Citation
Voornaamste Resultaten Vakatureonderzoek 2006, Bonaire

Material Information

Title:
Voornaamste Resultaten Vakatureonderzoek 2006, Bonaire
Publication Date:

Record Information

Source Institution:
Central Bureau of Statistics Curaçao
Holding Location:
Central Bureau of Statistics Curaçao
Rights Management:
All applicable rights reserved by the source institution and holding location.

CBS Membership

Aggregations:
Central Bureau of Statistics Curaçao

Downloads

This item is only available as the following downloads:


Full Text

PAGE 1

Voornaamste Resultaten Vakatureonderzoek 2006 Bonaire

PAGE 2

www.cbs.an Bonaire: Kaya Governador Debrot 41 Tel.: 0717 8676 cbs.bon@telbonet.an Curacao: Fort Amsterdam Tel.: 4611031/4626226 info@cbs.an St.Maarten: W.G.Buncamperroad 33 Tel.: 5422355 inf@cbs.an

PAGE 3

Voornaamste resultaten vacatureonderzoek 2006 Bonaire Inleiding Een volledig systeem van arbeidsmarktstatis tieken geeft informatie over zowel het aanbod als de vraag naar arbeid. Informatie over de aanbodzijde wordt verk regen uit het Arbeidskrachtenonderzoek (AKO). Het AKO is een huishoudonderzoek. Het geeft informatie omtrent het aantal werkenden en werkzoekenden en hun kenmerken. Het Vacatureonderzoek geeft informatie over de vraag naar arbeid en de kenmerken van de vacatures en de gezochte kandidaten. In 1995 hield het CBS voor het eerst een Vaca tureonderzoek in Curaao, Bonaire en Sint Maarten. In 1988 werd dat onderzoe k herhaald, zij het dat toen geen sp rake was van een steekproefonderzoek, maar een totaaltelli ng gekoppeld aan de bedrijventelling. Om tegemoet te komen aan de behoefte aan meer en recente informatie over de vraagzijde van de arbeidsmarkt, heeft het CBS in november 2006 het Vacatureonderzoek herhaald. De betreffende informatie stelt be leidsmakers in de gelegenheid om gericht beleid te voeren op het bewerkstelligen van een goede aansluiting tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt Er dient bij de interpretatie van de result aten rekening te worden gehouden met het feit dat het Vacatureonderzoek een momentopname is. De vergelijkingen geven aan hoe de situatie was in juni 1998 ten opzichte van november 2006. Er kunnen op basis van de gepresenteerde cijfers geen conclusies worden getrokke n over hoe de vraag op de arbeidsmarkt zich gedurende de tussenliggende jaren heeft ontwikkeld. Korte samenvatting De resultaten van het Vacatureonderzoek in B onaire wijzen uit dat ten opzichte van 1998 het aantal vacatures meer dan verdubbeld is. Ook de vacaturegraad is opzichte van 1998 twee keer zo hoog (2,5 in 1998 en 5,9 in 2006). De toename van het aantal vacatures deed zich bijn a alleen in de bouw voor. Er is vooral vraag naar laag opgeleiden (t/m MAVO/LBO/VSBO) op de arbeidsmarkt. Dit betreft 65 procent van de vacatures. Ten opzichte van 1998 is het aandeel van vacat ures voor technisch opgeleiden behoorlijk gestegen; van 17 naar 47 procent. Er worden in de loop van 2007 ruim 300 nieuwe vacatures verwacht, waarbij het in 11 procent van de gevallen stageplaatsen betreffen.

