Citation
Woningbehoefte Onderzoek Curaçao 2016

Material Information

Title:
Woningbehoefte Onderzoek Curaçao 2016

Record Information

Source Institution:
Central Bureau of Statistics Curaçao
Holding Location:
Central Bureau of Statistics Curaçao
Rights Management:
All applicable rights reserved by the source institution and holding location.

CBS Membership

Aggregations:
Central Bureau of Statistics Curaçao

Downloads

This item is only available as the following downloads:


Full Text

PAGE 2

Woningbehoefte onderzoek Curaao 2016 Centraal Bureau voor de Statistiek Curao, April 2018

PAGE 3

Woningbehoefte onderzoek Curaao 2016 2 C entraal Bureau voor de Statistiek Cuao Adres: WTC Building, Piscaderabay z/n Telefoonnr: (599 9) 8392300 Email: info@cbs.cw Website: www.cbs.cw www.digitallibrary.c bs.cw Facebook: www.facebook.cw/cbscur Copyright Willemstad, Centraal Bureau voor de Statistiek, 2018 De inhoud van deze publicatie kan worden geciteeerd, mits de bron nauwkeurig en duidelijk wordt vermeld ISBN: 978 99904 5 119 1

PAGE 4

Woningbehoefte onderzoek Curaao 2016 3 VOOR WOORD De Curaose woningmarkt wordt gekenmerkt door e en structureel won ingtekort. Illustratief hiervoor zijn de lange wachtlijsten en wachttijden die gelden voor een huurwoning/erfpachtkavel bij de F undashon K as P opular (FKP /Domeinbeheer. Tegelijkertijd is de constatering dat sprake is van een onderbenutting van woningen. Dit komt tot uiting in de hoge woningleegstand di e zich in de gemeenschap voor doet Een consistent en scherp beeld van de achterliggende motieven voor het woningtekort en de woningleegstand ontbreken op dit moment. Om een bijdrage te kunnen leveren in het scheppen van transparantie over de toestand waa rin de woningmarkt verkeert, heeft het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) zich daarom voorgenomen om de marktkrachten te belichten. Dit betekent dat onderzoek zal worden verricht naar de heersende vraag naar en het bestaande aanbod aan woningen. Di t rapport is het resultaat van de eerste van een drietal onderzoeken die in dit kader word en uitgevoerd. In onderhavig onderzoek wordt de vraagzijde van de woningmarkt bestudeerd. Dit geschiedt middels een woningbehoefteonderzoek (WBO). In een volgend onde rzoek wordt de aanbodzijde onder de loep genomen. Hiertoe wordt een telling van leegstaande woningen uitgevoerd. De resultaten van deze twee onderzoeken worden bij elkaar gebracht in een derde onderzoek (het woningmarktonderzoek), waarin vraag en aanbod me t elkaar worden geconfronteerd en het bestaande evenwicht tussen deze marktkrachten zal worden gepresenteerd. Een woord van dank gaat uit naar ieder die zijn medewerking heeft verleend aan de realisering van dit onderzoek en de totstandkoming van dit rap port. In het bijzonder wordt collega Ameer Hek genoemd, die met zijn technische en methodologische ondersteuning een belangrijke bijdrage heeft geleverd.

PAGE 5

Woningbehoefte onderzoek Curaao 2016 4 INHOUD VOORWOORD ................................ ................................ ................................ ................................ ......................... 3 SAMENVATTING ................................ ................................ ................................ ................................ ............... 6 RESMEN ................................ ................................ ................................ ................................ ............................ 8 SUMMARY ................................ ................................ ................................ ................................ ......................... 10 BEGRIPPENLIJST ................................ ................................ ................................ ................................ .............. 12 HOOFDSTUK 1: INLEIDING ................................ ................................ ................................ .......................... 13 HOOFDSTUK 2: BESCHRIJVING STEEKPROEFPOPULATIE ................................ ................................ .. 18 2.1 Algemene kenmerken van de steekproefpopulatie ................................ ................................ ......... 18 2.2 De woonsituatie ................................ ................................ ................................ ................................ ...... 24 2.3 Beoordeling van woonsituatie ................................ ................................ ................................ .............. 31 2.4 Tot slot ................................ ................................ ................................ ................................ ...................... 34 HOOFDSTUK 3: DE WONINGBEHOEFTE ................................ ................................ ................................ .. 36 3.1 Wie zijn de woningbehoeftigen ................................ ................................ ................................ ........... 37 3.2 Woningbehoefte naar inkomen ................................ ................................ ................................ ........... 40 3.3 De woningbehoefte naar marksegmenten ................................ ................................ ......................... 41 3.4 Woonwensen ................................ ................................ ................................ ................................ ........... 42 3.5 Urgentie van de woningbehoefte ................................ ................................ ................................ ........ 48 3.6 Tot slot ................................ ................................ ................................ ................................ ...................... 48 GERAADPLEEGDE BRONNEN ................................ ................................ ................................ ..................... 50

PAGE 6

Woningbehoefte onderzoek Curaao 2016 5 L IJST VAN FIGUREN EN TABELLEN Figuur 1: Vergelijking leeftijdsopbouw (onderzoekspopulaties 2008 2019) ................................ ...................... 19 Figuur 2: Vergelijking geslachtsverdeling (onderzoekspopulatie 2008 2016) ................................ ..................... 19 Figuur 3: Vergelijking burgerlijke staat (onderzoekspopulatie 2008 2016) ................................ ......................... 20 Figuur 4 Vergelijking hoofdactiviteit (onderzoekspopulaties 2008 2016) ................................ ........................... 20 Figuur 5: Vergelijking hoogst genoten opleiding onderzoekspopulatie 2008 2016) ................................ ......... 21 Figuur 6: Vergelijking inkomensverdeling (onderzoekspopulaties 2008 2016) ................................ .................. 21 Figuur 7: Vergelijking huishoudsamenstelling (onderzoekspopulatie 2008 2016) ................................ .............. 22 Figuur 8: Vergelijking omvang huishouden onderzoekspopulaties 2008 2016) ................................ ................. 22 Figuur 9: vergelijking relatie tot hoofd huishouden onderzoekspopulaties 2008 2016) ................................ ..... 23 Figuur 10: Vergelijking eigendomssituatie woning (onderzoekspopulaties 2008 2016) ................................ ..... 24 Figuur 11: Vergelijking eigendomssituatie kavel (onderzoekspopulaties 2008 2016) ................................ ......... 25 Figuur 12: Ver gelijking wijze aanschaf woning (onderzoekspopulaties 2008 2016) ................................ .......... 25 Figuur 13: Vergelijking toegepaste type woning ................................ ................................ ................................ .. 26 Figuur 14: Vergelijking voorzieningen binnen de woning aantal badkamers (onderzoekspopulaties 2008 2016) ................................ ................................ ................................ ................................ ................................ ..... 26 Figuur 15: Vergelijking voorzieningen binnen de woning aantal slaapkamers (onderzoekspopulaties 2008 2016) ................................ ................................ ................................ ................................ ................................ ..... 27 Figuur 16: Vergelijking kosten huur onderzoekspopulaties 2008 2016) ................................ ............................ 28 Figuur 17: Vergelijking energiekosten onderzoekspopulaties 2008 2016) ................................ ......................... 28 Figuur 18: Vergelijking kosten hypotheek (onderzoekspopulaties 2008 2016) ................................ ................... 29 Figuur 19: Vergelijking oordeel buurtveiligheid onderzoekspopulaties 2008 2 016) ................................ .......... 32 Figuur 20: Vergelijking oordeel geschiktheid voor bewoning (onderzoekspopulaties 2008 2016) ..................... 32 Figuur 21: Vergelijking oordeel beschikbaarheid voorzieningen (onderzoekspopulaties 2008 2016) ................ 33 Figuur 22: Vergelijking oordeel overlast in wijk onderzoekspopulaties 2008 2016 ................................ ........... 33 Figuur 23: Plaatsen van berovingen ................................ ................................ ................................ ...................... 34 Figuur 24: Motieven woningbehoefte naar leeftijd, geslacht en burgerlijke staat (in procenten) ........................ 39 Figuur 25: Vergelijking eigendomsstatus woning (onderzoekspopulatie tegenover woningbehoeftige ............. 43 Figuur 26: Vergelijking wijze aanschaf woning (onderzoekspopulatie tegenover woningbehoeftige) ................ 43 Figuur 27: Vergelijking eigendomsstatus kavel (onderzoekspopulatie woningbehoeftige) ................................ 44 Figuur 28: Vergelijking type woning (onderzoekspopulatie tegenover woningbehoeftige) ................................ 44 Figuur 29: Vergelijking voorziening woning: aantal slaapkamers (onderzoekspopulatie tegenover woningbehoeftige) ................................ ................................ ................................ ................................ ................ 45 Figuur 30: Vergelijking voorzieningen woning: aantal badkamers (onderzoekspoplutaie tegenover woningbehoeftige) ................................ ................................ ................................ ................................ ................ 45 Figuur 31: Vergelijking huurkosten onderzoekspopulatie tegenover woningbehoeftige) ................................ ... 45 Figuur 32:Vergelijking hypotheekkosten (onderzoekspoplutaie tegenover woningbehoeftige) ......................... 46 Figuur 33:Vergelijking energiekosten onderz oekspopulatie tegenover woningbehoeftige) ............................... 46 Tabel 1: Woningbehoefte per huishouden in vergelijkend p erspectief 32 Tabel 2: Eenheden met w oningbehoefte ....................... 32 Tabel 3: Algemene kenmerken woning behoeftigen ............................... ......................................................... .... 33 Tabel 4: Motieven woningbehoefte in procenten 3 4 Tabel 5: Inkomensverdeling naar leeftijd in procenten 3 5 38 ......... 44

