiervan gelijk aan di e van de brutoproductie. arketingen advertentiekosten i nhandel de hoogste marketingen advertentiekosten ijna 35 procent van de bedrijven in de grooten kleinhandel M tabel 4 is duidelijk te zien dat grooten kle In heeft, ruim 46 miljoen gulden. Dit ligt ruim 32 miljoen gulden hoger dan financile dienstverlening die de daarop volgende hoogste ko sten heeft (14 miljoen gulden). B geeft gemiddeld 500 duizend gulden per jaar uit aan marketingen advertentiekosten, met bedragen varirend tussen 100 duizend en 3 miljoen gulden. De meeste van deze genoemde bedrijven hebben 10 of meer werknemers in dienst (middenen grote bedrijven), maar ook enkele kleinere bedrijven geven meer dan 100 duizend gulden per jaar uit aan deze kosten. Gezamenlijk is deze 35 procent van de bedrijven verantwoorde lijk voor ruim 60 procent van de totale marketingen advertentiekosten in deze bedrijfstak. Het gaat hierbij met name om de groothandel in autos, voeding, kleding en brandstoffen, supermarkten en warenhuizen, hardwarezaken en juweliers. Tabel 4 Gemiddelde marketingen advertentiekosten 2004 2007 per bedrijfstak Bedrijfstak 1 mln Naf Landen mijnbou w 0.9 Industrie en nut 7.1 Bouwnijverheid 2.7 Grooten kleinhandel 46.2 Horeca 12.1 Transpor t en communicatie* 12.5 Financile dienstverlening** 13.9 Zakelijke dienstverlening en onderwijs 6.1 Medischeen sociale dienstverlening 0.3 Overige dienstverlening*** 8.2 exclusief taxis en buschauffeur s exclusief primaire banken *** exclusief huishoudelijke hulpen Grafiek 3 Gemiddelde ontwikkeling transportkosten en brutoproductie per bedrijfstak 2004-2007-5 0 5 10 15 20L a n d e n m i j n b o u w I n d u s t r i e e n n u t B o u w n i j v e r h e i d G r o o t e n k l e i n h a n d e l H o r e c a T r a n s p o r t e n c o m m u n i c a t i e F i n a n c i l e d i e n s t v e r l e n i n g Z a k e l i j k e d i e n s t v e r l e n i n g e n o n d e r w i j s M e d i s c h e e n s o c i a l e d i e n s t v e r l e n i n g O v e r i g e d i e n s t v e r l e n i n g% Transportkosten Brutoproductie

PAGE 34

Modus Statistisch Magazine Nummer 4 29 Financile dienstverlening besteedt 14 miljoen gulden per jaar aan marketingen advertentiekosten. leine financile bedrijven besteden gemiddeld 20 duizend gulden per jaar. ransporten communicatiebedrijven De grote verzekeringsmaatschappijen, die over he t algemeen veel evenementen sponsoren, geven gemiddeld 375 duizend gulden per jaar hieraan uit. Overige bedrijven in de financile dienstverlening (met 10 of meer werknemers in dienst) geven gemiddeld 175 duizend gulden uit aan marketingen advertentiekosten. Het zijn voorna melijk trustmaatschappijen en offshorebedrijven die grote bedragen hieraan uitgeven, tot zelfs 4 miljoe n gulden per jaar, hoewel het bij deze laatste bedrijven niet duidelijk is of dit lokaal uitgegeven kosten zijn. K T geven gezamenlijk 12,5 miljoen gulden uit aan marketingen uim 18 procent van alle communicatieen transp ortbedrijven geeft meer dan 100 duizend gulden e kleine bedrijven in deze bedrijfstak besteden on geveer 30 duizend gulden per jaar aan marketingoreca advertentiekosten. Middenen grote communicatiebedrijven geven gemiddeld meer uit aan deze kosten dan transportbedrijven in dezelfde grootteklasse. Bij kleine bedrijven is het bedrag ongeveer gelijk. Het gemiddelde jaarlijkse bedrag van de middenen grote communicatiebedrijven bedraagt ruim 900 duizend gulden. Middenen grote tran sportbedrijven geven jaarlijks gemiddeld 120 duizend gulden uit. R per jaar uit. D en advertentiekosten. H behoort met iets meer dan 12 miljoen gulden ook tot de bedrijfstakken met relatief hoge grafiek 4 valt op dat in de bedrijfstak met verreweg de hoogste marketingen advertentiekosten, kosten. Hotels geven ruim 2 miljoen gulden me er uit aan marketingen advertentiekosten (gemiddeld bijna 7 miljoen) dan de restaurants. Het hoogste jaarlijkse bedrag bedraagt 3 miljoen gulden. Gemiddeld wordt er ruim 450 duizend guld en per jaar per hotel besteed. Restaurants geven gemiddeld ongeveer 130 duizend gulden per bedrijf aan deze kosten uit, met als hoogste bedrag 950 duizend gulden. In namelijk grooten kleinhandel de ontwikkeling van deze kosten gelijke tred houdt met de jaarlijkse toename van de brutoproductie. Beide toenames bedr agen ongeveer 4 procent. Hetzelfde geldt voor de financile dienstverlening waar zowel de kosten als de brutoproductie toenemen met ruim 3 procent. Bij horeca en zakelijke dienstverlening en onderwijs verschillen beide ontwikkelingen minimaal, iets meer dan 0,5 procent. T ransport en communicatie daarentegen laat een geheel andere ontwikkeling zien van de kosten. en zelfde ontwikkeling is te zien bij de bouwnijverheid De marketingen advertentiekosten nemen in deze bedrijfstak toe met bijna 14 procent, terwijl de brutoproductie met bijna 4 procent toeneemt. E waar de marketingen advertentiekosten met ruim 9 procent toenemen, terwijl de brutoproductie met nog geen 3 procent groeit.