PAGE 4

Voornaamste resultaten Vacatureonderzoek 2006 Ongeveer 70 procent van de bedrijven is ni et op de hoogte van de vernieuwingen in het lokaal beroepsonderwijs en van het project Sociale Vormings plicht. Uit de analyse is verder gebleken dat er geen duidelijk verban d is tussen de mate waarmee bedrijven op de hoogte en de bereidheid om leerlingen te begeleiden. Methodologie Het Vacatureonderzoek van 2006 is een steekproefonderzoek onder ongeveer 1600 bedrijven in Bonaire, Curaao en Sint.Maa rten. De bedrijven die onderzocht werden waren voor een deel kleine bedrijven (met minder dan 10 werkenden) en voor een ander deel grote bedrijven (bedrijven met 10 werk enden en meer). Uit het aantal kleine bedrijven is een steekproef ge trokken van ongeveer 10 procen t. De grote bedrijven zijn integraal geteld. Benedenstaand diagram g eeft een overzicht van het totaal aantal onderzochte bedrijven. Curaao Bonaire Sint Maarten Totaal Grote bedrijven 633 57 163 853 Kleine bedrijven 447 102 209 758 Totaal 1.080 159 372 1.611 De resultaten van het onderzoek werden aan het eind van de verwerkingsfase met het totaal aantal werkenden uit het Arbeidsk rachtenonderzoek opgehoogd. Dit leverde het totaal aantal vacatures in de populatie op. Definities: Vacatures : niet opgevulde arbeidsplaatsen wa arvoor kandidaten wordt gezocht. Hieronder vallen ook openstaande arbeidsplaatsen waarvoor kandidaten via uitzendbureaus worden gezocht, tevens ar beidplaatsen waarvoor kandidaten voor een tijdelijke dienstverband, en tevens arbe idsplaatsen voor betaalde stageplaatsen. Vacaturegraad : de vacaturegraad is een verhoudingsmaat tussen het aantal werkenden en het aantal vacatures. Het wordt gedefinieerd als het aantal werkenden gedeeld door het aantal vacatures maal 100. Met de vacatureg raad kunnen vergelijkingen van het aantal vacatures tussen verschillende tijdstippen en tussen verschillende groepen worden gedaan. Doelgroep van de Vacaturetelling : bedrijven in de private sector en overheids NVs. Bedrijven : het betreft hier dezelfde definitie die voor de Bedrijventelling en de Nationale Rekeningen wordt gehanteerd. Een bedrijf moet aan drie eisen voldoe n om als bedrijf meegeteld te worden: 1. Men moet kunnen spreken van productie van goederen of diensten met het doel deze te verkopen; 2. Binnen de eenheid moet zelfstandig beheer over het productieproces worden uitgeoefend. 3. Het moet aan tenminste n van de volgende drie minimumeisen voldoen: 2

PAGE 5

Voornaamste resultaten Vacatureonderzoek 2006 a. er moeten gemiddeld voor tenminste 15 uur per week door n (of meer) personen werkzaamheden worden verricht, of b. de productie of omzet in het laatst e boekjaar bedroeg tenminste 50 duizend gulden, of c. de waarde van alle activ a bedroeg ten minste 50 duizend gulden aan het eind van het laatste boekjaar De eerste voorwaarde sluit bestuursorganen, de meeste overheidsinstellingen, kerkgenootschappen en volledig gesubsidieerde (onderwijs)instellingen uit, want deze hebben over het algemeen niet het ver kopen van hun diensten als doelstelling. De tweede voorwaarde onderscheidt hoofdbedrijve n van filialen. Een bedrijf kan n of meer vestigingen bezitten. Als een bedrijf slechts n vestiging heeft, dan is die ene vestiging ook het hoofdbedrijf. Een bedrijf me t meerdere vestigingen op hetzelfde eiland heeft slechts n hoofdbedrijf; alle overige ve stigingen zijn filialen. De hoofdvestiging is de plaats waar de beslissingen voor het hele bedrijf genomen worden, normaliter is dit de vestiging waar de directie zetelt. In fi lialen worden wel goederen of diensten geproduceerd en/of verkocht, maar de beslissingen worden door het hoofdbedrijf genomen. Filiaalvestigingen op een ander eiland worden op dat eiland als bedrijf geteld. Dus een filiaal van een Curaaos bedrijf in St.Maarten, is in Curaao niet als filiaal in de telling opgenomen, maar wordt in het bedrijvenregi ster opgenomen als een bedrijf in Sint Maarten. Punt 3 geeft een afbakening aan de onderkant van economische activitei ten en sluit alle bedrijven uit die een beperkt bedrijfsma tig karakter hebben (bijvoorbeeld hobbys). Bij de definitie van een bedrijf is ook het onderscheid tussen offshore bedrijven en lokale bedrijven van belang. Offshore bedrijven hebben een offshore ver gunning en mogen geen lokale zaken doen. De meeste worden geadministreerd door een lokaal bedrijf (vaak een trustkantoor) en betalen daar een vergoeding voor naast de winstbelasting die ze aan de overheid betalen. Een beperkt aantal offshore bedrijven heeft in de Antillen wel eigen personeel in dienst en produceert daarmee toegevoegde waarde. A lleen deze offshore bedrijven tellen mee. Offshore bedrijven worden als bedrijf geteld indien ze iemand in loondienst hebben die voor minimaal 15 uur per week betaald word t. De andere criteria zijn voor offshore ondernemingen niet toegepast. Stageplaats : arbeidsplaatsen in een bedrijf of instantie die door studenten worden ingenomen die in het kader van een afstude eropdracht aan een bepaald project werken, met het doel om aan het eind een afstudeersc riptie te schrijven. Stagiaires hebben een arbeidsovereenkomst met de werkgever in he t bedrijf, werken voor bepaalde tijd en krijgen een vaste vergoeding. 3

