Citation
Voornaamste Resultaten Vakatureonderzoek 2006, Curacao

Material Information

Title:
Voornaamste Resultaten Vakatureonderzoek 2006, Curacao
Publication Date:

Record Information

Source Institution:
Central Bureau of Statistics Curaçao
Holding Location:
Central Bureau of Statistics Curaçao
Rights Management:
All applicable rights reserved by the source institution and holding location.

CBS Membership

Aggregations:
Central Bureau of Statistics Curaçao

Downloads

This item is only available as the following downloads:


Full Text

PAGE 1

Voornaamste Resultaten Vakatureonderzoek 2006 Curacao

PAGE 2

www.cbs.an Bonaire: Kaya Governador Debrot 41 Tel.: 0717 8676 cbs.bon@telbonet.an Curacao: Fort Amsterdam Tel.: 4611031/4626226 info@cbs.an St.Maarten: W.G.Buncamperroad 33 Tel.: 5422355 inf@cbs.an

PAGE 3

Voornaamste resultaten vacatureonderzoek 2006 Curaao Inleiding Een volledig systeem van arbeidsmarktstatis tieken geeft informatie over zowel het aanbod als de vraag naar arbeid. Informatie over de aanbodzijde wordt verk regen uit het Arbeidskrachtenonderzoek (AKO). Het AKO is een huishoudonderzoek. Het geeft informatie omtrent het aantal werkenden en werkzoekenden en hun kenmerken. Het Vacatureonderzoek geeft informatie over de vraag naar arbeid en de kenmerken van de vacatures en de gezochte kandidaten. In 1995 hield het CBS voor het eerst een Vaca tureonderzoek in Curaao, Bonaire en Sint Maarten. In 1988 werd dat onderzoe k herhaald, zij het dat toen geen sp rake was van een steekproefonderzoek, maar een totaaltelli ng gekoppeld aan de bedrijventelling. Om tegemoet te komen aan de behoefte aan meer en recente informatie over de vraagzijde van de arbeidsmarkt, heeft het CBS in november 2006 het Vacatureonderzoek herhaald. De betreffende informatie stelt be leidsmakers in de gelegenheid om gericht beleid te voeren op het bewerkstelligen van een goede aansluiting tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt Er dient bij de interpretatie van de result aten rekening te worden gehouden met het feit dat het Vacatureonderzoek een momentopname is. De vergelijkingen geven aan hoe de situatie was in juni 1998 ten opzichte van november 2006. Er kunnen op basis van de gepresenteerde cijfers geen conclusies worden getrokke n over hoe de vraag op de arbeidsmarkt zich gedurende de tussenliggende jaren heeft ontwikkeld. Korte samenvatting De resultaten van het Vacatureonderzoek in Curaao wijzen uit dat er ten opzichte van 1998 weinig vacatures bij zijn gekomen. Dit blijkt ook u it de Vacaturegraad die ten opzichte van 1998 ongewijzigd is gebleven (2.1). Er is vooral vraag naar laag opgeleiden (t/m MAVO/LBO/VS BO). Het gaat hier om 65 procent van de vacatures. Ten opzichte van 1998 is een verschuiving te zi en van een vraag naar personen met geen specifieke opleidingsrichting naar een vr aag naar personen met een specifieke opleidingsrichting. Hierbij neemt de vraag naar technisch opgeleiden de eerste plaats in (29 procent) gevolgd door personen met een economischadministratieve opleiding (27 procent).