PAGE 7

Woningbehoefte onderzoek Curaao 2016 6 S AMENVATTING Dit onderzoek is gestart met een verkenning van de onderzoekspopulatie om te kunnen afleiden welke factoren/ontwikkelingen tussen 2008 en 2016 in de maatschappij drijvende krachten zijn geweest van de woningbehoefte. Uit deze verkenning is naar voren gekomen dat in deze periode met name bewegingen op demografisch gebied een rol van belang hebben gespeeld in de ontwikkeling van de woningbehoefte. Concreet is hierbij gewezen op de toenemende en kleiner wordende huishoudens. Niet onbelangrijk was ook de constatering dat zich een stagnatie heeft voorgedaan met betrekking tot de uitgifte van erfpachtkavels. Dit heeft niet op de woningmarkt als geheel, maar wel op de deelmarkten waar zelfbouw wordt toegepast voor woningbehoefte gezorgd. De woningbehoefte is in dit onderzoek aan de hand van meerdere variabelen en op verschillende manieren benaderd. In het onderstaande worden de aspecten van de woningbehoefte die naar voren zijn gekomen overzichtelijk gepresen teerd. De woningbehoefte is in de periode 2008 2016 toegenomen en bedraagt thans 16 160 woningen (was in 2008 10571 woningen); De toename van de woningbehoefte heeft zich vooral gemanifesteerd onder de leeftijdsgroep van 18 29; Van een concentratie van d e woningbehoefte binnen deze groep is echter geen sprake; Feitelijk is er een redelijk gelijkmatige verdeling van de woningbehoefte over de leeftijdscategorien tussen 18 jaar en 59 jaar (onder de categorie 60+ is de woningbehoefte lager ; Een aantekening dient te worden gemaakt bij woningbehoefte onder de leeftijdsgroep 18 29 die in relatief belang afneemt op het moment dat het inkomen in beschouwing wordt meegenomen (vanwege het gebrek aan een inkomen kunnen minder mensen binnen deze groep hun woningbeho efte laten gelden als een effectieve vraag naar woningen); De woningbehoefte concentreert zich onder de groepen met een brutoinkomen tot Naf. 3000 per maand; Uit dit onderzoek blijkt dat 72% van alle woningbehoeftigen hiertoe beho o r t (de raming is dat in deze groep 11635 woningen wordt gevraagd) ; Daarnaast valt 22% van de behoeftigen onder de middenklasseinkomens tussen Naf. 3001 en Naf. 7000 per maand (de raming is dat de woningbehoefte in deze groep 3555 woningen bedraagt ) en 6% onder de hog ere inkomens van Naf. 7000+ per maand (de raming is dat de woningbehoefte in deze groep 970 woningen bedraagt ); Ongetrouwde vrouwen hebben het meest t e maken met woningbehoefte (38% van de woningbehoeftigen) ;

PAGE 8

Woningbehoefte onderzoek Curaao 2016 7 De leeftijds groepen die de ergste woningbehoefte ervaren i n de inkomenscategorie tot Naf. 3000 per maand zijn de leeftijdsgroep 60+ met een inkomen tot Naf 999 per maand) en de leeftijdsgroep 18 29 (met een inkomen tussen Naf. 1000 en Naf. 1999 per maand ; De groepen die de meeste woningbehoefte ervaren in de inkomenscategorie boven Naf. 3000 zijn de leeftijdsgroepen van 30 39 (met een inkomen tussen Naf. 3 000 en 3999 per maand) en 40 49 jaar (met een inkomen tussen Naf. 3000 en 3999 per maand). Naar woon w ensen zijn de woningbehoeftigen te verdelen in woningbehoeftigen die een huurwoning (53%) willen en woningbehoeftigen die een eigendomswoning willen (47%) Woningbehoeftigen met een voorkeur voor een huurwoning: De wonin g behoefte onder huurwoningen is redelijk egaal verdeeld over alle leeftijdgroepen tussen 18 59 De woningbehoeftigen die in deze groep vallen hebben een inkomen tussen Naf. 1000 1999 per maand. Ze willen huurwoningen met drie of twee slaapkamers. De meeste woningbehoeftigen binnen deze g roep geeft aan tot Naf 250 aan huur per maand te willen betalen. Het meerdendeel van deze woningbehoeftigen (namenlijk 87%) wil een huurwoning of een huurkoopwoning van de FKP. Woningbehoeftigen met een voorkeur voor eigendomswoningen: Deze woningbehoeftigen komen vooral voor in de leeftijdgroepen 30 39 en 40 49 met een inkomen tussen Naf. 1000 2999 per maand. Deze woningbehoeftigen willen woningen met drie slaapkamers. De meeste van de ze woningbehoeftigen willen tot Naf. 1000 per maand aan hypot h eek betalen.

PAGE 9

Woningbehoefte onderzoek Curaao 2016 8 RESEN A start e enkuesta ak hasiendo preguntanan eksplorativo di e poblashon bou di investigashon, pa por dedus kua ta e desaroyonan ku a afekt e nesesidat di bibienda den komunidat den e periodo di 2008 te ku 2016. E estudio ak a mustra ku sierto kambionan riba tereno demogrko a hunga un rl importante den e manera ku nesesidat di bibienda a desaroy Dos kambio spesfik o ku por menshon ta e echo ku e kantidat di persona ku ta ta birando mnos, i na mes momento e kantidat di Otro echo signifikativo ku a konstat ta un stagnashon den dunamentu di kavel erfpacht. Esaki a oument e nesesidat di bibienda no den henter e merkado di bibienda pero s den e segmentonan di e merkado kaminda hopi persona tin deseo di traha nan mes kas Den e enkuesta ak, a studia diferente aspekto relashon ku nesesidat di bibienda i na diferente manera. E siguie nte lista ta duna un bon bista di e aspektonan di nesesidat di bibienda ku a bin padilanti. Den e periodo di 2008 2016, nesesidat di bibienda a oument aworak ta par na 16.160 bibienda (tabata 10 571 bibienda na 2008); E oumento ak a manifest prins ipalmente den e kategoria di edat di 18 29 aa pero e nesesidat di bibienda no ta konsentr den e kategoria ak s; mas bien, e ta repart basta pareu entre e diferente kategorianan di edat di 18 te ku 59 aa (den e kategoria 60+, nesesidat di bibienda ta mas abou); Pa loke ta trata nesesidat di bibienda di e kategoria di edat di 18 29 a tin ku bisa ku relativ amente mir su importansia ta mas chikitu si tuma na kuenta e faktor entrada (falta di entrada ta pone ku mnos hende den e grupo ak por bisa ku efektivamente nan ta buskando un bibienda); E nesesidat di bibienda ta konsentr den e gruponan ku un entra d a bruto di te ku NAf. 3000 pa luna; e enkuesta ak ta mustra ku 72% di tur persona ku nesesidat di bibienda ta kai den e grupo ak (ta kalkul ku na tur poblashon ta buskando 11 635 bibienda); banda di esei, 22% di e personanan ku ta buskando bibienda tin entrada di klase medio, entre NAf. 3001 i NAf. 7000 pa luna (ta kalkul ku e grupo ak su nesesidat di bibienda ta 3555) i 6% tin entrada mas hal tu, N A f. 7000+ pa luna (ta kalkul ku e grupo ak su nesesidat di bibienda ta 970); Hende muhu no ta kasa esnan ku mas nesesidat di bibienda (38% di esnan ku nesesidat di bibienda);

PAGE 10

Woningbehoefte onderzoek Curaao 2016 9 Den e grupo di entrada te NAf. 3000 pa luna, e kategorianan di edat ku ta eksperensi mas tantu nesesidat di bibienda ta e kategoria di edat 60+ (ku entrada di te NAf 999 pa luna) i e kategoria di edat di 18 29 (ku entrada di NAf. 1000 te ku NAf. 1999 pa luna); Den e grupo di entr ada di NAf. 3000 pa ariba, e kategorianan ku ta eksperimentas tantu nesesidat di bibienda ta e grupo di 30 39 (ku entrada di NAf. 3000 te ku 3999 pa luna) i di 40 49 aa (ku entrada di NAf. 3000 te ku 3999 pa luna). Por parti e deseonan di bibienda entr e hende ku ta dese kas pa hr (53%) i hende ku ta dese kas propio (47%). Kategoria di persona ku nesesidat di kas par: E nesesidat di kas pa hr ta part basta pareu den tur e kategorianan di edat di 18 59 aa. E personanan ku nesesidat di bibienda d en e grupo ak tin un entrada modal di NAf. 1000 1999 pa luna. Nan ta dese kas pa hr ku sea dosf tres kamber (dormitorio). Mayoria ku nesesidat di bibienda den e grupo ak ta bisa ku nan ke paga mnos ku NAf. 250 pa luna na hr. Mayoria ak ku nesesida t di bibienda (esta, 87%) ta Katergoria di persona ku nesesidat di kas propio: E personanan ak ku nesesidat di bibienda ta kai mas tantu den e kategorianan di edat di 30 39 i 40 49 aa, ku un entrada di NAf. 1000 2999 pa luna. Mayoria ak ku nesesidat di bibienda ke paga 1000 pa luna na hipotek.

PAGE 11

Woningbehoefte onderzoek Curaao 2016 10 SUMMARY The initial questions of this survey served to explore the survey population to deduce which factors/developments had dr i ve n 2016. This revealed certain demographic developments within that period which played a significant role in the development of the housing demand namely an increase in the number of households, accompan ied by a decrease in household size. Not to be ignored is an observed stagnation in the concession of long lease plots which, while not affect ing the market as a whole, does affect those sections of the market where there is a pronounced demand for self b uilt homes. The housing demand was analyzed based on multiple variables and approaches. What follows is a brief list of aspects of the housing demand revealed in this survey During the 2008 2016 period, housing demand increased to the present level of 16 160 dwellings (was 10,571 in 2008); While the housing demand increase was seen mainly in the 18 29 age group, it was not concentrated in this group, but spread out rather evenly instead over all age categories from 18 to 59 years of age (the demand is lower in the 60+ category); It should be added that the housing demand in the 18 importance is reduced once income is take into account (as due to a lack of income, fewer in this group are able to truly claim that their housing nee ds include an actual demand for housing); The housing demand is concentrated in the groups with a gross income of up to Naf. 3000 per month and t his survey shows that 72% of the total number of those in need of housing belong to this group (the number of dwellings in demand for this group is estimated at 11 635), while 22% have middle class incomes between Naf. 3001 and Naf. 7000 per month (the housing demand for this group is estimated at 3555 dwellings) and 6% have higher incomes, Naf. 7000+ per month (t he housing demand for this group is estimated at 970 dwellings); Housing demand is the highest among unmarried women (38% of those in need of housing); The age groups experiencing the most pronounced need for housing are, in the income category of up to N af. 3000 per month, the 60+ age group (with incomes of up to Naf. 999 per month) and the 18 29 age group (with incomes between Naf. 1000 and Naf. 1999 per month); The age groups experiencing the most pronounced need in the income category of Naf. 3000 or more are the 30 39 age group (with incomes between Naf. 3000 and 3999