PAGE 35

Modus Statistisch magazine Industrie en nut, medischeen sociale dienstverlening en overige dienstverlening blijven met de toename van de brutoproductie ru im boven die van de kosten. In overige dienstverlening blijven de kosten vrijwel gelijk over de beschouwde periode (een groei van -0,1%). Grafiek 4 Gemiddelde ontwikkeling marketingkosten en brutoproductie per bedrijfstak 2004-2007-10 -5 0 5 10 15L a n d e n m i j n b o u w I n d u s t r i e e n n u t B o u w n i j v e r h e i d G r o o t e n k l e i n h a n d e l H o r e c a T r a n s p o r t e n c o m m u n i c a t i e F i n a n c i l e d i e n s t v e r l e n i n g Z a k e l i j k e d i e n s t v e r l e n i n g e n o n d e r w i j s M e d i s c h e e n s o c i a l e d i e n s t v e r l e n i n g O v e r i g e d i e n s t v e r l e n i n g Marketing en advertentiekosten Brutoproductie Kosten voor professionele diensten Professionele diensten kunnen zijn accountants, advocaten, consultants en dergelijken. Financile dienstverlening geeft het meeste uit aan professionele diensten (40 miljoen gulden, tabel 5). Dit ligt ruim boven de overige bedrijfstakken. Het zijn vooral de bedrijven in de offshore die verantwoordelijk zijn voor deze hoge kosten. Ge middeld geeft een financieel bedrijf bijna 450 duizend gulden uit per jaar aan professionele diensten. Een bedrijf in de offshore (sub-bedrijfstak van de financile dienstverlening) besteedt gemiddeld bi jna 1.3 miljoen gulden per jaar aan deze kosten. Bedrijven met minder dan 10 werknemers besteden minder aan professionele dienstverlening dan grotere bedrijven (300 tegenover 700 duizend gulden per jaar). De offshore bedrijven waar cijfers van bekend zijn hebben over het algemeen 10 of meer werknemers in dienst. Grooten kleinhandel volgt na de financile dienstverlening met bijna 14 miljoen gulden voor professionele diensten. Dit is ruim 60 duizend gulden per jaar gemiddeld per bedrijf. Tabel 5 Gemiddelde kosten voor professionele diensten 2004 2007 per bedrijfstak Bedrijfstak 1 mln Naf Landen mijnbouw 0.5 Industrie en nut 12.9 Bouwnijverheid 3.7 Grooten kleinhandel 13.9 Horeca 6.5 Transport en communicatie* 7.6 Financile dienstverlening** 40.1 Zakelijke dienstverlening en onderwijs 10.1 Medischeen sociale dienstverlening 4.6 Overige dienstverlening*** 5.2 exclusief taxis en buschauffeurs ** exclusief primaire banken *** exclusief huishoudelijke hulpen Jaargang 9 30

PAGE 36

Modus Statistisch Magazine Ongeveer 16 procent van de handelsbedrijven geeft 100 duizend gulden of meer per jaar uit, het gaat hierbij vooral om de autohandel, groothandel in voedingsmiddelen en brandstoffen, supermarkten en botikas. Industrie en nut besteedt gemiddeld bijna 13 miljoen guld en per jaar aan professionele diensten. Iets meer dan de helft van deze kosten wordt door de nutsbedrijven uitgegeven. Industrile bedrijven besteden ongeveer 80 duizend gu lden per jaar aan deze kosten. Van de overige, niet genoemde, bedrijfstakken, geeft alleen zakelijke dienstverlening en onderwijs nog meer dan 10 miljoen gulden ui t aan professionele diensten. Het grootste deel van deze 10 miljoen wordt besteedt door de zakelijke dienstverlening, gemiddeld bijna 65 duizend per bedrijf per jaar. Onderwijs zit daar met 20 duizend gulden per jaar ruim onder. Financile dienstverlening heeft niet alleen de hoogste uitgaven aan professionele diensten, maar laat ook de sterkste gemiddelde toename van deze kosten zien, ruim 13 procentpunten (grafiek 5). De groei van de brutoproductie bedraagt slechts 3 procent. Verder laat alleen bouwnijverheid een sterkere groei zien van de kosten in vergelijking met die van de brutoproductie (ruim 4% tegenover bijna 3%). De overige bedrijfstakken blijven met de toename van de kosten voor professionele diensten onder de toename van de brutoproductie. Zoals bekend heeft alleen landen mijnbouw een negatieve groei van de brutoproductie. Grafie 5 Gemiddelde ontwikkeling kosten voor professionele diensten en brutoproductie per bedrijfstak 2004-2007-10 -5 0 5 10 15L a n d e n m i j n b o u w I n d u s t r i e e n n u t B o u w n i j v e r h e i d G r o o t e n k l e i n h a n d e l H o r e c a T r a n s p o r t e n c o m m u n i c a t i e F i n a n c i l e d i e n s t v e r l e n i n g Z a k e l i j k e d i e n s t v e r l e n i n g e n o n d e r w i j s M e d i s c h e e n s o c i a l e d i e n s t v e r l e n i n g O v e r i g e d i e n s t v e r l e n i n g Professionele diensten Brutoproductie Nummer 4 31

PAGE 37

Modus Statistisch magazine Samenvatting van de gemiddelde operationele kosten per bedrijfstak In tabel 6 zijn alle kosten nog eens op een rijtje ge zet, en zijn ook de overige, niet gespecificeerde kosten toegevoegd, zodat een compleet beeld wordt verkregen van de operationele kosten. Deze niet gespecificeerde kosten bestaan bijvoorbeeld uit huur, onderhoud en dergelijke. Tabel 6 De gemiddelde operationele kosten per bedrijfstak 2004-2007 (* 1 mln Naf) Bedrijfstak UtiliteitsCommunicatieTrans portMarketing en Professionele Overige Totaal operationele kosten kosten kosten advertentie diensten kosten kosten Landen mijnbouw 1.6 0.6 0.9 0.9 0.5 9.5 13.8 Industrie en nut 23.7 5.1 10.2 7.1 12.9 181.0 240.0 Bouwnijverheid 4.9 4.4 9.3 2.7 3.7 45.2 70.2 Grooten kleinhandel 23.4 14.0 21.9 46.2 13.9 207.9 327.3 Horeca 26.0 2.8 1.7 12.0 6.5 59.2 108.3 Transport en communicatie 23.4 7.3 10.0 12.5 7.6 238.9 299.7 Financile dienstverlening 9. 7 13.5 2.6 14.0 40.1 313.6 393.5 Zakelijke dienstverlening en onderwijs 10.8 8.1 6.9 6.1 10.1 104.4 146.4 Medischeen sociale dienstverleni ng 8.8 2.9 2.5 0.3 4.6 91.6 110.5 Overige dienstverl ening 11.3 3.6 7.1 8.1 5.2 75.6 110.8 De hoogte van de kosten verschilt per bedrijfstak, en is afhankelijk van de bedrijfsactiviteit. Utiliteitskosten zijn het hoogst in horeca, gevolgd door industrie en nut, grooten kleinhandel en transport en communicatie. Communicatiekosten zijn het hoogst in grooten kleinhandel, gevolgd door de financile dienstverlening en zakelijke dienstverlening en onderwijs. Transportkosten zijn in grooten kleinhandel du idelijk hoger dan in de overige bedrijfstakken. Hierna volgen industrie en nut en transport en communicatie. Ook marketingen advertentiekosten zijn aanmerke lijk hoger in grooten kleinhandel. Financile dienstverlening en transport en communicatie bevinden met deze kosten ruim hieronder. De kosten voor professionele diensten zijn het h oogst in financile dienstverlening, gevolgd door grooten kleinhandel en industrie en nut met beduidend lagere bedragen. Jaargang 9 32