PAGE 4

Voornaamste resultaten Vacatureonderzoek 2006 Er worden in de loop van 2007 ruim 2800 nieuwe vacatures ve rwacht, wat in 20 procent van de gevallen stageplaatsen betreft. Ongeveer 70 procent van de bedrijven is ni et op de hoogte van de vernieuwingen in het lokaal beroepsonderwijs en van het pr oject Sociale Vormingsplicht. Methodologie Het Vacatureonderzoek van 2006 is een steekproefonderzoek onder ongeveer 1600 bedrijven in Bonaire, Curaao en Sint.Maarte n. Uit de kleine bedrijven (met minder dan 10 werkenden) is een steekproef getrokken. De grote bedrijven zijn integraal geteld. Benedenstaand diagram geeft een overzicht va n het totaal aantal onderzochte bedrijven. Curaao Bonaire Sint Maarten Totaal Grote bedrijven 633 57 163 853 Kleine bedrijven 447 102 209 758 Totaal 1.080 159 372 1.611 De resultaten van het onderzoek werden aan het eind van de verwerkingsfase met het totaal aantal werkenden uit het Arbeidsk rachtenonderzoek opgehoogd. Dit leverde het totaal aantal vacatures in de populatie op. Definities: Vacatures : niet opgevulde arbeidsplaatsen wa arvoor kandidaten wordt gezocht. Hieronder vallen ook openstaande arbeidsplaatsen waarvoor kandidaten via uitzendbureaus worden gezocht, tevens ar beidplaatsen waarvoor kandidaten voor een tijdelijke dienstverband, en tevens arbe idsplaatsen voor betaalde stageplaatsen. Vacaturegraad : de vacaturegraad is een verhoudingsmaat tussen het aantal werkenden en het aantal vacatures. Het wordt gedefinieerd als het aantal werkenden gedeeld door het aantal vacatures maal 100. Met de vacatureg raad kunnen vergelijkingen van het aantal vacatures tussen verschillende tijdstippen en tussen verschillende groepen worden gedaan. Doelgroep van de Vacaturetelling : bedrijven in de private sector en overheids NVs. Bedrijven : het betreft hier dezelfde definitie die voor de Bedrijventelling en de Nationale Rekeningen wordt gehanteerd. Een bedrijf moet aan drie eisen voldoe n om als bedrijf meegeteld te worden: 1. Men moet kunnen spreken van productie van goederen of diensten met het doel deze te verkopen; 2. Binnen de eenheid moet zelfstandig beheer over het productieproces worden uitgeoefend. 3. Het moet aan tenminste n van de volgende drie minimumeisen voldoen: a. er moeten gemiddeld voor tenminste 15 uur per week door n (of meer) personen werkzaamheden worden verricht, of 2

PAGE 5

Voornaamste resultaten Vacatureonderzoek 2006 b. de productie of omzet in het laatst e boekjaar bedroeg tenminste 50 duizend gulden, of c. de waarde van alle activa bedroeg ten minste 50 duizend gulden aan het eind van het laatste boekjaar De eerste voorwaarde sluit bestuursorganen, de meeste overheidsinstellingen, kerkgenootschappen en volledig gesubsidieerde (onderwijs)instellingen uit, want deze hebben over het algemeen niet het ver kopen van hun diensten als doelstelling. De tweede voorwaarde onderscheidt hoofdbedrijve n van filialen. Een bedrijf kan n of meer vestigingen bezitten. Als een bedrijf slechts n vestiging heeft, dan is die ene vestiging ook het hoofdbedrijf. Een bedrijf me t meerdere vestigingen op hetzelfde eiland heeft slechts n hoofdbedrijf; alle overige ve stigingen zijn filialen. De hoofdvestiging is de plaats waar de beslissingen voor het hele bedrijf genomen worden, normaliter is dit de vestiging waar de directie zetelt. In fi lialen worden wel goederen of diensten geproduceerd en/of verkocht, maar de beslissingen worden door het hoofdbedrijf genomen. Filiaalvestigingen op een ander eiland worden op dat eiland als bedrijf geteld. Dus een filiaal van een Curaaos bedrijf in Sint Maarten, is in Curaao niet als filiaal in de telling opgenomen, maar wordt in het bedrijvenregi ster opgenomen als een bedrijf in Sint Maarten. Punt 3 geeft een afbakening aan de onderkant van economische activiteiten en sluit alle bedrijven uit die een beperkt bedrijfsma tig karakter hebben (bijvoorbeeld hobbys). Bij de definitie van een bedrijf is ook het onderscheid tussen offshore bedrijven en lokale bedrijven van belang. Offshore bedrijven hebben een offshore ver gunning en mogen geen lokale zaken doen. De meeste worden geadministreerd door een lokaal bedrijf (vaak een trustkantoor) en betalen daar een vergoeding voor naast de winstbelasting die ze aan de overheid betalen. Een beperkt aantal offshore bedrijven heeft in de Antillen wel eigen personeel in dienst en produceert daarmee toegevoegde waarde. A lleen deze offshore bedrijven tellen mee. Offshore bedrijven worden als bedrijf geteld indien ze iemand in loondienst hebben die voor minimaal 15 uur per week betaald word t. De andere criteria zijn voor offshore ondernemingen niet toegepast. Stageplaats : arbeidsplaatsen in een bedrijf of instantie die door studenten worden ingenomen die in het kader van een afstude eropdracht aan een bepaald project werken, met het doel om aan het eind een afstudeersc riptie te schrijven. Stagiaires hebben een arbeidsovereenkomst met de werkgever in he t bedrijf, werken voor bepaalde tijd en krijgen een vaste vergoeding. Werkervaringsplaats : arbeidsplaatsen waarvoor een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd tussen werkgever en werkneme r geldt, met het doel dat de werknemer werkervaring opdoet. Bij de bedrijven wordt de term werkervaringsplaats 3

