Citation
Voornaamste Resultaten Vakatureonderzoek 2006, St.Maarten

Material Information

Title:
Voornaamste Resultaten Vakatureonderzoek 2006, St.Maarten
Publication Date:

Record Information

Source Institution:
Central Bureau of Statistics Curaçao
Holding Location:
Central Bureau of Statistics Curaçao
Rights Management:
All applicable rights reserved by the source institution and holding location.

CBS Membership

Aggregations:
Central Bureau of Statistics Curaçao

Downloads

This item is only available as the following downloads:


Full Text

PAGE 1

Voornaamste Resultaten Vakatureonderzoek 2006 St.Maarten

PAGE 2

www.cbs.an Bonaire: Kaya Governador Debrot 41 Tel.: 0717 8676 cbs.bon@telbonet.an Curacao: Fort Amsterdam Tel.: 4611031/4626226 info@cbs.an St.Maarten: W.G.Buncamperroad 33 Tel.: 5422355 inf@cbs.an

PAGE 3

Voornaamste resultaten vacatureonderzoek 2006 Sint Maarten Inleiding Een volledig systeem van arbeidsmarktstatistieken geeft informatie over zowel het aanbod als de vraag naar arbeid. Informatie over de aanbodzijde wordt verkregen uit het Arbeidskrachtenonderzoek (AKO). Het AKO is een huishoudonderzoek. Het geeft informatie omtrent het aantal werkenden en werkzoekenden en hun kenmerken. Het Vacatureonderzoek geeft informatie over de vraag naar arbeid en de kenmerken van de vacatures en de gezochte kandidaten In 1995 hield het CBS voor het eerst een Vacatureonderzoek in Curaao, Bonaire en Sint Maarten. In 1988 werd dat onderzoek herhaald, zij het dat toen geen sprake was van een steekproefonderzoek, maar een totaaltelling gekoppeld aan de bedrijventelling. Om tegemoet te komen aan de behoefte aan meer en recente informatie over de vraagzijde van de arbeidsmarkt, heeft he t CBS in november 2006 het Vacatureonderzoek herhaald. De betreffende informatie stelt be leidsmakers in de gelegenheid om gericht beleid te voeren op het bewerkstelligen van een goede aansluiting tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt Om tegemoet te komen aan de behoefte aan meer en recente informatie over de vraagzijde van de arbeidsmarkt, heeft he t CBS in november 2006 het Vacatureonderzoek herhaald. Het betrof een steekproefonderzoek onder bedrijven zoals het geval was geweest in 1995. Er dient bij de interpretatie van de resulta ten rekening te worden gehouden met het feit dat het Vacatureonderzoek een momentopname is. De vergelijkingen in dit document geven aan hoe de situatie was in juni 1998 ten opzichte van november 2006. Er kunnen op basis van de gepresenteerde cijfers geen conclusies worden getrokken over hoe de vraag op de arbeidsmarkt zich gedurende de tussenliggend jaren heeft ontwikkeld. Korte samenvatting De resultaten van het Vacatureonderzoek in Sint Maarten wijzen uit dat er ten opzichte van 1998 veel vacatures bij zijn gekomen. Het gaat hierbij vooral om een toename van het aantal vacatures in de bouw. Ook de hande l, transport, gezondheidszorg en de overige dienstverlening registreerden een toename in he t aantal vacatures. De vacaturegraad steeg van 2.1 in 1998 naar 4.1 in 2006. De vraag naar type opleidingen op de arbeidsmarkt is vooral gericht op laag opgeleiden (t/m MAVO/LBO/VSBO). Het gaat hier om 65 procent van de vacatures.