PAGE 38

Modus Statistisch Magazine Nummer 4 33Bevolkingsaanwas in rustiger vaarwater na de grote emigratiegolven Migratie Curaao: vestigingsoverschot neemt af Menno Ter Bals Inleiding Curaao is van oudsher een eiland waar migratie een voorname rol speelt in de samenleving. Jaarlijks immigreren en emigreren er meer personen dan dat er geboorten en sterftes plaatsvinden. Zeker sinds de komst van Shell in 1915 heeft er een forse groei van de bevolking plaatsgevonden door immigratie. Meer recent, sinds halverwege de jaren 80 van de vorige eeuw, is migratie wederom de grootste component van de ontwikkeling van de bevolkingsomvang en samenstelling, nadat in de voorgaande vier decennia deze ontwikkeling voornamelijk door natuurlijke groei (geboorte minus sterf te) werd bepaald. De afgelopen vijfentwintig jaar hebben er twee grote emigratiegolven plaatsgevonden op Curaao, waarvan de laatste tussen 1998 en 2002. In 2002 werd voor het eerst sinds 1995 weer een vestigingsoverschot geregistreerd in Curaao. Maar hoe heeft n deze emigratiegolven de migratie op Curaao zich verder ontwikkeld? In dit artikel wordt de Curaaose migratie in de periode 2002-2008 onder de loep genomen. Gekeken wordt naar de omvang en samenstelling van migratiestromen met als kenmerken geslacht, leeftijd, herkomst en bestemming, geboorteland en nationaliteit. Deze differentiatie is onontb eerlijk om een duidelijk genuanceerd beeld te vormen van de verscheidene huidige migratiest romen. Verder wordt er een paragraaf gewijd aan de remigratie van in Curaao geboren personen. Dit houdt in de terugkeer van in Curaao geboren personen naar Curaao na een eerdere emigratie van het eiland. Het doel va n dit artikel is om een beeld te geven van de huidige situatie op Curaao op het gebied van migratie. Methodologie Onder migratie wordt in dit artikel verstaan een vestiging van een persoon in Curaao of een vertrek van een persoon uit Curaao welke als zodanig worden geregistreerd bij het bevolkingsregister. Bij vestiging, oftewel immigratie geldt dat de betreffende persoon al s ingezetene wordt ingeschreven in het bevolkingsregister wanneer deze persoon voor een periode van minimaal een half jaar in het eilandgebied Curaao verblijf zal houden. Diegene di e vertrekt naar een ander land danwel naar een ander eiland van de Nederlandse Antillen en aldaar wordt ingeschreven in het bevolkingsregister zal worden uitgeschreven uit het bevolkingsregister van Curaao. Dit wordt in dit artikel als emigratie beschouwd. Netto migratie houdt in immigratie minus emigratie. Bij een positieve netto migratie, ook wel positief migratiesaldo, is er sprake van een vestigingsoverschot Er vestigen zich immers meer mensen dan dat er vertrekken. Een negatieve netto mi gratie, of negatief migratiesaldo, betekent dientengevolge dat er een vertrekoverschot bestaat.

PAGE 39

Modus Statistisch Magazine Jaargang 9 34 Vanwege onvolledige registratie van de emigratie worden sinds 2005 scha ttingen gemaakt van de emigratie die niet wordt geregistreerd. Di t gebeurt op basis van gegevens van de Vreemdelingendienst en het bevolkingsregister. Om dat alleen schattingen kunnen worden gemaakt van de omvang van deze niet-geregistreerde emigra tie naar leeftijd en geslacht is deze niet meegenomen in dit artikel. Het is praktisch onmoge lijk deze schattingen naar land van bestemming, geboorteland of nationaliteit te ma ken. Daarom wijken de emigratiecijfers in het artikel af van andere door het CBS gepubliceerde emigratiecijfers. In dit artikel handelt het dus alleen om geregistreerde migraties. Omvang In de periode 2002-2008 zijn er verschillende ontw ikkelingen waar te nemen in de omvang van de migratiestromen in Curaao. De immigratie is vrijwel continu afgenomen over deze periode, met uitzondering van een kleine toename in 2005 en 2006. In 2002 registreerden zich 8.441 immigranten in Curaao, terwijl dat er in 2008 nog maar 5.212 waren (tabel 1). De emigratie is van 2002 tot en met 2006 afgeno men, zij het in een steeds lager tempo, van 6.304 geregistreerde emigranten in 2002 naar 3.551 in 2006 Sinds 2006 is er weer een toename te zien van de emigratie. Zo registreerden in 2008 4.646 personen hun emigratie uit Curaao. Tabel 1. Omvang migratie Curaao, 2002-2008 2002 2003 2004 2005 2006 2007 2008 Immigratie 8441 7712 5918 6392 6144 5726 5212 Emigratie 6304 4804 3952 3742 3551 4170 4646 Netto migratie 2137 2908 1966 2650 2593 1556 566 De netto migratie (immigratie minu s emigratie) heeft dientengevolge enigzins gefluctueerd over de periode 2002-2008, maar is duidelijk in een sterke ne erwaartse lijn geraakt vanaf 2006. In de jaren na 2006 neemt wat migratie betreft de bevolkingsaanwas jaarlijks met zon 1000 personen af als gevolg van een groeiend vertrekoverschot. Leeftijd en geslacht Wanneer de migratiestromen naar le eftijd en geslacht worden gesplitst zijn er enkele opvallende kenmerken in de samenstelling van deze stromen aan te wijzen (zie bijlage 1 voor volledige migratietabellen). Ten eerste is te zien dat vooral jongeren tussen de 15 en 25 jaar vertrekken (tabellen 2 en 3). Daarnaast valt op dat het vestigingsover schot jaarlijks groter is voor vrouwen dan voor mannen. In dit geval betekent dit dat jaarlijks meer vrouwen dan mannen immigreren naar Curaao en meer mannen dan vrouwen emigreren van Curaao. Mannen Bij de mannen neemt tussen 2002 en 2005 het vestig ingsoverschot van mannen in de leeftijd 0-4 en 514 toe van respectievelijk 4 naar 1 64 personen en -27 (een klein vertrekoverschot) naar 244 personen. Het vertrekoverschot van mannen in de leeftijd 15-24 neemt af van 422 personen in 2002 naar 72 personen in 2005. Dit word grotendeels veroorza akt door een afname van de emigratie in deze leeftijdscategorien (bijlage 1).