PAGE 6

Voornaamste resultaten Vacatureonderzoek 2006 genterpreteerd als zijn de arbeidsplaatsen waarvoor geen werkervaring wordt geist. In het Vacatureonderzoek wordt deze definitie aangehouden. Opleidingsniveau: voor een indeling van de opleidings niveaus wordt de indeling van de UNESCO aangehouden zoals deze in de onde rstaande staat wordt beschreven. Opleidingsniveau Omschrijving 1. Zeer Laag Geen opleiding en Kleuterschool 2. Laag Basis school en Lager voortgezet onderwijs: MAVO, LBO, VSBO en onderbouw HAVO/VWO 3. Middelbaar Hoger voortgezet onderwijs: MBO en bovenbouw HAVO/ VWO 5. Hoog Hoger Beroepsonderwijs HBO en hoger (Universiteit) 4

PAGE 7

Voornaamste resultaten Vacatureonderzoek 2006 Voornaamste resultaten Aantal vacatures en Vacaturegraad Er zijn in totaal 950 vacatures geteld. In 1998 bedroeg het aantal 889. Het aantal vacatures is ten opzichte van 1998 met 7 procent gestegen. De vacaturegraad bedraagt 2,1 en is ten opzichte van 1998 ongewijzigd gebleven. Hieruit blijkt dat het aantal vacatures, in verhouding tot het aantal werkenden, nagenoeg ongewijzigd is gebleven. Tabel 1. Aantallen werkenden, vacatures en vacaturegraad per bedrijfstak 2006 1998 Bedrijfstak Werkenden Vacatures % Vacaturegraad Werkenden Vacatures % Vacaturegraad Land/Mijnbouw 799 19 2 2.4 361 16 2 4.4 Industrie 3.330 60 6 1.8 4.357 107 12 2.5 Nutsbedrijven 802 5 1 0.6 892 15 2 1.7 Bouw 4.335 74 8 1.7 2.613 36 4 1.4 Handel 9.971 137 14 1.4 10.004 150 17 1.5 Horeca 4.297 139 15 3.2 4.164 82 9 2.0 Transporten Communicatie 2.330 37 4 1.6 3.181 39 4 1.2 Financile dienstverlening 4.544 93 10 2.0 4.194 93 10 2.2 Zakelijke dienstverlening 5.309 157 17 3.0 4.905 132 15 2.7 Particulier Onderwijs 758 10 1 1.3 448 8 1 1.8 Gezondheidszorg 4.473 112 12 2.5 3.544 73 8 2.1 Overige dienstverlening 3.460 107 11 3.1 3.433 138 16 4.0 Totaal 44.408 950 10 0 2.1 42.096 889 10 0 2.1 Aantal vacatures per bedrijfstak De zakelijke dienstverlening heeft in 2006 het grootste aantal vacatu res (157), Dit komt neer op17 procent van alle vacatures. Na de zakelijke dienstverlening is de horeca de bedrijfstak met de meeste vacatures (139, 15%), daarna de ha ndel (137, 14%), de gezondheidszorg (122, 12%) en de ov erige dienstverlening (107, 11%). Vergeleken met 1998 is er een toename van het aantal vacatures in de horeca, de gezondheidszorg en de zakelijke dienstverlenin g te zien, en een afname in de andere eerder genoemde bedrijfstakken. Ook in de bouw is het aantal v acatures toegenomen. 5