PAGE 12

Woningbehoefte onderzoek Curaao 2016 11 per month) and the 40 49 age group (with incomes between Naf. 3000 and Naf. 3999 per month). The persons in need of housing may be broken down by preferences into those who would like to rent (53%) and those who would like to own a dwelling (47%). Persons in need of housing with a preference for renting: The housing demand for rented houses is fairly evenly distributed across all age groups between 18 59 years of age Those in need of housing in this group have a median income between Naf. 1000 1999 per month and are look ing for two or three bedroom rental houses. Most of those in need of housing within this group state that they would like to pay up to Naf 250 for rent per month. Mos t of these (87%) would Persons in need of housing with a preference for ownership: These persons in need of housing are found mainly in the 30 39 and 40 49 age categories, with incomes between Naf. 1000 and Naf. 2999 per month. Most of these persons in need of housing would like to pay Naf. 1 000 per month for mortgage

PAGE 13

Woningbehoefte onderzoek Curaao 2016 12 BEGRIPPENLIJST Huishouden: een eenheid binnen een woonverblijf, bestaande uit persoon di e op zichzelf woont (een soonshuishouden) of uit meerdere personen die bij elkaar wonen; de zogeheten meerpersoonshuishoudens. Criterium voor huiselijk verkeer is dat er gemeenschappelijke regelingen bestaan voor het levensonderhoud (aanschaf van voe ding en andere levensbehoeften) en dat gebruik wordt gemaakt van een gemeenschappelijk hoofdwoonvertrek en een gemeenschappelijke keuken CBS 2014 Woningbehoefte: het aantal eenheden binnen een huishouden dat aangeeft een andere woning te willen hebben dan de woning waar ze momenteel in wonen. Onderscheid wordt gemaakt tussen kwantitatieve woningbehoefte (hoeveel woningen worden gevraagd?) en kwalitatieve woning (wat voor woningen met welke voorzieningen worden gevraagd?). Eenheden (binnen huishoudens): individuen of gezinnen die in die hoedanigheid op zichzelf zouden kunnen wonen, maar die op basis van eigen motieven een huishouden delen met andere individuen of gezinnen. Woonwens: w ensen die mensen hebben ten aanzien van hun woning en de directe omgeving ervan.

PAGE 14

Woningbehoefte onderzoek Curaao 2016 13 HOO FDSTUK 1: INLEIDING In 2008 is door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) een woningbehoefteonderzoek (WBO) uitgevoerd. Hieri n is het begrip woningbehoefte omschreven als de behoefte van een persoon van 18 jaar of ouder naar een andere woning dan de woning waarin hij/zij momenteel in woon t CBS, 2009 D e resultaten van dit steekproef onderzoek werden geanalyseerd en met behulp van een statistische bewerking opgehoogd om de woningbehoefte van de gehele samenleving te weerspiegelen. D e ze behoefte werd geraamd op 10 571 woningen. Het begrip woningbehoefte De omschrijving van het begrip woningbehoefte die in het onderzoek van 2008 is gehanteerd is toepassingsgericht in die zin dat het duidelijkheid geeft over de doelgroep waaronder het wordt gemeten D eze omschrijving geeft echter geen goede aansluiting op het essentile doel van dit begrip Woningbehoefte is immers per definitie niet gekoppeld aan individuen maar aan huishoudens Aangezien een goede notie van het begrip van onderzoek essentieel is voor de uitvoering hiervan zal in het onderstaande deze begrip somschrijving nader worde n beoordeeld Bij de beschouwing van de woning behoefte wordt doorgaans uitgegaan van het aantal h uishouden s in een samenleving Het C BS definieert de term huishouden in de context van het huiselijk verkeer. Het belangrijkste criteri um voor het bestaan van huiselijk verkeer is dat er een gezamenlijk levens onderhoud en een gezamenlijk gebruik bestaat v an de keuken en de woonkamer door bewoners van een woning. Er is dus sprake van een huishouden als een groep mensen in huiselijk verkeer onder dak wo o n t Daarbij geldt dat ook als n persoon in een woonverblijf woont dit al s een huishouden wordt beschouwd aangeduid met de term eenpersoonshuishouden Hoewel het begrip huishouden op een geheel duidt is het in de praktijk niet zelden het geval dat hier binnen meerdere eenhed en voorkomen Het betreft individuen of gezinnen (waaronder ook mensen die in partnerschap wonen ) die in die hoedanigheid op zichzelf zouden kunnen wonen maar die op basis van eigen motieven een huishouden delen met andere individuen of gezinnen Zolang eenheden vrijwillig een huishouden vormen met andere eenheden is er geen sprake van woningbehoefte. Woningbehoefte ontstaat op het moment dat n of meerdere eenheden binnen het huishouden zelfstandigheid zoeken, en de wens opkomt voor het hebben van een andere woning.

PAGE 15

Woningbehoefte onderzoek Curaao 2016 14 Doordat de woningbehoefte s ystematisch verbonden is aan te onderscheiden eenhe den binnen een huishouden kan dit begrip het beste worden omschreven als : het aantal eenheden binnen een huishouden dat aangeeft een andere woning te willen hebben dan de woning waarin ze momenteel in wonen. Deze omschrijving is consistent en h angt logisch samen met het essentile doel van dit onderzoek (n amelijk de raming van het aantal woningen in de samenleving waar behoefte aan bestaat ). Het wordt daarom als het begrip van dit onderzoek gehanteerd. Het is b elangrijk om aan te geven dat de wijziging van de omschrijving van het begrip woningbehoefte zoals hier doorgevoerd geen verschil schept met de wijze waarop de ze is bepaald in 2008 In zowel dit onderzoek als in het onderzoek van 2008 is de woningbehoefte gemeten onder personen van 18 jaar en ouder, waarna in beide onderzoeken de woningbehoefte is herleid naar eenheden binnen huishoudens Door de gelijkwaardigheid in de toegepaste methode kunnen de enqueresultaten van 2008 en 2016 zonder meer met elkaar vergeleken worden. De wijziging die hier is gepleegd is louter bedoeld om een meer accurate omschrijving te hebben van het begrip woningbehoefte. Woningbehoefte tegenover de vraag naar woningen Deze begrippen worden soms door elkaar gehaald Voor de duidelijkheid wordt daar om kort toe g e licht wat het verschil hiertussen is De vraag naar woningen komt tot uiting in het aantal mensen d at zich op de woningmarkt he ef t aangediend door zich voor een woning in te schrijven bij een woningstichting een makelaar of een projectontwikkelaar Thans zijn componenten van de woningvraag bekend. Zo is bekend dat thans bij de FKP 8000 mensen ingeschreven staan voor een woning en 3000 mensen bij Domeinbeheer voor een erfpachtkavel Antilliaans Dagblad, Maart 2018 Het begrip w oningbehoefte is latent er van aard. Woningbehoefte omvat naast de mensen die een vraag naar woning hebben, ook de mensen die een wens hiertoe hebben maar nog geen concrete acties hebben ondernomen om de woningmarkt te betreden of die op een informele wijze hiermee bezig zijn (proberen op zichzelf, zonder tussenkomst van een bemiddelaar aan een woning te komen) In dit verband is het ook van belang te vermelden dat de woningbehoefte niets zegt over het aantal te bouwen woningen Dit begrip is uitsluitend gericht op de vraagzijde en kijkt dus niet naar woningen die reeds op de woningmarkt worden aangeboden en die deze behoefte (geheel of gedeeltelijk) zouden kunnen ledigen. Om een idee te krijgen van het aantal te bouwen woningen, dient een woningmarktonderzoek te worden uitgevoerd. In een woningmarktonderzoek worden

PAGE 16

Woningbehoefte onderzoek Curaao 2016 15 vraag en aanbod met elkaar geconfronteerd aan de hand waarva n uitspraken kunnen worden gedaan over eventuele tekorten en overschotten aan woningen Het is de bedoeling van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) om i n het verlengde van dit onderzoek een onderzoek te verrichten naar het bestaande aanbod op de woningmarkt Daarna zal een w oningmarktonderzoek worden uitgevoerd. Maatschappelijke relevantie woningbehoefteonderzoek Het hebben van huisvesting is n van de fundamentele rechten van de mens die door de Verenigde Naties is onderschreven U nited N ations 1948). Een maatstaf die direct uit deze norm voortvloeit is dat elk e persoon in een samenleving over een geschikt onderdak moet beschikken. Van wege dit fundamenteel recht bestaat een noodzaak om te onderzoeken of er voldoende woningen zijn en v anuit deze noodzaak wordt dit onderzoek door CBS uitgevoerd. D e informatie die uit een woningbehoefteonderzoek voortvloeit, is op de eerste plaats nuttig voor de overheid die als drager van de verantwoordelijkheid voor de volkshuisvesting, een waardevolle input krijgt om te bepalen hoe dit veld de komende jaren dient te worde n aangestuurd Ook andere actoren in de sector van de woningbouw zoals makelaars, projectontwikkelaars en aannemersbedrijven kunnen de resultaten van d it onderzoek aanwenden om hun activiteiten vorm te geven Daarbij mag niet worden vergeten de burger s en instituties binnen de maatschappij die de resultaten van deze onderzoeken vanuit een eigen behoefte k unnen gebruiken voor hun gewenste doeleinden. De pr obleemomschrijving: probleemstelling en doelstelling van het onderzoek De probleemstelling van het woningbehoefte onder z oek uit 2008 werd als volgt gefo rm uleerd : Wat is de omvang en aard van de woningbehoefte ? Deze formulering i s gericht op de voortbrenging van een kwantitatieve alsmede een kwalitatieve aanduiding van de woningbehoefte De kwantitatieve aanduiding van de woningbehoefte heeft betrekking op de vraag hoeveel mensen in de gemeenschap aangeven een woning nodig te hebbe n ; De kwa l itatieve beschrijving heeft betrekking op de wensen van woningbehoeftigen ten aanzien van de woning en de woonomgeving zaken zo als de omvang van de woning, aantal slaapkamers, aantal badkamers, of het een koopwoning of huurwoning moet zijn, enz