PAGE 6

Voornaamste resultaten Vacatureonderzoek 2006 Werkervaringsplaats : arbeidsplaatsen waarvoor een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd tussen werkgever en werkneme r geldt, met het doel dat de werknemer werkervaring opdoet. Bij de bedrijven wordt de term werkervaringsplaats genterpreteerd als zijn de arbeidsplaatsen waarvoor geen werkervaring wordt geist. In het Vacatureonderzoek wordt deze definitie aangehouden. Opleidingsniveau: voor een indeling van de opleidings niveaus wordt de indeling van de UNESCO aangehouden zoals deze in de onde rstaande tabel staat beschreven. Opleidingsniveau Omschrijving 1. Zeer Laag Geen opleiding en Kleuterschool 2. Laag Basis school en Lager voortgezet onderwijs: MAVO, LBO, VSBO en onderbouw HAVO/VWO 3. Middelbaar Hoger voortgezet onderwijs: MBO en bovenbouw HAVO/ VWO 5. Hoog Hoger Beroepsonderwijs HBO en hoger (Universiteit) 4

PAGE 7

Voornaamste resultaten Vacatureonderzoek 2006 Voornaamste resultaten Aantal vacatures en vacaturegraad Er zijn in 2006 in totaal 261 vacatures ge teld. In 1998 bedroeg het aantal 121. Het aantal vacatures is dus ten opzichte van 1998 meer dan verdubbeld. De vacaturegraad bedraagt 5.9 en is ten opzichte van 1998 3.4 punten gestegen. Hieruit blijkt dat het aantal vacatures, in verhoudi ng tot het aantal werkenden is gestegen. Tabel 1. Aantal vacatures en vacaturegraad per bedrijfstak 2006 1998 Werkenden Vacatures % Vacaturegraad Werkenden Vacatures % Vacaturegraad Land/Mijnbouw 100 3 1 3,0 71 0 0 0,0 Industrie 120 9 3 7,5 288 2 2 0,7 Nutsbedrijven 76 9 3 0,0 114 5 40 0,0 Bouw 659 145 56 22,0 551 0 0 0,0 Handel 773 10 4 1,3 897 27 22 3,0 Horeca 858 10 4 1, 2 1100 28 23 2,5 Transport en Communicatie 433 22 8 5,1 362 7 6 1,9 Financile dienstverlening 164 3 1 1,8 178 10 8 5,6 Zakelijke dienstverlening 342 9 3 2,6 455 19 16 4,2 Particulier Onderwijs 18 0,0 27 5 4 18,5 Gezondheidszorg 375 8 3 2,1 282 4 3 1,4 Overige dienstverlening 485 33 13 6,8 449 14 12 3,1 Totaal 4.403 261 100 5,9 4.774 121 100 2,5 Aantal vacatures per bedrijfstak De bouw heeft het grootst aantal vacatures (145) Het betreft meer da n de helft (56%) van alle vacatures. Ten opzichte van het groot aa ntal vacatures in de bouw is het aantal vacatures in de overige bedrijfstakken klei n te noemen. In de land-en mijnbouw en de financile dienstverlening komen vrijwel ge ne vacatures voor en in het particulier onderwijs zijn er op het moment va n meting helemaal geen vacatures. In 1998 waren de handel en de horeca de bedrijfstakken me t de meeste vacatures. Er heeft zich sedertdien een verschuiving voorgedaan in de richting van de bouw. Vacaturegraad pe r bedrijfstak De bouw is de bedrijfstak met de hoogste vacaturegraad (22,0). Daarna volgen de industrie en overige dienstverlening met respectievelijk 7,5 en 6,8. Op het aantal werkenden zijn er in deze bedrijfstakken relatief veel vacatures. 5