PAGE 8

Voornaamste resultaten Vacatureonderzoek 2006 Vacaturegraad per bedrijfstak De hoogste vacaturegraden (het aantal vacatu res als percentage van het aantal bezette arbeidsplaatsen) komen voor in de horeca, de overige dienstverlening en de zakelijke dienstverlening (ieder met een vacaturegraad van 3 of hoger). De bedrijven met de laagste vacaturegraden zijn de nutsbedrijven (0.6), het onderwijs (1.3) en de handel (1.4). Een vergelijking met 1998 laat zien dat veel bedrijfsta kken de vacaturegraad is afgenomen. Dit geldt vooral voor de land-/mijnbouw, de industri e, de nutsbedr ijven en de overige dienstverlening. Daarte genover registreerde de bouw een toename (1,4 naar 1,7), evenals de horeca (van 2,0 naar 3,2), trans port en communicatie (1,2 naar 1,6), de zakelijke dienstverlening (2,7 naar 3,0) en de gezondheidszorg (2,1 naar 2,5). Beroep 1 Er is vooral vraag naar functies in de dienst verlenende beroepen. Bijna 30 procent van de vraag betreft vacatures voor dienstverleners. Tabel 2. Aantal vacatures naar beroepsgroep 2006 1998 Beroepsgroep Absoluut % Absoluut % Managers/ directeuren 52 5 39 4 Deskundigen 86 9 83 9 Assistent deskundigen/supervisors 158 17 189 21 Klerken 134 14 134 15 Dienstverleners 274 29 240 27 Vaken Handwerklieden/Landbouwers 127 13 130 15 Operators 27 3 44 5 Ongeschoold 92 10 30 3 Totaal 950 100 889 100 Naast dienstverleners zijn assistent deskundige n en klerken ook veel gevraagde beroepen met percentages van respectievelijk 15 en 14 procent van alle vaca tures. Vacatures voor Vaken handwerklieden maken voor 13 pr ocent deel uit van alle vacatures. De verdeling is nagenoeg gelijk als in 1998. In 1998 was er ook voornamelijk vraag naar dienstverleners (27 procent va n alle vacatures), gevolgd do or assistent deskundigen en supervisors (21 procent), en vaklieden (15 procent). Opvallend is het relatief laag aantal vacatures voor managers, directeuren en deskundigen. Dit geldt zowel voor 1998 (4 procent) als voor 2006 (5 procent) 1 Onder dienstverleners vallen beroepen als verzorgers, kappers en veiligheidsbeambten. Klerken zijn beroepen als kantoorklerken, kassiers en baliemedewerkers. Vaklieden zijn de beroepen zoals timmerlieden, metselaars, lassers etc. 6

PAGE 9

Voornaamste resultaten Vacatureonderzoek 2006 Opleidingsniveau Uit tabel 3 blijkt dat de meerderheid van de vacatures (52 procent), vacatures betreft voor laag opgeleiden, te weten personen met een MAVO/LBO/VSBO opleiding en lager. 28 Procent vereist een middelbaar opleidings niveau (HAVO/MBO/VSBO) en 20 procent vereist HBO of hoger. Tabel 3. Vacatures naar opleidingsniveaus 2006 1998 Opleidingsniveau Absoluut % Absoluut % T/m LO 124 13 115 13 MAVO/LBO/VSBO 369 39 314 35 HAVO/MBO/SBO 267 28 244 27 HBOplus 189 20 216 25 Totaal 949 100 889 100 Ten opzichte van 1998 is de vraag naar laag opgeleiden met 4 procentpunten toegenomen. Daartegenover staat een even grote daling van het aantal vacatures met een hoge opleidingseis. Opleidingsrichting Er is in het Vacature onderzoek ook geke ken naar de vraag naar specifieke opleidingsrichtingen op de arbeidsmarkt. Uit tabel 4 blijkt dat met name vraag is naar technisch opgeleiden. Bijna 30 procent van de vacatures vereist een technische opleidingsrichting. Maar ook de vraag naar econo misch-administratief opgeleiden is hoog te noemen (27 procent). De opleidingsrichting met de minste vraag is de Sociaalverzorgende richting (verpleging, gezinsverzorging etc) (18 procent van de vacatures). Noemenswaardig is dat ruim een kwar t van de vacatures geen specifieke opleidingsrichting eist. In 1998 wa s dit percentage duidelijk hoger: 37 procent. Hieruit blijkt dat werkgevers meer zijn gaan letten op specifieke richtingen, waarbij vooral de groei in de economischadministratieve rich ting opvalt (van 19% in 1998 naar 27% in 2006) Tabel 4. Vacatures naar opleidingsrichting 2006 1998 Opleidingsrichting Absoluut % Absoluut % Geen 245 26 333 37 Technische richting 275 29 224 25 Economisch-Administratieve richting 253 27 170 19 Sociaal-verzorgende richting 172 18 156 18 NR 3 0 6 1 Totaal 948 100 889 100 7