PAGE 17

Woningbehoefte onderzoek Curaao 2016 16 Voor de vergelijkbaarheid van de onderzoeksresultaten wordt in dit o nderzoek de zelfde probleemstelling gehanteerd en dezelfde opzet gevolg d als het onderzoek uit 2008 Dit impliceert dat dezelfde data zijn verzameld (feitelijk wordt dezelfde vragenlijst gebruikt) en dezelfde analyses zijn uitgevoerd Drie c entrale vragen komen in dit onderzoek aan de orde namelijk : Hoe groot is de woningbehoefte ? W at zijn de kenmerken van woningbehoeftigen ? W at zijn de woonwensen van de woningbehoeft ig e n ? M et de meeste onderzoeken van het CBS is het algemene doel het aanleveren en analyseren van statistische data over een zeker onderwerp ten behoeve van een groter maatschappelijke doelstelling O ok voor d i t onderzoek geldt dit argument In d eze context wordt het doel van dit onderzoek omschreven als : Het beschikbaar stellen van informatie aan de overheid en de gemeenschap over de o m van g aard en ontwikkeling van de woningbehoefte ten behoeve van verdere exploratie en beleidsvorming op het gebied van de volkshuisvesting Afbakening E en WBO behelst een meting te zijn van de woningbehoefte op een bepaald moment Indien de resultaten van een WBO gekoppeld worden aan een bevolkingsprognose levert dit een beeld op van hoe de woningbehoefte zich bij gegeven omstandigheden over de langere termijn zal ontwikkelen. Het betreft dan een woningbehoefte berekening dat kan worden ingezet voor een lange termijn planning van de volkshuisvesting In dit onderzoek is h et niet de bedoeling om een dergelijke prognose te maken. Er wordt alleen aangegeven wat de woningbehoefte op het moment van meting ( 2016 was Met behulp van de resultaten van dit onderzoek kan in de toekomst wel een woningbehoefteberekening worden uitgevoerd. Methodiek Net zoals in het onderzoek van 2008 geschiedt de dataverzameling aan de hand van een schriftelijke enque. Dit betekent dat een aantal van tevoren geselecteerde huishoudens worden bezocht met een vragenlijst (zie bijlage waar aan de relevante leden van huishoudens specifieke vragen worden gesteld Daarbij geld t dat d e vragen die bedoeld zijn om de sociale kenmerken van de mensen binnen de steekproef populatie te beschrijven

PAGE 18

Woningbehoefte onderzoek Curaao 2016 17 vraag 1 t/m 9 ), voor alle leden van het huishouden worden ingevuld De vragen die bedoeld zijn om de huidige woning/woonomgeving te beschrijven en te beoordelen vragen 10 t/m 34) zullen gesteld worden aan het hoofd van het huishouden De vragen die specifiek ingaan op de woningbehoefte (vragen 3 5 t/m 5 9 ), worden gesteld aan personen van 18 jaar en ouder Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt een beschrijving gegeven van huishoudens die geselecteerd zijn om aan dit onderzoek mee te doen Dit geeft een kijk op de algemene sociale situatie in de maatschappij. Hierbij zal extra worden nagegaan in hoeverre en op welke wijze de ontwikkelingen die in de samenleving worden tegengekomen een invloed uitoefenen op de woningbehoefte In hoofdstuk 3 wor dt ingegaan op het feitelijke object van dit onderzoek, namelijk de woningbehoefte. Deze wordt aan de hand van verschillende variabelen beschreven teneinde een gedetailleerd beeld te krijgen.

PAGE 19

Woningbehoefte onderzoek Curaao 2016 18 HOOFDSTUK 2: BESCHRIJVING STEEKPROEFP OPULATIE Ten behoeve van dit onderzoek is uit de onderzoekspopulatie (alle huishoudens die op Curaao voorkomen) een aantal huishoudens geselecteerd om aan de enque mee te doen. Deze zogenoemde steekproef populatie is opgezet aan de hand van een aselecte represent atieve stee k proef Uit de steekproef trekking is een populatie omvang van 2600 huishoudens bepaald Echter, vanwege non respons door de mensen die weigeren mee te werken aan het onderzoek of ten tijde van het onderzoek niet aanwezig waren ) is uiteindelijk een steekproef populatie van 19 23 huishoudens gerealiseerd D it aantal huishoudens correspondeert met 5267 personen De steekproefomvang berust op een betrouwbaarheidsniveau van 95% en een foutmarge van 2.2% De uitspraken die in dit onderzoek worden gedaan worden conform deze normen gegeneraliseerd voor de onderzoeks populatie. In dit hoofdstuk word t de steekproef populatie aan de hand van de data die in de enqute zijn verzameld beschreven Gestart wordt in p aragraaf 2.1 met een beschrijving van enkele elementaire sociale en demografische kenmerken van deze populatie I n paragraaf 2. 2 word en vervolgens enkele essentile eigenschappen die te maken hebben met woningen van de steekproef populatie beschreven In paragraaf 2.3 word t tenslotte weergegeven wat het oordeel is van de mensen van de steekproef populatie over hun woonsituatie (woning en woonomgeving) Bij de beschrijving di e hier volg t zal niet louter worden stilgestaan bij een beschouwing van de variabelen. Veeleer zal een beeld worden opgebouwd van hoe deze variabelen met elkaar samen hangen en in de context hiervan de sociale omgeving vormen waarin de huidige woningbehoefte zich ontwikkel t Het gaat in dit hoofdstuk dus niet zozeer om de presentatie van de woningbehoefte zelf, maar wel om het verkrijgen van inzicht in de dieper liggende maatschappelijke condities die de bestaande woningbehoefte aandrijven Nuttig is het om deze exercitie in een vergelijkend perspectief t e plaatsen (vergelijking van de data van het onderzoek van 20 08 met die van het onderzoek van 20 16 Deze v ergelijking maakt het mogelijk om uitspraken te kunnen doen over de ontwikkelingen die zich in de tussenliggende periode hebben voorgedaan. 2.1 Algemene k enmerken van de steekproef populatie D e beschrijving van de steekproef p opulatie geschiedt aan de hand van de variabelen die in onderzoeken van de CBS standaard worden gebruikt. Deze variabelen bevinden zich op het niveau van personen en op het niveau van huishoudens De variabelen op het niveau van

PAGE 20

Woningbehoefte onderzoek Curaao 2016 19 personen zijn: geslacht, leeftijd, burgerlijke staat, hoogst genoten opleiding, hoofdactiviteit en inkomens. De variabelen op het niveau van huishoudens zijn : de huishoudensomvang, de huishoudens samenstelling en de relaties binnen huishoudens (posities van mensen binnen een huishouden gerelateerd aan het hoofd van het huishouden zoals echtgenote of partner van het hoofd van het huishouden, kind van het hoofd van het huishouden, enz) De ontwikke lingen die zich in de periode 2008 2016 hebben voltrokken met betrekking tot de gehanteerde variabelen worden in onderstaande figuren weergegeven. Figuur 1 : Vergelijking leeftijdsopbouw (onderzoekspopulaties 2008 2019) E r is een afname van het aandeel van mensen in de leeftijdscategorie 0 19 (jongeren) en een toename van het aandeel in de leeftijdscategorie 60 + ; dit geeft uiting v an een notabel proces d at thans in de gemeenschap gaande is namelijk, de vergrijzing Figuur 2 : Vergelijking geslachtsverdeling onderzoekspopulatie 2008 2016

PAGE 21

Woningbehoefte onderzoek Curaao 2016 20 E r doen zich in de bewuste periode geen noemenswaardige wijzigingen voor in de verdeling van de categorien man/vrouw; feitelijk betekent dit dat de toestand van de geslachtsverdeling zich heeft gehandhaafd. Figuur 3 : Vergelijking burgerlijke staat (onderzoekspopulatie 2008 2016 Er doen zich in de bewuste periode geen noemenswaardige wijzigingen voor in de verdeling van de categorien van de burgerlijke staat; feitelijk betekent dit dat de toestand van de burgerlijke staat zich heeft gehandhaafd. Figuur 4 Vergelijking hoofdactiviteit (onderzoekspopulaties 2008 2016 E r is een afname van het aandeel mensen die niet naar school gaat en een toename van het aandeel mensen die niet werkt (dit is inclusief gepensioneerden); tegelijkertijd neem het aandeel werkzoekend en licht toe

PAGE 22

Woningbehoefte onderzoek Curaao 2016 21 Figuur 5 : Vergelijking hoogst genoten opleiding onderzoekspopulatie 2008 2016 D e opname is geschied onder het deel van de populatie die niet meer schoolgaand is of niet meer studeert E r is een afname van het aandeel laaggeschoolden (lagere school, LBO/SBO), en een toename van het aandeel middelba a r en hooggeschoolden respectievelijk HAVO/VWO, MBO/SBO en HBO/WO). Figuur 6 : Vergelijking inkomensverdeling onderzoekspopulaties 2008 2016 H et algemeen beeld dat na a r voren komt is dat de inkomensgroepen tot Naf. 4 000 per maand afnemen ten gunste van de inkomensgroepen boven Naf. 4 000 per maand. Hoewel

PAGE 23

Woningbehoefte onderzoek Curaao 2016 22 d it een verbetering van de inkomenspositie van mensen impliceert betekent het niet dat de inkomens reel zijn gestegen (inflatie speelt hierbij een rol ). Figuur 7 : Vergelijking huishoudsamenstelling onderzoekspopulatie 2008 2016 E r is een toename van het aandn pe rsoonshuishoudens en samenwonend/getrouwd stel zonder kinderen (in alle andere categorien is er een afname). Figuur 8 : Vergelijking omvang huishouden onderzoekspopulaties 2008 2016 D e ontwikkeling die beschreven is voor de huishoudsamenstelling wordt weerspiegel d in de afname van het aandeel huishoudens d at groter is dan 2 personen.