PAGE 8

Voornaamste resultaten Vacatureonderzoek 2006 De bedrijfstakken met de laagste vacaturegraad zijn de horeca (1,2) en de handel (1,3) In vergelijking met 1998 is in verschillende bedrijfstakken de vacaturegraad toegenomen. Dit geldt vooral voor de bouw (van 0 naar 22). Ook in de industrie is de vacaturegraad gestegen van nagenoeg 0 naar 7.5. In de landen mijnbouw steeg de vacaturegraad van 0 naar 3. Noemenswaardig is ook de stijging in de overige dienstverlening van 3.1 naar 6.8. In de gezondheidszorg steeg de vacaturegraad licht van 1.4 naar 2.1. Beroep Er is vooral vraag naar vaken handwerklieden op de arbeidsm arkt. Bijna de helft van de vraag betreft vacatures voor Vaklieden. Tabel 2. Vacatures naar beroepsgroep 2006 1998 Beroepsgroep Aantal % Aantal % Managers/ directeuren/deskundigen 10 4 25 21 Assistent deskundigen/supervisors 23 9 29 24 Klerken/Dienstverleners 50 19 45 37 Vaken handwerklieden/operators 124 48 14 12 Ongeschoold 54 21 8 7 Totaal 261 100 121 100 Naast vaklieden worden ook ongeschoolde beroepen veel gevraagd. 21 Procent van de vacatures betreft vacatures voor ongeschoolde beroepen. Vacatures voor Dienstverleners en Klerken maken samen 19 procent deel uit van alle vacatures. De verdeling was heel anders in 1998. Toen was voornamelijk de vraag naar dienstverleners en klerken het grootst (37% van alle vacatures), gevolgd door assistent deskundigen en supervisors (24%), en manage rs en directeuren (21%). Vacatures voor vaklieden maakten in 1998 sl echts voor 12 procent deel uit van de vacatures. Opleidingsniveau Uit tabel 3 blijkt dat voor 85 procent van de vacatures een laag opleidingsniveau, tot en met MAVO/LBO/VSBO, wordt geist. 11 Procent vereist een middelbaar opleidingsniveau (HAVO/MBO/SBO) en voor slechts 3 procent wordt een op leidingseis van HBO of hoger gesteld. Tabel 3. Vacatures naar opleidingsniveau 2006 1998 Opleidingsniveau Aantal % Aantal % T/m LO 69 26 0 MAVO/LBO/VSBO 155 59 43 36 HAVO/MBO/SBO 29 11 50 41 HBO plus 8 3 28 23 Totaal 261 100 121 100 6