PAGE 40

Modus Statistisch Magazine Nummer 4 35 Tabel 2. Netto migratie mannen Curaao, 2002-2008 2002 2003 2004 2005 2006 2007 2008 0-4 4 68 102 164 120 114 41 5-14 -27 126 174 244 231 166 81 15-24 -422 -215 -178 -72 -102 -302 -466 25-34 774 596 369 391 427 265 186 35-44 501 407 219 227 260 209 155 45-54 94 86 97 71 161 108 83 55+ -26 60 40 59 87 87 115 Totaal 898 1128 823 1084 1184 647 195 Tussen 2006 en 2008 keert deze bewegi ng om en neemt het vestigingsov erschot van 0-4 en 5-14 jarige mannen af tot respectievelijk 41 en 81 personen in 2008. Het vertrekoverschot van 15-24 jarige mannen neemt toe naar 466 personen in 2008. Afnemende immigratie van 0-4 en 5-14 jarigen en een forse toename van de emigratie van mannen in de leefti jd 15-24 jaar zijn hier de oorzaak van. Alleen de categorie mannen 15-24 jaar laat een continu vertrekoverschot zien over de gehele periode 20022008. Dit komt doordat een deel van de jongerema nnen in deze leeftijd naar met name Nederland vertrekt om te studeren. In de leeftijdsgroepen 25-34 en 35-44 is een andere ontwikkeling te zien in de migratie van mannen. De ontwikkeling loopt hier van een groot vestigin gsoverschot in 2002, respectievelijk 774 en 501 personen, naar een relatief klein vestigingsoversc hot in 2008, respectievelijk 186 en 155 personen. Tussen 2002 en 2004 neemt het vest igingsoverschot flink af, waarna het in 2005 en 2006 weer iets toeneemt. Daarna zet de afname door tot 2008. De omvang van de migratie voor mannen in de leeftijd van 45 jaar en hoger is klein in vergelijking tot de andere leeftijdsgroepen. De netto migratie in de leeftijdscategorien 45-54 en 55+ heeft in verhouding tot de lagere leeftijdscategorien een geringe betekenis op de bevolkingsontwikkeling. Opvallend is dat de enige groep die een bijna continu groeiend vestigingsoverschot laat zien de groep mannen van 55 jaar en ouder is. Van een vertrekove rschot van 26 personen in 2002 ontwikkelt de netto migratie van mannen 55+ naar een vest igingsoverschot van 115 personen in 2008. Vrouwen Het beeld van migratie naar leeftijd bij de vr ouwen vertoont overeenkoms ten met dat van mannen, maar ook enkele duidelijke verschillen (tabel 3). Tussen 2002 tot 2005 neemt ook bij de vrouwen het vestigingsoverschot in de leeftijdsgroepen 0-4 en 5-14 jaar toe van respectievelijk 32 naar 155 en van 56 naar 298. Het vertrekoverschot van 265 personen in de leeftijdscategorie 15-24 jaar in 2002 neemt af in de daarop volgende jaren en verandert in een ve stigingsoverschot van 78 personen in 2005. Net als bij de mannen neemt vervolgens na 2005 het migratiesaldo in de drie leeftijdscategorien tot en met 24 jaar af. In de leeftijdscategorie 15-24 jaar is er opnieuw sprake van een vertrekoverschot dat in drie jaar tijd flink toeneemt tot 377 personen in 2008. He t vertrekoverschot in deze leeftijdscategorie heeft evenals bij de mannen te maken met het vertre k naar het buitenland om te studeren.

PAGE 41

Modus Statistisch Magazine In de lagere leeftijdscategorien blijft er een klein vestigingsoverschot bestaan in 2008 van 32 personen van 0-4 jaar en 80 personen van 5-14 jaar. Voor de vrouwen in de leeftijdscategorien tot en met 24 jaar geldt tevens dat deze ontwikkelingen meer door fluctuaties in de emigratie worden veroorzaakt dan door fluctuaties in de immigratie. Tabel 3. Netto migratie vrouwen Curaao, 2002-2008 2002 2003 2004 2005 2006 2007 2008 0-4 32 63 117 155 141 81 32 5-14 -56 205 181 298 223 148 80 15-24 -265 9 -53 78 -41 -179 -377 25-34 739 766 493 567 516 396 298 35-44 626 497 222 267 316 263 217 45-54 187 161 65 72 159 108 43 55+ -24 79 118 129 93 92 78 Totaal 1239 1780 1143 1566 1407 909 371 Het grote vestigingsoverschot van vrouwen in de leeftijdscategorien 25-34 en 35-44 in 2002, respectievelijk 739 en 626 personen, ontwikkelt zich naar een veel kleiner vestigingsoverschot in 2008 van 298 personen van 25-34 jaar en 217 personen van 35-44 jaar. Dit komt overeen met het beeld bij de mannen. Ook hier is in 2005 en 2006 een kleine toename van het vestigingsoverschot te zien dat daarna weer overgaat in een afname. Een verschil met de netto migratie van mannen in de leeftijd 55+ is dat de ne tto migratie van vrouwen van 55+ niet continu blijft toenemen maar dit alleen doet van 2002 tot 2005 en daarna weer afneemt. Een ander belangrijk verschil, zoals reeds aangegeven, is dat het totale vestigingsoverschot voor vrouwen groter is dan voor mannen in de periode 2002-2008. Met name het vertrekoverschot in de categorie 15-24 ligt een stuk lager dan bij de manne n en het vestigingsoverschot in de categorie 25-34 ligt een stuk hoger dan bij de mannen. Herkomst en bestemming Verschillende ontwikkelingen zijn te herkennen in de migratie wanneer onderscheid naar land van herkomst en land van bestemming wordt gemaakt. Immigratie De grootste immigratiestroom komt vanuit Nederland (tabel 4). In absolute aantallen is de migratiestroom vanuit Nederland tussen 2002 en 2005 toegenomen van 3.031 tot 4.364 en vervolgens weer afgenomen naar 3.360 in 2008. In 2002 en 2003 is de proportie van deze groep relatief klein in vergelijking tot de jaren 2004-2008. Dit heeft te maken met de grote stroom immigranten uit Haiti, Colombia en de Dominicaanse Republiek in 2002 en 2003 die in de jaren 2004-2008 enorm afneemt In 2002 komt zon 35 procent van de immigratie vanuit Nederland, terwijl dit voor de jaren na 2003 tussen de 60 en 70 procent is (figuur 1). Jaargang 9 36