PAGE 24

Woningbehoefte onderzoek Curaao 2016 23 Figuur 9 : vergelijking relatie tot hoofd huishouden onderzoekspopulaties 2008 2016 In de huishoudens is er een toename van het aandeel hoofden van huishoudens en een afname van het aandeel kinderen van het hoofd en/of partner. Waar het in dit hoofdstuk de bedoeling is om de drijvende krachten achter de woningbehoefte te ontsluieren, moet worden gesteld dat alleen van de variabelen die te maken hebben met huishoudens op voorhand beke nd is dat zij een i nvloed uitoefenen op de woningbehoeft e. Van de andere variabelen moet deze relatie worden uitgezocht. Het zou te ver gaan om in het kader van dit onderzoek voor elke variabele een dergelijke exercitie uit te voeren Daarom wordt in het vervolg alleen doorgegaan met de variabelen die gebaseerd zijn op huishoudens. De variabelen die voldoen aan de voorwaarde dat ze huishouden omvatten zijn, de huishoudenssamenstelling, omvang huishoudens en de relatie tot hoofd huish oudens. D e constatering dat in de periode 2008 2016 sprake is geweest van een toename van het aantal hoofden van huishoudens betekent direct dat ook het aantal huishoudens in de betreffende periode is toegenomen ; D e verdere constatering dat het aandn en tweepersoonshuishoudens is gestegen bij een daling van het aandeel huishoudens d at uit meer dere personen bestaa t toont aan dat in de ze periode een proces gaande was van een afnemende huishoudens omvang

PAGE 25

Woningbehoefte onderzoek Curaao 2016 24 De notie dat het aantal huishoudens is toegenomen bij een afnemende huishoudensomvang, wordt volledig ondersteund door de reguliere schattingen die het CBS uitvoert. Volgens de gegevens van het CBS verloopt de groei van het aantal huishoudens sneller dan d e groei van de bevolking (de groei van huishoudens is dus reel ). De waarneming dat het aantal huishoudens in absolute zin is toegenomen, geeft in ieder geval een indicatie dat de woningbehoefte in de periode 2008 2016 ook is toegenomen 2.2 D e woonsituatie De ze beschrijving spitst zich toe op enkele belangrijke aspecten van de woonfunctie en wordt gedaan aan de hand van de volgende variabelen : de eigendomssituatie van woningen, de eigendomssituatie van kavel s de wijze van aanschaf van de eigen woning, de type woningen die worden gebouwd voorzieningen binnen de woning en de woonlasten waarmee bewoners geconfronteerd worden De ontwikkelingen met betrekking tot de gehanteerde variabelen worden in onderstaande figuren weergegeven. Figuur 10 : Vergelijking eigendomssituatie woning onderzoekspopulaties 2008 2016 D e meeste woningen die in de gemeenschap voorkom en zijn in eigendom verwor v en ; de verdeling eigendomswoning/huurwoning blijft in deze periode nagenoeg gelij k

PAGE 26

Woningbehoefte onderzoek Curaao 2016 25 Figuur 11 : Vergelijking eigendomssituatie kavel (onderzoekspopulaties 2008 2016 D e kavels die het meest worden aangewend voor de woningbouw zijn e rfpachtkavel s die aan individuele bouwers worden uitgegeven I n deze periode is er echter sprake van een afname In de antwoorden op deze vraag is gegeven waarop velen hebben beantwoord dat ze bouwen op familieterrein I n de praktijk gaat het vaak om terreinen die ooit in huur zijn uitgegeven (oude huurgronden) waar nakomelingen in de loop der jaren hun woningen bij elkaar bouwen en de ze vervolgens laten legaliseren door afsplitsing van een erfpachtkavel en aanvraag van een bouwvergunning Figuur 12 : Vergelijking wijze aanschaf woning onderzoekspopulaties 2008 2016 V eruit de meeste eigendoms woningen zijn niet op de woningmarkt gekocht maar door de eigenaar zelf gebouwd ( dit omvat ook het laten bouwen van de woning) I n deze periode is

PAGE 27

Woningbehoefte onderzoek Curaao 2016 26 er echter een daling waarneembaar van het aandeel zelfgebouwde woningen ten gunste van de koop van bestaande (nieuwbouwwoningen die op de woningmarkt worden aangeboden Figuur 13 : Vergelijking toegepaste type woning D e vrijstaande woning op een kavel handhaaft zich als de veruit meest toegepaste woningtype Figuur 14 : Vergelijking voorzieningen binnen de woning aantal badkamers onderzoekspopulaties 2008 2016

PAGE 28

Woningbehoefte onderzoek Curaao 2016 27 Figuur 15 : Vergelijking voorzieningen binnen de woning aantal slaa p kamers onderzoekspopulaties 2008 2016 Met betrekking tot de voorzieningen in de woning wordt hier gefocust op het aantal badkamers en slaapkamers : aantal badkamers: woningen met n badkamer komen nog steeds het meeste voor, maar het aandeel woningen met twee en drie badkamers neemt licht toe ; aantal slaapkamers: het aandeel woningen met drie slaapkamers neemt verder toe en het aandeel woningen met n en twee slaapkamers ne e m t a f

PAGE 29

Woningbehoefte onderzoek Curaao 2016 28 F iguur 16 : Vergelijking kosten huur onderzoekspopulaties 2008 2016 Figuur 17 : Vergelijking energiekosten onderzoekspopulaties 2008 2016

PAGE 30

Woningbehoefte onderzoek Curaao 2016 29 Figuur 18 : Vergelijking kosten hypotheek onderzoekspopulaties 2008 2016 Met betrekking tot de woonlasten wordt i n dit onderzoek gefocust op de kosten die te maken hebben met het gebruik van energie, de huur kosten (voor mensen met een huurwoning) en de h ypotheek kosten (voor eigendomsw oningen die hypotheek betalen): energie kosten : er is een toename van het aandeel huishoudens waarvan de energiekosten onder Naf. 250 ligt evenals het aandeel dat aangeeft dat de energiekosten tussen 15 01 en 1000 ligt en een afname van het aandeel huishoudens met energiekosten tussen Naf. 250 en Naf 10 00 ; kosten huur : er is sprake van een toename van het aandeel woningen met huurkosten in de categorie tot Naf. 250 een afname van aandeel woningen met huurkosten in de categorie tussen Naf 251 en Naf 5 00, en dan weer een toename van het aandeel woningen met huurkosten in de categorie Naf. 1 000 of meer; kosten hypotheek : er is een toename van het aandeel woningen met hypothee k kosten boven Naf. 1000 bij een afname van h et aandeel woningen in de categorie onder Naf. 1000 ; G econcludeerd kan worden dat de woonlasten in de periode 2008 2016 zijn toegenomen Ondanks de verschuivingen die in de periode 2008 2016 hebben plaatsgehad zijn de condities van het wonen op Curao gehandhaafd gebleven D e typische kenmerken van de woon cultuur worden nog steeds gevormd door het feit dat veruit de meeste woningen vrijstaand zijn drie slaapkamers hebben en n badkamer en hoofdzakelijk in eigendom zijn verworven via zelfbouw op een erfpachtkavel Wat wel wordt bespeurd is de afname van het aandeel zelfgebouwde woningen en het aandeel kavels d at in er f pacht is bemachtigd De betekenis van deze verschuivingen lig t niet zozeer in de schaal waarop de ze gebeur en maar wel in het feit dat het gaat om ontwikkeling die het hart van de Curaose woontraditie rak en Het is daarom de moeite waard om d eze verschuivingen wat diep er te bekijken

PAGE 31

Woningbehoefte onderzoek Curaao 2016 30 H et ideaal van het hebben van een eigen woning wordt op Curao goed gediend getuige het hoge woningbezit dat in de gemeenschap voorkomt aan de hand van de gegevens van dit onderzoek is de raming dat 64 % van huishoudens over een eigen woning beschik t ; vergelijk met Nederland, waar volgen s het Woon onderzoek van 2015, 60% over een eigen woning beschikt). De cijfers tonen verder aan dat de meeste van de eigendomswoningen niet gekocht worden maar door de eigenaar zelf of in opdracht van de eigenaar worden gebouwd aan de hand van de gegevens van dit onderzoek is de raming dat 50% van de eigendoms woningen zelf zijn gebouwd ). Daarbij komt naar voren dat de meeste woningen op een erfpachtkavel zijn gebouwd aan de hand van gegevens van dit onderzoek wordt dit aandeel ge raamd op 40% van de woningen ). Op basis van het bovenstaande mag worde n gesteld dat de Curaose woontraditie geworteld is in de omstandigheid dat een groot aan tal mensen eigen doms woning en willen hebben en deze woning en niet als bestaande woningen willen kopen, maar deze zelf willen bouwen of laten bouwen Dit wordt zelfbouw genoemd. Essentieel voor de zelfbouw is altijd geweest de beschikbaarheid van erfpachtkavels H et gaat namelijk vaak niet alleen om de vrijheid die mensen nastreven in de voorziening van de eigen woning, maar ook in de mogelijkheid om de realiseringskosten van woningen te minimaliseren (erfpachtcanons drukken minder zwaar op de beurzen van mensen dan de vierkante meter prijzen die op d e grondmarkt gelden) D e realiseringkosten van de woning worden ook gedrukt door gebruik te mak en van modaliteiten als onder meer het inzetten van familie en vrienden in het bouwproces (uitbesteden van alleen de bouwactiviteiten die meer specialisme vergen) het niet afsluiten van een hypotheek (of het nemen van een gedeeltelijke hypotheek en het langer maken van de bouwperiode 1 Deze opties worden al naar gelang de situatie van de woningeigenaar toegepast in de traditie van zelfbouw. Duidelijk mag zijn dat opleveringstijden van zelfbouw woningen in het algemeen langer zijn V oor de overheid die vanuit het belang van de bestrijding van het woningtekort streeft naar een continue bouwstroom en snelle oplevering van woningen is dit een nadeel Teneinde de doelmatigheid te verhogen is de overheid in de jaren 2000 overgegaan op uitgifte van erfpachtgrond aan bouwbedrijven die deze dan inzetten ten behoeve van de bouw van woningen voor de middenklasse de zogenaamde PPP projecten) D eze werkwijze heeft een positieve impact gehad op de woningproductie, maar het heeft ook doorge werkt op de uitgifte van erfpachtkavels Daarbij moet worden gesteld dat h et niet perse zo is dat in 1 Daarbij komt het voor dat een deel van de woning wordt opge trokken en bewoond, waarna het resterende deel in een rustiger tempo wordt afgebouwd