PAGE 9

Voornaamste resultaten Vacatureonderzoek 2006 Ten opzichte van 1998 is de vraag naar personen met een laag opleidingsniveau met 49 procentpunten toegenomen (van 36 naar 85 (26+59) %). Daartegenov er staat een daling van de vraag naar personen met een hoog opleidingsniveau met 20 procentpunten. Opleidingsrichting Er is in het Vacature onderzoek ook gekeken naar de verschillende opleidingsrichtingen op de arbeidsmarkt. Uit de resultaten blijkt dat er met name vraag is naar technisch opgeleiden. Voor ruim 45 procent van de vacatures wordt een technische opleidingsrichting vereist. Maar ook de vraag naar personen zonder een specifieke richting is relatief hoog; 41 procent. Tabel 4. Vacatures naar opleidingsrichting 2006 1998 Opleidingsrichting Aantal % Aantal % Geen 108 41 39 32 Technisch 122 47 21 17 EconomischAdministratief 5 2 26 21 Sociaalverzorgende richting 16 6 21 17 NR 10 4 14 12 Totaal 261 100 121 100 De opleidingsrichting waar het minste vraag naar is, is de economischadministratieve richting (2 procent van de vacatures). Ten opzichte van 1998 zijn het aantal vacatures waarvoor geen specifiek opleidingsrichting is vereist toegenomen, van 32 naar 41 procent. Vooral het aantal vacatures dat een technische richting vereis t is behoorlijk gestegen; van 17 naar 47 procent. Stageplaatsen Onderwerp van maatschappelijke discussie is het issue rondom stageplaatsen op de arbeidsmarkt, de toekomstige mogelijkheden v oor het plaatsen van lokale studenten en leerlingen in stageplaatsen als mede het aantal stagiaires in bedrijven. Om tegemoet te komen aan de vraag naar meer informatie rondom deze issues heeft het CBS enkele vragen met betrekking tot stageplaatsen in het Vacatureonderzoek opgenomen. En vraag betreft hoeveel stagiaires thans werkzaam zijn in de bedrijven. De a ndere vraag betreft de toekomstige vraag naar stagiaires (d e facto het aanbod van stageplaatsen). Voor dit laatste is in he t Vacatureonderzoek ook deels onderzoek gedaan naar de bereidheid van bedrijven om lokale studenten uit het beroepsonderwijs en leerlingen die afkomstig zijn uit het project Sociale Vormi ngsplicht in hun bedrijf op te nemen en te begeleiden. De Sociale Vormingsplicht is erop gericht om kansarme jongeren, die voortijdig de school hebben verlaten, een tweede kans op de arbeidsmarkt te geven. Tevens is gekeken naar de mate waarin be drijven op de hoogte zijn van de vernieuwingen in het lokaal beroepsonderwijs en het pr oject Sociale Vormingsplicht. Aangenomen 7

PAGE 10

Voornaamste resultaten Vacatureonderzoek 2006 wordt dat tot op zekere hoogte de mate van berei dheid van bedrijven om stagiaires in hun bedrijf op te nemen en te begeleiden wordt benvloedt door de ma te van kennis over het onderwijssysteem. De resultaten van beid e deelonderzoeken zullen in deze en de volgende paragraaf beschreven worden. Tabel 5. Aantal stageplaatsen per bedrijfstak 2006. Bedrijfstak Aantal % Handel 12 12 Horeca 40 40 Transport, en Communicatie 15 15 Financieel/Zakelijke diensverlening 7 7 Gezondheidszorg 22 22 Overige dienstverlening 3 3 Totaal 99 100 Er zijn in totaal 99 stagiaires werkzaam in bedrijven. Dit komt neer op ongeveer 2 procent van de werkende bevolking. Uit tabel 5 blijkt dat het grootste deel werk zaam is in de horeca (40 procent) en in de gezondheidszorg (22 procent). Transport en communicatie volgt met 15 procent van alle stagiaires. In 1998 is niet naar stagiaires gevraagd, w aardoor een vergelijking in de tijd niet mogelijk is. Verwachte vacatures en stageplaatsen Ten aanzien van de toekomstige verwachtingen op de arbeidsmarkt, is in het Vacatureonderzoek de omvang van de toekomstige vacatures gemeten. Tevens is onderzocht hoeveel hiervan stageplaatsen zij n. Eerst wordt een beschrijving gegeven van het aantal verwachte vacatures en daarna volgt een beschrijving van het aantal stageplaatsen als onderdeel van het aantal verwachte vacatures. Tabel 6. Verwachte vacatures en verwachte stageplaatsen per bedrijfstak, 2006 Bedrijfstak Aantal verwachte vacatures % Aantal verwachte stageplaatsen % Aandeel stageplaatsen op de verwachte vacatures Industrie 21 7 5 15 24 Bouw 202 65 0 Handel/Horeca 25 8 10 30 40 Transport en Communicatie 25 8 18 55 72 Financieel/Zakelijke dienstverlening 13 4 0 Gezondheidszorg/Overig 23 7 0 Totaal 309 100 33 100 11 Er worden in 2007 ruim 300 vacatures binnen een jaar na het onderzoek verwacht. De bouw is de bedrijfstak met de meeste toekomstige vacatures; ruim 200 van de 309 verwachte vacatures, dus 65 procent. Daarna vo lgen de handel en de horeca met elk 25 8