PAGE 42

Modus Statistisch Magazine Tabel 4. Immigratie Curaao naar land van herkomst (inclusief inter-eilandelijke verhuizingen NA), 2002-2008 2002 2003 2004 2005 2006 2007 2008 Nederland 3031 3925 4151 4364 3939 3579 3360 Colombia 1299 995 315 322 307 297 255 Dominicaanse Republiek 744 490 161 270 380 322 224 Aruba 87 79 86 86 96 128 125 Verenigde Staten 71 79 106 74 95 76 108 Venezuela 222 279 170 198 159 123 105 China 118 86 65 96 114 118 71 India 78 86 68 90 88 86 55 Suriname 232 206 104 93 96 69 48 Haiti 1361 505 57 41 40 74 41 Jamaica 420 221 37 33 37 24 28 Nederlandse Antillen 339 382 289 335 376 349 365 Overig 439 379 309 390 417 481 427 Total 8441 7712 5918 6392 6144 5726 5212 In tegenstelling tot de migratiestroom uit Nederland nemen de stromen uit Colombia, de Dominicaanse Republiek, Hati, Jamaica, Suriname en Venezuela van een grote omvang in 2002 af naar een beperkte of zelfs kleine omvang in 2008. Zo neemt de immigratie vanuit Hati bijvoorbeeld af van 1.361 immigranten in 2002 tot 41 immigranten in 2008. Ook de immigratie vanuit Colombia en de Dominica anse Republiek neemt flink af, van respectievelijk 1.299 en 744 immigranten in 2002 naar 315 en 161 immigranten in 2004. Vervolgens blijft de immigratie uit deze landen redelijk stabiel met uitzondering van de Dominicaanse Republiek waar de immigratie weer iets toe neemt tot 380 personen in 2006 om vervolgens weer af te nemen tot 224 immigranten in 2008. Nummer 4 37

PAGE 43

Modus Statistisch Magazine Jaargang 9 38 Bij de kleinere immigrat iestromen vanuit de Verenigde Staten China en India is een fluctuerend verloop van de omvang te zien zonder dat deze omvang significante ontwikkelingen doormaakt gedurende de periode 2002-2008. De omvang van deze stromen li gt tussen een minimum van 65 en een maximum van 118 personen per land. De immigratie vanuit Aruba neemt juist iets toe van 87 personen in 2002 naar 125 personen in 2008. Vooral voor Hati, Jamaica en Colombia geldt dat het aandeel immigranten uit deze landen op de totale immigratiestroom naar Curaao flink afneemt. De immigratie van de andere eilanden van de Nederlandse Antillen blijft over de periode 2002-2008 redelijk constant met zon 300 tot 400 personen per jaar. Dit geldt mede voor de immigratie uit ov erige niet genoemde landen, hierin zijn kleine schommelingen te zien maar geen opvallende veranderingen. Emigratie De emigratie is vooral op Nederland gericht (tabel 5). Tussen 2002 en 2008 vertrok jaarlijks 72 tot 89 procent van de emigranten naar Nederland (figuur 2). Daarnaast is jaarlijks zon vijf tot vijftien procent van de Curaaose emigratie gericht op n van de andere eilanden van de Nederlandse Antillen en Aruba. Dat wil zeggen dat 85 tot 95 procent van de emigratie van Curaao ieder jaar gericht is op een bestemming bi nnen het Nederlands Koninkrijk. Tabel 5. Emigratie Curaao naar land van bestemming (inclusief inter-eilandelijke verhuizingen NA), 2002-2008 2002 2003 2004 2005 2006 2007 2008 Nederland 5640 4014 3097 2683 2762 3203 3735 Aruba 115 155 142 153 110 103 96 Verenigde Staten 64 60 47 40 44 67 50 Colombia 8 26 62 56 38 43 28 India 5 4 13 18 18 27 22 Suriname 40 19 32 41 20 12 19 China 3 8 9 6 7 4 17 Dominicaanse Republiek 18 15 22 29 12 21 14 Jamaica 0 5 20 14 10 14 7 Venezuela 16 6 7 31 16 16 4 Haiti 0 2 8 8 2 0 4 Nederlandse Antillen 227 378 338 362 352 441 414 Overig 168 112 155 301 160 219 236 Totaal 6304 4804 3952 3742 3551 4170 4646 In absolute aantallen neemt de emigratie met best emming Nederland tussen 2002 en 2005 met meer dan de helft af. In 2002 vertrekken 5.640 emigranten naar Nederland en in 2005 zijn dat er 2.683. Na 2005 neemt de emigratie naar Nederland weer toe tot 3.735 emigranten in 2008. De verhuizingen binnen de Nederlandse Antillen nemen toe, van 227 emigranten in 2002 naar 414 emigranten in 2008. Van de overige emigratiestromen is die naar Arub a het grootst. Echter, deze stromen zijn bijzonder klein in verhouding tot de stroom met bestemming Nederland.

PAGE 44

Modus Statistisch Magazine Netto migratie Voor de netto migratie betekent voorgaande dat er nogal wat ontwikkelingen plaatsvinden (tabel 6), vooral voor wat betreft de migratie tussen Curaao en Nederland. In 2002 is de netto migratie -2.609. Er bestaat dus een groot vertrekoverschot richting Nederland. Een jaar late r is de immigratie en emigratie tussen Curaao en Nederland bijna in evenwicht en in 2005 bestaat er een vestigingsoverschot van 1.681 personen vanuit Nederland in Curaao. Tabel 6. Netto migratie Curaao naar land van herkomst/bestemming, 2002-2008 2002 2003 2004 2005 2006 2007 2008 Colombia 1291 969 253 266 269 254 227 Dominicaanse Republiek 726 475 139 241 368 301 210 Venezuela 206 273 163 167 143 107 101 Verenigde Staten 7 19 59 34 51 9 58 China 115 78 56 90 107 114 54 Haiti 1361 503 49 33 38 74 37 India 73 82 55 72 70 59 33 Aruba -28 -76 -56 -67 -14 25 29 Suriname 192 187 72 52 76 57 29 Jamaica 420 216 17 19 27 10 21 Nederland -2609 -89 1054 1681 1177 376 -375 Nederlandse Antillen 112 4 -49 -27 24 -92 -49 Overig 271 267 154 89 257 262 191 Total 2137 2908 1966 2650 2593 1556 566 Na 2005 neemt de migratie richting Nederland to e en de migratie vanuit Nederland weer af, waardoor er in 2008 opnieuw een vertre koverschot ontstaat van 375 personen. Nummer 4 39