PAGE 32

Woningbehoefte onderzoek Curaao 2016 31 de laatste jaren minder erfpachtkavels worden geproduceerd o f uitgegeven. Wel is de structuur van de uitgifte veranderd, in die zin dat erfpachtkavels tegenwoordig voornamelijk via de koop van een woning opgezet in particuliere projecten die volgens de PPP constructie werken, bemachtigd kunnen worden. De mensen die niet de financile capaciteit hebben om hieraan te voldoen of die de vrijheid willen hebben om de woning naar eigen wensen te bouwen komen in dit nieuwe systeem echter moeilijker aan bod Dit zorgt voor een toename van de woningbeh oeften onder delen van de bevolking die zich nog richten op zelfbouw 2.3 Beoordeling van woonsituatie Het meten van het oordeel van mensen over de huidige woonsituatie betrekt in dit onderzoek het aspect van de kwalitatieve woningbehoefte. Inzicht over het oordeel van de woonsituatie leidt niet tot uitspraken over hoeveel woningen gevraagd worden (kwantitatieve woningbehoefte maar wel over datgene wat mensen wensen in een woning en woonomgeving. Bij de meting van het oordeel van mensen over de woonsituatie worden voor de woning aspecten gehanteerd die direct relateren aan de geschiktheid van de woning voor bewoning (zaken als de technische staat, woningindeling, woninggrootte, enz). Voor de woonomgeving wordt toegespitst op aspecten van de leefbaarheid gemeten word t he t oordeel van mensen over zaken als de veiligheid in de wijk, beschikbaarheid van voorzieningen en het oordeel van mensen over de overlast die in de woonomgeving voorkom t

PAGE 33

Woningbehoefte onderzoek Curaao 2016 32 Figuur 19 : Vergelijking oordeel buurtveiligheid onderzoekspopulaties 2008 2016) Figuur 20 : Vergelijking oordeel geschiktheid voor bewoning onderzoekspopulaties 2008 2016)

PAGE 34

Woningbehoefte onderzoek Curaao 2016 33 Figuur 21 : Vergelijking oordeel beschikbaarheid voorzieningen onderzoekspopulaties 2008 2016 Figuur 22 : Vergelijking oordeel overlast in wijk onderzoekspopulaties 2008 2016 Uit bovenstaande figuren blijkt dat mensen behoorlijk tevreden te zijn over de woonsituatie Dit komt tot uiting in het feit dat op bijna alle aspecten van de woning en de woonomgeving hoog wordt gescoord in zowel 2008 als 2016 Er zijn in de aangegeven periode weliswaar schommelingen waar te nemen, waarbij de tevredenheid over een bepaald aspe ct in de tijd beter kan worden en over een ander aspect minder, maar er zijn geen uitschieters en niets duidt op structurele wijzigingen

PAGE 35

Woningbehoefte onderzoek Curaao 2016 34 A lleen ten aanzien van de buurtveiligheid is er een zorg Hoewel de meerderheid van de mensen tevreden is over de toestand van veiligheid, ligt het aandeel mensen d at niet tevreden hierover is veel hoger dan bij alle andere aspecten van de woonsituatie Dit aandeel is zelfs hoger dan 40% in 2016 hetge en een behoorlijke verslechtering is ten opzichte van 2008 toen iets hoger dan 30% niet tevreden was Wat de reden voor deze verslechtering is, is tot zover niet onderzocht en daarom niet precies aan te geven. Politiestatistieken laten in ieder geval zi en dat 20% van de berovingen in woonhuizen plaatsvinden en 56% op publieke plekken, waaronder ook in de woonomgeving Dit maakt het aspect van de veiligheid in de wijk een punt van aandacht bij de aanpak van de kwalitatieve woningbehoefte. Figuur 23 : Plaatsen van berovingen Bron: Politiestatistieken, 2014 2. 4 Tot slot De verkenning in vergelijkend perspectief die in dit hoofdstuik is uitgevoerd wijst in de richting van een stijging van de kwantitatieve woningbehoefte in de periode 2008 2016. Hoewel relevant, is dit nog gee n eindconclusie. In dit hoofdstuk was het immers de bedoeling om op basis van een bestudering van de s teekproef populatie te kunnen afleiden welke factoren/ontwikkelingen in de maatschappij de drijvende krachten zijn van de woningbehoefte. De v olgende punten zijn naar voren gekomen: D emografische ontwikkelingen aangaande toenemende en kleiner wordende huishoudens (he bben een invloed op de kwantitatieve woningbehoefte als geheel) ; D e schaarste die wordt gevoeld aan erfpachtkavels (heeft invlo ed op de kwantitatieve woningbehoefte op de marksegmenten waar de behoefte aan zelfbouw groot is ;

PAGE 36

Woningbehoefte onderzoek Curaao 2016 35 Een afnemend gevoel van de veiligheid in de wijk (heeft invloed op de kwalitatieve woningbehoefte) Het is niet aan nemelijk dat in dit onderzoek alle moge lijke factoren die de woningbehoefte aandrijven naar voren zijn gekomen Deze analyse is immers ingekaderd door de variabelen die in dit onderzoek zijn gehanteerd. Gebaseerd op het gegeven dat bij de uitvoering van deze verkenning gerelateerd is aan de basis onderdelen van de gemeenschap, kunnen deze punten echter wel worden aangewezen als essentieel. Met het beeld dat met deze analyse is gevormd, is een pad gelegd voor de verdere bestudering van de woningbehoefte zelf. D at wordt in het volgende hoofdstuk ter hand genomen.

PAGE 37

Woningbehoefte onderzoek Curaao 2016 36 H OOFDSTUK 3: DE WONINGBEHOEFTE Teneinde de groep met woningbehoefte te kunnen bestuderen, dient deze te worden afgesplitst van de steekproef populatie Hiertoe zijn in de enque de volgende twee vragen gesteld: 1. a an de mensen van de steekproef populatie die 18 jaar en ouder zijn, de vraag of ze behoefte hebben aan een andere woning; 2. a an de mensen die hebben aangegeven dat ze woningbehoefte hebben, de vraag wie degenen zijn die meegaan als een woning beschikbaar komt De antwoord en op vraag 1 zijn verwerkt en weergegeven als het aantal huishoudens waarbinnen de woningbehoefte is uitgesproken Tabel 1: Woningbehoefte per huishouden (in vergelijkend perspectief Woningbehoefte aantal huishoudens 2008 percentage aantal huishoudens 2016 Percentage Ja 536 21 520 27 Nee 1961 78 1394 72 Weet niet 30 1 9 0 Totaal 2527 100 1923 100 Met behulp van de antwoorden op vraag 2 is de data verder verwerkt, zodat het aantal eenheden binnen een huishouden mensen die bij elkaar horen en een woningbehoefte met elkaar delen) k o n worden vast g estel d Dit is vervolgens geprojecteerd voor de gehele samenleving. Het resultaat wordt in onderstaand e tabel gepresenteerd. Tabel 2: Eenheden met woningbehoefte (in ver gelijkend perspectief) Woningbehoefte Aantal huishoudens 2008 Aantal eenheden in steekproefpopulatie woningbehoefte 2008 Percentage Aantal huishoudens 2016 Aantal eenheden in steekproefpopulatie woningbehoefte 2016 Percentage 1 496 496 84 426 426 65 2 31 62 11 73 146 22 3 6 18 3 16 48 7 4 of meer 3 13 2 5 32 5 Totaal 536 589 100 520 652 100 Woningbehoefte gerelateerd aan totale bevolking van Curao 45352 10571 23 5 8010 16160 27

PAGE 38

Woningbehoefte onderzoek Curaao 2016 37 Zoals indicatie f in hoofdstuk 2 was uitgesproken komt in tabel 2 naar voren dat de woningbehoefte gedurende de periode 2008 2016 is gestegen Gerelateerd aan de hele bevolking vertegenwoordig t dit een behoefte van 16160 woningen In dit hoofdstuk wordt de woningbehoefte verder bestudeerd. Hierbij wordt toegespitst op de volgende zaken: o De woningbehoeft ig e n word en beschreven aan de hand van enkele elementaire social e kenmerken met het doel om een beeld te krijgen van wie ze zijn ; o De verdeling van de woningbehoefte op de woningmarkt wordt nagegaan door uit te gaan van de inkomensverdeling van woningbehoeftigen ; o De woonwensen van woningbehoeft ig e n wordt onderzocht o De urgentie van de woningbehoefte wordt belicht. Bovenstaande punten worden in onderstaande paragra fen nader uitgewerkt 3.1 Wie zijn de woningbehoeft ig e n Enkele van de meest relevante variabelen die verbonden zijn met de woningbehoefte zijn de variabelen leeftijd, geslacht en burgerlijke staat (voor de woningbehoefte is ook het inkomen een variabele van belang; op de situatie van het inkomen van woningbehoeftigen wordt apart in paragraaf 3 2 ingegaan ). In tabel 3 wordt weergegeven hoe op deze variabelen is gescoord. Tabel 3: Algemene kenmerken woningbehoeftigen (in procenten) Leeftijd 18 29 30 39 40 49 50 59 60+ totaal 2008 16 31 26 16 11 100 2016 23 22 23 20 12 100 Geslacht Man Vrouw 2008 47 53 100 2016 43 57 100 Burgerlijke staat getrouwd/samen wonend ongetrouwd gescheiden weduwe(naar 2008 41 46 9 4 100 2016 32 59 7 2 100

PAGE 39

Woningbehoefte onderzoek Curaao 2016 38 De woningbehoefte is redelijk gelijkmatig verdeeld over de leeftijdscategorien tussen 18 jaar en 59 jaar; dit in tegenstelling tot 2008, toen er sprake was van meer concentratie van de woningbehoefte in de leeftijdsgroepen tussen 30 jaar en 49 jaar; Er i s een verschuiving van de leeftijdscategorie die de grootste woningbehoefte ervaart, namelijk van de leeftijdsgroep 30 39 in 2008, naar de leeftijdsgroep 18 29 in 2016. Binnen de variabele geslacht neemt de categorie vrouwen met woningbehoefte verder toe (het aandeel vrouwen met woningbehoefte was in 2008 al groter dan die van mannen met woningbehoefte); Binnen de variabele burgerlijke staat is er een aanzienlijke toename van het aandeel mensen met woningbehoefte die niet getrouwd zijn. In het onderzoek is additioneel aan woningbehoeftigen gevraagd wat hun motieven zijn voor de woningbehoefte Tabel 4: Motieven woningbehoefte (in procenten) 2008 2016 wil zelfstandig gaan wonen 22 37 wil een eigen woning 34 33 wil gaan trouwen/samenwonen 4 2 In verband met scheiding 1 0 Heeft zorg nodig 1 1 Slechte conditie huidige woning 10 5 Huidige woning te klein 16 11 Huidige woning te groot 2 3 Slechte woonomgeving 3 1 Anders 7 7 Totaal 100 100 K oppeling van de gegevens over de leeftijd, het geslacht en de burgerlijke staat aan de motieven voor de woningbehoefte geeft een breder inzicht van wie de woningbehoeftigen zijn. Dit wordt inzichtelijk aan de hand van figuur 23 2 2 In tabel 6 zijn de motieven weggelaten die volgens tabel 5 minder scoren dan vijf procent