PAGE 4

Voornaamste resultaten Vacatureonderzoek 2006 2 Er is een verschuiving waar te nemen van een vraag naar overwegend personen zonder specifieke opleidingsrichting in 1998 naar een vraag naar personen met een specifieke opleidingsrichting in 2006. Hierbij neemt de vraag naar technisch opgeleiden de eerste plaats in (35 procent van alle vacatures). Er worden in de loop van 2007 bijna 440 nieuwe vacatures verwacht, waarvan 1 procent stageplaatsen zal zijn. Ongeveer 65 procent van de bedrijven is niet op de hoogte van noch vernieuwingen in het lokaal beroepsonderwijs noch van het project Sociale Vormingsplicht. Uit analyse is gebleken dat er een positief verband bestaat tussen op de hoogte zijn en de bereidheid om leerlingen te begeleiden. Methodologie Het Vacatureonderzoek van 2006 is een steekproefonderzoek onder ongeveer 1600 bedrijven in Bonaire, Curaao en Sint.Maarten. Uit de kleine bedrijven (met minder dan 10 werkenden) is een steekproef getrokken. De grote bedrijven zijn integraal geteld. Benedenstaand diagram geeft een overzicht van het totaal aantal onderzochte bedrijven. Curaao Bonaire Sint Maarten Totaal Grote bedrijven 633 57 163 853 Kleine bedrijven 447 102 209 758 Totaal 1.080 159 372 1.611 De resultaten van het onderzoek werden aa n het eind van de verwerkingsfase met het totaal aantal werkenden uit het Arbeidskrachtenonderzoek opgehoogd. Dit leverde het totaal aantal vacatures in de populatie op. Definities: Vacatures : vacatures zijn niet opgevulde arbeidsplaatsen waarvoor kandidaten wordt gezocht. Hieronder vallen ook: -openstaande arbeidsplaatsen waarvoor kandidaten van uitzendbureaus worden gezocht, tevens arbeidplaatsen waarvoor kandidaten voo r een tijdelijke dienstverband, en tevens arbeidsplaatsen voor betaalde stageplaatsen. Vacaturegraad :de vacatures in de steekproef worden opgehoogd met het aantal werkenden uit de Arbeidskrachtenonderzoeken om tot een schatting van het totaal aantal vacatures in de populatie te komen. De va caturegraad is een verhoudingsmaat tussen het aantal werkenden en het aantal vacatures, en wordt gedefinierd als het aantal werkenden gedeeld door het aantal vacatures maal 100.Met de vacaturegraad kunnen vergelijkingen tussen tijdstippen en tussen groepen worden gedaan. Doelgroep van de Vakaturetelling : bedrijven in de private sector en overheids NVs.

PAGE 5

Voornaamste resultaten Vacatureonderzoek 2006 3 Bedrijven : de definitie van de Vacaturetelling is dezelfde definitie die voor de Bedrijventelling werd gehanteerd en die thans ook door de nationale rekeningen statistieken wordt gehanteerd. Een bedrijf moet aan drie eisen voldoen om als bedrijf meegeteld te worden: 1. Men moet kunnen spreken van productie van goederen of diensten met het doel deze te verkopen; 2. Binnen de eenheid moet zelfstandig beheer over het productieproces worden uitgeoefend. 3. Het moet aan tenminste n van de volgende drie minimumeisen voldoen: a. er moeten gemiddeld voor tenminste 15 uur per week door n (of meer) personen werkzaamheden worden verricht, of b. de productie of omzet in het laatst e boekjaar bedroeg tenminste 50 duizend gulden, of c. de waarde van alle activa bedroeg ten minste 50 duizend gulden aan het eind van het laatste boekjaar De eerste voorwaarde sluit bestuursorganen, de meeste overheidsinstellingen, kerkgenootschappen en volledig gesubsidieerde (onderwijs)instellingen uit, want deze hebben over het algemeen niet het verkopen van hun diensten als doelstelling. De tweede voorwaarde onderscheidt hoofdbedrijven van filialen. Een bedrijf kan n of meer vestigingen bezitten. Als een bedrijf sl echts n vestiging heeft, dan is die ene vestiging ook het hoofdbedrijf. Een bedrijf met meerdere vestigingen op hetzelfde eiland heeft slechts n hoofdbedrijf; alle overige vestigingen zijn filialen. De hoofdvestiging is de plaats waar de beslissingen voor het hele bedrijf genomen worden, normaliter is dit de vestiging waar de directie zetelt. In filialen worden wel goederen of diensten geproduceerd en/of verkocht, maar de beslissingen worden door het hoofdbedrijf genomen. Filiaalvestigingen op een ander eiland worden op dat eiland als bedrijf geteld. Dus een filiaal van een Curaaos bedrijf in St.Maarten, is in Curaao niet als filiaal in de telling opgenomen, maar wordt in het bedrijvenregister opgenomen als een bedrijf in St.Maarten. Punt 3 geeft een afbakening aan de onderkant van economische activiteiten en sluit alle bedrijven uit die een beperkt bedrijfsmatig karakter hebben (zoals hobbyisten) Bij de definitie van een bedrijf is ook het onde rscheid tussen offshore bedrijven en lokale bedrijven van belang. Offshore bedrijven hebben een offshore vergunning en mogen geen lokale zaken doen. De meeste worden geadministreerd door een lokaal bedrijf (vaak een trustkantoor) en betalen daar een vergoeding voor naast de winstbelasting die ze aan de overheid betalen. Een beperkt aantal offshore bedrijven heeft in de Antillen wel eigen personeel in dienst en produceert daarmee toegevoegde waarde. Alleen deze offshore bedrijven tellen mee. Offshore bedrijven worden als bedrijf geteld indien ze iemand in loondienst hebben die