PAGE 45

Modus Statistisch Magazine Jaargang 9 40 Voor de landen Colombia, de Dominicaanse Republiek, Venezuela, China, en Haiti geldt dat Curaao in de gehele periode 2002-2008 vrijwel alleen maar immigranten uit deze landen trekt zonder dat daar een significante emigratiestroom tegenover staat. De emigratie naar deze landen vanuit Curaao is vrijwel nihil in vergelijking met de immigratie vanuit deze landen. Dit geldt in mindere mate voor Jamaica. De netto migratie is daarom ook continu po sitief in deze periode voor deze landen, zei het wel sterk afnemend in enkele gevallen. Curaao heeft van 2002 tot 2006 een negatieve netto migratie voor wat betreft Aruba, maar in de jaren 2007 en 2008 een positieve netto migratie. Evenwel gaat het hier om kleine aantallen migranten. Tevens geldt voor wat betreft de Verenigde Staten, India en Suriname dat de netto migratie altijd positief is tussen 2002 en 2008 en dat de hoogte van het vestigingsoverschot relatief klein en licht fluctuer end is. Ook de netto migratie tussen Curaao en de andere eilanden van de Nederlandse Antillen fluctueert en is laag. Geboorteland Een onderscheid in migratiestromen kan gemaakt worden naar geboorteland. Het land van herkomst of bestemming van de migratiebeweging is uiteraard niet per definitie gelijk aan het geboorteland of de nationaliteit van de migrant. Immigratie Wanneer de immigratie naar geboorteland wordt gedifferentieerd valt op dat het grootste gedeelte van de immigranten in de Nederlandse Antillen of in Nederland is geboren (tabel 7). In 2002 is de immigratie van personen geboren in Colombia, Haiti en de Dominicaanse Republiek vrij groot met respectievelijk 1.311, 1.352 en 775 personen. De im migratie van personen geboren in de Nederlandse Antillen en Nederland is ook groot met respectievelijk 2.391 en 1.058 personen, maar na 2003 wordt de groep immigranten die in de Nederlandse Antillen en Nederland geboren zijn verhoudingsgewijs steeds groter. Dit komt door de sterke afname van de groepen immigranten met geboorteland Colombia, Haiti en de Dominicaanse Republiek. Tabel 7. Immigratie Curaao naar geboorteland (inclusief inter-eilandelijke verhuizingen NA), 2002-2008 2002 2003 2004 2005 2006 2007 2008 Nederlandse Antillen 2391 3058 3215 3120 2813 2496 2354 Nederland 1058 1301 1271 1676 1631 1608 1501 Colombia 1311 1003 333 329 323 324 285 Dominicaanse Republiek 775 546 192 303 419 340 250 Suriname 246 219 142 128 130 103 85 Haiti 1352 493 56 41 44 74 44 Jamaica 401 212 39 34 41 30 25 Overig 907 880 670 761 743 751 668 Total 8441 7712 5918 6392 6144 5726 5212 Het aandeel immigranten geboren in de Nederlands e Antillen en Nederland (bij elkaar) neemt toe van 41 procent in 2002 naar 74 procent in 2008. Daarbij is het aandeel immigranten geboren in de Nederlandse Antillen iets afgenomen van circa 55 procent naar 45 procent en het aandeel in Nederland geboren immigranten toegenomen van circa 20 procent naar 30 procent.

PAGE 46

Modus Statistisch Magazine Nummer 4 41 Tussen 2002 en 2004 is de immigratie naar ge boorteland sterk afgenome n voor immigranten met geboorteland Colombia, de Dominicaanse Republiek, Haiti en Jamaica. Dit bevestigt het beeld dat te zien is bij differentiatie van immigratie naar herkomstland. Redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de stroom immigranten vanuit deze landen bijna volledig bestaat uit personen die geboren zijn in betreffende landen. Daarbij valt het op dat de stromen immigranten vanuit Haiti en Jamaica bijzonder klein zijn geworden na 2003 en nauwelijks meer va n betekenis zijn op de totale immigratie. Dit in tegenstelling tot de jaren 2002 en 2003. Emigratie Van de emigranten is duidelijk dat het grootste d eel de Nederlandse Antillen als geboorteland heeft (tabel 8). De 4.734 in de Nederlandse Antillen geboren emigranten in 2002 vormen driekwart van het totale aantal emigranten. In absolute en in relatieve grootte neemt deze groep af naar 2.146 in de Nederlandse Antillen geboren emigranten in 20 05, oftewel 57 procent van het totaal aantal emigranten. Daarna groeit deze groep weer iets naar 3.057 emigranten in 2008 wat tweederde deel van het totaal aantal emigranten is. De tweede grootste groep emigranten is de groep me t geboorteland Nederland. De grootte van deze groep is in absolute zin vrij constant tussen 2002 en 2006. Alleen van 2006 naar 2008 groeit de groep van 875 naar 1044 personen. In relatieve zin is de groep in Nederland geboren emigranten gegroeid van 15 procent in 2002 naar 25 procent in 2006 om vervolgens weer af te nemen tot 22 procent in 2008. Tabel 8. Emigratie Curaao naar geboorteland (inclusief inter-eilandelijke verhuizingen NA), 2002-2008 2002 2003 2004 2005 2006 2007 2008 Nederlandse Antillen 4734 3411 2438 2146 2164 2623 3057 Nederland 924 846 844 893 875 953 1044 Dominicaanse Republiek 179 139 130 119 105 100 117 Suriname 114 67 93 135 86 75 63 Colombia 59 73 103 91 61 92 58 Haiti 4 13 24 17 9 2 20 Jamaica 18 14 31 16 9 26 15 Overig 272 241 289 325 242 299 272 Total 6304 4804 3952 3742 3551 4170 4646 Voor wat betreft emigranten met andere geboortela nden dan de Nederlandse Antillen en Nederland is er weinig veranderd in de periode 2002-2008. Deze groep als geheel vormt tussen de tien en twintig procent van de emigranten. Als we de netto migratie naar geboorteland bekijken valt op dat de grootste fluctuaties te zien zijn bij geboorteland Nederlandse Antillen (tabel 9). De negatieve netto migratie van 2.343 personen in deze groep in 2002 verandert naar een positieve netto migr atie van 974 personen in 2005. Daarna slaat dit vestigingsoverschot van in de Nederlandse Antillen geboren personen weer om tot een vertrekoverschot van 703 personen in 2008.