PAGE 40

Woningbehoefte onderzoek Curaao 2016 39 Figuur 24 : Motieven woningbehoefte naar leeftijd, geslacht en burgerlijke staat (in procenten N.B: De gekleurde velden in deze figuur geven de maximale aantallen per motief aan. Het is reeds gesteld dat de woningbehoefte vooral onder j ongeren tussen 18 29 is gegroeid. Op basis van de motieven die zijn opgegeven komt deze groep naar voren als mensen die vooral gericht zijn op het zelfstandig willen wonen. Dit is een typisch motief van mensen die zich voor het eerst op de woningmarkt begeven om hetzij op zichzelf, dan wel met een partner een nieuw huishouden te gaan vormen ; de zogenaamde starters ; De motieven die worden opgegeven door deze groep zijn vooral gericht op het bemachtigen van een eigen woning. Dit motief wordt gedreven door het feit dat in deze leeftijdscategorie vooral jonge huishoudens voorkomen die bezig zijn met het opbouwen van een gezin; Wat opvalt is dat h et aandeel woningbehoeftigen in de leeftijdscategorie 30 3 9 in de periode 2008 2016 aanzienlijk is geslonken. D e sterke daling van de woningbehoefte toont de focus van projectontwikkelaars op deze deelmarkt D e vele woningbouwprojecten die de laatste jaren zijn uitgevoerd hebben kennelijk vooral aan deze groep betaalbare woningen opgeleverd verwezen wordt naar de eerdergenoemde ppp projecten) ; In de leeftijd s categorie 40 49 is de woningbehoefte licht gedaald maar is nog steeds hoog ; het motief d at het meest voorkomt onder de ze leeftijdscategorie Mogelijk is dit motief het gevolg van de situatie dat deze huishoudens voor een belangrijk deel bestaan uit gezinnen met oudere kinderen die meer een eigen ruimte gaan opeisen ;

PAGE 41

Woningbehoefte onderzoek Curaao 2016 40 De groep woningbehoeftigen gevormd door de leeftijdscategorien 50 59 en 60 + zien de woningbehoefte licht stijgen. Onder deze groep en wordt als motief voor de woningbehoefte slechte woningconditie opgegeven Onder deze groep worden mensen klaarblijkelijk geconfronteerd met situatie s die mogelijk vanwege de oudere leeftijd en minder financile middelen te maken hebben met een groeiend onvermogen om optimaal voor de woning te kunnen zorgen Bovenstaande beschrijving geeft informatie over de verdel ing van de woningbehoefte onder de bevolking gespecificeerd naar de belangrijkste motieven van de doelgroepen Gaat het echter om het aangeven van de impact van de woningbehoefte op de samenleving d an komt naar voren dat voor elk motief vrouwen en niet getrouwden de groepen zijn waar b in nen de woningbehoefte het grootst is Overigens gaat het in de praktijk niet om categorien die twee aparte groepen vormen maar vaak om functionele groep namelijk de groep v an ongetrouwde vrouwen volgens de enqueresultaten bestaat 38 % van de woningbehoeftigen uit ongetrouwde vrouwen). Daarbij zijn het soms ook vrouwen die de positie hebben van alleenstaande moeders volgens de enqueresultaten heeft 27 % van de woningbehoeftige huishoudens een alleenstaande moeder aan het hoofd ). 3.2 Woningbehoefte naar inkomen De woningmarkt heeft een heterogeen karakter. Een aspect dat het onderscheid op de woningmarkt schetst zijn de woningprijzen. De woningprijs is een fundamenteel gegeven omdat hetan de meest bepalende factoren is voor mensen bij de aankoop van een woning of bij de keuze van een huurwoning. Direct gerelateerd aan de woningprijs zijn de inkomens van woningbehoeftigen. In tabel 5 wordt de inkomensverdeling gerelateerd aan de leeftijdsverdeling van woningbehoeftigen gepresenteerd. Tabel 5: Inkomensverdeling naar leeftijdscategorie (in procenten) Inkomenscategorie leeftijdscategorie 0 999 1000 1999 2000 2999 3000 3999 4000 4999 5000 6999 7000+ 18 29 1 9 4 2 1 0 1 18 30 39 1 8 6 3 2 1 1 22 40 49 3 7 5 3 3 1 2 24 50 59 3 7 4 1 2 1 1 19 60+ 9 3 1 1 1 1 1 17 17 34 20 10 9 4 6 100 Opvallend is de situatie van de leeftijds categorie 18 29 jaar Hoewel eerder naar v o ren is gekomen dat deze groep de gro ots te woningbehoefte ervaart (zie tabel len 3 en 6

PAGE 42

Woningbehoefte onderzoek Curaao 2016 41 scoort het bij een koppeling met het inkomen vrij laag D eze verschuiving komt doordat velen in deze groep de vraag naar het inkomen niet invullen niet vreemd gezien het feit dat een groot aantal mensen in de categorie 18 29 geen inkomen heeft vanwege de hoge werkloosheid of vanwege het feit dat velen in deze groep nog studeren ). Het gaat om 41% van de woningbehoeftigen in deze groep (b innen alle andere categorien was het aandeel dat de inkomensvraag niet beantwoord kleiner dan 25% Wat feitelijk gebeurt is dat al degenen die geen inkomen opgeven er uit gezeefd worden waardoor ze in de bovenstaande tabel niet meetellen De constatering is dat in de leeftijdsgroep 18 29 wel een hoge woning behoefte wordt ervaren maar dat door het gebrek aan inkomen een deel van deze woning behoefte niet doorwerkt als een effectieve woningvraag. Hiermee kan worden g esteld dat b ij beschouwing van het inkomen het belang van de leeftijdsgroep 18 29 daalt ten opzichte van de andere leeftijd scategorien; Het blijkt dat de woningbehoefte het hoogst is onder de l a g e re inkomensgroepen inkomens tot Naf. 3000/maand Maar liefst 7 2 % van de woningbehoeftigen h e e ft een inkomen binnen deze inkomens categorie Binnen de lagere inkomensgroepen drukt de woningbehoefte het meest op de leeftijdsgroep van 60+ (60% van de woningbehoeftigen in deze leeftijdsgroep hebben een inkomen van 1000 per maand en de leeftijd s groep van 18 29 (49% van de woningbehoeftigen in deze leeftijdsgroep hebben een inkomen tussen Naf. 1000 en Naf. 1999 per maand ); Ten aanzien van het inkomen is binnen de leeftijdscategorien 30 39 en 40 49 sprake van een differentiatie D it verwijst naar de situatie dat d eze groepen goed vertegenwoordigd zijn onder de in komens tot Naf. 3000 per maand maar ook goed vertegenwoordigd zijn onder de inkomens hoger d a n Naf. 3000 per maand 3.3 De woningbehoefte naar marksegmenten Op basis van de woningprijzen wordt de woningmarkt ruwweg verdeeld in de deelmarkt van goedkope woningen, de deelmarkt van middenklasse woningen en de deelmarkt van dure woningen. In de onderstaande tabel worden de deelmarkten ge koppel d aan een prijsklasse van woningen, bijbehorende inkomensklassen en de inkomensverdeling van w oningbehoeftigen

PAGE 43

Woningbehoefte onderzoek Curaao 2016 42 Tabel 6: Verdeling woningbehoeftigen naar marktsegmenten Deelmarkt Inkomensklasse in Ang/maand Prijsklasse woningen in Ang Aandeel woningbehoeftigen in procenten goedkope woningen 0 t/m 3000* tot Ang. 175.000 72 middenklasse woningen 3001 7000** tussen Ang 175.001 en Ang. 350.000 22 dure woningen >7000 boven 350.000 6 Totaal 100 De prijsklasse van de woningen is afgeleid aan de hand van de formules die h et C entrale H ypotheekbank hanteert bij het verstrekken van hypotheken bij een rente 6% en een loop tijd van 35 jaar en de wettelijke regel dat het aflossingsbedrag voor schulden niet meer dan 30% van het inkomen mag bedragen ** Volgens de gegevens van FKP heeft 85% van huishoudens die bij deze instelling is ingeschreven een inkomen van niet meer dan Ang. 3000 per maand FKP 2015. De ze inkomens grens ligt iets hoger dan de armoedegrens die door CBS is bepaald op een inkomen van Ang. 2596 per maand voor een huishouden bestaande uit twee volwassenen en twee kinderen. *** Uit de gegevens van FKP kan worden afgeleid dat het aantal huishoudens dat op een middenklasse woning rekent, een inkomen heeft tussen Ang. 3001 en Ang. 7000 per maand FKP, 2015. Gerelateerd aan de w oningbehoefte onder de totale bevolking, (zoals eerder aangegeven gaat het om 16160 woningen waar thans behoefte aan bestaat ), is er een woningbehoefte in sociale sector van 11635 woningen, in de sector van de middenklasse een woningbehoefte van 3555 woningen en in de vrije sector een woningbehoefte van 970 woningen 3. 4 Woonwensen Een woonwens vloeit voort uit een beleving van datgene wat een persoon als een optimale woonsituatie ziet. Dit is niet altijd gent op de werkelijke behoefte van die persoon (maar een ideaal) en sluit ook niet altijd direct aan op de financile capaciteiten van deze persoon. Woonwensen zijn daarom niet altijd te beschouwen als realistisch en haalbaar (bijvoorbeeld mensen willen een woning waarvoor ze niet het nodige inkomen hebben). Het is daarom het beste om woonwensen als een richtlijn te hanteren. In dit onderzoek zijn w oonwensen globaal onderzocht. Voor toepassing door ontwikkelaars kan een meer gedetailleerd beeld gewenst zijn In de praktijk worden hiertoe aparte woonwensenonderzoek en verricht Voor de analyse van de woonwensen wordt een vergelijk ing gemaakt tussen de resultaten van de woningkenmerken zoals die zijn gemeten onder de steekproef populatie wat is huidige situa tie in 2016) en de resultaten van de meting onder woningbehoeftigen wat zijn de wensen van woningbehoeftigen in 2016