PAGE 6

Voornaamste resultaten Vacatureonderzoek 2006 4 voor minimaal 15 uur per week betaald wordt. De andere criteria zijn voor offshore ondernemingen niet toegepast. Stageplaats : arbeidsplaatsen die door studenten worden ingenomen die in het kader van een afstudeeropdracht werken aan een bepaald project in een bedrijf of instantie, met het doel om aan het eind een afstudeerscriptie te schrijven. Stagiaires hebben een arbeidsovereenkomst met de werkgever in het bedrijf, werken voor een bepaalde tijd en krijgen een vaste vergoeding. Werkervaringsplaats : arbeidsplaatsen waarvoor geldt een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd tussen werkgever en werknemer, met het doel dat de werknemer werkervaring opdoet. Bij de bedrijven wordt de term werkervaringsplaats genterpreteerd als zijnde arbeidsplaatsen waarvoor geen werkervaring wordt geist. In het Vacatureonderzoek wordt deze definitie aangehouden. Opleidingsniveau: voor een definitie van de opleidingsniveaus wordt het niveau indeling van de UNESCO aangehouden zoals deze in het onderstaand tabel, afkomstig uit de CBS Census publicatie over de werkzoekenden, staan beschreven. Opleidingsniveau Omschrijving 1. Zeer Laag Geen opleiding en Kleuterschool 2. Laag Basis school en Lager voortgezet onderwijs: MAVO, LBO, VSBO en onderbouw HAVO/VWO 3. Middelbaar Hoger voortgezet onderwijs: MBO en bovenbouw HAVO/ VWO 5. Hoog Hoger Beroepsonderwijs HBO en hoger (Universiteit)