PAGE 47

Modus Statistisch Magazine Jaargang 9 42 Netto migratie De netto migratie van in Nederland geboren personen is over de hele periode positief en loopt op van 134 personen in 2002 naar 783 personen in 2005. Daarna neemt dit weer af tot 457 personen in 2008. Over deze periode zijn daarna de grootste vestig ingsoverschotten te zien voor personen geboren te Colombia en de Dominicaanse Republiek. Tevens is in 2002 en 2003 te zien dat er een groot vestigingsoverschot bestaat van personen met geboorteland Haiti en Jamaica, maar dat houdt op na deze twee jaren. Tabel 9. Netto migratie Curaao naar geboorte land (incl. inter-eilandelijke verhuizingen NA), 2002-2008 2002 2003 2004 2005 2006 2007 2008 Nederland 134 455 427 783 756 655 457 Colombia 1252 930 230 238 262 232 227 Dominicaanse Republiek 59 6 407 62 184 314 240 133 Haiti 1348 480 32 24 35 72 24 Suriname 132 152 49 -7 44 28 22 Jamaica 383 198 8 18 32 4 10 Nederlandse Antillen -2343 -353 777 974 649 -127 -703 Overig 635 639 381 436 501 452 396 Total 2137 2908 1966 2650 2593 1556 566 Nationaliteit Immigratie Wanneer onderscheid wordt gemaakt naar nationalitei t bij de Curaaose migratie is te zien dat een grote meerderheid van de immigranten de Nederlands e nationaliteit heeft (tab el 10). In 2002 hebben 3.656 immigranten de Nederlandse nationaliteit, wat overeenkomt met 43 procent van het totaal aantal immigranten. In de daarop volgende jare n is het aantal Nederlandse immigranten jaarlijks toegenomen naar uiteindelijk 4.972 in 2005 (78 procent). Daarna is dit aantal weer afgenomen tot 4.026 Nederlandse immigranten in 2008 (77 procent). De grote stromen immigranten vanuit Colombia, de Dominicaanse Republiek, Haiti en Jamaica in 2002 en 2003 bestaan bijna volledig uit burgers va n deze landen. Daarom zijn ook bij differentiatie naar nationaliteit ongeveer dezelfde hoge aantallen immigranten vanuit deze la nden in 2002 en 2003 te zien die bij differentiatie naar herkomstland en geboorteland ook te zien zijn. Na 2003 is dan ook het aantal immigranten met de Colombiaanse, Domini caanse, Haitiaanse en Jamaicaanse nationaliteit drastisch afgenomen. De immigratie van Surinamers en Venezolanen is in de periode 2002-2008 ook afgenomen.

PAGE 48

Modus Statistisch Magazine Nummer 4 43 Tabel 10. Immigratie Curaao naar nationaliteit (inclusief inter-eilande lijke verhuizingen NA), 2002-2008 2002 2003 2004 2005 2006 2007 2008 Nederlandse 3656 4556 4705 4972 4568 4252 4026 Colombiaanse 1283 994 316 333 338 325 263 Burger van Dominicaanse Republie k 703 480 132 25 6 385 327 230 Venezolaanse 194 237 151 174 152 113 102 Haitiaanse 1353 504 60 45 48 95 50 Surinaamse 198 181 91 101 98 54 43 Jamaicaanse 406 218 37 32 40 32 27 Overig 648 542 426 479 515 528 471 Total 8441 7712 5918 6392 6144 5726 5212 Emigratie Bijzonder opvallend is dat de emigratie bijna volledig bestaat uit personen met de Nederlandse nationaliteit (tabel 11). In 2002 zijn dit 6.177 Nederlanders, oftewel 98 procent van alle emigranten. Dit aantal is verminderd naar 3.335 Nederlandse emigrant en in 2006 (94 procent) en weer toegenomen tot 4.398 in 2008 (95 procent). De categorie overige nati onaliteiten is iets toegenomen van 78 personen in 2002 naar 166 in 2007. In 2008 bedraagt de omvang van deze categorie 127 personen. Tabel 11. Emigratie Curaao naar nationaliteit (i nclusief inter-eilandelij ke verhuizingen NA), 2002-2008 2002 2003 2004 2005 2006 2007 2008 Nederlandse 6177 4623 3657 3365 3335 3875 4398 Colombiaanse 13 44 78 73 41 61 37 Burger van Dominicaanse Republiek 10 20 29 25 13 19 26 Venezolaanse 12 15 13 93 13 17 23 Haitiaanse 0 2 10 12 5 0 13 Jamaicaanse 2 8 22 15 8 20 11 Surinaamse 12 16 21 27 19 12 11 Overig 78 76 122 132 117 166 127 Total 6304 4804 3952 3742 3551 4170 4646 Netto migratie Het netto resultaat van de immigratie en emigratie naar nationaliteit laat een duidelijk beeld zien (tabel 12). Alleen van personen met de Nederlandse nationaliteit wordt in enkele jaren een vertrekoverschot geregistreerd (2002, 2003 en 2008). Bij de overige in de tabel aangegeven nationaliteiten zien we enkel vestigingsoverschotten. De netto migratie van personen met de Nederlan dse nationaliteit laat ee n verloop zien van een vertrekoverschot van 2.521 personen in 2002 na ar een maximaal vestigingsoverschot van 1.607 personen in 2005 naar weer een vertrekoverschot van 372 personen in 2008.

PAGE 49

Modus Statistisch Magazine Jaargang 9 44 Tabel 12. Netto migratie Curaao naar nationaliteit (inclusief inter-eilandelijke verhuizingen NA), 2002-2008 2002 2003 2004 2005 2006 2007 2008 Nederlandse -2521 -67 1048 1607 1233 377 -372 Colombiaanse 1270 950 238 260 297 264 226 Burger van Dominicaanse Republie k 693 460 103 23 1 372 308 204 Venezolaanse 182 222 138 81 139 96 79 Haitiaanse 1353 502 50 33 43 95 37 Surinaamse 186 165 70 74 79 42 32 Jamaicaanse 404 210 15 17 32 12 16 Overig 570 466 304 347 398 362 344 Total 2137 2908 1966 2650 2593 1556 566 Remigratie Remigratie is een terugkeer naar de plaats van he rkomst na gemigreerd te zijn naar een andere plaats. Doorgaans wordt remigratie op het landsniveau bestudeerd, maar in deze analyse wordt remigratie op eilandsniveau bestudeerd. In deze analyse gaat het om remmigratie, oftewel de vestiging van in Curaao geboren personen na een eer der vertrek vanuit Curaao naar het buitenland f een ander eiland van de Nederlandse Anti llen. Aangenomen wordt dat de personen met geboorteplaats Curaao ook daadwerkelijk voor een bepaalde tijd in Curaa o hebben gewoond na de geboorte en er dus sprake kan zijn van remmigratie. In tabel 13 zijn voor de periode 2002-2008 de aant allen remigranten naar emigratieland gepresenteerd. Het totaal aantal remigranten neemt van 2002 tot 2004 toe van 2.360 personen tot 3.311 personen. Daarna neemt het aantal weer af tot 2.370 personen in 2008. Dit betekent dat een fors deel van het totaal aantal immigranten dat jaarlijks op Curaao arriveert remigrant is. In 2002 is 28 procent van de immigranten remigrant en dit aandeel neemt toe naar 56 procent in 2004. Van 2006 tot en met 2008 bestaat jaarlijks zon 45 procent van het totaal aantal immigranten uit terugkerende op Curaao geboren personen. Tabel 13. Remmigratie van in Curaao geboren personen, 2002-2008 2002 2003 2004 2005 2006 2007 2008 Nederland 1860 2573 2816 2645 2258 1929 1786 Nederlandse Antillen 272 353 275 286 293 329 324 Aruba 43 39 40 45 71 59 73 Overig 185 180 180 247 222 211 187 Total 2360 3145 3311 3223 2844 2528 2370 Het grootste deel van de remigranten keert terug vanuit Nederland, gevolgd door de Nederlandse Antillen op een tweede plaats. Jaarlijks keert 75 to t 80 procent van de remigranten terug naar Curaao vanuit Nederland. Het aandeel remigranten dat vanuit een van de andere eilanden van de Nederlandse Antillen terugkeert naar Curaao is va n 2004 naar 2008 iets toegenomen van 8 procent naar 14 procent. Het aantal vanuit Aruba terugker ende remigranten is iets toegenomen in de afgelopen jaren; van 39 personen in 2003 naar 73 personen in 2008.