PAGE 44

Woningbehoefte onderzoek Curaao 2016 43 Figuur 25 : Vergelijking eigendomsstatus woning onderzoekspopulatie tegenover woningbehoeftige) V eel meer woningbehoeftigen blijken een huurwoning te willen hebben, dan wat gangbaar is in de samenleving; Figuur 26 : Vergelijking wijze aanschaf woning onderzoekspopulatie tegenover woningbehoeftige)

PAGE 45

Woningbehoefte onderzoek Curaao 2016 44 Figuur 27 : Vergelijking eigendomsstatus kavel (onderzoekspopulatie woningbehoeftige) D e woningbehoeftigen die een eigendomswoning willen hebben zijn vo or al gericht op het kopen van een bestaande (nieuwbouw woning op een eigendomska vel, waar in de gemeenschap altijd een hogere waardering heeft gegolden voo r zelfbouw op een erfpachtkavel. Figuur 28 : Vergelijking type woning onderzoekspopulatie tegenover woningbehoeftige) D e wens voor een vrijstaande woning is onder woningbehoeftigen nog groter dan wat in de samenleving geldig is

PAGE 46

Woningbehoefte onderzoek Curaao 2016 45 Figuur 29 : Vergelijking voorziening woning: aantal slaapkamers onderzoekspopulatie tegenover woningbehoeftige) Figuur 30 : Vergelijking voorzieningen woning: aantal badkamers onderzoekspoplutaie tegenover woningbehoeftige) H oewel de voorkeur van woningbehoeftigen voor een woning van drie slaapkamers overeenkomt met hoe dit in de maatschappij voorkomt bestaat onder woningbehoeftigen een extra grote voorkeur voor woningen met twee slaapkamers waar de optie van twee slaapkamers in de gemeenschap niet erg veel voorkomt De situatie van het aantal badkamers verschil t niet zoveel tuss en de woningbehoeftigen en de onderzoekspopulatie. Figuur 31 : Vergelijking huurkosten onderzoekspopulatie tegenover woningbehoeftige)

PAGE 47

Woningbehoefte onderzoek Curaao 2016 46 Figuur 32 :Vergelijking hypotheekkosten onderzoekspoplutaie tegenover woningbehoeftige) Figuur 33 :Vergelijking energiekosten onderzoekspopulatie tegenover woningbehoeftige) W oningbehoeftige n streven naar lagere kosten voor huur / hypotheek en energie gebruik dan wat algemeen van toepassing is in de samenleving Waar i n het algemeen kan worden g esteld dat de wensen die woningbehoeftigen hebben geuit op vele punten afwijken van d e omstandig h e d e n die geldig zijn in de huidige praktijk is het n oemenswaardig te vermelden dat de wensen van woningbehoeftigen als groep niet homogeen zijn. E r is een scheidinglijn tussen woningbehoeftigen die een huurwoning wensen (53% en woningbehoeftigen die een wens hebben voor een eigendomswoning (47% van de woningbehoeftigen) W oningbehoeftigen met een voorkeur voor huurwoningen De leeftijdsgroepen 40 49 en 50 59 z ijn beter vertegenwoordigd in deze categorie (samen 45%), maar ook de leeftijdsgroepen 18 29 en 30 39 komen veel voor (samen 40%) H et modaal inkomen ligt tussen Naf. 1000 1999 per maand Het meest gewenste aantal slaapkamers per woning is drie 50% van de gevallen). D e belangstelling voor twee slaapkamers is echter ook hoog (40% van de gevallen ). Iets minder dan de helft (49%) van de woningbehoeftigen voor een huurwoning wil niet meer dan Naf. 250 per

PAGE 48

Woningbehoefte onderzoek Curaao 2016 47 maand aan huur betalen. Vanwege de jongeren en de bejaarden die in deze groep voorkomen, kan ook worden gedacht aan de voorziening van starterswoning en en bejaardenwoningen. W oningbehoeftigen met een voorkeur voor eigendoms woningen D e leeftijdsgroep 40 49 is het beste vertegenwoordigd in deze groep, gevolgd door de leeftijdsgroep van 30 39. H et modaal inkomen van de ze woningbehoeftigen ligt op Naf. 1 999 2999 per maand. Het meest gewenste aantal slaapkamers per woning is drie hi er bestaat weinig belangstelling voor twee slaapkamers Meer dan de helft van de woningbehoeftigen voor een koopwoning (53%) wil niet meer dan Naf. 1000 per maand aan hypotheek betalen Gezien het lage modale inkomen, is het aannemelijk dat binnen deze groep de afhankelijkheid van een erfpachtkavel groot is. I n de bovenstaande beschrijving schemeren de woonwensen van de woningbehoeftigen met een inkomen tot Naf. 3000 per maand sterk door. Dit komt doordat de groep zo groot is. Om toch een specifieker beeld te hebben van de woonwensen van woningbehoeftigen met een inkomen van Naf. 3000 per maand en hoger, wordt deze groep hieronder gsoleerd bekeken. De woningbehoeftigen met een inkomen van Naf. 3000 per maand en hoger met een wens voor een huurwoning. Van de woningbehoeftigen die een voorkeur hebben voor een huurwoning, heeft 1 1 % een inkomen boven Naf. 3000 per maand binnen deze groep is de wens gro ot voor huurkoopwoningen van de FKP ; De best vertegenwoordigde leeftijdsgroepen binnen deze groep zijn die van 40 49 en 50 59 ; Het modaal inkomen van deze woningbehoeftigen ligt op Naf. 3000 3999 per maand ; De meerderheid van deze groep wil een woning met drie slaapkamers De meerderheid van deze groep wil een huur betalen van Naf. 750 1000 per maand. De woningbehoeftigen met een inkomen van Naf. 3000 per maand en hoger met een wens voor een koopwoning. Van de woningbehoeftigen die een voorkeur hebben voor een koopwoning heeft 3 8 % een inkomen boven Naf. 3000 per maand ; De best vertegenwoordigde leeftijdsgroepen binnen deze groep zijn die van 40 49 40%) en 30 39 ;

PAGE 49

Woningbehoefte onderzoek Curaao 2016 48 Het modaal inkomen van deze woningbehoeftigen ligt op 3000 3999 (leeftijd s groep 30 39) en 4000 4999 (leeftijd s groep 40 49). De meerderheid van deze groep wil woningen met 3 slaapkamers De meerderheid van deze groep wil tussen Naf. 1000 en 1500 aan hypotheek betalen 3. 5 Urgentie van de woningbehoefte De urgentie van de woningbehoefte heeft betrekking op de vraag hoe snel mensen met een woningbehoefte zich verlost willen voelen van de situatie van woningnood waarin ze verkeren. Er is direct aan woningbehoeftige n gevraagd hoe snel ze een andere woning zo uden willen krijgen en de resultaten zijn vergeleken met de situatie van 2008 Uitgaande van de aard en omvang van het verschil kan worden beoordeeld hoe urgent de situatie is Tabel 7: Hoe snel willen mensen een andere woning (in procenten) 2008 2016 Meteen 50 40.6 0 3 mnd 6.3 7.8 4 6 mnd 6.3 7 7 12 mnd 6.3 6.8 1 2 jaar 31.3 37.9 Total 100 100 Gesteld moet worden dat hoewel de woningbehoefte i s gestegen, in 2016 beduidend minder mensen dan in 2008 aangeven meteen een woning te willen hebben en meer mensen stellen 1 2 jaar te kunnen wachten op een andere woning. Dit geeft een indicatie dat de huidige o mstandigheden van woningnood minder drukkend worden ervaren door woningbeh oeftigen Het is hierbij van belang te vermelden dat 51% van de woningbehoeftigen aange eft bij geen enkele instantie te zijn ingeschreven voor een woning (33% zegt bij FKP te zijn ingeschreven) 3.6 Tot slot De analyse die in dit hoofdstuk is uitgevoerd levert een complex beeld op van de woningbehoeft e Daarom hier de belangrijkste bevindingen op een lijn : Woningbehoefte is redelijk gelijk verdeeld onder de leeftijdklassen ; O ngetrouwde vrouwen zijn oververtegenwoordigd op alle fronten van de woningbehoefte (in alle leeftijdsklassen en voor alle motieven die worden genoemd); De woningbehoefte concentreert zich met name onder de groepen met een brutoinkomen tot Naf 3000 per maa nd (72%) ;

PAGE 50

Woningbehoefte onderzoek Curaao 2016 49 De sociale groepen binnen de ze inkomenscategorie die de ergste woningbehoefte ervaren zijn bejaarden ( leeftijdsklasse 60+) en starters ( leeftijdsklasse 18 29 ; D e algemene woonwensen van woningbehoeftigen zijn als volgt : het grootste dee l van de woningbehoeftigen (53%) wens t een huurwoning te hebben met een maandelijkse huur tot Naf. 250 per maand; Het gaat om de leeftijdgroepen 18 29 en 30 39, met een modaal inkomen van Naf. 1000 1999 per maand voor de groep die een koopwoning wenst 43%) moet de hypotheek niet meer dan Naf. 1000 per maand bedragen. Het gaat om de leeftijdgroepen 30 39 en 40 49, met een modaalinkomen van Naf. 2000 2999 per maand.

PAGE 51

Woningbehoefte onderzoek Curaao 2016 50 G ERAADPLEEGDE BRONNEN Centraal Bureau voor de Statistiek, Huishoudens in Cura ao, Publicatiereeks Census 2011 Willemstad 2014 ; Centraal Bureau voor de Statistiek Woningbehoefte onderzoek Cur ao 2008, Willemstad 2009 ; In de rij voor een terrein, Antilliaans Dagblad, Maart 2018 P.1 ; United Nations, Universal Declaration of Human R ights, Paris 1948 Fundashon Kas Popular (FKP), Klientenan ku a aserka FKP pa bibienda, Willemstad 2016; Gabriela Rene, De bouw van Wechi bezien vanuit ontwikkelingen van de woningmarkt.