PAGE 7

Voornaamste resultaten Vacatureonderzoek 2006 5Voornaamste resultaten Aantal vacatures en Vacaturegraad Het aantal vacatures is ten opzichte van juni 1998 meer dan verdubbeld. Er zijn in totaal 620 vacatures geteld. In 1998 bedroeg het aantal 267. De vacaturegraad is 4.1 en is ten opzichte van 1998 met 2 punten toegenomen. Dit betekent dat het aantal vacatures ten opzichte van het aantal werkenden is toegenomen. Tabel 1. Aantal vacatures en vacaturegraad naar bedrijfstak 2006 1998 werkenden vacatures % vacaturegraad werkenden vacatur es % vacaturegraad Land/Mijnbouw 232 6 1 2,6 16 10 4 62,5 Industrie 451 16 3 3,5 350 16 6 4,6 Nuts 230 3 0 1,3 224 5 2 2,2 Bouw 1.743 168 27 9,6 688 7 3 1,0 Handel 3.772 147 24 3,9 3.823 61 23 1,6 Horeca 2.678 73 12 2,7 3.025 71 27 2,3 Transport 1.029 28 5 2,7 1.075 11 4 1,0 Financile dienstverlening 725 3 0 0,4 540 5 2 0,9 Zakelijke dienstverlening 1.538 32 5 2,1 1.486 28 10 1,9 Onderwijs 91 3 0 3,3 64 9 3 14,1 Gezondheidszorg 596 32 5 5,4 426 14 5 3,3 Overige dienstverlening 2.032 109 18 5,4 1.211 30 11 2,5 Totaal 15.117 620 10 0 4,1 12.928 267 10 0 2,1 Aantal vacatures naar bedrijfstak De bedrijfstak met het grootste aantal vacatures is de bouw. Er zijn in de bouw in totaal 168 vacatures geteld, hetgeen neerkomt op 27 pro cent van alle vacatures. Na de bouw is de handel de bedrijfstak met de meeste vacatures (147 vacatures, 24%). Daarna volgt de overige dienstverlening (109, 18%). Onder deze bedrijfstak vallen een diversiteit van activiteiten zoals radioen televisiestations, nachtclubs, discoteken, fitness centra, nummerkantoren, wasserijen en schoonheidssalons. De nutsbedrijven, financile dienstverlening (zoals banken en verzekeringsmaatschappijen) en het particuliere onderwijs hebben op het moment van meting nauwelijks vacatures. Ten opzichte van 1998 zijn er op bedrijfstakniveau verschuivingen waar te nemen. In de bouw waren er in dat jaar nauwelijks vacatures opgegeven. In 2006 zijn juist daar de

PAGE 8

Voornaamste resultaten Vacatureonderzoek 2006 6 meeste vacatures te vinden. Tegelijkertijd is in deze bedrijfstak de werkgelegenheid sterk toegenomen. In de handel is het aantal vacatures meer dan verdubbeld, en in de overige dienstverlening zelfs verdriedubbeld, terwijl in de horeca het aantal vacatures vrijwel gelijk is gebleven. Vacaturegraad naar bedrijfstak De vacaturegraad, het aantal vacatures als percentage van het aantal bezette arbeidsplaatsen, is het hoogste in de bouw: 9,6. Daarna volgen de gezondheidszorg, de handel en de industrie met vacaturegraden van respectievelijk 5,4, 3,9 en 3,5. De bedrijven met de laagste vacaturegraden zijn de financile dienstverlening en de nutsbedrijven. Een vergelijking met 1998 laat zien dat in verschillende bedrijfstakken de vacaturegraden zijn afgenomen. Dit geldt vooral voor de landen mijnbouw (nam af van 62,5 naar 2,6) en ook voor het particulier onderwijs (daalde van 14,1 naar 3,3). Ook in de industrie en in de nutsbedrijven is er sprake van een daling. Daarentegen nam de vacaturegraad in de bouw opmerkelijk toe (van 1,0 in 1998 naar 9,6 in 2006). De handel registreerde een toename van de vacaturegraad van 1,6 naar 3,9. Beroep Uit de resultaten van het onderzoek is naar voren gekomen dat op de arbeidsmarkt met name vraag is naar vaken handwerklieden zoals timmerlieden, metselaars, etc. Meer dan 30 procent van de vacatures betreft vacatures voor Vaklieden (zie tabel 2). Tabel 2 Vacatures naar beroep 2006 1998 Aantal % Aantal % Managers/directeuren 27 4 9 3 Deskundigen 25 4 21 8 Assistent deskundigen/Voormannen 52 8 63 24 Klerken 108 17 60 22 Dienstverleners 138 22 60 22 Vaken Handwerklieden/Landbouwers 207 33 23 9 Operators 6 1 5 2 Ongeschoold 57 9 26 10 Totaal 620 100 267 100 Uit de tabel blijkt ook dat dienstverleners en klerken veelgevraagde typen beroepen zijn (respectievelijk 22 en 17% van het totaal aantal vacatures) Onder dienstverleners vallen beroepen als verzorgers, kappers en veiligheidsbeambten. Onder klerken kunnen worden verstaan kantoorklerken, kassiers en baliemedewerkers. Formatted: Bullets and Numbering