PAGE 50

Modus Statistisch Magazine Nummer 4 45Conclusie Tussen 2002 en 2008 heeft er een afname van zowel de immigratie als de emigratie in Curaao plaatsgevonden. Echter, sinds 2006 is de emigratie weer toegenomen en zijn steeds meer personen het eiland aan het verlaten wat heeft geresulteerd in ee n sterke afname van het vestigingsoverschot. Als deze trend aanhoudt zal er hoogstwaarschijnlijk een omslag naar een vertrekoverschot plaatsvinden in de komende jaren. Vooral personen in de leeftijd 15-24 jaar vetrekken van het eiland, er is sprake van een aanzienlijk en groeiend vertrekoverschot in deze leeftijdscategor ie. Daarbij is dit vertrekoverschot groter voor mannen dan voor vrouwen. Hoewel er in de andere leeftijdscategorien nog steeds meer personen zich vestigen in Curaao dan dat er vertrekken is ook hier een neerwaartse trend ingezet richting een vertrekoverschot. De Curaaose migratie vindt vooral plaats tussen Curaao en Nederland. De laatste jaren is circa tweederde deel van de immigratie afkomstig uit Ne derland en ruim driekwart van de emigratie gaat richting Nederland. Vanuit de Caribische regio be staat er een grote toestroom van personen in 2002 en 2003. Grote stromen personen zijn vanuit Hati, Colombia, de Dominicaanse Republiek en Jamaica Curaao binnengekomen. Deze immi gratiestromen zijn echter sterk afgenomen na 2003. De laatste jaren is het vestigingsoverschot van migranten uit Nederland tot een einde gekomen en is in 2008 voor het eerst in vijf jaar een vertrekoverschot naar Nederland ontstaan. Het merendeel van de immigranten is geboren in Nederland danwel de Nederlandse Antillen. Bij elkaar vormen zij sinds 2004 jaarlijks zon driekwart van gehele immigratiestroom. Van de emigranten is jaarlijks tweederde tot driekwart gebo ren in de Nederlandse Antillen in de bestudeerde periode. Daarnaast is nog eens 15 tot 25 procent van de emigranten geboren in Nederland. Steeds meer in de Nederlandse Antillen geboren personen vertrekken uit Curaao waardoor er in 2007 en 2008 een vertrekoverschot is ontstaan van deze groep. Het vestigingsoverschot van personen die in Hati, Colombia, de Dominicaanse Republiek en Jamaica zijn geboren is zeer sterk afgenomen. De migratiestromen bestaan voornamelijk uit personen met de Nederlandse nationaliteit. In de laatste jaren heeft een ruime drie kwart van de immigranten en rond de 95 procent van de emigranten de Nederlandse nationaliteit. In de laatste vier jare n van de periode 2002-2008 is het vestigingsoverschot van Nederlanders fors afgenomen en omgeslagen in een vertrekoverschot. Het einde van deze periode wordt eveneens gemarkeerd door het afnemen van het aantal remigranten. Jaarlijks is bijna de helft van het totaal aantal immigranten in Curaao remigrant. Ruim driekwart van hen maakt de terugkeer n aar het geboorte-eiland vanuit Nederland.

PAGE 51

Modus Statistisch Magazine Jaargang 9 46 Bijlage 1. Migratie Curaao naar leeftijd en geslacht, 2002-2008 Man Vrouw Immigratie 2002 2003 2004 2005 2006 2007 2008 2002 2003 2004 2005 2006 2007 2008 0-4 206 259 241 317 242 240 215 235 239 212 279 265 210 199 5-14 387 460 412 482 466 429 344 377 499 430 520 447 412 363 15-24 544 582 492 459 454 416 336 634 750 561 589 543 492 493 25-34 1392 1006 720 728 713 635 574 1268 1144 847 894 832 788 693 35-44 1006 730 525 503 532 475 468 1069 832 503 573 568 541 495 45-54 375 316 285 283 327 321 275 525 404 274 267 319 316 270 55+ 172 204 160 198 184 198 227 251 287 256 300 250 253 260 Totaal 4082 3557 2835 2970 2918 2714 2439 4359 4155 3083 3422 3224 3012 2773 Emigratie 0-4 202 191 139 153 122 126 174 203 176 95 124 124 129 167 5-14 414 334 238 238 235 263 263 433 294 249 222 224 264 283 15-24 966 797 670 531 556 718 802 899 741 614 511 584 671 870 25-34 618 410 351 337 286 370 388 529 378 354 327 316 392 395 35-44 505 323 306 276 272 266 313 443 335 281 306 252 278 278 45-54 281 230 188 212 166 213 192 338 243 209 195 160 208 227 55+ 198 144 120 139 97 111 112 275 208 138 171 157 161 182 Totaal 3184 2429 2012 1886 1734 2067 2244 3120 2375 1940 1856 1817 2103 2402 Netto migratie 0-4 4 68 102 164 120 114 41 32 63 117 155 141 81 32 5-14 -27 126 174 244 231 166 81 -56 205 181 298 223 148 80 15-24 -422 -215 -178 -72 -102 -302 -466 -265 9 -53 78 -41 -179 -377 25-34 774 596 369 391 427 265 186 739 766 493 567 516 396 298 35-44 501 407 219 227 260 209 155 626 497 222 267 316 263 217 45-54 94 86 97 71 161 108 83 187 161 65 72 159 108 43 55+ -26 60 40 59 87 87 115 -24 79 118 129 93 92 78 Totaal 898 1128 823 1084 1184 647 195 1239 1780 1143 1566 1407 909 371