PAGE 10

Voornaamste resultaten Vacatureonderzoek 2006 Stageplaatsen Onderwerp van maatschappelijke discussie is het issue rondom stageplaatsen op de arbeidsmarkt, de toekomstige mogelijkheden v oor het plaatsen van lokale studenten en leerlingen in stageplaatsen als mede het aantal stagiaires in bedrijven. Om tegemoet te komen aan de vraag naar meer informatie rondom deze issues heeft het CBS enkele vragen met betrekking tot stageplaatsen in het Vacatureonderzoek opgenomen. En vraag betreft hoeveel stagiaires thans werkzaam zijn in de bedrijven. De a ndere vraag betreft de toekomstige vraag naar stagiaires (d e facto het aanbod van stageplaatsen). Voor dit laatste is in he t Vacatureonderzoek ook deels onderzoek gedaan naar de bereidheid van bedrijven om lokale studenten uit het beroepsonderwijs en leerlingen die afkomstig zijn uit het project Sociale Vormi ngsplicht in hun bedrijf op te nemen en te begeleiden. De Sociale Vormingsplicht is erop gericht om kansarme jongeren, die voortijdig de school hebben verlaten, een tweede kans op de arbeidsmarkt te geven. Tevens is gekeken naar de mate waarin be drijven op de hoogte zijn van de vernieuwingen in het lokaal beroepsonderwijs en het pr oject Sociale Vormingsplicht. Aangenomen wordt dat tot op zekere hoogte de mate van berei dheid van bedrijven om stagiaires in hun bedrijf op te nemen en te begeleiden wordt benvloedt door de ma te van kennis over het onderwijssysteem. De resultaten van beid e deelonderzoeken zullen in deze en de volgende paragraaf beschreven worden. Tabel 5. Aantal Stagiaires per bedrijfstak 2006. Bedrijfstak Absoluut % Landbouw/Mijnbouw 4 0 Industrie/Nutsbedrijven 50 5 Bouw 103 11 Handel 208 22 Horeca 127 13 Transport en Communicatie 43 5 Financile Dienstverlening 45 5 Zakelijke dienstverlening 131 14 Particulier Onderwijs 2 0 Gezondheidszorg 168 18 Overige dienstverlening 69 7 Totaal 950 100 Er zijn 950 stagiaires werkzaam bij bedrij ven. Dit komt neer op ongeveer 2 procent van de werkende bevolking. Uit tabel 5 blijkt dat het grootste gedeelte werkza am is in de Handel (22 procent) en in de Gezondheidszorg (18 procent). De Zakelijke di enstverlening, de Horeca en de Bouw, volgen met respectievelijk 14, 13 en 11 procent van alle stagiaires. In 1998 is niet naar het aantal stagiaires ge vraagd, waardoor een vergelijking in de tijd niet mogelijk is. 8