PAGE 9

Voornaamste resultaten Vacatureonderzoek 2006 7 De verdeling lag anders in 1998. In 1998 was de vraag naar assistent deskundigen en supervisors (waaronder beroepen zoals assistent computerdeskundigen, medische assistenten, verpleegsters etc) hoog, 24 procent van alle vacatures, gevolgd door klerken en dienstverleners met elk 22 procent. Het aandeel vacatures voor vaklieden is ten opzichte van 1998 aanzienlijk gestegen, hetgeen te verwachten was, gezien de stijging van het aantal vacatures in de Bouw. Het percentage vacatures voor vaklieden steeg van 9 naar 33 procent. Opvallend is het laag aandeel vacatures voor managers, directeuren en deskundigen. Deze laatste groep daalde zelfs van 8 naar 4 procent. Opleidingsniveau Uit tabel 3 blijkt dat 65 procent van de vacatures functies voor laag opgeleiden betreft. Dit betreft vacatures dat een MAVO/LBO/VSBO opleiding of lager vereiste. 22 procent vereist een middelbaar opleidingsniveau (H AVO/MBO/SBO) en 14 procent vereist een hoog opleidingsniveau (HBO of hoger). Tabel 3. Vacatures naar opleidingsniveau 2006 % 1998 % T/m LO 66 11 9 3 MAVO/LBO/VSBO 335 54 38 14 HAVO/MBO/SBO 134 22 69 26 HBO plus 84 14 151 57 Totaal 620 100 267 100 Ten opzichte van 1998 is in 2006 de vraag naar personen met een laag opleidingsniveau behoorlijk gestegen (van in totaal 17 naar 65 procent). Daartegenover staat een daling van het aantal vacatures dat een hoog opleidingsniveau vereist (van 57 naar 14 procent). De invloed van de gestegen vraag naar vaklieden in de bouw is hier duidelijk merkbaar. Opleidingsrichting Er is in het Vacature onderzoek ook gekeken naar de vraag verschillende opleidingsrichtingen op de arbeidsmarkt. Uit de resultaten is naar voren gekomen dat er met name vraag is naar personen zonder een specifieke eis met betrekking tot de opleidingsrichting (44%) Daar waar de vacat ures wel een specifieke opleidingsrichting vereisen, betreft het met name de technische richtingen. Dit geldt voor 35 procent van de vacatures. Tabel 4. Vacatures naar opleidingsrichting 2006 % 1998 % Geen 272 44 184 69 Technisch 215 35 37 14 Economisch-Administratief 66 11 22 8 Sociaal-verzorgend 67 11 24 9 Overig/Maakt niet uit Totaal 620 100 267 100 Formatted: Bullets and Numbering Formatted: Bullets and Numbering