PAGE 11

Voornaamste resultaten Vacatureonderzoek 2006 verwachte vacatures; een aandeel van 8 pro cent. De industrie en de gezondheidszorg verwachten elk iets meer da n 20 vacatures (7 procent) Voor wat betreft het aantal st ageplaatsen, worden er in 2007 iets meer dan 30 verwacht. Dit is 11 procent van de verwachte vacatur es. De twee bedrijfsta kken met de meeste verwachte stageplaatsen zijn transport en co mmunicatie met ruim de helft en handel en horeca met 30 procent Per bedrijfstak is nagegaan wat het aandeel stageplaatsen is van de verwachte vacatures. Transport en communicatie heef t het grootste aandeel (72 procent). Da arna volgen de handel en de horeca met 40 procent en de industrie met een kwart van de verwachte vacatures stageplaatsen als aandeel van de vacatures. Op de hoogte van onderwijsvernieuwing Teneinde na te gaan in hoeverre plaatsings mogelijkheden zijn voor lokale studenten en leerlingen uit het lokaal beroepsonderwijs heeft het CBS in het Vacatureonderzoek de volgende vraag opgenomen: Bent u op de hoogte van vernieuwingen in het lokaal beroepsonderwijs? Tabel 7. Op de hoogte van vernieuwingen in het beroepsonderwijs. Goed op de hoogte 31% Weinig tot helemaal niet op de hoogte 69% Totaal 100% De resultaten wijzen uit dat bijna 70 procent van de bedrijven weinig tot helemaal niet op de hoogte zijn van de vernieuwingen in he t lokaal beroepsonderw ijs en het project Sociale Vormingsplicht. Bereidheid om leerlingen te begeleiden In het Vacatureonderzoek is te vens een peiling verricht van de mate waarin bedrijven bereid zijn om leerlingen uit het lokaal beroepsonderwijs en het project Sociale Vormingsplicht in hun bedrijf op te nemen en te begeleiden. De vraagstelling hierbij luidt Bent u bereid om leerli ngen uit het lokaal beroepsond erwijs en/of jongeren uit de Sociale Vormingsplicht in uw bedrijf op te nemen om werkervaring op te doen? Tabel 8. Bereidheid om leerlingen te begeleiden. Ja wel bereid 58% Niet bereid 42% Totaal 100% Het blijkt dat 58 procent van de bedrijven bereid is om zowel leerlingen uit het lokaal beroepsonderwijs als uit het project Sociale Vormingsplicht in hun bedrijf op te nemen en te begeleiden. 9

PAGE 12

Voornaamste resultaten Vacatureonderzoek 2006 Mate van Kennis en Bereidheid om leerlingen te begeleiden Ten einde tot een mogelijke verklaring te komen waarom bedrijven wel of niet bereid zijn leerlingen te begeleiden, is ge keken of er een verband bestaa t tussen de mate van kennis van de onderwijsvernieuwingen en de berei dheid om leerlingen te begeleiden. Tabel 9. Mate van kennis onderwijsvernieuwing en bereidheid om te begeleiden Bereidheid te begeleiden Op de hoogte van onderwijsvernieuwing Ja Nee Totaal Goed op de hoogte 76% 24% 100% Weinig tot helemaal niet op de hoogte 51% 49% 100% Totaal 58% 42% 100% Uit deze resultaten is een rede lijk verband te zien tussen de mate van kennis van de onderwijsvernieuwing en de bereidheid om l eerlingen te begeleide n. Het percentage van de bedrijven met veel kennis over de vern ieuwingen in het beroepsonderwijs zeggen leerlingen te willen begeleiden bedraagt 76 pro cent. Een kleiner deel van de bedrijven die niet goed op de hoogte zijn van de vernieuwingen in het beroepsonderwijs en van het project Sociale Vormingsplicht is bereid om leerlingen te begeleiden (51 procent). 10