PAGE 11

Voornaamste resultaten Vacatureonderzoek 2006 Verwachte vacatures en stageplaatsen Ten aanzien van de toekomstige verwachti ngen op de arbeidsmarkt is in het Vacatureonderzoek de omvang van de toekomstige vacatures gemeten. Tevens is onderzocht hoeveel hiervan stageplaatsen zij n. Eerst wordt een beschrijving gegeven van het aantal verwachte vacatures en daarna volgt een beschrijving van het aantal stageplaatsen als onderdeel van het aantal verwachte vacatures. Tabel 6. Verwachte vacatures en verwachte stageplaatsen per bedrijfstak 2006. Bedrijfstak Aantal verwachte vacatures % Waarvan verwachte stageplaatsen % Aandeel stageplaatsen op de verwachte vacatures Landbouw/Mijnbouw 69 2 5 1 7 Industrie/Nutsbedrijven 155 6 55 11 35 Bouw 383 14 47 9 12 Handel 430 15 105 20 24 Horeca 289 10 87 17 30 Transport 411 15 17 3 4 Financieel/Zakelijk 726 26 75 14 10 Overig dienstverlening 347 12 132 25 38 Totaal 2.810 100 523 100 19 Er worden in 2007 (de periode binnen een jaar na het onderzoek ) ruim 2.800 vacatures verwacht. De FinancieelZakelijke dienstve rlening is de bedrijfstak met de meeste toekomstige vacatures; in totaal 726, bijna een kwart van alle verwachte vacatures. Daarna volgen de Handel en Transport en Communicatie met respect ievelijk 430 en 411 verwachte vacatures (beiden 15 procent) en de Bouw met 383 vacatures, wat neerkomt op 14 procent van de verwachte vacatures. Voor wat betreft de stageplaatsen, wo rden er in 2007 ruim 500 posities daarvoor verwacht. Dit is bijna 20 procent van de ve rwachte vacatures. De twee bedrijfstakken met de meeste stageplaatsen zijn de Overige di enstverlening met 132 ve rwachte stageplaatsen en de Handel met 105. Per bedrijfstak kan worden nagegaan wat het aandeel verwachte stageplaatsen is in het totaal van de verwachte vacatures. De Overige dienstverlening heeft het grootste aandeel stageplaatsen, namelijk 38 procent. Van het relatief klein aandeel verwachte vacatures in de Industrie en Nutsbedrijven, is 35 procen t open voor stages. De Horeca en de Handel lopen niet ver achter met respectievelijk 30 en 24 procent stageplaatsen als onderdeel van de verwachte vacatures in die bedrijfstakken. Op de hoogte van onderwijsvernieuwing Teneinde na te gaan in hoeverre plaatsings mogelijkheden zijn voor lokale studenten en leerlingen uit het lokaal beroepsonderwijs heeft het CBS in het Vacatureonderzoek de volgende vraag opgenomen: Bent u op de hoogte van vernieuwingen in het lokaal beroepsonderwijs? 9

PAGE 12

Voornaamste resultaten Vacatureonderzoek 2006 Tabel 7. Op de hoogte van onderwijsvernieuwing? Goed op de hoogte 30% Een beetje op de hoogte 50% Helemaal niet van op de hoogte 20% Totaal 100% De resultaten van wijzen uit dat 70 procent va n de bedrijven weinig tot helemaal niet op de hoogte zijn van de vernieuwingen in he t lokaal beroepsonderw ijs en het project Sociale Vormingsplicht. Bereidheid om leerlingen te begeleiden In het Vacatureonderzoek is te vens een peiling verricht van de mate waarin bedrijven bereid zijn om leerlingen uit het lokaal be roepsonderwijs en uit het project Sociale Vormingsplicht in hun bedrijf op te nemen en te begeleiden. De vraagstelling hierbij luidt Bent u bereid om leerli ngen uit het lokaal beroepsond erwijs en/of jongeren uit de Sociale Vormingsplicht in uw bedrijf op te nemen om werkervaring op te doen? Tabel 8. Bereid zijn om leerlingen te begeleiden? Ja, uit het Beroepsonderwijs 19% Ja, uit de Sociale Vormingsplicht 3% Ja, uit beiden 35% Nee geen van beiden 43% Totaal 100% De resultaten laten zien dat 57 procent van de bedrijven bereid zijn om zowel leerlingen uit het lokaal beroepsonderwijs als uit het project Sociale Vormingsplicht in hun bedrijf op te nemen en te begeleiden. Mate van kennis en bereidheid om leerlingen te begeleiden Ten einde tot een mogelijke verklaring te komen waarom bedrijven wel of niet bereid zijn om leerlingen te begeleiden, is gekeken of er een verband bestaat tussen de mate van kennis van de onderwijsvernieuwingen en de be reidheid om leerlingen te begeleiden. Tabel 9. Mate van kennis en bereidheid om leerlingen te begeleiden Bereidheid om te begeleiden Kennis van de onderwijsvernieuwing Ja Nee Totaal Goed op de hoogte 67% 33% 100% Weinig tot helemaal niet op de hoogte 54% 46% 100% Totaal 58% 42% 100% Uit tabel 9 is geen duidelijk ve rband te zien tussen de mate van kennis en de bereidheid om leerlingen te begeleiden. Het grootste pe rcentage van de bedrijven met veel kennis over de vernieuwingen in het beroepsonderw ijs zeggen leerlingen te willen begeleiden (67 procent). Ook een (kleine) meerderheid van de bedrijven die niet goed op de hoogte is van de vernieuwingen in het lokaal be roepsonderwijs en van het project Sociale Vormingsplicht is bereid om leerli ngen te begeleiden (54 procent). 10