PAGE 10

Voornaamste resultaten Vacatureonderzoek 2006 8 De opleidingsrichtingen waar de minste vraag naar is, zijn de economischadministratieve richting en de sociaalverz orgende richting, elk met een percentage van 11 procent. De toename van het aantal vacatures tussen 1988 en 2006 had meer dan voorheen betrekking op functies waar een opleiding in een specifieke richting gevraagd wordt. In 1998 had 69 procent van de vacatures betr ekking op functies waar geen specifieke opleidingsrichting voor geist werd. In 2006 is dit percentage tot 44 procent gedaald. Daartegenover staat een stijging van het percentage vacatures met een specifieke opleidingsrichting als vereiste. Het percentage vacatures met een technische opleiding steeg het meest van 14 naar 35 procent. Stageplaatsen Een issue van maatschappelijke discussie is de issue rondom stageplaatsen op de arbeidsmarkt, waarbij ook over de toekomstige mogelijkheden voor het plaatsen van lokale studenten in stageplaatsen onzekerheid heerst. Om tegemoet te komen aan de vraag naar meer informatie rondom deze kwestie heeft het CBS enkele vragen met betrekking tot stageplaatsen in het Vacatureonderzoek opgenomen. En vraag betreft hoeveel stagiaires thans werkzaam zijn in bedrijven. De ander vraag betrof de toekomstige vraag naar stagiaires (de facto het aanbod van stageplaatsen). Voor dit laatste is in het vacatureonderzoek ook deels onderzocht in hoeverre bedrijven bereid zijn om lokale studenten uit het beroepsonderwijs en leerlingen die afkomstig zijn in het project Sociale Vormingsplicht in hun bedrijf op te nemen en te begeleiden. Tevens is onderzocht in hoeverre bedrijven op de hoogte zijn van de vernieuwingen in het lokaal beroepsonderwijs en van het project Sociale Vormingsplicht. Want dit kan tot op zekere hoogte de mate van bereidheid van bedrijven om stagiaires in hun bedrijf op te nemen benvloeden. De resultaten van be ide deelonderzoeken zullen in deze en de volgende paragrafen beschreven worden. Tabel 5. Aantal stageplaatsen naar bedrijfstak Bedrijfstak 2006 Percentages Land/Mijnbouw 6 3 Industrie/Nuts 6 3 Bouw 17 9 Handel 30 16 Horeca 42 23 Transport 6 3 Financile dienstverlening 10 5 Zakelijke dienstverlening 25 14 Gezondheidszorg 11 6 Overig dienstverlening 29 16 Totaal 182 100 Formatted: Bullets and Numbering

PAGE 11

Voornaamste resultaten Vacatureonderzoek 2006 9 Uit de resultaten van het onderzoek naar het aantal stagiaires is naar voren gekomen dat per november 2006 182 stagiaires werkzaam zijn in het bedrijfsleven. Dit komt neer op ongeveer 1 procent van de werkende bevolking. Uit tabel 5 blijkt dat het grootste deel werkzaam is in de horeca (23%) de handel (16%), de overige dienstverlening (eveneens 16%) en de zakelijke dienstverlening (14%). In 1998 is niet naar stagiaires gevraagd, waardoor geen vergelijking in de tijd mogelijk is. Verwachte vacatures en stageplaatsen In het kader van informatie verstrekking over toekomstige verwachtingen op de arbeidsmarkt, is in het Vacatureonderzoek en vraag hieromtrent opgenomen. Onderdeel van deze vraag betreft hoeveel van de toekom stige vacatures stageplaatsen zullen zijn. Vervolgens wordt eerst een beschrijving gegeven van het aantal verwachte vacatures en daarna een beschrijving van hoeveel van deze vacatures stageplaatsen zullen zijn. Tabel 6. Verwachte vacatures en verwachte stageplaatsen naar bedrijfstak, 2006 Aantal Verwachte vacatures % Aantal verwachte stageplaatsen Aandeel stageplaatsen van de verwachte vacatures Industrie/ Nutsbedrijven 5 1 Bouwbedrijven 55 13 Handel 134 31 26 19 Horeca 114 26 18 16 Transport en Communicatie 18 4 5 28 Financile dienstverlening 11 3 Zakelijke dienstverlening 59 13 Overig 43 10 9 21 Totaal 439 100 58 13 Er worden in totaal 439 vacatures in de toekomst (d.i. Binnen een jaar na het onderzoek) verwacht. De resultaten in tabel 6 wijzen uit dat de handel de meeste vacatures verwacht (134, 31% van het totaal) daarna volgt de horeca (114, 26%). Ook de bouw en de zakelijke dienstverlening zijn vermeldenswaardig, beiden met 13 procent van alle verwachte vacatures. Het aantal verwachte stageplaatsen is laag te noemen. In totaal wordt niet meer dan 60 toekomstige stageplaatsen verwacht. Deze komen nagenoeg alleen in de handel en de horeca voor. Als het aantal verwachte stageplaatsen in verhouding tot het aantal vacatures wordt genomen, dan valt in tabel 7 op dat hoewel tr ansport in vergelijking een klein aantal vacatures verwacht (18), het aandeel stagep laatsen is relatief hoog (28% van de 18 verwachte vacatures betreffen stageplaatsen). Ook de overige dienstverlening heeft een relatief groot aandeel van 21 procent. De handel en de horeca volgen met respectievelijk 19 en 16 procent van het aantal verwachte vacatures in die bedrijfstakken. Formatted: Bullets and Numbering

PAGE 12

Voornaamste resultaten Vacatureonderzoek 2006 10 Op de hoogte van onderwijsvernieuwing Om tegemoet te komen aan de behoefte na ar meer informatie over de toekomstige mogelijkheden voor lokale stagiaires op de arbeidsmarkt is, zoals al aangegeven, in het Vacatureonderzoek onderzoek gedaan naar kennis over het nieuwe onderwijssysteem en de bereidheid om leerlingen te begeleiden. De twee vragen in het Vacatureonderzoek daaromtrent luiden Bent u op de hoogte van vernieuwingen in het lokaal beroepsonderwijs? en Bent u bereid om leerlingen uit het lokaal beroepsonderwijs en/of jongeren uit de Sociale Vormingsplicht in uw bedrijf op te nemen om werkervaring op te doen? Tabel 7. Op de hoogte van vernieuwingen in het beroepsonderwijs Goed op de hoogte 33% Een beetje op de hoogte 25% Helemaal niet op de hoogte 42% Totaal 100% De resultaten in tabel 7 wijzen uit dat in z ijn algemeenheid bedrijven relatief weinig op de hoogte zijn van de vernieuwingen in het lokaal beroepsonderwijs en van het project Sociale Vormingsplicht: 67 procent is niet of slechts een beetje op de hoogte. Bereidheid om leerlin gen te begeleiden In het Vacatureonderzoek is tevens een peiling gedaan in hoeverre bedrijven bereid zijn om leerlingen uit het lokaal beroepsonderwijs en uit het project Sociale Vormingsplicht in hun bedrijf te begeleiden. Tabel 8. Bereidheid om leerlingen te begeleiden Ja, uit het lokaal beroepsonderwijs 12% Ja, uit de SocialeVormingsplicht 1% Ja, uit beiden 59% Nee uit geen van beiden 27% Totaal 100% Uit de antwoorden op deze vraag is naar voren gekomen dat een relatief groot aantal bedrijven, in totaal 72 procent, bereid is om leerlingen in hun bedrijf op te nemen en te begeleiden. Mate van Kennis en Bereidheid Een analyse naar de mogelijke achtergronden van de redenen waarom bedrijven wel of niet bereid zijn om leerlingen te begeleiden, is een analyse gedaan naar een mogelijk verband tussen mate van kennis en de bereidheid om leerlingen te begeleiden. Daarbij is de hypothese dat de mate kennis over de vernieuwingen in het lokaal beroepsonderwijs bepaalt de mate van bereidheid om leerlingen te begeleiden.

PAGE 13

Voornaamste resultaten Vacatureonderzoek 2006 11 Tabel 9. Bereidheid om leerlingen te begeleiden en mate van kennis onderwijsvernieuwing Bereidheid om te begeleiden Op de hoogte van onderwijsvernieuwing Ja Nee Totaal Veel van op de hoogte 78% 22% 100% Niet van op de hoogte 70% 30% 100% Totaal 73% 27% 100% Uit tabel 9 komt geen duidelijk verband tussen veel kennis en bereidheid om leerlingen te begeleiden naar voren. Het grootste percentage (78 procent) van de bedrijven met veel kennis over de vernieuwingen in het beroepsonderwijs zijn bereid om leerlingen te begeleiden. Maar ook voor de bedrijven die niet goed op de hoogte zijn van de vernieuwingen in het lokaal beroepsonderwijs geldt dat het grootste gedeelte (70 procent) bereid is om leerlingen te begeleiden. Formatted: Bullets and Numbering